Beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Bladel 2026-2030

Geldend van 03-01-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Bladel 2026-2030

De raad van de gemeente Bladel;

gelezen het voorstel R25.077 van burgemeester en wethouders van 4 november 2025;

gelet op artikel 2.1.2 van de Wmo 2015;

overwegende dat

  • -

    gemeenten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) de verplichting hebben om een beleidskader te maken voor maatschappelijke ondersteuning;

  • -

    het vorige Beleidskader (Beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning 2021-2025) een looptijd heeft tot eind 2025;

  • -

    in aanloop naar de Brede Visie Welzijn de wens voor meer overzicht en samenhang, en minder beleidsstukken, is uitgesproken.

besluit:

  • 1.

    ‘Beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Bladel 2026-2030’ vast te stellen.

  • 2.

    ‘Beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Bladel 2022-2025’, Visiedocu-ment ‘(Voorbereiden op) ouder worden in gemeente Bladel’, ‘Mantelzorgbeleid gemeente Bla-del 2019-2020’, en ‘Vrijwilligersbeleid 2019+’ in te trekken.

1. Inleiding

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo 2015) heeft als doel dat inwoners zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen, en dat zij daarbij naar vermogen participeren in de samenleving. De Wmo gaat hierbij eerst uit van de eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Daarna van hulp vanuit het netwerk en ondersteuning door algemene of collectieve voorzieningen. Pas als hier onvoldoende oplossing voor de ervaren problemen wordt gevon-den, wordt een maatwerkvoorziening ingezet. Gemeenten zijn wettelijk verplicht om een periodiek plan te maken over hoe maatschappelijke ondersteuning in de gemeente wordt georganiseerd. In gemeente Bladel noemen we dit periodieke plan het Beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning. Met het beleidskader stelt de gemeenteraad een kader waarbinnen het college in de komende jaren uitvoering geeft aan de taken die wij als gemeente hebben op het gebied van maatschappelij-ke ondersteuning. Dit kader geeft de gemeente richting, maakt budget vrij voor beleidsontwikkeling en zorgt voor transparantie richting inwoners en maatschappelij-ke partners.

Sinds de invoer van de Wmo 2015 heeft gemeente Bladel twee eerdere beleidskaders gekend. Tijdens de looptijd van het eerste beleidskader (2016-2021) waren de eerste jaren vooral gericht op een soepele overgang van taken vanuit het Rijk naar gemeente, waarna ervaring werd opgedaan om de taken verder uit te wer-ken, door te ontwikkelen en te transformeren. Tijdens de looptijd van het tweede beleidskader (2022-2025) is verder ingegaan op ontwikkelingen binnen de maat-schappelijke ondersteuning zoals toename in aantallen en complexiteit, vergrijzing, invoering van het abonnementstarief, multiprobleem casuïstiek, multidisciplinaire samenwerking, integraliteit en zorg en veiligheid. Ontwikkelingen die, zoals we zien in de evaluatie van die beleidskader (bijlage 1), in 2025 nog steeds in meer of mindere mate het werkveld van de Wmo bepalen.

Bij het opstellen van de Brede Visie Welzijn in 2024 is de wens uitgesproken om te werken met minder losse kleinere beleidsstukken. 1Eerder werd bij de evaluatie van het mantelzorgbeleid in 2022 al de aanbeveling gedaan om bij het herzien van het beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning in 2025 het mantelzorgbeleid hierin op te nemen2. Uit de recente evaluatie van het ouderenbeleid (bijlage 2) blijkt dat ook dit beleid niet op zichzelf staat. Het heeft verbinding met onderdelen die in het beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning aan bod komen. Door de aanbevelingen vanuit het ouderenbeleid over te nemen in dit beleidskader, ontstaat een totaaloverzicht van beleid dat elkaar raakt en versterkt. Veel raakvakken en verbindingen zien we daarnaast bij het vrijwilligersbeleid. Het nieuwe Beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning 2026-2030 borduurt daarom niet alleen voort op de ontwikkelingen uit het vorige beleidskader, aangevuld met nieuwe ontwikkelin-gen, maar neemt de relevante inhoud van het mantelzorgbeleid, ouderenbeleid en vrijwilligersbeleid op. Het beleidskader sluit inhoudelijk aan bij de Brede Visie Wel-zijn door het gebruik van de zelfredzaamheidspiramide en de link met de visielijnen en uitvoeringslijnen3. Hierdoor komen we tot een beknopt beleidsstuk met een integrale kijk op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en aangrenzende thema’s.

Hoofdstuk 1 is de inleiding die u zojuist gelezen hebt. Hoofdstuk 2 vertelt meer over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo), maar ook bij het VN-verdrag Handicap en de Brede Visie Welzijn gemeente Bladel. Hoofdstuk 3 gaat aan de hand van de zelfredzaamheidspiramide in op de ambities van gemeente Bladel op het gebied van Wmo en hoofdstuk 4 vult dit aan vanuit overkoepelende thema’s. Hoofdstuk 5 laat zien hoe het beleidskader uitgevoerd en gemonitord zal worden.

2. De Wmo, het VN-verdrag Handicap en de Brede Visie Welzijn

Dit beleidskader sluit natuurlijk aan bij de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo), maar ook bij het VN-verdrag over rechten van mensen met een beper-king en de Brede Visie Welzijn gemeente Bladel. In dit hoofdstuk wordt uitleg gegeven over deze documenten.

2.1 De Wet Maatschappelijke Ondersteuning

De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) heeft als doel dat inwoners zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen, en dat zij daarbij naar vermogen participeren in de samenleving. De Wmo gaat hierbij eerst uit van de eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Welke eigen moge-lijkheden heeft de inwoner om de ervaren problemen zelf op te lossen? Indien deze mogelijkheden niet toereikend zijn, wordt er gekeken naar oplossingen binnen het sociaal netwerk van de inwoner. Is er iemand die de inwoner kan helpen met de door hem/haar ervaren problemen? Als ook hier geen oplossing gevonden wordt, wordt er gekeken of de inwoner gebruik kan maken van voorliggende voorzieningen (vrij toegankelijk). Als ook hier geen oplossing in gevonden kan worden wordt pas gekeken wat de gemeente aan ondersteuning kan bieden in de vorm van een maatwerkvoorziening waarvoor een indicatie nodig is. Niet langer wordt uitgegaan van “recht” op zorg of ondersteuning, maar er wordt gekeken naar wat nodig is om (naar vermogen) mee te kunnen doen. Samen met de gemeente wordt in kaart gebracht wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn en welke ondersteuning daardoor noodzakelijk is.

De verantwoordelijkheid van gemeenten op het gebied van de Wmo gaat echter verder dan het bieden van maatwerkvoorzieningen en het voeren van de ‘keukenta-felgesprekken’. Gemeenten hebben een brede verantwoordelijkheid voor de deelname van mensen met een beperking of psychische problematiek aan het maat-schappelijke verkeer (participatie). Daarnaast dienen gemeenten passende ondersteuning te bieden, waarmee mensen met een bepaalde vorm van kwetsbaarheid in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden (zelfredzaamheid). Met de decentralisatie in 2015 is de term maatwerkvoorziening geïntroduceerd. De verplichting voor gemeenten om maatwerk te leveren staat sindsdien centraal. Een maatwerkvoorziening is aanvullend op wat iemand zelf kan bijdragen en vormt samen met de inzet uit het sociaal netwerk een samenhangend ondersteunings-aanbod, ofwel maatwerk. Het gebruik van een algemene, voorliggende voorziening kan, afhankelijk van de omstandigheden, ook tot het vereiste maatwerk leiden.

Het uitgangspunt volgens de wet is dat ‘zelfredzaamheid en meedoen de verantwoordelijkheid zijn van mensen zelf’, maar gemeenten zijn verplicht om beleid te maken ter ondersteuning van mensen die niet volledig zelf kunnen voorzien in hun zelfredzaamheid en participatie of behoefte hebben aan beschermd wonen of opvang. Waar voorheen vrij strikte prestatievelden voor gemeenten in de wet waren opgenomen, staat in de Wmo 2015 een begripsomschrijving van maatschappe-lijke ondersteuning als algemeen uitgangspunt. Dit maakt dat gemeenten meer vrijheden en mogelijkheden hebben om maatschappelijke ondersteuning aan te bie-den, welke past bij en kan worden afgestemd op het lokale karakter van de gemeenschap (denk aan voorliggende voorzieningen, burgerinitiatieven etc.).

2.2 VN-verdrag over rechten van mensen met een beperking

Iedere gemeente in Nederland heeft de opdracht om zoveel mogelijk te voorkomen dat mensen met een beperking worden uitgesloten. Die opdracht komt voort uit het VN-verdrag over rechten van mensen met een beperking. Nederland ondertekende dit verdrag in 2016 met de bedoeling om zo weinig mogelijk obstakels op te werpen voor mensen met een beperking en om inclusie en participatie van mensen met een beperking zoveel als mogelijk te bevorderen. Dit is samengevat in 22 regels, de zogenaamde Agenda 22. Deze regels gelden voor een breed aantal terreinen, zoals arbeid, onderwijs, wonen, verkeer en vervoer, zorg, ondersteuning, sport, cultuur en vrijetijdsbesteding.

Het kunnen ‘meedoen’ (naar vermogen) is het centrale thema in de Wmo. Mensen die dat nodig hebben worden daarbij geholpen.” Zowel de wet als dit beleidska-der zijn gebouwd op een visie van inclusie, meedoen en participatie (naar vermogen). De wet stelt dat gemeenten verplicht zijn beleid te maken ter ondersteuning van mensen die niet volledig zelf kunnen voorzien in hun zelfredzaamheid en participatie. Waar in het verleden vaak aparte voorzieningen en (vaak professionele) ondersteuning werd geboden aan mensen met een beperking, werken we tegenwoordig aan het zo laagdrempelig mogelijk inzetten van ondersteuning en het nor-maliseren hiervan. We proberen dit zoveel mogelijk binnen de reguliere structuren, waarvan ook mensen zonder beperking gebruik maken. Door met name in te zetten op de toegankelijkheid van vrij toegankelijke algemene en voorliggende voorzieningen kunnen mensen met een beperking nog beter op een gelijkwaardige manier aan de samenleving deelnemen.

Sinds 2025 hebben we in gemeente Bladel een Lokale Inclusie Agenda (LIA)4. De LIA is één integraal plan voor het hele sociale domein, dus ook de plannen uit de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet zijn hierin opgenomen. In de LIA staan aan de hand van 8 onderwerpen beschreven wat we al doen en welke ambities we hebben: Onderwijs & ontwikkeling, Thuis, Werk & inkomen, Vrije tijd, Vervoer, Welzijn, gezondheid & ondersteuning, Communicatie en dienstverlening en Bewust-wording.

2.3 Brede Visie Welzijn

In 2024 is in gemeente Bladel de Brede Visie Welzijn vastgesteld. Deze visie is opgesteld om beleidsterreinen binnen het welzijnsdomein met elkaar te verbinden. Een van de uitgangspunten voor de Brede Visie is de zelfredzaamheidspiramide, met daarin eigen kracht, sociaal netwerk, algemene en voorliggende voorzieningen en maatwerk.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 1: Zelfredzaamheidspiramide.

In de Brede Visie Welzijn staat geschreven: “Ondanks preventieve inzet op het welzijnsvlak kan bij inwoners toch een hulpvraag ontstaan of blijven. Voordat een hulpvraag vraagt om een maatwerkvoorziening (Wmo, Jeugdwet of Participatiewet) kan deze in veel gevallen voorkomen dan wel opgelost worden door in te zetten op eigen kracht, het sociale netwerk en het voorliggend veld (zoals geïllustreerd in de ‘Zelfredzaamheidspiramide’). Investeren in deze lagen is een belangrijke voorwaarde om de zorg ook in de toekomst beschikbaar te houden voor alle inwoners die dit nodig (zullen) hebben. Om dit te bereiken is het nodig om verder te kijken dan de drie wetten in het sociaal domein; het vraagt een welzijnsbrede benadering. Wanneer geïnvesteerd wordt in de onderste lagen van de zelfredzaam-heidspiramide, zal er minder beroep gedaan worden op professionele ondersteuning. Het draagt daarnaast bij aan een fijn woon- en leefklimaat in de gemeente.”

De Brede Visie Welzijn is opgesteld aan de hand van vier visielijnen: Opgroeien in Bladel, Vitaal Bladel, Inclusief Bladel en De omgeving. Met name in de lijnen Vitaal Bladel en Inclusief Bladel zijn veel ambities te vinden die goed aansluiten bij de Wmo, maar ook in de lijnen Opgroeien in Bladel en De omgeving zijn aansluitende ambities te vinden. De koppeling met deze ambities wordt gemaakt in hoofdstuk 3 van het beleidskader. In 2025 is een uitvoeringsplan vastgesteld bij de Brede Visie Welzijn. Het uitvoeringsplan heeft 6 uitvoeringslijnen: Lokale Inclusie Agenda, Optimaliseren toegang, Informatievoorziening en (digitale) sociale kaart, Pro-grammamanagers gemeenschapshuizen, Jongerenwerk: De basis op orde, en Mentale gezondheid en psychische problematiek. Enkele van deze uitvoeringslijnen (Lokale Inclusie Agenda, Optimaliseren toegang, Informatievoorziening en (digitale) sociale kaart) bevatten doorontwikkelingen van acties die eerder in het Beleids-kader Maatschappelijke Ondersteuning stonden. Omdat deze acties in het uitvoeringsplan Brede Visie Welzijn zijn opgenomen en hier in brede context bekeken worden, worden ze in hoofdstuk 3 van dit beleidskader alleen kort benoemd.

3. Ambitie Maatschappelijke Ondersteuning

De ambities op het gebied van Maatschappelijke Ondersteuning worden in dit hoofdstuk uiteengezet aan de hand van de zelfredzaamheidspiramide die ook gebruikt is voor de Brede Visie Welzijn (hoofdstuk 2.3, figuur 1). We benaderen de piramide in dit beleidsstuk van onder naar boven. Op soortgelijke wijze wordt een hulp-vraag van een inwoner ook bekeken door wmo-consulenten. Eerst wordt gekeken naar de eigen kracht, vervolgens naar het eigen netwerk en algemene en voorlig-gende voorzieningen en wanneer dit de inwoner niet voldoende ondersteunt pas naar maatwerkvoorzieningen. Binnen de treden van de zelfredzaamheidspiramide wordt ook de koppeling gemaakt met het subsidiejaarprogramma, met de visielijnen en uitvoeringslijnen van de Brede Visie Welzijn en indien van toepassing met andere visiedocumenten zoals de woonzorgvisie en omgevingsvisie.

3.1 Eigen kracht

Definitie: Wat verstaan we onder eigen kracht?

Eigen kracht betekent dat iemand (en de mensen om hem of haar heen) zelf oplossingen zoekt voor problemen. Dat kan zonder hulp van de gemeente of met zo weinig mogelijk hulp. Dit gaat vaak over zelfredzaamheid: zelf de dagelijkse dingen doen en een huishouden runnen. Soms helpt een partner, ouder, kind of huisge-noot mee. Dit noemen we gebruikelijke hulp.

Wat willen we (blijven) bereiken?

Wat?

Hoe?

Jaarlijkse kosten

Informatievoorziening (Brede Visie Welzijn)

Het is voor inwoners niet altijd duidelijk wat zij zelf kunnen regelen en bij wie zij terecht kunnen voor hulp. Daarom zorgen we voor een duidelijke en toegankelijke informatievoorziening.

‘Informatievoorziening en digitale sociale kaart’. Dit is opgenomen in het uitvoeringsplan Brede Visie Welzijn is opgenomen dat we gaan zorgen voor goede informatievoorziening over algemene, voorliggende en maatwerkvoorzieningen

€1.000,- opgenomen in financieel kader hoofdstuk 5

Bewustwording

Het is voor inwoners niet altijd duidelijk welke keuzes zij zelf voor de toekomst kunnen maken. Bijvoorbeeld op het gebied van levensloopbestendig wonen. We ondersteunen hen met informatie.

75+ gesprek en ouderenconsulent

Inwoners krijgen in het jaar dat zij 75 worden een brief met uitnodiging voor een gesprek met een vrijwillige ouderenadviseur. De ouderenadviseur neemt verschillende onderwerpen door die belangrijk zijn om op een fijne manier oud te kunnen worden. Thematiek die de ouderenadviseurs tegenkomen wordt teruggekoppeld aan de gemeente. Daarnaast heeft de gemeente een ouderenconsulent in dienst die ouderen kan ondersteunen met vragen op het gebied van zorg, wonen, welzijn en eenzaamheid.

‘Mentale gezondheid en psychische problematiek’ (Brede Visie Welzijn)

Zorgprofessionals merken dat in De Kempen nog steeds een taboe heerst op mentale gezondheid. De gemeente zet in op een doorlopende meerjarencampagne waarin lokale initiatieven in de spotlight gezet, ondersteund door inzet van Bladelse rolmodellen.

Aansluiten bij bewustwordingscampagnes

De gemeente sluit aan bij diverse bewustwordingscampagnes. Een voorbeeld hiervan is Senioren Zelf aan Zet, waarin Seniorenorganisaties ouderen bewust willen maken om tijdig na te denken over de eigen woon- en leefsituatie.

€2.000,- opgenomen in financieel kader hoofdstuk 5

Samenwerking met subsidiepartners

Vanuit het subsidiejaarprogramma subsidiëren we verschillende organisaties die de eigen kracht van de inwoner versterken.

We kennen subsidie toe aan organisaties die de eigen kracht van inwoners versterken. Met hen maken we afspraken over hoe zij dit doen. Voorbeelden hiervan die zich in het bijzonder inzetten voor de wmo-doelgroep zijn informatiepunten, zelfhulpgroepen, algemeen maatschappelijk werk en ondersteuningsdiensten zoals vrijwillige thuisadministratie.

Opgenomen in het subsidiejaarprogramma

3.2 Sociaal netwerk

Definitie: Wat verstaan we onder sociaal netwerk?

Een sociaal netwerk zijn de mensen om iemand heen: familie, vrienden of kennissen. Zij kunnen helpen met zorg of ondersteuning, bijvoorbeeld door mantelzorg te geven. Dit kan gaan om hulp bij het zelfstandig wonen, meedoen in de samenleving, tijdelijk verblijf, jeugdhulp of zorg vanuit de zorgverzekering. Het gaat altijd om hulp uit persoonlijke relaties, niet om professionele hulp.

Wat willen we (blijven) bereiken ?

Wat?

Hoe?

Jaarlijkse kosten

Mantelzorgwaardering en mantelzorgondersteuning

Mantelzorgers zijn van groot belang om langer thuis wonen, kwaliteit van leven en maatschappelijke verbinding voor inwoners met een zorgvraag mogelijk te maken. Het is daarom ook van groot belang deze mantelzorgers te ondersteunen en waarderen.

Mantelzorgbestand

Inwoners die mantelzorg verrichten kunnen zichzelf inschrijven in het mantelzorgbestand. Zij ontvangen dan een nieuwsbrief, uitnodigingen voor ondersteuningsactiviteiten, uitnodiging voor de dag van de mantelzorg en de jaarlijkse mantelzorgwaarderingskaart.

Dag van de mantelzorg

Rond de dag van de mantelzorg (10 november) worden jaarlijks een lunch en een diner georganiseerd. Mantelzorgers kunnen elkaar hier ontmoeten, de mantelzorgwaarderingskaart in ontvangst nemen en ideeën aandragen voor ondersteuningsactiviteiten.

Mantelzorgwaarderingskaart

Mantelzorgers die bekend zijn bij de gemeente ontvangen jaarlijks rond de dag van de mantelzorg een mantelzorgwaarderingskaart. Deze cadeaukaart kunnen zij bij diverse ondernemers in de gemeente inruilen.

Ondersteuningsactiviteiten

De gemeente vraagt mantelzorgers tijdens de dag van de mantelzorg bij welke ondersteuning zij het meest gebaat zijn. Dit kan bijvoorbeeld door een cursus die helpt in de rol van mantelzorger, een ontmoeting met andere mantelzorgers of een creatieve activiteit om de gedachten te verzetten. Aan de hand van wensen van mantelzorgers wordt jaarlijks een programma met ondersteuningsactiviteiten gemaakt.

€26.000 opgenomen in financieel kader hoofdstuk 5

Respijtzorg

Wanneer het eigen netwerk de mantelzorg tijdelijk niet aan kan, is het belangrijk dat er een alternatief geboden wordt.

Respijtzorg

Recent zijn de contracten met aanbieders herzien. De afspraken met aanbieders worden nu beter gemonitord. Het doel hiervan is dat mantelzorgers makkelijker een plek voor hun naasten kunnen vinden zodat ze zelf op adempauze kunnen komen en minder snel overbelast zijn. Dit product wordt blijvend gemonitord om er op toe te zien dat het effectief te indiceren is ter voorkoming van overbelasting bij mantelzorgers.

Opgenomen in doorbelasting Maatschappelijke Dienstverlening

Ruimte voor nieuwe burgerinitiatieven

Burgerinitiatieven zijn belangrijk omdat ze inwoners mee laten beslissen, de buurt samenbrengen en helpen om met nieuwe ideeën problemen op te lossen.

Burgerinitiatieven

Inwoners weten het beste wat er in hun eigen omgeving speelt. De gemeente communiceert actief over de mogelijkheden, denkt actief mee met burgerinitiatieven die bijdragen aan de beleidsdoelen in het sociaal domein en heeft jaarlijks budget voorhanden om burgerinitiatieven op weg te helpen.

€5.000 opgenomen in financieel kader hoofdstuk 5

Sociaal netwerk in gemeenschapshuizen (Brede Visie Welzijn)

Hoewel er al veel verenigingen actief zijn in gemeenschapshuizen, is er behoefte aan ondernemende programmamanagers die vernieuwende programma’s ontwikkelen en bestaande lokale netwerken benutten.

Programmamanagers (pilot)

Programmamanagers zullen o.a. lokale initiatieven, vrijwilligers, verenigingen en gemeenschapshuizen samenbrengen om, voor diverse doelgroepen, activiteiten te organiseren die ontmoeting en samenwerking bevorderen. Daarbij is het vanzelfsprekend dat zij ook oog hebben voor inwoners die nu minder goed bereikt worden, zoals mensen met een beperking of in een sociaal isolement; dit is inherent aan de aard van hun opdracht. Daarnaast spelen programmamanagers een cruciale rol in het in kaart brengen van het bestaande aanbod bij lokale verenigingen, sportclubs en culturele organisaties. Door dit aanbod inzichtelijk te maken, kunnen zij gerichter nieuwe activiteiten ontwikkelen en de samenwerking tussen verschillende organisaties versterken.

Opgenomen in pilot programmamanagers

Samenwerking met subsidiepartners

Vanuit het subsidiejaarprogramma subsidiëren we verschillende organisaties die het sociaal netwerk van de inwoner versterken.

We kennen subsidie toe aan organisaties die het sociaal netwerk van inwoners versterken. Met hen maken we afspraken over hoe zij dit doen. Voorbeelden hiervan die zich in het bijzonder inzetten voor de wmo-doelgroep zijn ouderensteunpunten, eetpunten en vrijetijdsverenigingen.

Opgenomen in het subsidiejaarprogramma

3.3 Algemene en voorliggende voorzieningen

Definitie: Wat verstaan we onder algemene en voorliggende voorzieningen?

Algemene voorzieningen zijn diensten of activiteiten die voor iedereen toegankelijk zijn. Hiervoor is geen onderzoek nodig naar iemands persoonlijke situatie en ook geen Wmo-indicatie.

Wat willen we (blijven) bereiken?

Wat?

Hoe?

Jaarlijkse kosten

Stimulering voor nieuwe algemene voorzieningen

Het aantal indicaties en bijbehorende kosten blijft stijgen. Daarnaast kan de drempel naar hulp voor de inwoners die het het hardst nodig hebben hoog zijn. Daarom versterken we laagdrempelige hulpverlening.

Analyse indicaties Samen met Maatschappelijke Dienstverlening (GRSK) en andere Kempengemeenten maken we een analyse van de meest geïndiceerde voorzieningen. Om een goed beeld te krijgen van ons huidige voorzieningenaanbod en de gebruikers, bekijken we welke vormen van voorzieningen er zijn en welke groepen inwoners gebruik maken van deze voorzieningen.

Creëren nieuwe algemene voorzieningen

Na de analyse gaan we op zoek naar goede voorbeelden in andere gemeenten en goede ideeën van lokale organisaties. Aan de hand hiervan creëren we nieuwe algemene voorzieningen die preventief werken en/of de druk op geïndiceerde voorzieningen verlichten, waardoor inwoners laagdrempeliger geholpen kunnen worden.

€11.000 opgenomen in financieel kader hoofdstuk 5

Indicatievrije inloop psychische kwetsbaarheid

Iedereen kan te maken krijgen met psychische kwetsbaarheid. Inwoners die hier zelf van willen herstellen kunnen terecht bij een indicatievrije inloop.

Indicatievrije inloop

De gemeente zorgt dat er in de gemeente een indicatievrije inloop voor mensen met psychische kwetsbaarheid is. Dit is een vorm van laagdrempelige geestelijke gezondheidszorg (GGZ) waar mensen zonder officiële indicatie of verwijzing terechtkunnen.

Nog onbekend, voorheen bekostigd in subsidiejaarprogramma, momenteel door een regionale innovatiesubsidie.

Samenwerking met subsidiepartners

Vanuit het subsidiejaarprogramma subsidiëren we verschillende organisaties die algemene en voorliggende voorzieningen organiseren.

We kennen subsidie toe aan organisaties die voorliggende voorzieningen creëren. Met hen maken we afspraken over hoe zij dit doen. Voorbeelden hiervan die zich in het bijzonder inzetten voor de wmo-doelgroep zijn vervoersdiensten, indicatievrije daginvulling en de welzijnsorganisatie.

Verwerkt in het subsidiejaarprogramma

3.4 Maatwerkvoorzieningen

Definitie: wat verstaan we onder maatwerkvoorzieningen?

Een maatwerkvoorziening is hulp die speciaal wordt afgestemd op iemands persoonlijke situatie. Dit kan gaan om hulpmiddelen of aanpassingen in huis, vervoer dat nodig is om mee te doen in de samenleving, tijdelijk verblijf om een mantelzorger te ontlasten en beschermd wonen of opvang. Voor een maatwerkvoorziening is een Wmo-indicatie nodig.

Wat willen we (blijven) bereiken?

Wat?

Hoe?

Jaarlijkse kosten

Samenwerking Kempengemeenten

De uitvoering van de Wmo op het gebied van maatwerkvoorzieningen gebeurt door Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK).

Verordening en beleidsregels

Het uitvoeren van de Wmo door Samenwerking Kempengemeenten gebeurt aan de hand van ‘Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Bladel’ en ‘Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Bladel’. In de verordening staat welke hulp of voorzieningen er zijn, hoe iemand die kan aanvragen en welke rechten en plichten inwoners hebben. In de beleidsregels staat hoe wordt beoordeeld of iemand hulp nodig heeft, wanneer iemand in aanmerking komt voor een voorziening en hoe keuzes worden gemaakt bij aanvragen.

Opgenomen in doorbelasting Maatschappelijke Dienstverlening

Grip op data

Een goede informatiebron met inzicht in cijfers en ontwikkelingen op het gebied van maatwerkvoorzieningen.

Management- en bestuursrapportage en PowerBI

De cijfers en ontwikkelingen met betrekking tot maatwerkvoorzieningen worden meerdere keren per jaar door Samenwerking Kempengemeenten aan de gemeente aangeboden in een management- en bestuursrapportage. Daarnaast zijn cijfers met betrekking tot de diverse maatwerkvoorzieningen in te zien in de dashboardapplicatie PowerBi. De gemeente is doorlopend in gesprek met Samenwerking Kempengemeenten om deze cijfers en ontwikkelingen effectief in te zetten voor het ontwikkelen van beleid.

Opgenomen in doorbelasting Maatschappelijke Dienstverlening

Optimaliseren toegang (Brede Visie Welzijn)

De ambities uit de Brede Visie Welzijn maken dat er behoefte is aan het optimaliseren van de Bladelse toegang tot ondersteuning en zorg binnen het sociaal domein

De gemeente onderzoekt waaruit een verbeterde toegang in gemeente Bladel moet bestaan. In het uitvoeringsplan Brede Visie Welzijn is weergegeven op welke wijze we met de toegang aan de slag gaan om te komen tot een sterke, laagdrempelige en mogelijk integrale toegang waarbij inwoners weten waar zij terecht kunnen en adequaat ondersteund worden bij al hun (enkelvoudige en meervoudige en/of complexe) hulpvragen.

Projectkosten voor het optimaliseren van de toegang

€38.000

(Onafhankelijke) Cliëntondersteuning

Via het subsidiejaarprogramma subsidiëren wij diverse partijen die inwoners onafhankelijke cliëntondersteuning kunnen bieden.

Een cliëntondersteuner helpt bij het formuleren van de hulpvragen van de inwoner, het vinden van passende hulp en ondersteuning, het voorbereiden op en voeren van het keukentafelgesprek, en bij het aanvragen van een regeling. Naast algemene cliëntondersteuning is er specialistische cliëntondersteuning voor ouderen, inwoners met psychische kwetsbaarheid en inwoners met autisme, niet-aangeboren hersenletsel en/of een lichte verstandelijke beperking.

Opgenomen in het subsidiejaarprogramma

Toezicht

Een proactieve vorm van toezicht, waarbij wordt gelet op incidenten, kwaliteit en rechtmatigheid.

Rechtmatigheidstoezicht

Het toezicht of de uitvoering van de Wmo gebeurt volgens de wet- en regelgeving en het beschikbare budget rechtmatig wordt besteed. Dit gebeurt door de GRSK.

Kwaliteitstoezicht

Het toezicht of de ondersteuning binnen de Wmo doelmatig, veilig en van goede kwaliteit wordt geleverd aan inwoners. Dit wil de gemeente gaan versterken met de inzet van een professionele toezichthouder, die de bevoegdheden heeft om proactief en steekproefsgewijs toezicht te houden. De gemeente zoekt hierbij samenwerking op met omliggende gemeenten omdat aanbieders van voorzieningen een contract hebben met meerdere gemeenten.

Calamiteitentoezicht

Het toezicht op het melden, onderzoeken en opvolgen van ernstige incidenten of onverwachte gebeurtenissen binnen de Wmo-ondersteuning. Dit gebeurt door GGD Hart van Brabant.

€6.500 opgenomen in financieel kader hoofdstuk 5

Beschermd Wonen

Een doordecentralisatie van het product Beschermd Wonen die werkbaar is voor zowel centrumgemeente Eindhoven als de regio.

Wet woonplaatsbeginsel

De gemeente wacht al jaren op de Wet woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen. Deze wet maakt de beweging van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis mogelijk en zorgt voor een objectief verdeelmodel voor de middelen die gemeenten ontvangen voor BW. Bij aanvang van dit beleidskader fungeert Eindhoven als centrumgemeente die de middelen voor beschermd wonen vanuit het Rijk ontvangt en uitvoering geeft aan het product beschermd wonen.

Doordecentralisatie

De gemeente is met gemeente Eindhoven in overleg over een vorm van doordecentralisatie, zonder dat hier al een wettelijke grondslag voor is. Hierbij is het belangrijk om alle gevolgen van de doordecentralisatie in kaart te brengen en een vorm te kiezen die werkbaar is voor zowel Eindhoven als centrumgemeente, als de kleinere gemeenten in de regio zoals gemeente Bladel.

Nog onbekend, de financiële gevolgen van een eventuele doordecentralisatie verschillen per vorm. Dit is bij aanvang van het beleidskader nog niet bekend.

Voldoende woonplekken waar ambulante zorg geboden kan worden

Zowel voor inwoners met begeleid of beschermd thuis ondersteuning als voor personen met mobiliteitsproblemen die zelfstandig willen blijven wonen.

Uitstoommogelijkheden

Voor inwoners die behandeling of begeleiding in een zorginstelling afronden is het belangrijk om een eigen stabiele woonplek te hebben, waar zij verder kunnen werken aan hun herstel met ambulante zorg. Plekken waar zij tijdig een geschikte woning kunnen vinden zijn er op dit moment te weinig. We zoeken daarom actief naar mogelijkheden om meer plekken voor uitstroom naar ambulante zorg te creëren.

Samenwerkingstafel Wonen, Welzijn en Zorg

In navolging van de woonzorgvisie en bijbehorend uitvoeringsprogramma is de Samenwerkingstafel Wonen, Welzijn en Zorg gevormd. Bij deze samenwerkingstafel gaan gemeenten en woon-, welzijns- en zorgorganisaties met elkaar in gesprek om ervaringen te delen en samen tot oplossingen te komen. In werkgroepen wordt doorgepraat op specifieke thema’s, zoals uitstroom uit zorg.

n.v.t.

4. Overkoepelende thema’s

Welke overkoepelende thema’s mogen we niet vergeten?

Naast thema’s die aansluiten bij de lagen van de zelfredzaamheidspiramide, zijn er thema’s door alle lagen heenlopen. Dat maakt deze thema’s niet minder belang-rijk. Daarom gaat dit hoofdstuk in op Complexe Casuïstiek, Zorg en veiligheid, Wet verplichte GGZ, Inclusie en toegankelijkheid, Dementievriendelijke gemeente, Vrijwilligers, Samenwerking in het sociaal domein en de Adviesraad Sociaal Domein.

Wat willen we (blijven) bereiken?

Wat?

Hoe?

Jaarlijkse kosten

Procesregie complexe casuïstiek

Bij complexe casuïstiek in het sociaal domein kan de gemeente procesregie pakken. De procesregisseur zet de juiste hulpverleners om tafel en bevordert een goede samenwerking.

De gemeente zorgt voor een procesregisseur die regie kan nemen in geval van complexe casuïstiek. De procesregisseur organiseert multidisciplinaire overleggen in geval van complexe casuïstiek en werkt samen met de interne veiligheidscoördinator, burgemeester en portefeuillehouders zorg op het gebied van zorg en veiligheid. Ook organiseert de procesregisseur vier keer per jaar een themabijeenkomst voor hulpverleners die betrokken zijn bij complexe casuïstiek in het sociaal domein.

€65.000 opgenomen in financieel kader hoofdstuk 5

Bijzonder maatwerk complexe casuïstiek

Complexe casuïstiek past niet altijd in een standaard oplossing. Het is belangrijk om ook dan snel en oplossingsgericht te kunnen handelen.

Soms is bij een ingewikkelde situatie extra maatwerk nodig. Er moet dan bijvoorbeeld snel gehandeld kunnen worden om erger te voorkomen of er is geen oplossing te vinden binnen de voor de hand liggende mogelijkheden. Hiervoor is jaarlijks een budget beschikbaar, dat in overleg met de procesregisseur complexe casuïstiek wordt ingezet in complexe situaties.

€10.000 opgenomen in financieel kader hoofdstuk 5

Veiligheidscasuïstiek

Veilig thuis

In de Wmo staat de taak van het college beschreven om zorg te dragen voor de inrichting van een Veilig Thuis-organisatie. Dit loopt in gemeente Bladel via het Jeugdbeleid.

Veiligheidscasuïstiek 18+ (pilot)

De Kempengemeenten hebben de verantwoordelijkheid voor jeugd gerelateerde veiligheidscasuïstiek bij het CJG+ de Kempen (onderdeel van Maatschappelijke Dienstverlening, GRSK) belegd. Van januari 2025 tot en met december 2026 loopt een pilot waarbij een speciaal team ook veiligheidscasuïstiek (o.a. Veilig Thuis meldingen) volwassen casuïstiek oppakt voor de vier Kempengemeenten.

Veiligheidscasuïstiek 18+: Opgenomen in doorbelasting Maatschappelijke Dienstverlening

Zorgwekkend en/of onbegrepen gedrag

Landelijk is een toename te zien van zorgwekkend en/of onbegrepen gedrag in de wijk. Daarom is er een meldpunt, zorgt de gemeente dat de WVGGZ zorgvuldig kan worden toegepast en is er een Wijk-GGz actief.

Meldpunt Zorgwekkend Gedag

De gemeente zorgt voor aansluiting bij het meldpunt voor verward en onbegrepen gedrag van GGD Brabant-Zuidoost. Zorgen om iemand met verward gedrag? Dan kan je 0800-1205 bellen.

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (WVGGZ)

De burgemeester is bevoegd om vormen van verplichte zorg uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg op te leggen. Het is belangrijk dat dit op zorgvuldige wijze met inachtneming van de hoorplicht gebeurd. De gemeente zorgt dat de hoorplicht op professionele wijze binnen de daarvoor gestelde termijn wordt uitgevoerd. Beide taken zijn uitbesteed aan professionele organisaties.

Wijk-GGz

De gemeente zorgt voor Wijk-GGz die werkt op het snijvlak van zorg en veiligheid. De Wijk-GGz zorgt ervoor dat inwoners met zorgwekkend en/of onbegrepen gedrag snel de juiste zorg en ondersteuning krijgen waarmee verdere escalatie van overlast en onveilige situaties beperkt blijft of voorkomen wordt. Daarbij wordt samengewerkt met betrokken professionals, zoals, politie, huisartsen, gemeenten, cliëntondersteuners, GGD en met andere organisaties en personen zoals zorginstellingen, woningbouwcoöperaties, buren en vrijwilligersorganisaties, om snel en passend tot een aanpak te komen. We ontvangen landelijke subsidie om dit te realiseren, maar betalen als gemeente ook een deel zelf.

Inkoop van meldpunt, hoorplicht WVGGZ en Wijk-GGz

€16.800

+ €15.000

Vrijwilligers

Vrijwilligers zijn van onschatbare waarde, zowel voor ons rijke en actieve verenigingsleven, als ter ondersteuning van diverse maatschappelijke organisaties. Het is daarom belangrijk dat we hen blijven stimuleren, faciliteren en ondersteunen.

Vrijwilligersbureau en vrijwilligersondersteuner

Het Vrijwilligersbureau Bladel is een laagdrempelige plek voor vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties. Vraag en aanbod worden aan elkaar gekoppeld met behulp van een vacaturesite en inloopspreekuur. Niet alleen potentiële vrijwilligers maar ook begeleiders van cliënten afkomstig van UWV, GGzE of mantelzorgers of (vrijwilligers)organisaties weten hen te vinden.

Een Vrijwilligersondersteuner stuurt het Vrijwilligersbureau Bladel aan en organiseert het Platform Informele Zorg, maar ondersteunt ook organisaties, voert namens de gemeente acties op het gebied van vrijwilligers uit en springt in op de actualiteit door presentaties en informatieavonden. Ook stimuleert de vrijwilligersondersteuner waar mogelijk scholen en bedrijven bij het zoeken naar vrijwilligerswerk als onderdeel van hun maatschappelijke betrokkenheid.

Platform Informele Zorg

Het Platform Informele Zorg creëert netwerkmogelijkheden tussen verschillende vrijwilligersorganisaties maar ook tussen formele en informele organisaties, bedrijven en scholen. Hiermee trachten we de lijntjes met elkaar kort te houden.

Vrijwilligerswaardering

Niet-gesubsidieerde organisaties kunnen een waarderingssubsidie ontvangen om hun vrijwilligers te belonen, bijv. met een presentie of lunch. In het totaal is hier jaarlijks €9.000,- voor beschikbaar, wat bij een groot aantal aanvragen naar rato wordt verdeeld.

Elke vier jaar organiseert de gemeente een vrijwilligersbedanktavond inclusief het uitreiken van vrijwilligersawards en het in het zonnetje zetten van ‘stille vrijwilligers’. De volgende bedankavond is in 2027.

Vrijwilligersverzekering

De gemeente heeft een collectieve vrijwilligersverzekering voor vrijwilligers, mantelzorgers en maatschappelijke stagiaires waarin de meest voorkomende schades zijn opgenomen. Deze verzekering is een secundaire verzekering, die dient als vangnet wanneer de eigen verzekering de schade niet dekt.

€16.000 (+ €8.500 in 2027) opgenomen in financieel kader hoofdstuk 5

Ouderen

Ouderenconsulent

De functie van ouderenconsulent bestaat in gemeente Bladel sinds 5 jaar en heeft zijn waarde al uitgebreid bewezen. De ouderenadviseur ondersteunt ouderen bij hulpvragen op het gebied van wonen, zorg, welzijn en eenzaamheid, en blijft als spin in het web fungeren tussen gemeente, ouderen en de seniorenverenigingen. De ouderenadviseur heeft aandacht voor alle diverse ouderen in de gemeente.

Ouder worden in gemeente Bladel

De gemeente blijft, met behulp van de ouderenconsulent, inzetten op:

  • -

    Bereik van ouderen middels persoonlijk contact

  • -

    Eigen regie op het gebied van wonen, welzijn en zorg

  • -

    Huisvesting middels toekomstgerichte woningbouw en -aanbod

  • -

    (mantel)Zorg

  • -

    Eenzaamheid

Dementievriendelijke gemeente

Het aantal ouderen met dementie neemt de komende jaren nog toe. Het grootste deel van de dementerende ouderen blijft thuis wonen. Het voorbereiden van de samenleving hierop, vanuit het project Dementievriendelijke gemeente, vraagt blijvende inzet van de gemeente en andere partners.

Valpreventie

Met behulp van middelen uit het Gezond en Actief Leven Akkoord wordt stevig ingezet op valpreventie bij ouderen. Dit waren tijdelijke middelen, maar deze worden vanuit een nieuw akkoord (Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord) structureel gemaakt, zodat de aanpak valpreventie kan worden voortgezet.

€25.000 voor projecten ouderenbeleid 

€5.000 voor dementievriendelijke gemeente opgenomen in financieel kader hoofdstuk 5

Valpreventie opgenomen in plan van aanpak brede SPUK / GALA

Adviesraad sociaal domein

Een professionele adviesraad die zich goed toegerust voelt om gebruikers van gemeentelijke voorzieningen te vertegenwoordigen.

We creëren samen met de adviesraad een werkwijze waarin wordt gewerkt in drie werkgroepen die zich specialiseren. Deze werkgroepen worden eerder in het beleidsproces betrokken, bereiden de adviesvorming voor de adviesraad voor en kunnen scholing volgen om zich op hun eigen thema’s te ontwikkelen.

€3.000 opgenomen in financieel kader hoofdstuk 5

Inclusiviteit en toegankelijkheid (Brede Visie Welzijn)

Door middel van actiepunten in de Lokale Inclusie Agenda wordt gewerkt aan een inclusieve gemeente voor alle inwoners. Hierbij is in het bijzonder aandacht voor inwoners met een beperking of die buiten de gemeente zijn geboren.

Inclusiviteit en toegankelijkheid zijn belangrijke thema’s uit de Wet Maatschappelijke ondersteuning. Ook het VN-verdrag over rechten van mensen met een beperking benadrukt dit. Deze thema’s dragen namelijk bij aan de eigen kracht van de inwoner, maar hebben op betrekking op het sociale netwerk. Soms zijn algemene voorzieningen of maatwerkvoorzieningen nodig om inclusiviteit of toegankelijkheid te bereiken. Daar is een Lokale Inclusie Agenda opgesteld, als onderdeel van het Uitvoeringsplan Brede Visie Welzijn. In deze agenda zijn de belangen van veel inwoners die gebruik maken van voorzieningen uit de wet maatschappelijke ondersteuning meegenomen. Samen met onder andere Bladel Inclusief gaan we uitvoering geven aan de acties uit de Lokale Inclusie Agenda.

Opgenomen in Lokale Inclusie Agenda 2025-2027

5. Uitvoering en monitoring

5.1 Financieel kader:

Niet alle bovengenoemde ambities komen terug in het financieel kader. Sommige acties worden namelijk al op andere wijze gefinancierd, bijvoorbeeld via het subsi-diejaarprogramma, specifieke uitkeringen (SPUK), losse projecten of de doorbelasting van Maatschappelijke Dienstverlening. De totale kosten aan specifieke finan-ciële inzet voor het beleidskader Maatschappelijke Ondersteuning zijn gelijk gebleven aan voorgaande jaren. Wel zijn sommige budgetten anders verdeeld, zodat ze effectiever in te zetten zijn en door het jaar heen in de P&C-cyclus duidelijk te zien is welke inzet op welke onderwerpen wordt geleverd.

Eigen kracht

Onderwerp

Bestaat uit

Jaarlijkse kosten

Informatievoorziening en bewustwording

  • Communicatieplan digitale sociale kaart

  • Bewustwordingscampagne mentale gezondheid

€ 3.000,-

Totaal in beleidskader MO

€ 3.000,-

Sociaal netwerk (Samenkracht en burgerparticipatie)

Onderwerp

Bestaat uit

Jaarlijkse kosten

Mantelzorgwaardering en mantelzorgondersteuning

  • Dag van de mantelzorg (lunch + diner)

  • Mantelzorgwaarderingskaart

  • Ondersteuningsactiviteiten

€ 26.000,-

Ruimte voor nieuwe burgerinitiatieven

  • Incidentele subsidieverstrekkingen voor burgerinitiatieven

€ 5.000,-

Totaal in beleidskader MO

€ 31.000,-

Algemene en voorliggende voorzieningen

Onderwerp

Bestaat uit

Jaarlijkse kosten

Stimulering voor nieuwe algemene voorzieningen

  • Subsidieverstrekkingen voor het opzetten van nieuwe voorzieningen

€ 11.000,-

Totaal in beleidskader MO

€ 11.000,-

Maatwerkvoorzieningen (Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Wmo)

Onderwerp

Bestaat uit

Jaarlijkse kosten

Optimaliseren toegang

  • Projectkosten

€ 38.000,-

Toezicht

  • Inkoop calamiteitentoezicht

  • Inkoop (proactief) kwaliteitstoezicht

€ 6.500,-

Totaal in beleidskader MO

€44.500,-

Overkoepelende thema’s (Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Integraal)

Onderwerp

Bestaat uit

Jaarlijkse kosten

Procesregie complexe casuïstiek incl. bijzonder maatwerk

  • Procesregisseur

  • Budget voor bijzonder maatwerk

€ 75.000,-

Zorgwekkend en/of onbegrepen gedrag

  • Meldpunt WVGGZ

  • Hoorplicht WVGGZ

  • Wijk-GGz

€ 31.800,-

Vrijwilligers

  • Waarderingssubsidie

  • Vrijwilligersbureau

  • Collectieve vrijwilligersverzekering

  • Overige kosten

  • Vrijwilligersbedankavond en vrijwilligersawards (2027)

€16.000 (2027: + €8.500)

Dementie

  • Activiteiten werkgroep dementievriendelijke gemeente

€ 5.000,-

Ouderen

  • Projectkosten ouderenbeleid

€25.000,-

Adviesraad sociaal domein

  • Contributie Koepel Adviesraden

  • Vergoeding en waardering adviesraadleden

  • Scholing

€ 3.000,-

Totaal in beleidskader MO

€155.800,-

Diverse taken in het kader van de Wmo

Onderwerp

Bestaat uit

Jaarlijkse kosten

 
  • Diversen / onvoorzien

€1.000,-

Totaal in beleidskader MO

€1.000,-

Totaal gehele beleidskader MO

€246.300,-

5.2 Evaluatie en bijstelling

Dit beleidskader heeft een looptijd van 2026 tot en met 2030. Voor de evaluatie en bijstelling van dit beleidskader wordt onderstaande planning aangehouden:

Tussentijdse evaluatie beleidskader: 2027

Aan de hand van:

  • Stand van zaken ambities

Eindevaluatie beleidskader: 2029/2030

Aan de hand van:

  • Stand van zaken ambities

  • Cliëntervaringen (o.a. CEO Maatschappelijke dienstverlening)

  • Outcome-indicatoren (o.a. rapportages Maatschappelijke dienstverlening, GGD monitor)

Bijgesteld beleidskader voor 2031 e.v.: 2030

Aan de hand van:

  • Evaluaties beleidskader

  • Accountgesprekken maatschappelijk (subsidie) partners

  • Input adviesraad sociaal domein

Ondertekening

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 18 december 2025.

De raad voornoemd,

de griffier,

de voorzitter,


Noot
1

Brede Visie Welzijn (zoals vastgesteld in: Gemeenteraad van Bladel, 7 mei 2024)

Noot
2

Evaluatie mantelzorgbeleid (zoals vastgesteld in: Gemeenteraad van Bladel, 3 november 2022)

Noot
3

Uitvoeringsplan & monitoring Brede Visie Welzijn (zoals vastgesteld in: Gemeenteraad van Bladel, 25 september 2025)

Noot
4

Lokale Inclusie Agenda (zoals vastgesteld in: Gemeenteraad van Bladel, 25 september 2025)