Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754980
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754980/1
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Hoofdstuk 1 Inleiding en leeswijzer
Voor u ligt de ontwerp omgevingsvisie van de gemeente Westerwolde. Dit is een verplichting vanuit de nieuwe Omgevingswet. Maar het is ook vooral een mooie aanleiding om te komen tot een lonkend perspectief wat ons inspireert om op pad te gaan. De raad doet dit samen met het college en een breed pallet aan mensen en partijen uit en rondom de gemeente. We gaan de uitdaging aan om al het mooie van Westerwolde te behouden en waar nodig ontwikkelingen in gang te zetten. Om zo het fundament onder Westerwolde te versterken en te verbreden.
Wie zijn we en waar komen we vandaan?
Om dat te kunnen doen is het belangrijk om te weten en beschrijven wie we zijn en waar we vandaan komen. Wat is onze identiteit en wat heeft ons gemaakt wie we zijn? In hoofdstuk 2 komen daarom onze historie, het landschap, de Westerwolder en enkele elementen van onze cultuurhistorie aan bod.
Onze visie en kernwaarden
Vanuit onze identiteit schetsen we in hoofdstuk 3 onze visie op de toekomst van Westerwolde. We koppelen dit aan ons grondgebied en we benoemen de leefbaarheid en de duurzaamheid als vertrekpunt van de visie die ons het keurmerk Cittaslow heeft opgeleverd.Gebruik en gebieden De omgevingsvisie moet richting gaan geven aan een later te ontwikkelen Omgevingsplan van Westerwolde. Hiervoor zijn in hoofdstuk 5 verschillende gebieden onderscheiden. De ambitie voor die verschillende gebieden wordt daar ingevuld en geschetst, gebruik makend van een serie gebiedskwaliteiten die in hoofdstuk 4 zijn benoemd.
Gebruik en gebieden
Denk hierbij aan kwaliteiten als lucht, geluid, veiligheid, geur, bodem, licht etc. De in hoofdstuk 5 gedefinieerde ambitieniveaus worden later in het omgevingsplan onder andere vertaald naar voorschriften en waarden.
Het Omgevingsplan
In hoofdstuk 6 wordt de verbinding met andere en eerdere visies gelegd. Daarnaast wordt het vervolg op deze omgevingsvisie en de doorvertaling naar het Omgevingsplan geschetst.
Hoofdstuk 2 Identiteit
Wat voor gemeente willen we zijn? Een vraag die in feite de basis van de omgevingsvisie vormt. Het is een vraag die raakt aan de identiteit van de gemeente. Het bepaalt mede hoe naar ontwikkelingen wordt gekeken of hoe ze worden ervaren. De streek Westerwolde, die ook een deel van de gemeente Stadskanaal omvat, heeft een sterk eigen profiel. Dit profiel bepaalt hoe Westerwolde en de Westerwolder naar zijn leefomgeving kijkt en hoe het zich profileert richting de toekomst. Dat is in feite de basis van deze Omgevingsvisie.
Om die identiteit en dat profiel van Westerwolde beter te duiden wordt hier achtereenvolgens stilgestaan bij de historie, het landschap, de Westerwolder en het cultureel erfgoed.
2.1 Historie
Westerwolde vormde in de voorchristelijke tijd de meest westelijke flank van het stamgebied der Saksen, waarvan het centrum in de driehoek Bremen-Osnabrugge-Brunswijk lag.
Na de Frankische inlijving van de Saksen werd Westerwolde in 876 door keizer Lodewijk de Duitser geschonken aan het Benedictijner klooster Corvey bij Höxter aan de Weser. Kerkelijk viel het onder het bisdom Osnabrück, terwijl de bisschop van Munster vanaf de 13e eeuw bestuurlijke bevoegdheden kreeg. Westerwolde was feitelijk een leenheerlijkheid van de abdij van Corvey. Het had als vrije landgemeente (‘terra’) een hoge mate van zelfbestuur.
In 1530 werd Westerwolde voor het eerst door vreemde troepen veroverd toen de hertog van Gelre de landstreek liet bezetten in zijn strijd tegen de keizer. Keizer Karel V veroverde op zijn beurt in 1536 de heerlijkheid Westerwolde en voegde deze aan de Habsburgse Bourgondische Erflanden toe. Westerwolde maakte deel uit van de Habsburgse Nederlanden, waaruit later ons land zou ontstaan.
Dit eindigde in 1593 toen Westerwolde in de Tachtigjarige Oorlog door graaf Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg op Habsburg werd veroverd voor de Staten-Generaal. Het gebied werd in deze periode, die eindigde in 1795, bestuurd als generaliteitsland, verbonden aan de Republiek der Zeven Provinciën.
De leenheerlijke rechten werden in 1619 door de stad Groningen aangekocht. De stad Groningen vormde tussen 1619 en 1803 het dagelijks bestuur.Aan deze politiek-bestuurlijke situatie kwam in de Franse tijd een einde, toen Westerwolde in 1803 werd geïntegreerd in de nieuwe provincie Groningen en de status-aparte werd opgeheven. De stad Groningen bleef in de 19e en 20e eeuw een factor van belang in verband met het beheer van de uitgestrekte Stadsbezittingen in het gebied met name in en rond Ter Apel en de voormalige uiterwaarden ten westen van Bellingwolde.
Na de tweede wereldoorlog neemt door mechanisatie het belang van de landbouw af en verplaatst de werkgelegenheid zich richting (agro/food) industrie, detailhandel, toerisme en de zorgsector.
In de Franse tijd is Westerwolde opgedeeld in een aantal gemeenten. Bij de gemeentelijke herindeling in 2018 is deze opdeling teruggedraaid en de oude gebiedsindeling in grote lijnen hersteld. Het grondgebied van de nieuwe gemeente Westerwolde is, op kleine delen na, nagenoeg samen komen te vallen met het oorspronkelijke gebied Westerwolde.
2.2. Landschap
Het landschap met zijn inliggende kernen en de cultuurhistorie beschouwen we als onderlegger van deze omgevingsvisie. Het vormt het basiskapitaal van Westerwolde voor de lange toekomst. Westerwolde heeft een veelheid aan verschillende landschappen die elk hun eigen geschiedenis hebben en hun eigen verhaal vertellen. Het unieke aan Westerwolde is dat deze landschappen in samenhang met elkaar op een heel korte afstand zijn te beleven. In dat landschap wonen, werken en recreëren mensen. Vaak al eeuwenlang. De bewoners hebben daarbij het landschap beïnvloed, maar hebben zich ook grotendeels aangepast aan de natuurlijke gegevenheden van dat landschap. Denk daarbij aan de hoogteligging, de hydrologie en de drie daarmee samenhangende bepalende grondsoorten klei, zand en veen. Het ruimtelijk beeld van Westerwolde is op die manier een “overgeleverd” landschap op basis van de wisselwerking van mens en natuur.
Ondanks dat ook in Westerwolde grootschalige uitbreiding van woningbouw, infrastructuur, industrie en moderne landbouw hun invloed hebben gehad, is er nog steeds sprake van een relatief gaaf en rijk geschakeerd landschap. De impact is minder ingrijpend geweest dan in andere delen van Nederlanden.
Wat rest is een opmerkelijk landelijk gebied met zeer “leesbare” landschappelijke structuren. Dit raakt een gevoelige snaar bij veel mensen. Met name het beekdal van de Ruiten Aa met de meanderende beek, de gevarieerde meedlanden, de rijke en veelal oude bossen met zelfs een stuk oerbos en de doorkijken naar de open ontginningsgebieden (voormalige venen) geven het gebied een eigen karakter.
Zoals eerder aangegeven is het landschap dat we vandaag de dag zien voor een belangrijk deel bepaald door de overheersende bodemtypen. De hoofdtypen zijn zand (heideontginningen en kampontginningen) in het hart, klei (jongere zeekleipolders) in het noordelijk deel en veen (randveenontginningen, veenkoloniën en veenontginningen) in de rest van het gebied.

Zandlandschap
Het zandlandschap valt grotendeels samen met de beekdalen van de Ruiten Aa in Westerwolde en het Pagediep en de Mussel Aa in de gemeente Stadskanaal. In dit landschap wisselen de natte madelanden en broekbossen en de drogere hoger gelegen bossen elkaar af. De zeer kenmerkende esdorpen Wedde, Onstwedde, Vlagtwedde en Sellingen vallen grotendeels samen met het beekdal van de Ruiten Aa. Deze dorpen werden al in de 9e eeuw in oorkonden van de abdij Corvey genoemd. Vriescheloo is van origine ook een esdorp. Oorspronkelijk heette het alleen Loo (regionaal spreekt men nog steeds van “Loosters”). Het kreeg vermoedelijk door Friese kolonisatie een opstrekkende verkaveling. Dat zou de naam Vriescheloo verklaren.
Kleilandschap
In de jonge zeekleipolders zijn Bellingwolde en Blijham typische lintdorpen, waarbij de hoofdweg met de beeldbepalende monumentale boerderijen op het hoogste punt liggen. De polders zijn naar oud-Friese opzet opstrekkend verkaveld, geheel in overeenstemming met de overige Friese kustlanden van het Oldambt en de Groninger Ommelanden. De landmaat was ‘deimt’ en de boeren stemden op grond van het ‘Schatregister’.
Aan de benedenloop van de Westerwoldsche Aa werd in 1593 Oudeschans als vesting aangelegd. In Klein Ulsda, Hamdijk, Boneschans (eveneens een schans uit de 17e eeuw) en Den Ham zijn de sporen van de vroegere Dollarddijken en de roerige watergeschiedenis goed zichtbaar. Bij Vriescheloo is met de naoorlogse ruilverkaveling het opstrekkende verkavelingspatroon grotendeels verdwenen.
Veenlandschap
De aan de zand en klei grenzende ontginningsgebieden kennen alle hun eigen geschiedenis, vormen en ontwikkelingspatronen. De oudste liggen langs de nieuwe kanalen. Veelerveen langs het Ruiten Aa-kanaal hoort ook hiertoe. Harpel en De Beetse zijn typische veennederzettingen uit de periode tussen de wereldoorlogen. Het Zevenmeersveen ten westen van Sellingen was de laatste veenontginning in de provincie Groningen. Daarmee werd een markant stuk landschapsgeschiedenis afgesloten. Kamp De Beetse vormt een indringende herinnering aan de gevoelige werkverschaffings- en interneringsperiode tussen de jaren 1935-1948.
Na de oorlog werden vele dorpen met nieuwbouwwijken omgeven, die alle ook weer eigen stijlen en karakteristieken vertonen. De grootschalige restauratie en reconstructie van de vesting Bourtange is een project van landelijke allure. De samenhang van de dorpen en de gehuchten moet gezocht worden in de geschiedenis van het gebied en de alles bepalende grondsoort (zie boven). Door het gematigde karakter van alle veranderperiodes is het landschap “organisch” gegroeid.
2.3 Westerwolder
En wie is dan die Westerwolder die in dat gebied leeft? Die vraag is niet in één zin te beantwoorden. Toch valt er wel iets van te zeggen. De Westerwolder is een volbloed Groninger, maar toch een aparte loot aan die stam. Ook in het karakter van de Westerwolder is het bodemtype in het uitgestrekte gebied tussen Klein Ulsda en Ter Apel een sturende factor. Globaal gesproken zou je kunnen spreken van de Westerwolder van het klei-, het zand- en het veengedeelte van de landstreek.
Sterk generaliserend gesproken zouden de mensen op de klei wat meer op zichzelf zijn en wat harder in de omgang. Op het zand werkten de mensen sinds mensenheugenis met elkaar samen in markeverband. De inheemse zand-Westerwolder is van oudsher behoudender in opvattingen en doen. De nieuwe ontginningsgebieden in het veen trokken vooral pioniers aan, waarbij nadrukkelijk gesproken moet worden van een “nieuwe” samenleving ten opzichte van het “oude” zand en de klei. Deze veenkolonialen waren sterk ontwikkelingsgericht.
Politiek-staatkundig, cultuurhistorisch en landschappelijk heeft de grondsoort zo in hoge mate de plaatselijke samenleving bepaald. Tot op heden zijn deze mentaliteiten herkenbaar, maar direct moet worden gezegd dat het meest bepalende aspect van de streek – het sterk agrarische karakter – onherkenbaar is veranderd. Veruit de meeste oude inheemse boerengeslachten zijn inmiddels verdwenen en daarmee de sociale tegenstellingen van de klei.
De opschalingen van ontginningsgebieden zijn vooral te vinden in het domein van grote landbouwbedrijven met veelal importboeren. Sommige oude volksgebruiken worden nog steeds in ere gehouden en de taal – de Westerwoldse variant van het Gronings – wordt door een groot deel van de bevolking nog actief gebruikt. Of de jongere generatie ook nog herkenbaar zal zijn als Westerwolder valt nog te bezien.
2.4 Cultureel erfgoed / monumenten / archeologie
Westerwolde heeft een rijk cultureel erfgoed verspreid over alle kernen dat zichtbaar is in de vorm van gebouwen, musea, het landschap en dergelijke. De meest in het oog springende locaties zijn iconen voor Westerwolde. Dit zijn de Burcht Wedde, de vestingschansen Bourtange en Oudeschans en het klooster Ter Apel.
De Wedderburcht werd in de veertiende eeuw gebouwd door de machtige familie Addinga, afkomstig van de klei van het Reiderland. De burcht had een plek in vele oorlogen. Adolf van Nassau vertrok in de Tachtigjarige Oorlog van daaruit naar de slag van Heiligerlee (1568).Na de Nederlandse opstandelingen en Spanjaarden nam Willem Lodewijk van Nassau in 1593 de burcht in en schonk haar aan de Staten Generaal. Vanaf 1619 was de stad Groningen eigenaar van de burcht. De drost zetelde er en bestuurde Westerwolde tot de Franse tijd namens de stad Westerwolde. Na de verkoop in 1829 was de Wedderburcht ruim een eeuw lang een notariswoning. Daarna de zetel van een waterschap en de streekraad. Tegenwoordig is de burcht een kinderhotel.
De vesting Bourtange maakte in het verleden onderdeel uit van de oostelijke verdedigingslinie van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Een stelsel van leidijken en schansen werd aangelegd om water vast te houden in het Bourtanger Moor (moeras). Zo bleef de verdedigingsfunctie op peil.

De schansen Oudeschans (Bellingwolderschans), Boneschans en Bourtange sloten de route langs de noordkant en door het moeras af. Later is daaraan Nieuweschans (Langakkerschans) toegevoegd om ook de nieuw ingepolderde delen van de Dollard te beschermen. (illustraties kwaliteitsgids Groningen).
Het klooster Ter Apel dateert uit de 15e eeuw en begrenst het esdorpenlandschap op het uiterst zuidoostelijke punt van de provincie Groningen. Het vormt een mooi samenhangend geheel met de omliggende bossen en het vroegere bijbehorende brouw- en bakhuis dat nu een hotelfunctie heeft. Op de vroegere handelsroute van Münster naar Groningen troffen reizigers en pelgrims er een gastvrije plek.

De samenhang van kunst, cultuur, architectuur en natuur trekt ook vandaag de dag nog steeds veel mensen.
Daarnaast bepalen in een breder palet het landschap, het cultureel erfgoed, de monumenten en veel beeldbepalende en karakteristieke gebouwen voor een heel belangrijk deel het aanzien van Westerwolde.
Het cultuurhistorisch en landschappelijk profiel van Westerwolde wijkt af van de rest van Groningen, het Eemsland en Drenthe. Dit is zichtbaar in de eigen taal, de folklore, de historische boerderijenbouw, de kerkbouw en de landschapselementen. In grote lijnen kunnen we aansluitend een aantal bouwstijlen beschrijven in chronologische volgorde die in samenhang met de ontwikkeling van de streek gezamenlijk in hoofdlijnen het gebouwendeel van het cultureel erfgoed weergeeft.
-
De oudste dorpen in Westerwolde, de oerkerspelen Onstwedde, Vlagtwedde, Vriescheloo, Sellingen en Wedde, stammen uit de 9e eeuw. In de bloeiperiode van de 13e en 14e eeuw ontwikkelde zich in dit deel van Westerwolde de eerste karakteristieke bebouwing op het zand in de vorm van het Nedersaksische Hallenhaus. Het laatst overgebleven voorbeeld hiervan in onze gemeente staat in Laudermarke.
-
De economische groei leidt tot bevolkingsgroei. Het areaal in de esdorpen is te klein. Door de kolonisatie als gevolg van deze groei ontstaan esgehuchten die bestaan uit clusters van verspreide boerderijen omgeven door onregelmatig gevormde open ruimten. In Ter Borg bijvoorbeeld is zowel de structuur als het bebouwingsbeeld van een dergelijke ‘hoevezwerm’ gaaf bewaard gebleven. Het beeld wordt hier bepaald door oude boerderijen van het streekeigen Westerwoldse type, waarbij het voorhuis asymmetrisch voor de grote en hogere schuur is geplaatst.
-
Op de klei begint de bouw met een variant van de Friese kleihoeve (gemengd bedrijf), dat zich eind 18e eeuw ontwikkelde tot karakteristieke boerderijen met een Saksisch voorhuis en een zogenaamde Friese schuur. In het Reiderland ontwikkelde dit type zich tot de “Gulfhäuser”. Deze periode verdwijnt zo rond 1900.
-
Aansluitend is er sprake van een overgang naar een meer burgerlijke bouwstijl. Voorbeelden hiervan zijn de monumentale nieuwe voorhuizen (19e en 20e eeuw) van boerderijen op de klei waarin verschillende bouwstijlen naast elkaar in één pand worden gemengd. Deze kunnen worden gezien als de Westerwoldse varianten van de Oldambtster boerderij, de herenhuizen en rentenierswoningen.
-
Bij de kleinere huisjes is rond de invoering van de Landarbeiderswet van na WOI een overgang te zien van de typische Groninger landarbeiderswoning naar de nieuwe types die bij die wet passen. Granpré Molière ontwerpt bijvoorbeeld voor Veelerveen een dubbel arbeidershuis met rode stenen en rode dakpannen om de arbeiders uit de plaggenhutten te krijgen. Ze krijgen de bijnaam “duivenhokken” van de Delftse Stijl of Delfts Rood.
-
De economische groei en bloei van de Westerwoldse middenstand in de periode tussen de wereldoorlogen is zichtbaar in elementen in de stijl van de Amsterdamse School en Art Deco. De RSG Ter Apel is een magnifiek voorbeeld van Amsterdamse School.
-
In de periode na de WOII verdwijnt de streekeigen bouw. Waar eerst sprake was van bouwkunst, moeten we constateren dat het nu meer om bouwkunde gaat met seriewoningen en catalogus-boerderijen.
-
Gelukkig is de afgelopen jaren nieuwbouw en verbouw te zien met een herleving van streekeigen bouwwijzen zoals dat ook in Twente is te zien.

Hoofdstuk 3 Visie en kernwaarden
In dit hoofdstuk zetten we in hoofdlijnen onze visie op de fysieke leefomgeving neer. Van die visie geven we een ruimtelijke vertaling en we benoemen leefbaarheid en duurzaamheid als aanvullende principes voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Daarnaast zetten we een kernenmodel neer als basis voor het denken over de ontwikkeling van ons voorzieningenniveau.
3.1 Visie: Ruimte voor dynamiek en rust
Westerwolde biedt ruimte aan dynamiek en rust. Het biedt partijen de mogelijkheid zich aan te sluiten bij een sterk en innovatief landbouw- en voedselindustriecluster, te ondernemen in een aantrekkelijk en actief ondernemersklimaat en aan te haken bij een sterk (inter)nationaal infrastructureel netwerk in Noordwest-Europa. We zoeken daarin nadrukkelijk de verbinding en samenwerking met onze buurgemeenten, -provincies en de rest van Nederland, maar vooral ook onze buren in het Nedersaksische deel van Duitsland.
Bewoners bieden we een afwisselende omgeving met rust en ruimte in het buitengebied en dynamiek in de leefbare en vitale kernen. We koesteren ons kleinschalige landschap en onze rijke cultuurhistorie als basis van onze identiteit.
Het perspectief van Westerwolde is versterking en groei. Westerwolde is trots, wil zich verankeren in netwerken en wil zich als onontdekte parel laten zien. Daartoe verwelkomen we mensen uit binnen- en buitenland om de schoonheid en de ruimte die we te bieden hebben gedurende een korter of langer verblijf te ervaren.
3.2 Gebiedsindeling
Bovenstaande visie benoemt een aantal gebiedskarakteristieken en –kwaliteiten. Ze zijn deels gebiedsgebonden en niet voor de gehele gemeente van toepassing. Daarom leggen we in de gehele visie steeds accenten of zwaartepunten. Hierbij hanteren we de trits aard, omvang en locatie. Bij alle activiteiten moeten die passen.

Grofweg kan het gebied worden opgedeeld in een centraal deel, bestaand uit de Ruiten Aa met zijn aangrenzende natuurgronden. Samen met het omringende karakteristieke landschap in landbouwgebieden vormen zij de gouden eieren van Westerwolde die we koesteren. Grenzend aan de natuurgebieden hebben we een overgangszone met natuurinclusieve landbouw voor ogen. In het overige deel overheerst het landbouwkundig gebruik. Vrijwel overal valt dit samen met karakteristieke landschappelijke waarden die we met beheer, behoud en ontwikkeling veilig willen stellen. Voorbeelden daarvan zijn houtwallen, houtsingels, steilranden (van essen), poelen en vennen.
In de leefbare en vitale kernen komen wonen en bedrijvigheid bij elkaar. Kleinschalige bedrijvigheid die in aard en omvang past in de omgeving waarin die plaatsvindt, stimuleren we. Het MKB en grotere bedrijven die zich voornamelijk richten op de (inter)nationale markt verwelkomen we met name dichtbij de hoofdinfrastructuur in het cluster Bellingwolde en Blijham bij de A7 en bij de combinatie van Ter Apel en het landbouw- en voedselindustriecluster Ter Apelkanaal.
3.3 Leefbare en vitale kernen
In een kleinschalige plattelandsgemeente als Westerwolde zijn leefbaarheid en vitale kernen van essentieel belang. De basis voor leefbaarheid vormt de combinatie van een veilige leefomgeving, een florerende economie en goede werkgelegenheid. De leefbaarheid benaderen we verder vanuit het gedachtengoed van positieve gezondheid van Huber en meer specifiek de ruimtelijke vertaling die daarvan is gemaakt door Steensma (2018).

Leefbaarheid wordt daarin bepaald door een samenspel van verschillende factoren:
-
a.
Fysiek gezond zijn: fitheid en gezondheid, sportvoorzieningen en -verenigingen, goede gezondheidscentra.
-
b.
Lekker in je vel zitten en prettig wonen: je goed voelen, prettige, passende woonruimte in een prettige buurt.
-
c.
Je kunnen ontplooien: bereikbare scholen, persoonlijke ontwikkeling in kennis en vaardigheden, diversiteit in personen en culturen.
-
d.
Kwaliteit van de leefomgeving: groen, water, bebouwing, natuur, landbouw, maar ook cultuurhistorie, monumenten, architectuur etc.
-
e.
Mee kunnen doen: laagdrempelige en toegankelijke ontmoetingsplekken, voldoende laagdrempelige en toegankelijke activiteiten in de buurt.
-
f.
Praktisch dagelijks functioneren: mobiliteit en digitale en fysieke bereikbaarheid, goede infrastructuur voor ondernemers, dagbesteding, werk hebben.
Deze kapstok wordt hier gebruikt om voor een aantal thema’s de huidige situatie en de ontwikkelingen te schetsen.
3.3.1 Fysiek gezond zijn
Fysiek gezond zijn hangt sterk af van of je goed en gezond eet en of je voldoende beweging krijgt of sport. Daarnaast is het belangrijk dat je toegang hebt tot kwalitatief goede gezondheidszorg.
Sport en bewegen
Huidige situatie
Sporten gebeurt in de gemeente heel divers. Naast het verenigingsverband vinden veel sport- en bewegingsactiviteiten individueel of in informele, kleine groepjes plaats. Voorbeelden van het bewegen in de openbare ruimte zijn: wandelen, hardlopen, mountainbiken, fietsen en kanoën.
De gemeente kent, dankzij haar uitgestrektheid, relatief veel binnen- en buitensportaccommodaties en circa 80 sportverenigingen. Ook het netwerk aan wandelpaden, fietspaden, mountainbikeroutes en ruiterpaden is groot. Naast deze fysieke infrastructuur ligt er met het team “Westerwolde Beweegt” een goede organisatorische sportinfrastructuur. Dankzij deze goede infrastructuur wordt het sporten en bewegen gefaciliteerd en ligt er een uitgebreid sportaanbod voor verschillende doelgroepen zoals ouderen, jeugd, mensen met een beperking en mensen met gezondheidsproblemen.
Ondanks een verschuiving van het sporten in verenigingsverband naar het meer individueel sporten of in kleine groepen buiten verenigingen, hecht de gemeente aan een sterk, gevarieerd en ruimtelijk goed verdeeld sportaanbod in verenigingsverband. Het zet daarom in op behoud van het huidige aanbod aan accommodaties.
Ontwikkeling
Sport wordt steeds minder gezien als doel (“sport om te sporten”), maar meer als middel om maatschappelijke vraagstukken binnen het sociale domein aan te pakken. Zo kunnen sport en bewegen ingezet worden als middel tegen eenzaamheid, om mensen bij elkaar te brengen, mensen te activeren en als preventieve gezondheidsmaatregel. Op deze manier wordt sporten voor sommige operaties aangemoedigd, omdat de herstelperiode na de operatie korter blijkt te zijn dan bij niet sporten.
De rol van de traditionele vereniging zal afnemen en veranderen in een meer “Open Club”–vereniging. Dit vergt van de bestuurders een andere houding en vaardigheden. De maatschappelijke rol die verenigingen hebben, wordt hiermee groter. Het doel is dat iedereen kan meedoen. Om zover te komen worden bewegers, de beweegaanbieders en alle andere maatschappelijke partijen in het veld opgeroepen nauw samen te werken.
Om inwoners die nog niet bewegen actief te laten worden, moet de openbare ruimte aantrekkelijk en beweegvriendelijk ingericht worden. Zo kunnen jong en oud verleid worden door bijvoorbeeld het plaatsen van bankjes in natuurgebieden en het faciliteren van beweegtuinen in hun naaste omgeving. Om de jeugd te laten sporten moeten er voldoende speelruimtes, trapveldjes en speeltuinen zijn.
Toegang tot gezondheidszorg
Huidige situatie
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Publieke Gezondheid (Wpg). Hierbinnen wordt de focus gelegd op preventie en het bevorderen van de gezondheid van de inwoners. Gemeenten hebben hierbij de specifieke taak om de gezonde leefstijl van hun inwoners te beschermen en te bevorderen.
Gezondheid is het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.
Op dit moment gaan bewoners voor een huisarts, apotheek, fysiotherapeut of tandarts naar de grotere kernen binnen of buiten de gemeente. De uitgestrektheid en de lage bevolkingsdichtheid maken dat er slechts enkele hiervan in de gemeente zijn. Wat de ziekenhuizen betreft kunnen inwoners naar Emmen, Stadskanaal of Scheemda of naar Duitsland. Ook daarvoor gelden lange reistijden.
Verder zetten we in op de verbinding tussen de formele gezondheidszorg en de informele zorg zoals die door onder andere “Wedde dat ’t lukt” wordt geboden.
Ontwikkeling
Naar verwachting zal het aantal praktijken stabiliseren of afnemen. Van belang is dat zorg nabij beschikbaar blijft. Dat kan door de zorg fysiek dichtbij de mensen te brengen of de mensen naar de zorg te brengen. In de toekomst wordt verwacht dat zorg ook meer via digitale consulten wordt gegeven en dat de arts dat op afstand gaat doen. De steeds grotere afstanden vormen wel een zorg. Zeker als het gaat om urgente gevallen of acute inzet van ambulances. De gemeente probeert zorg dichtbij te faciliteren door bijvoorbeeld in MFA’s praktijkruimten op te nemen die door medische beroepsgroepen kunnen worden gehuurd.
3.3.2 Goed in je vel zitten
Westerwolde is een prachtige gemeente om te wonen. In potentie is er voor ieder een goede woning te vinden en we beschikken over een bijzonder fraai buitengebied. Toch moet ook worden onderkend dat het aandeel oudere mensen in de bevolking groter wordt (zie bijlage 3). Dit stelt veranderende eisen aan de woningvoorraad. Die veranderende eisen bieden ook kansen. Als de aanpassing van woningen wordt gecombineerd met energiemaatregelen of gedeeltelijke sloop/nieuwbouw, en/of herbestemming, kan het bijdragen aan de herontwikkeling van de woonomgeving. Het biedt mogelijkheden voor doorstroming en wellicht kan in die slag een deel van de bestaande woningvoorraad geschikt gemaakt worden voor jonge gezinnen.
3.3.3 Je kunnen ontplooien
Voor persoonlijke ontwikkeling is bereikbare, kwalitatief goede scholing essentieel. Over het grondgebied verspreidt liggen 20 locaties primair onderwijs en 3 locaties middelbaar onderwijs. Het beleid van de gemeente is gericht op bereikbaar onderwijs waarbij kinderen goed worden voorbereid op de toekomst.
In een integraal huisvestingsonderzoek wordt in 2020 het schoolareaal van Westerwolde tegen het licht gehouden. Welke gebouwen betreft het? Wat is de technische staat? Hoe oud zijn ze? Hoeveel leerlingen zitten op de scholen en wat is het te verwachten aantal leerlingen over vijf jaar? Wat is de energietechnische staat van scholen en wat moet er worden geïnvesteerd om het gebouw klaar te maken voor de toekomst? Is het reëel dat er investeringen worden gedaan als wordt gekeken naar het verwachte aantal leerlingen in de komende vijf tot tien jaar?
Een duivels dilemma, omdat de basisscholen vaak de leefbaarheid van een dorp sterk vergroten. Ouders treffen elkaar daar en veel activiteiten worden gecombineerd onder het dak van de school. Bereikbare scholing kan, als je het plat vertaald, worden benaderd als scholing die met de fiets en de auto op relatief korte afstand ligt. Gezien het feit dat in de regio de auto het hoofdvervoermiddel is voor woon-werkverkeer en in de hele mobiliteit, zou dat betekenen dat scholen in een actieradius van 5 – 10 minuten rijden zouden kunnen liggen. Snel vertaald betekent dit 5 – 10 autokilometers afstand.
Is dat wat we willen? Of is die keuze er misschien niet eens en wordt het móeten, gezien het steeds kleinere aantal leerlingen dat (in de toekomst) naar de betreffende school gaat.
3.3.4 Kwaliteit van de omgeving
Westerwolde heeft een prachtige leefomgeving als het gaat om groen, water, natuur maar ook cultuurhistorie, monumenten, architectuur etc. Dat is de kracht van Westerwolde en het trekt en bindt mensen. Zoals eerder is aangegeven kan de verbinding tussen de bebouwde kom en de groene omgeving met het introduceren van passende groene en blauwe structuren in de kernen nog worden versterkt. Dit zou de kwaliteit in de bebouwde leefomgeving kunnen verbeteren en diverse plekken aantrekkelijker kunnen maken waardoor de leefbaarheid nog groter wordt. Met name de mensen die minder mobiel zijn, kunnen dan makkelijker ook dat groen ervaren en erin vertoeven.
3.3.5 Mee kunnen doen
Voor de leefbaarheid is het cruciaal dat iedereen mee kan doen. Sport en het verenigingsleven spelen daarin een belangrijke rol. Voor de jeugd en voor de oudere groep is het belangrijk dat er laagdrempelige en toegankelijke ontmoetingsplekken en activiteiten zijn. Openbaarheid van die plekken is essentieel. Maar ontmoeten hoeft niet altijd onder dak plaats te vinden. Alleen al verschillende bankjes in een prettige groene omgeving of op het dorpsplein trekt mensen die elkaar willen ontmoeten. Dit vergroot de cohesie in de samenleving en daarmee de leefbaarheid.
Eén van de andere manieren om elkaar te ontmoeten, die kan worden gecombineerd met gezond eten, zijn plekken waar mensen in de gemeenschap samen een groentetuin opzetten en onderhouden. Het haalt mensen uit hun huizen, brengt ze in beweging en maakt ze actief. Het laat ze vers voedsel eten en dat is weer goed voor de gezondheid.
Voor de jongeren zijn eenvoudige, laagdrempelige ontmoetingsplekken, waar ze elkaar met een kop koffie kunnen treffen, goed voor de leefbaarheid.
3.3.6 Praktisch dagelijks kunnen functioneren
Vanuit leefbaarheidsperspectief is fysieke en digitale bereikbaarheid essentieel.

Het draagt bij aan het elkaar ontmoeten en daarmee het bestrijden van eenzaamheid. Voor boodschappen, artsenbezoek etc. is fysiek vervoer meestal de eerste optie. Het is en blijft lastig om echt in de haarvaten van de gemeente te komen met het openbaar vervoer. De meesten blijven aangewezen op de auto. Als mensen die niet hebben, kunnen ze gebruik maken van verschillende initiatieven zoals de Buurtbus, de Op-Stapbus en AutoMaatje.
In toenemende mate neemt de digitale een deel van de fysieke bereikbaarheid over. Er wordt steeds meer via internet gekocht en met name in de medische wereld is er een enorm groeipotentieel in de digitale consulten of artsenbezoeken via Skype-achtige toepassingen. Goed internet is daarvoor noodzakelijk. In de afgelopen en toekomende tijd is en worden grote delen van het buitengebied met glasvezel ontsloten waarop individuen kunnen aanhaken. Dit maakt de afhankelijkheid van de auto wat kleiner, maar hij blijft aanwezig.
De digitale ontsluiting is ook belangrijk voor het ondernemerschap. Goede glasvezelontsluiting biedt allerlei mogelijkheden voor kleinere en grotere bedrijven en starters om een stuk bedrijvigheid te krijgen in de kernen maar zeker ook in het buitengebied.
3.4 Duurzaamheid en Cittaslow
In deze Omgevingsvisie is, naast het landschap, duurzaamheid een rode draad en leidend principe. Duurzaamheid vullen we in als een samenhangend geheel van ecologische (planet), economische (profit) en sociale (people) belangen. Dit voor zowel de huidige als de toekomstige generaties. Duurzaamheid vereist het vinden van een evenwicht tussen deze drie basisbelangen.
Het is een breed begrip en omvat alle ontwikkelingen op technisch, economisch, ecologisch en sociaal vlak. Het draagt bij aan een wereld die efficiënter, zuiniger en zorgvuldiger omgaat met hulpbronnen en haar omgeving en het versterkt daarmee onze welvaart en ons welzijn. Economisch profijt en extra werkgelegenheid zijn daarin nadrukkelijk geen vieze termen. In tegenstelling, het is een natuurlijk onderdeel ervan en we stimuleren het.
Cittaslow
Westerwolde heeft zich aangesloten bij een groep gemeenten over de hele wereld tot 50.000 inwoners met het keurmerk Cittaslow. Die gemeenten onderscheiden zich door hun aandacht voor de leefomgeving, het landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorische waarden en behoud van de eigen identiteit. Dit sluit goed aan op onze visie. Wij zijn trots op ons gebied, waar het goed wonen, werken en leven is en waar mensen oog en tijd hebben voor elkaar. Met het keurmerk Cittaslow laten wij zien dat wij een gemeenschap zijn waarin wij een verleden delen en gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen voor het heden en de toekomst. En waarin wij kwaliteit van leven voorop stellen.
3.5 Sterke kernen
Westerwolde is een gemeente met vele kernen en buurtschappen, ieder met zijn authentieke en karakteristieke eigenschappen. De leefbaarheid in die kernen wordt, zoals hierboven beschreven, voor een deel bepaald door het voorzieningenniveau dat aanwezig is. Dit zijn voorzieningen die vanuit de gemeente zijn opgezet en in stand worden gehouden, aangevuld met voorzieningen die zijn ontstaan uit bewonersinitiatieven, al dan niet ondersteund of gefaciliteerd door de gemeente en/of andere partijen. Denk bij gemeentevoorzieningen aan scholen, Multifunctionele Accommodaties (hierna MFA), dorpshuizen etc. Voorbeelden van bewonersinitiatieven zijn Wedde dat ’t Lukt, de schooltuin in Vriescheloo, diverse gezamenlijke kook- en eetprojecten, etc.
Zo hebben de kernen zich in de loop der jaren ontwikkeld naar hoe wij ze nu kennen. Ondanks veel inzet en energie van veelal vrijwilligers staan deze voorzieningen onder druk. De bevolking in Westerwolde neemt, in tegenstelling tot de landelijke trend, per saldo licht af en verouderd (zie bijlage 3). Dit vraagt aan de ene kant inzet om de gemeente aantrekkelijker te maken voor jongere gezinnen zodat deze processen worden gekeerd, maar tegelijkertijd een stuk realisme in het omgaan met de feitelijke situatie.
Als wordt gekeken naar de huidige kernen dan zien we drie grotere kernen, op basis van inwoneraantal: Ter Apel, Vlagtwedde en Bellingwolde. Daarop volgen kernen zoals Blijham, Wedde en Sellingen. Wat resteert zijn 15 kleinere kernen en een heel aantal buurtschappen. Inwoners zijn aangewezen op faciliteiten in de eigen kern of in naburige kernen. Dit zijn niet alleen kernen in Westerwolde zelf. We zien ook dat mensen naar Emmen, Stadskanaal, Winschoten, Groningen en Duitsland gaan.
De gemeente zet in op een samenhangende set kwalitatief hoogwaardige voorzieningen passend bij het type kern. Dit vraagt om keuzes. Een suggestie vanuit de omgeving is om te gaan werken met een gradatie in de kernen, ofwel een kernenmodel. Het idee is om in een beperkt aantal grotere kernen een hoog voorzieningenniveau te behouden en beheren. Hiervoor zijn Ter Apel, Vlagtwedde en Bellingwolde genoemd. Blijham, Wedde en Sellingen zijn satellietkernen met een daarbij passend voorzieningenniveau. De kleinere kernen en buurtschappen hebben een beperkter voorzieningenniveau en leunen op grotere kernen en satellietkernen binnen maar ook buiten de gemeente.

Ontwikkeling
Uitgangspunt van dit kernenmodel is dat in geen enkele kern voorzieningen actief worden afgebroken. In de kleine kernen moet in ieder geval een voor ieder toegankelijke ontmoetingsplek zijn, liefst in stand gehouden door de eigen bevolking, gefaciliteerd door de gemeente. In de satellietdorpen moet ten minste een MFA met diverse voorzieningen zijn. Voor beide neemt de gemeente de regie.
In de toekomst zal de gemeente wellicht gevraagd worden keuzes te maken ten aanzien van voorzieningen. In een dergelijke discussie kan dit kernenmodel helpen als denkkader. Kwaliteit passend bij het type kern gaat daarbij voor kwantiteit.
Er wordt in alle kernen geïnvesteerd, in de grotere kernen, de satellietkernen en in de kleine kernen. Initiatieven van bewoners in (kleinere) kernen stimuleert de gemeente waar mogelijk. Van geval tot geval bekijkt ze of ze die met een éénmalige financiële bijdrage wil stimuleren of wellicht structureel wil ondersteunen.

Hoofdstuk 4 Kwaliteitsaspecten en thema's
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de gemeente verantwoordelijk voor meer milieuaspecten dan voorheen. Vanuit de gedachte van ‘decentraal tenzij ..’ hevelt het Rijk voor verschillende aspecten een set regels over naar decentrale overheden zoals gemeenten. Dit wordt de bruidsschat genoemd.
Deze Omgevingsvisie geeft richting aan een later op te stellen Omgevingsplan. In dit hoofdstuk beschrijven we de aspecten. In hoofdstuk 5 geven we per soort gebied het niveau aan van die verschillende aspecten en drukken daarmee ons ambitieniveau uit. Een voorbeeld hiervan is het aspect geluid. Landelijk wordt voor geluid een basisnorm gehanteerd, waarvan de gemeente mag afwijken. Voor Bedrijvenpark Zuid-Groningen gaan we uit van een geluidsniveau luider dan de basis. Er mag meer geluid worden geproduceerd. Met het per gebied invullen van de verschillende kwaliteitsniveaus geven we onze ambitie voor de kwaliteit van de leefomgeving weer. Die ambitieniveaus kunnen normen zijn, maar ook kwalitatieve beschrijvingen. Voor een aantal normen kunnen we als gemeente, binnen kaders, zelf waarden bepalen, de zogenaamde bestuurlijke afwegingsruimte. Voor andere liggen de normen vast.
De aspecten waarmee we de kwaliteit van de fysieke leefomgeving duiden zijn:
-
Lucht;
-
Veiligheid;
-
Geluid;
-
Trillingen;
-
Geur;
-
Bodem;
-
Licht;
-
Beeldkwaliteit;
-
Flora en fauna;
-
CO2-reductie, materiaalgebruik en circulaire economie.
In de navolgende paragrafen worden de kwaliteitsaspecten en hun relatie met Westerwolde nader geduid.
4.1 Lucht
Schone lucht is essentieel voor de gezondheid, waar je ook in Westerwolde bent. Uit ervaring kunnen we stellen dat de luchtkwaliteit in Westerwolde goed is. Voor de kwaliteit van lucht zijn in Europees verband normen vastgelegd. De Richtlijn luchtkwaliteit en de Richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht stellen grenswaarden en streefwaarden voor een aantal stoffen die de kwaliteit van de buitenlucht beïnvloeden. Deze zijn door het Rijk overgenomen als rijksomgevingswaarden en vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Voor een aantal stoffen is hiervoor een resultaatverplichting opgenomen in de vorm van een grens- of plafondwaarde. Het gaat hier om stoffen als zwaveldioxide, stikstofoxiden, fijnstof, benzeen, lood en koolmonoxide.
Voor andere stoffen is hiervoor een streefwaarde opgenomen. Het gaat hier om stoffen zoals ozon, benzo[a]pyreen en verschillende zware metalen.
Bij activiteiten die bijdragen aan deze concentratie moet de eigenaar of initiatiefnemer (mogelijk) maatregelen nemen om overschrijding van de norm te voorkomen.
4.2 Veiligheid
Onder veiligheid beschouwen we de algemene veiligheid en meer specifiek de sociale veiligheid en de omgevingsveiligheid. Deze komen hier achtereenvolgens aan bod.
Algemene veiligheid
We streven een veilige gemeente Westerwolde na voor iedereen, nu en in de toekomst. De inwoners, ondernemers en bezoekers moeten met een veilig gevoel kunnen wonen, werken en recreëren.
Tegelijkertijd is veiligheid onmogelijk voor 100% te garanderen. Dit vraagt keuzes van het bevoegd gezag. Uitgangspunten zijn de lokale veiligheidsprioriteiten van de gemeenteraad, de actuele problematiek en trends en regionale en landelijke thema’s en plannen. Bijzondere aandacht gaat uit naar het vreemdelingencomplex in Ter Apel waar vreemdelingen hun eerste verblijfplaats hebben in Nederland.
We dragen zorg voor hulpverlening en een crisisorganisatie die continue paraat is om binnen grenzen een optimale veiligheid voor en bescherming van mensen, dieren, (culturele erf-)goederen en het milieu te kunnen bieden in situaties van brand, rampen en andere buitengewone omstandigheden. Maar ook in de nafase van een incident of ramp.
De aanrijtijden van hulpdiensten blijven een punt van zorg. Ondanks een optimalisatie op basis van afstanden, standplaatsen en bijvoorbeeld beschikbaarheid van vrijwilligers bij de brandweer, zijn deze tijden relatief lang. Van dit punt zullen we ons bewust moeten zijn als er initiatieven worden ontplooid. Zeker als deze plaatsvinden in de slechtst bereikbare delen van de gemeente.
In samenwerking met partners in de veiligheidsketen zetten we in op preventie en handhaving. Maar ook zetten we in op stimulering van de eigen verantwoordelijkheid en bewustzijn door aandacht te vragen voor maatschappelijke waarden en normen.
Sociale veiligheid
In de toekomst wordt steeds meer van de samenleving verwacht, terwijl sociale problematiek nu al veelvuldig voorkomt. Daarnaast zet de Wet Verplichte Geestelijke Gezondheidszorg in op thuisbehandeling. Als gemeente monitoren we dergelijke ontwikkelingen. Daar waar het kan en waar het noodzakelijk is, faciliteren we onze inwoners hierbij zo goed mogelijk. Daarbij is er bijzondere en zo nodig extra aandacht voor het vreemdelingencomplex Ter Apel met al haar factoren en facetten. We zoeken hierbij nadrukkelijk de samenwerking met de ketenpartners op.
Omgevingsveiligheid, veiligheid rondom risicobronnen
In de huidige veiligheidsbenadering wordt gesproken over externe veiligheid. Regelgeving rond externe veiligheid richt zich op risicovolle inrichtingen. Daarvoor zijn specifieke op de veiligheid gerichte voorschriften ontwikkeld. Het gaat hierbij om risicovolle inrichtingen die vallen onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen 2015 (BRZO) of onder het Besluit Externe Veiligheid Inrichting (BEVI).
Onder het eerste valt in Westerwolde Avebe in Ter Apelkanaal. Onder het tweede vallen zes inrichtingen zoals lpg-stations en gasontvangststations en biogasinstallaties van een zekere grootte. Opvallend is een concentratie van risicovolle inrichtingen onder het BRZO op een bedrijventerrein aan de zuidoostkant van Winschoten.
In de omgevingswet wordt gesproken over omgevingsveiligheid. Hierin wordt veiligheid benaderd vanuit een risicobron met als resultaat verschillende schillen voor brand, explosie en giftige stoffen. Dit wordt toegepast voor bestaande of nieuw te realiseren objecten/gebouwen.
Deze worden weer ingedeeld in zeer kwetsbare, kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. Voor elk van die type objecten gelden andere voorschriften of benaderingen. In de visie kan richting worden gegeven aan hoe we willen omgaan met bestaande en/of nieuwe risicobronnen in de verschillende gebieden die we onderscheiden. Hetzelfde geldt voor de manier waarop we willen omgaan met de verschillende soorten gebouwen, bestaand of nieuw. In hoofdstuk 5 wordt dit per gebied nader uitgewerkt.
4.3 Geluid
Geluid is onderdeel van onze leefomgeving. Teveel geluid kan overlast veroorzaken en leiden tot gezondheidsklachten. Over het algemeen voldoet in de praktijk heel Westerwolde aan de basis geluidsnorm van 50 dB(A). Uitzondering hierop is het Bedrijvenpark Zuid-Groningen met daarop het zetmeel-, vet- en eiwitcluster Ter Apelkanaal. Om dit bedrijvenpark is een 50 dB(A)-geluidscontour vastgelegd. Die waarde mag door de bedrijven gezamenlijk niet worden overschreden.
De Omgevingswet bevat regels en instrumenten voor het bereiken en/of in stand houden van de gewenste geluidkwaliteit, in samenhang met andere belangen. De wet kent een benadering vanuit twee kanten. De eerste richt zich op de aanpak bij de bron zoals (spoor)wegen en bedrijven/inrichtingen. Daarnaast richt het zich op het beschermen van geluidgevoelige gebouwen tegen geluid. Geluidgevoelige gebouwen zijn onder andere woonhuizen, onderwijsgebouwen en – als er slaapgelegenheid is – zorggebouwen en kinderdagverblijven. Maar ook woonboten en woonwagens.
Bij geluid worden in de beoordeling standaardwaarden en piekgeluiden betrokken. De instructieregels rond geluid zijn opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Met het opnemen van standaardwaarden wordt in principe voldaan aan de eis van aanvaardbaarheid.
De standaardwaarden zijn gebaseerd op de algemene geluidnormen uit het Activiteitenbesluit. Daarnaast kan de gemeente kiezen voor afwijkende standaardwaarden.
4.4 Trillingen
Trillingen hebben invloed op gebouwen en op onze gezondheid. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden trilling gevoelige gebouwen beschermd tegen trillingen van activiteiten. De regels rond trillingen zijn opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Daar waar in de huidige wet uit wordt gegaan van het effect van continue trillingen, betreft het in de toekomst ook het effect van herhaald voorkomende trillingen.
Voor zover bekend is er in Westerwolde geen sprake van overlast door trillingen.
De instructieregels voor trillingen door bouwactiviteiten staan in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Een gemeente kan daarnaast, net als voorheen, zelf bepalen of ze trillingen van wegen, spoorwegen en vaarwegen wil reguleren.
4.5 Geur
In de fysieke leefomgeving ruiken we van alles. Deze geur kan allerlei oorzaken hebben en overlast veroorzaken. Dat maakt dat er binnen Westerwolde incidenteel klachten zijn over geur. Dat kunnen particuliere situaties zijn, maar het kan ook het gevolg zijn van bedrijfsmatige activiteiten. In dat laatste geval zijn veelal in verleende vergunningen voorschriften opgenomen rond geur. Aan de hand van deze voorschriften kan worden getoetst of de geur daadwerkelijk als overlast aangemerkt moet worden.
Bij geur onderscheiden we emissie en immissie. Bij de eerste gaat het om de uitgestoten vracht bij een activiteit. Bij immissie gaat het om de geurbelasting op een specifieke locatie.
Ook bij geur gaat het om regelgeving rond de uitstoot bij geurveroorzakende activiteiten en om het effect op geurgevoelige gebouwen. De gemeente heeft op grond van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving de mogelijkheid om regulerend op te treden.
Het geureffect van een activiteit op een geurgevoelig gebouw moet aanvaardbaar zijn. Dit betekent dat de gemeente waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan opneemt om te komen tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente bepaalt zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. Ze houdt daarbij ook rekening met mogelijke opeenstapeling (cumulatie) van geur door meerdere activiteiten.Voor een aantal activiteiten moet de gemeente geurregels opnemen in het omgevingsplan. Hiervoor staan instructieregels in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Dit geldt voor rioolwaterzuiveringsinstallaties, het houden van landbouwhuisdieren en andere agrarische activiteiten.
Voor andere geurveroorzakende activiteiten kan de gemeente zelf kiezen welke geurregels ze in het omgevingsplan stelt. De locatiekeuze bepaalt welke regels moeten gelden. Voorbeelden zijn:
-
voedingsmiddelenindustrie
-
horeca-, recreatie- en detailhandelactiviteiten
-
dierenpensions, dierenklinieken, hondenfokkers etc.
4.6 Bodem
Voor de bodem is een aantal zaken geregeld in de Omgevingswet. Het doel van het bodembeleid is om een balans aan te brengen tussen:
-
De bescherming van de gezondheid van de mens en het behoud van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier.
-
Ruimte geven aan activiteiten op of in de bodem.
De gemeenten zijn onder de nieuwe wet het bevoegd gezag voor de historische verontreinigingen in de vaste bodem. Onder de Omgevingswet wordt bij bestaande bodemverontreinigingen uitgegaan van activiteiten en een gebiedsgerichte benadering. De voorgenomen activiteit of gebiedsopgave staat dan voorop, in plaats van de verontreiniging. De gemeente kan zelf in het omgevingsplan een saneringsplicht introduceren.
Op dit moment is de sanering van de vuilnisstortplaats aan de Schaalbergerweg in uitvoering. Daarbuiten zijn geen bodemverontreinigingen bekend bij de gemeente die actief moeten worden aangepakt.
In het Besluit Activiteiten Leefomgeving zijn regels opgenomen voor graven, opslaan, saneren en toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen.
4.7 Licht
Duisternis is een omgevingskwaliteit die in Nederland nog maar op weinig plekken aanwezig is. In een dichtbevolkt land als Nederland zijn de allerhoogste graden van duisternis niet meer aanwezig. Die zijn alleen nog te vinden in dunbevolkte gebieden en op grotere hoogten in berggebieden. Daar is de duisternis min of meer volkomen.
In de zuidelijke helft van de gemeente zijn nog plekken waar het donker is in de nacht. Om die te beschermen is dit gebied in de Omgevingsvisie van de provincie aangewezen als aandachtsgebied stilte en duisternis.
In Nederland neemt de aandacht voor duisternis toe door het belang voor natuur en de mens. Ons bioritme en dat van dieren is onder andere gebaseerd op het nachtelijk duister. Ondanks maatregelen om het nachtelijke kunstlicht te verminderen, neemt de verlichting in Nederland toch jaarlijks drie tot vijf procent toe.
Er zijn verschillende vormen van lichthinder. Voor Westerwolde zijn dit met name de aspecten verstoring van de natuur en horizonvervuiling. Daarnaast wringt duisternis soms met veiligheid als het om straatverlichting gaat. Aangezien natuur en landschapsbeleving kernwaarden van Westerwolde zijn, wil zij deze verstoring tegengaan en actief met de waarde duisternis aan de slag. Niet door verordenend op te treden, maar vooral door in samenspraak met de betrokkenen te kijken hoe met eenvoudige maatregelen effectief de lichtemissie kan worden verkleind.
4.8 Beeldkwaliteit
Bebouwing moet voldoen aan Westerwoldse maat. Dat betekent dat de bebouwing qua aard en omvang past op de locatie en in de omgeving. De term Westerwoldse maat is rekkelijk, maar het geeft ook richting. De bebouwing en de aard ervan is beeldbepalend voor het aanzien van Westerwolde en voor het karakter dat het uitstraalt.
Natuurlijk wordt bestaande bebouwing aangepast of aangevuld en vindt nieuwbouw plaats. We streven ernaar dit dienend en ter versterking te laten zijn aan de aanwezige bebouwing en het aanwezige landschap. In de aanloop naar het nieuwe omgevingsplan willen we een handreiking maken voor dit soort ontwikkelingen toegesneden op de verschillende kernen.
4.9 Flora en fauna
In Westerwolde zijn verschillende partijen actief in het beheer van de omgeving. De terreinbeheerders doen dat in de natuurterreinen, het waterschap doet dit in de waterlichamen (beken, watergangen etc.), de provincie beheert de wegbermen van de provinciale wegen en de gemeente beheert het openbaar groen en bijvoorbeeld alle wegbermen van gemeentelijke wegen. De agrariërs beheren verschillende soorten akkerranden en singels. In beheergebieden beheren ze de daarin aanwezige ecologische waarden.
Al deze partijen beheren daarmee samen de flora en fauna in onze gemeente. Belangrijk aspect van dat beheer is het in balans krijgen en houden van de ecosystemen, bijvoorbeeld door ecologisch bermbeheer. Disbalans zorgt voor woekeringen en plagen. Voorbeelden van de laatste zijn muggen, eikenprocessierups etc. Balans wordt vaak bereikt met versterking van de biodiversiteit.

De gemeente heeft alleen directe invloed op delen van het ecosysteem die ze zelf onderhoudt. Ze streeft naar zo rijk mogelijke ecosystemen die zo goed mogelijk in balans zijn. Deze systemen zijn bestendiger en kunnen beter tegen een stootje. Daar waar, desondanks vaak door externe invloeden, toch nog plagen optreden, start ze de bestrijding met ecologische vijanden. Een voorbeeld is het bestrijden van de eikenprocessierups met een grotere mezenpopulatie. Dit wordt bijvoorbeeld bewerkstelligd met het ophangen van enkele honderden mezenkasten.
Een andere vorm van vergroting van de biodiversiteit is het omvormen van het bomenareaal. Van oudsher is de eik een veel aangeplante boom in Westerwolde. Er is geen sprake van een monocultuur, maar de eik is sterk oververtegenwoordigd. Dit maakt het areaal kwetsbaar voor bijvoorbeeld de eikenprocessierups. Klimaattechnisch zijn monoculturen zoals de eik ook niet raadzaam. Een sterk gevarieerd bomenareaal is beter bestand tegen extremen in het klimaat. Vanuit die gedachte streeft de gemeente, ook daar waar het haar eigen areaal betreft, naar meer verschillende bomen en struikpartijen. Dit trekt een rijkere variatie aan insecten en de daarvan afhankelijke zoogdieren aan en dat verhoogd weer de stabiliteit van de ecosystemen.
4.10 Klimaatadaptatie en energietransitie
Het klimaat verandert. De temperatuur stijgt en er zullen meer extremen in het weer voorkomen. Dit leidt tot zeespiegelstijging, meer natte en droge situaties dan we voorheen gewend waren en we zullen meer hitteperioden kennen.
Dit heeft allerlei gevolgen. Een stijgende zeespiegel betekent een grotere kans op overstroming vanuit de Eems-Dollard als de zeedijk niet hierop wordt aangepast. Het zeewater kan in het theoretische geval tot in Westerwolde komen te staan.
Extreme neerslag kan leiden tot wateroverlast in zowel het landelijk gebied als in de bebouwde kom. Landerijen kunnen niet of slecht begaanbaar worden. In de bebouwde kom kan de rioolcapaciteit onder druk komen te staan met mogelijk meer water op straat. Hogere temperaturen kunnen in het bebouwde gebied leiden tot hittestress. Langdurige droogte kan leiden tot tegenvallende oogsten, maar ook verregaande veenoxidatie, klink en verzakkende wegen met scheurend asfalt als gevolg daarvan.
Of en in welke mate dit zich mogelijk gaat voordoen moet blijken uit een stresstest die in 2019 wordt uitgevoerd. De uitkomsten hiervan zullen als basis dienen voor een dialoog tussen de gemeenten, het waterschap, de landbouw, de natuur etc. Zij zullen samen moeten gaan zoeken naar de beste maatregelen om hiermee om te gaan.
De gemeente steekt in op het zoveel mogelijk combineren van verschillende gebruiksfuncties binnen de beschikbare ruimte. Er wordt gestreefd naar robuuste, liefst zo natuurlijk mogelijke, oplossingen die bestand zijn tegen deze extremen, die de gevolgen afvlakken en die tegen een stootje kunnen. De inrichtingsmaatregelen versterken liefst ook op andere manieren de leefomgeving. Techniek wordt in het uiterste geval gebruikt.
Die klimaatverandering ontstaat niet zomaar. Het zijn de broeikasgassen (met name CO2 ) die zorgen voor opwarming van de aarde. Doel voor Westerwolde is de CO2-uitstoot drastisch terug te brengen door energieneutraal te worden in 2035. Deze doelstelling heeft grote invloed op onze leefomgeving en gaat iedereen in Westerwolde aan.
Regionale Energie Strategie
De gemeente heeft in een visie de keuze gemaakt voor energieopwekking met zonneparken en kleine windmolens. De gemeente biedt daarin kaders voor initiatiefnemers om aanvragen in te dienen. Als er een zonnepark komt, vinden we het belangrijk dat het ook maatschappelijk meerwaarde biedt voor de omgeving, omwonenden en andere stakeholders. Daarnaast is onze gemeente ook onderdeel van de RES Groningen (Regionale Energie Strategie). In de RES wordt de opgave voor de regionale energietransitie verder uitgewerkt op het gebied van energie, warmte en netwerken.
Regionaal Woon- en Leefbaarheidsplan Oost-Groningen
Onze vaak verouderde woningen zijn goed voor 33% van de energievraag binnen de gemeente. Het verduurzamen van de woningvoorraad is een enorm grote opgave met veel impact. Dit pakken we in samenwerking met het Regionaal Woon- en Leefbaarheidsplan Oost-Groningen op en we hebben bij het verduurzamen specifiek oog voor het ondersteunen van mensen met een kleine beurs.Naast CO2 hebben ook onder andere gassen uit bijvoorbeeld de landbouw invloed op het broeikaseffect.
Bedrijven staan voor een grote opgave om energieneutraal te worden. Dat doen zij zelfstandig of zij werken samen om een collectieve verduurzamingsslag te maken. Bij een collectieve aanpak ondersteunen de gemeente en de provincie hierbij.
De gemeente doet mee aan een Green Deal om het elektrisch rijden te stimuleren. Hiervoor is door de hele gemeente een eerste serie laadpalen geplaatst. Op termijn zal vraaggestuurd worden bezien of dit voldoende is of dat aanvullende palen nodig zijn. Daarnaast wordt er gekeken naar de mogelijkheden voor het rijden op waterstof en het gebruik van deelauto’s.
4.11 Materiaalgebruik en circulaire economie
Voor het verduurzamen streeft de gemeente naast energieneutraal worden naar verantwoord materiaalgebruik en op termijn naar circulair worden. Om deze doelstellingen te halen moeten we met zijn allen in actie komen. Ieder in zijn eigen rol, maar vooral samen.
Landbouw, voedsel en biodiversiteit hebben veel met elkaar te maken. Om een duurzamer voedselassortiment te krijgen is het van belang dat er in de gehele keten duurzame keuzes worden gemaakt. Bij het maken van die keuzes liggen er kansen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en de biodiversiteit te versterken. Zelf streeft de gemeente vergroting van de biodiversiteit na door bijvoorbeeld bermen ecologisch te beheren.
Bij het inzamelen van huishoudelijk afval is het beleid van de gemeente Westerwolde gericht op een maximaal hergebruik van grondstoffen. Hiermee wil de gemeente een maximale bijdrage leveren aan een circulaire economie. Het inzamelen en transport van afval is gericht op efficiëntie om daarmee onder andere de CO2 uitstoot ervan te minimaliseren. De transportmiddelen zullen, voor zover het financieel redelijk is, hierop toegerust zijn. Voor de verwerking van afval en grondstoffen wordt het optimum gezocht in de combinatie van duurzaamheid, kosten en service voor de inwoners.
In de openbare ruimte richten we ons op materiaalgebruik, duurzame energiearme verlichtingsvormen, goede voorzieningen voor fietsers en voetgangers (zie ook mobiliteit) en een klimaatbestendig ingerichte openbare ruimte. De gemeente pakt hierin haar eigen verantwoordelijkheid.
Het spreekt voor zich dat het bedenken van oplossingen en het implementeren ervan in nauwe samenspraak met de omgeving wordt vormgegeven. Op die manier werken we aan draagvlak en eigenaarschap. In het bereiken van onze doelstellingen zien we de jeugd als belangrijke schakel. Hiertoe investeren we in lesprogramma’s voor basis- en middelbare scholen.
Hoofdstuk 5 Uitwerking gebruik en gebieden
De visie voor Westerwolde is eerder geschetst in algemene bewoordingen en in grote lijnen geschetst op gebiedsniveau. In dit hoofdstuk worden gebiedstypen beschreven op basis van het gebruik. Zoals aangegeven in de inleiding van het vorige hoofdstuk, streven we in ieder van die gebieden een kwaliteit na die past bij het gebied en onze kernwaarden en die afhankelijk is van onze ambitie. De kwaliteit beschrijven we met de in het vorige hoofdstuk benoemde aspecten. In dit hoofdstuk worden die aspecten voor ieder gebied in samenhang uitgewerkt. De gebruiksvormen waarvoor we gebieden grofweg onderscheiden zijn:
-
Natuur en landschap
-
Natuurinclusieve landbouw
-
Landbouw en landschap
-
Landschap rond bebouwing
-
Werken
-
Wonen
De voor deze gebieden beschreven kwaliteitsniveaus krijgen uiteindelijk hun doorwerking in het van deze visie afgeleide omgevingsplan.
5.1 Natuur en landschap
Zoals eerder is aangegeven, zijn het landschap en natuurwaarden sturende factoren en onderleggers voor deze Omgevingsvisie. De waarde daarvan wordt ook landelijk gezien. Dit is de reden dat grote delen van het watersysteem van de Ruiten Aa en Westerwoldse Aa met de bijbehorende beekdalen en bossen zijn opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur/EHS). In deze visie nemen we zijdelings ook het Pagediep en de Mussel Aa in beschouwing, omdat wij ze onlosmakelijk onderdeel van het systeem Westerwolde uit vinden maken. Beide liggen in de gemeente Stadskanaal.

Westerwolde koestert deze groene as of deze gouden eieren van de gemeente. Het zet zich in voor het behoud en de versterking ervan. Inmiddels zijn grote delen van het Natuurnetwerk Nederland binnen de gemeente Westerwolde ingericht. Veel partijen werken daartoe regionaal samen in de Gebiedscommissie Westerwolde. De gemeente neemt daarin een faciliterende en meedenkende rol. Inrichting is primair de verantwoordelijkheid van Rijk, provincie, waterschap en terreinbeheerders. Het beheer van de gebieden en van de beek ligt bij de terreinbeheerders en het waterschap. De gemeente heeft met name een rol in de vergunningverlening. We doen binnen ons vermogen het maximale voor de beheerders om het gebied in optimale conditie te houden.
In deze delen van Westerwolde zien we met name bedrijvigheid verbonden aan recreatie. Toekomstige bedrijvigheid zien we graag aan de rand van deze gebieden en in de overgang naar de delen waar landbouw en natuur in een mengvorm aanwezig zijn. Welke bedrijvigheid ook aan de orde is, het moet ook aan de rand qua aard en omvang op die plek passen. Past een geopperde locatie niet, dan denkt de gemeente mee met de initiatiefnemer in zijn of haar zoektocht.

Bovenstaande beschrijving van het beheer, het behoud en de ontwikkeling van het gebiedstype Natuur en Landschap vraagt om een specifieke gebiedskwaliteit. Die kwaliteit streven we na met de volgende waarden van de verschillende aspecten:
|
Kwaliteitsaspect |
Streefwaarde |
|
Lucht |
Schonere lucht dan basis |
|
Veiligheid |
Basisveiligheid |
|
Geluid |
Minder geluid dan basis |
|
Trillingen |
Basis |
|
Geur |
Minder geur dan basis |
|
Bodem |
Passend bij natuurtype |
|
Licht |
Donkerder dan basis |
|
Beeldkwaliteit |
Landschap belangrijk hier dus hogere eisen dan basis |
|
Flora en Fauna |
Hogere biodiversiteit |
|
Klimaatadaptatie en energiestransitie |
Maximimaal adaptief inzetten gebied |
|
Materiaalgebruik en circuliare economie |
Maximaal inzetten circulaire en gebiedseigen materialen |
5.2 Natuurinclusieve landbouw
Landbouw en natuur gaan op zich goed samen, maar het wringt ook. Met name waar de reguliere vormen van landbouw grenzen aan natuur. Die vorm van landbouw en natuur vragen vaak verschillende grondwatercondities. Meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen die in die landbouw worden gebruikt zijn slecht voor de natuur.
Het wringen van landbouw en natuur speelt niet alleen in onze regio. Eind 2018 is de Rijksoverheid met een nieuwe visie op landbouw, natuur en voedselkwaliteit gekomen die de kringlooplandbouw als basis neemt. Niet meer de kostprijsverlaging van producten moet het sturend element zijn in de keten, maar verlaging van het verbruik van grondstoffen en een zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur. Deze benadering past zeer goed in Westerwolde waar landbouw, natuur en landschap nauw met elkaar samenhangen en zijn verweven. Natuurinclusieve landbouw biedt geen ruimte voor intensieve teelten zoals onder andere lelies en bollen en die worden daarom ontmoedigd in dit gebiedstype.
Het realisatieplan van de visie van het Rijk zet in op natuurinclusieve landbouw in Noord-Nederland. Deze vorm van landbouw, die onder andere werkt met duurzame inzet van meststoffen en een minimale inzet van gewasbeschermingsmiddelen, past heel goed in de overgang van de intensievere landbouw naar het kwetsbare Natuurnetwerk Nederland. De gemeente ziet de afspraken die zijn gemaakt bij de begrenzing van dat netwerk als vertrekpunt en wil voortborduren op de afspraken en ontwikkelingen die voortvloeien uit de uitwerking van de Regiodeal Natuurinclusieve landbouw in het gebied Westerwolde.

Bovenstaande beschrijving van het beheer, het behoud en de ontwikkeling van het gebiedstype
Natuurinclusieve landbouw vraagt om een specifieke gebiedskwaliteit. Die kwaliteit
streven we na met de volgende waarden van de verschillende aspecten:
|
Kwaliteitsaspect |
Streefwaarde |
|
Lucht |
Overgang van basis naar schonere lucht dan basis |
|
Veiligheid |
Basisveiligheid |
|
Geluid |
Basis |
|
Trillingen |
Basis |
|
Geur |
Overgang van basis naar minder geur dan basis |
|
Bodem |
Basis |
|
Licht |
Donkerder dan basis |
|
Beeldkwaliteit |
Basis |
|
Flora en Fauna |
Hogere biodiversiteit |
|
Klimaatadaptatie en energietransitie |
Waar mogelijk adaptief inzetten gebied |
|
Materiaalgebruik en circulaire economie |
Maximal inzetten circulaire en gebiedseigen materialen |
5.3 Landbouw en landschap
In het overgrote deel van het buitengebied overheerst de landbouwbedrijvigheid. Deze is sterk verweven met een structuur van landschapselementen en landschappelijke waarden. In het noordelijk kleigebied zijn uitstekende omstandigheden voor akkerbouw. Er worden onder andere pootaardappelen geteeld. In andere delen werken veel melkveehouders. Enkele van deze agrariërs leiden bedrijven die tot Nederlands grootste behoren. Verder is opmerkelijk dat 15% van de aardappels die Avebe verwerkt afkomstig is van agrariërs in Westerwolde.
Landbouw en landschap zijn beide van grote economische waarde voor de gemeente. Gezien dat grote belang van beide en de sterke verwevenheid ervan, zet de gemeente in op gelijkwaardigheid van deze gebruiks- en verschijningsvormen. Dit betekent dat ingrepen in de huidige verkavelings- en landschapsstructuren altijd gepaard moeten gaan met een lichter of zwaarder maatwerkplan voor de aanpassing van de landschapsstructuur.
Intensivering van landbouwkundige activiteiten wordt gekoppeld aan circulair worden en verbetering van de gezondheidsaspecten met onder andere geur, fijnstof en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
In de komende tijd wordt dit in beleid verder uitgewerkt. De vergunningsruimte bij bestaande bedrijven en het zich ontwikkelende landelijke en provinciale beleid zijn daarin richtinggevend.
Bij gewassen wordt intensivering vertaald naar de ecologische voetafdruk die de teelt met zich meebrengt en de gevolgen die dat heeft voor de volksgezondheid. Vraag is onder andere hoe energie-intensief de teelten zijn en welke gewasbeschermingsmiddelen in welke hoeveelheden worden gebruikt. Vooruitlopend op verdere concretisering wil de gemeente intensieve teelten zoveel mogelijk ontmoedigen.
De locaties voor zonneparken worden met name in het landbouwgebied gezocht. Dit grondgebruik wringt vaak met het landschap. Daarom hebben de initiatiefnemers de verplichting de landschappelijke inpassing met een maatwerkplan te realiseren.
Bovenstaande beschrijving van het beheer, het behoud en de ontwikkeling van het gebiedstype Landbouw en landschap vraagt om een specifieke gebiedskwaliteit. Die kwaliteit streven we na met de volgende waarden van de verschillende aspecten:
|
Kwaliteitsaspect |
Streefwaarde |
|
Lucht |
Basis |
|
Veiligheid |
Basisveiligheid |
|
Geluid |
Basis tot meer geluid dan basis (vergunningplichtige bedrijven meer ruimte geven) |
|
Trillingen |
Basis |
|
Geur |
Basis |
|
Bodem |
Basis |
|
Licht |
Basis (provinciale norm) |
|
Beeldkwaliteit |
Basis |
|
Flora en Fauna |
Basis |
|
Klimaatadaptatie en energietransitie |
Maximaal inzetten op energietransitie adaptief inzetten gebied waar mogelijk |
|
Materiaalgebruik en circulaire economie |
Maximaal inzetten circulaire en gebiedseigen materialen |
5.4 Landschap rond bebouwing
Waar winst is te behalen, is op het raakvlak tussen bebouwing en buitengebied. Landschappelijke elementen kunnen heel goed worden gebruikt om structuren in de bebouwde kom te benadrukken en om het buitengebied met de bebouwde kom te verbinden. Deze groenstructuren versterken op hun beurt de kwaliteit van leven en daarmee de leefbaarheid in de kernen. In dat kader wil de gemeente in ieder geval doorgaan met de maatwerkoplossingen voor landschappelijke inpassing die zij met initiatiefnemers van herstructureringsopgaven maakt. Verder wil de gemeente investeren in een landschaps- en groen(structuur)visie als kader voor aanpassingen en nieuwe ontwikkelingen in de gemeente.
5.5 Werken
Westerwolde is een aantrekkelijke gemeente, waar het goed wonen, werken en recreëren is. De basis van de economie wordt gevormd door de agrarische bedrijven, een sterk modern industrieel cluster bij Ter Apelkanaal, het MKB en de Gemeenschappelijke Vreemdelingenlocatie Ter Apel. Een sterke middenstand in de diverse kernen en ondersteunende bedrijven vullen dit aan.
Het werkloosheidspercentage ligt dicht bij het landelijk gemiddelde en is daarmee sinds jaren ook laag ten opzichte van de Nederlandse buurgemeenten. Er heerst een gezonde arbeidsmoraal en een groot gedeelte van de inwoners vindt werk binnen de gemeentegrenzen. De krimpende bevolkingsomvang is een economische uitdaging voor veel ondernemers.
De meeste werkgelegenheid is geconcentreerd rondom Ter Apel en Ter Apelkanaal. Deze kernen zijn fysiek goed bereikbaar. Een glasvezelnetwerk in het buitengebied van Westerwolde heeft sterk bijgedragen aan de digitale ontsluiting van het gehele gebied. De aantrekkelijke omgeving, de rust en de ruimte biedt in potentie veel mogelijkheden voor recreatie en toerisme.
Enkele uitzonderingen daar gelaten, zijn ondernemers in Westerwolde sterk op Nederland gericht. Ondanks dat het grenst aan Duitsland exporteert een gemiddelde ondernemer uit Westerwolde minder dan het landelijk gemiddelde. Daar worden kansen gemist.
De uitdaging voor de toekomst is behoud en versterking van het ondernemersklimaat. We willen ruimte geven aan ondernemers in Westerwolde, passend bij verschillende omstandigheden in de gemeente. Of het nu langs de rand van het Natuurnetwerk Nederland is of op één van de bedrijventerreinen. Als aard en omvang passen binnen de gemeente en bij een beoogde locatie, willen we het maximale doen om vestiging of versterking van ondernemingen mogelijk te maken. Uitdaging is nu ook economisch de vruchten te plukken van werkgelegenheid in recreatie en toerisme.
5.5.1 Zetmeel-, eiwit- en vetcluster Ter Apelkanaal
Op het Bedrijventerrein Zuid-Groningen (BZG) in Ter Apelkanaal werken Duitse, Amerikaanse en Nederlandse bedrijven samen met de Avebe als grootste producent van aardappelzetmeel in de wereld. Daarnaast wordt uit aardappels eiwit gewonnen waarmee een nieuwe markt is aangeboord.

Op hetzelfde bedrijventerrein is Ten Kate gevestigd. Ten Kate produceert natuurlijke, dierlijke vetten en eiwitten als waardevolle ingrediënten van levensmiddelen, diervoeding en technische producten. Deze industriële bedrijven werken samen als een ecosysteem, waarbij een uitwisseling van energie, water en grondstoffen blijvende voordelen voor de bedrijven oplevert. Ze zijn onlosmakelijk verbonden met elkaar en versterken elkaar. De aanwezige reststromen (o.a. stoom, stroom, elektriciteit, waterzuivering) maken het interessant voor bedrijven zich hier te vestigen.
Naast de aanwezige bedrijfskavels, ligt er een ruim aanbod aan kavels voor uitbreiding en voor nieuwe bedrijven. Een gedeelte van het terrein wordt gebruikt voor lokale bedrijven.
De aanwezige industrie opereert wereldwijd en denkt samen met de gemeente na over bedrijfsuitbreiding, zo ook Avebe. Belangrijke thema’s voor deze bedrijven zijn de energietransitie en een verdere verduurzaming van de productie. Het is van belang dat er ruimte blijft voor toekomstige uitbreidingen. Goede fysieke verbindingen zoals de Nedersaksenlijn en de nutsverbindingen (ook elektrisch) voor deze industriële wereldspelers zijn daarbij essentieel. De gemeente blijft daarvoor nauw samenwerken met de NOM, Chemport en TopDutch.
Bovenstaande beschrijving van het beheer, het behoud en de ontwikkeling van gebieden met bedrijventerrein of industrie vraagt om een specifieke gebiedskwaliteit. Die kwaliteit streven we na met de volgende waarden van de verschillende aspecten:
|
Kwaliteitsaspect |
Streefwaarde |
|
Lucht |
Basis tot licht vuilere lucht dan basis |
|
Veiligheid |
Basis met aandacht voor naleving van de regels en met extra attentie bij ontwikkelingen op het terrein en vooral in de directe omgeving van het terrein. |
|
Geluid |
Basis tot meer geluid dan basis |
|
Trillingen |
Basis |
|
Geur |
Basis tot meer geur dan basis |
|
Bodem |
Basis |
|
Licht |
Basis tot meer licht dan basis |
|
Beeldkwaliteit |
Minder van toepassing |
|
Flora en Fauna |
Minder van toepassing |
|
Klimaatadaptatie en energietransitie |
Maximaal inzetten op energietransitie |
|
Materiaalgebruik en circulaire economie |
Maximaal inzetten op circulaire materialen |
5.5.2 MKB en retail
Huidige situatie
Westerwolde kenmerkt zich door een sterk vertegenwoordigd MKB. Het is een belangrijke drager van de economie. De gemeente telde volgens gegevens van de Kamer van Koophandel in 2018 ongeveer 1100 MKB ondernemingen die goed zijn voor een belangrijk deel van de werkgelegenheid. In de werkgelegenheid zijn de overheid (één op de drie banen), de industrie (inclusief de bouwnijverheid) en de agrarische sector bovengemiddeld vertegenwoordigd. Banen in de zakelijke dienstverlening zijn minder vertegenwoordigd in Westerwolde.
Het ondernemersklimaat van Westerwolde is sterk afhankelijk van de voorzieningen en de woonstructuur in het gebied. Immers, waar mensen wonen, willen ze werken en vice versa. Daarnaast houden mensen bij het vinden van werk en/of een woning sterk rekening met de aanwezige voorzieningen in de buurt, zoals scholen, winkels en zorg.
Het MKB binnen Westerwolde is over het algemeen goed vertegenwoordigd in ondernemers- en handelsverenigingen. De ondernemers uit de noordelijke kernen zoals Bellingwolde en Blijham zijn op Winschoten gericht en actief in het Ondernemersplatform Oost-Groningen. In het zuiden betreft het verenigingen van de kernen Ter Apel, Sellingen en Vlagtwedde. Het behoud van samenwerking binnen en tussen ondernemersverenigingen is waardevol. Het biedt kansen op het gebied van innovatie en professionalisering op de korte en lange termijn. Denk hierbij aan het collectief inzetten op de energietransitie (korte termijn) en de aanleg van de Nedersaksenlijn van Groningen naar Enschede via Ter Apel (lange termijn).
Deze nauwe samenwerking is kenmerkend voor genoemde kernen in Westerwolde.
Ontwikkeling
We gaan voor een Westerwolde waar het goed ondernemen is. Het versterken van de regionale economie is een belangrijk uitgangspunt. Westerwolde heeft een goede aansluiting nodig tussen het onderwijs en het bedrijfsleven. Daarom willen ondernemers samen met de gemeente actief inzetten op het aantrekken van praktisch (MBO) en theoretisch (HBO, WO) geschoold personeel. Ondernemers hebben hierbij het voortouw en worden actief gefaciliteerd door het onderwijs en de overheid. Westerwolde gaat voor een aantrekkelijk arbeidsklimaat, waar pas afgestudeerden (met name binnen de techniek, landbouw, ambacht, ICT en zorg) goed aan de slag kunnen.
Op de langere termijn zullen ondernemingen hierdoor groter en innovatiever worden waardoor ze beter kunnen inspelen op de veranderende economie. Dit zorgt voor een aantrekkelijker vestigingsklimaat in Westerwolde. Innovatie zorgt daarmee voor werkgelegenheid, wat op zijn beurt weer zorgt voor meer vraag naar woningen en voorzieningen.
De detailhandel in de gemeente vormt een groot aandeel in het MKB binnen Westerwolde en is daarmee een belangrijk focuspunt. De detailhandel is niet alleen een grote werkgever, maar draagt ook bij aan de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit van de centra en kernen in Westerwolde. De ambulante handel is met zijn weekmarkten daarop een mooie aanvulling. De winkelgebieden zijn gebieden waar mensen elkaar ontmoeten en hebben dus voor veel mensen ook een maatschappelijke betekenis.
Verschillende ontwikkelingen hebben invloed op de retailers. Demografische ontwikkelingen zoals vergrijzing, ontgroening en gezinsverdunning hebben hun effect op de vraag. Hetzelfde geldt voor schaalvergroting, branchevervaging en online winkelen. Levendige winkelgebieden zijn belangrijk voor de leefbaarheid en het toerisme. Westerwolde zet daarom samen met retailers actief in op het toekomstbestendig maken van de verschillende winkelgebieden. Daar waar nodig wordt de openbare ruimte aangepast.
Bovenstaande beschrijving van het beheer, het behoud en de ontwikkeling van het gebiedstype MKB en retail vraagt om een specifieke gebiedskwaliteit. Die kwaliteit streven we na met de volgende waarden van de verschillende aspecten:
|
Kwaliteitsaspect |
Streefwaarde |
|
Lucht |
Basis |
|
Veiligheid |
Basisveiligheid |
|
Geluid |
Basis tot meer geluid dan basis |
|
Trillingen |
Basis |
|
Geur |
Basis |
|
Bodem |
Basis |
|
Licht |
Basis tot meer licht dan basis |
|
Beeldkwaliteit |
Basis |
|
Flora en Fauna |
Minder biodiversiteit dan basis |
|
Klimaatadaptatie |
Maximaal inzetten op energietransitie |
|
Materiaalgebruik en circulaire economie |
Maximaal inzetten circulaire materialen |
5.5.3 Het nieuwe werken
Werken is niet alleen beperkt tot de industrie, het MKB, de retail en de dienstensector. Werken gebeurt steeds meer tijd- en plaatsonafhankelijk vanuit éénmansbedrijven en zzp’ers. Westerwolde ziet deze ondernemingen graag komen. Zeker nu het internet in het buitengebied wordt aangepakt en is versterkt waardoor de mogelijkheden voor dit soort bedrijven groeien.
Deze groep werkt steeds meer in netwerken met elkaar samen. Westerwolde wil met deze groep bezien hoe netwerken kunnen worden opgebouwd en broedplaatsen voor innovatie en ondernemerschap in die groep kunnen worden gefaciliteerd.
5.6 Wonen
Huidige situatie
Mensen wonen graag in Westerwolde. Het is, zoals eerder gezegd, een uniek gebied met prachtige natuur en een rijke (cultuur)historie. De sociale samenhang en ruimtelijke kwaliteit dragen daar ook flink aan bij. Toch zien we in de bevolkingsaantallen een grote afname van de bevolkingsgroep 35-54 jaar (zie bijlage 3). Verwacht wordt dat dit vertrekkende mensen zijn die hun kinderen meenemen. In de aanloop naar de ontwikkeling van het Omgevingsplan kan een beter inzicht in deze bewegingen wellicht helpen. Het gaat dan om inzicht in de verdeling over de gemeente, gekoppeld aan de beweegredenen van een verhuizing.
Naast slinkende aantallen, zien we een steeds groter wordende groep van 55-69 jaar en 70 jaar en ouder. Deze ouderen wonen steeds langer zelfstandig. Ze blijven vaak in hun huis wonen en passen dat aan. Daarnaast blijkt in de praktijk dat mensen liever huizen kopen die klaar zijn en niet opgeknapt of verbouwd hoeven te worden, bijvoorbeeld een nieuwbouwhuis. Dat type huis kom je in Westerwolde niet veel tegen.

Ontwikkeling
Inwoners, professionals en ook het maatschappelijk veld ervaren de afgelopen jaren een zekere mate van 'stilstand' op de Westerwoldse woningmarkt. De wens om weer dynamiek en doorstroming in Westerwolde op gang te brengen is daarom groot. Daar willen we als gemeente gehoor aan geven. We willen dat wonen in Westerwolde aantrekkelijk blijft. Daarom kijken we naar de huidige behoefte, maar bovenal naar de toekomstige veranderingen in de samenstelling van de bevolking en de behoefte die dat met zich meebrengt. Doel is verbetering van de particuliere en sociale woningvoorraad, waarbij de eigen identiteit en kwaliteit het uitgangspunt is. Tweede doel is het sterk verlagen van de energiebehoefte voor wonen met als uiteindelijk doel energieneutraal wonen.
We sturen op het vitaal houden van de Westerwoldse woningvoorraad, met ruimte voor vernieuwing waar dat nodig is. De bestaande voorraad staat centraal. We zetten in op verduurzaming van de woningen om te zorgen voor meer wooncomfort, lagere energielasten en waardebehoud.
Dat doen we samen met onze partners van het Regionaal Woon- en Leefbaarheidsplan Oost-Groningen.
Om nieuwbouw mogelijk te maken is een strategie ontwikkeld die ervoor zorgt dat het toevoegen van woningen niet leidt tot ongewenste neveneffecten zoals leegstand, waardedaling en verpaupering. Toevoeging vindt plaats op plekken waar het een meerwaarde voor de omgeving is. Het ontwikkelen van initiatieven ligt bij de samenleving, corporaties en de markt.
Daarnaast zetten we in op het vermarkten van Westerwolde als uniek en aantrekkelijk woon- en werkgebied om potentiële werknemers voor bedrijven en organisaties werk en woning te bieden. Maar bovenal zetten we in op daadwerkelijke revitalisering en verbetering van het Westerwoldse woonklimaat.
De huidige woningvoorraad en zijn verschijning in de omgeving bepaalt voor een belangrijk deel het karakter van de Westerwoldse fysieke leefomgeving. Het is essentieel dat nieuwe ontwikkelingen hierbij aansluiten en dit beeld versterken.
Bovenstaande beschrijving van het beheer, het behoud en de ontwikkeling van het gebiedstype Wonen vraagt om een specifieke gebiedskwaliteit. Die kwaliteit streven we na met de volgende waarden van de verschillende aspecten:
|
Kwaliteitsaspect |
Streefwaarde |
|
Lucht |
Basis |
|
Veiligheid |
Basisveiligheid |
|
Geluid |
Basis |
|
Trillingen |
Basis |
|
Geur |
Basis |
|
Bodem |
Basis |
|
Licht |
Basis |
|
Beeldkwaliteit |
Basis |
|
Flora en Fauna |
Basis |
|
Klimaatadaptatie |
Maximaal inzetten op energietransitie en hittebestendig maken wijken |
|
Materiaalgebruik en circulaire economie |
Maximaal inzetten circulaire materialen |
5.7 Recreëren
5.7.1 Bijdrage aan lokale economie
Huidige situatie
Westerwolde is zoals eerder aangegeven een gebied met een grote toeristische potentie. Het landschap en de cultuurhistorie hebben een dermate hoge kwaliteit dat dit bezoekers aan het gebied aanspreekt.
De naamsbekendheid van het gebied is echter laag. Het lukt Westerwolde onvoldoende om mensen naar het gebied te trekken en vast te houden. Hierdoor levert de toeristische sector een geringe bijdrage aan de lokale economie.
Wat goed is, moet goed blijven. Het landschap en de cultuurhistorie van Westerwolde zijn het visitekaartje voor de toerist. Het landschap, met het beekdal van de Ruiten Aa en Westerwoldse Aa, de kanalen, de hooilanden, essen en het kleinschalige akkerbouwgebied aanpalend aan het beekdal, wordt gewaardeerd. Dit moet dan ook worden geconserveerd.
De cultuurhistorie heeft de kracht om mensen te trekken met haar uiterlijk en verhalen. Denk aan de burcht in Wedde, het klooster in Ter Apel, de schansen en de schansdorpen Oudeschans en Bourtange.
Aan de gemeente de taak om deze zichtbaar en leefbaar te houden met investeringen in de openbare ruimte. De openbare ruimte in en om de cultuurhistorisch waardevolle objecten moet kwalitatief hoog zijn en bijdragen aan de beleving ervan.

Ontwikkeling
Om de toeristische sector een significante bijdrage te laten hebben aan de lokale economie, is een toename van het aantal toeristen nodig, een diversificatie van de doelgroep en een hoger bestedingspatroon van deze toerist. Marketing en samenwerking zijn hiervoor essentieel.
Als relatief onbekend gebied, in de periferie van Nederland en als niet-traditioneel toeristisch gebied, zal Westerwolde een blijvende extra investering moeten doen op het gebied van marketing. Het zal zich daarbij niet alleen moeten richten op Nederland, maar ook op een plek met het raakvlak van Nederland en Duitsland.
Door constant in te spelen op een veranderende doelgroep en op veranderende methodes om deze doelgroepen te bereiken, moet er blijvend geïnvesteerd worden in een professionele gebiedsmarketing.
Om de mensen die naar het gebied zijn getrokken wat te kunnen bieden, moet er sprake zijn van een goede samenwerking tussen ondernemers in het gebied. Toeristen komen niet voor één object of voor één specifieke overnachtingslocatie naar een gebied, maar voor een divers aanbod aan activiteiten en belevingen. Ze moeten kunnen zien, horen, voelen en proeven en liefst mentaal worden uitgedaagd.
Als dat samenspel aan ervaringen klopt en op elkaar aansluit, heb je kans dat je de toerist raakt en dat hij blijft of terug komt. De gemeente moet blijvend energie steken in het samenbrengen van ondernemers. Als ze elkaar zo makkelijker weten te vinden en brood zien in de samenwerking, kunnen ze de toerist met arrangementen optimaal bedienen.
Het gebied kan dan de vruchten gaan plukken van jarenlange investeringen in de cultuurhistorie, het landschap en bezienswaardigheden zoals musea en attractieparken.

De toeristische sector wordt sterker en draagt bij aan de lokale economie en werkgelegenheid van Westerwolde.
Op veel plaatsen is het (nog lang) niet aan de orde, maar als in de toekomst de leefbaarheid door ontwikkeling van recreatie en toerisme in het gedrang komt, treden we regulerend op.
5.7.2 Verblijfsrecreatie (B&B en parken/terreinen)
In onze gemeente zijn verschillende plekken waar de recreant verblijft. Deels zijn dat de campings met caravans, tenten en andere mobiele onderkomens. Daarnaast zijn er enkele grotere recreatieterreinen waar vaste onderkomens staan die zijn bedoeld voor de recreant. Door de gehele gemeente heen zijn er diverse plekken waar Bed & Breakfast wordt aangeboden en zijn enkele hotels beschikbaar.
We zien de recreant graag komen en zetten daarom in op een breed aanbod aan verblijfsmogelijkheden. Belangrijk daarbij is dat de aard en omvang passen op de plek waar de bedrijfsmatige activiteit plaatsvindt en dat de accommodatie wordt gebruikt waarvoor deze is bedoeld. Als accommodaties namelijk worden gebruikt voor (semi)permanente bewoning, dan zijn deze niet beschikbaar voor de recreant die we zo graag hier willen hebben om de economie buiten het onderkomen te stimuleren. Een voorbeeld van waar dit speelt is Parc Emslandermeer. Bij bungalowpark Barkhoorn is inmiddels het permanent bewonen van recreatiewoningen gelegaliseerd waardoor deze woningen niet meer beschikbaar zijn voor de recreant.
5.8 Infrastructuur en mobiliteit
Huidige situatie
Westerwolde is een zonale gemeente. Dat betekent dat er niet nadrukkelijk een kern is die de centrumfunctie heeft en waarop de infrastructuur en het voorzieningenniveau is gericht. Het gehele gebied heeft een diffuus contact met zijn omgeving. In de wegenstructuur vormen de A7 aan de noordkant, de A31 en de 408 oostelijk in Duitsland en de N366 aan de zuid- en westzijde het raamwerk waarover het verkeer het gebied binnenkomt en waar het dit verlaat.
Enkele hoofdwegen doorkruisen Westerwolde. De N368/N976 van Winschoten naar Ter Apel is de centrale ader van noord naar zuid door het gebied. Over deze as vindt een groot deel van het persoonsvervoer per auto en bus en het vracht- en beroepsvervoer door het gebied plaats. In de oost-westrichting is de N365 als verbinding tussen Vlagtwedde en Bourtange een doorvoerroute van met name Duitsland naar Veendam en Stadskanaal. In de omgeving zijn Emmen en Stadskanaal belangrijke overstappunten op het interlinernetwerk en Winschoten en Emmen voor het treinnetwerk.
Naast de hoofdlijnen van vervoer is er een fijnmazig netwerk van wegen waarover personen en bijvoorbeeld landbouwvoertuigen zich verplaatsen. De gemeente heeft 759 km aan wegen en 137 bruggen in beheer.
Het fietsnetwerk in Westerwolde is uitgebreid. Het wordt onder andere gebruikt door toeristen en scholieren. De afstanden tussen de kernen zijn groot, wat leidt tot een beperkt gebruik van het netwerk voor woon-werkverkeer. De minimale aanwezigheid van verlichting langs de hoofdroutes is in de thematafels en het ontwerpatelier vaak als reden genoemd om minder gebruik te maken van het fietsnetwerk.
Het dichte netwerk aan wegen, kanalen en bruggen biedt bewoners en ondernemers veel mogelijkheden om zich door het gebied te verplaatsen. Inventarisaties hebben uitgewezen dat het op orde krijgen en houden van de infrastructuur een structurele forse investering vraagt. Dit legt een zware claim op de financiën van Westerwolde.
Ontwikkelingen infrastructuur
Westerwolde zet in op versterking van de hoofdstructuur van rijks- en provinciale wegen rondom Westerwolde. Doorgaand vrachtverkeer willen we vermijden. Concreet betekent dit insteken op verdubbeling van de lijn 408 (Dld) en de N366 aan de zuid- en westzijde van het raamwerk. Dit in combinatie met de ontwikkeling van de Nedersaksenlijn. Daarmee is het gebied vanuit de randen goed bereikbaar.
Voor de infrastructuur in beheer en onderhoud bij de gemeente zet Westerwolde in op een afdoende basisinfrastructuur die veilig is en waarvoor voldoende middelen beschikbaar zijn om onderhouden te worden.
Het bruggenbestand van de gemeente maakt onderdeel uit van diezelfde infrastructuur. Is instandhouding haalbaar? En mocht het tot uitfasering komen, welk effect heeft dat dan op reisafstanden en reistijden van verschillende deelnemers en bijvoorbeeld op de aanrijtijden van hulpdiensten?
Nedersaksenlijn
Belangrijke ontwikkeling zijn de kansen die zich aandienen rond de Nedersaksenlijn. De Nedersaksenlijn is een treinverbinding van Almelo, Hardenberg, Emmen via Ter Apel en Stadskanaal naar Groningen.
Delen zijn al te gebruiken. Andere delen moeten worden geëlektrificeerd, gerenoveerd en/of nieuw worden aangelegd. Deze lijn is meer dan een verbinding met Groningen of Emmen. Het betekent aansluiting van (het economisch hart van) Westerwolde op een vervoernetwerk dat snelle verbindingen mogelijk maakt met Duitsland en de rest van Nederland. Met name de verbinding met de steden dichtbij biedt jongeren de mogelijkheid het hoger onderwijs daar te gaan volgen en toch in de gemeente of regio te blijven wonen waardoor er een grotere kans is deze hoger geschoolden voor het gebied te behouden. Dit is essentieel voor het behouden en aantrekken van bedrijven naar de regio.

Bedrijven die voor productie afhankelijk zijn van aanvoer van grondstoffen en productiematerialen en afvoer van eindfabrikaten, krijgen met de mogelijke komst van de Nedersaksenlijn een uitstekende positie op het spoornetwerk. Het biedt ze nieuwe kansen voor afzet van producten en betere mogelijkheden voor aanvoer van (bulk)goederen.
De komst van de Nedersaksenlijn wordt stevig op de kaart gezet door de ondernemers van Ter Apel en een netwerk van grote bedrijven in de regio. De gemeente steunt deze partijen in hun ondernemerschap op dit vlak door, daar waar mogelijk, platformen te faciliteren of mede te organiseren waar partijen uit Nederland en Duitsland elkaar kunnen treffen. Mogelijkheden om financieel bij te dragen in de realisatie van de lijn zijn beperkt.
Mobiliteit
Mobiliteit heeft niet alleen betrekking op de infrastructuur. Het gaat er ook om hoe deze wordt gebruikt. Uit de statistieken blijkt dat Westerwolde binnen de provincie de grootste autodichtheid heeft. Toch hebben veel mensen niet de beschikking over een auto. Zij zijn afhankelijk van andere mogelijkheden. Dit is buiten de tweewielers vaak een combinatie van openbaar vervoer, buurtbus, AutoMaatje en taxi’s.
De gemeente zal binnen haar mogelijkheden blijven ijveren voor het inzetbaar krijgen en houden van openbare vormen van vervoer om iedere inwoner de mogelijkheid te geven dagelijks te functioneren volgens de begrippen van de ruimtelijke vertaling van positieve gezondheid (zie ook paragraaf 3.3.6).
5.9 Overige aspecten en activiteiten
5.9.1 Evenementen
Evenementen spelen een belangrijke rol in de leefbaarheid. Zo is er vermaak, worden sport en cultuur beleefd, is er contact met anderen, kunnen evenementen toeristen aantrekken of zorgen voor een economische impuls van het bedrijfsleven. De evenementen worden groter en er komen meer evenementen. Zowel kleine als grote evenementen kunnen voor overlast zorgen of risico’s met zich meebrengen. Daarom vragen evenementen aandacht en capaciteit van de gemeente, hulpdiensten en de Veiligheidsregio.
Van belang blijft om ontwikkelingen goed af te stemmen met onze partners en buren in de regio en in de keten.
5.9.2 Drinkwater en industriewater
Drinkwater
De provincie Groningen heeft de zorg voor de bronnen van de openbare drinkwatervoorziening en stelt de bronnen aan het Waterbedrijf Groningen beschikbaar. Grondwater is de eerste keuze als bron voor drinkwater.
In onze gemeente bieden wij ruimte aan één van deze drinkwaterbronnen en het bijbehorende gebied ter bescherming van de openbare drinkwatervoorziening. De drinkwaterwinning in Sellingen is operationeel sinds 1972. Voor deze winning zijn verschillende soorten gebieden aangegeven in de omgevingsverordening van de provincie Groningen (februari 2019), een waterwingebied, een grondwaterbeschermingsgebied en een gebied met verbod op fysische bodemaantasting. Aan elk van die gebieden zijn voorschriften gekoppeld wat daar wel en niet mag. De gebieden zijn overgenomen in het bestemmingsplan.
Daarnaast is er de strategische drinkwaterwinning Bellingwolde. Deze strategische winning is niet operationeel en waterbedrijf Groningen maakt er voorlopig geen gebruik van. Deze winning heeft wel een watervergunning. Op basis van deze vergunning is het gebied aangegeven in de omgevingsverordening februari 2019 van de provincie Groningen en zijn voorschriften opgenomen.
Als gevolg van klimaatverandering, het steeds intensiever gebruik van de bodem, de groei in de economie en de groei van de bevolking is er gerede kans dat de vraag naar drinkwater de komende jaren zal stijgen. De provincie Groningen onderzoekt daarom of potentiële gebieden, zogenaamde Aanvullende Strategische Voorraden, zich lenen om deze aan te wijzen voor de toekomstige drinkwatervraag.
Delen van onze gemeente worden meegenomen in deze verkenning. Mochten in onze gemeente dergelijke gebieden worden aangewezen, dan heeft dit mogelijk gevolgen voor de huidige vormen van landgebruik. De gemeente wil daarom nauw bij deze ontwikkelingen worden betrokken en zal gedurende dit traject haar positie hierin bepalen.
De bescherming van de grondwaterkwaliteit is en blijft een gedeelde verantwoordelijkheid van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten. De provincie heeft daarbij een regisserende en coördinerende rol.
Industriewatergebruik
Grootverbruik van industriewater in onze gemeente komt voor een belangrijk deel voor rekening van Avebe bij de aardappelzetmeelproductie in Ter Apelkanaal. Het bedrijf zet in het kader van duurzaamheidsdoelstellingen en kostenbesparing in op procesverbeteringen zodat minder water nodig is.
5.9.3 Samenwerken in de waterketen
Al sinds het sluiten van een Landelijk Bestuursakkoord Water in 2011 werken gemeenten, waterschappen en waterbedrijven in de regio Groningen-Drenthe met succes nauw samen in de waterketen. Landelijk is op basis van de successen het akkoord van 2011 herijkt met een Addendum Bestuursakkoord Water. Nieuwe onderwerpen voor de waterketen zijn o.a. implementatie van de Omgevingswet in de waterketen, cybersecurity en voortbouwen op de kansen van de informatiesamenleving.
Ook regionaal wordt de samenwerking voortgezet. Duurzaamheid en kwetsbaarheidsvermindering zijn de belangrijkste ontwikkelthema’s. Hierbij wordt sterker gefocust op de voordelen die door de samenwerking zijn te halen. Voor wat betreft de kostenontwikkeling ligt de focus op beheersen. Voor kwaliteit ligt de focus op het voltooien van de samenwerking rond meten en monitoren, gegevensbeheer en de waterketenkaart.
De onderzoeken naar de effecten van klimaatverandering in de vorm van de stresstest maken de knelpunten inzichtelijk. Het uitdenken van passende maatregelen wordt in waterketenverband opgepakt.
Hoofdstuk 6 Verbinding met andere en eerder visies en vervolg Omgevingsvisie en -plan
Deze visie start natuurlijk niet volledig blanco. De gemeente is begin 2018 als fusiegemeente van start gegaan. Met het herindelingsadvies is richting gegeven aan de koers van de gemeente. Daarnaast zijn de afgelopen periode diverse visies opgesteld, waaronder een Woonvisie, een Duurzaamheidsvisie, een visie op zonneparken en kleine windparken en een visie Sociaal Domein. Deze zijn meegenomen in deze visie, maar maken er geen integraal onderdeel van uit.
De voorliggende visie wordt versie 1.0 genoemd. De Omgevingswet is vanaf 2022 van kracht en wij zijn net als andere gemeenten, de provincies en het Rijk zoekend naar vorm en inhoud. Deze visie is een eerste versie die richting en perspectief geeft. Er is echter nog geen afstemming mogelijk met de visie van de provincie, want de totstandkoming daarvan is nog in volle gang. Daarnaast zijn er nog grote vraagtekens over onder andere de invulling van de Regionale Energie Strategie en de toe te passen warmtestrategie. De keuzes die daar worden gemaakt zijn mede bepalend voor de Omgevingsvisie.

Het is de bedoeling om aansluitend op de Omgevingsvisie 1.0 een 2.0 versie te maken. Hierin zijn wel de RES en de warmtetransitie opgenomen en is wel aansluiting gezocht met de toekomstige visie van de provincie.
Ook het Omgevingsplan wordt ontwikkeld in twee stappen. De eerste stap is een Omgevingsplan 1.0 dat van rechtswege van kracht is per 1 januari 2022. Grofweg is dat een bundeling van de huidige bestemmingsplannen met de bruidsschat. De bruidsschat is een set regels die met inwerkingtreding van de Omgevingswet overkomt van het Rijk naar de gemeenten.
Parallel aan de voorbereiding van het Omgevingsplan 1.0 wordt gestart met de voorbereiding van het Omgevingsplan 2.0. Daar waar de 1.0-versie op zichzelf staat, wordt het Omgevingsplan 2.0 geënt op deze Omgevingsvisie 1.0. Het is de bedoeling om Omgevingsplan 2.0 te combineren met de ontwikkeling van Omgevingsvisie 2.0. Deze sluiten dan één op één op elkaar aan. Het is de bedoeling Omgevingsvisie 2.0 en Omgevingsplan 2.0 medio 2023 gelijktijdig vast te stellen.
Relatie Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 en Ontwerp Nationale Omgevingsvisie
Deze visie staat op zichzelf en is niet een directe doorvertaling van ‘hogere’ visies. Toch zijn wij ervan overtuigd dat het gedachtengoed van zowel de Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 als de Ontwerp Nationale Omgevingsvisie aansluit bij het gedachtengoed van dit document. Het kan natuurlijk desondanks zijn dat het in de details afwijkt.
Bijlage 1 Wat is een Omgevingsvisie
Een Omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie over de noodzakelijke en de gewenste ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving. Het is een politiek-bestuurlijk document dat alleen het vaststellende orgaan zelf bindt. In het geval van de gemeente is dit de gemeenteraad. Het richt zich op de fysieke leefomgeving als geheel, zodat deze in samenhang wordt beschouwd in de complexe dynamiek van de moderne maatschappij. De visievorming op verschillende terreinen zoals ruimtelijke ontwikkeling, verkeer en vervoer, water, milieu, natuur, gebruik van natuurlijke hulpbronnen en cultureel erfgoed wordt in de Omgevingsvisie niet alleen samengevoegd, maar ook met elkaar verbonden.
De omgevingsvisie bestrijkt daarmee de hele breedte van de fysieke leefomgeving. Deze omvat in ieder geval:
-
a.
bouwwerken,
-
b.
infrastructuur,
-
c.
watersystemen,
-
d.
water,
-
e.
bodem,
-
f.
lucht,
-
g.
landschappen,
-
h.
natuur,
-
i.
cultureel erfgoed,
-
j.
werelderfgoed.
De brede reikwijdte van de Omgevingsvisie wil niet zeggen dat alle onderwerpen tot in detail moeten worden uitgewerkt. Dat is aan de gemeenteraad. Uitgaande van de gehele fysieke leefomgeving, kunnen in een Omgevingsvisie accenten worden gelegd en prioriteiten worden gesteld. Gewenste kwaliteiten en functies kunnen op hoofdlijnen worden beschreven, uitgaande van opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving.
De wet geeft aan dat een Omgevingsvisie, mede voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden, ten minste de volgende elementen bevat:
-
a.
een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving;
-
b.
de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied;
-
c.
de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid.
Waar het dus vooral om gaat is dat de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving in beeld wordt gebracht en dat – integraal en voor het gehele grondgebied van de gemeente – wordt aangegeven waar we met de fysieke leefomgeving op de langere termijn naar toe willen.
De Omgevingsvisie Westerwolde moet voldoen aan artikel 3.3 van de Omgevingswet. Dit artikel heeft betrekking op onder andere het milieu en luidt als volgt.
“In een omgevingsvisie wordt rekening gehouden met:
-
a.
het voorzorgsbeginsel;
-
b.
het beginsel van preventief handelen;
-
c.
het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden;
-
d.
het beginsel dat de vervuiler betaalt.”
Het voorzorgsbeginsel houdt in dat de overheid maatregelen kan nemen als er gegronde redenen zijn om te vrezen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben, maar de beschikbare wetenschappelijke gegevens nog geen uitvoerige risico-evaluatie mogelijk maken.
Zulke onzekere risico’s kunnen zich bijvoorbeeld voordoen bij veiligheidskwesties, maar vaak ook uit oogpunt van gezondheid. Bekende voorbeelden zijn elektromagnetische velden en de introductie van nieuwe stoffen.
De Omgevingswet geeft dus opdracht om het voorzorgsbeginsel af te wegen tegen andere belangen. Het speelt een rol in de vrije beslisruimte: het bevoegd gezag – in dit geval: de raad – geeft aan hoe relevant onzekere risico’s op zijn grondgebied zijn, en hoe het daar mee omgaat.
Daarnaast kan het bevoegd gezag aangeven welke preventieve maatregelen het overweegt. Hierbij weegt het bestuursorgaan het belang van de initiatiefnemer af tegen de belangen om de gezondheid te beschermen. De EU-mededeling over voorzorg uit 2000 geldt als leidraad voor de motivering.
De volgende hoofdpunten van de EU-mededeling zijn van belang:
-
er is pas reden om voorzorg toe te passen als er wetenschappelijke aanwijzingen zijn dat ontwikkelingen/activiteiten effecten hebben met wezenlijke gevolgen voor de gezondheid;
-
er is een onderbouwde motivering van het bestaan en de omvang/ernst van het risico en van de effecten en de effectiviteit van maatregelen;
-
maatregelen mogen bij toepassing niet leiden tot discriminatie;
-
de maatregelen/voorschriften moeten effectief en proportioneel zijn, in verhouding staan tot het gekozen beschermingsniveau en samenhangen met eerdere soortgelijke maatregelen;
-
resultaten van onderzoek kunnen leiden tot herziening van de maatregelen.
De doorwerking van de beginselen in de omgevingsvisie zal breder zijn dan in het milieubeleid van de Europese Unie, voor zover de verwoording van het beginsel dat toelaat, aldus de Memorie van Toelichting. Het voorzorgsbeginsel en het preventiebeginsel zijn algemeen verwoord en zijn daardoor in beginsel van toepassing op de gehele omgevingsvisie.
De andere twee beginselen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt, zijn gezien de verwoording alleen van toepassing op het milieuterrein.
Bijlage 2 Proces
De gemeente heeft bij de totstandkoming een diverse groep mee laten denken over de visie. In hoofdlijnen onderscheiden we daarbij vier groepen:
-
a.
De gemeenteraad
-
b.
Bewoners en gebruikers van de fysieke leefomgeving
-
c.
Ketenpartners (buurgemeenten, provincie, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst etc.)
-
d.
Ambtelijke organisatie intern

Ad 1: Gemeenteraad
In december 2018 is het plan van aanpak Implementatie Omgevingswet in de raad geaccordeerd. Meer inhoudelijk is de raad in een aantal stappen meegenomen in het proces. In maart en april 2019 zijn in informele bijeenkomsten achtereenvolgens de Omgevingswet met zijn planinstrumenten kort toegelicht en aansluitend meer specifiek de Omgevingsvisie en het beoogde participatieproces. In een bijeenkomst eind juni is in de raad in grote lijnen de oogst van het participatietraject teruggekoppeld. In september is een mede op de oogst gebaseerd voorliggend ruw concept aan de raad gepresenteerd. In maart 2020 stelt de raad het ontwerp van de visie vast. Belanghebbenden hebben 6 weken de gelegenheid hun zienswijze kenbaar te maken. De raad stelt vervolgens de visie, met inachtneming van de zienswijzen en de nota van reactie, vast.
Ad 2: Bewoners en gebruikers van de fysieke leefomgeving
De manier waarop de bewoners en gebruikers van de fysieke omgeving zijn betrokken staat uitgebreid beschreven in het onderdeel participatie. Volledigheidshalve wordt hiernaar verwezen.
Ad 3: Ketenpartners
Onze ketenpartners zijn nauw betrokken in het participatietraject. Daarnaast hebben we veel één op één contact met elkaar, participeren we in het Regionaal Platform Omgevingswet of doen we mee in hun trajecten die raken met onze trajecten. Zo maakt de provincie Groningen ook een nieuwe Omgevingsvisie en verkennen we met elkaar de raakvlakken van ons traject met dat van hen en proberen we zo goed mogelijk op elkaar aan te sluiten zonder elkaars positie uit het oog te verliezen.
Ad 4: Ambtelijke organisatie intern
De ambtelijke organisatie is met name aangehaakt geraakt op het moment dat het maken van de Omgevingsvisie van start ging. Bij alle afdelingen zijn startsessies gehouden en diverse medewerkers zijn actief betrokken in het participatieproces (zie paragraaf participatie) en hebben meegeschreven aan dit document. Verder zijn veel gesprekken gevoerd.
Participatie
Westerwolde heeft haar Omgevingsvisie in nauwe samenspraak met de bevolking en stakeholders vormgegeven. De raad heeft hiertoe expliciet opgeroepen. Hieronder is de opzet van de participatie in hoofdlijnen geschetst.
We onderscheiden drie benaderingen:

Ad 1 : Thematafels
In de thematafels hebben we groepen van 6 – 10 specialisten/ervaringsdeskundigen gevraagd om Westerwoldebreed, vanuit het oogpunt van dat specifieke thema, de huidige situatie en de verwachte en gewenste ontwikkelingen te schetsen. Tevens hebben we hen gevraagd om de verbinding met andere thema’s te visualiseren.
We hebben tafels georganiseerd voor de volgende thema’s:
-
a.
Natuur en water
-
b.
Landbouw
-
c.
Wonen, leefbaarheid
-
d.
Gezondheid, zorg, vitaliteit en sport
-
e.
Jeugd en onderwijs
-
f.
COA / AZC
-
g.
Infrastructuur (wegen, waterwegen, rails) en bereikbaarheid
-
h.
Nutsinfrastructuur (nutsvoorzieningen, telefonie) mede t.b.v. energietransitie
-
i.
Duurzaamheid / energietransitie
-
j.
Milieu (geluid, geur, licht, zicht, stoffen (punt, diffuus), straling)
-
k.
Recreatie en toerisme
-
l.
Agrocluster Ter Apelkanaal
-
m.
Lokale economie en werk
-
n.
Veiligheid
Ad 2: Gebiedssessies
In de gebiedssessies waren de inwoners aan zet. Zij zijn uitgenodigd bij een sessie aanwezig te zijn die specifiek betrekking had op hun kern of dorp. We hebben deze kernen en dorpen geclusterd naar het noordelijke, midden – of zuidelijke deel van Westerwolde. We nodigden de bewoners uit in samenwerking met de dorpsraden. Kenmerk van deze gebiedssessies was dat de mensen werden gegroepeerd naar kern/dorp en dat hen werd gevraagd hun leefomgeving integraal en dus thema overstijgend te benaderen.
Ad 3: Ontwerpatelier
Deelnemers aan het ontwerpatelier waren vertegenwoordigers van de thematafels en van de dorpsraden. Zij namen elk het resultaat van hun sessie mee naar het ontwerpatelier en brachten dat in.
De thematafels leverden de thematische Westerwoldebrede input voor de Omgevingsvisie op. De gebiedssessies resulteerden in de meer integrale beelden over de leefomgeving per kern. Al dat materiaal vormt de basis van de Omgevingsvisie. Dat leverde in hoofdlijnen een samenhangend beeld of in ieder geval een serie bouwstenen op voor de Omgevingsvisie Westerwolde.
Niet alles paste. Er waren beelden die schuurden. Deels zijn die in het ontwerpatelier samen gebracht en verweven, deels bleven die haaks op elkaar staan. Vooralsnog nemen we de tegenstrijdige beelden als dilemma op in de visie.
De deelnemers aan de thematafels, de gebiedssessies en het ontwerpatelier zijn uitgenodigd voor een presentatie van de resultaten van het atelier.
Bijlage 3 Analyse inwoneraantallen
Onderstaand is het verloop van de inwoneraantallen van Westerwolde in een tabel en grafiek weergegeven. Het aantal inschrijvingen in TerApelervenen is hier expliciet gemaakt. Het betreft hier de inschrijvingen bij het vreemdelingencentrum.


Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl