MANDAATBESLUIT HEFFING BELASTINGEN 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

MANDAATBESLUIT HEFFING BELASTINGEN 2026

De ambtenaar belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen zijnde de in artikel 231,

tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar van Hilversum;

gelet op het bepaalde in Titel 4, Hoofdstuk XV, Paragraaf 4, van de Gemeentewet en

Hoofdstuk 10, Titel 10.1, afdeling 10.1.1, van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUIT:

I. Het Mandaatbesluit heffing Belastingen 2023 in te trekken.

II. De uitoefening van de bevoegdheden die hieronder staan vermeld te verlenen aan de

daarbij genoemde functionarissen onder de daarbij vermelde specifieke bepalingen.

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

In dit besluit wordt een aantal begrippen gehanteerd, waaronder het volgende wordt verstaan:

a. mandaat : de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan (de

mandaatgever) een besluit te nemen in de zin van artikel

1:3 Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: Awb);

b. mandaatgever : degene die het mandaat verleent;

c. gemandateerde : degene die het mandaat ontvangt;

d. de heffingsambtenaar : de ambtenaar belast met de heffing van de gemeentelijke

belastingen;

e. belastingen : Belastingen en retributies waaronder leges, rechten en de

BIZ-bijdragen.

Artikel 2

Algemeen

1. De heffingsambtenaar kan mandaat verlenen aan medewerkers van het team Belastingen en Gegevensbeheer of aan voor de uitvoering van een taak speciaal aangewezen functionarissen. Deze laatsten kunnen ook personen zijn die niet in een ondergeschikte positie tegenover de mandaatgever verkeren.

2. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in dit besluit wordt het daaromtrent gestelde bij of krachtens wetten, besluiten, verordeningen, regelingen, aanwijzingen en richtlijnen, hoe ook genaamd, van Europese, Rijks, provinciale en gemeentelijke wetgevers of andere bestuursorganen in acht genomen.

Artikel 3

Verantwoordelijkheid

De in dit besluit bedoelde bevoegdheden worden door de functionaris aan wie mandaat is verleend, uitgeoefend in naam en onder verantwoordelijkheid van de heffingsambtenaar.

Artikel 4

Uitgesloten mandaat

1. De heffing van de retributies en belastingen als bedoeld in dit besluit zijn niet gemandateerd, tenzij anders vermeld.

2. Het afdoen van bezwaar- en (hoger)beroepschriften betreffende de heffing van retributies en belastingen als bedoeld in dit besluit is niet gemandateerd, tenzij anders vermeld.

Artikel 5

Ondertekening

In de ondertekening dient tot uitdrukking te worden gebracht, dat het besluit is genomen krachtens mandaat. Hierbij wordt de volgende formulering aangehouden:

Namens de ambtenaar belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen,

en dan de functie en naam van de gemandateerde en zijn of haar handtekening.

Artikel 6

Terinzagelegging en bekendmaking

Mandaatbesluiten worden digitaal ter inzage gelegd in de burgerleeskamer bij de afdeling Publiekszaken, Stadskantoor, Oude Enghweg 23. Ook wordt de mededeling op elektronische wijze bekend gemaakt via de website www.officielebekendmakingen.nl.

Artikel 7

Ondermandaat, het doorgeven van volmacht of machtiging

1. Indien en voor zover in dit besluit niet anders is aangegeven, is onder mandaat toegestaan.

2. Onder mandatering geschiedt bij schriftelijk besluit door de oorspronkelijke gemandateerde.

De oorspronkelijke gemandateerde blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van de onder-gemandateerde. Deze onder gemandateerde bevoegdheden worden in een register opgenomen.

Dit register wordt digitaal ter inzage gelegd in de burgerleeskamer bij de afdeling Publiekszaken, Stadskantoor, Oude Enghweg 23. Ook wordt de mededeling op elektronische wijze bekend gemaakt via de website www.officielebekendmakingen.nl.

3. Onder mandaten worden ter kennis van de heffingsambtenaar gebracht.

Artikel 8

Vergunning parkeren

Aan de teammanager van het team Vergunningen van de afdeling Vergunningen,

Veiligheid en Bestuurszaken wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de heffing van gelden voor vergunning parkeren.

