Beleidsregels Leerlingenvervoer Zaanstad 2026

Geldend van 14-01-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026

Intitulé

Beleidsregels Leerlingenvervoer Zaanstad 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad;

gelet op de artikelen 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, 4 van de Wet op het primair onderwijs, 4 van de Wet op de expertisecentra en 8.28 en 8.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

overwegende dat de toekenning van leerlingenvervoer afhankelijk is van uiteenlopende factoren, waarbij beleidsregels een eenduidige werkwijze kunnen bevorderen zodat aanvragen voor leerlingenvervoer op een eenduidige manier kunnen worden beoordeeld;

besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:

Beleidsregels leerlingenvervoer Zaanstad 2026

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      verordening: Verordening leerlingenvervoer gemeente Zaanstad 2026.

  • 2.

    Begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de verordening.

Artikel 2. Berekening afstand

  • 1.

    Het college bepaalt de afstand woning-school via de ANWB Routeplanner volgens de optie “kortste route per fiets”.

  • 2.

    Voor de hoogte van de vergoeding bij fiets, OV en eigen vervoer gaat het college uit van de kilometerstand die wordt bepaald via de ANWB Routeplanner volgens de optie “kortste route per auto” met optie “vermijd veerboten”.

  • 3.

    Als de afstand, zoals bedoeld in het eerste lid, van de heenreis en de terugreis verschillend is, worden de afstanden afzonderlijk beoordeeld. Als de reisafstand op de heenweg onder de in de artikel 9, lid 1 van de in de verordening gestelde grens ligt doch de reisafstand op de terugweg daarboven of omgekeerd, dan wordt een gedeeltelijke bekostiging verstrekt: alleen de heen- of alleen de terugreis.

  • 4.

    Het college bepaalt de afstand van woning tot opstapplaats of OV-halte met de ANWB-routeplanner volgens de optie “kortste route met optie wandel”.

Artikel 3. Berekening reistijd openbaar vervoer

Het college stelt de reistijd voor het reizen met het openbaar vervoer vast op basis van de informatie van www.9292.nl. Het college gaat uit van de adressen van de woning en de school.

Artikel 4. Maximale fietsafstand

Om te kunnen beoordelen of een leerling, al dan niet met begeleiding, zich per fiets naar school kan verplaatsen gaat het college uit van de onderstaande afstanden:

  • (Speciaal) basisonderwijs en speciaal onderwijs: zes kilometer (eventueel de ouder met kind achterop);

  • Voortgezet (speciaal) onderwijs: 15 kilometer;

Dit zijn afstanden waarvan redelijkerwijs verwacht mag worden dat een kind (of ouder) zonder structurele handicap dit kan fietsen.

Artikel 5. Vergoeding elektrische fiets

  • 1.

    Het college kan een vergoeding voor een andere passende vervoersvoorziening toekennen in de vorm van een vergoeding voor een elektrische fiets. Het college kan deze vergoeding toekennen als de leerling naar verwachting nog minimaal twee jaar gebruik zal maken van een vervoersvoorziening voor leerlingenvervoer. De vergoeding wordt toegekend onder de volgende voorwaarden:

    • a.

      de vergoeding bedraagt 1.750 euro;

    • b.

      de ouder is verantwoordelijk voor de elektrische fiets, inclusief alles wat daarbij hoort zoals onderhoud, het tegen diefstal en beschadiging beschermen en verzekeren van de fiets en accu en het mogelijk maken van opladen van de accu;

    • c.

      de ouder is verplicht een verzekering af te sluiten die de kosten van schade en diefstal dekt voor de fiets inclusief de accu;

    • d.

      De verzekeringspremie wordt voor de periode van aanspraak vooruitbetaald door ouders.

    • e.

      de kosten van vervanging van accu’s, om welke reden dan ook, worden niet vergoed door het college;

    • f.

      De leerling zal naar verwachting nog minimaal twee jaar gebruik maken van een voorziening leerlingenvervoer.

  • 2.

    Het college kent de vergoeding voor een elektrische fiets toe voor een periode van drie jaar. Binnen deze drie jaar kan geen andere aanvraag voor een vervoersvoorziening leerlingenvervoer worden gedaan.

Artikel 6. Doorgeven van wijzigingen

  • 1.

    Een ouder dient wijzigingen die van belang zijn voor het leerlingenvervoer direct schriftelijk door te geven aan het college. Dit geldt in ieder geval voor de volgende wijzigingen:

    • a.

      wijziging van de reistijd in het openbaar vervoer;

    • b.

      wijziging in het woonadres van de leerling, bijvoorbeeld door verhuizing;

    • c.

      wijziging in de gezinssituatie of gezinssamenstelling, die invloed heeft op het al dan niet kunnen begeleiden van leerlingen;

    • d.

      wijziging in de schoolinschrijving of het adres van de school;

    • e.

      wijziging van de schooltijden van de school;

    • f.

      toekenning van bekostiging voor het reizen van en naar school anders dan op basis van de verordening;

    • g.

      afmelding i.v.m. ziekte of anderszins afwezigheid van tenminste 10 aaneengesloten schooldagen, bij leerlingen waarvoor een financiële vergoeding is verstrekt;

    • h.

      wijzigingen in de vervoersmogelijkheden van de leerling;

    • i.

      wijzigingen in telefoonnummer(s), bankrekeningnummer en e-mailadres van de ouder/ leerling.

  • 2.

    Een ouder dient de leerling tijdig af te melden als een ouder vaststelt dat een leerling als gevolg van ziekte of vanwege andere oorzaken niet vervoerd hoeft te worden met aangepast vervoer. De ouder meldt de leerling met aangepast vervoer bij de vervoerder af voor de eerstvolgende heen- of terugrit.

  • 3.

    De ouder is verantwoordelijk voor het doorgeven van een betermelding van de leerling bij de vervoerder. Een afmelding geldt tot tegenbericht van de ouder. Voor hervatting van het vervoer is vereist dat ouder de leerling tijdig weer beter melden. Zonder betermelding is er geen vervoer beschikbaar.

  • 4.

    De ouder van de leerling waarvoor een financiële vergoeding is verstrekt meldt de aanwezigheid na een afwezigheid zoals bedoeld in het eerste lid, onder g, bij het college.

Artikel 7. Loosmelding

Voor het bepalen of er sprake is van een loosmelding gaat het college uit van de maximale wachttijd van de chauffeur op de leerling en/of zijn ouder van drie minuten vanaf het afgesproken tijdstip van vertrek.

Artikel 8. Verantwoordelijkheid ouders/ernstige benadeling van het gezin

  • 1.

    Het enkele feit dat de ouder werkt, zonder bijkomende omstandigheden die een belemmering zijn om zelf te begeleiden of anderen namens hen te laten begeleiden, is geen reden voor het college om aangepast vervoer toe te kennen.

  • 2.

    Het college beoordeelt of begeleiding van de leerling door de ouder of anderen uit het netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden aan de hand van de volgende factoren:

    • a.

      een structurele handicap van de ouder waardoor het reizen met het OV of fiets voor die ouder niet mogelijk is; en/of

    • b.

      een éénoudergezin met meerdere kinderen, waaronder tenminste een ander schoolgaand kind van negen jaar of jonger, die verschillende scholen bezoeken en waarbij meerdere kinderen begeleiding nodig hebben bij het reizen van en naar die verschillende scholen; en/of

    • c.

      het aanwezig zijn van één of meerdere andere kinderen binnen het gezin met een handicap die op het moment van vervoer zorg nodig hebben; en/of

    • d.

      het niet aanwezig zijn van een sociaal netwerk.

  • 3.

    Slechts indien één of meerdere van de in het vorige lid genoemde factoren een beperking opleveren om op eigen kracht te kunnen voorzien in de begeleiding van het schoolvervoer van de leerling, komt het college tot het oordeel dat sprake is van een ernstige benadeling van het gezin.

  • 4.

    Het college gaat uit van de onmogelijkheid om het kind te begeleiden naar de opstapplaats of OV-halte in de volgende situaties:

    • a.

      een ouder is door een beperking niet in staat om naar de opstapplaats te lopen of fietsen;

    • b.

      er zijn meer kinderen in het gezin die op hetzelfde moment extra ondersteuning nodig hebben vanwege een structurele handicap. Dit is niet van toepassing op kinderen die vanwege de jonge leeftijd ondersteuning nodig hebben.

Artikel 9. Onaanvaardbaar gedrag: categorieën

  • 1.

    Naar het oordeel van het college is in ieder geval sprake van onaanvaardbaar gedrag als een leerling of ouder:

    • a.

      een bedreigende, hinderlijke of gevaarlijke situatie veroorzaakt, of;

    • b.

      fysiek of verbaal grensoverschrijdend gedrag vertoont.

  • 2.

    Niet alle misdragingen zijn even ernstig. Het college onderscheidt de volgende categorieën naargelang de ernst van het onaanvaardbare gedrag:

    • a.

      lichte misdragingen. Hiervan is in ieder geval sprake als de leerling zich niet houdt aan de regels van de vervoerder, zoals:

      • i.

        niet rustig in het voertuig stapt;

      • ii.

        niet luisteren naar de aanwijzingen van de chauffeur;

      • iii.

        ongepast gedrag vertoont;

      • iv.

        ongepast taalgebruik hanteert;

      • v.

        levensmiddelen in het voertuig nuttigt;

      • vi.

        (geluids-)overlast veroorzaakt.

    • b.

      ernstige misdragingen. Hiervan is in ieder geval sprake als de leerling:

      • i.

        de gordel niet omdoet, of de gordel afdoet tijdens de rit;

      • ii.

        dreigt met fysiek geweld tegen de chauffeur of medeleerlingen of anderen die gelijktijdig worden vervoerd;

      • iii.

        dreigt met fysiek geweld tegen goederen, waarvoor geldt dat er bij de uitvoering van het dreigement gevaar voor personen ontstaat, of;

      • iv.

        de gedragingen genoemd onder a blijft herhalen.

    • c.

      zeer ernstige misdragingen. Hiervan is in ieder geval sprake als de leerling:

      • i.

        fysiek geweld toepast tegen personen of goederen waarbij letsel wordt toegebracht aan personen of schade aan goederen ontstaat;

      • ii.

        fysiek geweld toepast tegen personen of goederen met de kennelijke bedoelding om letsel toe te brengen aan personen of schade aan goederen te veroorzaken, zonder dat dit letsel of die schade daadwerkelijk wordt toegebracht of veroorzaakt;

      • iii.

        dreigt met fysiek geweld met de kennelijke bedoeling dat de chauffeur of andere personen in het aangepast vervoer iets doet of nalaat;

      • iv.

        ernstig seksueel overschrijdend gedrag vertoont naar de chauffeur of andere personen in of bij het aangepast vervoer, of;

      • v.

        de gedragingen genoemd onder b blijft herhalen.

Artikel 10. Onaanvaardbaar gedrag: maatregelen

  • 1.

    Het college hanteert per categorie onaanvaardbaar gedrag bedoeld in het artikel 9 een stappenplan met maatregelen passend bij de ernst van de misdraging.

  • 2.

    Het college volgt het volgende stappenplan bij lichte misdragingen:

    • 1.

      Er vindt een gesprek plaats tussen de ouder(s) en de chauffeur of de vervoerder met als doel het gedrag van de leerling te verbeteren. Zo nodig betrekt één van de partijen de gemeente of school bij het zoeken naar een oplossing;

    • 2.

      Als het gedrag na het gesprek niet verbeter stuurt het college een schriftelijke waarschuwing aan de ouder;

    • 3.

      Als het gedrag na de schriftelijke waarschuwing niet verbetert, past het college het stappenplan bij ernstige misdragingen toe.

  • 3.

    Het college volgt het volgende stappenplan bij ernstige misdragingen:

    • 1.

      Het aangepast vervoer wordt tijdelijk opgeschort, waarbij de volgende voorwaarden gelden:

      • a.

        de opschorting wordt schriftelijk aan de ouder medegedeeld;

      • b.

        de duur van de opschorting is afhankelijk van de ernst van de gedraging;

      • c.

        de opschorting duurt maximaal acht (8) weken;

      • d.

        gedurende de opschorting is de leerling wel verplicht naar school te gaan;

    • 2.

      Tijdens de opschorting overleggen ouder(s), gemeente en eventueel vervoerder om te komen tot een structurele oplossing na de opschorting.

    • 3.

      Als het gedrag na de tijdelijke opschorting niet verbeterd, past het college het stappenplan bij zeer ernstige misdragingen toe.

  • 4.

    Het college volgt het volgende stappenplan bij zeer ernstige misdragingen:

    • 1.

      het aangepast vervoer wordt opgeschort voor de rest van het betreffende schooljaar. De ouder ontvangt hierover een brief;

    • 2.

      herhaalt het gedrag zich in het daaropvolgende schooljaar dan wordt het aangepast vervoer definitief beëindigd. Leerlingenvervoer is dan alleen mogelijk in de vorm van een financiële vervoersvergoeding voor het gebruik van fiets, OV of auto.

  • 5.

    Als sprake is van meerdere misdragingen geldt in beginsel de maatregel uit het stappenplan die hoort bij de meest ernstige misdraging.

Hoofdstuk 2. Slotbepalingen

Artikel 11. Intrekking oude beleidsregels

De Beleids- en nadere regels Leerlingenvervoer Zaanstad 2021 worden ingetrokken, met dien verstande dat deze regels van toepassing blijven op aanvragen die vóór 1 januari 2026 zijn ingediend en op besluiten vervoersvoorziening leerlingenvervoer die betrekking hebben op een aanvraag die vóór 1 januari 2026 zijn genomen.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2026.

  • 2.

    Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels leerlingenvervoer Zaanstad 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad in de vergadering van 25-11-2025.

Dr. J. Hamming, burgemeester

Mr. L. Graaff, gemeentesecretaris