Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755257
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755257/1
Regeling vervalt per 31-12-2030
Subsidieregeling gebiedsoverstijgende plannen Maatregel 14 Eemsdelta
Geldend van 06-01-2026 t/m 30-12-2030 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Subsidieregeling gebiedsoverstijgende plannen Maatregel 14 EemsdeltaBurgemeester en wethouders van de gemeente Eemsdelta;
Overwegende dat het gewenst is om maatschappelijke initiatieven te ondersteunen die bijdragen aan gebiedsoverstijgende thema’s binnen de gemeente Eemsdelta en daarmee aan de leefbaarheid en sociale cohesie in de regio;
Overwegende dat deze regeling wordt getroffen in het kader van Maatregel 14 van het programma Nij Begun, waarin middelen beschikbaar zijn gesteld voor leefbaarheid en dorps- en wijkontwikkeling in aardbevingsgebieden;
Overwegende dat zij op grond van artikel 156 van de Gemeentewet en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Eemsdelta bevoegd zijn nadere regels te stellen waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsterrein worden beschreven;
Gelet op artikel 2, derde lid, artikel 3 en artikel 6, tweede lid van de Algemene subsidieverordening Eemsdelta en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluiten vast te stellen de volgende regeling:
Subsidieregeling gebiedsoverstijgende plannen Maatregel 14 Eemsdelta
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- 1.
Aanvraag: een Aanvraag als bedoeld in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
- 2.
Aanvrager: een rechtspersoon zonder winstoogmerk (zoals een stichting, vereniging of coöperatie), gevestigd in de gemeente Eemsdelta, die een Aanvraag indient op grond van deze regeling en handelt binnen het doel en de voorwaarden van deze regeling.
- 3.
ASV: de Algemene subsidieverordening gemeente Eemsdelta 2021.
- 4.
Gebiedsoverstijgend plan: een initiatief dat de belangen van meerdere dorpen of wijken dient of gericht is op een thema dat meerdere gebieden raakt.
- 5.
Projectplan: een uitgewerkt plan van aanpak waarin het initiatief inhoudelijk, organisatorisch, financieel en maatschappelijk wordt onderbouwd en dat dient als grondslag voor beoordeling en besluitvorming.
- 6.
Programmabureau Maatregel 14: de gemeentelijke eenheid die verantwoordelijk is voor de coördinatie en uitvoering van deze regeling.
- 7.
Maatregel 14: de maatregel binnen het programma Nij Begun die zich richt op het verbeteren van leefbaarheid en sociale cohesie.
- 8.
Nij Begun: het programma van Rijk en regio voor herstel en toekomst van Groningen en Noord-Drenthe, waaruit deze subsidieregeling voortkomt.
- 9.
Budget voor gebiedsoverstijgende plannen: het bedrag dat als onderdeel van Maatregel 14 beschikbaar is gesteld voor gebiedsoverstijgende plannen.
- 10.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsdelta.
- 11.
Raad: de gemeenteraad van de gemeente Eemsdelta.
- 12.
Ondersteunende instelling: een organisatie met rechtspersoonlijkheid, gevestigd in de gemeente Eemsdelta, die zonder winstoogmerk ondersteuning biedt bij het uitvoeren van gebiedsoverstijgende activiteiten en projecten. Deze kan tevens optreden als penvoerder namens bewoners of bewonersorganisaties, mits aantoonbaar gemandateerd.
Voor het overige zijn de begripsbepalingen zoals opgenomen in de ASV van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2. Toepassingsbereik
- 1.
Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies uit het budget voor gebiedsoverstijgende plannen (40%) van Maatregel 14, zoals vastgesteld in het raadsbesluit van 23 oktober 2024.
- 2.
De regeling is gebaseerd op artikel 3 van de ASV en vormt een nadere uitwerking daarvan.
- 3.
Deze regeling heeft betrekking op activiteiten van maatschappelijke initiatiefnemers, zoals bewonersorganisaties, stichtingen, verenigingen of coöperaties en is niet van toepassing op gemeentelijke initiatieven; daarvoor geldt de Beleidsregel gebiedsoverstijgende plannen Maatregel 14 Eemsdelta.
- 4.
Voor zover deze regeling niet voorziet, zijn de bepalingen van de ASV van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3. Doel
- 1.
Het doel van deze subsidieregeling is het stimuleren en mogelijk maken van gebiedsoverstijgende activiteiten en projecten die bijdragen aan leefbaarheid en sociale cohesie in de gemeente Eemsdelta.
- 2.
De regeling draagt bij aan het herstel en de toekomstbestendigheid van de regio, mede in het licht van de maatschappelijke en fysieke gevolgen van gaswinning.
Artikel 4. Doelgroep
- 1.
Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden verstrekt aan:
- a.
een rechtspersoon zonder winstoogmerk, zoals een stichting, vereniging of coöperatie, die is gevestigd in de gemeente Eemsdelta;
- b.
een samenwerkingsverband van rechtspersonen of bewonersorganisaties dat aantoonbaar meerdere dorpen of wijken vertegenwoordigt;
- c.
een Ondersteunende Instelling die namens bewoners of een bewonersorganisatie optreedt, mits deze aantoonbaar is gemandateerd door de betrokken partijen en voldoet aan de voorwaarden zoals opgenomen in deze regeling.
- a.
Artikel 5. Toets instrumentkeuze
- 1.
Het College beoordeelt bij iedere Aanvraag of de voorgenomen activiteit naar haar aard en inhoud in aanmerking komt voor subsidieverstrekking of kwalificeert als een overheidsopdracht in de zin van de Aanbestedingswet 2012.
- 2.
Indien sprake is van een overheidsopdracht, wordt geen subsidie verstrekt. Het College kan in dat geval besluiten de activiteit door of namens de gemeente als opdrachtgever te laten uitvoeren, met inachtneming van de geldende aanbestedingsregels.
- 3.
Het College onderzoekt of er bij de voorgenomen subsidieverlening sprake is van omstandigheden die nadere afstemming of aanvullende toetsing vereisen. Mocht dit het geval zijn, dan worden deze meegewogen in het besluit.
Artikel 6. Voorwaarden voor subsidieverlening
- 1.
Subsidie op grond van deze regeling wordt uitsluitend verstrekt indien aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
- a.
Het initiatief draagt aantoonbaar bij aan de fysieke en/of sociale leefbaarheid van de betreffende gebiedsoverstijgende gebieden, op één of meerdere van de volgende thema’s:
- i.
voorzieningen;
- ii.
landschap en ruimtelijke kwaliteit;
- iii.
gezondheid en welzijn;
- iv.
mobiliteit en bereikbaarheid;
- v.
energie en duurzaamheid;
- b.
Het initiatief is aantoonbaar tot stand gekomen met actieve inbreng van een brede groep inwoners en/of dorps- en/of wijkorganisaties;
- c.
Het initiatief is gebiedsoverstijgend van karakter; hiervoor zijn ten minste twee van de volgende kenmerken aanwezig:
- i.
het initiatief beslaat het grondgebied van meerdere dorpen of wijken, of een aanzienlijk aandeel van de beoogde gebruikers komt uit meerdere kernen;
- ii.
het initiatief pakt een probleem of thema aan dat meerdere dorpen/wijken raakt (zoals jongerenvoorzieningen, mobiliteit, armoedebestrijding, zorgbereikbaarheid);
- iii.
er is sprake van samenwerking tussen dorpsverenigingen, maatschappelijke organisaties of stakeholders uit meerdere dorpen, wijken of gebieden;
- iv.
de verwachte maatschappelijke impact of baten (sociaal, economisch of in welzijn) zijn aantoonbaar voor meerdere delen van de gemeente;
- v.
het project heeft aantoonbaar draagvlak buiten één dorp/wijk en/of is ingediend namens een gebiedsoverstijgend samenwerkingsverband;
- d.
Er is een projectplan ingediend dat voldoet aan artikel 7;
- e.
De activiteiten kunnen uiterlijk binnen één jaar na datum van de subsidieverlening starten met uitvoering;
- f.
De activiteiten zijn uiterlijk op 31 december 2032 volledig uitgevoerd;
- g.
Het initiatief past binnen op het initiatief van toepassing gemeentelijk beleid en wet- en regelgeving.
- a.
- 2.
Voorafgaand aan de indiening is afgestemd met de gemeente over mogelijke stapeling met andere financieringsbronnen en over het opdrachtgeverschap van de uitvoering van het initiatief.
- 3.
De Aanvrager toont aan dat de bijdrage niet leidt tot structurele afhankelijkheid van subsidie na afloop van het project.
- 4.
Cofinanciering is verplicht om aanspraak te maken op subsidie. Cofinanciering mag bestaan uit geldelijke bijdragen, trekkingsrechten van dorpen en wijken in het kader van de Subsidieregeling dorps- en wijkvisies Maatregel 14 Eemsdelta of aantoonbare zelfwerkzaamheid (vrijwilligersuren à € 25 per uur). Hierbij is onderscheid gemaakt tussen kleine, middelgrote en grote initiatieven:
- a.
kleine initiatieven (< € 100.000 projectkosten): bijdrage max. 90%;
- b.
middelgrote initiatieven (€ 100.000 – € 2.000.000): bijdrage neemt lineair af van max. 90% bij € 100.000 tot max. 75%;
- c.
grote initiatieven (€ 2.000.000 - € 5.000.000): bijdrage neemt lineair af van 75% bij € 2.000.000 tot 50% bij € 5.000.000;
- d.
zeer grote initiatieven (> € 5.000.000): bijdrage maximaal € 2.500.000.
- a.
Het inbrengen van trekkingsrechten uit de Subsidieregeling dorps- en wijkvisies maatregel 14 Eemsdelta als cofinanciering is slechts mogelijk met een schriftelijke instemmingsverklaring van het betreffende dorp of de betreffende wijk.
Artikel 7. Projectplan
- 1.
Een projectplan bevat in elk geval:
- a.
Projectomschrijving: een duidelijke beschrijving van het doel, de aanleiding en de samenhang met de thema’s uit artikel 6.1.;
- b.
Doelen en resultaten: een toelichting op de beoogde maatschappelijke, sociale en/of ruimtelijke effecten;
- c.
Verwijzing naar relevante dorps- en wijkvisies en eventueel een aanvullend participatieverslag: het initiatief moet benoemd zijn in meerdere dorps- of wijkvisies, of aanvullend een participatieverslag met daarin een beschrijving van de wijze waarop inwoners, dorps- en wijkorganisaties en andere belanghebbenden zijn en worden betrokken bij het initiatief;
- d.
Begroting en sluitend dekkingsplan: een overzicht van alle geraamde kosten, inclusief cofinanciering, bijdragen van derden, voorbereidingskosten, projectleiding, ontwerp, onderzoek, leges, opstalrecht en een post onvoorzien;
- e.
Planning: een tijdspad met fasering en belangrijke mijlpalen, inclusief realisatiedatum;
- f.
Organisatie en verantwoordelijkheden: een beschrijving van de opdrachtgever, de betrokken partners en hun rollen;
- g.
Risicoanalyse: een inschatting van de belangrijkste risico’s en de wijze waarop deze worden beheerst;
- h.
Evaluatie en borging: een toelichting op de verwachte duurzame effecten en borging na realisatie van het project.
- a.
- 2.
Het Programmabureau Maatregel 14 kan formats en toelichtingen beschikbaar stellen voor het opstellen van het projectplan.
- 3.
Alleen volledige en onderbouwde projectplannen worden in behandeling genomen.
Artikel 8. Aanvraagprocedure
- 1.
Een Aanvraag wordt ingediend bij het College met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde aanvraagformulier.
- 2.
De Aanvraag bevat in ieder geval een projectplan conform artikel 7 en indien van toepassing,
- a.
een schriftelijk mandaat van het dorp of de wijk aan de Ondersteunende Instelling;
- b.
een onderhoudsparagraaf waarin structurele lasten die voortkomen uit het gebiedsoverstijgende plan zijn onderbouwd en voorzien van een dekkingsvoorstel;
- a.
- 4.
Jaarlijks zijn er drie beoordelingsmomenten: 1 februari, 1 juni en 1 november.
- 5.
De aanvraag wordt uiterlijk 8 weken vóór de startdatum van de activiteiten ingediend, tenzij het college een kortere termijn aanvaardbaar acht.
- 6.
Voorafgaand aan de indiening van de Aanvraag vindt overleg plaats tussen de Aanvrager en de gemeente, om te bezien of (onderdelen van) de voorgenomen activiteiten mogelijk uit andere financieringsbronnen kunnen worden bekostigd.
- 7.
Stapeling van middelen uit deze regeling met andere subsidies of bijdragen is toegestaan, mits dit in de Aanvraag wordt onderbouwd.
- 8.
Het College beslist en honoreert in volgorde van binnenkomst tot uitputting van de tranche.
- 9.
Wanneer het aantal ontvankelijke aanvragen leidt tot een overschrijding van het voor die ronde vastgestelde subsidieplafond, worden aanvragen gerangschikt op basis van hun verwachte maatschappelijke impact.
- 10.
Onder verwacht maatschappelijke impact wordt verstaan:
- a.
bijdrage aan meerdere beleidsdoelen;
- b.
het gebiedsoverstijgende karakter;
- c.
het langetermijneffect;
- d.
de mate van inclusiviteit en het bereik van meerdere doelgroepen.
- a.
- 11.
Subsidie wordt toegekend in volgorde van hoogste naar laagste impactscore totdat het subsidieplafond is bereikt. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de beoordelingsmatrix die is bijgevoegd als bijlage bij deze beleidsregel.
- 12.
Indien meerdere aanvragen een gelijke impactscore behalen en toekenning aan één of meer van deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van het plafond, kan loting plaatsvinden tussen deze aanvragen. Aanvragen die op grond van deze rangschikking buiten het beschikbare budget vallen, worden afgewezen.
Artikel 9. Besluitvorming
- 1.
Het College beslist op aanvragen op grond van deze subsidieregeling, met inachtneming van het advies van de overlegtafel Maatregel 14, met inachtneming van eventuele wensen en bedenkingen van de raad bij aanvragen boven de 250.000 euro, en de door de Raad vastgestelde budgetten en kaders.
- 2.
Het College informeert de Raad periodiek over voortgang en besteding via de reguliere planning en control cyclus.
Artikel 10. Weigeringsgronden
- 1.
Onverminderd de artikelen 9 en 10 van de ASV en artikel 4:35 van de Awb wordt de subsidie geweigerd indien:
- a.
De aanvraag hoofdzakelijk betrekking heeft op een festival, evenement of vergelijkbare activiteit die primair recreatief, commercieel of feestelijk van aard is en geen aantoonbare bijdrage levert aan de doelstellingen van deze regeling. Onder dergelijke activiteiten worden in ieder geval verstaan: kermissen, braderieën, tentfeesten, piratenfeesten, carnavalsoptochten, jaarmarkten, dancefestivals, Sinterklaasintochten, kerstmarkten, Koningsdagactiviteiten, paasvuren en vergelijkbare festiviteiten.
- a.
-
Uitzondering: indien de aanvrager aannemelijk maakt dat het evenement integraal onderdeel is van een gebiedsoverstijgend plan en een substantieel maatschappelijk effect heeft op leefbaarheid en sociale cohesie, kan het College besluiten de aanvraag in behandeling te nemen;
- b.
Het initiatief onvoldoende maatschappelijk belang dient of primair een individueel, commercieel of besloten belang vertegenwoordigt;
- c.
de activiteiten vergunningplichtig zijn en te verwachten is dat de vereiste vergunning niet kan worden verleend;
- d.
de activiteiten niet toegankelijk zijn voor een breder publiek, tenzij de aard van de activiteit dit uitsluit (bijvoorbeeld omdat deze specifiek is bedoel voor een bepaalde doelgroep, zoals jongeren of ouderen);
- e.
het gevraagde budget (deels) bestaat uit reguliere beheer-, exploitatie-, personeels- of onderzoekskosten;
- f.
de Aanvrager, haar bestuurders of vertegenwoordigers in verband zijn gebracht met of veroordeeld zijn wegens fraude, corruptie, witwaspraktijken of belangenverstrengeling;
- g.
de bijdrage leidt tot structurele afhankelijkheid van subsidie, tenzij hiervoor aantoonbaar afspraken zijn gemaakt over structurele dekking;
- h.
het initiatief kwalificeert als een aanbestedingsplichtige overheidsopdracht;
- i.
het initiatief niet voldoet aan de beoordelingcriteria uit artikel 6;
- j.
het beschikbare budgetplafond is bereikt.
- b.
Artikel 11. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
- 1.
Voor subsidie komen uitsluitend kosten in aanmerking die:
- a.
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten zoals opgenomen in de Aanvraag;
- b.
aantoonbaar zijn gemaakt ná indiening van de Aanvraag, tenzij het college vooraf schriftelijk anders heeft bepaald;
- c.
niet reeds op andere wijze zijn gefinancierd of vergoed.
- a.
- 2.
De kosten moeten rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de activiteiten en kunnen onder meer bestaan uit voorbereidingskosten, projectleiding, ontwerp, onderzoek, leges, opstalrecht en communicatie.
- 3.
Structurele lasten (zoals beheer, onderhoud of exploitatie) komen alleen voor subsidie in aanmerking indien hiervoor in de Aanvraag een sluitende dekking is opgenomen.
Artikel 12. Verdeling van het subsidieplafond
- 1.
De minimumprojectomvang bedraagt € 50.000 aan subsidiabele kosten.
- 2.
Voor gebiedsoverstijgende plannen is een bedrag van € 33.000.000,- exclusief btw beschikbaar.
- 3.
Het budget wordt in drie tranches beschikbaar gesteld:
- a.
€ 13.000.000,- per 1 januari 2026;
- b.
€ 10.000.000,- per 1 januari 2027;
- c.
€ 10.000.000,- per 1 januari 2028.
- a.
- 4.
Het maximaal toe te kennen bedrag per project is afhankelijk van de projectomvang en bedraagt bij zeer grote projecten maximaal € 2.500.000 (excl. btw).
- 5.
Deze subsidieregeling maakt gebruik van hetzelfde gezamenlijke subsidieplafond van € 33.000.000 als de Beleidsregel gebiedsoverstijgende plannen gemeente Eemsdelta.
- 6.
Subsidieverleningen op grond van deze subsidieregeling worden afgeboekt van het gezamenlijke plafond van € 33.000.000. Bijdragen op grond van de Beleidsregel gebiedsoverstijgende plannen gemeente Eemsdelta verlagen eveneens het budget dat voor aanvragen onder deze beleidsregel beschikbaar is. Subsidie op grond van deze subsidieregeling wordt geweigerd zodra het gezamenlijke subsidieplafond volledig is benut.
Artikel 14. Bevoorschotting en betaling
- 1.
Ter voorkoming van onnodige voorfinanciering door de Aanvrager, kan het College bij subsidieverlening een voorschot verstrekken, mits sprake is van een sluitende en realistische begroting die aansluit bij de aard en omvang van de activiteiten en de liquiditeitsbehoefte van de Aanvrager.
- 2.
De bevoorschotting geschiedt ambtshalve en wordt opgenomen in de subsidiebeschikking. In de beschikking worden het totaalbedrag, het voorschotpercentage en het termijnschema expliciet vermeld.
- 3.
Bij subsidies tot en met € 100.000 wordt het subsidiebedrag in maximaal twee gelijke termijnen verstrekt: de eerste termijn binnen 30 dagen na de beschikking, de tweede termijn zes maanden later, tenzij het College anders bepaalt op basis van de liquiditeitsbehoefte.
- 4.
Bij subsidies van meer dan € 100.000 wordt het subsidiebedrag in kwartaaltermijnen verstrekt, waarbij per kwartaal minimaal 25% beschikbaar wordt gesteld, tenzij het College anders bepaalt op basis van de liquiditeitsbehoefte.
- 5.
Het College kan nadere informatie of onderbouwing verlangen bij voorschotten boven € 70.000 of bij aanvragen met meerdere termijnen of complexe begrotingsstructuren.
- 6.
Het voorschot mag nooit hoger zijn dan de daadwerkelijk subsidiabele kosten, noch het in de beschikking toegekende subsidiebedrag overschrijden.
- 7.
Het College kan het voorschot geheel of gedeeltelijk opschorten of stopzetten indien:
- a.
sprake is van surseance van betaling, faillissement of conservatoir beslag;
- b.
de Aanvrager zijn verplichtingen uit de regeling of beschikking niet nakomt;
- c.
er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan de voortgang of doelmatigheid van de uitvoering.
- a.
- 7.
Op gemotiveerd verzoek van de Aanvrager kan het College het voorschotritme of -percentage aanpassen, mits dit bijdraagt aan de continuïteit van de uitvoering en disproportionele financiële nadelen voorkomt.
- 8.
Afwijkingen van dit artikel zijn uitsluitend toegestaan indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige uitvoering van de activiteiten en in overeenstemming is met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.
Artikel 15. Vaststelling en verantwoording
- 1.
De Aanvrager dient binnen 12 weken na afronding van de gesubsidieerde activiteiten een verzoek tot subsidievaststelling in, vergezeld van:
- a.
een inhoudelijk verslag waarin wordt toegelicht in hoeverre de voorgenomen doelen en activiteiten zijn gerealiseerd;
- b.
een financiële verantwoording met een overzicht van de gemaakte kosten en inkomsten, onderbouwd met betaalbewijzen en facturen;
- c.
indien van toepassing, een toelichting op afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke begroting.
- a.
- 2.
Vanaf het moment van subsidieverlening tot aan de afronding van de activiteiten wordt jaarlijks vóór 15 februari een voortgangsverantwoording ingediend, bestaande uit een beknopt inhoudelijk en financieel overzicht.
- 3.
Indien de gesubsidieerde activiteiten niet of niet volledig zijn uitgevoerd, of indien blijkt dat de subsidie is besteed in strijd met de voorwaarden van deze regeling, kan het College besluiten de subsidie geheel of gedeeltelijk in te trekken of terug te vorderen.
- 4.
In afwijking van artikel 15 , tweede lid, sub d van de ASV, wordt bij subsidies vanaf € 100.000,- een controleverklaring geleverd, opgesteld door een onafhankelijk accountant gebaseerd op het daartoe geldende ‘Controleprotocol controleverklaring subsidies gemeente Eemsdelta’. Deze controle door een onafhankelijk deskundige moet voldoen aan de controlestandaarden die door de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) zijn vastgesteld.
- 5.
Indien blijkt dat de subsidie onrechtmatig is besteed, kan het College deze geheel of gedeeltelijk intrekken of terugvorderen.
Artikel 16. Hardheidsclausule
- 1.
Het College kan, in afwijking van één of meer bepalingen in deze regeling, besluiten tot een afwijkende toepassing indien strikte toepassing zou leiden tot een kennelijk onredelijke of onbillijke uitkomst voor de Aanvrager.
- 2.
Een beroep op dit artikel dient gemotiveerd te worden ingediend en wordt beoordeeld op basis van de beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid. Het besluit tot afwijking wordt schriftelijk gemotiveerd.
Artikel 17. Slotbepalingen
- 1.
Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026 en vervalt op 31 december 2030 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die vóór die datum zijn verleend, totdat deze volledig zijn vastgesteld en verantwoord.
- 2.
Het college kan deze regeling tussentijds wijzigen indien:
- a.
zich onvoorziene omstandigheden voordoen die aanpassing noodzakelijk maken;
- b.
uit de uitvoering blijkt dat de regeling niet doeltreffend of doelmatig is;
- c.
dit noodzakelijk is op grond van gewijzigde wet- of regelgeving.
- a.
- 3.
In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.
Ondertekening
Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van Eemsdelta op 6 januari 2026,
Ben Visser Klaas van der Wal
(burgemeester) (secretaris)
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl