Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754882
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754882/1
Gemeenschappelijke Regeling Muskusrattenbestrijding Noord-Brabant 2025
Geldend van 06-01-2026 t/m heden
Intitulé
Gemeenschappelijke Regeling Muskusrattenbestrijding Noord-Brabant 2025De dagelijks besturen van
- waterschap Brabantse Delta, zetelende te Breda,
- waterschap Aa en Maas, zetelende te ‘s-Hertogenbosch,
- waterschap De Dommel, zetelende te Boxtel;
Gelet op artikel 1, derde lid van de Waterschapswet en de artikelen 50-50k van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
Overwegende:
- Dat op grond van artikel 1 Waterschapswet, onder meer, als taak heeft het beheer van watersystemen en dit mede omvat het voorkomen van schade aan waterstaatswerken veroorzaakt door muskus- en beverratten.
- Dat ten behoeve van de doelmatige bestrijding van de muskusratten en beverratten gewenst is dat de waterschappen samenwerken;
- Dat de organisatie van de muskus- en beverrattenbestrijding is ondergebracht bij waterschap Brabantse Delta;
- Dat de waterschappen de samenwerking alsmede de daarbij behorende verdeling van kosten en risico’s wensen vorm te geven op basis van een lichte gemeenschappelijke regeling ex artikel 50 Wet gemeenschappelijke regelingen;
- Dat de algemeen besturen van de waterschappen op grond van het bepaalde in artikel 50, tweede lid, van de wet toestemming hebben gegeven voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling.
BESLUITEN:
De Gemeenschappelijke Regeling Muskusrattenbestrijding Noord-Brabant, inclusief toelichting, gewijzigd vast te stellen, luidende als volgt:
Gemeenschappelijke Regeling Muskusrattenbestrijding Noord-Brabant 2025
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen
b. de waterschappen: de waterschappen Brabantse Delta, Aa en Maas en De Dommel
c. het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de waterschappen
d. het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de waterschappen
e. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant
f. werkzaamheden: het verrichten van de bestrijding van muskusratten en beverratten
g. middelen: middelen bestemd voor de uitvoering van de werkzaamheden
h. muskusrattenbestrijding: de bestrijding van muskus- en beverratten op grond van artikel 1, derde lid van de Waterschapswet ten behoeve van het beheer van watersystemen, wat mede omvat het voorkomen van schade aan waterstaatswerken veroorzaakt door muskus- en beverratten
i. Vergaderingen: de bijeenkomsten van door hun waterschap aangewezen DB-leden ter uitvoering van deze gemeenschappelijke regeling.
Artikel 2 Te behartigen belang
-
1. Deze regeling wordt gesloten in het belang van een goede samenwerking tussen de waterschappen met betrekking tot het voorkomen van schade aan waterstaatswerken veroorzaakt door muskus- en beverratten.
-
2. De werkzaamheden omvatten de uitvoering van de muskus- en beverrattenbestrijding in de provincie Noord-Brabant, een en ander zoals aangegeven op de bijbehorende gebiedskaart.
Artikel 3 Vergaderingen
-
1. De waterschappen vergaderen tenminste eenmaal per jaar en voorts zo vaak als ten minste één waterschap schriftelijk en met opgaaf van redenen daarom verzoekt.
-
2. Ieder waterschap wordt vertegenwoordigd door een lid van het dagelijks bestuur.
-
3. De waterschappen beslissen bij gewone meerderheid van stemmen van het aantal aanwezige leden. Elk der leden heeft één stem.
-
4. De waterschappen kunnen voor hun vergadering een reglement van orde vaststellen. Daarbij kan geen wijziging worden gebracht in hetgeen in deze regeling is geregeld.
-
5. De vergaderingen worden voorbereid en voorgezeten door waterschap Brabantse Delta.
Artikel 4 Uitvoering van de werkzaamheden
De taak zoals genoemd in artikel 2 wordt uitgeoefend door en onder verantwoordelijkheid en regie van het waterschap Brabantse Delta. Tot deze taak behoort tevens:
- 1.
Het opstellen van een begroting, jaarrekening, planning en beleid voor het inzetten van de muskusrattenbestrijders.
- 2.
Het één maal per jaar aan de deelnemende waterschappen uitbrengen van een rapportage van de werkzaamheden, inclusief het resultaat van de geleverde prestaties, inzake de werkzaamheden over het afgelopen jaar.
- 3.
Het verstrekken van alle relevante schriftelijke informatie indien daarom door één van de deelnemende waterschappen wordt verzocht.
Artikel 5 Rechtspositie
Benoeming, bezoldiging, bevordering, schorsing en ontslag van het personeel dat de werkzaamheden uitvoert, vindt plaats door het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta. Op hen zijn de rechtspositieregelingen van dat waterschap van toepassing.
Artikel 6 Financiële deelneming
De waterschappen nemen ieder voor één derde (1/3) deel. Dit geldt eveneens ten aanzien van de risico’s.
Artikel 7 Financiën
-
1. Waterschap Brabantse Delta is belast met de uit deze regeling voortvloeiende administratie en financiering.
-
2. De jaarlijkse kosten bestaan in ieder geval uit exploitatiekosten ten behoeve van de muskusrattenbestrijding, personeelslasten in verband met de aan de werkzaamheden bestede uren en kosten van bestuur, huisvesting en administratie.
-
3. Alle baten en lasten, uit deze regeling voortvloeiende worden verantwoord in de rekening van waterschap Brabantse Delta.
-
4. Op de begroting van waterschap Brabantse Delta worden de benodigde posten voor de bedoelde baten en lasten geraamd. Uiterlijk 1 augustus van het jaar van de vaststelling van de begroting zendt waterschap Brabantse Delta het deel van de begroting dat betrekking heeft op de uitoefening van de taak als bedoeld in artikel 2 en 4, eerste lid, aan de deelnemende waterschappen ter afstemming.
Artikel 8 Voorschot en afrekening
-
1. De overige deelnemende waterschappen betalen aan waterschap Brabantse Delta tweemaal een voorschot in hun aandeel in de jaarlijkse kosten, zoals deze in de vastgestelde begroting zijn geraamd. Waterschap Brabantse Delta stelt de hoogte van de voorschotten direct na vaststelling van de begroting vast.
-
2. Het eerste deel van het voorschot bedraagt 50% van de jaarlijkse kosten en wordt voldaan vóór 15 januari van het betreffende dienstjaar. De resterende 50% van het voorschot wordt voldaan vóór 1 juli van het betreffende dienstjaar.
-
3. Na afstemming tussen de deelnemende waterschappen vindt vaststelling van de definitieve bijdrage van de deelnemende waterschappen jaarlijks plaats binnen vier weken na vaststelling van de jaarrekening door waterschap Brabantse Delta. Binnen vier weken na vaststelling van de definitieve bijdrage door waterschap Brabantse Delta vindt betaling plaats.
Artikel 9 Het archief
-
1. Waterschap Brabantse Delta zorgt voor de archiefbescheiden overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de wettelijke voorschriften daaromtrent.
-
2. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant oefenen het toezicht uit op de archiefbescheiden.
Artikel 10 Duur, inwerkingtreding en evaluatie
-
1. De gemeenschappelijke regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd;
-
2. De regeling treedt in werking met ingang van de dag, volgende op die waarop de regeling is opgenomen in de registers, bedoeld in het tweede lid van artikel 26 jo 50a van de wet.
-
3. Het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta wordt aangewezen als het bestuur als bedoeld in het eerste lid van artikel 26 jo. 50a van de wet.
-
4. Het dagelijks bestuur van een waterschap kan besluiten dat de regeling geëvalueerd moet worden. In onderling overleg wordt de invulling van de evaluatie afgestemd.
Artikel 11 Wijziging
-
1. De regeling kan worden gewijzigd bij gelijkluidende besluiten van de dagelijkse besturen van de deelnemende waterschappen.
-
2. De algemene besturen van de deelnemende waterschappen dienen op grond van het bepaalde in artikel 50, tweede lid, van de wet toestemming te geven voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling.
-
3. Het bepaalde in artikel 10, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12 Uittreding
-
1. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. De opzegtermijn vangt aan op 1 januari van het eerstvolgende boekjaar nadat een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid is gedaan. Gedurende de eerste vijf jaar na de datum van toetreding tot de regeling is uittreding door een deelnemend waterschap niet mogelijk.
-
2. Het voornemen tot uittreding wordt bij aangetekende kennisgeving aan de dagelijkse besturen van de overige deelnemende waterschappen meegedeeld.
-
3. Binnen zes maanden na ontvangst van de in het tweede lid vermelde kennisgeving wordt door het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta een berekening van de uittreedvergoeding opgesteld. Daarbij geldt dat de uittreedvergoeding wordt vastgesteld op drie keer de jaarbijdrage van het uittredende waterschap zoals opgenomen in de begroting van het jaar van uittreden.
-
4. Op grond van het in het derde lid opgestelde kostenberekening besluit het waterschap die een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan, of tot uittreding wordt overgegaan. De deelnemer besluit niet tot uittreding dan nadat het algemeen bestuur van het uittredende waterschap in de gelegenheid is gesteld een zienswijze te geven over dit besluit en bijbehorende voorlopige kostenberekening en vervolgens toestemming heeft gekregen om uit te treden, bedoeld in artikel 50, tweede lid van de wet. De in de kostenberekening omschreven financiële verplichting is voor het uittredende waterschap bindend.
-
5. Het uittredende waterschap is gehouden om binnen zes maanden de daarin voor hem omschreven financiële verplichtingen jegens de gemeenschappelijke regeling na te komen.
-
6. Alle kosten samenhangend met de uittreding (incl. fiscale consequenties) zijn voor rekening van het uitredende waterschap.
-
7. Op de voor uittreding noodzakelijk wijziging van de regeling is artikel 11 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13 Opheffing
-
1. De regeling kan worden opgeheven bij gelijkluidende besluiten van de dagelijks besturen van de deelnemende waterschappen.
-
2. De algemene besturen van de deelnemende waterschappen dienen op grond van het bepaalde in artikel 50, tweede lid, van de wet toestemming te geven voor de opheffing van de gemeenschappelijke regeling.
-
3. De deelnemende waterschappen treffen een regeling voor de gevolgen van de opheffing. Zij verlenen aan een onafhankelijke deskundige opdracht tot het opstellen van een liquidatieplan. Het liquidatieplan wordt vastgesteld door de deelnemende waterschappen. Het liquidatieplan bevat in ieder geval een regeling ten aanzien van de muskusrattenvangers die in ambtelijke dienst zijn bij waterschap Brabantse Delta.
-
4. Het bepaalde in artikel 10, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 14 Slotbepaling
Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling muskusrattenbestrijding Noord-Brabant 2025”.
Ondertekening
Ondertekening
Aldus besloten door:
Het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta
In de vergadering van 4 november 2025
Namens het dagelijks bestuur,
Dijkgraaf
Secretaris
Het dagelijks bestuur van waterschap Aa en Maas
In de vergadering van 4 november 2025
Namens het dagelijks bestuur,
Dijkgraaf
Secretaris
Het dagelijks bestuur van waterschap De Dommel
In de vergadering van 18 november 2025
Namens het dagelijks bestuur,
Watergraaf
Secretaris
Bijlage Gebiedskaart Muskusrattenbestrijding
Toelichting Gemeenschappelijke Regeling Muskusrattenbestrijding Noord-Brabant 2025
Algemeen
Aanleiding en juridisch kader
Waterschappen hebben op grond van artikel 1 Waterschapswet als taak het beheer van watersystemen. Dit omvat mede het voorkomen van schade aan waterstaatswerken veroorzaakt door muskus- en beverratten (de muskusrattenbestrijding).
Dit betekent in principe dat elk afzonderlijk waterschap verantwoordelijk is voor de muskusrattenbestrijding in zijn stroomgebied in Noord-Brabant.
Waterschap Brabantse Delta heeft met de waterschappen Aa en Maas en De Dommel een gemeenschappelijke regeling gesloten om de muskusrattenbestrijding samen te organiseren. Deze regeling behelst afspraken omtrent de onderlinge samenwerking en afspraken omtrent de taakuitoefening van de muskusrattenvangers. De medewerkers die werkzaam zijn in de beheersgebieden van de drie genoemde waterschappen zijn in ambtelijke dienst van waterschap Brabantse Delta als een eigen afdeling.
Artikelsgewijs
Artikel 1 Definities
De begripsbepalingen spreken voor zich.
Artikel 2 Te behartigen belang
Het belang, genoemd in het eerste lid van dit artikel, vloeit voort uit artikel 1 van de Waterschapswet. Dit artikel luidt:
Artikel 1
- 1.
Waterschappen zijn openbare lichamen welke de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied ten doel hebben.
- 2.
De taken die tot dat doel aan waterschappen zijn of worden opgedragen betreffen het beheer van watersystemen en de zuivering van stedelijk afvalwater op de voet van artikel 2.17 van de Omgevingswet. Daarnaast kan de zorg voor een of meer andere waterstaatsaangelegenheden zijn of worden opgedragen.
- 3.
Het beheer van watersystemen, bedoeld in het tweede lid, omvat mede het voorkomen van schade aan waterstaatswerken veroorzaakt door muskus- en beverratten.
Om dit belang te behartigen is een lichte gemeenschappelijke regeling gesloten tussen de waterschappen Aa en Maas, de Dommel en Brabantse Delta. Bij een lichte gemeenschappelijke regeling wordt geen openbaar lichaam in het leven geroepen, noch een bestuursorgaan. Voor een dergelijke regeling is gekozen omdat het gaat om het behartigen van een gezamenlijk belang door middel van feitelijk handelen. Er behoeven geen bestuursbevoegdheden te worden overgedragen.
Het gebied waarop de gemeenschappelijke regeling betrekking heeft is aangegeven op de bij deze regeling behorende kaart.
Artikel 3 Vergaderingen
Er is voorzien in ten minste één vergadering per jaar, bijgewoond door een DB-lid van ieder deelnemend waterschap, zodat er in ieder geval één verplicht overlegmoment is waarop zaken met betrekking tot het te behartigen belang kunnen worden besproken. Desgewenst kan deze vergaderfrequentie worden verhoogd bijvoorbeeld als er tussentijds behoefte is aan afstemming of informatie-uitwisseling.
Aansluitend bij de gekozen vorm van een lichte gemeenschappelijke regeling en de gelijke financiële deelname aan de regeling is gekozen voor een heldere en eenvoudige wijze van besluiten. De besluitvorming vindt plaats bij gewone meerderheid van stemmen en een gelijk gewicht per stem.
Het voorzitterschap van vergaderingen berust bij waterschap Brabantse Delta. Dit volgt uit artikel 4 waarin is bepaald dat de gezamenlijke muskusrattenbestrijding wordt uitgeoefend door en onder verantwoordelijkheid en regie van waterschap Brabantse Delta. Ook het voorzitterschap van vergaderingen wordt hiertoe gerekend.
Artikel 4 Uitvoering van de werkzaamheden
De taak wordt uitgeoefend door en onder verantwoordelijkheid en regie van waterschap Brabantse Delta. Naast het opstellen van een begroting, jaarrekening en planning dient ook het beleid door dit waterschap te worden opgesteld. Ook publiciteit en communicatie met betrekking tot de muskusrattenbestrijding kunnen tot de taak worden gerekend. Een en ander zal steeds in goed overleg met de samenwerkingspartners plaatsvinden.
Eenmaal per jaar dient over de tot de taak behorende werkzaamheden gerapporteerd te worden aan de deelnemende waterschappen. Deze rapportageverplichting staat los van de vergadering zoals genoemd in artikel 3 maar kan hier natuurlijk wel mee gecombineerd worden. Door middel van een verzoek om een extra vergadering kan ook om extra informatie worden verzocht. Daarnaast zullen in het kader van een goede samenwerking, indien daarom wordt verzocht, tussentijdse verzoeken om informatie altijd worden gehonoreerd.
Artikel 5 Rechtspositie
Met de gemeenschappelijke regeling wordt invulling gegeven aan het feit dat medewerkers die werkzaam zijn in de beheersgebieden van de waterschappen Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta in ambtelijke dienst komen van waterschap Brabantse Delta als een eigen afdeling. Dit wordt expliciet geregeld met dit artikel.
Artikel 6 Financiële deelneming
De kosten voor de waterschappen worden gelijkelijk verdeeld onder de drie deelnemende waterschappen.
Brabantse solidariteit en de efficiency van de bestrijding zijn daarbij leidend geweest.
Artikel 7 Financiën
Om de andere deelnemers in staat te stellen tijdig kennis te kunnen nemen van de begroting wordt door waterschap Brabantse Delta het ontwerp van de begroting jaarlijks uiterlijk 1 augustus vooraf ter afstemming toegezonden aan de overige deelnemende waterschappen. Het betreft een afgezonderd gedeelte van de begroting van waterschap Brabantse Delta en geen aparte begroting.
Artikel 8 Voorschot en afrekening
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 9 Het archief
De archiefbescheiden met betrekking tot de muskusrattenbestrijding vallen onder de zorg van waterschap Brabantse Delta die deze beheert conform de eigen archiefverordening. Deze verordening regelt de zorg die het dagelijks bestuur draagt voor de archieven, het beheer van de archiefbewaarplaats en het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, die niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.
Deze verordening is niet alleen van toepassing op papieren archiefbescheiden, maar ook op de digitale informatiedragers.
Artikel 10 Duur, inwerkingtreding en evaluatie
De inwerkingtreding van de gemeenschappelijke regeling is geregeld in artikel 27, tweede lid jo. 50a van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Hierin is bepaald dat gedeputeerde staten een register bijhouden van de regelingen waaraan in hun provincie gelegen waterschappen deelnemen.
Een regeling treedt in werking met ingang van de dag volgende op die waarop de regeling is opgenomen in dit register. Het register bevat de belangrijkste kenmerken van de regeling en is kosteloos in te zien.
Waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de werkzaamheden die voortvloeien uit artikel 26 jo. 50a van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Hiertoe behoort onder meer de toezending van (wijziging of opheffing van) de regeling aan gedeputeerde staten.
De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat iedere regeling een evaluatiebepaling bevat. In deze gemeenschappelijke regeling is dat vormgegeven door het dagelijks bestuur van iedere deelnemer de mogelijk te geven om te besluiten tot een evaluatie. Deze formulering laat tevens ruimte voor de frequentie en inhoud van zo'n evaluatie.
Artikel 11 Wijziging
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 12 Uittreding
Het artikel over uittreding is zodanig geformuleerd dat een waterschap de eerste vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van de regeling niet kan besluiten uit te treden. Deze bepaling is opgenomen met het oog op eventuele toekomstige nieuwe toetreders. Daarna is zo'n besluit wel mogelijk maar pas op zijn vroegst één jaar na het besluit tot uittreding. De periode tussen het besluit tot uittreden en daadwerkelijk uittreden is nodig om de gevolgen van de uittreding te regelen.
In artikel 12 staat een concrete uitwerking voor de uittreedregeling. Belangrijk is dat de deelnemers vooraf kunnen weten wat de uittreedkosten zijn. Uittreden moet niet onmogelijk gemaakt worden, maar mag ook de achterblijvers niet met meerkosten (van de vertrekkende partij) confronteren. Concreet komt de uittreedregeling neer op driemaal de jaarbijdrage (gebaseerd op een afbouw over 5 jaar) op basis van de begroting in het jaar van uittreding.
Het uittredende waterschap betaalt:
- •
het eerste jaar na uittreding 100% van de bijdrage, bedoeld in artikel 8, derde lid;
- •
het tweede jaar na uittreding 80% van de bijdrage, bedoeld in artikel 8, derde lid;
- •
het derde jaar na uittreding 60% van de bijdrage, bedoeld in artikel 8, derde lid;
- •
het vierde jaar na uittreding 40% van de bijdrage, bedoeld in artikel 8, derde lid, en
- •
het vijfde jaar na uittreding 20% van de bijdrage, bedoeld in artikel 8, derde lid.
Dit uittreedbedrag wordt betaald binnen zes maanden nadat de kostenberekening is vastgesteld door het dagelijks bestuur van het uitvoerende waterschap van deze gemeenschappelijke regeling: waterschap Brabantse Delta.
Stapsgewijs ziet een fictieve opzegging er als volgt uit:
- •
Toetreding 1 juni 2020;
- •
Op zijn vroegst uittreding op 1 juni 2025 (minimaal 5 jaar na toetreding)
- •
Kennisgeving van het voornemen tot uittreding 1 maart 2025
- •
Opzegtermijn van een jaar vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026
- •
Uiterlijk 1 september 2025, berekening kosten van uittreding opstellen zijnde driemaal de jaarbijdrage begroting 2026
- •
2 september 2025, besluit tot uitreding door uittreder op basis van berekening kosten, of zoveel eerder als berekening kosten van uittreding is opgesteld.
- •
Uiterlijk 2 maart 2026, vaststelling kosten van uittreding, of zoveel eerder uittreder tot uitreden op basis van de kostenberekening heeft besloten
- •
Uiterlijk 2 september 2026, betaling kosten van uittreding aan gemeenschappelijke regeling, of zoveel eerder als berekening kosten uitreding is vastgesteld
- •
Op zijn vroegst formele uittreding op 1 januari 2027 conform opzegtermijn
Artikel 13 Opheffing
Dit artikel spreekt voor zich.
Artikel 14 Slotbepaling
Dit artikel spreekt voor zich.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl