Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755301
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755301/1
Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Rheden 2025
Geldend van 15-01-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Rheden 2025De burgemeester, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, gelet op de bepalingen uit de Wet Bibob, Alcoholwet, de Omgevingswet, de Huisvestingswet en Huisvestingsverordening Rheden, de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Rheden, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Algemene Subsidieverordening Rheden, de Wet op de Kansspelen, de Aanbestedingswet 2012, het Burgerlijk Wetboek en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Overwegende dat de gemeente Rheden alleen zaken wil doen met integere partijen;
Besluiten vast te stellen de “Beleidsregel voor de toepassing Wet Bibob gemeente Rheden 2025”.
Hoofdstuk 1: Algemeen
Artikel 1.1 Begripsomschrijving
-
1. In deze beleidsregel worden diverse begrippen en definities gebruikt. In deze beleidsregel zijn de definities zoals deze genoemd zijn in artikel 1.1 van de Wet Bibob van overeenkomstige toepassing.
-
2. In deze beleidsregel wordt (daarnaast) verstaan onder:
- a.
Bestuursorgaan: de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft;
- b.
Eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeentelijke organisatie aanwezig is en die de gemeente in het kader van het eigen onderzoek kan gebruiken en/of informatie waarover de gemeente over kan beschikken, zoals omschreven in de toelichting van deze beleidsregel;
- c.
Eigen onderzoek: de wijze waarop de gemeente Rheden in beginsel toepassing geeft aan artikel 7a van de wet. Het eigen onderzoek is nader omschreven in de toelichting van deze beleidsregel;
- d.
Bibob-vragenformulier: een formulier gebaseerd op de regeling als bedoeld in artikel 7a lid 5 van de Wet.
- e.
Rechtspersoon met een overheidstaak: de gemeente Rheden;
- f.
RIEC: het Regionaal informatie- en expertisecentrum, het regionaal samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 28 lid 2 onder d van de wet;
- g.
Landelijk Bureau Bibob (LBB): het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur zoals bedoeld in artikel 8 van de wet.
- h.
Wet: de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).
- a.
-
3. Waar in deze beleidsregel “gemeente Rheden” wordt genoemd, wordt hiermee zowel het bestuursorgaan als -wanneer van toepassing- de rechtspersoon met een overheidstaak bedoeld.
Artikel 1.2 Uitvoering Bibob-onderzoek in afwijking van beleidsregel
Deze beleidsregel laat onverlet dat in afwijking van de hierop volgende bepalingen tot toepassing van de Wet Bibob kan worden besloten, als de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.
Artikel 1.3 Aanleiding eigen Bibob onderzoek
-
1. De gemeente Rheden zal een eigen onderzoek uitvoeren naar een aangevraagde beschikking, reeds verleende beschikking, subsidie, voorgenomen of overeengekomen overheidsopdracht of vastgoedtransactie als hiertoe een aanleiding bestaat op grond van:
- a.
Een tip verkregen vanuit het OM en/of ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob (artikel 26 Wet Bibob);
- b.
informatie verkregen van het landelijk Bureau Bibob (artikel 11 en/of 11a wet Bibob);
- c.
informatie verkregen van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC;
- d.
informatie verkregen uit de eigen ambtelijke organisatie;
- e.
informatie verkregen uit het Bibob-register;
- f.
andere relevante signalen.
- a.
-
2. De gemeente start ook een eigen onderzoek indien de aanleiding als bedoeld in het vorige lid gericht is op een (onder)aannemer.
Artikel 1.4 Geen eigen Bibob-onderzoek
De uitvoering van een Bibob-onderzoek blijft, tenzij sprake is van een aanleiding als bedoeld in artikel 1.3, achterwege indien:
- a.
de betrokkene een (semi)overheidsinstantie betreft;
- b.
de betrokkene een publiekrechtelijke rechtspersoon met een overheidstaak betreft;
- c.
de betrokkene een woningcorporatie betreft die op grond van de Woningwet is aangewezen als toegelaten instelling voor volkshuisvesting;
- d.
de betrokkene een terrein beherende organisatie zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten betreft bij een vastgoedtransactie, of
- e.
