Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755116
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755116/1
Beleidsregels uitwegen Kapelle
Geldend van 13-01-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels uitwegen KapelleHet college van de gemeente Kapelle;
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 5.1, eerste lid, sub a van de Omgevingswet en artikel 2.12 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Kapelle;
overwegende dat
-
het belangrijk is een goede afweging te maken tussen wensen van bewoners voor het maken van een uitweg, verkeersveiligheid en de ruimtelijke kwaliteit van een straat, wijk of dorp;
een juiste balans moet worden gevonden tussen het zoveel mogelijk auto's kunnen parkeren op eigen erf en het parkeren van auto's op de openbare weg;
uitwegen bij bedrijven invloed hebben op de verkeersveiligheid, maar bijdragen aan de bereikbaarheid van de bedrijven;
men dus zorg moet dragen voor een verkeersveilige aanleg van uitwegen, met oog voor de belangen als uiteengezet in artikelen 1.2 en 1.3 van de Omgevingswet;
het wenselijk is praktische uitvoeringsbepalingen vast te stellen voor het maken of veranderen van een uitweg, zodat een uitweg op een kwalitatief juiste wijze wordt aangelegd, conform de technische eisen van de gemeente en passend in het straatbeeld.
besluit:
vast te stellen de
Beleidsregels uitwegen Kapelle
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
uitweg: de aansluiting van een oprit of inrit vanaf privéterrein op het openbaar gebied en de daarbij horende aanpassing van een gedeelte van het openbaar gebied zodat een motorrijtuig zich tussen privéterrein en openbare weg kan verplaatsen;
- b.
omgevingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, sub a van de Omgevingswet;
- c.
Apv: de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Kapelle;
- d.
college: burgemeester en wethouders van de gemeente Kapelle;
- e.
breedte bij een hoekgebouw: de zijde waarop de uitweg aansluit;
- f.
gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Artikel 2 Toepassingsbereik
Deze beleidsregels zijn van toepassing bij beoordeling van aanvragen om een omgevingsvergunning voor een uitweg als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, sub a van de Omgevingswet juncto artikel 2:12 van de Apv.
Artikel 3 Verkeersveiligheid
In het belang van de verkeersveiligheid moet een uitweg:
- 1.
Zo veel als mogelijk, doch minimaal 5 meter verwijderd zijn van een straathoek, verkeersregelinginstallatie, bushalte, oversteekplaats, wegversmalling, splitsing of kruispunt van wegen, en
- 2.
Geschikt zijn om in een vloeiende beweging op- en af te worden gereden, en
- 3.
op een locatie komen waarbij de bestuurder van een voertuig vanuit de uitweg goed zicht heeft op het verkeer in het openbaar gebied.
Artikel 4 Opofferen openbare parkeerplaats
Het al dan niet toestaan van het aanleggen van een uitweg mag niet tot gevolg hebben dat een parkeerplaats verdwijnt.
Artikel 5 Openbaar groen & compensatie
-
1. lndien er openbaar groen wordt verwijderd ten koste van een uitweg oordeelt het college naar de omstandigheden van het geval op welke wijze het te verwijderen openbaar groen gecompenseerd moet worden. Compensatie dient In ieder geval zodanig plaats te vinden dat per boom of struik die verwijderd wordt bij de aanleg van de uitweg eenzelfde soort plant wordt aangeplant binnen het perceel of in de directe omgeving, tenzij dit aantoonbaar niet mogelijk is.
-
2. Bestaande openbare groenvoorzieningen buiten een straal van een meter van de rand van de uitweg mogen niet verwijderd worden voor de aanleg van de uitweg.
Artikel 6: meerdere uitwegen
-
1. In het belang van het woon- en leefklimaat van de gemeente is het niet toegestaan meerdere uitwegen bij een bouwperceel te hebben, tenzij:
- a.
Het een bedrijfsterrein betreft waarbij de extra uitweg bijdraagt aan een doelmatige bedrijfsvoering;
- b.
Het college op basis van een belangenafweging naar milieu-, verkeersveiligheid- en leefomgevingsbelangen anders besluit.
- a.
Artikel 7 Breedte & kenmerken uitweg
-
1. De standaardbreedte van een uitweg bij een gebouw is 3 meter.
-
2. Het college kan van het bepaalde in het eerste lid afwijken als de weigeringsgronden van artikel 2.12, tweede lid van de Apv niet van toepassing zijn. De breedte van de uitweg mag dan alsnog niet meer zijn dan 40% van de perceelbreedte.
-
3. De uitweg mag niet meer dan 30% van de totale verharding van het perceel bevatten, waarbij de uitweg zelf en eventueel overige verharding toegevoegd voor de uitweg worden meegerekend.
-
4. De uitweg moet in beginsel worden aangelegd met materialen die qua kleur en structuur overeenkomen met bestaande openbare verharding in de straat. Afwijking hiervan is toegestaan bij instemming van het college.
-
5. Bij bedrijfsterreinen mag van hetgeen in lid 2 en 3 bepaald worden afgeweken, waarbij de genoemde limieten overschreden mogen worden wanneer dit bijdraagt aan een doelmatige bedrijfsvoering. De uitweg mag dan alsnog niet meer dan 50% van de perceelbreedte beslaan.
Artikel 8 Parkeerplaats
Bij een gebouw moet op het eigen terrein een parkeerplaats mogelijk zijn van ten minste 2,5 bij 5 meter zodat een voertuig op meer dan twee wielen in het geheel geparkeerd kan worden op het eigen terrein voordat een uitweg aangelegd mag worden.
Artikel 9 Parkeren voor de voorgevel
-
1. In het belang van het uiterlijk aanzien van de omgeving mag een uitweg niet leiden naar een parkeerplaats voor een voertuig op eigen terrein dat zich bevindt binnen 5 meter voor de voorgevel van het gebouw gezien vanuit een loodrechte positie ten opzichte van de voorgevel, tenzij:
- a.
Het oppervlakte van de parkeerplaats voor maximaal 1.5 meter overlapt met de breedte van het hoofdgebouw, gezien vanuit een loodrechte positie ten opzichte van de voorgevel;
- b.
het een bedrijfsterrein betreft;
- c.
de parkeerplaats zich bevindt voor een garagedeur;
- d.
Het college op basis van belangenafweging naar milieu-, verkeersveiligheid- en leefomgevings- belangen anders besluit.
- a.
Artikel 10 Verplaatsing openbare voorziening
lndien voor het maken van de uitweg verplaatsing van een openbare voorziening, zoals bijvoorbeeld een lantaarnpaal, elektriciteitskast of straatkolk nodig is, is die uitweg alleen toelaatbaar indien die verplaatsing beheerstechnisch, praktisch en financieel mogelijk is naar inzicht van het college.
Artikel 11 Uitvoeringsbepalingen gebouwen
Voor alle uitwegen bij gebouwen gelden de volgende uitvoeringsbepalingen:
- 1.
Alle kosten die voortkomen uit de realisatie van de uitweg komen ten laste van de vergunninghouder (leges en uitvoeringskosten). lndien het gaat om een uitweg bij een nieuwbouwlocatie waar nog geen uitweg aanwezig is, komen de uitvoeringskosten voor rekening van de gemeente mits de aan te leggen uitweg niet breder is dan 3 meter en aan de andere voorwaarden van deze beleidsregels is voldaan;
- 2.
De werkzaamheden voor het maken of veranderen van een uitweg gebeuren door of in opdracht van de gemeente Kapelle;
- 3.
De uitweg in het openbaar gebied, is eigendom van de gemeente Kapelle en niet overdraagbaar, tenzij het college hier anders over besluit;
- 4.
De werkzaamheden worden niet eerder uitgevoerd dan nadat de betreffende omgevingsvergunning in werking is getreden en de overeenkomst (voor het uitvoeren van de werkzaamheden) door de gemeente Kapelle en de vergunninghouder of diens gemachtigde is getekend.
Artikel 12 Uitvoeringsbepalingen bedrijventerreinen
Voor uitwegen op bedrijventerreinen gelden de volgende uitvoeringsbepalingen:
- 1.
In afwijking van art. 11 lid 2 van dit beleidsdocument wordt de uitweg door de vergunninghouder of diens gemachtigde in eigen beheer en voor eigen kosten aangelegd.
- 2.
De uitweg moet als volgt worden aangelegd:
- a.
50 cm zand, tot 50 cm achterkant trottoirband;
- b.
30 cm menggranulaat 0/40, tot 25 cm achterkant trottoirband;
- c.
5 cm straatlaag;
- d.
nieuwe betonstraatsteen dik 10 cm, kleur grijs;
- e.
nieuwe trottoirband 13/15/25, kleur grijs gesteld in stelspecie en aan de achterzijde aangevuld met stampbeton.
- a.
- 3.
Van het in lid 2 bepaalde mag enkel worden afgeweken met instemming van het college.
- 4.
Bij slijtage of andere schade aan de uitweg die milieu-, geluids- of verkeersveiligheidsgevaar veroorzaakt, is de vergunninghouder gehouden hiervan direct melding te doen bij de gemeente, en over te gaan tot onderhoud of herstel.
Artikel 13 inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die van bekendmaking in het Gemeenteblad. Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van Kapelle op 9 december 2025
Ondertekening
Burgemeester en wethouders van Kapelle,
De secretaris,
De burgemeester,
9 december 2025
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl