Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755281
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755281/1
Beleidsregels Wet Bibob Heemskerk 2026
Geldend van 14-01-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels Wet Bibob Heemskerk 2026Wettelijke grondslag: Wet Bibob en Gemeentewet.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Deze beleidsregel legt uit hoe de gemeente Heemskerk de Wet Bibob uitvoert.
Wat is de Wet Bibob?
Bibob staat voor “bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur”. Het doel van de Wet Bibob is voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten of het witwassen van crimineel verdiend geld mogelijk maakt. De gemeente voert daarom een Bibob-onderzoek uit bij activiteiten die een verhoogd risico op criminaliteit hebben. Met dit onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit, dus of iemand te vertrouwen is en niet betrokken is bij criminele activiteiten. De gemeente kan ook personen uit de zakelijke omgeving van betrokkene onderzoeken.
Wanneer kan de gemeente een Bibob-onderzoek doen?
De gemeente mag alleen een Bibob-onderzoek doen bij de volgende activiteiten:
- •
activiteiten waar een vergunning/ontheffing voor nodig is
- •
activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd
- •
opdrachten voor de overheid (overheidsopdrachten)
- •
vastgoedtransacties, zoals onder andere het kopen of verkopen van gebouwen of grond van de gemeente.
In de Wet Bibob staat hoe gemeenten het Bibob-onderzoek mogen doen.
Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob-onderzoek?
De gemeente kan bij het vermoeden van crimineel misbruik beslissen geen vergunning, ontheffing, subsidie of overheidsopdracht te geven, of geen vastgoedtransactie te sluiten. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of een overeenkomst te stoppen.
Artikel 1.1 Begripsomschrijving
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –
Gemeente: in deze beleidsregel verwijst gemeente naar een bestuursorgaan van de gemeente (de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad van de gemeente Heemskerk of naar de rechtspersoon met een overheidstaak. Afhankelijk van de situatie is een ander orgaan bevoegd.
- –
Eigen onderzoek: het Bibob-onderzoek dat de gemeente Heemskerk uitvoert, zoals bedoeld in artikel 7a van de Wet Bibob.
- –
Eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeente aanwezig is, bijvoorbeeld in documenten of digitaal. Of informatie die de gemeente in open of gesloten bronnen mag bekijken of aanvragen. De gemeente mag deze informatie gebruiken voor het eigen onderzoek.
- –
Bibob-vragenformulier: het formulier dat iemand in moet vullen bij de start van een Bibob-onderzoek (zie artikel 7a, lid 5 van de Wet Bibob).
- –
Rechtspersoon met een overheidstaak: de gemeente Heemskerk;
- –
RIEC: het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum zoals bedoeld in artikel 28, lid 2 onder d van de Wet Bibob. Deze organisatie gaat georganiseerde criminaliteit tegen.
- –
Landelijk Bureau Bibob: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, zoals bedoeld in artikel 8 van de wet. De gemeente kan dit bureau vragen om een Bibob-advies te geven.
Artikel 1.2 Algemene toepassing van deze beleidsregel
-
1. Geval: Niet in alle gevallen van een aanvraag tot een beschikking of het aangaan van een privaatrechtelijke transactie vindt automatisch een eigen onderzoek (Bibob-toets) plaats. In de beleidsregel is aangegeven in welke gevallen een eigen onderzoek plaatsvindt.
-
2. Meerdere aanvragen: Er kunnen zich situaties voordoen waarbij voor een activiteit en/of project meerdere vergunningsaanvragen ingediend worden. In dit soort gevallen wordt, waar mogelijk, in een zo vroeg mogelijk stadium het Bibob-onderzoek uitgevoerd. Hierdoor blijft het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo beperkt mogelijk. Toch kunnen er overwegingen zijn om meerdere keren een Bibob-onderzoek uit te voeren naar een betrokkene.