het gaat om een partij die binnen een periode van 12 maanden meerdere vastgoedtransacties binnen eenzelfde project aangaat met de gemeente en waarbij in het kader daarvan reeds een eigen onderzoek heeft plaatsgevonden. Deze partij zal bij ongewijzigde omstandigheden ten opzichte van de eerdere vastgoedtransactie (bedrijfsstructuur, financiering, zakelijke partners, etc.) kunnen volstaan met een verwijzing naar de reeds eerder aangegane overeenkomst en het daarbij ingevulde Bibob-formulier. Bij gewijzigde omstandigheden dient de partij slechts de gewijzigde omstandigheden aan te geven.
Artikel 1.5 Weigeren of niet volledig invullen Bibob-vragenformulier
-
1. In het geval van een Bibob-onderzoek bij een aanvraag van een beschikking, zal deze aanvraag buiten behandeling worden gesteld indien het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten niet (volledig en/of tijdig) worden aangeleverd.
-
2. In het geval van een Bibob-onderzoek bij een verleende beschikking zal een weigering om het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten (volledig en/of tijdig) aan te leveren worden aangemerkt als een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. De verstrekte beschikking kan als gevolg daarvan worden ingetrokken;
-
3. In het geval van een Bibob-onderzoek bij een overheidsopdracht of vastgoedtransactie die wordt aangegaan, zal geen overeenkomst tot stand komen, indien het Bibob-vragenformulier of de gevraagde documenten niet (volledig en/of tijdig) worden aangeleverd;
-
4. In het geval van een Bibob-onderzoek bij een overheidsopdracht of vastgoedtransactie die reeds is aangegaan, zal een weigering om het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten (volledig en/of tijdig) aan te leveren worden aangemerkt als een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob en zal de overeenkomst worden ontbonden.
Hoofdstuk 2: Publiekrechtelijke beschikkingen
Artikel 2.1 toepassingsbereik bij aanvragen om een vergunning
-
1. Bij de volgende aanvragen om een vergunning wordt door de gemeente een eigen onderzoek uitgevoerd:
- a.
artikel 3 Alcoholwet (Alcoholwetvergunning, met uitzondering van slijterijbedrijven en paracommerciële rechtspersonen als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet);
- b.
artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rheden (Exploitatievergunning openbare inrichting);
- c.
artikel 2:39 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rheden (Exploitatievergunning speelgelegenheid);
- d.
artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rheden (seksinrichting, escortbedrijf);
- e.
artikel 30b van de Wet op de kansspelen (aanwezigheidsvergunning kansspelautomaat/-automaten);
- f.
artikel 2.38b van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rheden (kamerverhuurbedrijf).
- a.
-
2. Bij de volgende aanvragen om een vergunning wordt door de gemeente een eigen onderzoek uitgevoerd wanneer deze vergunning wordt aangevraagd om één of meerdere activiteiten uit te gaan voeren en/ of projecten te starten die zijn genoemd in Bijlage 1 van deze beleidsregel (risicoactiviteiten):
- a.
de aanvraag als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet voor de activiteiten:
- -
een omgevingsplanactiviteit;
- -
een bouwactiviteit;
- -
een milieubelastende activiteit.
- -
- b.
de aanvraag als bedoeld in 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Rheden (evenementenvergunning);
De toepassing van het eigen onderzoek zal daarbij beperkt blijven tot aanvragen voor evenementen voor vechtsportwedstrijden of -gala’s, bijeenkomsten van Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) of daarmee gelijk te stellen, dan wel een daarmee gelijk te stellen evenement.
- a.
Artikel 2.2 toepassingsbereik bij verleende vergunningen
-
1. De gemeente start een eigen onderzoek bij verleende vergunningen als sprake is van een melding als bedoeld in artikel 5.37 van de Omgevingswet (wijziging aanvrager of vergunninghouder) en de activiteit(en) waar de verleende vergunning op ziet in Bijlage 1 is aangewezen als een risicoactiviteit;
-
2. De gemeente kan een eigen onderzoek starten bij een verleende vergunning als sprake is van een wijziging van leidinggevende(n) en of zeggenschaphebbende(n) van de vergunninghouder.
