Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755260
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755260/1
Mandaatbesluit College van BenW Someren – Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant voor het onderdeel Toezicht en Handhaving
Geldend van 13-01-2026 t/m heden
Intitulé
Mandaatbesluit College van BenW Someren – Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant voor het onderdeel Toezicht en HandhavingHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren;
gelet op titel 10.1 Algemene wet bestuursrecht;
gelet op artikel 59a Gemeentewet;
overwegende dat:
- •
de colleges van Burgemeester en Wethouders van 21 gemeenten en het college van Gedeputeerde Staten op 31 januari 2013 een gemeenschappelijke regeling hebben vastgesteld waarbij de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant in het leven is geroepen;
- •
deze gemeenschappelijke regeling voor het laatst is gewijzigd in 2024 en in werking is getreden op 1 januari 2025;
- •
ingevolge de artikelen 2.1 en 2.2 van deze gemeenschappelijke regeling met de uitvoering van gemeentelijke taken van burgemeester en wethouders op het gebied van omgevingsrecht de omgevingsdienst Zuidoost-Brabant wordt belast;
- •
de gemeente, gelet op artikel 2.4 van deze gemeenschappelijke regeling, met de omgevingsdienst een dienstverleningsovereenkomst is aangegaan ten behoeve van de uitvoering en de nadere invulling van deze taken; deze taken nader zijn en worden ingevuld in de werkprogramma’s en de opdrachten voor incidentele verzoektaken, zoals bedoeld in dit besluit;
- •
op 20 december 2022 mandaat is verleend voor het nemen van besluiten, met uitzondering van handhavingsbesluiten, en machtiging om handelingen te verrichten, aan de directeur van deze omgevingsdienst, voor zover de gemeentelijke opdracht aan de omgevingsdienst strekt;
- •
het thans wenselijk wordt geacht de categorieën van besluiten, waarvoor mandaat wordt verleend, uit te breiden;
- •
het dientengevolge noodzakelijk is het ‘Mandaatbesluit burgemeester en wethouders van Someren – Omgevingsdienst Zuidoost Brabant 2022’ te vervangen;
- •
gezien de eerdere schriftelijke instemming 26 juni 2013, bedoeld in artikel 10:4, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht, van de directeur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant;
b e s l u i t :
het volgende vast te stellen:
Artikel 1 Begripsbepalingen
- 1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a.
Burgemeester en Wethouders:
het college van Burgemeester en Wethouders van gemeente Someren
- b.
Omgevingsdienst:
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant;
- c.
Directeur:
directeur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.
- a.
- 2.
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt met mandaat en ondermandaat gelijk gesteld (onder)machtiging, tenzij de bepalingen van dit besluit anders aangeven.
Artikel 2 Mandaatverlening
- 1.
Burgemeester en Wethouders verlenen aan de directeur mandaat tot het namens hen nemen van alle besluiten die voorvloeien uit de opdracht aan de omgevingsdienst, vastgelegd in paragraaf 2 ‘taken’ van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024, de dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente en de omgevingsdienst en de bij deze overeenkomst behorende jaarprogramma’s en bijzondere opdrachten.
- 2.
Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet tevens op de ondertekening van namens Burgemeester en Wethouders genomen besluiten.
- 3.
Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet niet op:
- a.
de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4 Algemene wet bestuursrecht;
- b.
besluiten die leiden tot de vaststelling of wijziging van gemeentelijke beleidskaders of beleidsregels als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht;
- c.
besluiten tot het aangaan van convenanten;
- d.
besluiten tot het al dan niet honoreren van schadeclaims van derden of het afkopen van mogelijke geschillen, met uitzondering van schadeclaims die vallen onder de werking van een vastgestelde publiekrechtelijke regeling;
- e.
besluiten tot het voeren van rechtsgedingen of het zelfstandig instellen van bezwaar- en beroepsprocedures;
- f.
besluiten tot het weigeren van een vergunning of ontheffing, tenzij de toepasselijke regeling geen ruimte laat voor een andere beslissing;
- g.
besluiten waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
- a.
Artikel 3 Ondermandaat
- 1.
De directeur kan ter uitoefening van een krachtens artikel 2, eerste lid, aan hem gemandateerde bevoegdheid schriftelijk ondermandaat verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
- 2.
Van ondermandaat zijn uitgesloten:
- a.
besluiten tot het aanwijzen van toezichthouders;
- b.
besluiten tot het aanwijzen van personen tot vertegenwoordiging van het college in rechte;
- c.
besluiten tot weigeren van een vergunning of ontheffing;
- d.
besluiten tot het opleggen van een last onder bestuursdwang;
- e.
besluiten tot het gedogen van een geconstateerde overtreding;
- a.
- 3.
De directeur stelt instructies vast over de wijze waarop van het ondermandaat gebruik mag worden gemaakt.
Artikel 4 Machtiging
- 1.
Burgemeester en Wethouders verlenen aan de directeur machtiging omhandelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn ten behoeve van vervulling van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde opdracht.
- 2.
De directeur kan machtiging verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
Artikel 5 Procesvertegenwoordiging
- 1.
De directeur is gemachtigd tot het vertegenwoordigen van Burgemeester en Wethouders in rechte.
- 2.
De directeur kan, krachtens deze machtiging, door hem aangewezen personen machtigen tot het in rechte vertegenwoordigen van Burgemeester en Wethouders bij de behandeling van de volgende geschillen, mits deze betrekking hebben op besluiten die voortvloeien uit de opdracht aan de omgevingsdienst:
- a.
bezwaar, behandeld door de gemeentelijke bezwarencommissie;
- b.
beroep of hoger beroep, behandeld door de Rechtbank of de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State;
- c.
verzoeken om voorlopige voorziening, behandeld door de Voorzieningenrechter van de Rechtbank of de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
- a.
- 3.
De directeur brengt een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid ter kennis van Burgemeester en Wethouders.
Artikel 6 Aanwijzing toezichthouders
- 1.
De directeur wijst toezichthouders aan benodigd voor de vervulling van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde opdracht.
- 2.
De directeur brengt een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid ter kennis van Burgemeester en Wethouders.
Artikel 7 Ondertekening
- 1.
De ondertekening van besluiten, als bedoeld in artikel 2, eerste lid luidt:
‘Burgemeester en Wethouders van Someren,
namens deze,
[naam directeur], directeur
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant’
gevolgd door de handtekening van de directeur.
- 2.
Indien ondermandaat is verleend, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, luidt de ondertekening:
‘Burgemeester en Wethouders van [naam gemeente],
n amens deze,
gevolgd door de naam, functie en handtekening van de functionaris.
- 3.
Indien gebruik wordt gemaakt van machtiging als bedoeld in artikel 4, zijn bij ondertekening het eerste en het tweede lid overeenkomstig van toepassing.
- 4.
In gevallen waarin besluitvorming en communicatie met derden langs elektronische weg plaats-vindt, kan ook gebruik worden gemaakt van een elektronische handtekening.
- 5.
Degene die bevoegd is de gemandateerde te vervangen dient naast ondertekening aan te geven dat hij deze bevoegdheid uitoefent als plaatsvervanger.
Artikel 8 Instructies
De directeur neemt bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden algemene instructies en instructies per geval van Burgemeester en Wethouders in acht, bedoeld in artikel 10:6, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 9 Toepasselijk beleid
- 1.
De directeur neemt bij de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden de door Burgemeester en Wethouders en gemeenteraad vastgestelde beleidskaders en beleidsregels in acht, tenzij het tweede lid van dit artikel van toepassing is.
- 2.
Indien de directeur op zwaarwegende gronden voornemens is af te moeten wijken van de beleidskaders of beleidsregels, bedoeld in het eerste lid, treedt hij hierover vooraf in overleg met Burgemeester en Wethouders.
Artikel 10 Informatieplicht
- 1.
Een ieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat of ondermandaat is verleend, stelt Burgemeester en Wethouders tijdig in kennis van krachtens mandaat of ondermandaat te nemen of reeds genomen besluiten, waarvan hij redelijkerwijs moet aannemen dat kennisneming door hen gewenst is.
- 2.
Kennisgeving als bedoeld in het eerste lid, vindt in ieder geval plaats indien of bij:
- a.
het voornemen een geconstateerde overtreding te gedogen;
- b.
het voornemen tot het weigeren of intrekken van een vergunning of ontheffing, tenzij de toepasselijke regelgeving geen ruimte laat voor een andere beslissing of de intrekking geschiedt op verzoek van belanghebbende;
- c.
het voornemen tot het opleggen of tot het effectueren van een last onder bestuursdwang;
- d.
advies nodig is van anderen dan de gemandateerde en onder deze ressorterende medewerkers en dit advies niet aansluit op het eigen standpunt van de gemandateerde, dan wel niet tot dezelfde uitkomsten leidt;
- e.
er een bovennormale kans aanwezig is dat het besluit ertoe leidt dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld; of
- f.
andere maatschappelijke, beleidsmatige, politieke, juridische of financiële omstandigheden daartoe aanleiding geven.
- a.
- 3.
Indien, in geval van bestuursdwang, de vereiste spoed zich verzet tegen kennisgeving vooraf, dient kennisgeving zo spoedig mogelijk achteraf plaats te vinden.
- 4.
Burgemeester en Wethouders kunnen op grond van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van een voorgenomen besluit bepalen dat van het bij of krachtens dit mandaatbesluit verleende mandaat of ondermandaat geen gebruik mag worden gemaakt.
- 5.
Burgemeester en Wethouders voorzien de directeur van alle benodigde informatie ten behoeve van de invulling van zijn mandaat.
Artikel 11 Verantwoording
- 1.
De directeur doet volgens door Burgemeester en Wethouders nader te stellen regels periodiek verslag van de krachtens dit mandaatbesluit genomen besluiten.
- 2.
Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid verschaft de directeur desgevraagd alle informatie aan Burgemeester en Wethouders terzake van de uitoefening van de in dit besluit bedoelde bevoegdheden.
Artikel 12 Intrekking
Het besluit ‘Mandaatbesluit burgemeester en wethouders van Someren – Omgevingsdienst Zuidoost Brabant 2022’ wordt ingetrokken.
Artikel 12 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking nadat dit is bekendgemaakt als bedoeld in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 13 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Burgemeester en Wethouders van Someren - Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2025.
Ondertekening
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Someren,
de secretaris,
J. Weekers
wnd burgemeester,
P.J.M. Blanksma
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl