Beleidsregels Bijverdienregeling Participatiewet 2027 Hollands Kroon

Dit is een toekomstige tekst! Geldend vanaf 01-01-2027

Intitulé

Beleidsregels Bijverdienregeling Participatiewet 2027 Hollands Kroon

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon;

gelet op artikel 34a van de Participatiewet;

gelet op artikel 1:3 lid 4 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluit:

vast te stellen Beleidsregels Bijverdienregeling Participatiewet 2027 Hollands Kroon

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

    algemene bijstand: bijstand als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Participatiewet;

  • b.

    betaalde werkzaamheden: hieronder wordt verstaan:

    • Arbeid in loondienst, ongeacht de aard, omvang of duur van het dienstverband;

    • Zelfstandige arbeid, waarbij inkomsten worden gegenereerd uit een eigen onderneming of freelance activiteiten;

    • Andersoortige werkzaamheden waarvoor een financiële vergoeding wordt ontvangen, zoals kluswerk, oppasdiensten, bezorgwerk, of andere vormen van informeel betaald werk.

  • Betaalde werkzaamheden worden geacht aanwezig te zijn zodra sprake is van een tegenprestatie in geld, ongeacht de hoogte van het bedrag of de frequentie van betaling. Vrijwillige of onbetaalde werkzaamheden vallen niet onder deze definitie, tenzij er sprake is van een vergoeding die als inkomen wordt aangemerkt op grond van de Participatiewet.

  • c.

    bijstandsgerechtigden: personen die een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAZ, IOAW of het Bbz ontvangen;

  • d.

    bijverdienregeling: de regeling bedoeld in artikel 34a van de Participatiewet;

  • e.

    college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon;

  • f.

    gemeente: gemeente Hollands Kroon;

  • g.

    netto inkomen: het inkomen dat overblijft uit betaalde werkzaamheden nadat belastingen, sociale premies en andere verplichte inhoudingen zijn afgetrokken;

  • h.

    uitkering: een uitkering voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet, Ioaw, Ioaz of Bbz.

Artikel 2. Doelstelling

De bijverdienregeling heeft als doel om bijstandsgerechtigden te stimuleren om (meer) te gaan werken door een deel van hun arbeidsinkomsten tijdelijk niet te verrekenen met de bijstandsuitkering. Hiermee wordt de stap naar werk financieel aantrekkelijker gemaakt en wordt duurzame arbeidsinschakeling bevorderd.

Artikel 3. Reikwijdte

  • 1. De bijverdienregeling is van toepassing op alle bijstandsgerechtigden tussen 18 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd.

  • 2. De bijverdienregeling geldt voor inkomsten uit arbeid in loondienst of als zelfstandige, mits deze bijdragen aan arbeidsinschakeling.

  • 3. Voor de toepassing van de bijverdienregeling wordt uitgegaan van het netto-inkomen uit betaalde werkzaamheden, zoals vastgesteld conform de regels van de Participatiewet

Artikel 4. Procedure en toetsing

  • 1. De aanvraag voor toepassing van de bijverdienregeling wordt digitaal ingediend. In afwijking van deze digitale aanvraag is een schriftelijke aanvraag mogelijk indien naar het oordeel van het college bijzondere omstandigheden in het individuele geval hiertoe aanleiding geven.

  • 2. Het college beoordeelt de aanvraag op basis van de verstrekte gegevens en kan aanvullende informatie opvragen.

  • 3. De toepassing van de regeling wordt schriftelijk bevestigd aan de aanvrager.

Artikel 5. Voorwaarden voor toepassing

Onverminderd het bepaalde in artikel 10, past het college de bijverdienregeling in ieder geval wel toe, indien:

  • a.

    de bijstandsgerechtigde start met betaalde werkzaamheden, of bij aanvang van de uitkering al betaalde werkzaamheden verricht;

  • b.

    het totale inkomen, inclusief de inkomsten uit de onder a genoemde werkzaamheden, niet boven de toepasselijke bijstandsnorm uitkomt;

  • c.

    de onder a genoemde betaalde werkzaamheden naar zijn oordeel bijdragen aan de arbeidsinschakeling van de bijstandsgerechtigde; en

  • d.

    de inkomsten uit de onder de a genoemde werkzaamheden tijdig en volledig door de bijstandsgerechtigde bij de gemeente zijn gemeld.

Artikel 6. Beoordeling arbeidsinschakeling

  • 1. Het college neemt bij de beoordeling of arbeid bijdraagt aan arbeidsinschakeling de volgende aspecten in aanmerking:

    • de aard en duur van het werk;

    • de mogelijkheid tot uitbreiding van uren of doorgroei;

    • persoonlijke omstandigheden van betrokkene;

    • de stabiliteit van het dienstverband;

    • de motivatie en inzet van de betrokkene.

  • 2. Onder de in het eerste lid genoemde aspecten wordt het navolgende verstaan:

    • a.

      Aard en duur van het werk

      Het gaat om de inhoud van het werk en de mate van continuïteit. Werk dat structureel is en aansluit bij de capaciteiten van de betrokkene draagt eerder bij aan arbeidsinschakeling dan incidenteel of seizoensgebonden werk.

      Voorbeeld: Een bijstandsgerechtigde werkt 8 uur per week als vakkenvuller op oproepbasis. Dit werk is tijdelijk en zonder perspectief op uitbreiding. Het college kan oordelen dat dit onvoldoende bijdraagt aan duurzame arbeidsinschakeling.

    • b.

      Mogelijkheid tot uitbreiding van uren of doorgroei

      Werk moet perspectief bieden op meer uren, een vast contract of doorgroei naar een hoger functieniveau.

      Voorbeeld: Iemand werkt 16 uur per week in de thuiszorg met uitzicht op een opleiding tot verzorgende IG. Dit werk biedt doorgroeimogelijkheden en draagt bij aan arbeidsinschakeling.

    • c.

      Persoonlijke omstandigheden van betrokkene

      Factoren zoals gezondheid, mantelzorgtaken, opvoeding, of taalbeheersing kunnen van invloed zijn op de mogelijkheid om meer te werken.

      Voorbeeld: Een alleenstaande ouder met jonge kinderen werkt 12 uur per week in de horeca. Vanwege beperkte kinderopvang is uitbreiding niet mogelijk. Het college kan dit meewegen bij de beoordeling.

    • d.

      Stabiliteit van het dienstverband

      Een stabiel dienstverband (bijvoorbeeld met vaste uren en contractduur) draagt meer bij aan arbeidsinschakeling dan een wisselend of onzeker dienstverband.

      Voorbeeld: Een betrokkene werkt via een uitzendbureau met wekelijkse wisseling van werkplek en uren. Het college kan oordelen dat dit onvoldoende stabiel is om als arbeidsinschakeling te gelden.

    • e.

      Motivatie en inzet van de betrokkene

      De houding van de betrokkene ten opzichte van werk, zoals bereidheid tot scholing, flexibiliteit en initiatief, is relevant.

      Voorbeeld: Een betrokkene volgt vrijwillig een taalcursus naast parttime werk en zoekt actief naar uitbreiding van uren. Dit toont inzet en motivatie, wat positief meeweegt.

Artikel 7. Vrijlatingspercentage en duur

  • 1. Het college verrekent maximaal 15% van het netto inkomen uit arbeid per maand niet met de bijstandsuitkering.

  • 2. De bijverdienregeling, bedoeld in het eerste lid, geldt voor een periode van maximaal 12 maanden.

Artikel 8. Verlengingsmogelijkheid

  • 1. Het college kan de periode van 12 maanden verlengen met maximaal 12 maanden, indien het op basis van individuele omstandigheden aannemelijk acht dat uitbreiding van de arbeidsomvang niet mogelijk is.

  • 2. Onder omstandigheden die verlenging rechtvaardigen worden in ieder geval verstaan:

    • a.

      medische beperkingen die uitbreiding van arbeidsuren verhinderen, onderbouwd met een medische verklaring;

    • b.

      zorgverplichtingen, zoals intensieve mantelzorg of de zorg voor jonge kinderen, die uitbreiding van werkuren structureel beperken;

    • c.

      deelname aan scholing of re-integratietrajecten die tijdelijk een belemmering vormen voor uitbreiding van arbeidsuren;

    • d.

      structurele beperkingen op de regionale arbeidsmarkt, zoals een gebrek aan passende vacatures of vervoersproblemen.

  • 3. De belanghebbende dient uiterlijk één maand vóór het einde van de oorspronkelijke periode van twaalf maanden een gemotiveerd verzoek tot verlenging in bij het college, voorzien van relevante bewijsstukken.

  • 4. Het college beoordeelt het verzoek binnen vier weken en neemt een gemotiveerd besluit.

  • 5. De verlenging eindigt van rechtswege na afloop van de toegekende periode. Indien de omstandigheden wijzigen of wegvallen, kan het college de verlenging tussentijds beëindigen.

Artikel 9. Informatieplicht

  • 1. De bijstandsgerechtigde is op grond van artikel 17 Participatiewet verplicht om vooraf melding te maken van het werk en de verwachte inkomsten.

  • 2. De bijverdienregeling wordt niet met terugwerkende kracht toegepast.

  • 3. Bij schending van de inlichtingenplicht vervalt het recht op toepassing van de bijverdienregeling.

Artikel 10. Uitsluitingen

Het college past de bijverdienregeling in ieder geval niet toe, indien:

  • a.

    Er sprake is van niet of te laat gemelde inkomsten. De inkomsten uit arbeid moeten namelijk bijdragen aan de arbeidsinschakeling en dit vraagt om een individuele beoordeling die vooraf of bij aanvang van de werkzaamheden plaatsvindt. De bijverdienregeling kan dus niet achteraf, bijvoorbeeld bij uitstroom, worden toegepast.

  • b.

    Er sprake is van inkomsten uit criminele activiteiten of prostitutie.

  • c.

    Er sprake is van inkomsten uit vermogen of overige inkomsten die niet voortkomen uit arbeid.

Artikel 11. Bijzondere omstandigheden

Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.

Artikel 12. Inwerkingtreding, citeertitel en overgangsrecht

  • 1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2027 en zijn van toepassing op aanvragen die op of na die datum worden ingediend.

  • 2. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels Bijverdienregeling Participatiewet 2027 Hollands Kroon’.

  • 3. 3.Bijstandsgerechtigden die op het moment van inwerkingtreding gebruikmaken van een vrijlating behouden deze tot het einde van de oorspronkelijk toegekende periode, met een maximum van twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van deze beleidsregels.

  • 4. Voor alleenstaande ouders geldt dat de huidige vrijlating (maximaal 30 maanden of tot het jongste kind 12 jaar is) blijft doorlopen tot het einde van de oorspronkelijke termijn, mits deze vóór 1 januari 2027 is toegekend.

  • 5. Voor de inkomensvrijlating voor bijstandsgerechtigden die werken met loonkostensubsidie geldt dat deze regeling zonder aanpassingen voor de resterende duur door kan lopen.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon van 16 december 2025.

Het college van burgemeester en wethouders,

secretaris,

H. van der Woude

burgemeester,

A. van Dam

Toelichting beleidsregels

Artikel 1. Begripsbepaling

Dit artikel legt uit wat de belangrijkste termen betekenen:

Algemene bijstand: De standaarduitkering volgens de Participatiewet.

Betaalde werkzaamheden: Alle vormen van werk waarvoor je geld krijgt, zoals:

  • -

    werk in loondienst (ongeacht uren of contractvorm).

  • -

    zelfstandig werk (eigen bedrijf, freelance).

  • -

    informeel werk met vergoeding (bijv. oppassen, klussen).

Belangrijk: Zodra er een geldelijke tegenprestatie is, telt het als betaald werk. Vrijwilligerswerk telt alleen mee als er een vergoeding is die als inkomen geldt.

Bijstandsgerechtigden: Iedereen met een uitkering op basis van Participatiewet, IOAW, IOAZ of Bbz.

Bijverdienregeling: De regeling uit artikel 34a Participatiewet die tijdelijk toestaat dat een deel van inkomsten niet verrekend wordt.

Netto inkomen: Het bedrag na aftrek van belastingen en premies.

Uitkering: Levensonderhoud op basis van genoemde wetten.

Artikel 2. Doelstelling

De bijverdienregeling wil mensen in de bijstand stimuleren om (meer) te gaan werken. Door een deel van hun inkomsten tijdelijk niet te verrekenen, wordt werken financieel aantrekkelijker en bevordert het duurzame uitstroom naar werk.

Artikel 3. Reikwijdte

Geldt voor alle bijstandsgerechtigden van 18 jaar tot AOW-leeftijd.

Toepasbaar op inkomsten uit loondienst of zelfstandig werk, mits dit bijdraagt aan arbeidsinschakeling.

Het netto-inkomen uit werk is bepalend, volgens Participatiewet-regels.

Artikel 4. Procedure en toetsing

Aanvraag verloopt digitaal, tenzij bijzondere omstandigheden een schriftelijke aanvraag rechtvaardigen.

Het college beoordeelt de aanvraag en kan extra informatie opvragen.

De beslissing wordt schriftelijk bevestigd.

Artikel 5. Voorwaarden voor toepassing

De bijverdienregeling wordt toegepast als aan deze voorwaarden is voldaan:

  • -

    Start of voortzetting van werk: De bijstandsgerechtigde begint met betaald werk of werkte al bij aanvang van de uitkering.

  • -

    Inkomen onder bijstandsnorm: Het totale inkomen (uitkering + inkomsten) blijft onder de geldende bijstandsnorm.

  • -

    Werk draagt bij aan arbeidsinschakeling: Het college beoordeelt of het werk helpt om uiteindelijk uit de bijstand te komen.

  • -

    Inkomsten tijdig gemeld: De betrokkene moet alle inkomsten volledig en op tijd doorgeven aan de gemeente.

Artikel 6. Beoordeling arbeidsinschakeling

Het college kijkt naar vijf aspecten om te bepalen of werk bijdraagt aan arbeidsinschakeling:

Aard en duur van het werk

Structureel werk dat aansluit bij capaciteiten telt zwaarder dan tijdelijk of seizoenswerk.

Voorbeeld: Oproepwerk zonder perspectief draagt minder bij.

Mogelijkheid tot uitbreiding of doorgroei

Werk met kans op meer uren, vast contract of opleiding is positief.

Voorbeeld: Thuiszorg met opleidingskans is gunstig.

Persoonlijke omstandigheden

Gezondheid, zorgtaken of taalbeheersing kunnen invloed hebben.

Voorbeeld: Alleenstaande ouder met beperkte kinderopvang kan niet uitbreiden.

Stabiliteit van het dienstverband

Vaste uren en contractduur wegen zwaarder dan wisselende uitzendbanen.

Voorbeeld: Wekelijks wisselende werkplekken zijn minder stabiel.

Motivatie en inzet

Bereidheid tot scholing, flexibiliteit en actief zoeken naar werk tellen mee.

Voorbeeld: Vrijwillige taalcursus naast werk toont inzet.

Artikel 7. Kern van de bijverdienregeling

Maximaal 15% vrijlating: Van het netto-inkomen uit arbeid wordt 15% per maand niet verrekend met de bijstandsuitkering. Dit maakt werken financieel aantrekkelijker.

Duur: De regeling geldt maximaal 12 maanden vanaf de start van toepassing.

Artikel 8. Verlengingsmogelijkheid

Extra 12 maanden mogelijk: Het college kan verlengen tot in totaal 24 maanden, als uitbreiding van werkuren niet haalbaar is door persoonlijke of externe omstandigheden.

Redenen voor verlenging:

  • -

    Medische beperkingen (met verklaring).

  • -

    Zorgverplichtingen (mantelzorg, jonge kinderen).

  • -

    Scholing of re-integratie die tijdelijk uitbreiding belemmert.

  • -

    Structurele arbeidsmarktproblemen (bijv. weinig vacatures, vervoersproblemen).

Procedure:

Verzoek indienen 1 maand vóór einde van de eerste periode, met bewijsstukken.

College beslist binnen 4 weken.

Verlenging stopt automatisch na afloop, maar kan tussentijds worden beëindigd als omstandigheden veranderen.

Artikel 9. Informatieplicht

Melding vooraf verplicht: Werk en verwachte inkomsten moeten vooraf gemeld worden (Participatiewet art. 17).

Geen terugwerkende kracht: De regeling geldt alleen vanaf het moment van melding.

Schending inlichtingenplicht: Dan vervalt het recht op toepassing van de regeling.

Artikel 10. Uitsluitingen

De bijverdienregeling wordt niet toegepast in de volgende gevallen:

Niet of te laat gemelde inkomsten: De regeling kan alleen vooraf of bij aanvang van werkzaamheden worden beoordeeld, niet achteraf (bijvoorbeeld bij uitstroom).

Inkomsten uit criminele activiteiten of prostitutie: Deze worden uitgesloten.

Inkomsten uit vermogen of overige niet-arbeidsgerelateerde bronnen: Alleen inkomsten uit arbeid komen in aanmerking.

Artikel 11. Bijzondere omstandigheden

Het college volgt deze beleidsregels, tenzij toepassing in een individueel geval tot onevenredige gevolgen zou leiden. Dit biedt ruimte voor maatwerk bij uitzonderlijke situaties.

Artikel 12. Inwerkingtreding en overgangsrecht

Startdatum: Beleidsregels gelden vanaf 1 januari 2027 voor nieuwe aanvragen.

Citeertitel: Beleidsregels Bijverdienregeling Participatiewet 2027 Hollands Kroon.

Overgangsrecht:

Lopende vrijlatingen blijven gelden tot einde van de oorspronkelijke periode (max. 12 maanden na 1 januari 2027).

Voor alleenstaande ouders blijft de huidige vrijlating (tot 30 maanden of tot jongste kind 12 jaar) doorlopen als deze vóór 1 januari 2027 is toegekend.

Voor vrijlating bij loonkostensubsidie blijft de regeling ongewijzigd tot einde van de oorspronkelijke termijn.