Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755195
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755195/1
Beleidskader participatie 2025-2030
Geldend van 14-01-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidskader participatie 2025-2030DE RAAD VAN DE GEMEENTE DEURNE
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 september 2025, nr. 3331138;
gehoord het advies van de commissie Samenleving en Bestuur, d.d. 27 november 2025;
besluit:
het Beleidskader participatie 2025-2030 vast te stellen.
Voorwoord
De drempel om mee te doen is voor iedereen anders. Daar houden we rekening mee.
In Deurne zie ik veel mensen die willen meepraten en meedoen om ons Deurne nog mooier te maken. Dat vind ik erg waardevol. Want meedoen betekent zichtbaar zijn, je uitspreken en soms ook je nek uitsteken. En het betekent ook betrokkenheid tonen en de keuze maken om je kostbare tijd hieraan te geven.
Waardering heb ik ook voor de gemeenteraad, die in hun raadsprogramma 2022-2026 duidelijk heeft gekozen om het samenspel met de samenleving te omarmen. Dat is een keuze voor transparantie, voor invloed delen, voor loslaten, en voor vertrouwen in de Deurnenaren. In gesprekken hebben we het vaak gehad over dilemma’s die daarbij komen kijken. Hoe houd je als raadslid je verantwoordelijkheid? Hoe zorg je dat ook inwoners zelf hun verantwoordelijk kunnen nemen? Hoe maak je een afweging bij tegengestelde belangen? Hoe zorg je dat we niet altijd dezelfde stemmen horen, maar juist ook de stemmen van degenen die dat niet kunnen, willen of durven? We hebben gesproken over wensen, twijfels, hoop en teleurstelling. Want participatie betekent ook kwetsbaarheid durven tonen, je uitspreken, en accepteren dat je niet altijd je zin krijgt.
Meedoen is niet vanzelfsprekend. Om meerdere redenen kunnen mensen een drempel ervaren om naar een bijeenkomst te komen, een vragenlijst in te vullen, inbreng te geven, of een initiatief voor te stellen. Ik vind het belangrijk dat iedereen zich kan uitspreken, en maak me er hard voor dat participatie in Deurne laagdrempelig is en blijft. Daarom gaan we experimenteren met vormen en instrumenten. Bijvoorbeeld om de stem en inbreng van onze jongeren vaker te horen.
Een beleidskader is één. Maar doen is belangrijker. Ook in de commissie Samenleving en Bestuur hoorde ik nadrukkelijk deze wens. Met het opstellen van een uitvoeringsagenda krijgt dit beleidskader een concrete vertaling in acties. Laten we er samen mee aan de slag gaan. Want Deurne. Daar doen we het voor.
Greet Buter, burgemeester
Vooraf
Voordat u dit beleidskader participatie gaat lezen, zijn er enkele vragen die we willen beantwoorden. Wat verstaan we onder participatie? Wat bedoelen we met een ‘beleidskader participatie’? Waarom schrijven we dit? Voor wie is het bedoeld? Wat staat erin? En hoe is het tot stand gekomen?
|
Participatie is het proces waarbij inwoners passende invloed hebben op collectieve vraagstukken die hen aangaan |
In participatie richten we ons op inwoners, ondernemers, organisaties en maatschappelijke partijen die een relatie met Deurne hebben. Gemakshalve gebruiken we het woord inwoners voor deze hele groep.
Wat passende invloed is, verschilt per vraagstuk. Soms is veel invloed passend, soms een beetje. Soms is invloed niet mogelijk. Meestal bepaalt de gemeente hoeveel invloed passend is. Maar het kan ook een samenspel zijn waarin gemeente en inwoners samen afspreken wie welke invloed en welke rol heeft.
Collectieve vraagstukken hebben een bredere maatschappelijke of sociale component en de gemeente moet er iets van vinden of over beslissen. Bijvoorbeeld door middel van initiatieven, projecten, programma’s, plannen, activiteiten, zowel in de voorbereidings-, uitvoerings- als evaluatiefase. In dit beleidskader gebruiken we dan het woord: beleid in brede zin.
Wat is een beleidskader participatie?
Een beleidskader is een tekst waarin de gemeente haar beleid beschrijft. Het woord ‘kader’ geeft aan dat dit richtinggevend is en afgebakend. Daarmee is het beleidskader een startpunt dat zorgt voor een goede basis.
Waarom schrijven we dit beleidskader participatie?
We vinden het belangrijk participatie goed te regelen. De behoefte van inwoners om meer zeggenschap over hun leefomgeving blijft toenemen. En inwoners willen duidelijkheid over hoe dat werkt. En ook bestuurders en ambtenaren van de gemeente hebben die houvast nodig. Met het beleidskader heeft iedereen van tevoren hetzelfde beeld over participatie. Dat zorgt voor realistische verwachtingen. Daarnaast verplicht landelijke wetgeving gemeenten om bewust na te denken over participatie en dit vast te leggen in beleid. Bijvoorbeeld in de https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/2025-07-01Omgevingswethttps://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/2025-07-01en de Wet versterking participatie op decentraal niveau. Deze omslag in denken én doen heeft impact op onze werkwijze, processen en gedrag: het vraagt extra tijd, geld en capaciteit en een open houding.
Voor wie is dit beleidskader participatie?
We schrijven het beleidskader participatie voor iedereen die betrokken is bij participatie in de gemeente Deurne. We schrijven het als kader voor onze inwoners en ondernemers, voor verenigingen en maatschappelijke partijen, en voor onszelf.
Wat staat er in dit beleidskader participatie?
Dit document bestaat uit vier hoofdstukken.
-
Hoofdstuk 1 - Visie. We beschrijven wat we met participatie willen bereiken, wat daarvoor nodig is, en welk gedrag we daarbij belangrijk vinden. Ook proberen we enkele misverstanden weg te nemen, en we gaan in op het verschil tussen participatie en inspraak.
-
Hoofdstuk 2 – Rollen. In hoofdstuk 2 vertellen we meer over de rollen ten aanzien van participatie van inwoners, de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en ambtelijke organisatie. En over de rollen in het participatieproces.
-
Hoofdstuk 3 – Werkwijze. Onze werkwijze bij participatie beschrijven we in hoofdstuk 3 aan de hand van zes uitgangspunten.
-
Hoofdstuk 4 – Wettelijke verplichtingen. Hier gaan we in op wettelijke verplichtingen ten aanzien van participatie.
Hoe is dit beleidskader participatie tot stand gekomen?
Voor het opstellen van dit beleidskader participatie hebben we de discussie over participatie gevolgd, workshops gevolgd en gesproken met collega’s en met de raadsleden. Het afgelopen jaar hebben we geoefend bij lopende projecten met vormen en manieren van uitnodigen. Samen met de https://app.maptionnaire.com/q/zegtmaardeurnevragenlijsthttps://app.maptionnaire.com/q/zegtmaardeurne die in juni is uitgezet onder inwoners, hebben we een goed beeld gekregen van passende participatie bij Deurne: duidelijk en persoonlijk.
We hebben gekeken naar wat we in de afgelopen jaren zelf hebben gedaan en opgeschreven. En ons hierbij de vraag gesteld waar het beter kan en verfijnd kan worden. Onze ambitie hierbij was: ‘doen wat we deden maar dan beter’. We hebben dus gekeken naar wat werkt goed bij ons en past bij Deurne. Dit beleidskader is geschreven als startpunt voor verdere ontwikkeling van participatie. We willen graag samen leren en verbeteren. Dit beleidskader participatie is ook de basis voor de participatieverordening.
1 Visie
Van inbreng tot initiatief – Inwoners van de gemeente zijn betrokken en willen verantwoordelijkheid voor hun eigen woon- en leefomgeving. Ze reageren op plannen, komen in actie, nemen initiatief. En kijken ook naar de gemeente. De gemeente is nieuwsgierig naar wat er speelt, en staan daarvoor open. Het is de aanleiding om in gesprek te gaan. Een gesprek met inwoners over plannen en ontwikkelingen in Deurne, over ideeën, zorgen en oplossingen. Met hun kennis en ervaring. Vanuit hun blik en belangen.
|
”we weten al een hoop maar we hebben u nodig om er iets goeds van te maken” Frans Soeterbroek , De Ruimtemakers, uit Grafrede voor participatie, 2018 |
1.1 Wat is het doel van participatie?
Inwoners (in de brede definitie) kennen hun eigen omgeving het best. Als gemeente en inwoners met elkaar in gesprek gaan:
- 1.
brengen inwoners waardevolle kennis, ervaring en perspectieven in, wat leidt tot creatievere oplossingen, betere besluiten en betere plannen.
- 2.
voelen inwoners zich meer betrokken en verantwoordelijk omdat ze meedenken over plannen en initiatieven nemen om hun eigen woon- en leefomgeving te verbeteren.
Bovendien kan participatie leiden tot meer begrip en draagvlak voor besluiten.
1.2 Hoe bereiken we de doelen?
We gaan uit van ‘doen wat we deden maar dan beter’, op een manier die past bij de behoefte en het karakter van Deurne: duidelijk en persoonlijk (#bijlage1zie bijlage 1 - verslag vragenlijst#bijlage1). Daarom doen we het volgende:
- 1.
We leggen een duidelijke participatieaanpak met ruimte voor maatwerk vast in een verordening en leidraad, en borgen dit in de organisatie.
- 2.
We gaan het gesprek aan met inwoners over wat er speelt in gemeente, dorp, wijk en buurt, zowel over concrete plannen of ideeën als over algemene ontwikkelingen en opgaven.
- 3.
We nemen drempels om deel te nemen zoveel mogelijk weg met een creatieve aanpak om inwoners te betrekken en mee te laten doen als ze dat willen.
- 4.
We luisteren, zijn nieuwsgierig, staan open voor inbreng van inwoners op ons beleid en voor initiatieven van inwoners.
1.3 Wat zijn onze waarden?
Als gemeente vinden we een aantal kernwaarden belangrijk voor de manier waarop we participatie organiseren en aan participatie deelnemen.
|
WAARDEN |
|
|
Duidelijk en open Wij hebben een herkenbare aanpak en vertellen eerlijk welke mate van invloed inwoners hebben, en waarom dat zo is. We leggen uit wat er gebeurt met inbreng, hoe een afweging wordt gemaakt en door wie, en geven een goede terugkoppeling. |
Persoonlijk en uitnodigend Wij nodigen inwoners zoveel mogelijk persoonlijk uit. Iedereen is welkom. In onze aanpak houden we optimaal rekening met inwoners voor wie meedoen lastig is. We zorgen voor passende taal, tijd en vorm. En voor een open gesprek waar vooroordelen geen plek hebben. We zijn zichtbaar in de buurten, wijken en dorpen. We luisteren naar de inwoners en organiseren het goede gesprek. |
|
Interesse en vertrouwen Wij luisteren met oprechte interesse naar de verschillende perspectieven op een onderwerp en willen weten wat er in de samenleving speelt. We staan open voor inwoners die zelf met initiatieven en ideeën komen. We verbinden onze vakkennis met de ervaringskennis van inwoners. |
Leren en ontwikkelen We evalueren en vragen feedback en betrekken dit bij nieuwe plannen of nieuw beleid. We leren van onze fouten en vieren successen. |
1.4 Wat is participatie niet?
Aan participatie plakken vaak enkele misverstanden. Door deze te benoemen, maken we duidelijker wat participatie wel en niet is.
- •
Participatie is niet… het voorkomen van ‘gedoe’.
Hoewel dit wel 'bijvangst’ kan zijn, is dit geen doel van participatie. Het is juist nodig om kritische tegengeluiden te horen. Door de inwoners in het proces mee te nemen en door verschillende belangen te horen, kan er wel meer draagvlak ontstaan voor een beslissing of oplossing.
- •
Participatie is niet… dat alle inwoners hun zin krijgen of alles kunnen bepalen.
Er zijn altijd meerdere belangen aanwezig. Waaronder ook het algemeen belang en het belang van kwetsbaren. We werken toe naar goed afgewogen besluiten. Maar we hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn. Ook zal niet altijd iedereen tevreden zijn over het uiteindelijke besluit.
- •
Participatie is niet… altijd zoveel mogelijk invloed aan inwoners geven.
We willen graag een passende mate van invloed bij het proces kiezen. Soms is maximale invloed niet mogelijk of wenselijk. En soms is de invloed zelfs minimaal, omdat de gemeente een afweging moet maken tussen verschillende belangen. Of zelfs wettelijk niet toegestaan.
- •
Participatie is niet… altijd mogelijk.
Participatie kost geld, uren, kennis en tijd. Soms is dat er onvoldoende. Dan moeten we afwegen of we de participatie starten. Dit geldt ook als we van tevoren weten dat er niets met de uitkomst kan worden gedaan (#_Een_bewuste_afweging_1zie paragraaf 3.1#_Een_bewuste_afweging_1).
- •
Participatie is niet… dat iedereen mee moet doen.
Niet elke inwoner wil of kan dat. Wel is het belangrijk om actief en gericht inwoners te benaderen die bij het onderwerp betrokken (willen) zijn. En dat de drempels zo laag mogelijk zijn. Daarbij is het een uitdaging voor de gemeente om ook die inwoners te bereiken die zich minder vaak uitspreken (#_Drempels_wegnemen_1zie paragraaf 3.4#_Drempels_wegnemen_1).
1.5 Soorten participatie
Afhankelijk van wie de eerste stap zet en de ander uitnodigt, onderscheiden we twee soorten participatie. Beide hebben hetzelfde doel, namelijk samen oplossingen zoeken. Het kan ook voorkomen dat gemeente en inwoners samen het initiatief nemen en vanuit een gelijkwaardige rol andere inwoners betrekken.
- 1.
Inwonersparticipatie: de gemeente zet de eerste stap en betrekt inwoners bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid.
- 2.
Overheidsparticipatie: de inwoner zet de eerste stap en betrekt de gemeente en mogelijk andere inwoners bij zijn of haar ideeën of initiatieven.
1.6 Wat is het verschil tussen participatie en inspraak?
Hoewel inspraak en participatie niet hetzelfde zijn, beschouwen we inspraak in dit kader wel als een vorm van participatie die onder ‘raadplegen’ valt. Bij – al dan niet verplichte – inspraak kunnen inwoners hun mening geven over een voorstel van de gemeente, voordat het college of de gemeenteraad een besluit neemt. Zo’n mening noemen we ook wel een zienswijze en raakt meestal een persoonlijk belang. Participatie gaat uit van gezamenlijke vraagstukken en belangen, en heeft een oplossingsgerichte insteek. Bij het nemen van een beslissing komt participatie bijna altijd eerder dan inspraak. Participatie vindt vaak al plaats in de fase waarin een plan wordt uitgedacht. Inspraak is de formele, afrondende fase van een plan. Bij participatie is er meestal meer ruimte om het plan te beïnvloeden dan bij inspraak.
2 Rollen
Participatie is een samenspel waarbij iedereen bijdraagt aan en verantwoordelijk is voor een goed participatieproces. Voor goede participatie is het belangrijk om elkaars rol en positie te kennen. In dit hoofdstuk kijken we eerst naar de rol van inwoners, de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie ten aanzien van participatie. En vervolgens kijken we naar de rol van inwoners en gemeente in het participatieproces bij inwonersparticipatie en overheidsparticipatie.
2.1 Inwoners
We onderscheiden drie rollen voor inwoners. Deze worden bepaald door hun positie ten aanzien van het onderwerp:
-
Initiatiefnemers: We kennen verschillende soorten initiatiefnemers. Zoals een individuele inwoner of groep inwoners die iets wil in de straat, buurt of wijk. Of een vereniging (bijvoorbeeld een sportvereniging), een ontwikkelaar of woningcorporatie, een ondernemer, een maatschappelijke instelling, een bewonersorganisatie of andere overheden.
-
Belanghebbenden: Dit zijn inwoners die – positieve of negatieve – gevolgen ervaren van het plan. Bijvoorbeeld inwoners die voorzieningen nodig hebben, of betrokken zijn bij ons erfgoed. Of woningzoekenden of omwonenden bij woningbouwprojecten. Belanghebbenden kunnen zich organiseren. Denk aan milieuorganisaties, patiëntenplatforms of bewonersorganisaties. Er zijn ook belanghebbenden die zich (nog) niet kunnen uitspreken. Denk aan toekomstige generaties of bijvoorbeeld de natuur. Ook zij kunnen een stem krijgen.
-
Geïnteresseerden: Deze inwoners(groepen) ervaren niet direct de gevolgen, maar hebben wel belangstelling voor het plan of onderwerp. Ook hun perspectief/ blik, behoeften of zorgen zijn waardevol.
Belangrijk om in deze context te noemen is dat dorps- en wijkraden met betrekking tot participatie de rol van klankbord en partner hebben. Zij hebben contacten en de kennis van hun dorp, wijk of buurt. Hun belangrijke rol als aanspreekpunt, sociale verbinder, en organisator/aanjager van activiteiten in dorp, wijk of buurt valt echter buiten de scope van het beleidskader en binnen het kader van de gezondheidsopgave.
2.2 Gemeenteraad
De gemeenteraad heeft een belangrijke kaderstellende rol bij participatie door de algemene kaders voor participatie vast te stellen in dit beleidskader. De gemeenteraad kan ook onderwerpen benoemen waarbij ze actief bij het participatieproces betrokken wil zijn. In de andere gevallen wordt de raad geïnformeerd over de participatieaanpak. Daarnaast kan de raad budget beschikbaar stellen om bijvoorbeeld initiatieven vanuit de samenleving te ondersteunen. Achteraf controleert de gemeenteraad of het beleidskader participatie goed is toegepast. Dat kan bijvoorbeeld in de paragraaf in een raadsvoorstel. Kortom: de raad ziet er op gepaste afstand op toe dat de participatieprocessen goed verlopen .
2.3 College van burgemeester en wethouders
Meestal echter is het college van burgemeester en wethouders het ‘bevoegd bestuursorgaan’. Dat betekent dat het college bepaalt of, wanneer en hoe het ontwerp van de participatieaanpak eruitziet. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van beleid. Dus ook voor de uitvoering van dit beleidskader. Zij geven sturing aan de aanpak en het verloop van de participatieprocessen. Dit gebeurt binnen de kaders die de raad stelt. In besluiten van het college is altijd aandacht voor participatie.
2.4 Ambtelijke organisatie
De medewerkers van de gemeente – of van een extern ingehuurd bureau – zijn betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het participatieproces. Zij zijn tijdens het participatieproces de voornaamste gesprekspartners van de inwoners. Zij bereiden de besluitvorming voor, zorgen voor communicatie en terugkoppeling, en houden de formele procedures in beeld. Zij hebben zowel een ondersteunende, uitvoerende als een adviserende rol. Hun houding ten aanzien van en bij participatie is cruciaal.
2.5 Rollen bij inwonersparticipatie: mate van invloed
Als de gemeente de initiatiefnemer is bij beleid (in brede zin), dan nodigen we inwoners uit om op een passende manier deel te nemen aan participatie. Dat noemen wij inwonersparticipatie (zie #_Soorten_participatieparagraaf 1.3 ). De rollen van gemeente en inwoners hierbij, hangen af van de mate van invloed. De gemeente kan inwoners informeren en ruimte geven om hun zorgen of vragen kenbaar te maken; dan hebben de inwoners weinig invloed. De mate van invloed neemt toe wanneer we inwoners hun mening of advies kunnen geven. Ook kan de gemeente besluiten samen te werken met de inwoners. In deze paragraaf gaan we in op wat inwoners en gemeente van elkaar mogen verwachten als de mate van invloed toeneemt.
|
|
|
|
Informeren en luisteren |
Mening vragen/geven |
|
Wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente? De gemeente informeert inwoners (pro)actief, toegankelijk en op maat over veranderingen in hun directe leefomgeving. De gemeente luistert naar vragen, zorgen en maakt kenbaar wat hiermee wordt gedaan. |
Wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente? De gemeente vraagt inwoners hun mening en weegt alle belangen tegen elkaar af. Ze koppelt haar keuze terug. |
|
Wat verwacht de gemeente van inwoners? Informeren vraagt in principe geen actieve rol van inwoners. De gemeente verwacht wel van inwoners dat ze informatie van de gemeente volgt. Bijvoorbeeld publicaties en uitnodigingen. Dat voorkomt ongewenste verrassingen. |
Wat verwacht de gemeente van inwoners? Inwoners geven hun mening bij gemeentelijke plannen. |
|
Waarom willen we dit? De gemeente wil inwoners op de hoogte stellen van wat er in de leefomgeving speelt. Inwoners moeten kennis kunnen nemen van voorgenomen veranderingen in de directe leefomgeving, en tijdig hun vragen en zorgen over die veranderingen kenbaar maken. |
Waarom willen we dit? De gemeente wil de mening van inwoners in haar keuze meewegen, want meer invalshoeken en belangen maken de afweging sterker. |
|
Voorbeeld Bij werkzaamheden in een straat informeren we de bewoners met een brief, op website, social mediabericht of in het weekblad. Of als inwoners bijvoorbeeld een warmtescan kunnen laten doen, brengen we hen hiervan op de website en in de social media op de hoogte. |
Voorbeeld Bij een herinrichting in de openbare ruimte gaat de gemeente met bewoners in gesprek over hun zorgen en wat ze belangrijk vinden. Dit is bijvoorbeeld gedaan bij de groeninrichting Eekstraat, Eekhof en Walsbergseweg . |
|
Advies vragen/geven |
Samen doen |
|
Wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente? De gemeente vraagt inwoners advies op haar plan. Ze vertelt wat ze met het advies doet en welke afweging er is gemaakt. Als de gemeente afwijkt van het advies, legt ze uit waarom. |
Wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente? De gemeente stelt inwoners in staat om samen te werken aan de uitvoering van de taak. De gemeente stelt zich constructief op en maakt dingen bespreekbaar. |
|
Wat verwacht de gemeente van inwoners? Inwoners adviseren bij plannen van de gemeente. Dit doen ze vanuit hun kennis als inwoner van de gemeente, dorp, wijk of straat of vanuit hun ervaringsdeskundigheid op andere, specifieke terreinen (zoals armoede, zorg of welzijn). |
Wat verwacht de gemeente van inwoners? Inwoners zijn samenwerkingspartner en werken mee aan de uitvoering van een publieke taak. We zetten ons samen in voor een goed proces. Inwoners stellen zich constructief op en maken dingen bespreekbaar. |
|
Waarom willen we dit? De gemeente wil gebruik maken van ervaring en kennis van inwoners. Dit maakt het proces en/of plan beter. |
Waarom willen we dit? Dankzij het (lokale) netwerk en de kennis en ervaring van de inwoners, kan de gemeente haar publieke taak beter uitvoeren. De gemeente en de inwoners werken samen vanuit ieders verantwoordelijkheid. |
|
Voorbeeld Bij de gezondheidsvisie zijn diverse (belangen)organisaties om advies gevraagd vanuit hun expertise. |
Voorbeeld De gemeente Deurne organiseert samen met vrijwilligers en verenigingen jaarlijks het Kei Gezond Festival. |
2.6 Rol bij overheidsparticipatie: mate van loslaten
Inwoners kunnen ook zelf initiatiefnemer zijn en anderen (waaronder de gemeente) bij hun initiatief betrekken. Als de gemeente wordt betrokken, spreken we van overheidsparticipatie (zie #_Soorten_participatieparagraaf 1.3#_Soorten_participatie). De gemeente kan dan op verschillende manieren participeren. We beschrijven 5 mogelijkheden rollen die de gemeente aan kan nemen ten opzichte van een inwonersinitiatief, afhankelijk van de mate van loslaten. Hoe verder naar rechts, hoe zelfstandiger de rol van inwoners. Vooralsnog pakt de gemeente de rollen kaders bewaken, leiding nemen en niet mee bemoeien op, en groeien we naar de rol mogelijk maken. Aanmoedigen/stimuleren pakken we niet actief op omdat we ervaringen op willen doen en ons erop moeten voorbereiden.
|
|
|
|
Kaders bewaken |
Leiding nemen |
|
Wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente? De toetst of een initiatief is toegestaan, en of het binnen vastgestelde kaders en doelstellingen past. Zo niet, dan kan de gemeente besluiten om van de kaders af te wijken of deze te wijzigen. |
Wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente? De gemeente pakt ideeën en suggesties vanuit de samenleving op. Daarna neemt de gemeente zelf de leiding om inwoners erbij te betrekken. De gemeente ziet erop toe dat alle belangen in beeld zijn. |
|
Wat verwacht de gemeente van inwoners? De initiatiefnemer verkent met de gemeente of het initiatief passend is of kan worden gemaakt. In onderling overleg wordt bekeken welke medewerking van de gemeente wenselijk of nodig is. |
Wat verwacht de gemeente van inwoners? Inwoners ontwerpen en bewaken samen met de gemeente het proces. Iedereen kan zijn stem laten horen. Daarbij gebruiken inwoners hun kennis en netwerk. Inwoners stimuleren anderen om samen met de gemeente een maatschappelijk doel te realiseren. |
|
Waarom willen we dit? De initiatiefnemers willen iets. De gemeente zegt of het mag en onder welke voorwaarden. |
Waarom willen we dit? Soms is het wenselijk als de gemeente de regie voert. Het blijft echter het initiatief van de initiatiefnemer. Deze houdt een actieve rol en laat zich door de gemeente begeleiden. |
|
Voorbeeld Gemeente stelt de kaders waarbinnen bijvoorbeeld een collectief woningbouwinitiatief uitgevoerd kan worden. De initiatiefnemers zorgen zelf voor de vergunningen en de inrichting en de bouw. |
Voorbeeld Op verzoek van de gemeente worden jongeren gevraagd om mee te denken over de inrichting van een skatepark. |
|
Mogelijk maken |
Aanmoedigen |
Niet mee bemoeien |
|
Wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente? De gemeente ondersteunt initiatiefnemers in het proces. De gemeente stelt expertise en/of middelen beschikbaar om het initiatief mogelijk te maken. |
Wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente? De gemeente moedigt inwonersinitiatieven aan door kennis, ervaring of netwerk te delen, of door initiatiefnemers aan elkaar te verbinden. |
Wat kunnen inwoners verwachten van de gemeente? De gemeente bemoeit zich niet met de inhoud of het proces. Als het initiatief is toegestaan, kunnen de initiatiefnemers hun gang gaan. |
|
Wat verwacht de gemeente van inwoners? Inwoners hebben een idee en hebben de gemeente nodig om het uit te voeren. Inwoners stellen daarom de gemeente in staat om samen te werken. De gemeente en de inwoners behouden elk hun eigen verantwoordelijkheid. |
Wat verwacht de gemeente van inwoners? Inwoners komen zelf met initiatieven om de samenleving beter en mooier te maken. |
Wat verwacht de gemeente van inwoners? Initiatiefnemers organiseren zelfstandig de inhoud en het proces. Inwoners hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid. |
|
Waarom willen we dit? De gemeente wil de kracht van de samenleving benutten. Inwoners kunnen daarom de gemeente vragen om initiatieven mogelijk te maken. De gemeente kijkt óf en hoe ze kan aansluiten bij het initiatief. |
Waarom willen we dit? De gemeente vindt eigenaarschap en betrokkenheid van inwoners bij hun directe omgeving belangrijk. |
Waarom willen we dit? Het initiatief behoort niet tot een gemeentelijke taak, maar draagt wel bij aan een betere en mooiere samenleving. |
|
Voorbeeld Inwoners willen een pluktuin aanleggen, en hebben de gemeente nodig om een terrein beschikbaar te stellen. |
Voorbeeld De gemeente helpt de initiatiefnemer met een aanspraakpunt of hulp bij participatie. Of brengt de initiatiefnemer in contact met iemand die er al ervaring mee heeft. |
Voorbeeld In de samenleving ontstaan spontaan acties, bijv. een inzameling of sponsorloop. Of een inwoner legt op eigen terrein iets aan. De gemeente heeft hier geen rol. |
3 Werkwijze
We weten nu wat de participatiedoelen zijn en wat we daarvoor nodig hebben, welke kernwaarden de basis zijn van ons gedrag bij participatie, en hoe we naar de rollen van deelnemers kijken. In dit hoofdstuk maken we dit concreter met de uitgangspunten bij participatie in de gemeente Deurne.
3.1 Zes uitgangspunten
3.1.1 Een bewuste afweging maken
-
We vinden het van belang dat we vooraf een goede afweging maken: kiezen we wel of niet voor participatie. Met andere woorden, is participatie mogelijk en wenselijk?
In principe kiezen we bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van beleid voor participatie, tenzij er redenen zijn om dit niet te doen. Het bevoegd bestuursorgaan kan zelf de afweging maken voor participatie, tenzij de participatie (wettelijk) verplicht is. Bij de keuze om participatie niet te doen, kan het bestuursorgaan zich beroepen op de uitsluitingsgronden die in artikel 3 lid 3 en artikel 11 lid 3 van de (concept) participatieverordening Deurne 2025 zijn opgenomen. Dit komt er in de basis op neer dat de afweging wordt gemaakt of participatie een toegevoegde waarde heeft. Deze toegevoegde waarde kan ook bij de uitvoering of evaluatie van het beleid aan de orde zijn. Participatie is bijvoorbeeld niet noodzakelijk of wenselijk als er geen mogelijkheid is om een plan aan te passen, de kosten niet opwegen tegen de baten of er vanwege urgentie geen tijd is voor participatie. Maar bij de afweging is het goed om te realiseren dat met maatwerk veel mogelijk is. Bijvoorbeeld door inbreng te vragen voor de uitvoering of effectiviteit te toetsen in de evaluatiefase. Of door een ‘snel’ instrument als een vragenlijst te kiezen.
Als er echt geen tijd en ruimte is, dan zorgen we dat we dat dit een bewuste keuze is die we goed uit kunnen leggen. Om deze afweging goed te maken is een compleet beeld van het onderwerp nodig. Waar gaat het over? Wat is de context: vindt er bijvoorbeeld in de fysieke omgeving een ontwikkeling plaats, is er aanpalend beleid in ontwikkeling, is er een geschiedenis? Ook is inzicht in de projectplanning noodzakelijk: de stappen en mijlpalen, eventueel voorzien van tijdsplanning.
3.1.2 Beginnen met een participatieaanpak
-
Voordat we beginnen, maken we een participatieaanpak. Die aanpak moet passen bij onze waarden, het vraagstuk en bij de doelgroep, en moet uitnodigen om deel te nemen.
Bij de start van een participatieproces zijn we duidelijk over de aanpak. We informeren inwoners via welke kanalen en middelen we communiceren, zodat zij het proces goed kunnen volgen. We voorzien hen vroegtijdig van informatie over het onderwerp, zodat zij goed hun mening kunnen vormen. We geven aan hoe we hun inbreng meenemen in de besluitvorming. We luisteren en koppelen terug wat er met de inbreng is gedaan, hoe dat is gedaan en waarom. We ronden het participatieproces af met een eindverslag. Hoofdstuk 4 beschrijft de werkwijze en geeft een toelichting op de stappen van de aanpak (paragraaf 4.1).
3.1.3 Zo vroeg mogelijk in gesprek gaan
-
Als we voor participatie kiezen, betrekken we onze inwoners zo vroeg mogelijk. Dat kan voorafgaand of aan het begin van het hele proces zijn, of aan het begin van een fase.
Bij het betrekken van inwoners gaan we eerst in gesprek. We luisteren om een beter beeld krijgen van de situatie en context. Welke wensen en behoeften leven er bij de inwoners? Welke ideeën en zorgen hebben ze? Welke perspectieven hebben inwoners die wij nog niet hebben? Op deze manier kunnen we de kennis, ervaring en perspectieven van inwoners zo goed mogelijk meenemen in de dingen die we (gaan) doen. In de basis geeft het volgende schema weer wanneer er participatiemomenten kunnen zijn.
3.1.4 Drempels wegnemen
-
We vinden het belangrijk dat we zoveel mogelijk inwoners bereiken. Dit betekent dat we de doelgroepen met maatwerk benaderen en duidelijk communiceren.
Niet iedereen kan, wil of durft deel te nemen aan participatie. Het zogenoemde ‘stille midden’ doet om uiteenlopende redenen niet mee. Hun drempels zijn bijvoorbeeld: geen tijd, geen vertrouwen, vindt het spannend, onderschat de eigen inbreng, niet bekend met hoe het werkt, geen sociaal netwerk om mee te gaan, taalvaardigheid, fysieke drempels. Hoewel het niet makkelijk is, kunnen we drempels creatief wegnemen door een aanpak op maat te maken. We kunnen deelname vergroten door persoonlijk uit te nodigen, door bepaalde instrumenten te kiezen, bijvoorbeeld vragenlijsten, door meerdere instrumenten te kiezen, en door inwoners wegwijs te maken in hoe de gemeente werkt. Ook helpt het om samen ervaring op te doen, door vaker het gesprek te organiseren. Het vergroten of vergemakkelijken van deelname zorgt ook voor een betere representativiteit, zowel bij kwantitatief als kwalitatief uitnodigen.
|
>> Representativiteit |
|
|
|
|
|
Er is een beperkte groep deelnemers nodig, die alle relevante waarden, belangen, perspectieven of kennis vertegenwoordigt (kwalitatieve, inclusieve of discursieve representativiteit). |
Er is een grote(re) groep deelnemers nodig, die een afspiegeling van de doelgroep is en ‘uitnodigend besturen’ is van belang zodat ook degenen die niet willen of kunnen deelnemen worden gehoord (kwantitatieve, statistische representativiteit). |
|
Deze bril biedt een tegenwicht aan het meerderheidsdenken en zorgt voor een brede benadering van het vraagstuk door waarden, belangen, perspectieven en kennis te delen. |
Deze bril gaat uit van de stem van de meerderheid van (aanwezige) deelnemers, die hun belangen, argumenten en rechtvaardigingen inbrengen. |
|
Oplossingsgerichte participatievraag: Het vergroot de kans op betere en creatievere oplossingen en versterkt de relatie met de gemeenschap. |
Persoonsgerichte participatievraag: Het vergroot de kans op draagvlak voor een plan en besluit. |
|
Belangrijk dat deelnemers goede terugkoppeling geven aan de achterban. |
Belangrijk dat er een brede terugkoppeling aan de totale doelgroep plaatsvindt. |
|
Kwantitatieve representativiteit houdt in dat de deelnemers sociaal-demografisch een afspiegeling zijn van de doelgroep. Vanwege een grote groep die we ‘stille midden noemen’ is dit lastig te bereiken bij burgerparticipatie, maar wel nodig als het om draagvlak gaat. Kwalitatieve representativiteit houdt in dat alle belangen en invalshoeken rondom het onderwerp zijn vertegenwoordigd en met elkaar in gesprek gaan. De deelnemers vertegenwoordigen vaak een achterban, of zijn zelf belanghebbend of betrokken bij het onderwerp. Het instrument waar we dan voor kiezen is het goede gesprek, met als doel om betere of creatievere plannen, oplossingen en inzichten te krijgen. |
|
3.1.5 Open staan voor inbreng en initiatieven
-
We willen responsief zijn: dit houdt in dat we snel en passend reageren op inbreng en initiatieven van inwoners. Luisteren, serieus nemen en actie. We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan de doelstellingen van ons gemeentelijk beleid, aan onze opgaven of een positieve maatschappelijke bijdrage hebben in Deurne.
Responsief zijn betekent: goed luisteren, serieus nemen wat mensen zeggen en belangrijk vinden, en er iets mee doen [zie inzet]. Niet alleen vanuit het Huis, maar juist ook wijk en dorp in: naar buurthuizen, markten of gewoon de straat op. Daar praten met mensen en horen wat er speelt. En te vertellen wat er op de gemeente afkomt. We nodigen inwoners uit hun mening of advies te geven over plannen. Of we nodigen ze uit voor een gesprek over kansen, problemen en oplossingen. Die inbreng betrekken we bij onze afwegingen.
En als inwoners zelf het initiatief nemen voor plannen of projecten, staan we daar voor open. Initiatieven kunnen klein zijn, bijvoorbeeld kleinschalige buurtactiviteiten die door een aantal inwoners worden ingediend. Het kan ook gaan om grotere initiatieven gaan die vanuit samenwerkingsverbanden met inwoners tot stand zijn gekomen. Initiatieven kunnen aanvullend zijn of in de plaats komen van activiteiten die de gemeente zelf uitvoert. Als gemeente willen we initiatieven van inwoners ondersteunen. Dit kan op verschillende manieren. De verschillende reacties zijn in #_Rol_bij_overheidsparticipatieparagraaf 2.6 genoemd. Als aanvulling op dit beleidskader gaan we uitwerken hoe we hier concreet invulling aan gaan geven.
Dit vraagt om een naar buiten gerichte houding. Om open het gesprek aangaan. En om duidelijkheid over wat wel en wat niet mogelijk is.
3.1.6 Leren door te evalueren en intervisie
-
We willen graag leren van ervaringen uit de praktijk. Daarom vragen we hoe inwoners de participatie (hebben) ervaren. Per jaar evalueren we uitgebreid één of twee participatieprocessen en delen de ervaringen. En we starten intervisiebijeenkomsten op.
We evalueren door terug te kijken naar de opdracht en de uitkomst. Wat ging er goed? En wat ging er minder goed? Was het participatieproces goed georganiseerd? Hoe verliep de samenwerking tussen gemeente en inwoners? Waren de verwachtingen helder? Was er in de gesprekken ruimte voor iedereen om aan het woord te komen? Hebben we onze eigen waarden voor de participatie goed toegepast?
Om gemeentebreed te leren, gaan we minimaal eenmaal per raadsperiode de manier bespreken waarop de gemeente de participatieprocessen heeft georganiseerd. Dit doen we met inwoners, medewerkers, college en gemeenteraad. Zo kunnen ons participatiebeleid en onze werkwijze meegroeien met de kennis en inzichten uit de praktijk. Dit doen we jaarlijks met medewerkers onderling in een intervisievorm.
|
>> Responsiviteit Een definitie van responsiviteit is: “De manieren waarop ambtenaren ontvankelijk zijn voor en luisteren naar de vragen, plannen en behoeften van inwoners (betrokken in inwonersinitiatieven) en daar tijdig en doortastend op inspelen. ” Deze definitie gaat verder dan alleen inwonersinitiatieven. Responsiviteit kent verschillende gradaties. In het voorbeeld van inwonersinitiatieven gaat het om:
In Deurne kiezen we voor de eerste drie gradaties: luisteren, uitleggen en faciliteren. Dit laatste doen we door, indien mogelijk, capaciteit vrij te maken voor ondersteuning, zoals bij het Tuinpad is gedaan. Aanvullend zou aan een budget gedacht kunnen worden om initiatieven van een goede start te voorzien, bijvoorbeeld om een haalbaarheidstoets of exploitatiescan uit te voeren. Responsiviteit vraagt dus ook om (werk)afspraken over hoe binnen de gemeentelijke organisatie en als bestuur om te gaan met inbreng en verzoeken van inwoners. Dit beleidskader en de (concept) participatieverordening geven daar al handvatten voor. Dit vraagt om een praktische uitwerking, waarbij beschikbare cq beschikbaar te stellen capaciteit en tijd een belangrijk onderdeel is. Het gaat immers enerzijds om het inbedden van participatie in project- en beleidsprocessen, en anderzijds om het ondersteunen van inwoners bij inwonersinitiatieven. |
4 Wettelijke verplichtingen
Participatie is soms wettelijk verplicht. In de wet staat dan vaak ook omschreven hoe de participatie eruit moet zien. In het ruimtelijk domein gaat het om de Omgevingswet. In het sociaal domein is participatie een verplicht onderdeel in de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Daarnaast is op 1 januari 2025 is de Wet versterking van participatie op decentraal niveau in werking getreden. Met deze wet wil de Rijksoverheid stimuleren dat decentrale overheden vooraf heldere kaders en spelregels voor participatie vastleggen die passen bij de lokale omstandigheden, waaronder het uitdaagrecht.
4.1 Ruimtelijk domein
In de Omgevingswet staan, naast regels voor een prettige en veilige woon- en werkomgeving, ook regels over participatie. In de Omgevingswet en bijbehorende regelingen staat beschreven op welke momenten in het totstandkomingsproces participatie is vereist:
- 1.
Bij de kennisgeving dat een omgevingsplan wordt voorbereid, wordt ook aangegeven hoe burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding worden betrokken.
- 2.
Bij de vaststelling van het omgevingsplan, omgevingsvisie en programma wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn (motiveringsplicht).
- 3.
Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een BOPA in de gevallen waarin dit door de raad is aangegeven en bij een OPA enkel als de beoordelingsregel in het Omgevingsplan dit vastlegt.
Bij het bovenstaande is de gemeente formeel de initiatiefnemer. Maar ook inwoners kunnen initiatiefnemer zijn van een plan waarvoor de Omgevingswet geldt. Vragen zij een omgevingsvergunning aan, dan toetsen wij of ze aan participatie hebben gedaan.
Als participatie door de initiatiefnemer verplicht is (bij raadsbesluit), dan beoordelen we of de participatie voldoende is geweest aan de hand van onze beleidsregels. In ieder geval moet de initiatiefnemer aantonen wie hij bij participatie heeft betrokken, op welke manier en wat de resultaten ervan zijn. De Omgevingswet schrijft niet voor welke vorm de participatie moet hebben. Daar zijn de gemeente en de initiatiefnemer vrij in. Ze kunnen hun eigen keuzes maken voor de inrichting van een participatieproces. Logisch, want de locatie, het soort besluit, de omgeving en de stakeholders zijn elke keer anders. En ook het moment waarop de participatie start, verschilt per situatie. Als gemeente stimuleren en motiveren we initiatiefnemers om participatie uit te voeren. Hiertoe hebben wij een in 2021 al een leidraad participatie vastgesteld. Na vaststelling van dit beleidskader gaan we een geactualiseerde versie gebruiken.
4.2 Sociaal domein
Bij drie grote wetten in het sociaal domein is participatie een verplicht onderdeel. In deze wetten staat wat de gemeente minimaal moet doen om de inwoners (in dit geval cliënten of hun vertegenwoordigers) te betrekken bij de uitvoering hiervan. Deze drie grote wetten zijn: 1. Participatiewet 2. Jeugdwet 3. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Bij alle deze drie wetten hebben cliënt- en adviesraden het recht om gevraagd en ongevraagd advies te geven. Bijvoorbeeld over beleidsvoorstellen, verordeningen en de uitvoering. Ook in Deurne is een Adviesraad Sociaal Domein (ASD). De Adviesraad adviseert het college van B&W op het gebied van de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet en zorgt dat signalen uit de samenleving die hiermee een relatie hebben de bestuurlijke agenda bereiken. De Adviesraad is onafhankelijk en brengt gevraagd en ongevraagd advies uit. In de Verordening Adviesraad Sociaal Domein Deurne 2024 staan de taken en bevoegdheden van de Adviesraad beschreven. Hierin staat dat het doel van de verordening is “het regelen van de wijze waarop cliënten en belanghebbenden vanuit het sociale domein (of hun vertegenwoordigers) worden betrokken bij de voorbereiding, besluitvorming en de evaluatie van het gemeentelijk beleid en de uitvoering inzake het sociaal domein”. Dit beleidskader kan daar helpend bij zijn, maar schrijft de ASD niet voor hoe zij het moeten doen.
4.3 Wet versterking participatie op decentraal niveau
Met de Wet versterking participatie op decentraal niveau is elke gemeente is verplicht om een eigen participatieverordening op te stellen die de inspraakverordening vervangt. Daarin regelt de gemeenteraad onder andere “de wijze waarop ingezetenen en maatschappelijke partijen bij de uitvoering van het beleid initiatief kunnen nemen als uitwerking van het uitdaagrecht”.
Bij het uitdaagrecht kunnen initiatiefnemers taken van de gemeente overnemen of aansturen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen. Hiermee wordt de overheid ‘uitgedaagd. Bewoners en maatschappelijke organisaties krijgen zo de kans om hun idee te gaan uitvoeren. Ook kunnen initiatiefnemers gaan co-produceren met de gemeente als voor de uitgedaagde taak wel samenwerking met de overheid nodig is. Dit komt bijvoorbeeld voor bij natuurontwikkelingsinitiatieven.
We hebben er nog geen ervaring mee, hoewel de bekende burgerinitiatieven maar ook vragen die via Deurne doet ’t worden gesteld wel aan dit principe raken. In de (concept)participatieverordening staat geregeld hoe het indienen en behandelen van een verzoek plaatsvindt.
Nawoord
Over participatie is veel gesproken en is nog veel te zeggen. Juist om dat het zo dicht bij de gemeente én zo dicht bij inwoners staat. Participatie daagt de gemeente uit om werkelijk te luisteren naar en in gesprek te gaan met inwoners. Om zo de afstand tussen inwoners en de gemeente te verkleinen. Door de kennis van inwoners over hun omgeving, hun ervaring op veel gebieden, en de expertise van de gemeente bij elkaar te brengen, maken we samen beter beleid en betere plannen en projecten. En daarmee maken we samen Deurne steeds weer een beetje beter. Want Deurne. Daar doen we het voor.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2025.
De griffier,
(R.J.C.M. Rutten)
De voorzitter,
(G.T. Buter)
Bijlage 1 Verslag vragenlijst Zeg ’t maar Deurne
In deze bijlage is een verkorte weergave van de resultaten van de vragenlijst opgenomen.
De vragenlijst kon van 4 juni tot en met 22 jun ingevuld worden. In totaal hebben 976 mensen de vragenlijst opgestart (de meeste in de eerste week); 427 mensen hebben de vragenlijst geheel beantwoord en ingediend. Op een aantal vragen konden meerdere antwoorden aangevinkt worden, waardoor de respons bij die vragen hoger kan liggen dan het aantal respondenten.
|
leeftijdscategorie |
% vragenlijst ingediend |
% inwoners Deurne 2025 |
|
15 tot 30 jaar |
6,4 |
19,7 |
|
30 tot 50 jaar |
24,7 |
26,6 |
|
50 tot 70 jaar |
51,0 |
33,8 |
|
70 jaar en ouder |
17,9 |
19,9 |
|
De categorie onder de 30 jaar is ondervertegenwoordigd en de categorie tussen de 50 en 70 jaar is oververtegenwoordigd; dit is geen ongebruikelijk beeld. Wanneer leeftijdsverschil relevant is bij de duiding van een vraag, brengen we nuance aan of we extrapoleren het resultaat. |
||
|
Waar woont, werkt, onderneemt u of waar ga je naar school? |
|
|
|
bruin=woonadres, blauw=onderneming, groen=werkplek, rood=school |
|
Hoewel er spreiding te zien is over gemeente Deurne en over de wijken en dorpen, woont, onderneemt en werkt het merendeel van de respondenten in en om de kern Deurne. Dit kan effect hebben op de antwoorden. Echter, omdat we ook met open vragen werken komen in die beantwoording alle perspectieven naar voren. |
|
Ervaring met meedenken met de gemeente Bijna de helft van de respondenten heeft niet eerder meegedacht met de gemeente. Een derde heeft al meerdere malen meegedacht. Degenen die wel een of meerdere keren hebben meegedacht, hebben dat met name via een vragenlijst of tijdens een bijeenkomst op locatie gedaan. Als ze niet meedenken, dan is dat met name omdat ze vinden dat het geen zin heeft omdat de gemeente niets met de inbreng doet. Degenen die niet eerder mee hebben gedacht, deden dat omdat ze niet persoonlijk waren uitgenodigd of vinden dat het geen zin heeft. Opvallend is dat 23% aangeeft niet te weten hoe dat werkt (kennis, ervaring, netwerk ontbreekt). |
|
Hoe kan de gemeente inwoners beter betrekken? De kern van de boodschap is: betrek mensen oprecht, tijdig en op een manier die bij hen past. Luister actief, communiceer helder, en laat zien dat hun inbreng ertoe doet. Duidelijk en persoonlijk dus. Investeer in structurele participatievormen die aansluiten bij verschillende doelgroepen. Zorg voor een open houding, wees zichtbaar in de wijken, en geef altijd terugkoppeling op inbreng. Maak communicatie eenvoudiger en transparanter, en zorg voor continuïteit en bereikbaarheid binnen de organisatie. De reacties die respondenten bij deze open vraag gaven, zijn samengevat:
|
|
Mening over meedenken met de gemeente Respondenten vinden het vooral zinvol om mee te denken als het onderwerp hen aanspreekt of als ze denken dat plannen er beter door worden. Ruim 15% noemt het democratische motief burgerplicht. Bijna 68% denkt het liefst vooraf mee, als er nog geen concreet plan ligt. 29% heeft een voorkeur om mee te denken zodra er een plan ligt. Een groot deel van de respondenten, bijna 33% denkt dat het weinig zin heeft om mee te denken omdat de gemeente er niets mee doet. Respondenten willen niet alleen meedenken met plannen die voor hen van belang zijn, maar ook over onderwerpen die voor heel Deurne van belang zijn. Ze willen wel het gevoel hebben dat ze nog invloed hebben. |
|
Waarover meedenken met de gemeente Er waren meerdere antwoorden mogelijk op deze vraag. De onderwerpen die in de fysieke leefomgeving nabij zijn, scoren het hoogst bij de respondenten: openbaar groen en groenonderhoud, leefbaarheid in eigen straat, inrichting van de straat, en verkeer. |
|
Hoe willen inwoners meedenken met de gemeente Respondenten vinden het vooral prettig om een digitale vragenlijst in te vullen, naar een bijeenkomst op locatie te gaan, rechtstreeks contact met een ambtenaar te hebben, of eventueel via website of online platform. Afhakers zijn inspreken bij raadsvergadering, de papieren vragenlijst, of deelnemen aan een inwonerspanel, net als een online bijeenkomst. Gemak, of direct contact, liefst in de nabije omgeving, zijn dus belangrijk. |
|
Burger-/inwonersinitiatieven Ongeveer 61% van de respondenten heeft weleens een initiatief bij de gemeente ingediend of zou daar interesse in hebben. Het gaat hier niet alleen om formele burgerinitiatieven, maar alle typen verzoeken om zelf iets te doen. Hoe dichter bij huis, hoe groter de interesse om zelf iets te gaan organiseren; de onderwerpen met de hoogte scores zijn: openbaar groen, leefbaarheid vergroten, inrichten straat. Een vast contactpersoon of aanspreekpunt bij de gemeente wordt helpend gevonden bij het indienen en uitwerken van een initiatief. Blijkbaar is er hulp nodig die onder andere ‘de weg kent’. |
|
Uitsmijter Aan het eind van de vragenlijst konden mensen opmerkingen kwijt over meedenken met de gemeente. Deze opmerkingen zijn geanalyseerd en in 6 thema’s ingedeeld. Thema 1: Communicatie en participatie Veel opmerkingen gaan over het gebrek aan transparantie en tijdige communicatie. Bewoners voelen zich vaak pas betrokken als plannen al vastliggen. Er is behoefte aan kleinschalige bijeenkomsten met duidelijke doelen. Ook wordt gevraagd om betere terugkoppeling over wat er met input van inwoners gebeurt. Participatie moet laagdrempelig zijn en gericht op concrete onderwerpen. Er is een sterke roep om jongeren meer te betrekken bij gemeentebeleid, omdat zij de toekomst vormen. Er is frustratie over trage procedures. Thema 2: Betrokkenheid en motivatie Sommige inwoners twijfelen of ze actief willen meedoen, vaak vanwege tijdsdruk of het gevoel dat hun bijdrage weinig effect heeft. Toch is er ook enthousiasme om mee te denken over thema’s als sportvoorzieningen, buitenzwembaden en ruimtelijke ontwikkeling. Er is behoefte aan persoonlijke benadering en erkenning van inzet. Thema 3: Onderhoud, leefomgeving en praktische zaken Veel inwoners maken zich zorgen over het onderhoud van de openbare ruimte (onkruid, trottoirs, vuilcontainers). Bewoners voelen zich soms vergeten, vooral in bepaalde wijken zoals Koolhof. Er is behoefte aan meer zichtbaarheid van de gemeente in de wijk, directe communicatie en praktische oplossingen. Ook wordt gevraagd om terugkoppeling op meldingen en initiatieven, zodat mensen zich gehoord voelen. Kleine verbeteringen, zoals watertappunten of betere verlichting, kunnen volgens bewoners al veel verschil maken. Bewoners willen actief meedenken over hun leefomgeving, bijvoorbeeld via jaarlijkse wijk/buurtschouwen. Thema 4: Bestuur, ambtenaren en vertrouwen Bewoners ervaren ambtenaren als afstandelijk, bureaucratisch of niet betrokken bij de gemeente. Sommigen zien Deurne als een ‘opleidingsplek’ voor ambtenaren die snel weer vertrekken. Er is kritiek op het gebrek aan bestuurlijke zichtbaarheid en daadkracht, zeker gezien de geplande groei van 8500 woningen. Bewoners willen dat toezeggingen worden nagekomen en dat er beter wordt geluisterd naar hun zorgen. Ook wordt gepleit voor meer aandacht voor het behoud van het dorpse karakter van Deurne. Thema 5: Luisteren, vertrouwen en burgerparticipatie Een terugkerend thema is het gevoel dat de gemeente niet goed luistert. Bewoners voelen zich niet serieus genomen of pas betrokken als alles al besloten is. Er is frustratie over onduidelijke communicatie, trage procedures en het ontbreken van transparantie. Tegelijkertijd is er hoop dat dit soort enquêtes leiden tot echte verandering. Bewoners willen dat hun mening ertoe doet, dat er ruimte is voor dialoog en dat de gemeente zich dienstbaar opstelt. Er is behoefte aan een bestuur dat zichtbaar is, luistert en samenwerkt met inwoners. Thema 6: Veiligheid, handhaving en sociale cohesie Er zijn zorgen over veiligheid, zwerfafval, overlast en veranderingen in het straatbeeld. Sommige bewoners voelen zich onveilig, ook overdag. Er wordt gevraagd om betere handhaving, bijvoorbeeld tegen kapot glas of ratten. Tegelijkertijd zijn er ook positieve suggesties, zoals het betrekken van bewoners bij verkeersplannen of het stimuleren van sport en beweging in de openbare ruimte. Sociale cohesie en een positieve sfeer zijn belangrijk voor het draagvlak van gemeentebeleid. De gemeente moet meer doen om verenigingen en burgerinitiatieven te ondersteunen en faciliteren. |
Bijlage 2 Ontwerp aanpak
In de participatieaanpak staat hoe we het gaan doen. We ontwerpen de aanpak aan de hand van 7 stappen. De uitgangspunten zijn, net als de kernwaarden, de basis voor een aanpak met ruimte voor maatwerk.
|
Participatieaanpak Deurne |
|
|
Stap 1 |
Beschrijf het onderwerp van het plan |
|
Stap 2 |
Beschrijf waarom je participatie organiseert |
|
Stap 3 |
Formuleer de participatievraag |
|
Stap 4 |
Plan wanneer er participatie plaatsvindt en hoe lang het proces duurt |
|
Stap 5 |
Beschrijf de doelgroepen en hoe je deze gaat uitnodigen om mee te doen: |
|
Stap 6 |
Kies de vormen en instrumenten: |
|
Stap 7 |
Beschrijf hoe je terugkoppelt, afweegt, rapporteert en evalueert |
Stap 1 Beschrijf het onderwerp
Geef een zo compleet mogelijk beeld van het onderwerp. Waar gaat het over? Wat is de context: vindt er bijvoorbeeld in de fysieke omgeving een ontwikkeling plaats, is er aanpalend beleid in ontwikkeling, is er een geschiedenis in de buurt of over het onderwerp? Ook is inzicht in de projectplanning noodzakelijk: de stappen en mijlpalen, eventueel voorzien van tijdsplanning.
Stap 2 Beschrijf waarom je participatie organiseert
Geef aan waar deze participatie toe moet leiden: betere besluiten, betere plannen, meer draagvlak en begrip, of meer zeggenschap en verantwoordelijkheid voor inwoners. Dit is van invloed op de vraagstelling de vorm, de (grootte van de) doelgroep, en de wijze van uitnodigen.
Stap 3 Formuleer de participatievraag
De participatievraag is concreet en is de vraag waarop je in de participatie antwoord wilt krijgen. Hoe concreter de vraag, hoe beter het antwoord. In die vraag staat ook de participatieruimte (kader), de rol(len) van deelnemers en wat we met de inbreng gaan doen. Bijvoorbeeld: Welk advies kunnen Deurnese treinreizigers geven over hoe de aanlooproute naar het station sociaal veiliger kan worden, zodat we die oplossing als basis kunnen nemen voor de inrichting van het plein. Een goede participatievraag is duidelijk over verwachtingen en geeft richting aan de participatieaanpak.
Stap 4 Wanneer en hoe lang
Het antwoord op deze vraag is: als er toegevoegde waarde is. In de werkwijze staat dat we inwoners zo vroeg mogelijk betrekken. Dat is bij voorkeur voordat er een plan ligt en in een open gesprek. De planning is bepalend voor wanneer en hoe vaak we inwoners betrekken. Tijdens het proces kan blijken dat er minder of meer momenten voor inbreng nodig zijn. Zie ook de afbeelding in paragraaf 3.3#_We_betrekken_inwoners.
Daarnaast willen we ook in gesprek zijn voordat er überhaupt iets speelt in gemeente, dorp en buurt. Bijvoorbeeld over ontwikkelingen die op ons af komen. Hier organiseren we momenten voor.
Stap 5 Doelgroep bepalen en uitnodigen
Om te bepalen wie belanghebbenden zijn bij het onderwerp, is een stakeholdersanalyse nodig. Dit kan naast de beschrijving uit stap 1 en eventueel een sociaal-demografische profiel, ook via bijvoorbeeld ringen van invloed, belang/vertrouwen matrix, etc. De keuze voor een methode is afhankelijk van het onderwerp en de vraagstelling.
Op basis van de analyse, maken we een aanpak. Daarin nemen we zoveel mogelijk drempels weg. Dit doen we enerzijds omdat we vinden dat iedereen die wil ook mee moet kunnen doen. En anderzijds om een zo representatief mogelijke inbreng te krijgen. Representativiteit houdt in dat de deelnemersgroep een goede afspiegeling van de doelgroep is (zie inzet). Dit wordt vaak ter discussie gesteld, met name als de uitkomst van het participatieproces niet bevalt.
Stap 6 Kies vormen en instrumenten
Participatie is maatwerk. Dat geldt zeker voor de keuze uit diverse instrumenten. En die keuze is groot. In bijlage 3#bijlage1 hebben we een instrumentenkist voor Deurne opgenomen, waar we goede ervaringen mee hebben of van verwachten. Daar wordt ook toegelicht hoe je bij de keuze voor een instrument (of set instrumenten) met het CLEAR-model toetsen of het voldoende drempels wegneemt.
Stap 7 Beschrijf hoe je met inbreng omgaat
Om duidelijk en open te zijn, koppelen we elk participatiemoment terug aan de deelnemers en de doelgroep. Dit is een verslag van wat er is ingebracht en informatie over wat er met de inbreng gaat gebeuren en het vervolg. Op het moment dat de inbreng in het plan wordt verwerkt, vertellen we wat we met inbreng hebben gedaan en waarom. Dit komt in ieder geval aan het eind van het participatieproces in een eindverslag, dat een soort logboek is van het participatieproces. Hierin staat bijvoorbeeld het gevolgde participatieproces op hoofdlijnen, een lijst van de deelnemers/aanwezigen, de belangrijkste uitkomsten, de reactie van de gemeente op de uitkomsten en de wijze waarop de gemeente de inbreng heeft benut. Eventueel volgt een evaluatie van het participatieproces met de belangrijkste geleerde lessen. Daarvoor gebruiken we standaard een korte vragenlijst. En soms evalueren we uitgebreider. De opbrengst van de evaluatie wordt gebruikt om het proces en de uitvoering ervan te verbeteren, en dat kan tot acties in de uitvoeringsagenda leiden.
Bijlage 3 Instrumentenkist
In deze bijlage geven we een overzicht van instrumenten die passen bij Deurne op basis van ervaringen en de resultaten van de vragenlijst. Tevens ondersteunen ze het beleidskader. Deze lijst is niet uitsluitend.
|
Type invloed |
Participatie instrumenten |
|
Informeren |
Bewonersbrief, bijv een ‘sorry voor de overlast’ brief. Informatiebijeenkomst, bij voorkeur op locatie in omgeving van plan, of in de wijken en dorpen. Social media post, weekblad, persbericht, met verwijzing naar informatie op de website. |
|
Inspraak |
Zienswijzeprocedure: Initiatiefnemer legt plan ter inzage. Deelnemers kunnen reageren met een zienswijze. De zienswijzen krijgen een reactie met reden waarom het wel of niet tot aanpassing van het plan heeft geleid. Afdeling 3.4 Awb is van toepassing, tenzij anders is besloten. Inloopbijeenkomst: Initiatiefnemer heeft plan ter inzage gelegd of presenteert plan. Deelnemers kunnen ter plekke hun mening geven; dit bij voorkeur in een kleine setting. Een reactie kan ook nog achteraf worden gegeven. |
|
Raadplegen |
Startbijeenkomst: een eerste gesprek zo vroeg mogelijk in of voorafgaand aan het proces. Start met het presenteren van informatie. Vervolgens– al dan niet in groepjes – in gesprek over zorgen, ideeën en wat er speelt. Bijeenkomst met informatiemarkt: Deelnemers krijgen centraal informatie en/of kunnen langs tafels lopen met specifieke informatie. Daar kunnen ze ook in gesprek, vragen stellen, en hun mening geven. Vragenlijst: De mening van inwoners wordt gepeild aan de hand van een beknopte vragenlijst, waarin ruimte is om toelichting te geven. Social design: maatwerk methode om op persoonlijke wijze meningen, achtergronden, en bijvoorbeeld keuzegedrag te achterhalen bij de doelgroep. Het ‘goede gesprek’ over wat er speelt in de gemeente en in dorp, wijk, buurt of straat. Of met bepaalde doelgroepen, bijvoorbeeld voorzitters van sportverenigingen. Een gesprek over ontwikkelingen en opgaven, over zorgen en kansen. Dit gesprek kan een stadsgesprek zijn, maar ook bijvoorbeeld een wijkwandeling of dorpsactiviteit. |
|
Adviseren |
Bijeenkomst met werksessies: Deelnemers krijgen centraal informatie en gaan in deelsessies in gesprek of aan het werk met een werkvorm. Gesprek: een gesprek met deelnemers die de verschillende perspectieven op het onderwerp vertegenwoordigen. Klankbordgroep: een selectie deelnemers uit de doelgroep die op basis van ervaring en kennis meedenken, adviseren en met elkaar in gesprek gaan. Korte vragenlijst / Poll: als er een concrete vraag is of als er een keuze gemaakt moet worden. |
|
Samen doen |
Ontwerpsessie: deelnemers ontwerpen mee aan de ontwikkeling van een gebouw of gebied, of stellen mede een beleid op. |
Een schema dat helpen bij het maken van een keuze, is te vinden op de laatste pagina van het artikel Keuzes maken voor participatietools.pdf (Hogeschool van Utrecht, 2021). Als we een instrument hebben gekozen, kunnen we toetsen of er voldoende drempels voor deelname zijn weggenomen. Dus: of doelgroep en instrument bij elkaar passen waardoor de kans op deelname wordt vergroot. Conclusie kan zijn dat er inzet van meerdere instrumenten nodig is. Om dit te toetsen gebruiken we de CLEAR-toets. Het doel hiervan is om ook het stille midden zoveel mogelijk te betrekken door drempels weg te nemen.
|
>> drempeltoets participatieinstrument |
||
|
|
|
|
|
Can do |
Kunnen inwoners deelnemen? Over welke middelen en vaardigheden (kapitaal) moeten deelnemers beschikken om mee te doen? |
Voor deelname in een klankbordgroep is kennis van of ervaring met het onderwerp nodig. |
|
Like to |
Vinden inwoners dit instrument leuk? Er zijn diverse redenen om deelname leuk te vinden: de activiteit zelf (luisteren, gesprek, geeltjes plakken,…), kennis opdoen, inkijkje krijgen, expertise inbrengen, versterkt gevoel van gemeenschapszin, politiek/democratisch gevoel, etc |
Een werksessie vraagt om een actieve rol en je mening uitspreken; voor sommigen is dat spannend of ze twijfelen of hun mening ertoe doet. |
|
Enable to |
Hoe stel je inwoners in staat om aan het instrument deel te nemen? Dag/tijdstip/duur zijn bepalend voor deelname, net als vervoer, oppasmogelijkheden, weersomstandigheden etc |
Een inloopbijeenkomst organiseren we op meerdere momenten. Als de doelgroep jonge gezinnen is, zorgen we voor oppas ter plekke. Voor veel mensen is de gemeente een blackbox; we gaan inwoners vertellen hoe het werkt en hoe ze hun stem kunnen laten horen. |
|
Ask to |
Hoe neem je drempels weg? Hoe benader je de doelgroep om deel te nemen? Hoe nodig je mensen uit en mobiliseer je ze om te komen of mee te doen? Hoe neem je drempels weg voor mensen die niet alleen willen komen? |
We nodigen zo persoonlijk mogelijk uit. Ook vragen we de dorps- en wijkraden om hulp en om de uitnodiging te publiceren. |
|
Responded to |
Helpt het instrument om relevante inbreng op te halen en er iets mee te doen? Wordt er naar inwoners geluisterd? En hoe koppel je de inbreng die is opgehaald terug? |
Bij een ontwerpsessie moet goed in de gaten worden gehouden wat belangrijk is voor de deelnemers. Met goede foto’s kun je verslag doen van de sessie. In het eindverslag moet staan welke impact/invloed de sessie heeft op het eindontwerp. |
Bijlage 4 Participatie omgevingsplan
Elk procesontwerp is maatwerk, maar voor dezelfde soort onderwerpen kan een standaardprocesontwerp worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de herinrichting van een straat, het ontwerp van een speeltuin of een plan om de wijk te verduurzamen. Voor wijzigingen in het omgevingsplan is bijvoorbeeld al gekeken naar passend participatieproces per type wijziging.
|
Type wijziging |
Participatie |
Door wie |
Mate beïnvloeding |
|
Ruimtelijk initiatief |
Ja |
Initiatiefnemer |
Afhankelijk van ligging planlocatie en omvang wijziging fysieke leefomgeving |
|
Beleidsrijke wijziging |
Ja |
Beleidsmedewerker gemeente |
Afhankelijk van eerdere participatie, onderwerp, beleidsvrijheid gem. en politiek gevoeligheid |
|
Beleidsarme wijziging |
Ja |
Kernteam omgevingsplan |
Invloed beperkt tot de vraag of regels helder en uitvoerbaar zijn en in beleid passen |
|
Hogere wet- en regelgeving |
Nee*, tenzij politiek gevoelig |
Niet |
Gering |
|
Cosmetische of technische aanpassing |
Nee |
Niet |
Gering |
|
Beheren omgevingsplan |
Nee |
Niet |
Gering |
Type omgevingsplanwijzigingen
Grofweg zijn er verschillende type wijzigen te onderscheiden:
Ruimtelijk initiatief
Het gaat hier om het wijzigen van de planregels om een specifiek ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken of wijzigen van regels op verzoek van derden door te voeren. Ook gaat het hier om participatie bij een omgevingsvergunning. Participatie vindt plaats conform de door de gemeenteraad vastgestelde participatieleidraad. De mate van beïnvloeding hangt af van de omvang en ruimtelijke impact van het plan, maar het minimale niveau is hier informeren. Participatie is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Diegene stelt het participatieplan op, voert de participatie uit en doet hiervan verslag. De gemeente kan soms ook optreden in de rol van initiatiefnemer bijvoorbeeld bij de aanleg van een weg.
Beleidsrijke wijziging
Het gaat hier over het wijzigen van de planregels om nieuwe regels te stellen over een bepaald beleidsonderwerp naar aanleiding van gewijzigd of vastgesteld beleid in een visie of programma. De gemeente doet de participatie. De mate van beïnvloeding die ten tijde van het omgevingsplan wenselijk wordt geacht, hangt sterk af van de mate van invloed eerder in de beleidscyclus, de politiek-bestuurlijke gevoeligheid en de maatschappelijke impact van het onderwerp en de mate van beleidsvrijheid van de gemeente.
Uitgangspunt is dat richtinggevende beleidskeuzes die in een omgevingsvisie of sectoraal programma zijn gemaakt en bestuurlijk zijn bekrachtigd, niet opnieuw ter discussie mogen staan. Als beleidskeuzes eerder gemaakt zijn, zal de participatie voor het omgevingsplan zich beperken tot de vraag of dit beleid op de juiste wijze is vertaald en regels uitvoerbaar en helder zijn geformuleerd. Als beleidskeuzes nog open staan zal participatie mogelijk intensiever zijn.
Beleidsarme wijziging transitie
Het gaat hier om het wijzigen van de regels in het kader van de transitieopgave, zonder de opvattingen over het beleid hierbij te wijzigen met hierbij behorende ondergeschikte wijzigen van deze regels. Op 1 januari 2032 moet de gemeente namelijk een compleet, ambtsgebiedsbreed omgevingsplan hebben dat voldoet aan de Omgevingswet. Hierin moeten alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving, alle vergunningen waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan en alle ruimtelijke plannen die deel uitmaken van het tijdelijk regelingsdeel (o.a. bestemmingsplannen) zijn opgenomen.
Er wordt gewerkt met veegbesluiten waarin voor meerdere onderwerpen tegelijkertijd de regels in het nieuwe regelingsdeel opgenomen worden. Uitgangspunt is om één wijziging per jaar te doen die dus over meerdere beleidsonderwerpen tegelijkertijd kan gaan. Omdat het hier gaat om beleidsarme wijzigingen gaat, zullen de uitgangspunten niet of maar heel beperkt wijzigen. Het advies is om hier met name informerend te werken met aanvullend mogelijk bewonersavonden.
Hogere wet- en regelgeving verwerken
Het gaat hier om het wijzigen van de planregels met het doel het verwerken van hogere instructies of gewijzigde geometrieën vanuit de Provincie Noord-Brabant of Rijksoverheid. In sommige gevallen schrijven instructieregels voor dat een omgevingsplan iets in acht moet nemen. Als instructieregels geen beleidsvrijheid bieden voegt participatie niks toe. In zulke gevallen biedt het delegatiebesluit Omgevingsplan de mogelijkheid de wijziging van het omgevingsplan door het college vast te laten stellen. In zulke gevallen is er met louter de toepassing van afdeling 3:4 Awb en met de bekendmakingen die uit de Awb voortvloeien voldoende geïnformeerd.
Cosmetische en technische aanpassingen
Het gaat hier om wijzigingen van de planregels die zien op het herstellen van juridische- of cosmetische gebreken. Voor kennelijke verschrijvingen regelt de omgevingswet dat het bevoegd gezag het omgevingsplan mag wijzigingen zonder toepassing van afdeling 3.4 Awb en enkel met de reguliere procedure. Tevens geldt dat bij het aanpassen van interne verwijzingen of louter cosmetische wijzigingen dat sprake kan zijn van een besluit zonder rechtsgevolg. In dat geval is er geen besluit en geldt er dus ook geen verplichting tot participatie. Bij kennelijke verschrijvingen, interne verwijzingen herstellen of cosmetische wijzigingen is het uitgangspunt dat er geen participatie plaatsvindt. Als een fout ziet op een specifiek perceel wordt de eigenaar wel benaderd.
Beheren van het omgevingsplan
Het gaat hier om het integraal verwerken van collegebesluiten die in het omgevingsplan moeten worden verwerkt (zoals BOPA’s of aanwijzingen monumenten, kapvergunningen e.d.). In zullen gevallen heeft er al eerder participatie plaatsgevonden over dat besluit. De opname van deze besluiten, zoals het aanwijzingsbesluit voor een monument of het kappen van een boom waardoor het beschermingsgebied verdwijnt of een BOPA, staat dan ook niet meer ter discussie. Enkel in het geval van een BOPA of monument wordt er een brief naar de huidige eigenaren gestuurd dat de regels integraal in het plan verwerkt worden. Dit is louter informerend. Bij andere verwerkingen vindt er geen participatie plaats.
Literatuur
Bij het schrijven van het beleidskader is gebruik gemaakt van de volgende literatuur:
- •
Berenschot en VNG, 2023, Aan de slag met participatie; handreiking 2.0 voor de participatieverordening
- •
ESSB, José Nederhand, Koen Migchelbrink en Jurian Edelenbos, 2022, Participatie en overheid: dat vraagt om responsiviteit
- •
Gemeente Groningen, 2025, Samen maken we Groningen - beleidskader participatie 2025
- •
GovernEUR|Erasmus Universiteit Rotterdam: Vivian Visser, Jitske van Popering-Verkerk, Arwin van Buuren, 2019, Onderbouwd ontwerpen aan participatieprocessen: Kennisbasis participatie in de fysieke leefomgeving
- •
Haagse Hogeschool: Hasse van der Veen en Jikke Eikelboom, 2025, Toolbox voor bewonersinitiatieven
- •
Hogeschool Utrecht, 2021, Keuzes maken voor participatietools
- •
Jurian Edelenbos, Ingmar van Meerkerk en Jannes Blokstra, op Platform O, 2025, Vertrouwen herstellen vraagt om responsievere overheid
- •
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2024, Tips om participatie diverser, inclusiever en representatiever te maken
- •
Sociale vraagstukken: Steven Blok, 2024, Uitdaagrecht vergt veel van burgerinitiatieven
- •
VNG, 2024, Modelverordening participatie
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl
Kwalitatief: Gesprek centraal
Kwantitatief: Delen van invloed centraal
CLEAR
toets inzet instrument
voorbeeld