Financieel Besluit Sociaal Domein gemeente Aalten 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Financieel Besluit Sociaal Domein gemeente Aalten 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten;

gelet op het bepaalde in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet;

Besluit:

vast te stellen het Financieel Besluit Sociaal Domein gemeente Aalten 2026.

Inleiding

In de Verordening Sociaal Domein gemeente Aalten 2025 (dan wel de verordening die deze vervangt, verder te noemen: “VSD”) wordt de hulp die de gemeente indien nodig vanuit de Wmo aan inwoners verleent onderverdeeld in 4 thema’s. Die thema’s zijn:

  • 1.

    Gezond en veilig opgroeien;

  • 2.

    Wonen in een veilige en gezonde omgeving;

  • 3.

    Meedoen in de samenleving;

  • 4.

    Hulp bij het oplossen van schulden.

Dit besluit heeft alleen betrekking op de thema’s 1, 2 en 3.

Die hulp kan de gemeente geven in de volgende vormen:

1. Zorg in natura;

In de VSD zijn regels opgenomen over de zorg in natura. De gemeente zorgt ervoor dat de hulp wordt ingezet. Dit kan in de vorm van een dienst zijn maar het is ook mogelijk dat er een product (hulpmiddel, woonvoorziening, woningaanpassing) wordt gegeven. De tarieven zijn vastgelegd in overeenkomsten met aanbieders en leveranciers.

2. Hulp in de vorm van geld, een financiële tegemoetkoming of een onkostenvergoeding;

Het is soms mogelijk een tegemoetkoming te krijgen in de kosten van bijvoorbeeld een noodzakelijke verhuizing of voor de aanschaf van een sportrolstoel. In de VSD Aalten zijn diverse regels opgenomen over hulp in de vorm van geld. De tarieven voor deze vormen van hulp zijn in dit besluit vastgelegd.

3. Hulp in de vorm van een Persoonsgebonden budget (verder te noemen: “Pgb”).

De VSD bevat regels over het Pgb, onder meer over hoe de hoogte of het tarief van een Pgb wordt vastgesteld. Daarnaast heeft het college voor het Sociaal Domein beleidsregels vastgelegd. Een deel daarvan heeft specifiek betrekking op het Pgb. De tarieven hiervoor zijn in dit besluit vastgelegd.

In dit besluit, dat elk jaar opnieuw wordt vastgesteld, is de actuele hoogte of het actuele tarief voor een aantal soorten hulp op basis van de Wmo en Jeugdwet vastgelegd. Alle bedragen zijn excl. btw behalve de Wmo-hulpmiddelen. Omdat de gemeente bij zorg in natura de hulp niet in financiële vorm verschaft komt zorg in natura in dit besluit verder niet meer aan de orde.

Voor de in dit besluit voorkomende begrippen geldt de betekenis die daaraan in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en/of de Jeugdwet en/of de Verordening Sociaal Domein van de gemeente Aalten en/of Beleidsregels Pgb wordt gegeven.

Bij een Pgb-dienstverband moet de budgethouder werkgeverlasten afdragen (Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan Huis (Rdah)). De gemeente verhoogd het budget hiervoor. De Sociale Verzekeringsbank draagt deze werkgeverslasten voor de budgethouder af aan de Belastingdienst.

Hoofdstuk 1. Voorzieningen per thema: Gezond en veilig opgroeien

In dit hoofdstuk worden per thema (Gezond en veilig opgroeien, Wonen in een veilige en gezonde omgeving en meedoen in de samenleving) de actuele bedragen en tarieven per beschikbare vorm van hulp vermeld.

1.1 Hulp in de vorm van een Pgb

Een aantal vormen van maatwerkvoorzieningen kunnen in de vorm van een Pgb worden verstrekt.

De maximale tarieven voor Integrale ambulante Jeugdhulp (IAJ) en woonvorm jeugd zijn uitgewerkt in de onderstaande tabellen.

1.2 Pgb Integrale Ambulante Jeugdhulp (IAJ)

Dienstverlening

code

Tarief per 1/1/2026

Eenheid

Ondersteuning

Ondersteuning Individueel

45C10

€ 73,93

uur

Ondersteuning individueel intensief

45C11

€ 88,68

uur

Opslag dienstverband sociale lasten Ondersteuning Individueel (inclusief 22.7%)

45P10

€ 90,71

uur

Opslag dienstverband sociale lasten Ondersteuning Individueel intensief (inclusief 22,7%)

45P11

€ 108,81

uur

Ondersteuning Groep

41C10

€ 68,27

dagdeel

Ondersteuning Groep intensief

41C11

€ 86,57

dagdeel

Behandeling

Behandeling Individueel (niet GGZ)

45C12

€ 99,58

uur

Behandeling Groep (niet GGZ)

41C12

€ 98,82

dagdeel

Basis GGZ

54C10

€ 127,27

uur

Specialistische GGZ

54C11

€ 181,45

uur

Persoonlijke Verzorging

Persoonlijke verzorging

40C10

€ 65,41

uur

1.3 Pgb Woonvorm Jeugd

(Zie artikel 7.4.1 lid 2 sub d VSD)

Logeren

Logeren (exclusief kosten voor verblijf

44C15

€ 178,16

etmaal

Hoofdstuk 2. Voorzieningen per thema: Wonen in een veilige en gezonde omgeving

2.1 Hulp in de vorm van een Pgb

Een aantal vormen van maatwerkvoorzieningen kunnen in de vorm van een Pgb worden verstrekt.

De maximale tarieven voor Wmo Ambulant en Wmo Huishoudelijke Ondersteuning en Wmo Woonvoorzieningen zijn uitgewerkt in de onderstaande tabellen.

2.2 Pgb Wmo Ambulant

(Zie artikel 7.4.1 lid 2 sub a VSD)

Dienstverlening

code

Tarief per 1/1/2026

Eenheid

Begeleiding individueel

Begeleiding individueel

02C10

€ 65,24

uur

Begeleiding individueel extra

02C11

€ 74,10

uur

Opslag dienstverband werkgeverslasten begeleiding individueel (inclusief 22,7%)

02P10

€ 80,04

uur

Opslag dienstverband werkgeverslasten begeleiding extra (inclusief 22,7%)

02P11

€ 90,92

uur

Begeleiding groep

Begeleiding groep belevingsgericht

07C10

€ 40,72

dagdeel

Begeleiding groep ontwikkelingsgericht

07C11

€ 51,63

dagdeel

Begeleiding individueel Beschermd Thuis

15C22

€ 82,93

uur

Vervoer

Vervoer zorgaanbieder niet gegund

08C11

€ 20,53

etmaal

Vervoer zorgaanbieder niet gegund rolstoel

08C12

€ 33,44

etmaal

2.3 Pgb Huishoudelijke Ondersteuning

(Zie artikel 7.4.1 lid 2 sub b VSD)

De tarieven voor de verschillende vormen van huishoudelijke ondersteuning zijn in de tabel hierna aangegeven.

Dienstverlening

code

Tarief per 1/1/26

Eenheid

HO1 opdrachtgever/ niet gecontracteerd

01A04

€ 36,21

uur

HO2 opdrachtgever niet gecontracteerd

01A05

€ 36,21

uur

Informeel tarief

01102

€ 21,19

uur

Opslag dienstverband werkgeverslasten HO informeel (inclusief 22,7%)

01103

€ 26,00

uur

2.4. Pgb Woonvoorzieningen 2.4.1 Pgb Traplift en douchestoel

(Zie artikel 7.4.1 lid 2 sub d VSD)

De maximale hoogte van het Pgb voor de verschillende varianten van een traplift is in de tabel hierna opgenomen.

Product

Type hulpmiddel

Code

Prijs inclusief btw

Traplift

Rechte Trap

13107

€ 3265,00

Trap met 1 bocht

13107

€ 3.606,00

Trap met 2 of meer bochten

13107

€ 3.858,00

Douchestoel

Verrijdbare douchestoel

13120

€ 800,00

2.5 Financiële tegemoetkoming voor vervangende woonruimte en verhuis- en inrichtingskosten

(Zie artikel 4.2.1 lid 1 en 2 VSD)

Voor een aantal bijkomende kosten in het kader van het wonen in een veilige en gezonde omgeving kan een tegemoetkoming worden verstrekt. Dit is een vast bedrag dat eenmalig wordt uitgekeerd.

Soort tegemoetkoming

Code

Maximaal bedrag per

1-1-26

Tegemoetkoming verhuis- en inrichtingskosten

13110

€ 2.600

Tegemoetkoming tijdelijke huisvesting niet zelfstandige woonruimte

13110

€ 2.500

Tegemoetkoming tijdelijke huisvesting zelfstandige woonruimte

13110

€ 1.260

Hoofdstuk 3. Voorzieningen per thema: Meedoen in de samenleving

3.1 Hulp in de vorm van een Pgb

Een aantal vormen van maatwerkvoorzieningen kunnen in de vorm van een Pgb worden verstrekt.

De maximale tarieven voor Wmo Vervoershulpmiddel en rolstoel zijn uitgewerkt in de onderstaande tabellen.

3.2 Pgb Vervoershulpmiddel en rolstoel

(Zie artikel 7.4.1 lid 2 sub d VSD)

Categorie

Code

Omschrijving product

Maximaal tarief per 1-1-26 inclusief BTW

Eenheid

Rolstoelen

11

11A03

Rolstoel incidenteel gebruik

€ 550

Eenmalig

11

11A03

Rolstoel (semi) permanent gebruik

€ 1.600

Eenmalig

11

11A03

Verblijfsrolstoel langdurig/permanent gebruik

€ 2.600

Eenmalig

11

11101

Handbewogen rolstoel kinderen

€ 1.000

Eenmalig

11

11101

Rolstoel (semi) permanent gebruik kinderen

€ 1.700

Eenmalig

11

11A02

Eenvoudige elektrische rolstoel

€ 10.300

Eenmalig

11104

Elektrische aandrijving op handrolstoel

€ 1.350

Eenmalig

11

11A06

Sportrolstoel

€ 2.600

Per 3 jaar

Vervoershulpmiddelen

12

12A05

Scootmobiel standaard

€ 3.450

Eenmalig

12

12A05

Scootmobiel extra geveerd

€ 4.100

Eenmalig

12

12A11

Driewielfiets zonder elektrische ondersteuning

€ 3.200

Eenmalig

12

12101

Driewielfiets met elektrische ondersteuning

€ 6.000

Eenmalig

12

12A11

Driewielfiets met extra zitondersteuning

€ 3.500

Eenmalig

12

12101

Driewielfiets met zit- en elektrische ondersteuning

€ 7.000

Eenmalig

12

11105

Handbike zonder elektrische ondersteuning

€ 4.400

Eenmalig

12

11105

Handbike met elektrische ondersteuning

€ 7.500

Eenmalig

Onderhoud

12A13

Onderhoud

€ 304

Per jaar

Voor de te volgen werkwijze bij het toekennen van (vervoers-)hulpmiddelen en rolstoelen, een overzicht van de voor de diverse woonvoorzieningen geldende productcodes en de doorgaans in de vorm van zorg in natura verstrekte woonvoorzieningen wordt verwezen naar de geldende beleidsregels en werkprocessen Sociaal Domein.

3.3 Collectief vervoer / ZOOV op Maat

(Zie artikel 5.2.3. VSD)

De reizigers betalen een eigen bijdrage per kilometer. Daarnaast betalen zij jaarlijks een bijdrage van € 65,-.

Hoofdstuk 4. Financiële tegemoetkoming en/of onkostenvergoeding bij hulp vanuit sociaal netwerk jeugd en Wmo.

4.1 PGB Sociaal netwerk

(Zie artikel 7.4.1 lid 2 sub c VSD)

De maximale tarieven voor hulp vanuit sociaal netwerk voor jeugd en Wmo zijn uitgewerkt in de onderstaande tabel:

Sociaal netwerk jeugd

Sociaal Netwerk Jeugd (1e en 2de graad)

45P09

€ 17,22

uur

Sociaal netwerk Wmo

Sociaal Netwerk Wmo begeleiding (1e en 2de graad)

02P09

€ 17,22

uur

4.2 Financiële tegemoetkoming / onkostenvergoeding bij informele hulp vanuit het sociaal netwerk

Voor deze vorm van tegemoetkoming / onkostenvergoeding gelden de volgende tarieven:

  • 1.

    Per maand een vastgesteld bedrag uit te betalen voor de gemaakte kosten van:

Levensmiddelen: kinderen tot 13 jaar € 7,11 per dag. Vanaf 14 jaar € 8,55 per dag (NIBUD berekening);

Reiskosten: € 0,23 per kilometer (belastingdienst);

Kleding en schoonmaakkosten. Op basis van een budgetplan en de in redelijkheid gemaakte kosten op basis van declaratie.

  • 2.

    De totale tegemoetkoming / onkostenvergoeding als bedoeld in lid 1 mag per persoon niet meer bedragen dan € 141,00 per kalendermaand.

Hoofdstuk 5. Eigen bijdrage

(Zie artikel 7.4.2 VSD)

Er wordt een eigen bijdrage gevraagd voor de maatwerkvoorzieningen die worden verstrekt in het kader van de thema’s “Wonen in een veilige en gezonde omgeving” en “Participatie”.

De hoogte van de eigen bijdrage per maand komt overeen met het op basis van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 toegestane maximumbedrag. In 2026 is de eigen bijdrage € 21,80 per maand voor de inwoner of een gezamenlijk huishouden. De eigen bijdrage wordt opgelegd zolang de dienst wordt geleverd dan wel gedurende de periode waarvoor de voorziening wordt verstrekt.

Voor een aantal maatwerkvoorzieningen wordt geen eigen bijdrage gevraagd. Dit zijn:

  • a.

    Rolstoelen;

  • b.

    Collectief vervoer;

  • c.

    Tegemoetkoming in de kosten;

  • d.

    Voor de zorg aan een inwoner die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van een woningaanpassing;

  • e.

    Als de gemeente van oordeel is dat de eigen bijdrage nadelige gevolgen heeft voor de doelstelling van een integrale dienstverlening of persoonsgerichte aanpak van een inwoner die gericht is op het zich kunnen handhaven in de samenleving, het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven of de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente.

Het Centraal Administratie Kantoor (CAK) stelt de bijdrage in de kosten vast en int deze voor de gemeente.

Er wordt een eigen bijdrage geïnd gedurende de periode dat gebruik wordt gemaakt van de voorziening en zolang deze niet de totale kostprijs van de voorziening inclusief onderhoud overstijgt.

Hoofdstuk 6. Overgangsregeling en inwerkingtreding

6.1 Overgangsregeling.

Aanpassing van de tarieven voor zorg in natura kan aanleiding zijn om lopende Pgb’s aan te passen. Om lopende Pgb’s op een verantwoorde wijze aan te passen is voor deze segmenten de volgende overgangsregeling van toepassing:

  • 1.

    Voor het aanpassen van al toegekende budgetten is een afbouwregeling van toepassing. Het verschil tussen het lopende budget en het nieuwe budget is het afbouwbedrag.

  • 2.

    De afbouwperiode start op het moment dat de indicatie van de inwoner eindigt. De afbouwperiode duurt 3, 6 of 12 maanden:

    • a.

      Tot een totaal afbouwbedrag van € 250,- per maand of € 3.000 per jaar geldt een afbouwperiode van een 3 maanden. De verrekening vindt plaats per maand in gelijke delen.

    • b.

      Voor een totaal afbouwbedrag vanaf € 250,- tot € 833 per maand en voor een totaal afbouwbedrag vanaf € 3.000, - tot € 10.000, - per jaar geldt een afbouwperiode van een half jaar. De verrekening vindt plaats per maand in gelijke delen.

    • c.

      Voor een totaal afbouwbedrag vanaf € 833,- per maand of € 10.000, - per jaar geldt een afbouwperiode van een jaar. De verrekening vindt plaats per maand in gelijke delen.

6.2 Citeertitel en inwerkingtreding

Dit besluit kan worden aangehaald als “Financieel Besluit Sociaal Domein gemeente 2026”.

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026. Met ingang van die datum wordt het Besluit Sociaal domein gemeente Aalten 2025 ingetrokken.

Aldus besloten in vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten, gehouden op 6 januari 2026.

Ondertekening

De secretaris,

drs. A.J.M. Gildhuis,

De burgemeester,

mr. A.B. Stapelkamp