Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755167
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755167/1
Beleidsregel vermogensvaststelling Participatiewet Goeree-Overflakkee
Geldend van 14-01-2026 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2026
Intitulé
Beleidsregel vermogensvaststelling Participatiewet Goeree-OverflakkeeBurgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee;
gelezen het voorstel van het team Maatschappelijke Ontwikkelingen tot vaststelling van een beleidsregel inzake vermogensvaststelling in het kader van de Participatiewet;
overwegende dat het wenselijk is regels vast te stellen zodat eenduidig uitvoering wordt gegeven aan vermogensvaststelling bij aanvang en tijdens de uitkeringsperiode;
gelet op de bepalingen in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de bepalingen in artikel 34 van de Participatiewet;
besluiten vast te stellen de Beleidsregel vermogensvaststelling Participatiewet Goeree-Overflakkee.
Artikel 1 Definities
- –
belanghebbende: persoon die een bijstandsuitkering aanvraagt of ontvangt;
- –
college: het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee;
- –
co-ouder: de alleenstaande die structureel een deel van de feitelijke verzorging voor een of meer kinderen verricht, volgens de afspraken in een echtscheidingsconvenant, ouderschapsplan of co-oudercontract
- –
de wet: de Participatiewet;
- –
vermogen: de waarde van de bezittingen waarover de belanghebbende redelijkerwijs kan beschikken zoals bedoeld in artikel 34 van de wet;
- –
vermogensgrens: de vermogensgrens zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 van de wet;
Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet.
Artikel 2 Het vermogen
- 1.
Het vermogen wordt vastgesteld op de waarde van de bezittingen in het economisch verkeer bij vrije oplevering, waarover de belanghebbende beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, verminderd met de op dat moment aanwezige schulden.
- 2.
Bij de vaststelling van het vermogen tellen alle opeisbare schulden, waarop een daadwerkelijke verplichting tot terugbetaling rust, mee. De belanghebbende dient het bestaan van de schulden, de opeisbaarheid en de betalingsverplichting ervan aan te tonen met bewijsstukken.
- 3.
De peildatum voor de vermogensvaststelling is de datum van aanvang van de bijstandsverlening of de datum van wijziging van de (financiële) situatie van de belanghebbende.
- 4.
Het vermogen wordt opnieuw vastgesteld bij een melding of vermoeden van vermogenstoename.
Artikel 3 Niet als vermogen in aanmerking nemen (artikel 34, tweede lid, onder a, Participatiewet)
- 1.
De scooter, brommer of fiets worden beschouwd als algemeen gebruikelijk. De waarde wordt niet tot het vermogen gerekend.
- 2.
Bij aanvang van de bijstandsverlening wordt van het positieve saldo op de lopende rekening maximaal één maal de van toepassing zijnde bijstandsnorm (inclusief vakantiegeld) in mindering gebracht in verband met lopende uitgaven. Als het saldo van de lopende rekening lager is dan de bijstand, dan wordt het resultaat op € 0,00 gesteld. Een negatief saldo op de lopende rekening moet als schuld worden aangemerkt en telt dus wel mee bij de vaststelling van het vermogen De saldi op spaarrekeningen en overige rekeningen tellen wel volledig mee als vermogen.
Artikel 4 Vermogensvaststelling bij bezit van een vervoermiddel en dergelijke
- 1.
Een auto of motor met een waarde tot € 3.500,- wordt als algemeen gebruikelijk aangemerkt en wordt niet meegenomen bij de vaststelling van het vermogen.
- 2.
Een auto of motor met een waarde hoger dan bedoeld in het eerste lid, wordt alleen tot het vermogen van belanghebbende gerekend voor het deel van de waarde waarmee het bedrag zoals bedoeld in het eerste lid wordt overschreden.
- 3.
In het geval er twee of meer auto’s en/of motoren aanwezig zijn, dan geldt de vrijlating onder het eerste lid slechts voor één auto of motor. De waarde van alle andere auto’s en/of motoren worden volledig aangemerkt als vermogen.
- 4.
Voor de waardebepaling van de auto’s wordt uitgegaan van de dagwaarde van de koerslijsten van de ANWB. Voor de waardebepaling van motoren wordt uitgegaan van informatie van erkende dealers. Dit geldt ook voor zover een auto niet meer voorkomt op de koerslijst van de ANWB.
- 5.
Caravans, campers, tractors, boten, vrachtwagens en dergelijke worden, vanwege hun aard, niet als algemeen gebruikelijk aangemerkt en worden geheel meegenomen bij de vermogensvaststelling, tenzij de caravan of boot als hoofdverblijf dient.
- 6.
Voor de waardebepaling van de onder het vijfde lid genoemde vervoermiddelen wordt uitgegaan van informatie van erkende dealers.
- 7.
Indien er aantoonbare verschillen zijn tussen het vervoermiddel en de uitgangspunten van waardebepaling, zoals in dit artikel is omschreven, bijvoorbeeld bij een schadeauto of een exclusief model of ‘oldtimer’, dan kan de waarde worden vastgesteld aan de hand van een taxatie. De kosten van taxatie zijn voor rekening van de belanghebbende.
Artikel 5 Vermogensvaststelling bij wijziging van de leefvorm
- 1.
Het vermogen wordt opnieuw vastgesteld als voor een belanghebbende de norm wijzigt als gevolg van een wijziging in de leefvorm. Met ingang van de datum van de wijziging wordt gerekend met de actuele vermogensgrens die geldt voor
de nieuwe leefvorm.
- 2.
Als in een procedure voor een boedelscheiding het vermogen nog niet kan worden vastgesteld, dan gebeurt dit direct nadat de boedelscheiding tot stand is gekomen.
- 3.
Het deel van het vermogen dat is ontstaan tijdens de bijstandsperiode door bijvoorbeeld ontvangen rente of door te sparen blijft buiten beschouwing bij het opnieuw vaststellen van de vermogensgrens.
Artikel 6 Vermogensvaststelling bij co-ouderschap
De vermogensgrens voor co-ouders is gelijk aan de vermogensgrens voor alleenstaande ouders als bedoeld in artikel 34, derde lid, onder b, Participatiewet.
Artikel 7 Nadere verplichtingen (artikel 55 Participatiewet)
- 1.
Indien er sprake is van een vermogenstoeval (schenking) tijdens de bijstandsperiode en belanghebbende heeft opeisbare schulden, kan het college belanghebbende verplichten de vermogenstoeval aan te wenden voor het aflossen van deze opeisbare schulden.
- 2.
Indien er sprake is van problematische schulden kan het college belanghebbende verplichten om een traject voor financiële begeleiding of schuldhulpverleningstraject te volgen.
Artikel 8 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als Beleidsregel vermogensvaststelling Participatiewet Goeree-Overflakkee.
Artikel 9 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2026.
Aldus vastgesteld op 6 januari 2026 door
burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee,
drs. S. van Heeren mr. A. Grootenboer-Dubbelman
secretaris burgemeester
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl