FINANCIËLE VERORDENING GROENALLIANTIE MIDDEN-HOLLAND E.O. 2025

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

FINANCIËLE VERORDENING GROENALLIANTIE MIDDEN-HOLLAND E.O. 2025

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

Algemeen Bestuur: het Algemeen Bestuur van het recreatieschap

Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van het recreatieschap

Staatsbosbeheer: de uitvoerende organisatie op basis van de samenwerkingsovereenkomst met het recreatieschap.

Besluit begroting en verantwoording: het Besluit Begroting en Verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV).

Rechtmatigheid: het in overeenstemming handelen met geldende wet- en regelgeving als ook de besluitvorming van het Algemeen Bestuur met betrekking tot de financiële beheershandelingen.

Doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen.

Doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden gehaald.

Begroting: een begroting zoals bepaald in artikel 7 van het BBV.

Programma: het geheel van producten en activiteiten om een beoogde doelstelling te bereiken.

Product: de vertaling van de in het programma genoemde activiteiten tot een concrete product en/of dienst.

Jaarstukken: de jaarrekening en het jaarverslag zoals bepaald in artikel 24 van het BBV.

Weerstandsvermogen: de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s zoals bepaald in het artikel 11 lid 1 BBV.

Treasury: het aangaan van leningen en het uitzetten van gelden onder toepassing van de Wet financiering decentrale overheden (Fido) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo).

Administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

Rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het dagelijks bestuur waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheer handelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.

Hoofdstuk 2 Begroting en verantwoording

Artikel 2 Vaststelling programma-indeling en paragrafen

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur stelt bij aanvang van iedere periode een programma-indeling voor die periode vast.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur stelt bij aanvang van iedere periode op voorstel van het Dagelijks Bestuur per programma vast:

    • a.

      de taakvelden,

    • b.

      Het overzicht van de toedeling van producten aan de programma’s, en

    • c.

      de beleidsindicatoren. Het voorstel van het Dagelijks Bestuur bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

  • 3.

    Het Algemeen Bestuur stelt bij aanvang van iedere periode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

  • 4.

    Het Algemeen Bestuur kan nadere regels stellen die waarborgen dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.

Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken

  • 1.

    Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt:

    • a.

      van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven, en

    • b.

      in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.

  • 2.

    In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.

  • 3.

    In het overzicht van de (geraamde) incidentele baten en lasten per programma worden posten afzonderlijk gespecificeerd.

Artikel 4 Kaders begroting en meerjarenraming

  • 1.

    De concept begroting wordt uiterlijk 14 april van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar, in het Dagelijks Bestuur behandeld.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur biedt aan het Algemeen Bestuur een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Het Algemeen Bestuur stelt deze nota voor 31 december voorafgaand aan het begrotingsjaar vast.

Artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.

  • 2.

    Bij de begrotingsbehandeling geeft het Algemeen Bestuur aan van welke nieuwe investeringen zij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet willen ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur als zij verwachten, dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. Het Algemeen Bestuur geeft aan of zij een voorstel willen voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid.

  • 4.

    Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in het Algemeen Bestuur bedoeld in artikel 7, eerste lid, doet het Dagelijks Bestuur voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het Dagelijks Bestuur indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.

  • 5.

    Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het Dagelijks Bestuur voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan het Algemeen Bestuur voor.

Artikel 6 Beheer begroting

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de realisatie van de doelstelling en de maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het Algemeen Bestuur vastgestelde beleid kunnen worden getoetst.

  • 2.

    Het beheer van baten en lasten berust bij het Dagelijks Bestuur.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het niet overschrijden van de gebudgetteerde lasten conform de actuele begroting.

  • 4.

    Het financieel beheer wordt binnen de kaders van de samenwerkingsovereenkomst en de gemeenschappelijke regeling aan Staatsbosbeheer opgedragen. Voor de uitvoering van deze taak is Staatsbosbeheer verantwoording verschuldigd aan het Dagelijks Bestuur.

Artikel 7 Tussentijdse rapportages

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur door middel van minimaal één tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting van de gemeenschappelijke regeling..

  • 2.

    De tussentijdse rapportage volgt eenzelfde inrichting als de programma-indeling van de begroting. De tussentijdse rapportage bevat in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:

    • a.

      de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar taakvelden;

    • b.

      het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar taakvelden;

    • c.

      het overzicht van de overhead en mogelijke geraamde vennootschapsbelasting;

    • d.

      het totale saldo van de baten en lasten, volgend uit de onderdelen a, b en c;

    • e.

      de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;

    • f.

      het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e, en

    • g.

      de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten.

  • 3.

    In de tussentijdse rapportage worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van taakvelden, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 10.000,- en meer dan 10% afwijking toegelicht.

  • 4.

    Conform het Mandaatbesluit is de directeur van Staatsbosbeheer gemachtigd tot het uitvoeren van de begroting en het aangaan van verplichtingen ten laste van of ten gunste van de posten in de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting;

  • 5.

    De onder lid 4 bedoelde toewijzing van bevoegdheden geldt eveneens ten aanzien van het aangaan van nieuwe meerjarige verplichtingen inclusief het aangaan van leningen en het uitzetten van gelden (treasury). Op voordracht van het Dagelijks Bestuur stelt het Algemeen Bestuur hiervoor het beleid vast, met inachtneming van de op dat moment geldende wet- en regelgeving.

Artikel 8 Jaarstukken

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur legt conform het gestelde in het Besluit begroting en verantwoording af aan het Algemeen Bestuur over het boekjaar.

  • 2.

    Ten einde de onder lid 1 bedoelde verantwoording mogelijk te maken worden de concept-jaarstukken jaarlijks uiterlijk 14 april door het Dagelijks Bestuur behandeld.

  • 3.

    De vaststelling van de jaarstukken geschiedt voor 15 juli door het Algemeen Bestuur.

  • 4.

    Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.

  • 5.

    Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Het Dagelijks Bestuur biedt dit voorstel aan uiterlijk in december van het betreffende jaar aan het Algemeen Bestuur.

Hoofdstuk 3 Rechtmatigheidsverantwoording

Artikel 10 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording

  • 1.

    Het Algemeen Bestuur stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.

  • 2.

    In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het Dagelijks Bestuur aan het algemeen bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeenschappelijke regeling conform de laatst vastgestelde begroting, exclusief de dotaties aan de reserves.

  • 3.

    In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 10.000,- en meer dan 10% nader toegelicht.

Artikel 11 Voorwaardencriterium

  • 1.

    Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheers handelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur jaarlijks uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan de jaarrekeningcontrole ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheers handelingen kunnen voortvloeien. Het Dagelijks Bestuur operationaliseert dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.

Artikel 12 Begrotingscriterium

  • 1.

    Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het Algemeen Bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheers handelingen tot stand moeten zijn gekomen;

  • 2.

    De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het Algemeen Bestuur is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.

  • 3.

    Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, maar passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.

  • 4.

    Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:

    • a.

      Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.

    • b.

      Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.

    • c.

      De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.

    • d.

      De overschrijding past binnen het door het Algemeen Bestuur geaccordeerde beleid.

  • 5.

    Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen Bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

  • 6.

    Een lastenonderschrijding, een batenoverschrijding en een batenonderschrijding wordt fundamenteel anders gewogen dan een lastenoverschrijding. Conform Gemeentewet artikel 189, lid 3 kunnen ten laste van de gemeente/gemeenschappelijke regeling slechts lasten en daarmee overeenstemmende balansmutaties worden genomen tot de bedragen die hiervoor in de begroting zijn opgenomen. Als gevolg hiervan worden afwijkingen op baten (over- en onderschrijdingen) en lastenonderschrijdingen die, ontstaan na de laatste tussenrapportage en voor 31 december, en in de jaarrekening aan het Algemeen Bestuur worden gemeld en al dan niet gesaldeerd toegelicht, als tijdig beschouwd.

Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium

  • 1.

    Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en eigendommen bij financiële beheers handelingen.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen en eigendommen.

Hoofdstuk 4 Financieel beleid

Artikel 14 Waardering en afschrijving vaste activa

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur eens in de vierjaar een nota investeringen aan. Deze nota wordt door het Algemeen Bestuur vastgesteld en behandelt in ieder geval:

    • a.

      de wijze waarop voorstellen voor investeringen worden aangeboden en geautoriseerd door het Algemeen Bestuur, in aanvulling op wat in deze verordening is vastgelegd;

    • b.

      de afschrijvingsmethode en afschrijvingstermijn per categorie;

    • c.

      het moment van starten met afschrijven;

    • d.

      de gebruiksduur per categorie kapitaalgoederen ofwel de afschrijvingstermijn;

    • e.

      de componentenbenadering;

    • f.

      restwaarde;

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur jaarlijks een meerjaren investeringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjaren periode.

Artikel 15 Reserves en voorzieningen

  • 1.

    In de programma- en financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur eens in de vier jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door het Algemeen Bestuur vastgesteld en behandelt in ieder geval:

    • a.

      de vorming en besteding van reserves;

    • b.

      de vorming en besteding van voorzieningen, en

    • c.

      bij welke specifiek benoemde taakvelden het verschil tussen het geraamde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten mogen worden verrekend met een daartoe in het leven geroepen reserve.

  • 3.

    Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt in ieder geval aangegeven:

    • a.

      het specifieke doel van de reserve;

    • b.

      het bestedingsplan van de reserve

    • c.

      de voeding van de reserve;

    • d.

      de maximale hoogte van de reserve, en

    • e.

      de maximale looptijd.

  • 4.

    Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.

  • 5.

    In de begroting en de jaarstukken bij het onderdeel Onderhoud kapitaalgoederen geeft het Dagelijks Bestuur de stand van zaken van de voorziening Groot Onderhoud weer.

Artikel 16 Vaststelling hoogte prijzen

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur biedt het algemeen bestuur eens in de vierjaar een grondprijzenbrief aan met de kaders voor de (aankoop) prijzen, huren en tarieven voor pachten. Deze nota wordt door het Algemeen Bestuur vastgesteld.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en tarieven voor erfpachten, die afwijkt van de kaders uit de nota vooraf een besluit voor aan het Algemeen Bestuur.

Artikel 17 Financieringsfunctie

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur neemt bij het uitvoeren van het financieringsbeleid de kaders van de wet Fido en wet Ruddo in acht.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur informeert het algemeen bestuur via de begroting over de doelstellingen en de verwachte ontwikkelingen van het financieringsbeleid.

  • 3.

    Het Dagelijks Bestuur legt via de jaarstukken verantwoording af over het uitgevoerde financieringsbeleid.

Hoofdstuk 5 Paragrafen bij de begroting en jaarstukken

Artikel 18 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur ten minste eens per vier jaar een bijgestelde kadernota weerstandsvermogen aan.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

Artikel 19 Onderhoud kapitaalgoederen

Het Dagelijks Bestuur doet verslag over de voortgang van het geplande onderhoud bij de begroting en de jaarstukken in het onderdeel Onderhoud kapitaalgoederen.

Artikel 20. Financiering

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur ten minste eens per vier jaar een Treasurystatuut aan.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

Hoofdstuk 6 Financiële organisatie en financieel beheer

Artikel 21 Financiële positie

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de verwerking van het beleid van het Algemeen Bestuur in de uiteenzetting van de financiële positie;

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur stelt een controleverordening vast met nadere regels omtrent de controle door de accountant.

Artikel 22 Registratie bezittingen, activa en vermogen

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een actuele en volledige registratie van bezittingen. In de registratie worden ook opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde en de niet- of netto-geactiveerde investeringen in de openbare ruimte.

  • 2.

    Het Algemeen Bestuur stelt in de controleverordening nadere regels op, op basis waarvan de registratie van de bezittingen en het vermogen van het recreatieschap systematisch worden gecontroleerd.

  • 3.

    Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De resultaten van de controle en eventuele plannen van verbetering worden ter kennisgeving aan het Algemeen Bestuur aangeboden.

Artikel 23 Opening rekening ten name van het recreatieschap

Het Dagelijks Bestuur kan Staatsbosbeheer machtigen om een rekening te openen ten name van het recreatieschap bij de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten en zo nodig bij andere bankinstellingen.

Artikel 24 Frauderisicoverzekering

Ter voorkoming van geldelijk nadeel, ontstaan door verduistering of het op andere wijze verloren gaan van gelden of geldwaarden sluit het recreatieschap een frauderisicoverzekering af.

Artikel 25 Administratie

  • 1.

    De financiële organisatie en administratie zijn ingevolge de samenwerkingsovereenkomst opgedragen aan Staatsbosbeheer. Het Dagelijks Bestuur ziet toe op de invulling hiervan.

  • 2.

    Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de organisatie van het recreatieschap en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.

  • 3.

    De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:

    • a.

      het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de recreatieschap als geheel en in de afdelingen;

    • b.

      het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;

    • c.

      het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;

    • d.

      het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het beleid;

    • e.

      het afleggen van verantwoording door het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving, en

    • f.

      de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

  • 4.

    Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor een zodanige inrichting en werking van de financiële administratie in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording en verdere wet- en regelgeving;

Artikel 26 Financiële organisatie

Het Dagelijks Bestuur draagt in ieder geval zorg voor:

  • a.

    een eenduidige indeling van de organisatie en een eenduidig toewijzing van de taken aan de afdelingen;

  • b.

    een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;

  • c.

    de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;

  • d.

    de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;

  • e.

    de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;

  • f.

    het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;

  • g.

    het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude van regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

  • h.

    het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur, kunnen worden getoetst.

Artikel 27 Interne controle

  • 1.

    Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheers handelingen. Bij afwijkingen rapporteert het Dagelijks Bestuur daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25 onder f. Daarnaast informeert het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.

  • 2.

    Het Dagelijks Bestuur zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de organisatie.. Bij afwijkingen in de administratie neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen

Artikel 28 Intrekking oude regeling

De Financiële verordening 2024 van recreatieschap Rottemeren, zoals vastgesteld op 7 juli 2025, wordt ingetrokken.

Artikel 29 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt per datum vaststelling in werking vanaf boekjaar 2025.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening Groenalliantie Midden-Holland e.o. 2025.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 10 december 2025.

De voorzitter,

T. van Vugt

Het Algemeen Bestuur van Groenalliantie Midden-Holland e.o.;

gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 13 november 2025;

Gelet op het gestelde in de circulaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en

Koninkrijksrelaties van 13 oktober 2003, nummer IFLO2003/77278 inzake de gevolgen Wet

dualisering provinciebestuur en de hieruit voor gemeenschappelijke regelingen voortvloeiende

regelgeving (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) ten aanzien van

begroten en verantwoorden;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Ondertekening

Financiële verordening recreatieschap Rottemeren 2025