Artikel 9

Retributies afdeling Publiekszaken

Aan de teammanager van het team Financiën van de afdeling Bedrijfsvoering wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de heffing van marktgelden, havengelden en de leges ten aanzien van de rooi- en ventvergunningen.

Artikel 10

Retributies en belastingen afdeling Interne Advisering

Aan de teammanager van het team Financiën van de afdeling Bedrijfsvoering wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de heffing van leges en de BIZ-bijdragen Gijsbrecht e.o. van deze Afdeling.

Artikel 11

Retributies afdeling Publiekszaken

Aan de teammanager van het team Backoffice van de afdeling Publiekszaken wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de heffing van deze leges.

Artikel 12

Retributies en belastingen afdeling Bedrijfsvoering overige

Aan de teammanager van het team Financiën van de afdeling Bedrijfsvoering wordt de bevoegdheid verleend betreffende: de heffing van de niet jaarlijkse precariobelasting, staangeld voor woonwagens en leges betreffende bestuursstukken, diverse wetten en verordeningen, archief, welstand, Kadaster, milieu en overige stukken en zaken.

Artikel 13

Aanhaling en inwerkingtreding

1. Dit besluit wordt aangehaald als het “Mandaatbesluit Heffing Belastingen 2026”.

2. Het besluit treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt het besluit van 11 december 2023.

Hilversum, 11 december 2025.

de ambtenaar belast met de heffing van de gemeentelijke

belastingen,

de heer A. van Zuylen

TOELICHTING OP HET MANDAATBESLUIT HEFFING BELASTINGEN 2026

Algemeen

De gemeenteambtenaar die belast is met de heffing van de gemeentelijke belastingen (“de inspecteur”) heeft de volgende bevoegdheden:

 uitreiken van aangiftebiljetten;

 fungeren als functionaris bij wie de aangifte moet worden gedaan;

 vorderen van gegevens, inlichtingen en inzage van boeken en bescheiden op grond van artikel 231 van de Gemeentewet, artikel 246a van de Gemeentewet, artikel 30 van de Wet WOZ, artikel 31 van de Wet WOZ, artikel 56 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 63a van de Invor-deringswet 1990;

 vaststellen van (voorlopige) aanslagen en (ambtshalve) bepalen van de waarde (artikel 20 Wet WOZ);

 navorderen dan wel naheffen van belastingen;

 verlenen van vrijstelling, vermindering en ontheffing voor zover de verordening daarin voorziet;

 behandelen van en uitspraak doen op WOZ-beschikkingen, verzoekschriften en bezwaarschriften, behandelen van (hoger)beroepschriften (vertoogschriften, repliek en dupliek, pleitnota´s), verstrek-

ken van inlichtingen en gegevens.

In dit verband wordt niet onder heffing gerekend het toepassen van artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hardheidsclausule) en artikel 66 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (gehele of gedeeltelijke kwijtschelding).

Soorten belasting

Hieronder volgt een opsomming van soorten belasting/retributies ten aanzien waarvan de ambtenaar

Belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen bevoegd is tot heffing.

 Onroerendezaakbelastingen

 Rioolheffing

 Afvalstoffenheffing

 Precariobelasting

 Parkeerbelastingen

 BIZ-bijdragen

 Marktgelden

 Havengelden

 Leges als genoemd in de Legesverordening

Daarnaast is de ambtenaar belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen bevoegd tot het vast-

stellen van de waarde van de onroerende zaken bij een voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in

artikel 20 e.v. van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ).

In de praktijk is de heffing, inning en invordering gesplitst.

Het team Belastingen en Gegevensbeheer verzorgt de heffing van:

 Onroerendezaakbelastingen

 Rioolheffing

 Afvalstoffenheffing

 Precariobelasting, jaarlijkse (structurele) aanslagen

 BIZ-bijdragen

 Toeristenbelasting

De directeur van Coöperatie Parkeerservice U.A. verzorgt de heffing en invordering van:

 Parkeerbelastingen, de naheffingsaanslagen.

Het team Financiën van de afdeling Bedrijfsvoering verzorgt de heffing en inning van:

 Precariobelasting, de niet jaarlijkse (incidentele) aanslagen

 Leges

 Havengelden

 Marktgelden

 Staangelden woonwagens

De invordering van deze belastingen is vanaf de laatste vervaltermijn (= eerste aanmaning) gemandateerd aan de directeur van Cannock Chase Public.

Het team Belastingen en Gegevensbeheer cluster Belastingen verzorgt de inning en invordering van:

 Onroerendezaakbelastingen

 Rioolheffing

 Afvalstoffenheffing

 Precariobelasting, jaarlijkse (structurele) aanslagen

 BIZ-bijdragen

 Toeristenbelasting

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 1

De ambtenaar belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen is in de hoedanigheid van gemeenteambtenaar die is aangewezen als heffingsambtenaar een bestuursorgaan. Op zijn handelen/besluiten zijn daardoor de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dat geldt ook voor afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht inzake mandaat. Nu zowel de ambtenaar belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen zijn bevoegdheden rechtstreeks aan de wet ontleent kan hij zijn bevoegdheden mandateren (en toestaan dat onder mandaat wordt verleend).

Artikel 3

Het kenmerk van mandaat is dat de bevoegdheid in naam van het bestuursorgaan, in dit geval de ambtenaar belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen wordt uitgeoefend. De ambtenaar belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen blijft echter verantwoordelijk en kan altijd aanwijzingen geven en beperkingen opleggen ten aanzien van de uit te oefenen bevoegdheid. Een in mandaat genomen besluit geldt altijd als een besluit van het bestuursorgaan, mits dit binnen de grenzen van het mandaat is gebleven.

In de Algemene wet bestuursrecht worden in artikel 10:3 de grenzen van mandaat bepaald. Dit wordt als volgt geformuleerd:

Mandaat is niet toegestaan wanneer het bij wettelijk voorschrift is uitgesloten en wanneer de aard van de bevoegdheid zich ertegen verzet. Bij dit laatste kunnen drie soorten situaties worden onderscheiden:

1. Mandaatverlening is geheel uitgesloten. Bijvoorbeeld de aard van de bevoegdheid om in bezwaar te beslissen verzet zich tegen mandatering aan degene die ook het primaire besluit heeft genomen.

2. Er zijn bevoegdheden waarbij mandaat op zich niet uitgesloten is, maar waarbij de positie van degene aan wie gemandateerd zou worden zich tegen mandatering verzet.

3. Er zijn ook bevoegdheden waarbij mandaat op zich niet is uitgesloten, maar waarbij de omstandigheden zich tegen mandaatverlening verzetten. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de volgende situaties:

 voorzienbaar is dat het besluit politiek gevoelige en publicitaire consequenties heeft;

 uit het te nemen besluit niet voorziene financiële of andere belangrijke consequenties kunnen voortvloeien;

 indien de gemandateerde enige twijfel koestert of zich een omstandigheid voordoet waarbij de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaatverlening verzet.

Artikel 4

De afhandeling van fiscaal bezwaar en (hoger)beroep wordt niet gemandateerd aan medewerkers van andere afdelingen/diensten. De afhandeling van fiscaal bezwaar en (hoger)beroep blijft bij het team Belastingen en Gegevensbeheer cluster belastingen vanwege de daar aanwezige specifieke kennis op belastinggebied.

Artikel 5

In de ondertekening van een in mandaat genomen besluit moet tot uitdrukking komen namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen. De in dit artikel opgenomen formulering brengt dit voldoende

tot uitdrukking.

Artikel 7

Ondermandaat kan alleen met instemming van de mandaatgever worden verleend. Dit komt omdat een

in mandaat genomen besluit als een besluit van de mandaatgever geldt. De verantwoordelijkheid van de mandaatgever (in dit geval de ambtenaar belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen of de ambtenaar belast met de invordering van de gemeentelijke belastingen) is in het geding en daarom moet de mandaatgever zijn instemming geven voor het ondermandaat. Dat wordt in lid 1 geregeld.

Het ligt voor de hand dat verder ondermandateren (dus een “onder-ondermandaat”) niet mogelijk is.

Dit blijkt ook uit de Algemene wet bestuursrecht. In artikel 10:9 lid 1 wordt de mogelijkheid van onder mandaat geregeld. In lid 2 van dat artikel wordt aangegeven dat de overige bepalingen van de af-

deling over mandaat van overeenkomstige toepassing zijn (dus artikel 10:9 zelf niet).

Ondertekening