Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting gemeente Texel 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting gemeente Texel 2026

De raad van de gemeente Texel

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2025;

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet

besluit vast te stellen de verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting gemeente Texel 2026.

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a.

Naseizoenarrangement

een arrangement met een looptijd van ongeveer twee maanden, startend na het hoogseizoen en eindigend bij de afloop van het seizoen;

b.

Maandarrangement

een arrangement met een looptijd van één maand gedurende de maand juni of september;

c.

Vaste jaarplaats

een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende één jaar of een groot gedeelte van het jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd;

d.

Vaste seizoenplaats

een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende één jaar of een groot gedeelte van het jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan, dat doorgaans na afloop van het jaar niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de winterperiode niet is toegestaan om te overnachten;

e.

Seizoenplaats

een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een seizoen plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen en dat na afloop van het seizoen van de plaats wordt verwijderd;

f.

Toeristische plaats

een terrein of terreingedeelte, gelegen op een kampeerterrein, dat bestemd is voor het gedurende een jaar of een seizoen plaatsen van steeds wisselende mobiele kampeeronderkomens;

g.

Arrangement

een reservering op een toeristische plaats voor een gezin, echtpaar of samen reizende personen gedurende een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag;

h.

Voorseizoenarrangement

een arrangement lopend vanaf het begin van het seizoen en eindigend aan het eind van de maand juni;

i.

Verlengd voorseizoenarrangement

een arrangement lopend vanaf het begin van het seizoen en eindigend in de eerste helft van de maand juli;

j.

Seizoen

periode van 1 april tot en met 31 oktober;

k.

Jaar

Kalenderjaar.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 3. Belastingplicht

  • 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

  • 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

  • 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4. Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

  • 1.

    van degene, die:

    • a.

      verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;

    • b.

      deelneemt aan een schoolreis en/of werkweek, georganiseerd door een van overheidswege erkende Nederlandse onderwijsinstelling, en daarbij onder leiding overnacht in een daarvoor aangewezen (jeugd-)groepsverblijf, met uitzondering van begeleiders.

    • c.

      verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd;

  • 2.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid van de Vreemdelingenwet 2000 die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

Artikel 5. Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.

Artikel 6. Belastingtarief

Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 2,60.

In afwijking van het eerste lid gelden voor jaar, seizoensplaatsen en arrangementen de navolgende tarieven:

Tarief

1.

Jaarplaats

€ 377,00

2.

Seizoenplaats

€ 364,00

3.

Verlengd voorseizoenarrangement

€ 264,00

4.

Voorseizoenarrangement

€ 203,00

5.

Naseizoenarrangement

€112,00

6.

Maandarrangement

€ 71,00

Artikel 7. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8. Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9. Aanslaggrens

Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd.

Artikel 10. Termijnen van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  • 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 11. Aanmeldingsplicht

De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in de artikelen 231, vierde lid, onderdelen b en d en 232, vierde lid, onderdelen a en c, van de Gemeentewet.

Artikel 12. Registratieplicht

  • 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, lid 3, is gehouden een nachtverblijfregister bij te houden.

  • 2. Het nachtverblijfregister bevat met betrekking tot ieder aan wie gelegenheid tot overnachten wordt verschaft ten minste gegevens betreffende:

    • a.

      Naam en woonplaats;

    • b.

      Datum van aankomst en datum van vertrek;

    • c.

      Het aantal overnachtingen ter zake waarvan belasting verschuldigd is.

    • d.

      Het college van burgemeester en wethouders stelt genoemd nachtverblijfregister op verzoek kosteloos beschikbaar.

Artikel 13. Overgangsrecht

De Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2025 van 18 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14 het tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 14. inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 15. citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als, Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting gemeente Texel 2026.

Ondertekening

Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Texel,

17 december 2025.

Voorzitter, Griffier,

M. Pol M. de Porto