Grondstoffenvisie gemeente Haaksbergen 2026-2030

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Grondstoffenvisie gemeente Haaksbergen 2026-2030

1. Inleiding

1.1 Aanleiding

Het laatste vastgestelde afvalbeleid van Haaksbergen liep eind 2021 af. In 2023 is dit geëvalueerd. Hieruit kwam naar voren dat er een trendbreuk nodig is om de lokale, regionale en landelijke doelstellingen te gaan halen en er uitdagingen zijn ten aanzien van de inrichting en organisatie van onze afvalinzameling. Genoeg aanleiding dus om onze ambities en beleidskeuzes op het vlak van de recycling van huishoudelijk afval in een nieuwe grondstoffenvisie voor de komende vijf jaar (2026-2030) uit te werken.

1.2 Samen met onze inwoners en Twente Milieu

Deze nieuwe grondstoffenvisie is tot stand gekomen in samenspraak met onze inwoners, onze uitvoerder Twente Milieu en andere betrokken partijen.

We hebben onze inwoners intensief betrokken bij de totstandkoming van deze grondstoffenvisie. Zíj zijn het namelijk die er straks -uiteraard met hulp van de gemeente- voor moeten gaan zorgen dat er minder afval ontstaat én we onze vrijkomende afval- en grondstoffen meer beter gaan recyclen.

Als gemeente gaan we over ons eigen grondstoffenbeleid. We zijn echter ook aandeelhouder van Twente Milieu, die de inzameling van ons afval en onze grondstoffen (en dat van negen andere gemeenten) namens ons uitvoert. De maatregelen die wij als gemeente willen implementeren moeten dus wel uitvoerbaar zijn en passen binnen de mogelijkheden die Twente Milieu heeft (of redelijkerwijs kan ontwikkelen) op het vlak van zowel personeel als logistiek.

1.3 Scope van de grondstoffenvisie

Deze grondstoffenvisie beschrijft hoe we in Haaksbergen om willen gaan met de grondstoffen die bij onze huishoudens vrijkomen, en hoe we deze zo effectief mogelijk willen inzetten op weg naar een circulaire en toekomstbestendige economie. De scope van de grondstoffenvisie is beperkt tot het afval dat vrijkomt bij huishoudens, daarvoor geldt immers de gemeentelijke zorgplicht. De grondstoffenvisie geeft daarnaast richting aan de samenwerking binnen en buiten de regio. We sluiten aan bij de Rijksdoelstellingen voor circulaire economie, afvalscheiding en recycling en sturen op maatschappelijk aanvaardbare kosten voor afvalinzameling en -verwerking voor onze inwoners.

1.4 Leeswijzer

Deze grondstoffenvisie gaat in hoofdstuk 2 verder met een korte blik naar buiten. Om onze eigen ambities en mogelijke interventies te kunnen bepalen is het immers van belang eerst te bekijken welke uitdagingen er van buiten op ons afkomen. Welke relevante beleidsontwikkelingen komen er de komende jaren aan? Aan welke (inter)nationale doelstellingen zullen we op de korte (en langere) termijn moeten gaan voldoen?

Daarna volgt in hoofdstuk 3 een beschrijving van onze eigen ambities op het vlak van afval en grondstoffen en een terugblik op het grondstoffenbeleid (en de resultaten) van Haaksbergen van de afgelopen jaren. Wat willen we de komende jaren bereiken, en waar staan we nu ten opzichte van die ambities? Welke stappen hebben we de afgelopen jaren al gezet, en welke uitdagingen moeten we de komende jaren zien aan te pakken?

Hoofdstuk 4 beschrijft vervolgens de uitgangspunten en randvoorwaarden van ons grondstoffenbeleid én manier waarop we onze inwoners hebben betrokken bij het inventariseren en formuleren hiervan.

Hoofdstukken 5 vormt de kern van deze grondstoffenvisie. Hier worden de verschillende stappen beschreven die we de komende jaren kunnen gaan zetten om onze doelen te gaan realiseren. Hoe brengen we de ‘basis op orde’ van ons grondstoffenbeleid? En welke instrumenten kunnen we vervolgens in zetten om te komen tot meer hergebruik, minder restafval en meer (hoogwaardige) recycling van onze huishoudelijke grondstoffen?

In hoofdstuk 6 geven we ten slotte een overzicht van een fasering van de implementatie van de verschillende maatregelen, het verwachtte effect ervan en (de inschatting van) de kosten -die we samen met Twente Milieu hebben opgesteld- die hiermee gemoeid zijn.

2. Relevante beleidsontwikkelingen

2.1 (Inter)nationale doelstellingen

De afgelopen decennia is het afvalbeleid van de Nederlandse overheid met name gericht geweest op het stimuleren van minder restafval en meer afvalscheiding. De landelijke VANG-doelstelling (Van Afval Naar Grondstof) van maximaal 100 kilo restafval per inwoner per jaar in 2020 heeft hier sterk aan bijgedragen. Internationaal is er steeds meer aandacht voor de transitie naar een circulaire economie. De focus is verschoven van minder restafval naar de kwaliteit van gescheiden grondstoffen. Hoe hoger de kwaliteit, hoe meer en beter we grondstoffen kunnen recyclen (hoogwaardige recycling).

Nieuwe Europese doelstellingen stellen nu niet langer alleen de hoeveelheid restafval en het afvalscheidingsresultaat centraal, maar ook het aandeel daadwerkelijke recycling van huishoudelijk afval. Materiaal dus dat weer in een nieuw product kan worden toegepast. De EU heeft als doel gesteld dat in 2030 minimaal 60% van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval daadwerkelijk gerecycled moet worden en in 2035 zelfs 65%. Afkeur, vervuiling en sorteerresidu tellen straks dus bij het overgebleven restafval.

Bovendien wil de Nederlandse overheid in 2050 volledig circulair zijn. De focus ligt hierbij de komende jaren op het verminderen van het gebruik van grondstoffen, vervangen van fossiele door hernieuwbare grondstoffen, verlengen van de levensduur van producten en hoogwaardige recycling. Concrete maatregelen om deze doelstellingen te verwezenlijken zijn opgenomen in het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023-2030, waar ook het VANG-programma onderdeel van uitmaakt.

Landelijke doelstellingen

  • -

    Maximaal 100 kilo restafval (fijn + grof restafval) per inwoner in 2030

  • -

    Minimaal 60% recycling van huishoudelijk afval in 2030, en 65% in 2035

  • -

    100% circulair in 2050

Waar deze doelstellingen nu nog zijn opgenomen en uitgewerkt in het LAP (landelijk afvalbeheerplan), zullen deze vanaf (medio) 2025 een plek krijgen in het nieuwe Circulair Materialenplan (CMP)1. Dit CMP gaat het LAP vervangen en de aandacht -geheel in lijn met de nieuwe Europese en landelijke doelstellingen- verleggen naar het optimaliseren van de gehele keten in plaats van enkel de afvalfase van producten.

Voor de gemeente Haaksbergen betekent dit dat er de komende tijd, naast het inzetten op minder restafval, ook toenemende aandacht moet zijn voor de kwaliteit van de gescheiden stromen. We trekken hierin waar mogelijk gezamenlijk op met de andere gemeenten in de regio en onze inzamelaar Twente Milieu.

2.2 Verbrandingsbelasting en CO2-heffing

Naast deze kwantitatieve doelstellingen ten aanzien van de hoeveelheid (rest)afval en recycling, heeft de landelijke overheid ook financieel instrumentarium ingezet om gemeenten te stimuleren meer en beter grondstoffen te gaan scheiden. Zo is in 2015 de afvalstoffenbelasting (ook wel verbrandingsbelasting genoemd) geïntroduceerd, die in 2019 fors verhoogd is. Deze belasting, die gemeenten moet stimuleren minder restafval te produceren, betekent dat voor elke ton (1.000 kilogram) restafval die wordt verbrand, € 39,70 -bovenop het poorttarief van de verwerker- aan belasting moet worden betaald. Een verdere verhoging van deze afvalstoffenbelasting ligt in de lijn der verwachting.

Daarnaast is er internationaal een CO2-heffing in het leven geroepen, waarmee gemeenten vanaf 2027 (jaarlijks oplopend tot 2030) worden geconfronteerd, die het verbranden van restafval financieel nog onaantrekkelijker maakt. De exacte hoogte hiervan wordt bepaald door de hoeveelheid fossiele materialen in het restafval.

2.3 Uitbreiding producentenverantwoordelijkheid

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) is een combinatie van regels waarbij producenten (en importeurs) de verplichting hebben hun producten na gebruik weer in te zamelen en te recyclen. Dit is inclusief de bijbehorende financiële verantwoordelijkheid. Er komen steeds meer UPV’s. Uitgangspunt van een UPV is dat wanneer producenten de taak krijgen om hun eigen producten weer te recyclen, dit de kwaliteit van producten en materialen die worden gebruikt ten goede komt. Ook moet dit bedragen aan minder hoeveelheid restafval.

Voor verpakkingen, afgedankte apparaten (AEEA) en batterijen geldt al jaren een UPV. Voor matrassen is deze in 2022 geïmplementeerd en vanaf 2023 geldt dit ook voor textiel. De verwachting is dat er per 2026 een UPV voor de luiers en incontinentiemateriaal komt en er wordt gekeken naar een mogelijke UPV voor meubels. De financiering van de inzameling en recycling van grondstofstromen met een UPV gebeurt niet langer (geheel) via de afvalstoffenheffing, maar wordt door de producent georganiseerd en (deels) betaald. We krijgen als gemeente dus steeds meer te maken met producenten voor de inzameling en verwerking van deze grondstoffen. Enerzijds betekent dit vaak een vergoeding voor de inzameling, maar anderzijds moeten we ervoor waken dat we de regie op onze inzameling als gemeente wel behouden. VNG en NVRD behartigen de belangen van gemeenten in de verschillende gesprekken die hierover worden gevoerd met producentenorganisaties

2.4 Nieuwe ketenovereenkomst verpakkingen

Toenemende onenigheid tussen gemeenten en Verpact (voorheen het Afvalfonds) over de uitvoering van de UPV voor verpakkingen, heeft ertoe geleid dat de VNG heeft besloten de ketenovereenkomst per 1 januari 2025 niet te verlengen. Dit betekent dat er nieuwe onderhandelingen zijn gevoerd over onder meer de rolverdeling tussen gemeenten en producenten bij het inzamelen en recyclen van verpakkingen en de bijbehorende vergoedingenstructuur. De initiële planning om eind 2024 een nieuwe ketenovereenkomst te hebben vastgesteld is niet gehaald. Daarom is de oude overeenkomst met 1 jaar verlengd tot eind 2025.

Medio 2025 zijn de onderhandelende partijen nog niet tot een nieuwe ketenovereenkomst gekomen. De contouren ervan worden wel al duidelijk: zo lijkt het erop dat inzameling door middel van (open toegankelijke) verzamelcontainers wordt uitgefaseerd en er geen afkeur meer plaatsvindt, maar met staffels zal worden gewerkt ten aanzien van vervuilingsgraad van het gescheiden PMD en bijbehorende vergoeding. Zodra de definitieve resultaten bekend zijn zullen we als gemeente uiteraard bezien wat dit betekent voor onze PMD inzameling en ons beleid erop aanpassen.

2.5 Onderzoek standaardisatie afvalinzameling

De Tweede Kamer heeft aan de staatssecretaris gevraagd2 of standaardisering van de inzameling van afval in Nederland kan bijdragen aan het behalen van de recyclingdoelen. Daarom wordt momenteel door het ministerie een verkenning uitgevoerd naar de (on)mogelijkheden van standaardisering in de afvalinzameling. Verder wordt een inhoudelijke verkenning uitgevoerd naar de verschillende systemen die worden toegepast, en wordt de juridische haalbaarheid van eventuele standaardisering door het ministerie getoetst.

De gevolgen van mogelijke standaardisatie voor Haaksbergen zijn nog lastig te overzien. Standaardisatie zou bijvoorbeeld (naar voorbeeld van Vlaanderen) kunnen betekenen dat een vorm van diftar3 landelijk wordt verplicht, dat voor bepaalde stromen specifieke inzamelmiddelen worden voorgeschreven (of juist verboden), of dat gemeenten worden verplicht bepaalde kleuren en pictogrammen voor de verschillende afvalstromen te gaan gebruiken. Het kan ook zijn dat standaardisering enkel voorziet in een soort blauwdruk van meest geëigende inzamelmethodes per bebouwingstype, waar gemeenten op eigen wijze mee kunnen omgaan. Gemeenten zijn in verschillende regiobijeenkomsten ook (ambtelijk) geconsulteerd in dit proces.

De uitkomsten van dit onderzoek worden eind 2025 verwacht.

3. Ambities en huidige stand van zaken

3.1 Doelstellingen en ambities Haaksbergen

‘Afvalloos’ in 2030. Dat is de ambitie die Twentse gemeenten al in 2013 samen hebben uitgesproken. In het regionale beleidskader ‘Afvalloos Twente 2030’ is deze doelstelling herbevestigd. Concreet betekent dit dat in 2030 90% van het huishoudelijk afval dat vrijkomt in Haaksbergen moet worden gescheiden en er gemiddeld nog maximaal 50 kilo restafval per inwoner per jaar mag wordt verbrand. Hoewel er al stappen zijn gezet sinds 2013, is er een trendbreuk nodig om deze doelstelling in Haaksbergen te gaan verwezenlijken.

Daarnaast onderschrijven we als gemeente ook de landelijke VANG-doelstellingen van maximaal 100 kilo restafval en minimaal 60% recycling van al het huishoudelijk afval. Hoewel deze doelstellingen iets minder ver gaat dan de Twentse ambitie, zijn deze voorlopig nog niet binnen handbereik voor Haaksbergen.

De Twentse gemeenten hebben daarnaast de landelijke ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn, omarmd. In 2024 is dit vastgelegd in het regionale Koersdocument4 circulaire economie. Op gemeentelijk niveau betekent dit dat we zo zuinig mogelijk moeten zien om te gaan met de producten en grondstoffen die we tot onze beschikking hebben. Hier gaat het niet alleen om huishoudelijk afval. In deze visie hebben we het over uitsluitend afval van huishoudens (één van de invalshoeken genoemd in het koersdocument circulaire economie).

Gemeentelijke doelstellingen

  • -

    Afvalloos Twente: maximaal 50 kilo restafval in 2030

  • -

    Aansluiten bij landelijke doelstellingen: 100 kilo restafval en 60% recycling in 2030

  • -

    Aansluiten bij de landelijke ambitie om in 2050 100% circulair te zijn

In het licht van deze doelstellingen zal de focus voor de komende jaren ten aanzien van het huishoudelijk afval daarom komen te liggen op:

  • -

    Het stimuleren van -en sturen op- afvalpreventie en hergebruik van producten en materialen;

  • -

    Het meer en beter scheiden van producten die uiteindelijk worden afgedankt, om ze zo hoogwaardig mogelijk te kunnen recyclen.

Daar waar het kan, trekken we hierin gezamenlijk op met de andere gemeenten in de regio, inzamelaar Twente Milieu en met verwerkers als Twence en andere contractanten die grondstoffen uit Haaksbergen be- en verwerken.

3.2 Huidige resultaten

Om de landelijke doelstellingen en regionale ambities te gaan halen, moeten we in Haaksbergen de komende jaren nog flinke stappen zetten. De hoeveelheid restafval bedroeg in 2023 namelijk nog 175 kilo per inwoner per jaar. Van deze 175 kilo werd 128 kilo ingezameld (via de grijze container) aan huis, en werd 47 kilo per inwoner ongescheiden op de milieustraat (Langezaal) ingeleverd.

In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van de totale hoeveelheid restafval weergegeven over de afgelopen 10 jaar. Hierin is te zien dat we van ver komen. In 2014 werd gemiddeld namelijk nog 245 kilo restafval per inwoner ingezameld en verbrand. In 2018 heeft een duidelijke trendbreuk plaatsgevonden. We hebben toen de inzamelfrequentie van het restafval gehalveerd (van 2- naar 4-wekelijkse inzameling) én hebben we de PMD container ingevoerd. Deze twee maatregelen hebben de hoeveelheid restafval met maar liefst 75 kilo (bijna 30%) per inwoner laten dalen.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 3.1: Ontwikkeling restafval Haaksbergen de afgelopen 10 jaar (bron: CBS)5

VANG-doelstellingen

Dit laat ook zien dat, willen we de VANG-doelstelling van maximaal 100 kilo restafval (blauwe lijn in figuur 3.1) en de ambitie van Afvalloos Twente6 (groene lijn in figuur 3.1) gaan halen, we de komende jaren een nieuwe trendbreuk zullen moeten gaan forceren. De landelijke Recycletool7 laat bovendien zien dat we als Haaksbergen op het vlak van recycling ook de doelstelling van 2030 (minimaal 60% recycling) nog niet halen: in 2022 recycleden wij als gemeente 56,8% van ons huishoudelijk afval. Door onze relatief grote totale afvalproductie, zitten we wel al relatief dicht bij het behalen van deze doelstelling.

Vergelijking Twentse gemeenten

Hoe doen we het dan in vergelijking met andere Twentse gemeenten? In onderstaande figuur is de hoeveelheid restafval van alle Twentse gemeenten weergegeven: de helft van de 14 gemeenten haalt de VANG-doelstelling in 2023 al. Met name in Almelo, Haaksbergen en Rijssen-Holten is de afstand tot deze doelstelling nog aanzienlijk.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 3.2: Hoeveelheid restafval Twentse gemeenten in 2023 (bron: CBS)

Samenstelling restafval

Kijken we naar de samenstelling van het restafval dat Haaksbergenaren elk jaar nog weggooien, dan zien we dus ook dat daar nog veel recyclebare grondstoffen in zitten. Zo bestaat ons restafval gemiddeld nog voor ongeveer 27% uit GFT en zit er nog bijna 10% PMD en 10% papier in onze grijze container. Dit betekent dat er nog steeds veel waardevolle grondstoffen verloren gaan. In onderstaand figuur is de samenstelling van het restafval van 2023 weergegeven.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 3.3: Samenstelling restafval Haaksbergen in 2023 (obv data van Eureco, 2023)

3.3 Uitdagingen

Onze resultaten op het vlak van afvalscheiding en recycling, de beleidskeuzes die we in het verleden hebben gemaakt, én een paar relevante landelijke ontwikkelingen maken dat we een aantal belangrijke uitdagingen kunnen identificeren voor de komende jaren:

  • -

    Ver verwijderd van de doelstellingen: De afstand tot zowel de landelijke VANG-doelstellingen als de regionale doelstelling Afvalloos Twente, is nog groot. Er is een (nieuwe) trendbreuk nodig in de hoeveelheid restafval die we verbranden om deze doelen in 2030 te gaan realiseren.

  • -

    Illegale containers: Een van de oorzaken van de relatief grote hoeveelheid restafval in onze gemeente, is omdat er veel oneigenlijk gebruik lijkt te worden gemaakt van containers voor (met name) restafval, maar ook PMD en GFT. Alle containers kunnen in de route worden aangeboden: zelf aangeschafte containers, maar dus ook die van bedrijven. Bovendien zijn veel verzamelcontainers vrij toegankelijk en uitgerust met grote inwerpopening. Uit analyse blijkt bijvoorbeeld dat per aangesloten adres op een verzamelcontainer gemiddeld maar liefst 516 kilo (!) restafval wordt ingezameld. Ter vergelijk: bij inzameling met de grijze container aan huis ligt de hoeveelheid op 301 kilo restafval per adres (niet per persoon).

  • -

    Onvoldoende registratie/controle: We hebben onvoldoende grip op de gebruikers van onze inzamelmiddelen. We hebben -als een van de enige gemeenten in oost Nederland!- nog geen containermanagementsysteem (CMS), waardoor niet te achterhalen valt welke containers legaal, en welke illegaal worden aangeboden in de route. We weten bovendien niet wie gebruik maakt van de verzamelcontainers voor restafval, waar erg veel restafval wordt aangeboden. Ook inhoudelijke analyses over restafvalaanbod en kwaliteit van grondstoffen kunnen we zonder containerregistratie niet maken. Ook hebben we onvoldoende controle op wie gebruik maakt van onze milieustraat. Door de huidige situatie kunnen we niet handhaven op vervuiling in containers en verkeerd/illegaal aanbiedgedrag.

  • -

    Afkeur van PMD: De kwaliteit van gescheiden grondstoffen staat onder druk: met name in het PMD worden veel zogenaamde ‘stoorstoffen’ (32%, Eureco, 2024) aangetroffen die er niet in thuis horen. Afkeur betekent dat het gescheiden PMD niet wordt gerecycled, maar alsnog wordt verbrand. Dit is slecht voor het milieu én zorgt ervoor dat de afvalstoffenheffing omhoog gaat.

  • -

    Keukenafval beter scheiden: Het GFT dat nog in het restafval zit, bestaat voor tweederde uit keukenafval (de rest is tuinafval). We scheiden onze schillen en etensresten nog niet erg goed. In deze stroom zit dus nog veel potentieel om de komende jaren de hoeveelheid restafval te verminderen en de recycling op te krikken.

  • -

    GFT bij hoogbouw: Nog niet alle inwoners van Haaksbergen kunnen GFT gescheiden aanbieden. Inwoners van hoogbouw hebben geen voorziening hiertoe tot hun beschikking. Aangezien GFT de grootste stroom is in ons restafval, liggen hier dus kansen om de hoeveelheid restafval te verlagen.

  • -

    Textiel beter scheiden: Van de totale hoeveelheid textiel die per inwoner gemiddeld vrijkomt (circa 10 kilo), wordt slechts 1,5 kilo gescheiden via de vergunde textielcontainers van Twente Milieu. Dat is ver onder het landelijk én regionaal gemiddelde. We weten dat ook enkele andere organisaties textiel inzamelen. We hebben echter geen zicht op de hoeveelheden die daarmee worden ingezameld en de wijze waarop het wordt verwerkt.

4. Uitgangspunten en randvoorwaarden grondstoffenvisie

4.1 Inleiding

Aan de hand van de (inter)nationale beleidskaders en -ontwikkelingen uit hoofdstuk 2 en de ambities en resultaten uit hoofdstuk 3, komen we in dit hoofdstuk tot een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden voor ons grondstoffenbeleid van de komende jaren. Hierbij hebben we inspraak gehad van onze inwoners, die we in een uitgebreid participatietraject bij de totstandkoming van deze grondstoffenvisie hebben betrokken (par. 4.3)

We kijken hiervoor eerst naar de rol die we als gemeente hebben in de grondstoffenketen. Vervolgens beschrijven we de belangrijkste uitgangspunten waaraan het grondstoffenbeleid de komende jaren moet voldoen.

4.2 Een belangrijke positie in de keten

De rol van de gemeente in de keten is heel lang beperkt geweest tot de afvalfase van een product. Gemeenten vormden op die manier eigenlijk het eindpunt van een vrij lineaire economie: producenten maken producten, consumenten kopen deze en danken ze af, en gemeenten verwerken ze vervolgens zo goed(koop) mogelijk. De rol van gemeenten was hiermee lange tijd beperkt tot de onderste treden (storten, verbranden, en waar mogelijk wat recycling) van de zogenaamde R-ladder die de prioriteitsvolgorde weergeeft voor de verwerking van afval.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 4.1: de R-ladder. Bron RLI 2014, bewerking PBL

De rol van de gemeente in de materiaalketen is steeds belangrijker aan het worden door toenemende afvalscheiding (vanaf de jaren ’90) en recycling én de ingezette transitie om onze economie circulair te maken. We zijn namelijk niet langer het einde van de keten, maar bevinden ons door deze ontwikkelingen op een sleutelpositie midden in de keten: als gemeente bepalen wij namelijk (middels ons beleid) of afgedankte producten als restafval worden vernietigd, óf dat ze als grondstof een tweede leven krijgen en (via de recycling) weer in nieuwe producten kunnen worden toegepast.

De uitdaging voor de komende jaren is om deze sleutelpositie in de keten optimaal te gaan gebruiken voor het zetten van stappen in de richting van de circulaire economie. Om te beginnen betekent dit het voorkomen van afval (door middel van ‘refuse’, ‘reduce’ en ‘re-use’8 ) en vervolgens inzetten op zoveel mogelijk recycling van afgedankte producten. Daarnaast kunnen we een belangrijke rol spelen in de optimalisatie van de recycling, door steeds te zoeken naar zo hoogwaardig mogelijke verwerking van onze gescheiden materialen en kunnen we (regionale) innovatie stimuleren door het ter beschikking stellen van onze grondstoffen aan kansrijke (recycling)initiatieven. Bovendien kan onze kennis over de samenstelling van het afval en onze ervaring met de inzameling ervan, producenten helpen bij hun uitdaging om producten beter recyclebaar, demonteerbaar en/of te repareren te produceren. Dit laatste kunnen we echter niet alleen, maar doen we via Twente Milieu, branchevereniging NVRD en VNG samen met andere gemeenten.

Door ons intensieve contact met onze inwoners (de consument) hebben we ook een taak in het verduurzamen van het gebruik van producten: minder verspillen, langer gebruik en slimmer afdanken. En hoewel het geen wettelijke taak van gemeenten is om haar inwoners te motiveren duurzamer te gaan consumeren, biedt onze verbindende rol in de keten wel de mogelijkheid om deze handschoen (mede) op te pakken. Dit sluit ook naadloos aan bij de circulaire ambities van Nederland, Overijssel en de regio Twente (beschreven in het koersdocument ‘circulaire economie voor Twentse gemeenten’ in 2024).

4.3 Bewonersparticipatie

Om de ideeën van onze bewoners op te halen én draagvlak te creëren voor nieuw grondstoffenbeleid, zijn we eind 2024 gestart met een participatietraject. We zijn begonnen met het uitschrijven van een enquête (november 2024), waar goede respons op is gekomen. De resultaten van deze enquête zijn op 11 maart 2025 gepresenteerd tijdens een bewonersavond, waar de aanwezigen ook zijn geïnformeerd over landelijke ontwikkelingen én input is opgehaald voor het bereiken van onze ambities. Tot slot hebben we de grondstoffenvisie ter inzage gelegd voor onze inwoners. Hieronder zijn de belangrijkste uitkomsten van de bewonersparticipatie op een rij gezet. De uitkomsten hebben we zoveel als mogelijk meegenomen in deze visie.

Uitkomsten enquête

De door Kennispunt Twente uitgevoerde enquête is door 768 inwoners ingevuld. Dit is een grote respons, vergeleken met andere onderwerpen. De belangrijkste conclusies van deze enquête zijn:

  • -

    76% van de respondenten geeft aan (zeer) tevreden te zijn met het afvalbeleid. Met name over de inzameling van PMD, oud papier en restafval is men erg tevreden.

  • -

    89% va de respondenten geeft aan dat afval scheiden hen goed lukt. Als wordt gevraagd naar wat zou helpen om (nog) beter te gaan scheiden, worden ‘belonen voor beter scheiden’ en ‘meer informatie’ het meest genoemd.

  • -

    Dit zien we ook terug bij de antwoorden op de stellingen: 61% van de respondenten is het (zeer) eens met de stelling dat huishoudens die beter scheiden minder zouden moeten betalen dan huishoudens die niet de moeite nemen om te scheiden.

  • -

    De respondenten geven verder aan dat ze niet meer willen betalen voor betere service, en dat zowel oud papier als restafval aan huis moet worden ingezameld in plaats van verzamelcontainers in de wijk.

  • -

    Ten slotte geven onze inwoners aan dat de communicatie over afval scheiden beter kan.

Input bewonersavond

Tijdens de inwonersavond op 11 maart hebben de aanwezigen in twee groepen gebrainstormd over mogelijke manieren om de hoeveelheid restafval te verlagen en meer te recyclen. De meest genoemde wensen van de aanwezigen zijn:

  • -

    Registreren van de containers om illegaal afval (en bijkomende kosten) te vermijden.

  • -

    Invoeren van een milieupas voor toegang tot verzamelcontainers en de milieustraat.

  • -

    Hoog serviceniveau (voldoende inzamelpunten) in de wijken voor glas, papier en textiel.

  • -

    Meer en betere communicatie over scheidingsregels en wat er gebeurt met gescheiden grondstoffen (online én offline).

  • -

    Belonen voor goed scheiden door middel van betalen per lediging/inworp voor restafval.

  • -

    Faciliteren mobiele milieustraat om grof afval laagdrempelig kwijt te kunnen.

  • -

    Educatie op scholen over nut en noodzaak van recycling.

  • -

    Mogelijkheid voor het scheiden van luiers en incontinentiemateriaal.

  • -

    Snoeiafval gratis wegbrengen naar de milieustraat en/of bladkorven voor snoeiafval.

De uitkomsten van de enquête zijn toegevoegd als bijlage bij deze visie.

Terinzagelegging

Als laatste stap in het participatietraject hebben we de grondstoffenvisie voor een termijn van zes weken ter inzage gelegd. Naast dat we de reguliere communicatiekanalen hebben gebruikt, hebben we ook specifiek de deelnemers van de enquête en bewonersavond geïnformeerd hierover.

De eventuele zienswijzen en reacties daarop worden in een reactienota verwerkt en bij deze grondstoffenvisie gevoegd.

4.4 Randvoorwaarden nieuw grondstoffenbeleid

De veranderende rol van de gemeente in de keten is een van de startpunten bij het formuleren van nieuw grondstoffenbeleid. Daarnaast kunnen er, vanuit gemeentelijk perspectief en uiteraard ingegeven vanuit het participatietraject van onze inwoners, een aantal belangrijke randvoorwaarden worden geformuleerd. Alle beleidsinterventies die we voorstellen worden hieraan getoetst:

  • -

    Draagvlak: Alle beleidsveranderingen die we voorstellen moeten op breed draagvlak kunnen rekenen in onze gemeente. Daarom hebben we uitgebreide bewonersparticipatie ingericht in de totstandkoming van dit nieuwe grondstoffenbeleid. Alleen als er draagvlak is onder onze inwoners, kan het beleid succesvol worden.

  • -

    Gemak en logica: Het scheiden van afval moet makkelijk en logisch zijn voor onze inwoners. Alleen als mensen begrijpen waarom we iets van ze vragen én we het gewenste gedrag ook goed faciliteren, gaan mensen meedoen met afval scheiden. Met andere woorden: scheiden moet zo makkelijk en logisch mogelijk worden gemaakt.

  • -

    Goed gedrag wordt beloond: Goed gedrag moet worden beloond. Dit uitgangspunt is naar voren gekomen in de enquête, en ook tijdens de bewonersavonden is deze wens door onze inwoners geuit.

  • -

    Beheersbare kosten: De kosten van het gemeentelijk afvalbeheer (die door middel van de afvalstoffenheffing door onze inwoners worden betaald) zijn al een paar jaar aan het stijgen. Deze kostenstijging wordt voornamelijk veroorzaakt wordt door autonome factoren (stijgende verbrandingsbelasting, dalende vergoedingen, kostenindexatie inzameling, etc.), waar we weinig invloed op hebben. Minder restafval en meer (en beter gescheiden) grondstoffen kunnen deze kostenstijging wellicht (deels) compenseren. Ook preventie en hergebruik zijn in veel gevallen goedkoper dan aanschaf van nieuwe producten. Toch zullen we op sommige vlakken wellicht moeten investeren om de transitie naar een circulaire economie op gang te brengen. Uitgangspunt hierbij is dat de kosten die we maken beheersbaar zijn geen onevenredige lastenverhoging met zich meebrengen.

  • -

    Datagericht werken: Interventies ten behoeve van meer en betere recycling kunnen we alleen goed en professioneel vormgeven als we beschikken over de juiste data. Willen we effectief ingrijpen in de kwantiteit én kwaliteit van onze grondstofstromen en gericht kunnen communiceren richting verschillende doelgroepen, dan moeten we meer weten over het gedrag van onze inwoners op wijk- of soms zelfs straatniveau over:

    • o

      Waar wordt goed -en waar minder goed- gescheiden? En welke grondstoffen verdwijnen nog in het restafval?

    • o

      Waar en wanneer is de kwaliteit van welke grondstofstroom ondermaats? En welke vervuiling zit er dan in de gescheiden grondstoffen?

    • o

      Welke huishoudelijke afvalstromen worden door wie ingezameld?

  • Uiteraard zullen we daarbij de privacy van onze inwoners bewaken en houden we ons aan de geldende privacywetgeving.

5. Minder afval, meer afvalscheiding en recycling

5.1 Inleiding

Hoe kunnen we, met deze uitgangspunten en randvoorwaarden als basis, concreet gaan werken aan het realiseren van de landelijke en regionale doelstellingen? Minder restafval kunnen we via twee aanvliegroutes bewerkstelligen.

In de eerste plaats kunnen we erop sturen dat mensen minder spullen kopen en/of ze langer gebruiken. Ook al hebben we beperkte (wettelijke) invloed hierop, toch willen we als gemeente bewustwording creëren en duurzaam gebruik van spullen en materialen stimuleren en faciliteren (par. 5.2).

De tweede manier om tot minder restafval te komen is ervoor zorgen dat waar spullen (na zo lang mogelijk gebruik) uiteindelijk worden afgedankt, ze zo goed mogelijk worden gescheiden en niet in het restafval belanden en worden verbrand. In paragraaf 5.3 t/m 5.5 worden de verschillende interventies beschreven die we als gemeente gaan inzetten om tot minder restafval en meer recycling te komen van ons huishoudelijke afval.

5.2 Afvalpreventie

Afval dat niet ontstaat hoef je ook niet in te zamelen en te verwerken. Het voorkomen dat grondstoffen gebruikt worden is dan ook de hoogste trede op de eerdergenoemde R-ladder, die de prioriteitsvolgorde van afvalverwerking aangeeft. We hebben als gemeente beperkte invloed op het productieproces van producenten. Maar we kunnen wel concrete invloed uitoefenen op gebruik- en afdankgedrag van onze inwoners zodat spullen langer worden gebruikt. Dit kan door bijvoorbeeld reparatie en kringloop te stimuleren, waardoor producten langer kunnen worden gebruikt of een tweede leven krijgen.

We willen de komende jaren met name benutten om bewustwording te creëren rondom de mogelijkheden die er zijn om minder afval te produceren én waar mogelijk handelingsperspectief bieden voor mensen die hiermee aan de slag willen. Als gemeente we bekijken op welke manier we kansrijke bestaande activiteiten aan elkaar kunnen koppelen om de levensvatbaarheid ervan te vergroten, waar we als facilitator kunnen bijdragen aan het versnellen of vergroten van de impact van lokale initiatieven, en op welke vlakken we als gemeente een initiërende rol moeten pakken om afval te verminderen. Laagdrempelige kansen voor Haaksbergen liggen de komende jaren vooral op het stimuleren van hergebruik (kringloop), reparatie en het delen van spullen.

Kringloop, reparatie en delen

Mensen kopen graag tweedehands. Het succes van online platforms als Marktplaats, eBay en Vinted enerzijds en de enorme groei van vintage winkels anderzijds laten zien dat er een grote behoefte is aan tweedehands spullen. Als gemeente willen we deze ontwikkeling graag stimuleren. Dit kan bijvoorbeeld door het bieden van goede locaties voor de kringloopactiviteit, het inrichten van een speciaal inzamelpunt op de milieustraat en uiteraard uitgebreide communicatie om de bekendheid en mogelijkheden van kringloop te vergroten.

Door het stimuleren van reparatie zorgen we ervoor dat producten die kapot of (licht) beschadigd zijn, een langere levensduur krijgen. Dit kunnen we doen het ter beschikking stellen van centrale locaties in de wijken, het doorgaan met het promoten (en wellicht zelfs faciliteren) van ons repaircafé (’t Gilde) en bijvoorbeeld het geven van korting op reparaties aan mensen met een kleine portemonnee.

Naast kringloop en reparatie wint ook de delen van spullen aan populariteit. Zo hoeft niet iedereen een ladder of een boormachine te kopen die je maar twee keer per jaar gebruikt, maar kunnen we er, door het slim faciliteren van delen en lenen, voor zorgen dat inwoners minder snel overgaan tot (vaak dure) aankoop van een product dat nauwelijks wordt gebruikt.

Dergelijke initiatieven hoeven (zeker in eerste instantie) niet kostbaar te zijn. Onze inzet is in eerste instantie gericht op het creëren van bewustwording rondom afvalpreventie, en het faciliteren van bestaande initiatieven:

  • -

    Inventariseren en communiceren: welke circulaire initiatieven er al zijn in onze gemeente, en hoe kunnen we bekendheid daar omheen genereren zodat meer mensen gaan deelnemen? Onderdeel hiervan is het updaten en communiceren van de Circulaire Initiatievenkaart die we al hebben.

  • -

    Lokale initiatieven faciliteren: waar lokale duurzaamheidsinitiatieven niet zelfstandig van de grond komen, of moeilijk kunnen opschalen, kunnen we deze als gemeente ondersteunen. Dit kan door middel van financiële steun, maar ook door het ter beschikking stellen van kennis, ruimte en/of communicatiecapaciteit.

  • -

    Maatwerk leveren: niet elke wijk, kern of bevolkingsgroep heeft dezelfde behoeften op het vlak van duurzaamheid. Waar op sommige plekken vraag is naar een reparatiecentrum, hebben mensen in een andere wijk wellicht meer behoefte aan het inrichten van een platform voor het delen van spullen. Om achter de specifieke behoeftes te komen die leven in onze gemeente gaan we in gesprek met onze inwoners om gezamenlijk tot een aanpak te komen.

Huidige activiteiten rondom afvalpreventie

  • -

    We hebben een Circulaire initiatieven-kaart gemaakt onder de naam ‘Zoek het om de hoek’. Deze kaart biedt inwoners de mogelijkheid om gemakkelijk circulaire initiatieven in hun buurt te vinden en zo bij te dragen aan een duurzamere samenleving.

  • -

    In het kader van het project ‘Adoptidee’ laten we leerlingen nadenken over de kansen die er liggen in samenwerkingen tussen milieuplein, Repair Café en kringloopwinkel.

  • -

    Samen met andere Twentse gemeenten hebben we, in het kader van Afvalloos Twente, afspraken gemaakt over de aanpak van voedselverspilling en de kwaliteit van GFT, toegespitst op 3 onderdelen, die we in 2025 al oppakken:

    • o

      Het tegengaan van voedselverspilling;

    • o

      Inzetten op meer gescheiden voedselresten: dit is immers de grootste stroom in het restafval;

    • o

      Het tegengaan van vervuiling van het gescheiden GFT in de groene container.

5.3 Afvalscheiding en recycling

Waar afval toch ontstaat, moeten we zorgen voor zo min mogelijk vernietiging van grondstoffen, en dus zo min mogelijk restafval en zo veel mogelijk recycling. Welke instrumenten kunnen we hiertoe inzetten? In deze paragraaf een overzicht van de knoppen waaraan we als gemeenten kunnen draaien (instrumentarium afvalscheiding), wat we nu al doen (huidige inzet) en welke mogelijkheden we nog hebben om tot minder restafval en meer recycling te komen (verbeteropties).

Instrumentarium afvalscheiding

In de basis hebben wij als gemeente drie instrumenten om te sturen op het afvalscheidingsgedrag van onze inwoners: communicatie, service en financiële prikkels. Communicatie zet met name in op het aansporen van intrinsiek gemotiveerde mensen om afval te scheiden. Service-instrumenten zetten vooral mensen in beweging die het graag gemakkelijk wordt gemaakt om afval te scheiden. Met een financiële stimulans tenslotte worden met name inwoners bereikt die gevoelig zijn voor impact van hun gedrag op hun portemonnee.

afbeelding binnen de regeling

Communicatie

afbeelding binnen de regeling

Service

afbeelding binnen de regeling

Financiële prikkel

Resultaten van de landelijke benchmark afvalinzameling9 laten zien dat (bijna) alleen gemeenten diealle drie deze prikkels op de een of andere manier in hun grondstoffenbeleid hebben verwerkt, in staat zijn om de VANG-doelstellingen te bereiken. De logica hierachter is dat wanneer één van deze instrumenten buiten de ‘beleidsmix’ wordt gelaten, er een significant deel van de bevolking niet bereikt wordt/verleidt wordt om het gewenste gedrag te vertonen. Deze groep is dan simpelweg niet gevoelig voor de instrumenten die wél worden ingezet.

Naast deze drie (groepen) van beleidsinstrumenten hebben we als gemeente ook nog -als sluitstuk op het beleid- handhaving tot onze beschikking. Waar handhaving met name preventief wordt ingezet, behoort het eigenlijk tot de communicatie-inzet: bewoners worden immers door middel van waarschuwingen en zichtbare aanwezigheid van handhavers gemotiveerd goed te bekijken of hun eigen scheidingsgedrag voldoet aan de norm.

Huidige inzet en verbeteropties

Leggen we deze blauwdruk voor effectief grondstoffenbeleid op de inzet die we als Haaksbergen plegen, dan zien we dat we op het vlak van communicatie al veel goede dingen doen. Samen met Twente Milieu communiceren we uitgebreid over de scheidings- en aanbiedregels, en worden jaarlijks op meerdere onderwerpen campagnes georganiseerd die onze inwoners bewust moeten maken van nut en noodzaak van goed gescheiden afval voor zowel milieu als portemonnee. Toch geven onze inwoners ook aan dat communicatie uitgebreider en beter kan. Zowel digitaal als offline gaan we nog meer en beter communiceren over de scheidingsregels en wat er gebeurt met de gescheiden grondstoffen die onze inwoners aanbieden.

Voorbeelden extra communicatie

  • -

    Op basis van de samenstelling van het restafval pakken we elke maand in de communicatie een grondstoffenstroom beet, waarvoor we tips geven hoe deze stroom beter gescheiden kan worden.

  • -

    We gaan beter communiceren over de mogelijkheid om luiers gescheiden aan te bieden op de milieustraat. Dit doen we bijvoorbeeld door het sturen van een ansichtkaart naar gezinnen waar een baby is geboren. Hierbij kunnen we ook een waardebon aanbieden voor de aanschaf van een wasbare luier.

Ten aanzien van service hebben we in Haaksbergen al wel stappen gezet, maar liggen er ook nog (relatief eenvoudige) kansen ter verbetering. Zo wordt restafval sinds 2018 nog maar eens per 4 weken ingezameld wat een flinke reductie van het restafval tot gevolg heeft gehad, en zamelen we aan huis PMD, GFT en papier in. Verbetermogelijkheden hebben we nog ten aanzien van de inzameling van GFT bij hoogbouw en het scheiden van (met name) textiel. Willen we dat onze inwoners dit (beter) gaan doen, zullen we ze voldoende moeten faciliteren.

De financiële beloning passen we in Haaksbergen niet toe in ons grondstoffenbeleid. Waar de meeste (Twentse) gemeenten huishoudens die goed scheiden belonen via de afvalstoffenheffing door middel van betaling per lediging, is hier in Haaksbergen de afgelopen jaren niet voor gekozen. Willen we echter de landelijke VANG-doelstellingen of (nog ambitieuzer) de Twentse doelstelling om ‘afvalloos’ te worden in 2030 te gaan halen, dan lijkt het haast onvermijdelijk om (op termijn) een systeem van financiele beloning op te gaan nemen in ons grondstoffenbeleid. Later in deze visie komen we hierop terug.

5.4 De basis op orde

Analyse van ons grondstoffenbeleid (hoofdstuk 3) leert dat we nog grote stappen te zetten hebben om onze doelstellingen te bereiken. De instrumenten die we daarvoor nodig hebben zijn echter wel beschikbaar (zie vorige paragraaf). Kijkend naar andere, vergelijkbare, gemeenten (zowel landelijk als regionaal) kunnen we redelijk goed zien waar ons grondstoffenbeleid al aan de norm voldoet, en waar we nog (grote) kansen hebben op verbetering. Een blik op onze huidige systematiek leert dat we, om de trendbreuk richting Afvalloos Twente echt te kunnen gaan zetten, eerst zullen moeten werken aan het op orde brengen van de basis van onze afval- en grondstoffeninzameling. Pas als de basis op orde is, kunnen de aanvullende maatregelen effectief worden ingezet.

Maar wat is de ‘basis op orde’ dan eigenlijk? Kort gezegd betekent dit dat onze afvalinzameling professioneel en toekomstbestendig is ingericht: we hebben zicht op onze inzamelmiddelen én wie er gebruik van (mogen) maken. Dit geeft ons handvatten om te sturen op minder (illegaal aangeboden) restafval, meer gescheiden grondstoffen, minder vervuiling en daarmee lagere kosten.

Daarnaast betekent de basis op orde dat iedere inwoner van Haaksbergen in staat is om alle grondstoffen die ze willen scheiden, ook kúnnen scheiden: dit betekent voldoende toegankelijke locaties voor oud papier, glas en textiel en het creëren van faciliteiten voor GFT bij hoogbouw. Ook op onze milieustraat moeten we grip krijgen op de binnenkomende afvalstromen. Nu kan iedereen nog onbeperkt afval brengen naar de milieustraat, en weten we niet of het wel onze eigen inwoners zijn die gebruik maken van deze faciliteiten.

Concreet gaan we onderstaande punten realiseren, willen we onze basis op orde maken waarmee we onszelf de uitgangspositie verschaffen om daarna stevig werk te kunnen maken van onze doelstellingen:

  • -

    Een containermanagementsysteem (CMS): Ieder huishouden krijgt een 140 liter container voor restafval én voor GFT en een 240-liter container voor PMD. Deze containers worden gechipt, zodat we weten wie gebruik maken van onze afvalinzameling en illegale containers uit de inzameling worden geweerd. Op verzoek (en tegen betaling, gelijk aan huidig beleid) kan van deze standaard containers worden afgeweken

  • -

    Optimalisatie inzameling restafval hoogbouw: Bij hoogbouw vervangen we de huidige inzameling van restafval met rolcontainers door ondergrondse verzamelcontainers met toegangscontrole. Hiermee weren we illegaal gebruik van deze containers en reduceren we ons restafval. Ieder huishouden in de hoogbouw krijgt een adres gebonden milieupas waarmee de container kan worden geopend.

  • -

    GFT-voorzieningen voor hoogbouw: Bewoners van hoogbouw/gestapelde woningen, kunnen nu nog geen GFT scheiden. Om deze service ook aan die inwoners te gaan bieden -en te voldoen aan de wettelijke verplichting om bij elk huishouden GFT te scheiden- plaatsen we bij elke ondergrondse restafvalcontainer voorziening voor het scheiden van GFT, die alleen toegankelijk is met de milieupas (die deze huishoudens ook voor de restafvalcontainer gebruiken). Dit zorgt voor meer gescheiden GFT, en daarmee minder restafval.

  • -

    GFT-container in het basistarief: Aangezien ieder huishouden straks GFT kan scheiden en hiervoor dezelfde container gebruikt stoppen we met het belasten van de GFT-container al naar gelang het formaat ervan. Deze wordt gefinancierd uit het basistarief.

  • -

    Meten is weten: Samen met Twente Milieu gaan we meer data-gericht werken. We gaan bekijken waar goed en waar minder goed gescheiden wordt en analyseren inzamelroutes en aanbiedgedrag. Deze data kunnen we vervolgens gebruiken om gericht te communiceren én onze inzamellogistiek te optimaliseren. Ook brengen we de inzameling van grondstoffen door derden in kaart, zodat we beter zicht krijgen op al het huishoudelijk afval dat in onze gemeente wordt ingezameld.

  • -

    Voldoende handhavingscapaciteit: Om iedereen mee te krijgen in de nieuwe aanpak, is het van belang dat we (zeker in het begin) een stok achter de deur houden om ongewenst gedrag te voorkomen. Illegale containers, bijplaatsingen, dumpingen, etc. willen we waar mogelijk voorkomen en anders zo snel mogelijk identificeren en -in het uiterste geval- aanpakken.

5.5 Meer en beter afval scheiden

Als de basis van onze afvalinzameling op orde is, kunnen we aan de slag met het optimaliseren van onze afvalinzameling, zodat we minder restafval en meer gescheiden grondstoffen inzamelen. We gebruiken de kennis en data die we nu kunnen verzamelen om gerichter te communiceren, te werken aan kwaliteit van gescheiden grondstoffen en efficiënter in te kunnen zamelen. Daarmee zetten we verdere stappen in de richting van onze doelstellingen. Concreet kunnen hiertoe de volgende maatregelen worden ingezet:

Optimalisatie scheidingsmogelijkheden grondstoffen

We zorgen voor genoeg, werkende en schone verzamelcontainers voor grondstoffen zodat iedereen deze waardevolle (!) grondstoffen optimaal kan scheiden. Wanneer uit analyse blijkt dat er te weinig voorzieningen staan in een bepaalde wijk, plaatsen we extra containers. Ook zorgen we ervoor dat de scheidingsmogelijkheden op de milieustraat aansluiten bij de ambities die we hebben op het vlak van afvalscheiding en recycling.

Efficiënte inzameling

Door de containerregistratie kunnen we bekijken met welke frequentie containers worden aangeboden, en hierop onze inzameling afstemmen. Zo kunnen we routes optimaliseren en (eventueel) inzamelfrequenties afstemmen op het aanbod van de betreffende afvalstroom. Hiermee bieden we optimale service tegen zo laag mogelijke kosten.

Educatie op basisscholen

Steeds meer gemeenten starten zelf of in samenwerking met een organisatie een educatieproject rondom afvalscheiding op scholen op. Dit met als doel om kinderen bewust te maken van de gevolgen van afval en recycling. De gedachte hierachter is dat deze kinderen de scheidingsboodschap mee naar huis nemen en ze (later) ook beter zullen scheiden. Wij spelen hier als gemeente Haaksbergen ook op in. Dit hebben we in het verleden onder andere al gedaan op het gebied van zwerfafval en willen we verder uitbreiden.

Aanpak kwaliteit PMD

Om circulair te worden moeten we zo veel mogelijk grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk recyclen. Hiervoor is het van belang dat we deze grondstoffen zo schoon mogelijk bij onze inwoners inzamelen. Voor glas, papier en GFT gaat dit eigenlijk al jaren heel erg goed. De kwaliteit van PMD (en in mindere mate textiel) staat de laatste jaren echter onder druk. Om aan de kwaliteit van het gescheiden PMD te kunnen gaan werken moeten we eerst gaan meten: wat is de vervuiling, wanneer treed deze vooral op, en op welke plekken zien we slechte kwaliteit? Onderzoek dat we samen met Twente Milieu en Verpact hebben uitgevoerd, laat namelijk zien dat 75% van de vervulling van PMD door slechts 25% van de inwoners wordt veroorzaakt. Als we weten waar de vervuiling het meeste voorkomt, kunnen we gericht gaan communiceren over scheidingsregels en nut en noodzaak van schoon PMD in de betreffende wijken.

Pilot kwaliteit PMD

In 2024 is er in samenwerking met Verpact en Twente Milieu een pilot uitgevoerd in 2 wijken met het inzetten van voorlopers. Dit zijn medewerkers van Twente Milieu die vlak voor de inzamelwagen uit lopen en de kwaliteit van PMD-containers controleerden. Containers die te veel materialen bevatten die er niet in thuis horen, werden niet geleegd, en kregen een hanger met daarop informatie over wat er in de container is aangetroffen, en wanneer deze (opgeschoond) alsnog geleegd zou worden. De resultaten van deze pilot zijn positief: de vervuilingsgraad daalde van 40% (nulmeting) naar respectievelijk 34% en 33% tijdens 2 meetmomenten. Gezien het succes van deze pilot (die ook in vee anderen gemeenten succesvol wordt toegepast), wordt de aanpak vanaf komend jaar standaard in de DVO met Twente Milieu opgenomen.

NB: De precieze aanpak van de kwaliteit van PMD is tevens afhankelijk van de resultaten van de onderhandelingen tussen Verpact en de VNG over vergoedingen en kwaliteit van het gescheiden PMD.

Stoppen met reinigingsrecht voor bedrijfsafval

Het is geen gemeentelijke taak om bedrijfsafval in te zamelen. We stoppen daarom met het reinigingsrecht (waarbij bedrijven de gemeente betalen om gebruik te maken van de gemeentelijke inzameling), zodat we een zuiverder beeld krijgen van het huishoudelijk afval (waarvoor we wél een wettelijke verplichting hebben) dat we bij onze inwoners inzamelen en (laten) verwerken. Bedrijven worden zelf verantwoordelijk voor het organiseren van hun afvalinzameling. Voor PMD hebben zij overigens de mogelijkheid om via Verpact (kosteloos) de inzameling te organiseren.

Wat is bedrijfsafval?

Onder bedrijfsafval vallen juridisch gezien de volgende afvalstromen:

  • -

    afval afkomstig van bedrijven, kantoren, winkels, organisaties en instellingen. Hieronder valt ook afval van recreatiewoningen, dit is immers een commerciële activiteit;

  • -

    bouw- & sloopafval van bedrijven, kantoren, winkels, organisaties en instellingen;

  • -

    landbouwplastic en krimpfolie, ook al zijn ze afkomstig van particuliere huishoudens zijn dit wel materialen die op bedrijfsmatige activiteiten duiden.

Bedrijven moeten er zelf voor zorgen dat hun afval goed wordt ingezameld en verantwoord wordt verwerkt. Op de milieustraat wordt bedrijfsafval dan ook in principe geweigerd, als het duidelijk is dat het om bedrijfsafval gaat.

Aangezien de restricties voor het permanent bewonen van recreatiewoningen de komende jaren mogelijk worden versoepeld, bekijken we te zijner tijd op welke wijze we de inzameling van afval bij vaste bewoners (die dan ook afvalstoffenheffing gaan betalen) het beste kunnen gaan organiseren.

Afval scheiden in de openbare ruimte

Ook in de openbare ruimte zouden onze inwoners op een vergelijkbare manier hun grondstoffen moeten kunnen scheiden. Hoewel afval in openbare prullenbakken juridisch gezien geen huishoudelijk afval is maar bedrijfsafval, gaan we in een nieuw op te stellen afvalbakkenplan (gepland in 2026) bekijken of, en zo ja hoe, we afvalscheiding in de openbare ruimte mogelijk kunnen maken. Dit zou tegelijk ook een positief effect moeten hebben op de hoeveelheid zwerfafval.

Meer hergebruik en recycling grof afval

We produceren relatief veel grof restafval in Haaksbergen. Deze hoeveelheid gaan we de komende jaren halveren door het beleid rondom het inzamelen en recyclen van deze stromen op onze milieustraat aan te pakken:

  • -

    Met de invoering van een milieupas zorgen we ervoor dat alleen inwoners van Haaksbergen gebruik kunnen maken van de milieustraat. Hiermee vermijden we bedrijfsafval;

  • -

    We gaan de registratie van de verschillende stromen op de milieustraat verbeteren zodat we beter inzicht krijgen in wat we inzamelen en hoe we dit vervolgens verwerken. Ook kijken we kritisch naar de kosten en opbrengsten van de verschillende stromen;

  • -

    We inventariseren welke stromen we aanvullend willen en kunnen gaan scheiden op de milieustraat;

  • -

    We gaan (meer) samenwerken met de kringloopactiviteiten om ervoor te zorgen dat we waar mogelijk spullen een tweede leven geven.

Toekomst milieustraat

Medio 2026 loopt het contract met Langezaal voor de exploitatie van onze milieustraat af. Momenteel voeren we constructieve gesprekken over de toekomst van onze milieustraat. Dit proces wordt -gezien de omvang ervan- separaat van (maar wel parallel aan) de totstandkoming van deze grondstoffenvisie uitgevoerd.

Belangrijk uitgangspunt bij het maken van nieuwe afspraken ten aanzien van onze milieustraat is dat we optimaal milieurendement willen behalen (dus zo min mogelijk restafval en zo veel mogelijk gescheiden grondstoffen) tegen aanvaardbare kosten.

Luiers en incontinentiemateriaal

Luiers en incontinentiemateriaal vormen een van de snelst groeiende stromen in het restafval. Momenteel is er slechts één recyclinginstallatie in Nederland beschikbaar, maar die heeft onvoldoende capaciteit voor alle luiers uit heel Nederland. In Haaksbergen bieden we onze inwoners wel de mogelijkheid om luiers gescheiden in te leveren op de milieustraat, ook al worden deze nu nog als restafval verwerkt. De bekendheid van deze mogelijkheid gaan we de komende jaren vergroten. Daarnaast gaan we, in het kader van afvalvermindering, het gebruik van wasbare luiers onder de aandacht brengen en stimuleren.

Mobiele milieustraat

Om het scheiden van klein grof afval, zoals apparaten, piepschuim, vlakglas, KCA, harde kunststoffen, hout en (kleine beetjes) puin, te faciliteren, gaan we de mogelijkheden onderzoeken van de inzet van een mobiele milieustraat, die roulerend op verschillende plekken in de gemeente komt te staan. Een alternatief voor de milieustraat, dichtbij huis. Om de kosten beheersbaar te houden, vullen we dit het liefst in samenwerking met regiogemeenten en Twente Milieu in.

6. Fasering en kostenprognose

6.1 Fasering voor de komende jaren

Voorstel is om de beleidsveranderingen die we moeten doorvoeren om stappen te zetten in de richting van de landelijke en regionale doelstellingen, gefaseerd te gaan inzetten. Pas na evaluatie van de resultaten van een fase, zetten we een volgende stap. Hiermee behouden we draagvlak voor de aanpassingen die we doorvoeren, kunnen we tussentijds evalueren wat de impact van de betreffende fase is geweest en kunnen we op basis van die kennis en data waar nodig bijsturen.

Afvalpreventie

In onderstaande fasering hebben we onze activiteiten met betrekking tot afvalpreventie niet opgenomen. Deze activiteiten staan namelijk los van onze inspanningen om de basis op orde te brengen en meer en beter te gaan recyclen. Inzet die we gaan plegen op het vlak van afvalpreventie zal daarom de komende jaren parallel aan onderstaande activiteiten gebeuren.

Op basis van de resultaten van andere gemeenten kunnen we redelijk nauwkeurig voorspellen welke ingrepen in onze systematiek welke effecten zullen hebben op onze afvalscheiding en recycling.

Fase 1. De basis op orde

Verwacht effect: -15 tot -25 kilo fijn restafval ➔ implementatie in de loop van 2026

We implementeren de maatregelen die horen bij ‘de basis op orde’ (zie par. 5.4). Dit gaat zorgen voor een reductie van het restafval door minder illegaal (bedrijfs)afval en meer gescheiden GFT doordat ook hoogbouwbewoners dit gescheiden kunnen gaan aanbieden. Bovendien krijgen we veel beter zicht op de kwaliteit van de gescheiden stromen en in welke wijken afvalscheiding nog extra aandacht nodig heeft. Deze kennis gaan we in fase 2 inzetten om gericht en effectief te communiceren en de inzameling te optimaliseren. Hiermee professionaliseren we onze afvalinzameling en maken we deze toekomstbestendig.

Fase 2. Optimalisatie inzameling

Verwacht effect: -5 tot -10 kilo fijn restafval en -20 tot -25 kilo grof restafval ➔implementatie in de loop van 2027 (en waar mogelijk al in de loop van 2026)

Als de basis op orde is kunnen we aan de slag met het optimaliseren van onze inzameling. Hiertoe gaan we in 2027, aan de hand van de kennis en data die we hebben kunnen verzamelen door het CMS, aan de slag met de volgende maatregelen:

  • -

    We optimaliseren waar nodig de scheidingsmogelijkheden voor grondstoffen. Hiervoor analyseren we huidig aanbiedgedrag, kijken we waar behoefte is aan meer voorzieningen, en plaatsen waar nodig extra containers;

  • -

    We passen waar nodig/mogelijk de inzamelfrequenties aan om de inzameling efficiënter te maken en afvalscheiding te stimuleren. Dit doen we op basis van de inzameldata die we door het CMS kunnen verzamelen én data/ervaringen van andere gemeenten ten aanzien van inzamelfrequenties van de verschillende grondstoffen;

  • -

    We gaan beter en gerichter communiceren over scheidingsregels en nut/noodzaak van afvalscheiding en recycling, mede op basis van de data die we verzamelen door het CMS. Dit doen we onder andere door de inzet van educatie op scholen;

  • -

    We gaan aan de slag met het verbeteren van de kwaliteit van gescheiden PMD;

  • -

    We stoppen met het reinigingsrecht voor de inzameling van bedrijfsafval;

  • -

    We bekijken of we afvalscheiding in de openbare ruimte kunnen faciliteren. Enerzijds om buitenshuis hetzelfde gedrag te stimuleren als thuis en anderzijds om zwerfafval te voorkomen;

  • -

    We gaan de registratie en verwerking van grof afval beter monitoren en zorgen voor meer hergebruik (kringloop) en recycling van grof afval op onze milieustraat. Hiermee halveren we de hoeveelheid grof restafval die moet worden verbrand.

Fase 3. Financieel belonen

Verwacht effect: -25 tot -40 kilo restafval ➔ implementatie op 1 januari 2028

Door middel van de implementatie van fase 1 en 2 hebben we een professionele, toekomstbestendige afvalinzameling én is onze afvalinzameling volledig geoptimaliseerd. Om een echte trendbreuk te realiseren gaan we in de loop van 2027 aan de slag met het voorbereiden van het invoeren de beloningssystematiek, die we per 1 januari 2028 implementeren. We maken hiervoor een deel van de afvalstoffenheffing afhankelijk van de hoeveelheid restafval dat een huishouden aanbiedt. Onze inwoners krijgen zo door hun scheidingsgedrag zélf invloed op de hoogte van de heffing.

Hoe werkt financieel belonen precies?

Bij een systeem van financieel belonen wordt een deel van de afvalstoffenheffing afhankelijk gemaakt van de hoeveelheid restafval die wordt aangeboden. Elk huishouden betaalt sowieso het vaste deel van de heffing. Dit betreft een significant lager bedrag dan voorheen het geval was. Daarbovenop wordt per keer dat de grijze container ter lediging wordt aangeboden (of een inworp wordt gedaan in een verzamelcontainer voor restafval) een -later vast te stellen- tarief gerekend (dit noemen we het variabele tarief). Hoe beter een huishouden het afval scheidt, hoe minder vaak het restafval aan de straat hoeft, en des te lager de rekening wordt. Zo wordt goed scheiden beloond!

De precieze hoogte van het vaste en variabele tarief en de afrekenmethode ervan gaan we op een later moment (en aan de hand van praktijkvoorbeelden van andere gemeenten) bepalen.

Om onze inwoners te helpen bij het verminderen van hun restafval, kunnen we ervoor kiezen om, tegelijk met de invoering van de financiële beloning, onderstaande aanvullende dienstverlening aan te bieden:

  • -

    Om gezinnen met veel luierafval tegemoet te komen kunnen we het scheiden van luiers en incontinentiemateriaal beter faciliteren. Dit kan door middel van verzamelcontainers voor luiers met toegangscontrole die we op logische plekken neerzetten;

  • -

    We kunnen, in samenwerking met regiogemeenten en Twente Milieu, een mobiele milieustraat inzetten om inwoners te faciliteren in het scheiden van klein grof afval.

VANG-doelstelling en Afvalloos Twente

In hoofdstuk 5 beschreven we de drie soorten instrumenten die we als gemeente tot onze beschikking hebben om te komen tot meer afval scheiding én waar Haaksbergen mogelijkheden tot verbetering heeft op dit vlak. Met de maatregelen in fase 1 en 2 optimaliseren we onze service en communicatie. In fase 3 voegen we de financiële beloning toe aan ons systeem, waarmee we een complete mix aan beleidsinstrumenten inzetten in ons grondstoffenbeleid. Onderstaande restafvalprognose laat zien dat we hiermee de landelijke doelstellingen van 100 kilo restafval (en daarmee 60% recycling) na invoering van dit beleidsplan gaan halen.

Ons regionale doel om in 2030 ‘afvalloos’ te zijn, is daarmee echter (waarschijnlijk) nog niet bereikt. Gezien de looptijd van deze grondstoffenvisie is verder plannen dan fase 3 echter niet wenselijk. We zullen in 2029/2030 de resultaten van deze grondstoffenvisie eerst goed evalueren om op basis daarvan mogelijke vervolgstappen te kunnen inventariseren die ons na 2030 wél richting een afvalloze gemeente gaan brengen.

afbeelding binnen de regeling

Figuur 6.1. Prognose ontwikkeling hoeveelheid restafval ten opzichte van de landelijke en regionale doelstellingen.

6.2 Kostenprognose

Fase 1

Samen met Twente Milieu hebben we een begroting opgesteld voor de kosten en opbrengsten van de implementatie van fase 1: de basis op orde. Voor deze kostenbegroting zijn een aantal aannames gedaan. Zo moeten we bijvoorbeeld een inschatting maken van de daling van de hoeveelheid restafval door invoering van het CMS, en de hoeveelheid GFT die we bij hoogbouw gaan inzamelen. Uiteraard zijn deze aannames gedaan op basis van ervaringen in andere gemeenten die soortgelijke aanpassingen hebben doorgevoerd.

Conclusie van deze doorrekening is dat we onze afvalinzameling kunnen professionaliseren én toekomstbestendig kunnen maken zonder de kosten te hoeven verhogen.

Dit komt doordat we de investeringen die we moeten doen, compenseren met de daling van de verwerkingskosten doordat we minder restafval inzamelen en meer grondstoffen gescheiden inzamelen. We hebben deze doorrekening vrij conservatief gedaan om niet voor verrassingen te komen staan. De praktijk zal moeten uitwijzen wat de precieze hoeveelheid containers is die we gaan uitzetten en wat de gevolgen hiervan zijn voor de hoeveelheid restafval en GFT die we inzamelen en moeten verwerken.

Fase 2

De verwachting is dat alle maatregelen die we in fase 2 hebben gepland eveneens ongeveer kostenneutraal kunnen worden geïmplementeerd. Waar extra containers voor bijvoorbeeld textiel en aanvullende communicatie om investeringen vragen, kunnen we door de optimalisatie van de inzameling en de reductie van het restafval kosten besparen. We hebben hier nog geen exacte doorrekeningen van kunnen maken, omdat we eerst de data uit fase 1 nodig hebben om te weten welke aanpassingen we precies kunnen doen in onze inzamellogistiek. Met name in de optimalisatie van de logistiek zien we mogelijkheden tot kostenbesparing waardoor het kosteneffect van deze fase wellicht voordeliger gaan uitvallen dan we nu (voorzichtig) prognosticeren.

Fase 3

Implementatie van de financiële beloning zal gaan leiden tot een daling van de kosten. Enerzijds door logistieke optimalisatie door veranderd aanbiedgedrag, anderzijds door lagere verwerkingskosten als gevolg van vermeden restafval en meer gescheiden grondstoffen. Ook hier geldt dat de precieze hoogte van deze bedragen afhankelijk is van het scheidingsgedrag van onze inwoners en de uitgangssituatie na fase 1 en 2. Na implementatie van fase 1 en 2 kunnen we hier een goede indicatie van maken, en een nauwkeurigere kostenprognose voorleggen voor fase 3.

Effect per huishouden verschillend

Door implementatie van deze financiële beloningssystematiek heeft straks elk huishouden zelf invloed op de hoogte van de heffing. Wanneer je grondstoffen als GFT, oud papier, glas en PMD goed scheidt, heb je lagere kosten dan wanneer je ervoor kiest dit niet te doen en de restafvalcontainer vaker ter lediging aan te bieden. Dit betekent dat het ene huishouden er door deze systematiek meer op vooruit zal gaan dan het andere.

Bij invoering van financieel belonen kan gekozen worden voor aanvullende service zoals uitgebreider faciliteren van luierinzameling en de inzet van de mobiele milieustraat (zoals beschreven in paragraaf 5.5). Uiteraard zijn aan deze extra service kosten verbonden. Wanneer we er bij de invoering van fase 3 voor kiezen om deze service te gaan verlenen, bekijken we wat de kosten zijn die hieraan verbonden zijn en of we die willen aangaan.

Uitvoeringsplannen

Per fase stellen we samen met Twente Milieu een uitvoeringsplan op, met daarin de details met betrekking tot planning, kosten en benodigde kredieten.


Noot
3

Bij diftar wordt de afvalstoffenheffing deels bepaald aan de hand van de hoeveelheid restafval die een huishouden produceert

Noot
4

Regionaal Koersdocument, Circulaire Economie voor Twentse gemeenten, februari 2024

Noot
5

De cijfers over 2024 zijn nog niet definitief, maar lijken in lijn te liggen met 2023.

Noot
6

De ambitie voor Afvalloos Twente geldt alleen voor fijn restafval. Inclusief grof restaval (en daarmee vergelijkbaar met de VANG-doelstelling) komt deze ambitie neer op ca. 65 kilo restafval per inwoner.

Noot
7

https://www.benchmarkafval.nl/tools/vangrecycletool/

Noot
8

Refuse = een product overbodig maken; Reduce = efficiënter fabriceren met minder grondstoffen; Re-use = opnieuw gebruiken van een product in dezelfde functie.