-
3. Risico-categorieën: Bedrijfsactiviteiten in sommige branches zorgen voor een verhoogd risico op criminele invloeden. Dit wordt bepaald door kenmerken van de branche en de omgeving. Op basis hiervan zijn een aantal risico-categorieën in bijlage 1 vastgesteld die behoren tot de beleidsregel en die medebepalend zijn of een eigen onderzoek wordt uitgevoerd.
Artikel 1.3 De gemeente mag afwijken van deze beleidsregel
In deze beleidsregel heeft de gemeente Heemskerk omschreven in welke gevallen het een Bibob-onderzoek uitvoert. Ook in andere gevallen kan de gemeente een Bibob-onderzoek uitvoeren als zij dat nodig vindt. De gemeente kan dit doen zolang het zich aan de Wet Bibob en relevante wetgeving houdt.
2 Hoofdstuk 2: Publiekrechtelijke beschikkingen
Artikel 2.1 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe als iemand een vergunning aanvraagt?
-
1. De gemeente voert een eigen Bibob-onderzoek uit als het een aanvraag voor één van de volgende vergunningen ontvangt:
- a.
Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voor horecabedrijven, behalve paracommerciële rechtspersonen.
- b.
Exploitatievergunning openbare inrichting zoals bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Heemskerk;
- c.
Exploitatievergunning speelgelegenheid zoals bedoeld in artikel 2 speelautomatenhallenverordening Heemskerk 2018;
- d.
Exploitatievergunning voor een seksinrichting of escortbedrijf zoals bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Heemskerk.
- a.
-
2. De gemeente kan een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als het een aanvraag ontvangt voor één van de onderstaande vergunningen. De gemeente zal dit Bibob-onderzoek uitvoeren als ook één of meerdere van de situaties onder lid 3 van dit artikel voorkomen.
- a.
Een vergunning zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet voor:
- i.
een bouwactiviteit;
- ii.
een omgevingsplanactiviteit;
- iii.
een milieubelastende activiteit.
- i.
- b.
Een aanvraag om een omgevingsplan te wijzigen zoals bedoeld in en volgens de voorwaarden van artikel 4.19b van de Omgevingswet;
- c.
Evenementenvergunning zoals bedoeld in 2.24 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Heemskerk;
- d.
Omzettingsvergunning of splitsingsvergunning zoals bedoeld in artikel 21 en 22 van de Huisvestingswet.
- e.
Alcoholwetvergunning voor slijterijbedrijven zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet;
- f.
Bijschrijving (dag)leidinggevende op Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 30a en 30b van de Alcoholwet;
- g.
Aanwezigheidsvergunning kansspelautomaat zoals bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen;
- h.
Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voor paracommerciële rechtspersonen zoals bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
- i.
Vergunningen die zijn aangevraagd voor één of meerdere activiteiten en/of projecten die vallen onder de risicoactiviteiten (zie bijlage 1);
- j.
Vergunningen die zijn aangevraagd in een risicogebied (zie bijlage 2);
- k.
Overige vergunningaanvragen waarbij de gemeente de Wet Bibob mag uitvoeren, maar die niet in deze beleidsregel of bijlage 1 (risicoactiviteiten) of bijlage 2 (risicogebieden) staan.
- a.
-
3. De gemeente zal een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren voor de vergunningaanvragen uit lid 2 als:
- a.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie of informatie die de gemeente kreeg van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;
- b.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;
- c.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
- a.
-
4. De gemeente voert in beginsel geen eigen Bibob-onderzoek uit voor aanvragen van overheidsinstanties, semi-overheidsinstanties of woning(bouw)corporaties die onder de Woningwet vallen.
Bij zulke aanvragen zal de gemeente wel een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als één van de situaties uit lid 3 van dit artikel voorkomen.
Artikel 2.2 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe als iemand al een vergunning heeft (verleende vergunning)?
-
1. De gemeente start een eigen onderzoek bij verleende vergunningen als beide situaties hieronder voorkomen:
- a.
De gemeente krijgt een melding dat de persoon die de vergunning heeft gekregen de vergunning op naam van iemand anders wil zetten (wijziging aanvrager of vergunninghouder zoals bedoeld in artikel 5.37 van de Omgevingswet) én
- b.
Eén of meerdere activiteiten waarvoor de vergunning geldt een risicoactiviteit is (zie bijlage 1) en/of in een risicogebied plaatsvindt (zie bijlage 2). Bij omgevingsvergunningen kan dit alleen als aan de voorwaarden is voldaan van artikel 5.40 van de Omgevingswet (bevoegdheid tot wijziging voorschriften omgevingsvergunning en intrekking omgevingsvergunning).
- a.
-
2. De gemeente kan een eigen onderzoek starten bij een verleende vergunning als:
- a.
de gemeente de activiteit of het gebied waarvoor de vergunning geldt na het verlenen van de vergunning heeft toegevoegd aan de risicoactiviteiten (zie bijlage 1) of risicogebieden (zie bijlage 2).
- b.
de leidinggevende(n) en/of zeggenschaphebbende(n) van de persoon die de vergunning heeft gekregen is/zijn veranderd.
- c.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC.
- d.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob.
- e.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
- a.
Artikel 2.3 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe bij subsidies?
De gemeente kan een eigen Bibob-onderzoek starten bij een aanvraag voor een subsidie, een reeds vastgestelde of verleende subsidie zoals bedoeld in de algemene subsidieverordening als:
- a.
De activiteit waarvoor de subsidie geldt onder één of meer van de risicoactiviteiten valt (zie bijlage 1) en/of in een van de risicogebieden gebeurt (zie bijlage 2).
- b.
De gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC.
- c.
De gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob.
- d.
De gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
3 Hoofdstuk 3: Privaatrechtelijke transacties
Artikel 3.1 Hoe past de gemeente de Wet Bibob toe bij vastgoedtransacties?
- a.
De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen als de gemeente zelf een vastgoedtransactie doet, zoals het kopen of verkopen van een gebouw of een stuk grond.
- b.
De gemeente moet de betrokkene laten weten wanneer het een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente kan deze informatie bijvoorbeeld in de verkoopleidraad zetten en/of dit vertellen bij de start van de onderhandelingen.
- c.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract voor de vastgoedtransactie. Hierin staat dat de gemeente onder het contract uit kan als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de andere partij niet integer is.
Artikel 3.2 De gemeente kan een eigen Bibob-onderzoek starten als:
- a.
het vastgoedobject, zoals een gebouw of een stuk grond, gebruikt wordt of gebruikt gaat worden voor één of meerdere activiteiten die vallen onder de risicoactiviteiten (zie bijlage 1) en/of gebeuren in één van de risicogebieden (zie bijlage 2).
- b.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het RIEC;
- c.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;
- d.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Artikel 3.3 Hoe past de gemeente de Wet Bibob toe bij overheidsopdrachten?
-
1. De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en bij zorgovereenkomsten vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).
-
2. De gemeente neemt in de (aanbestedings)documenten op dat de partijen die meedoen aan een aanbesteding of die een zorgovereenkomst willen sluiten met de gemeente, er rekening mee moeten houden dat de gemeente, alvorens tot definitieve gunning overgaat, een (eigen) Bibob-onderzoek kan doen en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies kan vragen.
-
3. De gemeente moet de partijen die meedoen aan een aanbesteding of die een zorgovereenkomst willen sluiten met de gemeente, laten weten wanneer het een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente zet deze informatie in (aanbestedings)documenten.
-
4. De gemeente neemt in de (aanbestedings)documenten een integriteitsclausule op, op basis waarvan kan worden overgegaan tot uitsluiting van de inschrijvende partij, als zich één van de situaties zoals bedoeld in artikel 9, tweede lid van de Wet Bibob voordoet
-
5. De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract. Daarin zet de gemeente dat het onder het contract uit kan als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de uitvoerder van de opdracht niet integer is, zoals bedoeld in artikel 9, lid 2 van de Wet Bibob.
Artikel 3.4 Eigen onderzoek
-
1. De gemeente kan vóór het aangaan van het contract een eigen Bibob-onderzoek starten als:
- a.
één of meerdere activiteiten van de overheidsopdracht onder de risicoactiviteiten vallen (zie bijlage 1) of gebeuren in één van de risicogebieden (zie bijlage 2).
- b.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van een van de partners van het samenwerkingsverband RIEC.
- c.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob.
- d.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, of een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
- e.
de informatie uit de eigen organisatie of een tip (zie onderdeel b tot en met d) heeft ontvangen over een onderaannemer.
- a.
Artikel 3.5 Eigen onderzoek tijdens contract
Als één of meer van de situaties uit artikel 3.4 eerste onder a t/m e voorkomen tijdens het uitvoeren van het contract kan de gemeente ook een eigen Bibob-onderzoek starten.
4 Hoofdstuk 4: Gevolgen niet meewerken Bibob-onderzoek
Artikel 4.1 Weigeren medewerking
De gemeente biedt de betrokkene een redelijke termijn om het Bibob-vragenformulier volledig ingevuld met de daarbij behorende gegevens en documenten te retourneren. Het niet volledig invullen van het formulier en/of het ontbreken van de te verstrekken documenten, of het niet (tijdig) retourneren hiervan kan worden beschouwd als het niet meewerken of het weigeren mee te werken aan het Bibob-onderzoek. Dit kan leiden tot het volgende bij een:
- a.
aanvraag van een beschikking, zoals bedoeld in de Wet Bibob, tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemeente heeft dan immers onvoldoende gegevens voorhanden om een aanvraag inhoudelijk te beoordelen aan de kaders van de Wet Bibob, waardoor geen besluit op de aanvraag kan worden genomen.
- b.
verleende beschikking zoals bedoeld in de Wet Bibob, wordt dit, op grond van artikel 4 lid 1 van de Wet Bibob, beschouwd als een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob, waardoor de betreffende beschikking kan worden ingetrokken;
- c.
vastgoedtransactie of een overheidsopdracht is het gevolg afhankelijk van wat contractueel is afgesproken. In beginsel zou het kunnen leiden tot het niet aangaan of verbreken van de transactie of opdracht.
Artikel 4.2. Valsheid in geschrifte
Naast het volledig invullen van het Bibob-vragenformulier, moet deze ook naar waarheid worden ingevuld. Het opzettelijk verschaffen van onjuiste informatie is strafbaar, net als het opzettelijk weglaten van informatie (art. 227a en 227b, Wetboek van Strafrecht). De gemeente kan de vergunning in dat geval weigeren of intrekken, een vastgoed-/grondtransactie niet aangaan dan wel een inschrijver voor een overheidsopdracht uitsluiten (artikel 3 lid 6 van de Wet Bibob). Als er een vermoeden bestaat dat ter verkrijging of behoud van de (ver)gunning een strafbaar feit, bijvoorbeeld valsheid in geschrifte, is gepleegd kan de gemeente aangifte doen bij de politie. Van deze bevoegdheid zal de gemeente in beginsel gebruik maken.
Artikel 4.3 Registratie in Bibob-register
Ter uitvoering van de Wet Bibob registreert de gemeente gegevens in het Landelijk Bibob-register. Deze registratie dient ter bevordering van zorgvuldige informatie-uitwisseling en versterking van de integriteitsbevordering.
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
Artikel 5 Intrekking
De “Beleidsregel Wet Bibob gemeente Heemskerk 2019” wordt ingetrokken.
Artikel 6 Overgangsbepalingen
Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen als bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van deze beleidsregel, ontvangen vanaf de dag van inwerkingtreding.
Artikel 7 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 8 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Beleidsregel Wet Bibob gemeente Heemskerk 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de B&W vergadering van 21 oktober 2025 en in de openbare raadsvergadering van 11 december 2025,
burgemeester en wethouders van Heemskerk,
de secretaris,
de burgemeester,
Bijlage 1: Risicoactiviteiten
In deze bijlage staan activiteiten waar de gemeente Heemskerk een Bibob-onderzoek voor kan doen. Voor deze activiteiten bestaat een verhoogd risico op criminaliteit of het witwassen van crimineel verdiend geld.
Hoe zijn de risicoactiviteiten bepaald?
In de lijst met risicoactiviteiten staan de volgende activiteiten:
- –
Activiteiten die onder de Wet Bibob vallen, zoals activiteiten waar een alcoholwetvergunning voor nodig is of sommige milieu- of bouwactiviteiten. Sinds 2013 vallen ook vastgoedtransacties onder de Wet Bibob, en sinds 2022 ook (zorg)aanbestedingen. Deze activiteiten vallen onder de Wet Bibob omdat bij deze activiteiten volgens de overheid een verhoogd risico is op criminaliteit. De overheid maakt hiervoor gebruik van een onderzoek van criminoloog / emeritus hoogleraar Cyrille Fijnaut (hierna: Fijnaut) (zie ook ‘Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob’).
- –
Activiteiten waarvoor in de gemeente Heemskerk een vergunning nodig is. Gemeenten mogen ervoor kiezen om voor sommige activiteiten een vergunning verplicht te maken (vergunningplicht voor aan te wijzen bedrijfsmatige activiteiten ter bestrijding van ondermijning). De gemeente heeft besloten dat er een vergunning nodig is voor die activiteiten om problemen zoals overlast of onveilige situaties aan te pakken.
- –
Activiteiten waar de gemeente negatieve ervaringen mee heeft. Denk bijvoorbeeld aan problemen met sommige zorgbureaus (zorgfraude), uitzendbureaus of duurzaamheidsprojecten. De gemeente kan ook activiteiten die heel veel voorkomen in een gebied toevoegen aan de lijst.
De overheid heeft er bewust voor gekozen om geen definitieve lijst met risicoactiviteiten te maken, maar gemeenten de vrijheid te geven om zelf activiteiten toe te voegen. Ze kunnen dat bijvoorbeeld doen als uit onderzoek blijkt dat ook andere branches in hun gemeente een verhoogd risico hebben op criminaliteit. Met een definitieve lijst zou ook het risico bestaan dat criminelen overstappen naar andere branches die buiten de Wet Bibob vallen.
Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob
Voor het bepalen van de risicoactiviteiten heeft de overheid het onderzoek van Fijnaut gebruikt 1 . Fijnaut heeft vier criteria omschreven waarmee je kunt bepalen of een branche een verhoogd risico heeft op criminaliteit:
- 1.
Zijn criminelen goed bekend met de branche
- 2.
Is het makkelijk om als bedrijf onderdeel te worden van de branche?
- 3.
Is er veel concurrentie tussen kleine bedrijven waarin veel contant geld aanwezig is?
- 4.
Heeft de branche vage, ingewikkelde en soms tegenstrijdige regels?
Op basis van deze criteria heeft de overheid eerst alleen de volgende branches onder de Wet Bibob laten vallen: horeca, bouwsector, autobranche, textielindustrie, de afvalverwerkingsbranche, de transportsector, prostitutie- en seksbedrijven en de goksector. Later heeft de overheid daar de volgende branches aan toegevoegd: coffeeshops, bedrijven die drugs of andere stoffen die onder de Opiumwet vallen produceren of verhandelen en de ICT-sector2 .
In 2010 voegde de overheid daar nog de volgende branches aan toe: uitzendbranche, evenementenbranche, belwinkels, headshops, kansspelautomatenbranche en de vastgoedsector. De reden hiervoor was het onderzoek voor de Evaluatie- en Uitbreidingswet Bibob in 2010. Later voegde de overheid nog de vuurwerksector en kamerverhuur toe3 . Ook voegde het sommige niet-vergunningplichtige sectoren als belwinkels, massagesalons en avondkappers toe4 . Deze sectoren hebben het risico gebruikt te worden voor het witwassen van geld, ontduiken van belasting en andere soorten van criminaliteit. Dit komt deels doordat er veel contant geld aanwezig is en het makkelijk is om onderdeel te worden van de branche (Fijnaut-criteria 2 en 3).
Uit onderzoek blijkt verder dat criminele organisaties in Nederland aanwezig zijn in de horecabranche, groothandel en detailhandel (zoals de import en export van fruit), de vastgoedsector, de prostitutie, de transportsector en de verhuur van motorvoertuigen5 . Daarom zijn ook die branches opgenomen in de lijst met risicoactiviteiten.
Wanneer voert de gemeente een Bibob-onderzoek uit bij deze risicoactiviteiten?
De gemeente kan alleen een Bibob-onderzoek doen bij publiekrechtelijke beschikkingen (zoals vergunningen of subsidies) of privaatrechtelijke transacties (zoals overheidsopdrachten en vastgoedtransacties).
Voor onderstaande activiteiten is niet altijd een vergunning nodig. Als er geen vergunning nodig is voor een activiteit, kan de gemeente de Wet Bibob niet direct uitvoeren. Wel kan het zijn dat de gemeente nog andere beslissingen moeten nemen om die activiteit mogelijk te maken, zoals een omgevingsvergunning geven of een vastgoedtransactie sluiten. Als dat zo is, kan de gemeente de Wet Bibob toch nog uitvoeren.
Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. Anders kan het lastig zijn om een beslissing terug te draaien, bijvoorbeeld bij vastgoedtransacties. Ook geeft dit de betrokkene die de activiteit wil uitvoeren snel duidelijkheid.
De gemeente probeert het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo klein mogelijk te houden. Toch moet de gemeente soms meerdere keren een Bibob-onderzoek doen bij een betrokkene.
Lijst van risicoactiviteiten
In onderstaande lijst staan de risicoactiviteiten die gelden in de gemeente Heemskerk. Ze zijn verdeeld over categorieën.
Horeca-activiteiten
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Alcoholwet of de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente, zoals de exploitatievergunning voor openbare inrichtingen.
- 1.
Horecabedrijven
- 2.
Hotel/pensions, of andere locaties om te overnachten
- 3.
Coffeeshops
- 4.
Shishalounges
- 5.
Zaalverhuur
De rechter heeft in verschillende uitspraken over horecabedrijven6 geoordeeld dat algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob7 .
Recreatie en vrije tijd
Voor deze activiteiten kan een vergunning nodig zijn vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Ook kan er een combinatie zijn met andere activiteiten, bijvoorbeeld wanneer er ook horeca op een recreatiepark aanwezig is. Dan is er sowieso een vergunning nodig.
- 1.
Recreatieparken
- 2.
Jachthavens
- 3.
Evenementen, zoals
- ○
Vechtsportgala’s (of vergelijkbare evenementen)
- ○
Ride outs motorclubs (of vergelijkbare evenementen)
- ○
- 4.
Speelautomatenhallen/gamecenters/casino’s
- 5.
Fitnessbedrijven/sportscholen
- 6.
Sporthallen/-complexen
- 7.
Commerciële sportactiviteiten
Prostitutie
Voor deze activiteit is een vergunning nodig vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Voor deze activiteit geldt ook vaak een maximum aantal per gebied. Soms is ook een wijziging van het omgevingsplan nodig om deze activiteit op een locatie mogelijk te maken.
- 1.
Prostitutie- en seksbedrijven
- 2.
Escortbedrijven
- 3.
Seksbioscopen
- 4.
Erotische massagesalons
De rechter heeft in verschillende uitspraken over prostitutiebedrijven8 geoordeeld dat het algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob9 .
Detailhandel en dienstverlening
Voor deze activiteiten is meestal geen vergunning nodig, behalve als de gemeente een vergunning verplicht heeft gemaakt. Soms staat in het Omgevingsplan dat voor deze activiteiten een omgevingsplanactiviteit moet worden aangevraagd.
- 1.
Smartshops/headshops/giftshops
- 2.
Wellnesscentra/zonnestudio’s
- 3.
Kappers/barbershops/nagelstudio’s/tattooshops
- 4.
Belwinkels
- 5.
Goudinkoopbedrijven
- 6.
Pandjeshuizen
- 7.
Verhuur van transportmiddelen (auto’s, (bestel)bussen, deelvoertuigen)
- 8.
Darkstores
Wonen
Voor deze activiteiten is meestal een omgevingswetvergunning nodig, bijvoorbeeld voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit. Ook kunnen er vergunningen nodig zijn vanuit de Huisvestingswet, de Wet goed verhuurderschap of regels van de gemeente.
- 1.
Kamerverhuurbedrijven (inclusief omgevingsvergunningen voor kamerverhuur- en/of logiespanden)
- 2.
Omzetten/splitsen van woningen/panden voor kamerverhuur of realisatie van (meerdere) woonruimten
- 3.
Aanpassen kantoorpanden (naar woningen en/of kamers)
- 4.
Opvang vluchtelingen
- 5.
Huisvesting van arbeidsmigranten
Opslag
Als voor deze activiteiten gebouwd moet worden, is er vaak een omgevingsvergunning nodig. Ook moet het omgevingsplan misschien veranderd worden.
- 1.
Garageboxen/opslagruimtes
- 2.
Bedrijfsverzamelgebouwen
Milieubelastende activiteiten
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Omgevingswet (vergunning voor een milieubelastende activiteit en/of omgevingsplanactiviteit):
- 1.
(gevaarlijke) Afvalbewerking en -verwerking
- 2.
Afvalrecycling
- 3.
Mestverwerking
- 4.
Sloop- en/ of asbestverwijdering
- 5.
Autodemontage
- 6.
Vuurwerkopslag/ transport
- 7.
Datacenters
Zorg, welzijn en opleiden
Deze activiteiten gebeuren soms via een overheidsopdracht en soms kan er een subsidie voor worden aangevraagd. Ook is er soms een vergunning voor nodig vanuit de Omgevingswet.
- 1.
Het aanbieden van zorg (inclusief aanbieden van zorgwoningen)
- 2.
Re-integratie-activiteiten
- 3.
Het aanbieden van particuliere schoolactiviteiten
- 4.
Religieuze instellingen
Duurzaamheid en transitie
Voor deze activiteiten is soms een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor bouwactiviteiten. Ook kan er soms een subsidie voor worden aangevraagd.
- 1.
Energieproductie (inclusief (mest)vergisters, windmolens, zonneparken, enzovoort)
- 2.
Activiteiten voor uitkoop- en opkoopregelingen (in verband met onder andere stikstof)
Bijlage 2: Risicogebieden
GERESERVEERD.
Noot
4Zie: consultatieversie van de memorie van toelichting bij de wetswijziging Evaluatie- en Uitbreidingswet (januari 2010)
Noot
5Zie de studies van Ferwerda en Unger (2015) en Kruisbergen, Kleemans en Kouwenberg (2015), Wat doen daders met hun geld? Uitkomsten van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit 2014. Zij onderzochten in welke branches veel crimineel geld wordt geïnvesteerd door te kijken naar Nederlandse strafzaken. Zie ook: Essen en Maan (2022), Criminele inmenging in het mkb: casusonderzoek naar de faciliterende rol van bonafide ondernemingen in het criminele bedrijfsproces.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl