Participatieverordening gemeente Stichtse Vecht 2026

Geldend van 14-01-2026 t/m heden

Intitulé

Participatieverordening gemeente Stichtse Vecht 2026

De Raad van de gemeente Stichtse Vecht, gelezen het voorstel van het college van 28 oktober 2025;

b e s l u i t

gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht;

vast te stellen

Participatieverordening gemeente Stichtse Vecht 2026

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Onderwerp verordening

Deze verordening regelt de betrokkenheid van inwoners, maatschappelijke organisaties, andere belanghebbenden of een combinatie daarvan bij de ontwikkeling – mede omvattend de voorbereiding, uitvoering en evaluatie - van gemeentelijke initiatieven en beleid en de rol van het college en de raad in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente invulling geeft aan het uitdaagrecht.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    participatie: het deelnemen van inwoners, organisaties, andere belanghebbenden of een combinatie daarvan aan de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid of gemeentelijke plannen, alsmede (het door de gemeente ondersteunen van) publieksinitiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, andere belanghebbenden of een combinatie daarvan met impact op de lokale samenleving;

  • b.

    publieksinitiatieven: initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, andere belanghebbenden of een combinatie daarvan;

  • c.

    inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;

  • d.

    inwonerparticipatie: het op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, maatschappelijke organisaties, andere belanghebbenden of een combinatie daarvan bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid en plannen. Inwonerparticipatie kan de vorm aannemen van informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen;

  • e.

    overheidsparticipatie: de manier waarop de gemeente ondersteuning of een bijdrage geeft aan publieksinitiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, andere belanghebbenden of een combinatie daarvan;

  • f.

    uitdaagrecht: het recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken deze taak beter en/of efficiënter uit te kunnen voeren;

  • g.

    bestuursorgaan: afhankelijk van de situatie wordt hiermee bedoeld de raad, burgemeester of het college van burgemeester en wethouders;

  • h.

    raad: de raad van gemeente Stichtse Vecht;

  • i.

    college: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Stichtse Vecht.

Artikel 3. Doelstelling en reikwijdte

  • 1. Deze verordening heeft als doel de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten, de relatie tussen gemeente en inwoners te versterken en helderheid te scheppen over proces en rolverdeling.

  • 2. Inwonerparticipatie en/of inspraak wordt toegepast wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die in aanzienlijke mate geraakt zullen worden door het betreffende beleid, ofwel wanneer te verwachten is dat betrokken inwoners of experts over relevante ervaringskennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling van het beleid.

  • 3. Inwonerparticipatie wordt niet toegepast:

    • a.

      als dit bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten of indien er sprake is van uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij de gemeente geen ruimte heeft om eigen afwegingen te maken;

    • b.

      ten aanzien van een beleidsvoornemen dat uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente;

    • c.

      als dit betrekking heeft op de begroting, de rekening, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet.

  • 4. Participatie en uitdaagrecht wordt verleend aan inwoners, maatschappelijke organisaties, andere belanghebbenden of een combinatie daarvan die lokaal actief zijn of een lokaal belang hebben.

  • 5. Het bestuursorgaan geeft inzicht in de gemeentelijke plannen, in het bijzonder voor de wijken en dorpen, zodat inwoners tijdig invloed kunnen uitoefenen.

  • 6. Deze verordening is niet van toepassing op participatie, inspraak of andere inbreng en initiatieven van inwoners, lokale ondernemers of maatschappelijke organisaties die al zijn geregeld in andere al dan niet gemeentelijke verordeningen, regelgeving of procedures.

  • 7. Het college neemt elk jaar een participatieparagraaf op in de begroting waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden.

Hoofdstuk 2. Inwonerparticipatie

Artikel 4. Participatieproces

  • 1. Het bestuursorgaan stelt bij de start van een proces voor de vaststelling van een visie, beleid, plan, programma of project vast of en op welke manier inwonerparticipatie wordt toegepast. Indien inwonerparticipatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan over de volgende punten een besluit:

    • a.

      het doel en de intentie van de inwonerparticipatie;

    • b.

      het niveau van de inwonerparticipatie, waarbij een keuze wordt gemaakt uit:

      • 1)

        Informeren. Inwoners, maatschappelijke organisaties, andere belanghebbenden of een combinatie daarvan worden geïnformeerd;

      • 2)

        Raadplegen. Inwoners, maatschappelijke organisaties, andere belanghebbenden of een combinatie daarvan worden geraadpleegd;

      • 3)

        Adviseren. Inwoners, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden adviseren het gemeentebestuur;

      • 4)

        Coproduceren. Inwoners, maatschappelijke organisaties, andere belanghebbenden of een combinatie daarvan en gemeente beslissen samen;

      • 5)

        Inwoners beslissen (mee). Inwoners, maatschappelijke organisaties, andere belanghebbenden of een combinatie daarvan mogen beslissen (eventueel binnen kaders);

    • of een combinatie van deze niveaus.

    • c.

      de kernvragen, de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële en overige kaders voor de inwonerparticipatie;

    • d.

      de te betrekken doelgroepen, de wijze waarop verschillende groepen (inwoners, maatschappelijke organisaties, andere belanghebbenden of een combinatie daarvan) worden benaderd en de wijze waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren;

    • e.

      de kosten van het inwonerparticipatieproces.

  • 2. Het bestuursorgaan maakt voor de start van het inwonerparticipatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze.

  • 3. Bij inwonerparticipatie bij de voorbereiding van een raadsvoorstel informeert het college de raad zo snel mogelijk door toezending van het in het eerste lid bedoelde besluit.

  • 4. Het bestuursorgaan kan voor specifieke beleidsterreinen nadere regelingen treffen.

  • 5. Een initiatief op grond van het uitdaagrecht is gehouden aan het op dat moment geldende inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente Stichtse Vecht.

Artikel 5. Besluitvorming inwonerparticipatieproces

  • 1. Het bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het inwonerparticipatieproces, zoals bedoeld in artikel 4:1 onder b niveaus 2 tot en met 5 van deze verordening, bekend op welke wijze de gemeente zal omgaan met de uitkomsten van het inwonerparticipatieproces en op welke wijze de besluitvorming zal plaatsvinden en kiest daarbij uit de volgende mogelijkheden:

    • a.

      het bestuursorgaan neemt kennis van de uitkomsten van het inwonerparticipatietraject en zal nader afwegen of en in welke mate deze kunnen worden meegenomen in de politieke besluitvorming;

    • b.

      het bestuursorgaan beschouwt de adviezen en conclusies uit het inwonerparticipatietraject als een zwaarwegend uitgangspunt bij politieke besluitvorming;

    • c.

      het bestuursorgaan neemt de adviezen en conclusies uit het inwonerparticipatietraject over mits deze passen binnen de vooraf gestelde inhoudelijke, financiële en procedurele kaders.

  • 2. Het bestuursorgaan kan van de op grond van lid 1 gemaakte keuze afwijken, bijvoorbeeld omdat het inwonerparticipatietraject sterk uiteenlopende visies opleverde, omdat betrokken belangen onvoldoende zijn meegewogen of omdat de inwonerparticipatie leidde tot nieuwe ideeën en inzichten die op gespannen voet staan met de vooraf gestelde kaders. De afwijking van de uit hoofde van het eerste lid gemaakte keuze wordt expliciet gemotiveerd en gecommuniceerd aan de deelnemers van het inwonerparticipatietraject.

  • 3. Initiatieven boven de Europese drempelwaarde, uitdagingen met een mogelijke grote maatschappelijke impact of grote risico’s worden voorgelegd aan het college, die daarna de raad informeert. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met het aanbestedingsrecht.

Artikel 6. Eindverslag inwonerparticipatieproces

  • 1. Ter afronding van het inwonerparticipatieproces, zoals bedoeld in artikel 5, maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. Het eindverslag bevat in elk geval:

    • a.

      een overzicht van het gevolgde inwonerparticipatieproces op hoofdlijnen;

    • b.

      een weergave van de belangrijkste uitkomsten van het inwonerparticipatieproces;

    • c.

      de reactie van de gemeente op deze uitkomsten en de wijze waarop de gemeente de inbreng heeft benut bij de uitwerking van het beleidsvoorstel of uitvoeringsplan;

    • d.

      een evaluatie van het proces dat is gevolgd.

  • 2. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag openbaar. Het college brengt het eindverslag ter kennis van de raad indien het participatie bij een raadsvoorstel betreft.

Hoofdstuk 3. Inspraak

Artikel 7. Inspraakprocedure

  • 1. Inspraak bij het college en bij de burgemeester vindt plaats overeenkomstig afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2. In afwijking van het eerste lid kunnen het college en de burgemeester een andere inspraakprocedure vaststellen.

  • 3. Inspraak bij de raad vindt plaats overeenkomstig de inspraakprocedure zoals deze is vastgelegd in het Reglement van Orde voor de raad van de gemeente Stichtse Vecht en de Verordening op de commissies gemeente Stichtse Vecht.

Hoofdstuk 4. Overheidsparticipatie

Artikel 8. Toepassen overheidsparticipatie

  • 1. Overheidsparticipatie wordt toegepast indien naar het oordeel van het college het publieksinitiatief past binnen de kaders van het gemeentelijk beleid en bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid, en/of anderszins een positieve maatschappelijke bijdrage levert aan de lokale samenleving.

  • 2. Het college kan aan de overheidsparticipatie vooraf de voorwaarde verbinden dat inwoners en andere direct belanghebbenden in voldoende mate bij het publieksinitiatief worden betrokken.

  • 3. Het college kan afzien van overheidsparticipatie aan publieksinitiatieven als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat:

    • a.

      het initiatief doelstellingen beoogt die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang;

    • b.

      het een onderwerp betreft dat niet behoort tot de bevoegdheid van de gemeente of de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de gemeente geen beleidsvrijheid heeft;

    • c.

      er sprake is van onvoldoende draagvlak voor het initiatief bij omwonenden, belanghebbenden of de betrokken inwoners;

    • d.

      het initiatief naar het oordeel van het college op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is;

    • e.

      het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht openstaat of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken;

    • f.

      een onderwerp dat overwegend het privébelang van de indiener dient.

  • 4. Als het college besluit om overheidsparticipatie toe te passen, kan het besluiten het publieksinitiatief te ondersteunen door middel van:

    • a.

      het (eventueel tijdelijk) ter beschikking stellen van ruimtes of huisvesting;

    • b.

      het beschikbaar stellen van een aanjaagbudget, subsidie of andere financiële middelen;

    • c.

      de inzet van ambtelijke expertise, netwerken of ondersteuning;

    • d.

      andere vormen van ondersteuning.

  • 5. De besluiten van het college om wel of niet overheidsparticipatie toe te passen, sturen zij, inclusief het publieksinitiatief, aan de raad.

  • 6. Het college informeert de indiener van het publieksinitiatief over het besluit om wel of niet overheidsparticipatie toe te passen.

Hoofdstuk 5. Uitdaagrecht

Artikel 9. Onderwerp van uitdaagrecht

  • 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen gemeentelijke taken of hierop uitdaagrecht wordt toegepast.

  • 2. Het college wijst ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen actief op het van toepassing zijn van het uitdaagrecht.

  • 3. Overname van de uitvoering van de volgende taken is niet mogelijk:

    • a.

      als het een lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte herzieningen daarvan betreft;

    • b.

      als het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;

    • c.

      als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

    • d.

      inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;

    • e.

      als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt;

    • f.

      als nog sprake is van een lopend (meerjarig) contract voor uitvoering van de taak bij een externe partij;

    • g.

      als de taak is uitgedaagd en toegekend aan een andere groep gebruikers;

    • h.

      als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat het benutten van het uitdaagrecht niet kan worden afgewacht;

    • i.

      als het belang van het uitdaagrecht niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.

Artikel 10. Procedure uitdaagrecht

  • 1. Een verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht wordt bij het bestuursorgaan ingediend via één (digitaal) loket.

  • 2. Het bestuursorgaan treedt in overleg en maakt met de verzoekers afspraken over het proces, het resultaat, het budget en de looptijd.

  • 3. Een verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht omvat in ieder geval de volgende onderdelen:

    • a.

      omschrijving van de gemeentelijke taak die de initiatiefnemer wil overnemen;

    • b.

      uitleg waarom of hoe de initiatiefnemer deze taak beter en/of efficiënter kan uitvoeren;

    • c.

      duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de initiatiefnemer;

    • d.

      indicatie van het draagvlak onder belanghebbende ingezetenen;

    • e.

      indicatie van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;

    • f.

      omschrijving van de manier waarop de initiatiefnemer met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft;

    • g.

      inzicht in hoe de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn kan worden gewaarborgd.

  • 4. Het bestuursorgaan toetst het initiatief met betrekking tot het uitdaagrecht aan de volgende voorwaarden:

    • a.

      de uitdaging betreft een huidige lokale voorziening of gemeentelijke taak, zoals opgenomen in de gemeentebegroting;

    • b.

      de initiatiefnemers zijn verbonden aan of geworteld in Stichtse Vecht;

    • c.

      de initiatiefnemers bieden maatschappelijke meerwaarde;

    • d.

      het uitdaagrecht vergroot de betrokkenheid van de lokale gemeenschap;

    • e.

      de initiatiefnemers maken aannemelijk dat zij de prestatie kunnen leveren én tonen aan dat er draagvlak is voor hun idee bij de betrokken bewoners en/of gebruikers waarbij niemand door het initiatief wordt geschaad;

    • f.

      de initiatiefnemers kunnen de continuïteit waarborgen;

    • g.

      de kosten voor de uitvoering van de taak zijn bij voorkeur lager, maar in ieder geval niet hoger dan de huidige kosten;

    • h.

      Het initiatief heeft betrekking op het ruimtelijk domein.

  • 5. Het bestuursorgaan maakt het besluit ten aanzien van een binnengekomen verzoek binnen veertien dagen openbaar.

Hoofdstuk 6. Evaluatie en monitoring

Artikel 11. Evaluatie en monitoring

  • 1. De uitvoering van deze verordening wordt eenmaal per raadsperiode geëvalueerd. Het college zendt hiertoe aan de raad een inwonerparticipatieverslag.

  • 2. Dit verslag beschrijft de wijze waarop inwonerparticipatieprocessen zijn georganiseerd, de rolinvulling door raad en college, de kosten, het resultaat van de inwonerparticipatie en de belangrijkste ervaringen. Het verslag bevat tevens informatie over bewonersinitiatieven, toegekende budgetten en over de werking van het uitdaagrecht.

  • 3. De raad bespreekt het inwonerparticipatieverslag.

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12. Intrekken oude verordening

De inspraakverordening wordt met ingang van 1 januari 2026 ingetrokken.

Op inspraakprocedures die voortvloeien uit besluiten genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de bepalingen van de in inspraakverordening van toepassing.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking.

Artikel 14. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Stichtse Vecht 2026.

Ondertekening

Stichtse Vecht, 16 december 2025

Griffier

B. Espeldoorn-Bloemendal

Voorzitter

drs. A.J.H.T.H. Reinders