Artikel 2.3 toepassingsbereik bij subsidies
De gemeente start een eigen onderzoek met betrekking tot een aanvraag om een subsidie dan wel een reeds vastgestelde of verleende subsidie zoals bedoeld in de Algemene subsidieverordening Rheden, als de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd valt onder één of meer van de in de Bijlage 1 genoemde risicoactiviteit en/ of risicogebieden.
Hoofdstuk 3: Privaatrechtelijke transacties
Artikel 3.1 toepassingsbereik bij vastgoedtransacties
-
1. De gemeente kan een eigen onderzoek verrichten bij vastgoedtransacties waarbij de gemeente partij is. Bij de start van onderhandelingen stelt de gemeente de wederpartij ervan in kennis dat een eigen onderzoek en een adviesaanvraag bij het LBB deel kan uitmaken van de procedure.
-
2. In de vastgoedovereenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen op grond van de Wet Bibob, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst.
-
3. De gemeente start een eigen onderzoek als:
- a.
het vastgoedobject/onroerend goed gebruikt wordt of gebruikt gaat worden voor één of meerdere activiteiten die genoemd zijn in Bijlage 1 van deze beleidsregel;
- b.
het een beeldbepalend vastgoedobject/beeldbepalend onroerend goed betreft;
- c.
er sprake is van een exceptioneel financieel risico voor de gemeente;
- d.
tevens sprake is (of gaat worden) van een aanvraag om beschikking genoemd in hoofdstuk 2 van deze beleidsregel;
- e.
er sprake is van een situatie zoals beschreven in artikel 1.3 van deze beleidsregel.
- a.
Artikel 3.2 toepassingsbereik bij overheidsopdrachten
-
1. De gemeente kan een eigen onderzoek verrichten bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, dan wel bij een overeenkomst zorg vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
-
2. De gemeente kan een eigen onderzoek starten indien de activiteit(en) waarop de overheidsopdracht ziet genoemd zijn in Bijlage 1 van deze beleidsregel.
-
3. In (aanbestedings)documenten wordt opgenomen dat inschrijvende partijen er rekening mee moeten houden dat de gemeente, alvorens tot definitieve gunning wordt overgegaan, een eigen onderzoek kan starten, dan wel advies kan inwinnen als bedoeld in artikel 9 lid 2 van de Wet Bibob.
-
4. In de af te sluiten overeenkomsten kan een integriteitsclausule worden opgenomen waarin is aangegeven dat de overeenkomst kan worden ontbonden als één van de situaties, bedoeld in artikel 9, tweede lid van de Wet Bibob zich voordoet.
Hoofdstuk 4: Slotbepalingen
Artikel 4.1 inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking onder gelijktijdige intrekking van “beleidsregel Wet BIBOB gemeente Rheden 2019”.
-
2. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: “Beleidsregel Bibob gemeente Rheden 2025”.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door de burgemeester op 6 januari 2026,
de burgemeester
Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders voornoemd op 6 januari 2026,
Secretaris en burgemeester
Bijlage 1: Risicoactiviteiten
Lijst van risicoactiviteiten
In onderstaande lijst staan de risicoactiviteiten die gelden in de gemeente Rheden. Ze zijn verdeeld over categorieën.
Artikel 1 Horeca-activiteiten
- 1.
Horecabedrijven
- 2.
Hotel/pensions, of andere locaties om te overnachten
- 3.
Coffeeshops
- 4.
Shishalounges
- 5.
Zaalverhuur
Artikel 2 Recreatie en vrije tijd
- 1.
Recreatieparken
- 2.
Jachthavens
- 3.
Evenementen, zoals
- o
Vechtsportgala’s (of vergelijkbare evenementen)
- o
Ride outs motorclubs (of vergelijkbare evenementen)
- o
- 4.
Speelautomatenhallen/gamecenters/casino’s
- 5.
Fitnessbedrijven/sportscholen
- 6.
Sporthallen/-complexen
- 7.
Commerciële sportactiviteiten
Artikel 3 Prostitutie
- 1.
Prostitutie- en seksbedrijven
- 2.
Seksinrichtingen
- 3.
Escortbedrijven
- 4.
Seksbioscopen
- 5.
Erotische massagesalons
Artikel 4 Detailhandel en dienstverlening
- 1.
Smartshops/headshops/giftshops
- 2.
Wellnesscentra/zonnestudio’s
- 3.
Kappers/barbershops/nagelstudio’s/tattooshops/massagesalons
- 4.
Belwinkels
- 5.
Goudinkoopbedrijven
- 6.
Pandjeshuizen
- 7.
Verhuur van transportmiddelen (auto’s, (bestel)bussen, deelvoertuigen)
- 8.
Darkstores
Artikel 5 Wonen
- 1.
Kamerverhuurbedrijven (inclusief omgevingsvergunningen voor kamerverhuur- en/of logiespanden 3 of meer kamers)
- 2.
Omzetten/splitsen van woningen/panden voor kamerverhuur of realisatie van (meerdere) woonruimten bij 3 of meer woonruimten
- 3.
Aanpassen kantoorpanden (naar woningen en/of kamers)
- 4.
Opvang vluchtelingen
- 5.
Huisvesting van arbeidsmigranten
Artikel 6 Opslag
- 1.
Garageboxen/opslagruimtes
- 2.
Bedrijfsverzamelgebouwen
Artikel 7 Milieubelastende activiteiten
- 1.
(gevaarlijke) Afvalbewerking en -verwerking
- 2.
Afvalrecycling
- 3.
Mestverwerking
- 4.
Sloop- en/ of asbestverwijdering
- 5.
Autodemontage
- 6.
Vuurwerkopslag/-transport
- 7.
Datacenters
Artikel 8 Zorg, welzijn, religieus en opleiden
- 1.
Het aanbieden van zorg (inclusief aanbieden van zorgwoningen)
- 2.
Re-integratie-activiteiten
- 3.
Het aanbieden van particuliere schoolactiviteiten
- 4.
Religieuze instellingen
Artikel 9 Duurzaamheid en transitie
- 1.
Energieproductie (inclusief (mest)vergisters, windmolens, zonneparken, enzovoort)
- 2.
Activiteiten voor uitkoop- en opkoopregelingen (in verband met onder andere stikstof)
Bijlage 2 Toelichting
Het doel van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) is het voorkomen dat de overheid strafbare activiteiten faciliteert en/ of dat onrechtmatig verkregen voordeel wordt gebruikt. Dit gebeurt door een Bibob-toets uit te voeren naar de integriteit van de betrokkene en zijn of haar omgeving. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kunnen bijvoorbeeld vergunningen of subsidies worden geweigerd of ingetrokken of kan besloten worden geen opdracht te verlenen aan een partij of geen vastgoedtransactie aan te gaan.
De Wet Bibob geeft de gemeente Rheden een aantal bevoegdheden op welke wijze deze toets kan worden uitgevoerd. De gemeente kan hierbij zelf bepalen wanneer een onderzoek zal worden uitgevoerd. Deze beleidsregel heeft als doel om inzichtelijk te maken wanneer de gemeente de Wet Bibob toepast en hoe de bevoegdheden vanuit de Wet Bibob hierbij worden ingezet.
In Bijlage 1 staan activiteiten waar de gemeente Rheden een Bibob-onderzoek voor wil doen. Voor deze activiteiten bestaat een verhoogd risico op criminaliteit of het witwassen van crimineel verdiend geld.
Hoe zijn de risicoactiviteiten bepaald?
In de lijst met risicoactiviteiten staan de volgende activiteiten:
- -
Activiteiten die onder de Wet Bibob vallen, zoals activiteiten waar een alcoholwetvergunning voor nodig is of sommige milieu- of bouwactiviteiten. Sinds 2013 vallen ook vastgoedtransacties onder de Wet Bibob, en sinds 2022 ook (zorg)aanbestedingen. Deze activiteiten vallen onder de Wet Bibob omdat bij deze activiteiten volgens de overheid een verhoogd risico is op criminaliteit. De overheid maakt hiervoor gebruik van een onderzoek van criminoloog / emeritus hoogleraar Cyrille Fijnaut (hierna: Fijnaut) (zie ook ‘Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob’).
- -
Activiteiten waarvoor in de gemeente Rheden een vergunning nodig is. Gemeenten mogen ervoor kiezen om voor sommige activiteiten een vergunning verplicht te maken (vergunningplicht voor aan te wijzen bedrijfsmatige activiteiten ter bestrijding van ondermijning). De gemeente heeft besloten dat er een vergunning nodig is voor die activiteiten om problemen zoals overlast of onveilige situaties aan te pakken.
- -
Activiteiten waar de gemeente negatieve ervaringen mee heeft. Denk bijvoorbeeld aan problemen met sommige zorgbureaus (zorgfraude), uitzendbureaus of duurzaamheidsprojecten. De gemeente kan ook activiteiten die heel veel voorkomen in een gebied toevoegen aan de lijst.
De overheid heeft er bewust voor gekozen om geen definitieve lijst met risicoactiviteiten te maken, maar gemeenten de vrijheid te geven om zelf activiteiten toe te voegen. Ze kunnen dat bijvoorbeeld doen als uit onderzoek blijkt dat ook andere branches in hun gemeente een verhoogd risico hebben op criminaliteit. Met een definitieve lijst zou ook het risico bestaan dat criminelen overstappen naar andere branches die buiten de Wet Bibob vallen.
Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob
Voor het bepalen van de risicoactiviteiten heeft de overheid het onderzoek van Fijnaut gebruikt.1 Fijnaut heeft vier criteria omschreven waarmee je kunt bepalen of een branche een verhoogd risico heeft op criminaliteit:
- 1.
Zijn criminelen goed bekend met de branche?
- 2.
Is het makkelijk om als bedrijf onderdeel te worden van de branche?
- 3.
Is er veel concurrentie tussen kleine bedrijven waarin veel contant geld aanwezig is?
- 4.
Heeft de branche vage, ingewikkelde en soms tegenstrijdige regels?
Op basis van deze criteria heeft de overheid eerst alleen de volgende branches onder de Wet Bibob laten vallen: horeca, bouwsector, autobranche, textielindustrie, de afvalverwerkingsbranche, de transportsector, prostitutie- en seksbedrijven en de goksector. Later heeft de overheid daar de volgende branches aan toegevoegd: coffeeshops, bedrijven die drugs of andere stoffen die onder de Opiumwet vallen produceren of verhandelen en de ICT-sector.2
In 2010 voegde de overheid daar nog de volgende branches aan toe: uitzendbranche, evenementenbranche, belwinkels, headshops, kansspelautomatenbranche en de vastgoedsector. De reden hiervoor was het onderzoek voor de Evaluatie- en Uitbreidingswet Bibob in 2010. Later voegde de overheid nog de vuurwerksector en kamerverhuur toe.3
Ook voegde het sommige niet-vergunningplichtige sectoren als belwinkels, massagesalons en avondkappers toe.4 Deze sectoren hebben het risico gebruikt te worden voor het witwassen van geld, ontduiken van belasting en andere soorten van criminaliteit. Dit komt deels doordat er veel contant geld aanwezig is en het makkelijk is om onderdeel te worden van de branche (Fijnaut-criteria 2 en 3).
Uit onderzoek blijkt verder dat criminele organisaties in Nederland aanwezig zijn in de horecabranche, groothandel en detailhandel (zoals de import en export van fruit), de vastgoedsector, de prostitutie, de transportsector en de verhuur van motorvoertuigen.5 Daarom zijn ook die branches opgenomen in de lijst met risicoactiviteiten. Voor de definitie van Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) sluiten we aan bij de beschrijving van het RIEC/LIEC.
Wanneer voert de gemeente een Bibob-onderzoek uit bij deze risicoactiviteiten?
De gemeente kan alleen een Bibob-onderzoek doen bij publiekrechtelijke beschikkingen (zoals vergunningen of subsidies) of privaatrechtelijke transacties (zoals overheidsopdrachten en vastgoedtransacties).
Voor onderstaande activiteiten is niet altijd een vergunning nodig. Als er geen vergunning nodig is voor een activiteit, kan de gemeente de Wet Bibob niet direct uitvoeren. Wel kan het zijn dat de gemeente nog andere beslissingen moeten nemen om die activiteit mogelijk te maken, zoals een omgevingsvergunning geven, een overheidsopdracht verstrekken of een vastgoedtransactie sluiten. Als dat zo is, kan de gemeente de Wet Bibob toch nog uitvoeren.
De gemeente probeert het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo klein mogelijk te houden. Toch moet de gemeente soms meerdere keren een Bibob-onderzoek doen bij een betrokkene.
Voorbeelden hoe de gemeente de Wet Bibob uitvoert bij risicoactiviteiten
Voorbeeld 1:
Bij de gemeente komt een ondernemer die een nagelstudio wil beginnen. Nagelstudio’s vallen onder de risicoactiviteiten, dus de gemeente wil hier een Bibob-onderzoek voor doen. Maar omdat er geen vergunning nodig is voor een nagelstudio, kan de gemeente het Bibob-onderzoek nu niet doen.
De ondernemer zegt dat hij voor de nagelstudio een gebouw van de gemeente wil huren. Dit is een vastgoedtransactie, dus daarvoor kan de gemeente wel een Bibob-onderzoek doen. Zo kan de gemeente het Bibob-onderzoek dus indirect toch uitvoeren voor de nagelstudio.
Als de ondernemer de nagelstudio wilde starten in een gebouw dat niet van de gemeente is, kan de gemeente geen Bibob-onderzoek doen. Huurcontracten met particulieren vallen namelijk niet onder de Wet Bibob.
Voorbeeld 2:
Een ondernemer meldt zich bij de gemeente met een plan om een zorgboerderij te starten. Het gebouw dat de ondernemer hiervoor wil gebruiken is van de gemeente. Dit gebouw is nu nog niet geschikt en heeft een andere functie in het omgevingsplan. De ondernemer wil het gebouw duurzaam verbouwen. Zij vraagt daarvoor duurzaamheidssubsidie aan bij de gemeente.
Het aanbieden van zorg is een risicoactiviteit. Daarom wil de gemeente hiervoor een Bibob-onderzoek uitvoeren. De gemeente heeft daar verschillende mogelijkheden voor, want voor alle activiteiten hieronder kan de gemeente een Bibob-onderzoek starten:
- -
De ondernemer vraagt een vergunning aan voor een omgevingsplanactiviteit.
- -
Er komt een vastgoedtransactie want de ondernemer huurt het gebouw van de gemeente.
- -
De ondernemer vraagt om een wijziging van het omgevingsplan.
- -
De ondernemer vraag duurzaamheidssubsidie aan.
- -
Voor de zorgactiviteiten koopt de gemeente zorg in bij deze aanbieder.
Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. De eerste stap is waarschijnlijk het sluiten van een huurcontract (vastgoedtransactie), of het veranderen van het omgevingsplan. De gemeente kan het beste al meteen bij die eerste stap het Bibob-onderzoek doen. Zo voorkomt de gemeente dat in een latere stap blijkt dat de ondernemer niet integer is en dan al van alles is geregeld voor de zorgboerderij.
Eigen onderzoek
Ten aanzien van het eigen onderzoek wordt opgemerkt dat de hierna genoemde stappen bedoeld zijn om het eigen onderzoek door de gemeente voor de betrokkene(n) en eventuele relevante Bibob-relaties inzichtelijk te maken. De gemeente behoudt zich het recht voor om het eigen onderzoek op een andere wijze uit te voeren, binnen de hiervoor gestelde wettelijke kaders en bevoegdheden.
Ten aanzien van de privaatrechtelijke overeenkomsten zijn de bepalingen opgenomen in het Inkoopbeleid van de gemeente Rheden, algemene inkoopvoorwaarden voor leveringen en diensten van de gemeente dan wel de GIBIT-voorwaarden bij ICT-opdrachten en in (voorgenomen) overeenkomsten leidend.
In de beleidsregel is bepaald wanneer de gemeente een eigen onderzoek zal en kan starten in het kader van de Wet Bibob.
Wanneer in de beleidsregel is bepaald dat het eigen onderzoek zal worden gestart op basis van eigen ambtelijke informatie, kan deze eigen ambtelijke informatie mede verkregen worden door bevraging van één of meerdere (gesloten) bronnen, waarbij de bevoegdheid om deze bronnen te bevragen gebaseerd is op de Wet Bibob.
Wanneer de gemeente een eigen onderzoek start, dient de betrokkene (en eventueel degene die met de betrokkene gelijk kan worden gesteld) het Bibob-vragenformulier in te vullen en in te leveren bij de gemeente. Daarbij dienen ook de documenten te worden gevoegd die in deze vragenformulieren ter onderbouwing van de gegeven antwoorden worden gevraagd.
In geval de aanvraag betrekking heeft op een nieuwe beschikking, maken de Bibob-vragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag voor de beschikking.
Advies Landelijk Bureau Bibob
Aanvullend op het eigen onderzoek kan een advies bij het Landelijk Bureau Bibob worden gevraagd indien:
- a.
vragen ontstaan of bestaan over de integriteit van de betrokkene en/of zijn potentiële, huidige of voormalige Bibob-relaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob;
- b.
na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de bedrijfsstructuur van aan de uitvoering van de beschikking te verbinden onderneming(en);
- c.
na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de financiering van de aan de betreffende beschikking te verbinden activiteiten;
- d.
het Landelijk Bureau Bibob de gemeente adviseert om ten aanzien van een betrokkene advies aan te vragen, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;
- e.
de gemeente van de officier van justitie of een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidsopdracht een tip heeft ontvangen als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Een toetsing aan de Wet Bibob met behulp van een advies van het Landelijk Bureau Bibob geldt in beginsel als een uiterst middel om de integriteit van een betrokkene en diens relaties te onderzoeken. Bij deze zware inbreuk op de privacy zal de gemeente de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen. Deze eisen brengen mee dat de gemeente eerst gebruik zal maken van de eigen instrumenten of de weigerings- en intrekkingsgronden van de onderliggende regelgeving.
De adviesaanvraag bij het Landelijk Bureau Bibob is geen beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Hiertegen staat derhalve geen bezwaar of beroep open. Wel staat het de aanvrager van een vergunning te allen tijde vrij de aanvraag in te trekken.
Adviestermijn
Indien de gemeente een advies aanvraagt bij het Landelijk Bureau Bibob, wordt op grond van artikel 31 van de Wet Bibob, de wettelijke termijn waarbinnen de beschikking dient te worden gegeven, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies door het Landelijk Bureau Bibob in behandeling wordt genomen. De opschorting eindigt met de dag waarop het advies is ontvangen, met dien verstande dat deze opschorting niet langer duurt dan de termijn, zoals genoemd in artikel 15, eerste lid, van de Wet Bibob.
Indien het Landelijk Bureau Bibob het advies niet binnen de in artikel 15, eerste lid gestelde termijn kan geven, heeft het de mogelijkheid om op grond van artikel 15, derde lid, van de Wet Bibob, de termijn te verlengen. Deze verlenging bedraagt niet meer dan de termijn genoemd in artikel 15, derde lid, van de Wet Bibob. De gemeente informeert de betrokkene onverwijld over deze verlenging.
De verlenging van de adviestermijn van het Landelijk Bureau Bibob, alsmede eventuele tijdelijke opschorting van de adviestermijn van het Landelijk Bureau Bibob in gevallen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Wet Bibob, leiden tot een verdere opschorting van de wettelijke beslistermijn op de beschikking.
Besluitvorming naar aanleiding van een Bibob-onderzoek:
Indien naar aanleiding van het Bibob-onderzoek sprake is van een (voor de betrokkene) negatieve beslissing wordt de betrokkene(n) en eventuele derden in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen, als bedoeld in artikel 33 van de Wet Bibob.
Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij beschikkingen
- 1.
De gemeente gaat in beginsel over tot een negatief besluit op de aanvraag op de beschikking of de verleende beschikking, indien uit het eigen onderzoek en een eventueel daarop afgegeven advies van het Landelijk Bureau Bibob blijkt dat sprake is van een ernstige mate van gevaar, zoals als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob.
- 2.
Wanneer blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar, zoals als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob, kan de gemeente bij mindere mate van gevaar aan de beschikking voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van het gevaar. Indien niet wordt voldaan aan een op grond van deze bepaling gegeven voorschrift, kan de gemeente de beschikking intrekken.
- 3.
De gemeente kan bij een ernstige mate van gevaar in plaats van het weigeren of intrekken van de beschikking, indien de ernst van de strafbare feiten het weigering of intrekking van de beschikking niet rechtvaardigt, aan de beschikking aanvullende voorschriften verbinden. Deze voorschriften zijn gericht op het wegnemen of beperken van het gevaar. Indien niet wordt voldaan aan een op grond van deze bepaling gegeven voorschrift, kan de gemeente de beschikking intrekken.
Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij vastgoedtransacties
- 1.
De gemeente zal in beginsel overgaan tot het afbreken van de onderhandelingen, indien uit het eigen onderzoek en/of een eventueel daarop afgegeven advies van het Landelijk Bureau Bibob blijkt dat ten minste één van de onderstaande situaties zich voordoet:
- a.
er is sprake van ten minste een mindere mate van gevaar dat de vastgoedtransactie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten;
- b.
er is sprake van ten minste een mindere mate van gevaar dat in of met de onroerende zaak waar de vastgoedtransactie betrekking op heeft, mede strafbare feiten zullen worden gepleegd;
- c.
er is sprake van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat betrokkene in relatie staat tot ernstige strafbare feiten die naar het oordeel van de gemeente een integriteitsrisico vormen (ongeacht de mate van gevaar);
- d.
er is sprake van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de vastgoedtransactie een strafbaar feit is gepleegd;
- e.
In de gevolgen van een Bibob-onderzoek dat is gestart nadat de vastgoedtransactie is aangegaan, wordt bij overeenkomst voorzien.
- a.
Gevolgen van een Bibob-onderzoek bij overheidsopdrachten
- 1.
In geval van een inschrijving op een overheidsopdracht, kan de informatie uit het Bibob-onderzoek dienen als onderbouwing van een of meerdere uitsluitingsgronden als genoemd in de Aanbestedingswet 2012;
- 2.
Bij overeenkomsten als bedoeld in de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 kan de informatie uit het Bibob-onderzoek aanleiding zijn om de overeenkomst niet aan te gaan, dan wel te ontbinden.
Inzetten van overige bevoegdheden
Gebruik Bibob-advies (en informatie uit eigen onderzoek)
De gemeente kan een advies van het Landelijk Bureau Bibob en informatie verkregen uit het eigen onderzoek gedurende vijf jaren gebruiken in verband met een andere beslissing.
Bibob-register
Indien sprake is van een zelfstandige gevaarsbeoordeling (zonder advies van het Landelijk Bureau Bibob) of sprake is van een vermoeden dat de betrokkene(n) zich terugtrekt vanwege het toepassen van de Wet Bibob zal de gemeente hiervan melding maken zoals bedoeld in artikel 7a lid 7 en lid 8 van de Wet, door middel van inschrijving in het daar voor ingerichte Bibob-register.
Tippen andere gemeenten en/ of rechtspersonen
De gemeente zal indien hier aanleiding toe is gebruik maken van haar tipbevoegdheid als bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Verstrekken van gegevens aan andere gemeenten en/ of rechtspersonen
De gemeente zal op verzoek de informatie verkregen op grond van de Wet Bibob verstrekken aan andere gemeenten en/of rechtspersonen met een overheidstaak zoals bedoeld en onder de voorwaarden als genoemd in artikel 28 lid 2 onder m van de Wet Bibob.
Noot
4Zie: consultatieversie van de memorie van toelichting bij de wetswijziging Evaluatie- en Uitbreidingswet (januari 2010)
Noot
5Zie de studies van Ferwerda en Unger (2015) en Kruisbergen, Kleemans en Kouwenberg (2015), Wat doen daders met hun geld? Uitkomsten van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit 2014. Zij onderzochten in welke branches veel crimineel geld wordt geïnvesteerd door te kijken naar Nederlandse strafzaken. Zie ook: Essen en Maan (2022), Criminele inmenging in het mkb: casusonderzoek naar de faciliterende rol van bonafide ondernemingen in het criminele bedrijfsproces.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl