Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755200
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755200/1
Treasurystatuut Waterschap Aa en Maas 2026
Geldend van 14-01-2026 t/m heden
Intitulé
Treasurystatuut Waterschap Aa en Maas 20261. Inleiding
Het is decentrale overheden niet toegestaan “voor bank te spelen”. Het aangaan van leningen en het uitzetten van middelen, evenals het verlenen van garanties, is dan ook alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak. Daarnaast dienen uitzettingen en het gebruik van derivaten een prudent karakter te hebben en behoren deze niet gericht te zijn op het genereren van inkomen door het lopen van risico's.
Met het voorliggende treasurystatuut leggen we de formele kaders vast waarbinnen de treasury activiteiten van Waterschap Aa en Maas dienen plaats te vinden. Hierdoor is een objectieve en transparante afweging vooraf mogelijk en een onderbouwde verantwoording achteraf. Dit statuut is de basis voor het gevoerde treausrybeleid en bepaalt de uitgangspunten en normen die we hanteren. De specifieke beleidsvoornemens, de uitvoering van het beleid en de verantwoording over het gevoerde beleid worden conform de geldende verslaggevingsvoorschriften toegelicht in de begroting en de jaarrekening.
Het treausurystatuut is opgesteld in lijn met de verschillende wet- en regelgeving die er is ten aanzien van de financiën van waterschappen zoals vastgelegd in de Waterschapswet, het Waterschapsbesluit en de Wet Modernisering Waterschapsbestel. Daarnaast zijn in de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de hieruit volgende regelingen kaders gesteld voor een verantwoorde, weloverwogen en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. De belangrijkste doelstellingen van de Wet Fido zijn het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden, het beheersen van renterisico's en het vergroten van transparantie. Aanvullend zijn in de Regeling uitzettingen derivaten decentrale overheden (Ruddo) normen voor kredietwaardigheid vastgelegd waar partijen bij wie decentrale overheden middelen willen uitzetten, aan moeten voldoen.
Naast de Wet Fido en Ruddo zijn de volgende kaders van belang voor dit treasurystatuut:
- •
Besluit lening voorwaarden decentrale overheden (Bldo)
In het Bldo zijn regels opgenomen voor de decentrale overheden inzake het aangaan, verstrekken en garanderen van geldleningen.
- •
Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (Ufdo)
Hierin zijn de rentepercentages voor de kasgeldlimiet en renterisiconorm bij decentrale overheden opgenomen. Deze percentages geven aan hoeveel een decentrale overheid mag lenen.
- •
Schatkistbankieren decentrale overheden (Skb)
Hierin zijn regels opgenomen ter uitvoering van het schatkistbankieren voor decentrale overheden.
- •
Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof)
De Wet Hof bevat de regels voor het bereiken en vasthouden van gezonde overheidsfinanciën.
Leeswijzer
In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie van het waterschap geformuleerd. Deze worden vervolgens nader uitgewerkt in de organisatie en procedures, waarbij rekening wordt gehouden met de voorgeschreven instrumenten en limieten. Het treasurybeleid wordt vervolgens beschreven voor de onderdelen voorbereiding, vaststelling en uitvoering. Daarna komen de administratieve organisatie en interne controle van de treasuryfunctie aan de orde. Daarbij ligt het accent op de eenduidigheid betreffende de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
2. Begripsbepalingen
Ten behoeve van de leesbaarheid van het treasurystatuut is geprobeerd om het aantal technische termen in dit statuut te beperken. Om misverstanden te voorkomen over de gehanteerde begrippen is het gebruik van vakjargon onafwendbaar. Daarom worden specifieke begrippen in de onderstaande begrippenlijst verklaard.
- a)
Derivaten: Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder meer gebruikt om renterisico's te sturen en financieringskosten te minimaliseren.
- b)
EU/EER lidstaat: Een lidstaat is een staat die lid is van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
Dit zijn dus de EU-landen plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.
- c)
Financiering: Het aantrekken van benodigde financiële middelen. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.
- d)
Kasgeldlimiet: Een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. Dit percentage is door de Minister van Financiën in de ‘Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden’ voor waterschappen per 1 januari 2001 vastgesteld op 23%.
- e)
Kredietrisico: De risico's op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van verplichtingen door de tegenpartij.
- f)
Limiet: De (uiterste) grens van een bepaalde handeling, verantwoordelijkheid en/of bevoegdheid.
- g)
Liquiditeitsprognose: Een overzicht van de verwachte toekomstige inkomsten en uitgaven uitgezet in de tijd.
- h)
Liquiditeitsrisico: Het risico dat het waterschap op korte termijn over onvoldoende middelen beschikt om aan haar directe verplichtingen te kunnen voldoen.
- i)
Marktrisico: Het gevaar van schommelingen in de waarde van financiële activa door marktbewegingen. Dit risico dient geminimaliseerd te worden. Voorwaarde hierbij is in beginsel dat de hoofdsom van de lening/uitzetting intact blijft.
- j)
Nettingovereenkomst: Een overeenkomst op grond waarvan de wederzijdse verplichtingen tussen partijen verrekend worden waardoor wordt bepaald wat de ene partij per saldo aan de andere partij verschuldigd is.
- k)
Netto vlottende schuld: Het gezamenlijk bedrag van:
- •
de opgenomen gelden met een oorspronkelijk rentetypische looptijd korter dan 1 jaar
- •
de schuld in rekening-courant
- •
de - voor een termijn van korter dan 1 jaar - ter bewaking in kas gestorte gelden van derden
- •
overige geldleningen die geen onderdeel uitmaken van de vaste schuld, verminderd met het gezamenlijk bedrag van contante gelden, tegoeden in rekening-courant en de overige uitstaande gelden met een rentetypische looptijd van korter dan 1 jaar.
- •
- l)
Rating: Een indicatie van het kredietwaardigheidsrisico ofwel de mate waarin de onderneming aan haar verplichtingen kan voldoen.
- m)
Ratingkwalificaties (van de ratingbureaus Moody’s en Standard & Poor’s):
- •
Aaa en AAA: Extreem kredietwaardig
- •
Aa en AA: Zeer kredietwaardig. Veiligheidsmarges zijn echter niet zo hoog als bij een Aaa- en AAA-categorie
- •
A: Zeer kredietwaardig. Er zijn echter factoren aanwezig waardoor afbetaling in de toekomst enig gevaar loopt
- •
Baa en BBB: Kredietwaardig, maar gevoelig voor slechte economische tijding
- •
Ba en BB: Speculatief, matige bescherming van afbetaling aanwezig
- •
B: Heeft momenteel capaciteit voor rente en aflossing, maar is gevoelig voor faillissement
- •
Caa en CCC: Enige bescherming voor investeerders is aanwezig, maar grote risico’s en onzekerheid aanwezig
- •
Ca en CC: Zeer speculatief, meestal achtergestelde schuld
- •
C: Rentebetalingen zijn reeds gestopt
- •
- n)
Renterisico: Het gevaar van onvoorziene veranderingen van de (financiële) resultaten van het waterschap door rentewijzigingen.
- o)
Renterisiconorm: Een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van het openbare lichaam bij aanvang van het jaar. De Minister van Financiën heeft in de ‘Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden’ dit percentage voor waterschappen per 1 januari 2001 vastgesteld op 30%.
- p)
Rentetypische looptijd: Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningvoorwaarden sprake is van een - door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare - constante rentevergoeding (rentevaste periode).
- q)
Rentegevoeligheidsanalyse: Een analyse van de gevoeligheid van de begroting van een waterschap voor rentewijzigingen.
- r)
Rentevisie: Toekomstverwachting over de renteontwikkeling.
- s)
Toezichthouder: Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant, ingevolge de Waterschapswet artikel 120 (inzake goedkeuring voor het vaststellen van de kostentoedelingsverordening) en artikel 156 en 158 (inzake de mogelijkheid van GS om besluiten van het waterschap te vernietigen).
- t)
Treasurybeheer: Dit omvat de daadwerkelijke uitvoering van het treasurybeleid, binnen de kaders van het treasurystatuut. De uitvoering vindt zijn weerslag in specifieke beleidsplannen.
- u)
Treasurybeleid: Dit beleid bestaat uit de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en voorwaarden, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie.
- v)
Treasuryfunctie: Alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. Ook wel financieringsfunctie genoemd.
- w)
Uitzetting gelden: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot 1 jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van een jaar of langer.
- x)
Vaste schuld: Het gezamenlijk bedrag van de schuld uit hoofde van de geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van 1 jaar of langer en de voor een termijn van 1 jaar of langer ontvangen waarborgsommen.
- y)
Vermogenswaarde: Het geheel van de in geld uitgedrukte waarde van de bezittingen aan goederen en vorderingen (activa en passiva).
- z)
Vermogensbehoefte: Een overzicht van de behoefte aan middelen op lange termijn ter financiering van de investeringen. Ook wel kapitaalbehoefte genoemd.
- •
B: Heeft momenteel capaciteit voor rente en aflossing, maar is gevoelig voor faillissement
- •
Caa en CCC: Enige bescherming voor investeerders is aanwezig, maar grote risico’s en onzekerheid aanwezig
- •
Ca en CC: Zeer speculatief, meestal achtergestelde schuld
- •
C: Rentebetalingen zijn reeds gestopt
- •
3. Doel en uitgangspunten
3.1 Doel
Het treasurystatuut (hierna: statuut) heeft tot doel een formeel kader te scheppen waar binnen de financiering- en beleggingsactiviteiten van waterschap Aa en Maas dienen plaats te vinden. In het statuut moeten de vier elementen sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden in samenhang worden bezien om zo duidelijkheid en transparantie garanderen.
In feite komt het er op neer dat het belangrijkste doel van het treasurybeleid is om over voldoende middelen te beschikken op het juiste moment. Het treasurybeleid is erop gericht toegang te verkrijgen en te behouden tot de geld- en kapitaalmarkt om zo, binnen de financiële mogelijkheden van het waterschap, een optimaal of voldoende rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico's zo goed mogelijk worden beheerst.
Artikel 108 en artikel 109 van de Waterschapswet bepalen dat het algemeen bestuur bij verordening regels vaststelt met betrekking tot de organisatie van de administratie en het beheer van de vermogenswaarden en de controle. Met de vastgestelde Financiële verordening en de Controleverordening is hier invulling aan gegeven. Hierin zijn verplichtingen opgenomen waar met de vaststelling van dit treasurystatuut aan wordt voldaan.
3.2 Het treasurybeleid
De doelstellingen van het treasurybeleid zijn:
- •
Het verkrijgen en behouden van toegang tot de geld- en kapitaalmarkten tegen de scherpst mogelijke condities;
- •
Het beschermen van de organisatie tegen ongewenste financiële risico's, zoals rente-, koers-, liquiditeits-, valuta- en kredietrisico's;
- •
Het minimaliseren van de interne (verwerkingskosten) en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities;
- •
Het realiseren van een efficiënte en controleerbare treasuryfunctie binnen de organisatie;
- •
Het tijdig beschikbaar hebben van betrouwbare informatie aangaande de treasury;
- •
Het continu voldoen aan de wettelijke vereisten aangaande treasury, zoals onder meer opgenomen in de Wet Fido, Ruddo, Bldo, Skb, Wet Hof en de daarbij behorende uitvoeringsregelingen.
Investeringen, deelnemingen en beleggingen die worden gedaan in het kader van de publieke taak, maar waarbij bewust risico's worden aanvaard vallen buiten de kaders van dit statuut. In de voorkomende gevallen dient hiervoor steeds afzonderlijke besluitvorming plaats te vinden.
3.3 Tussentijdse bijstelling van het beleid
Eventuele tussentijdse bijstelling van het treasurybeleid en/of de treasury gerelateerde mandaten, zoals opgenomen in het mandaatbesluit en de regeling budgethouderschap en financieel mandaat, worden voorgelegd aan het algemeen bestuur.
3.4 Risicoprofiel
Ten aanzien van financieel risico hanteren we een risicomijdend profiel. Dit betekent dat bij het komen tot de eerste voorstellen met betrekking tot het gebruik van een van dergelijke instrumenten het bestuur nadrukkelijk wordt geïnformeerd over en betrokken bij het besluit betreffende het gebruik van deze instrumenten. Op deze wijze worden het doel en het effect van het te hanteren instrument helder en duidelijk gemaakt alvorens te kunnen worden toegepast.
Risicomijdend houdt in ieder geval in:
- •
Het beleid ten aanzien van financieringen is erop gericht een spreiding van toekomstige renterisico's te bevorderen. Zo kan ook in de toekomst worden ingespeeld op ontwikkelingen op het gebied van het aantrekken en uitzetten van financieringen om te blijven voldoen aan de renterisiconorm conform de eisen uit de Wet Fido. Op deze manier treedt er bovendien geen overmatige blootstelling aan rentebewegingen op.
- •
Het beleid is erop gericht te komen tot optimalisatie van de inkomende en uitgaande geldstromen door het zo goed mogelijk op elkaar afstemmen van de inkomsten en de uitgaven in de loop van het jaar.
- •
Een eventueel besluit ten aanzien van beleggingen is zodanig is dat alleen beleggingen kunnen worden gedaan van tijdelijke overschotten.
- •
Het gebruik van derivaten alleen is toegestaan ter beperking van financiële risico’s en het beleid dienaangaande dient prudent en transparant is.
3.5 Liquiditeitsrisicobeheer
We beperken onze liquiditeitsrisico’s door de treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitsprognose en een meerjarenraming.
3.6 Valutarisicobeheer
Valutarisico’s worden uitgesloten door alleen leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s.
4. De organisatie van de treasuryfunctie
4.1 Treasury-organisatie
Op grond van de Financiële verordening stelt het algemeen bestuur het treausurystatuut vast. De uitvoering van het treasurybeleid en het verrichten van treasury activiteiten, zoals het aangaan van leningen en het uitzettingen van gelden, is aan het dagelijks bestuur gedelegeerd. De concrete uitvoering van het beleid is belegd bij de ambtelijke organisatie volgens het geldende Mandaatbesluit.
4.2 Procedures
In de beschrijving van de administratieve organisatie in de Financiële verordening zijn procedures opgenomen die nadrukkelijk betrekking hebben op de treasuryfunctie. In deze procedures worden verantwoordelijkheden, activiteiten, bevoegdheden en functiescheidingen tussen besluitvormende, uitvoerende, registrerende en controlerende functies vastgelegd.
Daarnaast zijn in het kader van dit treasurystatuut drie (werk)procedures opgesteld: ‘Aangaan van leningen’, ‘Aangaan van kasgeldleningen’ en ‘Uitzetten van gelden’. Deze zijn als bijlage bij dit statuut opgenomen.
4.3 Functiescheiding
Naast de externe controle aan het einde van het proces door de accountant, vindt ook gedurende het jaar controle plaats naar de uitvoering van de processen, de juistheid en rechtmatigheid. Het grootste deel van de controle vindt dus intern plaats. Om een correcte wijze van interne controle zeker te stellen, moet er sprake zijn van functiescheiding. Door functiescheiding te creëren tussen besluitvormende, registrerende en controlerende functies wordt misbruik zoveel mogelijk voorkomen. Dit betekent dat de medewerkers die belast zijn met de treasury-activiteiten niet betrokken zijn bij de feitelijke administratieve vastlegging en controle.
4.4 Mandaten
Het algemeen bestuur besluit over het maximale bedrag waarvoor in enig jaar langlopende leningen mogen worden aangegaan en besluit over de maximale rekeningcourantverhouding. Het algemeen bestuur wordt daarbij voorgesteld het dagelijks bestuur te machtigen tot de uitvoering hiervan binnen het gestelde maximum. De concrete invulling hiervan wordt uitgevoerd door de ambtelijke organisatie volgens het geldende Mandaatbesluit en de geldende Regeling budgethouderschap en financieel mandaat.
5. Instrumenten en limieten
5.1 Instrumenten
Voor het uitvoeren van transacties zijn in het kader van de treasury de volgende instrumenten ter beschikking:
- •
Rekening-courantfaciliteiten
- •
Kasgeldleningen
- •
Vaste geldleningen
- •
Uitzettingsvormen (zoals deposito's)
- •
Specifieke rente-instrumenten (zoals derivaten)
Specifieke rente-instrumenten mogen alleen gebruikt worden voor het beheersen of verminderen van renterisico’s. Aa en Maas maakt hier in principe geen gebruik van. Zou het gebruik van specifieke rente-instrumenten toch aan de orde zijn, wordt dit voorgelegd aan het algemeen bestuur.
5.2 Limieten
Bij het gebruik van bovenstaande instrumenten moet men in ieder geval voldoen aan de onderstaande richtlijnen:
- •
Geldleningen kunnen uitsluitend worden aangegaan of verstrekt in euro’s, waarbij de hoofdsom niet onderhevig is aan enige vorm van indexatie.
- •
Het aangaan van geldleningen gebeurt op basis van een recente liquiditeitsprognose en een actuele rentevisie.
- •
De renterisiconorm mag niet worden overschreden.
- •
Onze rentevisie is gebaseerd op informatie van gezaghebbende instanties zoals de Nederlandse Waterschapsbank.
- •
De rentevisie, renteontwikkeling, liquiditeitsprognose en financieringsbehoefte worden conform de verslaggevingsvoorschriften opgenomen in de P&C-producten.
5.3 Opnemen (kas)gelden
- •
Renterisico's op de netto vlottende schuld zijn begrensd tot de normen van de kasgeldlimiet van de Wet Fido.
- •
Renterisico's op de vaste schuld zijn begrensd tot de normen van de renterisiconorm van de Wet Fido.
- •
Het gebruik van specifieke rente-instrumenten dient te geschieden conform de ministeriële regeling uit hoofde van de Wet Fido en de ‘Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden’.
- •
Het aantrekken van (kasgeld)leningen geschiedt conform de procedure ‘Afsluiten van (kasgeld)leningen’ zoals opgenomen in bijlage 1 en 2.
5.4 Uitzetten gelden
Zolang het schatkistbankieren verplicht is voor waterschappen, is het uitzetten van overtollige gelden niet aan de orde. Mocht het verplicht schatkistbankieren worden afgeschaft, ontstaan voor het waterschap alternatieve mogelijkheden om overtollige gelden tijdelijk uit te zetten. Hiervoor gelden in dat geval de volgende uitgangspunten en voorwaarden:
- •
Risico's bij uitzettingen worden beperkt doordat minimaal de hoofdsom is gegarandeerd.
- •
Koersrisico's op de uitzettingen in vastrentende waarden worden beperkt door de omvang en de (resterende) looptijd te matchen met de omvang en looptijd van de beschikbare liquide middelen.
- •
Het uitzetten van gelden geschiedt binnen de kaders van de wet Ruddo en volgens de procedure 'Uitzetten van gelden' als opgenomen in bijlage 3.
- •
Voor het uitzetten van gelden mag men een partij alleen accepteren als tegenpartij, indien deze voldoet aan de volgende criteria:
- o
Kredietrisico's bij langer dan 3 maanden uitzetten worden beperkt door uitsluitend uit te zetten bij financiële instellingen die voldoen aan de kredietwaardigheidseis rating AA-minus of hoger, afgegeven door minimaal twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus (Standaard & Poor’s, Moody’s en Fitch);
- o
Kredietrisico's bij korter dan 3 maanden worden beperkt door uitsluitend uitzetten bij financiële instellingen met minimaal A-rating, afgegeven door twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus;
- o
De tegenpartij is een instelling die onder financieel rechterlijk toezicht staat in een EU/EER lidstaat die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste 2 van de 3 gerenommeerde ratingbureaus en voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze tenminste over een AA-minusrating beschikken, afgegeven door tenminste 2 van de 3 gerenommeerde ratingbureaus.
- o
De tegenpartij is een collega-overheid of instantie binnen de Europese Unie, die de publieke taak dient en waaraan door de vigerende Centrale Bank een solvabiliteitsvrije status is toegekend.
- o
6. Uitvoeren van het treasurybeleid
Voor een correcte uitvoering van het treasurybeleid is informatie nodig. De verschillende (operationele) informatiestromen worden hieronder weergegeven. In het kader van de functiescheiding als benoemd in paragraaf 4.3 staat de toetsing en de controle op de uitvoering hier los van. Hier wordt in hoofdstuk 7 nader op ingegaan.
|
Operationele informatie |
Frequentie |
Bron |
Verstrekker |
Ontvanger / Afschrift |
|
Saldobepaling |
Maandelijks |
Elektronisch bankiersysteem en financiële administratie |
Treasurer |
Hoofd Financiën Coördinator Financiën Directeur Financiën |
|
Liquiditeitsprognose |
Maandelijks |
Saldobepaling, planning belastinginkomsten, inkomstenpatroon subsidies en overige ontvangsten, uitgavenpatroon investeringen en exploitatie. |
Treasurer |
Hoofd Financiën Coördinator Financiën Directeur Financiën |
|
Analyse leningenportefeuille en financieringsbehoefte |
Per kwartaal |
Omvang, spreiding en rentepercentages (aangegane) leningenportefeuille en financieringsbehoefte |
Treasurer |
Hoofd Financiën Coördinator Financiën Directeur Financiën |
|
Rentevisie lange en korte termijn |
Lange termijn: jaarlijks Korte termijn: wekelijks |
Financiële publicaties/bankrelaties |
Treasurer |
Hoofd Financiën Coördinator Financiën Directeur Financiën |
De uitvoering van het treasurybeleid is belegd bij de ambtelijke organisatie. De portefeuillehouder financiën wordt tenminste tweemaal per jaar geïnformeerd over de verwachte midden- en lange termijn ontwikkelingen op dit gebied. Bijvoorbeeld ten aanzien van de rentevisie voor de lange termijn en de algehele financiële positie van het waterschap.
7. Toetsing en control
7.1 Verslaglegging
Door middel van de verschillende P&C-documenten wordt gerapporteerd over de beleidsvoornemens, de beleidsuitvoering en wordt verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid. Indien nodig kan een voorstel voor bijstelling worden gedaan. De P&C-cyclus bestaat uit de voorjaarsnota, begroting en bijbehorende meerjarenraming, bestuursrapportage en de jaarrekening. Ze worden hierna nader toegelicht in relatie tot het treasurybeleid.
- •
Voorjaarsnota:
Is het startpunt van het begrotingsproces. Schetst de meerjarige verwachtingen voor zowel beleidsmatige als financiële ontwikkelingen. De voorjaarsnota ondersteunt het bestuur bij het maken van een integrale afweging in de balans tussen beleidsambities en lastendruk. In de voorjaarsnota wordt een inschatting gemaakt van de renteontwikkeling.
- •
Begroting en meerjarenraming:
Vertaling van de voorjaarsnota naar doelen, prestaties en middeleninzet. Laat per programma zien welke doelen het bestuur wil bereiken, op welke wijze dit wordt nagestreefd en wat de netto kosten zijn. De begroting plus meerjarenraming beslaat een periode van 5 jaar. In de paragraaf Uiteenzetting van de financiële positie worden de beleidsvoornemens ten aanzien van treasury geformuleerd. Hierin komen de volgende onderwerpen aan bod:
- o
Kasgeldlimiet
- o
Renterisiconorm
- o
Schatkistbankieren
- o
Rentevisie
- o
Liquiditeitsprognose en financieringsbehoefte
- o
Schuldpositie
- o
Eventuele ontwikkelingen in de treasuryorganisatie of die van invloed zijn op de treasuryfunctie
- o
- •
Jaarrekening: in de jaarrekening legt het dagelijks bestuur verantwoording af over het gevoerde beleid. Hierin wordt het beleid, zoals voorgenomen in de paragraaf Uiteenzetting van de financiële positie in de begroting, getoetst aan het werkelijk uitgevoerde beleid.
7.2 Interne controle
De interne toetsing en controle op de uitvoering van het beleid vindt plaats middels de procedures van de administratieve organisatie als vastgelegd in de Financiële verordening en de P&C-cyclus zoals hiervoor beschreven. Verantwoording over het gevoerde beleid wordt afgelegd in de jaarrekening.
De ambtelijke organisatie legt van alle stukken met betrekking tot de lening(en) dossiers aan. Deze dossiers staan op verzoek ter beschikking voor interne controle door Concern control en voor externe controle door de accountant.
7.3 Externe controle
De getrouwheid van de rechtmatigheid van de uitvoering van het treasurybeleid is onderdeel van de accountantscontrole in het kader van de controle op de jaarrekening. Deze controle beslaat het gehele uitvoeringstraject. De invulling hiervan is bepaald in de Controleverordening. We treffen alle maatregelen die noodzakelijk zijn voor het (doen) uitvoeren van een effectieve externe controle door een registeraccountant. Opdrachtgever voor de externe controle door de accountant is het algemeen bestuur.
7.4 Informatie verstrekking
Aa en Maas verstrekt jaarlijks in ieder geval de volgende informatie:
Aan de toezichthouder (Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant):
De begroting waarin opgenomen:
- •
het begrotingstotaal voor het komende jaar
- •
de kasgeldlimiet bij aanvang van het komende jaar
- •
de renterisiconorm bij aanvang van het komende jaar
- •
het renterisico op de vaste schuld over de komende 4 jaren
De jaarrekening waarin opgenomen:
- •
Het begrotingstotaal bij aanvang van het verslagjaar
- •
De kasgeldlimiet bij aanvang van het verslagjaar
- •
De gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van het verslagjaar
Aan het CBS:
Driemaandelijks een opgave van de stand van het EMU-saldo op een door het Centraal Bureau voor de Statistiek te bepalen wijze, zodat zij de informatie aan het Ministerie van Financiën kan presenteren.
8. Slotbepaling
- •
Het treasurystatuut 2009, vastgesteld bij besluit van 3 oktober 2008, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaande aan het jaar waarin dit beleid in werking treedt.
- •
Het treasurystatuut 2026 treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
- •
Dit statuut kan worden aangehaald als “Treasurystatuut waterschap Aa en Maas 2026”.
- •
Het statuut wordt tenminste eenmaal in de vier jaar in samenspraak met de auditcommissie beoordeeld op de noodzakelijkheid tot actualisatie.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur op 14 november 2025
de secretaris,
Peter Verlaan
de dijkgraaf,
Mario Jacobs
Bijlage 1 Procedure aangaan van leningen 1
Algemeen geldt dat bij het aangaan van geldleningen het ‘vier ogenprincipe’ wordt gehanteerd.
|
Functionaris |
Activiteit |
Omschrijving |
|
Treasurer |
Bepalen noodzaak aangaan geldlening en omvang lening |
Op basis van de liquiditeitenprognose de noodzaak van extra liquide middelen beoordelen en indien nodig de omvang van de aan te trekken lening bepalen. |
|
Coördinator Financiën Treasurer |
Bepalen randvoorwaarden en opstellen voorstel lening |
Een inventarisatie maken van de marktontwikkelingen en bepalen van de randvoorwaarden. Formuleren van een voorstel met de omvang, gewenste looptijd en het verwachte rentepercentage van de af te sluiten lening. |
|
Treasurer |
Opvragen offertes |
Bij minimaal 3 banken (waaronder de NWB-bank) en/of geldmakelaars een schriftelijke offerte opvragen. |
|
Coördinator Financiën Treasurer |
Beoordelen offertes |
Uit de ontvangen schriftelijke offertes wordt de lening met de beste condities (kosten en rente) gekozen. |
|
Hoofd Financiën Treasurer |
Afsluiten lening |
De gekozen aanbieder infomeren. Deze stuurt een schriftelijke bevestiging met de voorwaarden. |
|
Hoofd Financiën Treasurer |
Opstellen memo |
Memo opstellen over gevolgd proces en deze vastleggen in het dossier. |
|
Dijkgraaf (mandaatlijst) |
Ondertekenen lening overeenkomst |
Ondertekenen van de overeenkomst tot aangaan van de lening en retourneren aan de betreffende instantie. |
|
Directeur Financiën |
Informeren portefeuillehouder |
De portefeuillehouder financiën informeren over de aangegane lening. |
|
Kassier |
Inboeken lening |
Na ontvangst de lening inboeken in de financiële administratie. |
|
Treasurer Kassier |
Dossier bijwerken en archiveren stukken |
Dossier bijwerken met alle relevante gegevens van de lening (zoals ontvangen schriftelijke offertes, memo en lening overeenkomst) en archiveren. |
|
Dagelijks bestuur |
Afleggen verantwoording |
Via de P&C-cyclus wordt verantwoording afgelegd over de aangegane lening(en). |
|
Controller |
Toetsen procedure (steekproefsgewijs) |
Steekproefsgewijs toetsen of de procedure op een juiste wijze is gevolgd en vastgelegd. |
|
Accountant |
Controleren rechtmatigheid |
De accountant maakt voor zover mogelijk gebruik van de intern uitgevoerde controle en kan indien gewenst aanvullende controles uitvoeren. |
Bijlage 2 Procedure afsluiten kasgeldlening
|
Functionaris |
Activiteit |
Omschrijving |
|
Treasurer |
Signaleren noodzaak aantrekken kasgeldlening |
Op basis van de liquiditeitsprognose bepalen of er een lening afgesloten moet worden, rekening houdend met de spreiding van de vaste geldleningen en eventueel te verwachten rentevoordeel voor kort geld. |
|
Hoofd Financiën Coördinator Financiën Treasurer |
Bepalen randvoorwaarden en opstellen voorstel lening |
Een inventarisatie maken van de marktontwikkelingen en bepalen van de randvoorwaarden. Formuleren van een voorstel met de omvang, gewenste looptijd en het verwachte rentepercentage van de af te sluiten lening. |
|
Treasurer |
Opvragen offerte |
Bij de huisbankier een schriftelijke offerte opvragen. |
|
Hoofd Financiën Treasurer |
Beoordelen en goedkeuren offerte |
De offerte beoordelen op condities en voorwaarden (kosten en rente). Hoofd financiën geeft na goedkeuring akkoord voor het afsluiten van de kasgeldlening. |
|
Treasurer |
Afsluiten kasgeldlening |
De huisbankier informeren. Deze stuurt een schriftelijke bevestiging met de voorwaarden. |
|
Kassier |
Inboeken kasgeld |
Na ontvangst van de kasgeldlening inboeken in de financiële administratie. |
|
Treasurer Kassier |
Dossier bijwerken en archiveren stukken |
Dossier bijwerken met alle relevante gegevens van de kasgeldlening en archiveren. |
|
Dagelijks bestuur |
Afleggen verantwoording |
Via de P&C-cyclus wordt verantwoording afgelegd over de aangetrokken kasgeldlening(en). |
|
Controller |
Toetsen procedure (steekproefsgewijs) |
Steekproefsgewijs toetsen of de procedure op een juiste wijze is gevolgd en vastgelegd. |
|
Accountant |
Controleren rechtmatigheid |
De accountant maakt voor zover mogelijk gebruik van de intern uitgevoerde controle en kan indien gewenst aanvullende controles uitvoeren. |
Bijlage 3 Procedure uitzetten van gelden
Deze procedure is alleen van toepassing in het geval het verplicht schatlistbankieren komt te vervallen en geldt in dat geval voor het uitzetten van gelden voor een korte periode (deposito's). Indien middelen voor een langere tijd overtollig zijn of er een specifieke aanleiding is om als uitlenende partij op te treden bij een vaste geldlening wordt dit voorgelegd aan het bestuur.
|
Functionaris |
Activiteit |
Omschrijving |
|
Treasurer |
Signaleren noodzaak uitzetten gelden |
Op basis van de liquiditeitsprognose wordt de omvang van de overtollige middelen bepaald. |
|
Hoofd Financiën Coördinator Financiën Treasurer |
Bepalen randvoorwaarden en opstellen voorstel uitzetten overtollige middelen |
Een inventarisatie maken van de marktontwikkelingen en bepalen van de randvoorwaarden. Formuleren van een voorstel met de omvang, de looptijd en het verwachte rentepercentage van voor de uitzetting. |
|
Treasurer |
Opvragen offertes |
Bij minimaal 2 banken (waaronder de NWB-bank) en/of geldmakelaars een schriftelijke offerte opvragen voor de uit te zetten gelden. |
|
Hoofd Financiën |
Beoordelen offertes |
De offerte beoordelen op condities en voorwaarden (kosten en rente). |
|
Hoofd Financiën Directeur Financiën |
Accorderen uitzetting |
Akkoord geven op de gekozen offerte en uitzetting van de overtollige middelen |
|
Treasurer |
In depot laten zetten overtollige gelden |
De gekozen aanbieder informeren. Deze stuurt een schriftelijke bevestiging en zet de overtollige middelen in depot. |
|
Kassier |
Inboeken vordering |
Na debitering van het dagafschrift wordt het depot ingeboekt in de financiële administratie. |
|
Treasurer Kassier |
Dossier bijwerken en archiveren stukken |
Dossier bijwerken met alle relevante gegevens van de kasgeldlening en archiveren. |
|
Dagelijks bestuur |
Afleggen verantwoording |
Via de P&C-cyclus wordt verantwoording afgelegd over de uitgezette middelen. |
|
Controller |
Toetsen procedure (steekproefsgewijs) |
Steekproefsgewijs toetsen of de procedure op een juiste wijze is gevolgd en vastgelegd. |
|
Accountant |
Controleren rechtmatigheid |
De accountant maakt voor zover mogelijk gebruik van de intern uitgevoerde controle en kan indien gewenst aanvullende controles uitvoeren. |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl