Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755216
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755216/1
Referendumverordening Gemeente Noordwijk 2025
Geldend van 14-01-2026 t/m heden
Intitulé
Referendumverordening Gemeente Noordwijk 2025De raad van de gemeente Noordwijk;
gelet op de artikelen 84, 149 en 154 van de Gemeentewet;
gezien het advies van Werkgroep Referendumverordening;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Referendumverordening Noordwijk 2025
Referendumverordening Gemeente Noordwijk 2025
Paragraaf 1 Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- -
kiesgerechtigd: stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Noordwijk;
- -
ontwerp raadsbesluit: een aan de raad voorgelegd besluit dat op de agenda van een raadsvergadering is opgenomen;
- -
referendum: volksraadpleging op initiatief van kiesgerechtigden of de raad van de gemeente Noordwijk; waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een ontwerp raadsbesluit; waarbij de uitslag niet bindend is, maar geldt als advies aan de raad;
- -
Centraal stembureau: het Centraal stembureau van de gemeente Noordwijk.
- -
burgerinitiatief: het recht van inwoners om zelf een voorstel of onderwerp bij de gemeenteraad aan te dragen, zodat dit officieel wordt besproken en behandeld.
Artikel 2. Referendum, initiatief, onderwerpen
-
1. Er kan een referendum worden gehouden op initiatief van kiesgerechtigden of de raad.
-
2. Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit, met uitzondering van besluiten:
- a.
over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen;
- b.
over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;
- c.
over de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie;
- d.
over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;
- e.
in het kader van deze verordening;
- f.
over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening;
- g.
over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen;
- h.
ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;
- i.
die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden;
- j.
waarvan de raad van mening is dat dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden;
- k.
besluiten over ingediend burgerinitiatief.
- a.
Paragraaf 2 De referendumcommissie
Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie
-
1. De raad stelt een onafhankelijke referendumcommissie in en benoemt en ontslaat haar leden.
-
2. De referendumcommissie bestaat uit vijf leden en kiest uit haar midden een voorzitter.
-
3. De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie.
-
4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente;
-
5. Ingezetenschap voor voorzitter en leden is geen vereiste;
-
6. De leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Aftredende leden kunnen worden herbenoemd;
-
7. De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij die aftreden of ontslag hebben genomen blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien;
-
8. De commissie heeft alleen een taak indien er een besluit ligt tot het houden van een referendum.
Artikel 4. Vergaderingen referendumcommissie
-
1. De vergaderingen van de referendumcommissie zijn besloten. De commissie kan wel besluiten om een openbare vergadering te houden of om derden toe te laten.
-
2. De referendumcommissie kan een reglement van orde voor haar vergaderingen en haar andere werkzaamheden opstellen, dat aan de raad wordt toegezonden;
-
3. Voor de besluitvorming is een quorum vereist van drie leden. Bij het staken van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Artikel 5. Taken referendumcommissie
-
1. De referendumcommissie heeft tot taak:
- a.
de raad te adviseren over:
- 1°.
de vraag of sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid;
- 2°.
de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure, en
- 3°.
de datum van het te houden referendum;
- 1°.
- b.
de voorzitter van de raad te adviseren over het formulier voor de ondersteuningsverklaringen;
- c.
burgemeester en wethouders te adviseren over de stembiljetten;
- d.
toezicht te houden op:
- 1°.
de uitvoering van deze verordening, en
- 2°.
het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum;
- 1°.
- e.
klachten te behandelen in het kader van de toezichttaak, genoemd onder d.
- a.
-
2. De referendumcommissie kan op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht.
-
3. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar.
Paragraaf 3 Bijzondere bepalingen
Artikel 6. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek
-
1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 400 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt.
-
2. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk vijf werkdagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken.
-
3. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.
-
4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen.
-
5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid.
-
6. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd.
-
7. Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist.
-
8. De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het inleidende verzoek zo spoedig mogelijk openbaar op een voor de gemeente gebruikelijke wijze.
Artikel 7. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek
-
1. Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 2.000 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd.
-
2. Een definitief verzoek wordt ingediend bij de voorzitter van de raad binnen zes weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd.
-
3. Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.
-
4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen.
- a.
het papieren formulier ligt ter ondertekening op het gemeentehuis. Bij het plaatsen van een handtekening dient de kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig identiteitsbewijs.
- a.
-
5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid.
-
6. De voorzitter van de raad maakt binnen vier weken na ontvangst van het definitieve verzoek bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend.
-
7. De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen niet mee voor het definitief verzoek.
-
8. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum.
Artikel 8. Initiatief van de raad
-
1. De raad kan besluiten tot het houden van een referendum.
-
2. Zo spoedig mogelijk nadat dit besluit is genomen, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarover het referendum zal worden gehouden. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden totdat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt.
Artikel 9. Datum stemming
-
1. Tegelijk met het besluit om een referendum te houden of zo spoedig mogelijk daarna bepaalt de raad met inachtneming van een advies van het college van burgemeester en wethouders de datum van het referendum.
-
2. De stemming vindt plaats uiterlijk binnen vier maanden na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum.
-
3. De raad kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen in twee gevallen:
- a.
om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing; of
- b.
om te voorkomen dat de stemming in een schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen.
- a.
-
4. De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het houden van een referendum, na vaststelling van de datum conform het bepaalde in lid 1, zo spoedig mogelijk op een voor de gemeente gebruikelijke wijze bekend.
-
5. Indien de aanleiding tot het houden van een referendum komt te vervallen kan de gemeenteraad ertoe besluiten het referendum niet te laten plaatsvinden.
Artikel 10. Vraagstelling referendum
-
1. De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de vraagstelling vast.
-
2. Bij een referendum op initiatief van de kiesgerechtigden wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij voor of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn. Deze vraag kan geen betrekking hebben op afzonderlijke onderdelen van het ontwerp raadsbesluit.
-
3. Bij een referendum op initiatief van de raad wordt aan kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn OF kan de vraag bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen.
-
4. Bij een referendum met verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen stelt de raad de stemprocedure vast.
Artikel 11. Budget en subsidies
-
1. Onmiddellijk nadat is besloten tot het houden van een referendum, stelt de raad een budget vast voor de organisatie van het referendum.
-
2. De gemeente verstrekt geen subsidies of financiële bijdragen aan groeperingen of personen ten behoeve van het voeren van campagne of het geven van voorlichting in het kader van een referendum.
-
3. De gemeentelijke voorlichting beperkt zich tot het verstrekken van feitelijke informatie over het referendum, het besluit waarover het referendum wordt gehouden, de datum, wijze van stemmen en de geldende procedure.
Artikel 12. Uitvoering
Het college is belast met organisatie en uitvoering van het referendum.
Artikel 13. Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking
Op de procedure ter voorbereiding, stemming, en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de hoofdstukken E, paragrafen 2 en 4, J, L, N, paragraaf 1, en P, paragrafen 1 en 4, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald.
Artikel 14. Uitslag
-
1. Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit heeft gestemd waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten.
-
2. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze.
-
3. In geval van een meerkeuze referendum op initiatief van de raad wordt de keuzemogelijkheid die de meeste stemmen heeft gekregen als referendumuitspraak vastgesteld en bekendgemaakt op een algemeen toegankelijke wijze.
-
4. De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied.
-
5. Het referendum is geldig, indien het aantal geldig uitgebrachte stemmen meer bedraagt dan 30% van het aantal kiesgerechtigden.
Artikel 15. Besluit
De raad neemt in de eerstvolgende vergadering na de datum van het referendum een besluit naar aanleiding van de uitslag van het referendum.
Paragraaf Overige bepalingen
Artikel 16. Evaluatie
-
1. De raad is belast met de uitvoering van de evaluatie van het referendum.
-
2. De raad kan het college opdragen de evaluatie uit te voeren.
-
3. De evaluatie bevat ten minste:
- a.
een beoordeling van de kosten;
- b.
de benodigde werkuren binnen de ambtelijke organisatie en de raad;
- c.
ervaringen van kiesgerechtigden;
- d.
ervaringen van ambtenaren en raadsleden.
- a.
Artikel 17. Strafbepaling
Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die:
- a.
stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
- b.
stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken;
- c.
stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
- d.
als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden;
- e.
bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem;
- f.
stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven.
Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Referendumverordening Gemeente Noordwijk.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.
De voorzitter,
De griffier,
Toelichting
Algemeen
Een Referendumverordening waarbij de mogelijkheid wordt gegeven een referendum te organiseren over een ontwerp raadsbesluit is bij uitstek een instrument van de raad.
In de Referendumverordening worden diverse taken niet gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: college), maar aan de raad of griffier gelaten. De organisatie en uitvoering van het referendum zelf, nadat duidelijk is dat dit er komt, ligt uiteraard wel bij het college.
Artikelsgewijs
Artikel 1. Definities
Kiesgerechtigd
Voor het begrip ‘kiesgerechtigd’ is aangesloten bij degene die gerechtigd is deel te nemen aan de raadsverkiezingen. Dit is geregeld in artikel B3 van de Kieswet (18 jaar of ouder, Nederlander of EU-onderdaan of vijf jaar een verblijfsvergunning, of rechtmatig in Nederland verblijvend op grond van de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een verdrag tussen een internationale organisatie en de Staat der Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in Nederland).
De nadere bepaling van kiesgerechtigd zijn is afhankelijk van de fase waarin het proces verkeert: het gaat erom wie stemrecht zou hebben bij de raadsverkiezing op [de dag waarop het formulier voor de ondersteuningsverklaringen voor het inleidend verzoek wordt verstrekt dan wel de dag waarop de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd (zie de artikelen 5 en 6) dan wel op] de dag waarop het referendum wordt gehouden.
Referendum
Deze verordening gaat uit van een referendum op basis van een ontwerp raadsbesluit. Een referendum is te zien als een advies van burgers aan de raad over een voorgenomen besluit.
Artikel 2. Referendum, initiatief, onderwerpen
Eerste lid
De raad beslist of er een referendum kan worden gehouden.
Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit in zijn geheel. In de praktijk kan het zijn dat onderdelen van het besluit tot meer of minder discussie leiden, maar het is niet mogelijk om daar onderscheid in te maken door een onderdeel uit het ontwerp raadsbesluit centraal te stellen en aan een referendum te onderwerpen.
Tweede lid
Bepaalde onderwerpen waarover de raad een besluit kan nemen lenen zich minder goed voor een referendum. Deze zijn hier als uitzondering opgenomen. De lijst is gebaseerd op de ervaringen met onder meer de Tijdelijke referendumwet en autonome gemeentelijke verordeningen; bij de onderdelen f en g gaat het om het budgetrecht van de raad.
Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie
Een referendumcommissie wordt ingesteld nadat de Referendumverordening is vastgesteld. Het is een permanente commissie omdat een referenduminitiatief ineens kan opkomen en er dan binnen enkele dagen een advies dient te worden uitgebracht over bijvoorbeeld de vraag of een referendum mogelijk is over het ontwerp raadsbesluit. Het kan zijn dat de leden van de referendumcommissie lange tijd niet bijeenkomen. Als er geen referenduminitiatief is, zal er doorgaans geen reden zijn om te vergaderen. Voor de benoemingstermijn van zes jaar is aangesloten bij de termijn die gehanteerd wordt voor de rekenkamer (vijfde lid). Uiteraard staat het gemeenteraden vrij een andere termijn te kiezen.
Wanneer een lid van de referendumcommissie ontslag neemt, is het aan de raad om zo snel mogelijk een vervanger te benoemen. Er is niet bepaald dat het lid van de referendumcommissie aanblijft totdat in diens opvolging is voorzien. Het kan soms enkele maanden duren voordat er een opvolger is benoemd. Het is niet gewenst om iemand die ontslag neemt in het ongewisse te laten over wanneer dat ontslag uiteindelijk ingaat. Er is niet expliciet geregeld dat leden van de referendumcommissie (bijvoorbeeld in geval van niet functioneren) ontslagen kunnen worden. In het algemeen geldt dat diegene die benoemt ook kan ontslaan.
Artikel 4. Vergaderingen referendumcommissie
De vergaderingen van de referendumcommissie zijn besloten, tenzij de commissie anders besluit. De commissie bepaalt zelf het reglement van orde. Voor de besluitvorming zijn drie leden vereist. De voorzitter heeft een doorslaggevende rol bij het staken van de stemmen.
Artikel 5. Taken referendumcommissie
De referendumcommissie heeft diverse adviserende taken. Daarnaast houdt de referendumcommissie toezicht op het gehele referendumproces. De referendumcommissie kan gevraagd en ongevraagd advies geven.
Eerste lid
Onder a tot en met c staat de advisering aan respectievelijk de raad, de voorzitter van de raad en het college. De referendumcommissie heeft een adviserende rol bij diverse stappen in het referendumproces die gevoelig kunnen liggen of voor discussie kunnen zorgen. Onder d is de rol van de referendumcommissie als toezichthouder op het hele referendumproces vastgelegd. Een uitvloeisel van die rol is de behandeling door de referendumcommissie van klachten over het referendumproces (onder e). Klachten kunnen over uiteenlopende zaken gaan, bijvoorbeeld het afkeuren van een aantal ondersteunende handtekeningen, het aantal stembureaus of een campagne uiting van een organisatie.
Wellicht ten overvloede: de taak die de referendumcommissie heeft ten aanzien van klachten over het referendumproces heeft niet te maken met het klachtrecht dat wordt geregeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb); dat klachtrecht gaat immers alleen over gedragingen van bestuursorganen en personen die daarbij werkzaam zijn. De afdoening daarvan is een taak van het bestuursorgaan zelf.
De referendumcommissie brengt na afloop van elk referendumproces een evaluatie uit (onder f). Dit kan gaan om een referendumproces inclusief een gehouden referendum maar ook over een referendumproces waarbij het niet tot een daadwerkelijk gehouden referendum is gekomen.
Artikel 6. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek
Het inleidend verzoek heeft twee functies: het aantonen dat er binnen de gemeente enig draagvlak is voor een referendum en een toetsmoment of over het ontwerp raadsbesluit een referendum kan worden gehouden. Daarom is het aantal handtekeningen voor het inleidend verzoek in de regel laag. Hier wordt een aantal van 400 gehanteerd. Het definitief verzoek (artikel 7) moet aantonen dat er voldoende draagvlak binnen de gemeente is om daadwerkelijk een referendum te houden. Voor het definitief verzoek wordt een aantal van 2000 handtekeningen gehanteerd.
Derde en vierde lid
Ondersteuningsverklaringen kunnen in de procedure voor het inleidend verzoek op grond van deze verordening alleen schriftelijk worden ingediend. De handtekeningen moeten worden geplaatst op formulieren die door de voorzitter van de raad worden verstrekt. De referendumcommissie heeft een adviserende rol.
Vijfde lid
Bij het controleren van de geldigheid van de handtekeningen wordt beoordeeld of diegenen die de ondersteuningsverklaring indienen kiesgerechtigd zouden zijn voor de raadsverkiezingen op het moment dat de voorzitter van de raad het formulier voor de ondersteuningsverklaringen verstrekt. Bij het zetten van de handtekening is nog niet bekend of, en zo ja, wanneer het referendum gehouden wordt. Daarom wordt hier voor een andere peildatum gekozen dan de dag van het referendum. Om verwarring over deze peildatum te voorkomen is het goed om deze uitgiftedatum ook op het ondersteuningsformulier te zetten.
Het ligt voor de hand ook de controle te laten uitvoeren door de voorzitter van de raad. Deze heeft immers toegang tot de basisregistratie persoonsgegevens.
Zesde lid
De raad beslist of het inleidend verzoek kan worden ingewilligd. Hierbij wordt getoetst aan de in artikel 2, tweede lid, vermelde onderwerpenlijst. En wordt beoordeeld of er een voldoende aantal geldige ondersteuningsverklaringen is. De referendumcommissie heeft hierbij een adviserende rol.
Het besluit van de raad op het inleidend verzoek is een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen staat bezwaar en beroep open.
Zevende lid
Als de raad het ontwerp raadsbesluit referendabel acht, wordt het inhoudelijk besproken, waarbij uiteraard amendementen en moties kunnen worden ingediend. Over het ontwerp raadsbesluit zelf wordt niet gestemd. Dit gebeurt pas nadat het referendum is gehouden, of nadat de raad heeft besloten dat er geen referendum gehouden kan worden.
Artikel 7. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek
De procedure voor het definitief verzoek is in grote lijnen gelijk aan die voor het inleidend verzoek. Dit houdt onder meer in dat de voorzitter van de raad controleert op voldoende handtekeningen van kiesgerechtigden. De kiesgerechtigdheid is hier gekoppeld aan de dag waarop de raad besloten heeft dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. Voor het aantal ondersteuningsverklaringen wordt het aantal van 2000 gehanteerd.
Dat de ondersteuningsverklaringen van het inleidend verzoek niet meetellen voor het definitief verzoek heeft de volgende reden. Tijdens het inleidend verzoek is het ontwerp raadsbesluit nog niet besproken door de raad; het voorstel kan dus nog gewijzigd worden als gevolg van amendementen. Daarom is het mogelijk dat een kiesgerechtigde het inleidend verzoek ondersteunt, maar geen handtekening wil zetten voor het definitief verzoek, bijvoorbeeld omdat inmiddels aan zijn of haar bezwaren tegemoet is gekomen. Of over het ontwerp raadsbesluit een referendum kan worden gehouden is eerder in het proces, bij het inleidend verzoek beslist. Een voldoende aantal handtekeningen zal dan ook een positief besluit tot het houden van het referendum inhouden.
EN/OF
Artikel 8. Initiatief van de raad
De raad kan zelf het initiatief nemen om een referendum te houden. Vaak zal het voorstel daartoe van een of meer raadsleden of fracties afkomstig zijn. Elk raadslid heeft op grond van artikel 147a van de Gemeentewet het recht van initiatief om een (uitgewerkt) voorstel voor bijvoorbeeld een referendum te doen. Ook kan elk raadslid een motie daartoe indienen. Een initiatiefvoorstel of motie kan bijvoorbeeld een voorstel voor een referendum inhouden over onderwerpen waarbij aan kiesgerechtigden alternatieven wordt voorgelegd en waarbij het college wordt verzocht een en ander in een nota uit te werken. Over een initiatiefvoorstel moet op grond van artikel 147a, vierde lid, van de Gemeentewet het college de gelegenheid krijgen wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Initiatiefvoorstellen en moties worden behandeld conform het Reglement van Orde van de raad. Op grond van artikel 4, eerste lid, onder a, heeft de referendumcommissie de taak te adviseren alvorens de raad besluit een referendum te houden. Het is daarom zaak om een voorgenomen referenduminitiatief zo snel mogelijk bij de referendumcommissie te melden. Het initiatiefvoorstel of de motie kan resulteren in een besluit van de raad tot het houden van een referendum als bedoeld in artikel 7, eerste lid.]
Artikel 9. Datum stemming
Over de dag van de stemming brengt de referendumcommissie advies uit (artikel 4, eerste lid, onder a, sub 3°).
Artikel 10. Vraagstelling referendum
De raad stelt de vraagstelling van het referendum vast na advies van de referendumcommissie; deze zal daarover doorgaans in overleg treden met de initiatiefnemers van het referendum en de portefeuillehouder uit het college.
Tweede lid
Bij een referendum op initiatief van de kiesgerechtigden ligt de vraagstelling grotendeels vast: de vraag is gekoppeld aan het ontwerp raadsbesluit. Doorgaans zal hierdoor de vraagstelling zijn bent u voor of tegen het ontwerp raadsbesluit. Soms wordt in een raadsvoorstel een keuzemogelijkheid aan de raad gegeven, als dit voorstel het onderwerp is van een referendum zal aan de kiesgerechtigden deze keuzemogelijkheden worden voorgelegd. EN/OF Bij een referendum op initiatief van de raad kan de vraagstelling een andere vorm krijgen. De raad kan aan de kiesgerechtigde inwoners de vraag voorleggen of zij vóór dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit zijn EN/OF verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen.
Artikel 11. Budget en subsidies
Eerste lid
Als duidelijk is dat er een referendum komt, dient de raad een budget vast te stellen. Allereerst voor de organisatie van het referendum zelf (stempassen, stembiljetten, stembureaus, enz). Daarnaast een bedrag voor voorlichting.
Tweede lid
De gemeente verstrekt geen subsidies of financiële bijdragen aan groeperingen of personen ten behoeve van het voeren van campagne of het geven van voorlichting in het kader van een referendum.
Derde lid
De gemeentelijke voorlichting beperkt zich tot het verstrekken van feitelijke informatie over het referendum, het besluit waarover het referendum wordt gehouden, de datum, wijze van stemmen en de geldende procedure.
Artikel 13. Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking
Het ligt voor de hand om voor de procedures rond de stemming aan te sluiten bij de gang van zaken bij de raadsverkiezingen. Vandaar dat de desbetreffende bepalingen uit de Kieswet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, voor zover er geen regeling in deze verordening zelf is opgenomen. Het gaat om de volgende onderdelen:
- •
hoofdstuk E, paragraaf 2: de instelling en bemensing van stembureaus door het college;
- •
hoofdstuk E, paragraaf 4: de instelling van het centraal stembureau (bij een lokaal referendum is er geen taak voor een hoofdstembureau; paragraaf 3 van hoofdstuk E is hier daarom niet vermeld);
- •
hoofdstuk J: de stemming (met onder andere de oproep, de inrichting van het stemlokaal, het uitbrengen van de stem);
- •
hoofdstuk L: het stemmen bij volmacht;
- •
hoofdstuk N, paragraaf 1: de telling van de stemmen;
- •
hoofdstuk P, paragraaf 1: de werkzaamheden van het centraal stembureau ten behoeve van de vaststelling en de bekendmaking van de uitslag;
- •
hoofdstuk P, paragraaf 4: de vaststelling en de bekendmaking van de uitslag in een openbare zitting van het centraal stembureau. Ook is hier geregeld dat er een proces-verbaal van de werkzaamheden wordt opgemaakt. Zie over de bekendmaking ook de toelichting bij artikel 13.
Artikel 14. Uitslag
In artikel 14 zijn bepalingen opgenomen over de taken van het centraal stembureau bij de telling, de vaststelling en de bekendmaking van de uitslag van een referendum. Deze wijken deels af van desbetreffende bepalingen in de Kieswet of vullen deze aan.
Onder andere artikel P23 van de Kieswet (onderdeel van paragraaf 4) is van overeenkomstige toepassing verklaard. Daarin is geregeld dat het centraal stembureau zijn proces-verbaal met weglating van de ondertekening onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze openbaar maakt.
In het tweede lid van artikel 14 is verder bepaald dat het centraal stembureau de uitslag aan de raad overbrengt. Het vierde lid regelt dat de raad een uitspraak doet over de wettigheid van de stemming.
Artikel 17. Strafbepaling
Op grond van artikel 154, eerste lid, van de Gemeentewet kan de raad op overtreding van een verordening een straf stellen van ten hoogste drie maanden hechtenis of een geldboete van de tweede categorie (€ 4.150,- in 2019). Voor het bepalen van wat strafbaar is, is aangesloten bij hoofdstuk Z, paragraaf 1, van de Kieswet.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl