Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755036
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR755036/1
Beleidsregels gebiedsverboden gemeente Pekela 2025
Geldend van 29-12-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels gebiedsverboden gemeente Pekela 20251. Vaststelling beleidsregel
De burgemeester van de gemeente Pekela;
overwegende, dat de burgemeester op grond van artikel 2.2 van de Algemene Plaatselijke verordening Pekela 2025 en/ of 2026 (hierna APV) bevoegd is om aan overlast gevende personen een gebiedsverbod op te leggen;
dat de burgemeester op grond van artikel 172a en 172b van de Gemeentewet (de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) met een gebiedsverbod, groepsverbod, meldingsplicht en begeleidingsplicht kan optreden tegen (ernstige) verstoringen van de openbare orde;
dat als gevolg van de mogelijke samenloop van de maatregelen genoemd in de APV en de Gemeentewet een integraal beleid en een afwegingskader gewenst is omtrent de toepassing van deze maatregelen door de burgemeester;
gelet op artikel 172a en 172b van de Gemeentewet, artikel 2.2 van de APV en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit:
vast te stellen: Beleidsregel gebiedsverboden en gebiedsverboden gemeente Pekela.
Aldus vastgesteld op 29 december 2025
De burgemeester van Pekela,
J. Kuin
Citeertitel en inwerkingtreding
-
1. Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels gebiedsverboden gemeente Pekela 2025.
-
2. Deze beleidsregel treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
2. Juridisch kader
Deze beleidsregel is een integraal afwegingskader voor de burgemeester bij de aanpak van (groepsgewijze) verstoring van de openbare orde in de gemeente. In deze beleidsregel wordt aangegeven hoe de burgemeester omgaat met de bevoegdheden op grond van de APV en die op grond van 172a en 172b van de Gemeentewet.
Verstoring van de openbare orde is bijvoorbeeld: intimiderend (groeps)gedrag, het plegen van strafbare feiten zoals bijvoorbeeld in de openlucht afvalstoffen te verbranden, (openlijke) geweldpleging, samenscholing van personen, vernielingen, vechten op straat, rondhangen en hinderlijk gedrag op de weg, luidruchtig en agressief gedrag en het anderszins lastigvallen van burgers.
De APV biedt de mogelijkheid voor de burgemeester om op te treden tegen de lichtere vormen van verstoring van de openbare orde middels een gebiedsverbod. De artikelen 172a en 172b Gemeentewet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) geven de burgemeester bevoegdheden om op te treden tegen zwaardere vormen van of meer structureel overlast gevend gedrag door onder andere een gebiedsverbod of begeleidingsplicht.
De bevoegdheden van de Gemeentewet en de APV houden een beperking in van de bewegingsvrijheid van het individu. Dit is een beperking van het recht om zich zonder inmenging van de overheid te verplaatsen (vrijheidsbeperking). Een juiste toepassing van de bevoegdheden moet daarom zijn gewaarborgd. Dit betekent dat de maatregel een legitiem doel moet dienen, waarbij tevens wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. De burgemeester heeft te allen tijde de bevoegdheid hiervan af te wijken indien (bijzondere) omstandigheden, gelet op de openbare orde, daartoe aanleiding geven.
Deze beleidsregels hebben geen betrekking op woonoverlast als bedoeld in artikel 151d van de Gemeentewet en artikel 2:69 van de APV Pekela 2025 en/ of 2026. Die overlast heeft betrekking op overlast vanuit een woning of erf of in de onmiddellijke nabijheid daarvan.
3. Maatregelen tegen overlastgevend gedrag en de manier waarop de burgemeester de bevoegdheden toepast
De artikelen 172a en 172b van de Gemeentewet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) en de APV geven de burgemeester de bevoegdheid om op te treden tegen overlastgevend gedrag door middel van het opleggen van een:
-
1. Gebiedsverbod op grond van de APV;
-
2. Gebiedsverbod op grond van de Gemeentewet;
-
3. Groepsverbod;
-
4. Meldingsplicht;
-
5. Begeleidingsplicht
Ad 1. Gebiedsverbod op[ grond van de APV
1.1 In welke gevallen?
Een gebiedsverbod op grond van de APV kan worden opgelegd voor gedragingen zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel of voor openbare orde-verstorende handelingen. Een persoon krijgt het bevel van de burgemeester zich niet te bevinden in een aangewezen gebied gedurende een in het verbod genoemde periode. De gedragingen, het tijdvak en het gebied waarvoor de gebiedsverbod wordt opgelegd, worden medegedeeld en schriftelijk vastgelegd in een besluit of, in geval van mandaat aan de BOA’s en politie, in een proces-verbaal. Tevens wordt zo mogelijk een kaart uitgereikt van het gebied.
1.2 Uitgangspunt bij een gebiedsverbod: eerst waarschuwing
Een gebiedsverbod APV kan worden opgelegd nadat de betrokken persoon schriftelijk of mondeling is gewaarschuwd voor een gedraging waarvoor dat verbod kan worden opgelegd. Deze waarschuwing geldt voor de gehele gemeente voor de duur van zes maanden. De waarschuwing wordt namens de burgemeester gegeven door daartoe gemandateerde of aangewezen personen.
Van een mondelinge waarschuwing wordt een aantekening gemaakt in een proces-verbaal, in een dag/nachtrapport of middels een andere, geschikte registratie. Belangrijk is in ieder geval dat ergens geregistreerd staat dat betrokkene (met vermelding van dag, tijdstip, plaats en door wie) is gewaarschuwd. Er dient dus sprake te zijn van identificatie waarbij ook verdere registratie dient plaats te vinden. Hiertoe is een toegerust formulier beschikbaar.
Deze waarschuwing dient, in geval van het opleggen van een gebiedsverbod, in het dossier te worden vermeld. Het dient uit het dossier duidelijk te zijn, dat de betrokkene, door de waarschuwing had kunnen weten, dat bij het continueren van zijn het verstoren van de openbare orde, de burgemeester over kan gaan tot het opleggen van een gebiedsverbod.
Als de betrokkene minderjarig is, worden ook de ouder(s)/voogd(en), voor zover bekend, ingelicht. De politie/ BOA, kan de jongere voor de keus stellen dit zelf te doen of het door de politie te laten doen. Ook hierbij is het van belang van de inhoud van deze gesprekken een aantekening te maken in het dossier. Indien de gemeente een schriftelijke waarschuwing naar de betrokkene stuurt, kan een afschrift hiervan naar de ouder(s)/voogd(en) alleen worden verstuurd, voor zover hiermee niet in strijd met de gestelde privacyregels wordt gehandeld.
Nadat de betrokkene is gewaarschuwd maar toch overlast blijft veroorzaken, kan de burgemeester, op basis van een voldoende duidelijk en onderbouwd dossier, besluiten tot het opleggen van een gebiedsverbod.
1.3 Uitzondering op waarschuwing vooraf
Tijdens een evenement of tijdens de viering van oud en nieuw, kan namens de burgemeester een gebiedsverbod zonder waarschuwing vooraf worden opgelegd als:
-
1. er sprake is van een directe, reële acute vrees voor een verdere verstoring van de openbare orde tijdens dit evenement of de oud en nieuwviering.
-
2. De verbod voor ten hoogste 48 uur wordt opgelegd.
1.4 Omvang gebied
Een gebiedsverbod APV geldt in beginsel voor het gebied waarbinnen de gedraging heeft plaatsgevonden en wordt in beginsel begrensd door de grenzen van de wijk. Indien het, gelet op de druk op de openbare orde in een ander gebied, noodzakelijk wordt geacht, kan ook dat gebied worden aangewezen. Indien noodzakelijk wordt een looproute aangegeven.
Indien de gedraging heeft plaatsgevonden tijdens een evenement, wordt een verbod opgelegd voor het gebied waar het evenement plaatsvindt en de directe omgeving. Indien het, gelet op de druk op de openbare orde in een ander gebied, noodzakelijk wordt geacht, kan ook dat gebied worden aangewezen.
1.5 Herhaling
Na het opleggen van een gebiedsverbod conform artikel 2:2,1 lid 2 APV 2025 en/ of 2026 (maximaal 8 weken), wordt bij verdere overtredingen opgetreden op grond van de Gemeentewet (Overlastwet).
1.6 Zienswijze
De burgemeester is verplicht de belanghebbende voorafgaand aan het besluit te horen (art. 4:8 Awb). Dit horen is vormvrij en kan zelfs telefonisch gebeuren. Uitzonderingen op deze hoorplicht, zoals genoemd in artikel 4:11 Awb, zijn met name van toepassing bij een gebiedsverbod van korte duur (bijvoorbeeld 48 uur of minder) en een gebiedsverbod tijdens een evenement. Het vragen om een reactie is hier in beginsel ‘mondeling en direct’.
In de zogenaamde “vooraanschrijving gebiedsverbod” wordt aangegeven waarom de burgemeester van plan is om een verbod op te leggen. Tevens wordt een termijn genoemd waarbinnen betrokkene, mondeling of schriftelijk, een reactie (zienswijze) op dit voorgenomen besluit kan geven.
Na het verstrijken van de termijn voor het indienen van een zienswijze, besluit de burgemeester of het verbod daadwerkelijk opgelegd wordt. Bij deze besluitvorming wordt de eventuele ingebrachte zienswijze in de beoordeling meegewogen. In het besluit geeft de burgemeester aan of er een zienswijze is ingediend, wat deze zienswijze inhoudt en wat hij met deze zienswijze bij de besluitvorming heeft gedaan. De ingebrachte zienswijze kan een aanleiding zijn om anders dan het voornemen te besluiten.
1.7 Mandaat politie
Het opleggen van een gebiedsverbod APV en het opleggen en uitreiken van een waarschuwing wordt gemandateerd aan de politie/ BOA’s werkzaam voor de gemeente Pekela. De burgemeester blijft te allen tijde zelf bevoegd gebiedsverboden en waarschuwingen op te leggen.
1.8 Informatieverstrekking door politie en OM
De politie/BOA informeert de burgemeester zo spoedig mogelijk over het opleggen van een gebiedsverbod APV, of een waarschuwing daartoe en een overtreding van een opgelegd verbod. De politie/BOA’s houden een registratie bij van de opgelegde verboden en waarschuwingen en informeren de burgemeester hierover. Het OM informeert de burgemeester over de vervolging van overtredingen van gebiedsverboden. De burgemeester informeert het OM en de politiechef over een ingediend bezwaar tegen een gebiedsverbod en over de beslissing op bezwaar indien dit voor vervolging noodzakelijk is.
Ad 2 Gebiedsverbod op grond van de Gemeentewet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) 2.1 In welke gevallen?
Als de openbare ordeverstoring van ernstige aard (volgt uit rapportage politie) is of herhaaldelijk heeft plaatsgevonden, zoals in artikel 172a Gemeentewet omschreven, zal in beginsel een gebiedsverbod op grond van de Gemeentewet (172a, lid 1 a) worden opgelegd.
De gebiedsverbod zal aangaande de inhoud, duur, omvang van het gebied enz. voldoen aan het gestelde in de Gemeentewet
2.2 Samenloop met sanctie private organisatie
Een persoon kan een gebiedsverbod krijgen indien hem reeds door een private organisatie een sanctie is opgelegd wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren.
Ad 3 Groepsverbod op grond van de Gemeentewet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast) 3.1 In welke gevallen?
Als de openbare ordeverstoring van ernstige aard is of herhaaldelijk en voor het merendeel in groepsverband heeft plaatsgevonden, zoals in artikel 172a Gemeentewet omschreven, kan een groepsverbod worden opgelegd (172a lid 1 b ). Een groepsverbod kan ook worden opgelegd aan een persoon die woonachtig is buiten de gemeente.
Het groepsverbod zal aangaande de inhoud, duur, omvang van het gebied enz. voldoen aan het gestelde in de Gemeentewet.
3.2 Samenloop met sanctie private organisatie
Een persoon kan een groepsverbod krijgen als hem al door een private organisatie een sanctie is opgelegd wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren.
Ad 4 Meldingsplicht Gemeentewet (Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast)
Bij een meldingsplicht (172a lid 1 c) krijgt de overlastgever het bevel van de burgemeester zich op bepaalde tijdstippen te melden op of vanaf bepaalde plaatsen, al dan niet in een andere gemeente. Een meldingsplicht kan ook worden opgelegd aan een persoon die woonachtig is buiten de gemeente.
De meldingsplicht wordt zoveel mogelijk opgelegd in de gemeente waar betrokkene woonachtig is, tenzij de aard van de omstandigheden zich hiertegen verzet.
De tijdstippen en plaats van de melding worden per individueel geval, bepaald. In het besluit worden de tijden en locatie waar betrokkene zich moet melden vastgelegd. Een kopie van het besluit wordt afgegeven op de locatie waar de betrokkene zich moet melden.
Een fysieke en digitale meldingsplicht is mogelijk. In beginsel wordt een fysieke meldingsplicht opgelegd. Uitgangspunt is dat betrokkene zich meldt in de woonplaats waar hij woonachtig is.
Een persoon kan een meldingsplicht krijgen indien hem reeds door een private organisatie een sanctie is opgelegd wegens gedrag dat bij de burgemeester de ernstige vrees doet ontstaan dat die persoon de openbare orde zal verstoren.
Ad 5 Begeleidingsverplichting ten aanzien van minderjarigen, 12 jaar en jonger (172b Gemeentewet) 5.1 In welke gevallen?
Een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die herhaaldelijk (in groepsverband) de openbare orde heeft verstoord en de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, kan bij ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde het bevel van de burgemeester krijgen:
-
a. dat de minderjarige zich niet bevindt in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten binnen de gemeente, dan wel in een of meer bepaalde delen van de gemeente. Dit tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere in het bevel aangewezen meerderjarige.
-
b. dat de minderjarige zich op bepaalde dagen gedurende een aangegeven tijdvak tussen 8 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen. Dit tenzij de minderjarige wordt begeleid door een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere in het bevel aangewezen meerderjarige. B.
5.2 Tijdsduur
Het bevel geldt voor een door de burgemeester vast te stellen periode van ten hoogste drie maanden.
5.3 Afweging
Bij jongeren, in het bijzonder de categorie 12-minners, dient een zwaardere afweging te worden gemaakt bij de beoordeling of het (kind)gedrag als overlastgevend kan worden aangemerkt. Joelen, stoeien en belletje trekken worden in beginsel niet als overlastgevend aangemerkt. De wet Mulder-feiten worden alleen dan meegenomen indien deze overtredingen een onevenredige druk leggen op de openbare orde in een bepaald gebied.
5.4 Onderdeel van persoonsgebonden aanpak
De burgemeester neemt in haar afweging bij een verplichting als genoemd onder 5. het belang van een (lopend of op te starten) hulpverleningstraject mee.
De maatregel is altijd onderdeel van een integrale, persoonsgebonden aanpak. De maatregel wordt in beginsel alleen ingezet als de persoonsgerichte aanpak, met minder vergaande middelen, niet tot een vermindering van het overlastgevend gedrag van de persoon leidt. Bij de persoonsgerichte aanpak wordt aangesloten bij de reguliere aanpak van overlast en jeugdgroepen in de gemeente.
5.5 Recidive 12 plusser
Indien de persoon inmiddels de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, kan bij een volgende overtreding binnen zes maanden na verstrijken van de maatregel direct worden overgestapt op de andere maatregelen als genoemd in deze beleidsregel.
5.6 Zorgmelding Veilig Thuis
Indien een maatregel wordt opgelegd, kan een zorgmelding gedaan worden bij Veilig Thuis. De zorgmelding wordt vergezeld van een afschrift van het gegeven bevel.
6. Aanvullende bepalingen ten aanzien van de bevelen 1 tot en met 4 aangaande jongeren in de leeftijd 12 tot 18 jaar
De maatregelen uit deze beleidsregel zijn ook van toepassing op overlastgevende jongeren in de leeftijd 12 tot 18 jaar. Vanwege de specifieke aandacht en aanpak ten aanzien van jongeren ligt het voor de hand hier op een andere manier mee om te gaan; de bepalingen ten aanzien van de bevelen 1 tot en met 4 worden daarom aangevuld met een persoonsgebonden aanpak.
6.1 Geïntegreerde persoonsgebonden aanpak
De maatregel is altijd onderdeel van een integrale, persoonsgebonden aanpak. Voorafgaand of naast de inzet van een maatregel wordt onderzocht of door een hulpverleningstraject ook met minder vergaande middelen tot een vermindering van het overlastgevend gedrag van de persoon gekomen kan worden. Daarbij wordt aangesloten bij de reguliere aanpak van overlast en jeugdgroepen in de gemeente.
Bij een gebiedsverbod of gebiedsverbod van 48 uur of minder of een gebiedsverbod voor de duur van een evenement, zal de persoonsgebonden aanpak inhouden dat naast de maatregel een hulpverleningstraject zal worden ingezet of aangeboden. Bij de overige gebiedsverboden zal de persoonsgebonden aanpak inhouden dat voor de maatregel wordt ingezet een hulpverleningstraject zal worden ingezet of aangeboden.
De burgemeester neemt in zijn afweging het belang van een (lopend of op te starten) hulpverleningstraject mee.
6.2 Zwaardere afweging
Bij jongeren dient een zwaardere afweging te worden gemaakt bij de beoordeling of het (kind)gedrag als overlastgevend kan worden aangemerkt. Joelen, stoeien en belletje trekken worden in beginsel niet als overlastgevend aangemerkt. De wet Mulder-feiten worden alleen dan meegenomen indien deze overtredingen een onevenredige druk leggen op de openbare orde in een bepaald gebied, zoals bijv. het op de stoep rijden met een scooter.
6.3 Zorgmelding
Indien een maatregel wordt opgelegd aan jongeren in de leeftijd van 12 tot 18 jaar, kan een zorgmelding worden gedaan bij Veilig Thuis. De zorgmelding wordt vergezeld van een afschrift van het opgelegde gebiedsverbod of de gebiedsverbod.
7. Vereisten ten aanzien van de bevelen 1 tot en met 4.
Ingang en verlenging
Een gebiedsverbod of gebiedsverbod gaat in beginsel in op het tijdstip van invrijheidstelling als de persoon in handen is van de politie. In andere gevallen gaat zij in op het moment van uitreiking.
Als er nog een gebiedsverbod of gebiedsverbod loopt, dan gaat een nieuw gebiedsverbod of gebiedsverbod in op het tijdstip waarop het lopende gebiedsverbod of gebiedsverbod eindigt.
De gebiedsverboden of gebiedsverboden kunnen worden gewijzigd of verlengd ten nadele van betrokkene indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Het bevel kan ten gunste van de betrokkene worden gewijzigd indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Onder deze nieuwe feiten en omstandigheden wordt tevens verstaan het overtreden van het gebiedsverbod of de gebiedsverbod. Een overtreding van het gebiedsverbod of de gebiedsverbod kan niet de enige reden zijn voor verlenging. Het gebiedsverbod of de gebiedsverbod van de burgemeester is een preventieve maatregel en het overtreden van deze maatregel kan niet worden ‘bestraft’ met verlenging van het verbod.
Het overtreden van het gebiedsverbod of de gebiedsverbod kan wel onderdeel zijn van de onderbouwing voor verlenging maar daarnaast zal altijd de ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde moeten worden aangetoond. [35]
8. Samenhang bevelsbevoegdheden APV en Gemeentewet
In de gevallen waar (nog) geen sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde of van een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde, ligt optreden op grond van de APV voor de hand.
In de gevallen waar sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde of van een herhaaldelijke verstoring van de openbare orde ligt optreden op grond van Gemeentewet voor de hand.
In een acute situatie waarin relschoppers de openbare orde ernstig verstoren blijven de strafrechtelijke aanhouding, de APV (bestuurlijk ophouden etc.), de noodrechtbevoegdheden (artikelen 172 en 175-176a Gemeentewet) de meest geëigende bevoegdheden. De zogenaamde ‘lichte bevelsbevoegdheid’ artikel 172, derde lid biedt de burgemeester de bevoegdheid om in acute (overlastgevende) situaties op te treden en de bevelen (o.a. verwijderingsbevel) te geven die hij nodig acht. De wetgever heeft deze bevoegdheid in het leven geroepen voor situaties waarin de geldende regelgeving, waaronder lokale regelgeving, geen voorziening bevat voor een concreet openbare ordeprobleem en waarbij snel ingrijpen is vereist.
9. Handhaving
Het niet naleven van een burgemeestersverbod op grond van de APV is een overtreding van artikel 6.1 van de APV Pekela 2025 en/ of 2026. Overtreding worden gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Het negeren van een bevel, gegeven door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast of belast met het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, is een strafbaar feit (artikel 184 Wetboek van Strafrecht) waardoor de overtreder van het bevel kan worden vervolgd door het Openbaar Ministerie.
10. Dossiervorming en verslaglegging
Politie, OM en gemeente maken gezamenlijk afspraken (en leggen deze vast) over op welke wijze de dossiervorming plaatsvindt en informatie over en weer wordt uitgewisseld.
11. Inwerkingtreding en bekendmaking maatregel/verbod/gebiedsverbod
Het besluit treedt in werking op het moment dat dit aan de betrokkene bekend is gemaakt. Dit geschiedt middels toezending of uitreiking. Indien sprake is van een minderjarige wordt het besluit ten minste aan de ouder/voogd van de minderjarige uitgereikt.
12. Versterking sanctie private organisaties
Art. 172a Gemeentewet biedt de burgemeester de mogelijkheid een bevel te geven aan een persoon die als gevolg van zijn gedrag een sanctie opgelegd heeft gekregen door een private organisatie. Volgens de Memorie van Toelichting kan daarbij niet alleen worden gedacht aan een stadionverbod maar ook aan een toegangsverbod rondom een evenement, opgelegd door de organisator van dat evenement, of een horecaverbod. Op deze manier kan de burgemeester een door een private organisatie opgelegde sanctie versterken met één van de in artikel 172a Gemeentewet genoemde maatregelen. Voorwaarde hiervoor is dat er sprake is geweest van een gedraging die bij de burgemeester een ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde doet ontstaan.
13. Maatregel tevens namens een ander burgemeester
De verzoekende burgemeester laat zich wat betreft de Een bevel van de burgemeester strekt zich uit tot het eigen grondgebied. Door de wijziging van art. 172a Gemeentewet kan de burgemeester van een andere gemeente de burgemeester van Pekela verzoeken een persoon tevens namens hem een overeenkomstig bevel te geven. Dit kan indien de burgemeester van de andere gemeente de ernstige vrees heeft dat die persoon ook in de gemeente Pekela de openbare orde zal verstoren. Het betreft dan twee (of meer) bevelen in één beschikking en niet om een bevel mede namens een andere burgemeester.
inhoud van de maatregel op voorhand leiden door de keuzes van de burgemeester van Pekela inzake de aard en de duur van de op te leggen maatregel(en).
Een verzoek wordt op voorhand gedaan. Wel levert de verzoekende burgemeester de noodzakelijke gegevens aan zoals bijvoorbeeld een aanduiding van de objecten of gebieden waar de aanwezigheid van die persoon niet gewenst is en van de tijdstippen of perioden waarvoor het bevel geldt. Het verzoek kan ook het opleggen van een meldingsplicht betreffen. De burgemeester van Pekela zendt een afschrift van het bevel aan die burgemeester.
14. Relatie burgemeester en Officier van Justitie
Op grond van artikel 509hh Wetboek van Strafvordering is de Officier van Justitie (OvJ) bevoegd een gedragsaanwijzing te geven tegen een betrokkene. Dit kan indien ernstige bezwaren bestaan in geval van verdenking van een strafbaar feit waardoor de openbare orde ernstig is verstoord en waarbij grote vrees bestaat voor herhaling. Dit betekent dat de OvJ in beginsel als eerste bevoegd is een maatregel te treffen indien sprake is van ernstig ordeverstorend gedrag, zijnde een strafbaar feit, en vervolging is of wordt ingesteld.
Indien de OvJ besluit in zijn gedragsaanwijzing geen meldingsplicht, gebiedsverbod of groepsverbod op te nemen of in zijn geheel geen maatregel treft, beoordeelt de burgemeester of hij, gelet op de bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat, een maatregel oplegt. Hierover vindt afstemming plaats tussen OvJ en de burgemeester.
De gebiedsverbod van de OvJ gaat voor het gebiedsverbod van de burgemeester (art 172a Gemeentewet). Zolang een gebiedsverbod van de OvJ geldt kan de burgemeester niet hetzelfde gebied aanwijzen. Hij kan wel een ander gebied aanwijzen.
De rechter kan een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel gaat voor het burgemeestersbevel. Als het rechterlijk bevel niet te maken heeft met het burgemeestersbevel, bijvoorbeeld een verbod voor een kleiner of ander gebied en op basis van andere informatie dan de ‘’overlast’’ die ten grondslag ligt aan het burgemeestersbevel, dan vindt overleg plaats tussen OM en gemeente over de vraag of het burgemeestersverbod naast het rechterlijk bevel in stand kan blijven.
Informatie-uitwisseling
De burgemeester en het Openbaar Ministerie informeren elkaar en de politie over en weer indien een bevel of verbod wordt voorbereid en opgelegd. Waarbij de AVG en Wpg kaders geeft voor wat betreft de verwerking van persoons- en politiegegevens.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door de burgemeester van Pekela,
J. Kuin
Bijlage 1 Gedragingen gebiedsverbod en gebiedsverbod
Een gebiedsverbod of gebiedsverbod kan in elk geval voor de volgende gedragingen worden opgelegd:
|
APV |
|
|
Artikel 2:1 |
Samenscholing en ongeregeldheden |
|
Artikel 2:18 |
Ordeverstoring bij een evenement |
|
Artikel 2:23 |
Verboden gedragingen in een openbare inrichting |
|
0Artikel 2:37 |
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen |
|
Artikel 2: 39 |
Verboden gedrag bij of in gebouwen |
|
Artikel 2:40 |
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten |
|
Artikel 2:57 |
Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling |
|
Artikel 2:58 |
Carbidschieten |
|
Artikel 2:59 |
Vervoer van brandbare materialen ten behoeve van vreugdevuren |
|
Artikel 2:60 |
Messen en andere voorwerpen als steekwapen |
|
Artikel 2:61 |
Verboden drankgebruik |
|
Artikel 2:62 |
Drugshandel op straat en openlijk drugsgebruik |
|
Artikel 2:63 |
Betreden gesloten woning of lokaal |
|
Artikel 3:19 |
Straatprostitutie |
|
Artikel 4:7 |
Overige geluidhinder |
|
Artikel 4:8 |
Natuurlijke behoefte doen |
|
Opiumwet* |
|
|
artikel 2 |
Verboden gedragingen m.b.t. middelen lijst I |
|
artikel 3 |
verboden gedragingen m.b.t. middelen lijst II
|
|
Wetboek van Strafrecht |
|
|
artikel 137c |
belediging groep mensen |
|
artikel 141 |
openlijke geweldpleging |
|
artikel 142 |
vals alarm |
|
artikel 143 |
verhindering vergadering |
|
artikel 144 |
verstoring vergadering |
|
artikel 184 |
negeren bevoegd gegeven ambtelijk bevel |
|
artikel 239 |
schennis van de eerbaarheid |
|
artikel 266 |
belediging ambtenaar in functie |
|
artikel 285 |
bedreiging |
|
artikel 300-303 |
mishandeling |
|
artikel 350 jo. 351 |
vernieling |
|
artikel 424 |
straatschenderij |
|
artikel 426-427 |
overtredingen betreffende algemene veiligheid |
|
artikel 453 |
openbare dronkenschap |
|
artikel 461 |
verboden toegang voor onbevoegden |
|
Wet Wapens en Munitie |
|
|
artikel 13, 22,26, 27 of 31 |
dragen verboden wapens |
|
Wegenverkeerswet 1994 |
|
|
artikel 5 |
gevaarlijk of hinderlijk weggedrag |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl