Centrumgemeenteregeling De Connectie

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Centrumgemeenteregeling De Connectie

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden, hierna te noemen de deelnemers;

Overwegende dat

  • Deelnemers eind november 2011 hebben besloten om samen te gaan werken door kennis en ervaring te bundelen;

  • Deelnemers wilden samenwerken ter behartiging van de sturing en beheersing van hun ondersteunende processen en van uitvoeringstaken;

  • Deelnemers in 2015 besloten hebben om destijds deze samenwerking vorm te geven middels een gemeenschappelijke regeling met een bedrijfsvoeringsorganisatie;

  • Gemeenten tevreden zijn over de taakuitvoering en de organisatie van De Connectie, maar er ontwikkelingen zijn die aanleiding geven voor een heroriëntatie op de governance en rechtsvorm van De Connectie;

  • Deelnemers vanwege die ontwikkelingen de intentie hebben om de huidige samenwerkingsvorm van De Connectie te heroverwegen vanuit de bestuurlijke verantwoordelijkheid om het maximale uit de samenwerking te halen;

  • Deelnemers hiertoe een enkelvoudige centrumregeling oprichten met de gemeente Arnhem als centrumgemeente en de gemeenten Renkum en Rheden als gastgemeenten.

Centrumgemeenteregeling De Connectie

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Artikel 1 – Begripsbepalingen

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    college: het college van burgemeester en wethouders;

  • b.

    deelnemers: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende colleges van de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden;

  • c.

    centrumgemeente: gemeente Arnhem

  • d.

    gastgemeenten: gemeenten Renkum en Rheden;

  • e.

    derden: niet-deelnemers aan de regeling;

  • f.

    regeling: Centrumregeling De Connectie

  • g.

    Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen.

  • h.

    DVO: in het kader van deze regeling afgesloten dienstverleningsovereenkomst.

  • i.

    PDC: in het kader van deze regeling vastgestelde productendiensten catalogus.

  • j.

    Portefeuillehouder: het lid van het college in wiens portefeuille de taken van artikel 2, tweede lid zijn neergelegd.

Artikel 2 – Belang

  • 1. De regeling wordt getroffen in verband met het tot stand brengen van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en uitvoeringstaken voor de gemeentelijke publieke taken van de deelnemers. Deze regeling neemt daarbij de autonomie van de deelnemers in acht.

  • 2. De deelnemers bepalen bij gelijkluidend besluit welke onderdelen of taken worden overgedragen aan de regeling.

  • 3. De deelnemers kunnen bij unanimiteit wijzigingen toebrengen in de onderdelen of taken van de regeling.

  • 4. Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de hierboven bedoelde taken, kan de de centrumgemeente op verzoek van derden bedrijfsvoerings- en uitvoeringstaken verrichten.

Artikel 3 – Centrumgemeente

  • 1. De gemeente Arnhem wordt aangewezen als centrumgemeente, zoals bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Wgr.

  • 2. Bij deze regeling wordt uitdrukkelijk geen zelfstandige rechtspersoon opgericht.

Taken en bevoegdheden

Artikel 4 - Bevoegdheden

  • 1. De colleges van de gastgemeenten verlenen bij separaat vast te stellen besluiten mandaten, volmachten en machtigingen aan het college van de centrumgemeente die nodig zijn om de taken die onder deze Regeling vallen uit te voeren

  • 2. Het college van de centrumgemeente stemt in met de verleende mandaten, volmachten en machtigingen, zoals bedoeld in dit artikel.

  • 3. De gastgemeenten verlenen bij separaat besluit aan de centrumgemeente een alleenrecht voor de taken zoals genoemd in artikel 2, tweede lid.

Artikel 5 – DVO en PDC

De centrumgemeente sluit een DVO af met de gastgemeente. In deze DVO is een nadere uitwerking gegeven aan de regeling. In de DVO en de bijbehorende PDC zijn onder meer geregeld:

  • de uitvoeringskaders;

  • de producten en diensten die door de centrumgemeente aan de deelnemende gemeenten worden geleverd;

  • de kwaliteitseisen waaraan de taakuitoefening door de centrumgemeente moet voldoen;

  • de kostenverdeling en de wijze waarop de gastgemeenten een financiële bijdrage leveren in de kosten die de centrumgemeente maakt voor de uitvoering van de krachtens de regeling opgedragen taken;

  • de verplichtingen tussen de centrumgemeente en gastgemeenten;

  • de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de informatieplichten, bedoeld in overige artikelen van de regeling;

  • de wijze waarop de centrumgemeente en de gastgemeenten elkaar informeren over het niet nakomen van hun verplichtingen en de gevolgen die zij daaraan verbinden.

Artikel 6 – Kostenverdeling

  • 1. De kosten voor de dienstverlening worden berekend op basis van een door de deelnemers gevalideerd/vastgesteld kostprijsmodel.

  • 2. Het kostprijsmodel is een instrument waarmee de kosten voor de dienstverlening op een objectieve wijze worden berekend.

  • 3. Bij de berekening van de productprijzen komen de instandhoudingskosten, zijnde de concernoverhead, kosten eigen gebruik De Connectie en een deel van de indirecte afdelingskosten, voor rekening van de centrumgemeente.

  • 4. Een nadere uitwerking van de kostenberekening en –verrekening vindt plaats in de DVO.

Overleg

Artikel 7 – Overleg

  • 1. De portefeuillehouder van de centrumgemeente overlegt ten minste eenmaal per jaar met de portefeuillehouders van de gastgemeenten. De portefeuillehouders komen voorts bijeen wanneer één van hen dit, onder schriftelijke opgaaf van redenen, noodzakelijk acht.

  • 2. De (loco)gemeentesecretaris van de centrumgemeente overlegt ten minste tweemaal per jaar met de (loco)gemeentesecretarissen van de gastgemeenten over de uitvoering van het DVO en de PDC, bedoeld in artikel 5.

  • 3. De bij de uitvoering van de behartiging van het in artikel 2 gestelde belang en de uitvoering van de daartoe behorende taken betrokken medewerkers van de centrumgemeente en gastgemeenten overleggen ten minste eens per kwartaal over de uitvoering van de DVO en de PDC en over de in artikel 2 bedoelde taken.

Informatie en verantwoording

Artikel 8 – Informatievoorziening door centrumgemeente

  • 1. Het college van de centrumgemeente geeft de colleges van de gastgemeenten zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken schriftelijk de door een of meer leden van het college van de gastgemeenten gevraagde inlichtingen.

  • 2. Het college van de centrumgemeente geeft de colleges van de gastgemeenten alle inlichtingen die het college van de gastgemeenten noodzakelijk en/of wenselijk acht.

  • 3. Het college van de centrumgemeente geeft voor 1 maart van elk lopend boekjaar inzicht aan de raden in te verwachten ontwikkelingen alsmede de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het opvolgende jaar, teneinde de gemeenten in staat te stellen daar in hun begrotingscyclus op te anticiperen.

Artikel 9 – Informatievoorziening door gastgemeente

Het college en/of ambtenaren van de gastgemeente geven het college van de centrumgemeente binnen vier weken alle inlichtingen die het college of ambtenaren van de centrumgemeente ter behartiging van het in artikel 2 gestelde belang nodig heeft.

Artikel 10 – Overige informatievoorziening

  • 1. De rekenkamers van de gastgemeenten en van de centrumgemeente zijn bevoegd alle documenten die ter behartiging van het in artikel 2 gestelde belang berusten bij het college van de centrumgemeente, te onderzoeken voor zover zij dat ter vervulling van haar taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de Gemeentewet nodig achten.

  • 2. Het college van de centrumgemeente verstrekt desgevraagd binnen vier weken alle inlichtingen die de rekenkamers ter vervulling van haar taak als bedoeld in artikel 182, eerste lid, van de Gemeentewet nodig achten.

Geschillen

Artikel 11 – Geschillen

De deelnemers zullen geschillen als bedoeld in artikel 28 van de Wgr in onderling overleg proberen op te lossen, alvorens deze voor te leggen aan Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland.

Wijziging, toetreding en uittreding

Artikel 12 – Wijziging van de regeling

  • 1. Deze regeling kan door de deelnemers op voorstel van elke deelnemer worden gewijzigd.

  • 2. Een wijziging van de regeling vereist unanimiteit, tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald.

  • 3. De wijziging van de regeling treedt, tenzij anders is bepaald, in werking op de dag volgend op die waarop de wijziging is bekendgemaakt.

  • 4. Onder wijziging van de regeling in de zin van het derde artikellid wordt mede verstaan opheffing alsmede het toetreden tot de regeling.

  • 5. Het college van de centrumgemeente is belast met bekendmaking van de gewijzigde regeling.

Artikel 13 Toetreding door andere gemeenten

  • 1. Het overleg zoals bedoeld is in artikel 7, eerste lid bepaalt unaniem de randvoorwaarden waaronder instemming voor de toetreding van een nieuwe gastgemeente kan worden gegeven.

  • 2. Toetreding van een gemeente is gebonden aan de volgende procedure:

    • a.

      het verzoek tot toetreding wordt ingediend bij het college van de centrumgemeente, dat zo spoedig mogelijk dit verzoek vergezeld van een advies doorstuurt aan de deelnemers;

    • b.

      Het besluit over de toetreding van een nieuwe gastgemeente en de voorwaarden waaronder deze instemming wordt gegeven, wordt genomen bij meerderheid van de stemmen in het overleg zoals bedoeld is in artikel 7, eerste lid en kan uitsluitend genomen worden bij voltallige aanwezigheid van de deelnemende gemeenten. De meerderheid bedoeld in vorige volzin dient te worden behaald met de stem van het lid van de centrumgemeente.

    • c.

      het college van de centrumgemeente stelt de verzoekende gemeente in kennis van de genomen besluiten, als bedoeld onder b.

Artikel 14 – Uittreding

  • 1. Een deelnemer kan twee jaar na datum van inwerkingtreding van deze regeling uittreden door een daartoe strekkend besluit van de deelnemer.

  • 2. Voor uittreding van een gastgemeente geldt een opzeggingstermijn van een minimaal 1 jaar volgend op het in het eerste lid genoemde besluit, met ingang van 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar na de genoemde opzeggingstermijn.

  • 3. Voor uittreding de centrumgemeente geldt een opzeggingstermijn van een minimaal 2 jaar volgend op het in het eerste lid genoemde besluit, met ingang van 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar na de genoemde opzeggingstermijn.

  • 4. De financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden, binnen zes maanden na opzegging, door het college van de centrumgemeente in een uittredingsplan in kaart gebracht. Bij het in kaart brengen van deze consequenties kan een onafhankelijke deskundige door de centrumgemeente en/of gastgemeente betrokken worden.

  • 5. De deelnemers beslissen, na toestemming van hun raden, tot het vaststellen van het uittredingsplan.

  • 6. De uittredingskosten worden ten laste van de uittredende gemeente gebracht. Tot deze uittredingskosten behoren:

    • a.

      de incidentele kosten die rechtstreeks verband houden met de ontvlechting van deze gemeente uit de regeling;

    • b.

      de kosten die verband houden met de (afbouw van de) ontstane overcapaciteit.

  • Tot deze kosten behoren niet:

    • a.

      de instandhoudingskosten.

  • 7. De kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die gelden op het moment van uittreding. Wijzigingen die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet (alsnog) worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittredingskosten.

  • 8. Het college van de centrumgemeente doet redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor de uittredende gemeente zo laag mogelijk te houden. Daartoe doet het college van de centrumgemeente met de uittredende deelnemer onderzoek naar de mogelijkheid om uittredingskosten te verminderen.

Artikel 15 – Opheffing

  • 1. De regeling kan tussentijds bij unaniem besluit worden opgeheven.

  • 2. De deelnemers nemen geen besluit als bedoeld in het eerste lid dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden.

  • 3. De opheffing gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die waarin het college van de centrumgemeente de opheffing openbaar heeft bekendgemaakt, tenzij het besluit tot opheffing een latere datum van ingang heeft.

  • 4. Indien op grond van het eerste lid de regeling wordt opgeheven, geeft het college van de centrumgemeente een onafhankelijke derde opdracht om een opheffingsplan op te stellen, nadat op de inhoud van deze opdracht bij gewone meerderheid van stemmen instemming is verkregen van de deelnemers.

  • 5. Het opheffingsplan, bedoeld in het vierde lid, voorziet in ieder geval in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing van de regeling en in de personele gevolgen van de opheffing.

  • 6. Het opheffingsplan wordt vastgesteld door het college van de centrumgemeente, nadat eerst zienswijze is gevraagd aan de raden van de gastgemeenten.

  • 7. Het college van de centrumgemeente is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het vierde lid.

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 16 – Duur van de regeling

De regeling wordt met ingang van 1 januari 2026 getroffen voor onbepaalde tijd.

Artikel 17 - Evaluatie

De deelnemers dragen in hun jaarlijkse overleg zorg voor een evaluatie van de samenwerking.

Artikel 18 – Inzending regeling

De gemeente Arnhem is belast met de bekendmaking van de regeling zoals bedoeld in artikel 26 van de wet.

Artikel 19 – Archief

  • 1. De centrumgemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden van de centrumregeling.

  • 2.

    • a.

      De directeur van de gemeente Arnhem is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

    • b.

      Het college van Arnhem stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.

  • 3. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de centrumregeling wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Arnhem, het regionaal historisch centrum Gelders Archief.

  • 4. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van Arnhem, het regionaal historisch centrum Gelders Archief

  • 5.

    • a.

      De archivaris van Arnhem, het regionaal historisch centrum Gelders Archief brengt onverwijld aan het college van Arnhem verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de centrumregeling die niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

    • b.

      Het college van Arnhem brengt onverwijld verslag uit aan de gemeenteraad van Arnhem over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de centrumregeling.

Artikel 20 – Inwerkingtreding en citeerwijze

  • 1. De regeling treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2. De regeling wordt aangehaald als: “Centrumgemeenteregeling De Connectie”.

Ondertekening

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ARNHEM

de secretaris,

P. Sennema

de burgemeester,

A. Marcouch

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE RENKUM

de secretaris,

M.J.J. Wagener

de burgemeester,

A.M. Fränzel

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE RHEDEN

De secretaris,

B. Drewes

de burgemeester,

C.F van Eert

Toelichting

Artikel 1

In dit artikel worden de belangrijkste begrippen uit de regeling gedefinieerd.

Artikel 2

Artikel 10, eerste lid van de Wgr vereist dat de regeling het belang of de belangen ter behartiging waarvan het is zijn getroffen vermeldt. De deelnemers bepalen met gelijkluidend besluit welke onderdelen of taken worden overgelaten aan de centrumregeling. Dit gebeurt door een collegebesluit, dat met unanimiteit kan worden gewijzigd. Deze regeling laat onverlet dat de centrumgemeente op verzoek behoeve van ook derden bedrijfsvoerings- en uitvoeringstaken kan verrichten.

Artikel 3

Een enkelvoudige centrumregeling kent één centrumgemeente, dat in is dit geval de gemeente Arnhem. Een centrumregeling kent geen eigen rechtspersoon, de rechtspersoon is derhalve ook de gemeente Arnhem.

Artikel 4

Gastgemeenten verlenen mandaat, volmacht en machtiging aan de centrumgemeente. Voor zover er sprake is van een situatie van artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet voor elk onderdeel dat in mandaat gegeven wordt expliciet toestemming gegeven worden door de gemandateerde (en in sommige gevallen ook zijn leidinggevende). Vandaar dat dit in de centrumgemeenteregeling is opgenomen, zodat dit niet voor elk onderdeel individueel noodzakelijk is.

Tevens is geregeld dat de gemeenten een alleenrecht/uitsluitend recht te verlenen als bedoeld in artikel 2.24, aanhef en onder a van de Aanbestedingswet 2012 voor de levering van de collectieve diensten en individuele diensten (meerwerk en maatwerk) die te maken hebben met de taken zoals bedoel in artikel 2.

Artikel 5

In dit artikel staat welke onderwerpen in ieder geval in de DVO en de PDC geregeld moeten zijn.

Artikel 6

In dit artikel staan de principes van de kostenverdeling.

Artikel 7

Van belang is dat in de regeling de contouren van de overleggen en de minimale frequentie is geregeld. Nadere uitwerking van de overleggen (eerste en tweede lid) zal plaatsvinden in reglementen van orde en andere governance stukken. Het overleg van de portefeuillehouders is tenminste eenmaal per jaar, maar kan wanneer daar noodzaak toe is op verzoek van één van de deelnemers bijeengeroepen worden.

Andere ambtelijke overleggen worden in een nader stuk uitgewerkt zodat deze makkelijk aan te passen zijn aan nieuwe ontwikkelingen.

Artikel 8-10

In artikel 8 is aangegeven hoe de centrumgemeente omgaat met inlichtingen die worden gevraagd. Tevens geeft de centrumgemeente voor 1 maart van het lopend boekjaar inzicht in de ontwikkelingen die het verwacht en de daarmee samenhangende financiële en beleidsmatige kaders die van invloed kunnen zijn op de begrotingen van de gastgemeenten. Dit zorgt ervoor dat de gemeentebesturen hierop kunnen anticiperen bij het ontwerpen en vaststellen van hun begroting.

Ook kan het nodig zijn dat de centrumgemeente informatie nodig heeft van een gastgemeente om bijvoorbeeld te kunnen anticiperen op nieuwe ontwikkelingen, dat is geregeld in artikel 9.

Verder is de wijze van informatievoorziening ten behoeve van onderzoeken van de rekenkamers, geregeld in artikel 10.

Artikel 11

Artikel 28 van de Wgr bepaalt dat geschillen omtrent de toepassing van een regeling door Gedeputeerde Staten worden beslist (voor zover op grond van de wet de rechterlijke macht niet bevoegd is). In een regeling kan een voorportaal worden opgenomen, dat moet worden aangewend voordat het geschil aan Gedeputeerde Staten wordt voorgelegd. Dit kan zijn ‘onderling overleg’ zoals voorgesteld, maar ook bijvoorbeeld mediation of niet-bindend deskundigenadvies. In laatste instantie beslist Gedeputeerde Staten over een geschil.

Artikel 9 lid 1 van de Wgr vereist dat een regeling die voor onbepaalde tijd wordt getroffen, bepalingen bevat omtrent wijziging, opheffing, toetreding en de gevolgen van uittreding. Op grond van artikel 9 lid 1 en artikel 1 lid 3 en 4 van de Wgr moeten de deelnemers voor het wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een regeling eerst een e zienswijze vragen aan hun raden. Nadat op die zienswijze is ingegaan moeten zij alvorens een definitief besluit te nemen toestemming verkrijgen van hun raden.

Wijziging, toetreding en uittreding

Artikel 12 - 13

Het overleg van de portefeuillehouders stelt algemene randvoorwaarden vast waaronder zij willen overwegen een nieuwe gastgemeente toe te laten treden. Uiteindelijk kan er bij het besluit op een verzoek tot toetreding nog extra voorwaarden worden toegevoegd, gelet op de specifieke situatie.

Voor wat betreft de wijziging van de regeling is in zijn algemeenheid gekozen voor unanimiteit. Wanneer een andere gastgemeente wil toetreden – hiervoor moet de regeling ook worden gewijzigd - is er een gekwalificeerde meerderheid nodig van de deelnemers, waarbij bij de meerderheid van de stemmen in ieder geval de centrumgemeente onderdeel moet zijn. Zo wordt voorkomen dat de centrumgemeente tegen zijn wil of bedoeling in door de gastgemeenten wordt gedwongen ook diensten te leveren aan een nieuwe gastgemeente. Tevens wordt voorkomen dat (de minderheid) van de gastgemeente(n) een toetreding kan blokkeren. Het verzoek tot toetreding wordt ingediend bij de centrumgemeente.

Artikel 14

Zoals ook bij de eerdere samenwerking is opgenomen dat pas na een bepaalde termijn – in dit geval twee jaar - kan worden uitgetreden. Dit is van belang om vanuit een zekere bestendigheid de centrumregeling op te kunnen richten.

Omdat de consequenties voor de gastgemeenten bij uittreding van de centrumgemeente groter kunnen zijn dan andersom, is er voor de gastgemeente een opzegtermijn van een jaar, terwijl de centrumgemeente twee jaar van tevoren moet opzeggen.

In geval een uittreding op robuuste wijze verloopt, kan het verstandig zijn om een derde in te schakelen voor het maken van een uittredingsplan. Dit kan een onafhankelijke registeraccountant zijn, maar ook een financieel adviseur of een mediator behoort tot de mogelijkheden. Daarom staat er dat er bij het in kaart brengen van deze consequenties een onafhankelijke deskundige op verzoek door de centrumgemeente en/of gastgemeente betrokken kan worden. Het kan zijn dat partijen samen een onafhankelijke deskundige aanzoeken. Het kan ook zijn dat zij er belang aan hechten dat zij apart een deskundige benoemen. Kosten hiervan vallen onder de incidentele kosten die rechtstreeks verband houden met de ontvlechting van de gastgemeente uit de regeling.

Artikel 15 - 16

De centrumregeling is voor onbepaalde tijd aangegaan en kan tussentijds worden opgeheven. Hiervoor dient een opheffingsplan te worden vastgesteld.

Artikel 17

De gewijzigde Wgr geeft in artikel 11a aan dat een regeling bepalingen inhoudt omtrent de evaluatie van de regeling.

Artikel 18

De publicatie van de centrumregeling vindt plaats door de gemeente Arnhem, zijnde de centrumregeling.

Artikel 19

Op grond van artikel 40 lid 1 van de Archiefwet moet de regeling tevens een voorziening inhouden omtrent de zorg voor de archiefbescheiden De Connectie. Hiervoor is de gemeente Arnhem verantwoordelijk.