Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754572
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754572/1
Treasurystatuut Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant 2025
Geldend van 31-12-2025 t/m heden
Intitulé
Treasurystatuut Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant 2025Het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant, gelet op:
- 1.
Wet financiering decentrale overheden (Wet fido);
- 2.
Financiële verordening Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant;
- 3.
Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant;
- 4.
Mandaatregeling Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant.
Besluit,
Met ingang van de datum van dit besluit:
- 1.
Tot het vaststellen van het Treasurystatuut Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant 2025;
- 2.
Tot het intrekken van het Treasurystatuut Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant 2021.
1 Inleiding
Het treasurystatuut van Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant (VRMWB) is een uitwerking van artikel 10 van de Financiële verordening VRMWB 2025-2 en heeft tot doel een formeel kader te scheppen: het treasurybeleid, ter uitvoering van de treasuryfunctie.
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico's.
De treasuryfunctie bestaat uit 3 deelfuncties: Risicobeheer, Financiering en Kasbeheer.
2 Doelstellingen en richtlijnen
Het treasurybeleid is erop gericht om binnen de mogelijkheden van VRMWB de lasten zo veel mogelijk te reduceren op aan te trekken middelen, waarbij de risico’s zo goed mogelijk beheerst worden en in ieder geval beperkt blijven binnen de wettelijke en de door het bestuur van VRMWB vastgestelde kaders.
Het financiële beleid dient in algemene zin bij te dragen aan en ondersteuning bieden voor het uitvoeren van de taken, behorende tot de verantwoordelijkheden van VRMWB. Meer specifiek zal de financiële continuïteit van VRMWB op korte en lange termijn gewaarborgd dienen te worden.
2.1 Richtlijnen voor uitvoering van het beleid
In de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido, incl. de Ufdo, Ruddo en Bldo) worden de kaders gesteld voor een verantwoorde, behoedzame en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden.
Naast de Wet fido worden de wettelijke bepalingen, zoals opgenomen in het BBV, Schatkistbankieren, Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR), het VWEU * én eventueel andere (toekomstige) relevante regelgeving, altijd in acht genomen.
In dit treasurystatuut zijn met name aanvullende of beperkende bepalingen opgenomen.
* (in de bijlage is een verklarende toelichting voor de afkortingen opgenomen)
2.2 Doelstellingen treasurybeleid
- a.
Beschikbaarheid van middelen: het verzekeren van duurzame toegang tot de financiële markten tegen acceptabele condities, zodat voldoende liquide middelen beschikbaar zijn om de taken van de VRMWB uit te kunnen voeren.
- b.
Risicobeheersing: het zoveel mogelijk beheersen van de (toekomstige) financiële risico’s, zoals het renterisico, kredietrisico, valutarisico en intern liquiditeitsrisico.
- c.
Kostenbeheersing: het minimaliseren van de in- en externe (verwerkings-)kosten door het efficiënt beheren van de geldstromen en financiële posities (= liquiditeitenbeheer).
- d.
Rendementsoptimalisatie: het optimaliseren van de renteresultaten binnen de wettelijke kaders en de richtlijnen van dit statuut.
- e.
Rechtmatigheid: Voldoen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
- f.
Administratieve organisatie en interne controle: het beschrijven van bevoegdheden, functiescheiding en rapportageverplichtingen en het verzorgen van adequate informatievoorziening ten behoeve van het cashmanagement, sturingsinformatie en beleid.
3 Risicobeheer
3.1 Uitgangspunten risicobeheer
De houding van VRMWB ten aanzien van financiële risico’s is defensief, ofwel risicomijdend: uitsluitend ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak worden leningen aangegaan, middelen uitgezet of garanties verleend. Voor het overige houdt VRMWB overtollige liquide middelen binnen de kaders van de regeling Schatkistbankieren aan.
3.2 Renterisicobeheer
- a.
Het renterisico wordt beperkt door de rente typische looptijd, renteniveau en omvang van de financieringsmiddelen af te stemmen op de bestaande financiële positie, de (meerjarige-) liquiditeitenplanning, het investeringsplan en de actuele rentevisie.
- b.
Om het renterisico bij herfinanciering van langlopende leningen te beheersen wordt de hoogte van de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen getoetst aan de renterisiconorm. Door de aflossing van de netto vaste schuld in de tijd goed te verspreiden en te begrenzen op de renterisiconorm, wordt de begroting minder gevoelig voor renteschokken bij de herfinanciering.
- c.
In de Wet Ido wordt een grens gesteld aan de kortlopende financiering (tot één jaar) door de kasgeldlimiet. Per kalenderkwartaal wordt de netto vlottende schuld getoetst aan de kasgeldlimiet en deze wordt niet meer dan twee achtereenvolgende kwartalen overschreden.
- d.
Bij uitzettingen wordt gestreefd naar spreiding in de rente typische looptijd van uitzettingen.
- e.
het gebruik van derivaten is niet toegestaan.
3.3 Kredietrisicobeheer
Het kredietrisico bij het verstrekken van leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak wordt beperkt door, naast de bepalingen in de Ruddo, zoveel mogelijk zekerheden of garanties te eisen. De instellingen zullen via jaarrekeningen (met een goedkeurende verklaring van een accountant) aan moeten tonen dat er voldoende middelen zijn om de lening terug te kunnen betalen c.q. VRMWB een zeer beperkt risico loopt bij het geven van garanties.
3.4 Intern liquiditeitsbeheer
De treasury-activiteiten worden afgestemd op actuele liquiditeitsplanningen (korte termijn en meerjarig) ter voorkoming, dan wel zoveel mogelijk beperking van gemiste renteopbrengsten of te veel betaalde rente door onverwachte wijzigingen.
De meerjarige liquiditeitenplanning is afgestemd op het meerjarige investeringsplan (de komende 4 jaren op jaarbasis). Gedurende het jaar worden periodiek, minimaal 2 maal per jaar, korte termijn liquiditeitsprognoses gemaakt met een totale looptijd van minimaal 12 maanden.
Te allen tijde is inzicht in de operationele informatie zijnde: een actuele liquiditeitsplanning, de afgesloten transacties en de bancaire afspraken.
3.5 Valutarisicobeheer
Het valutarisico wordt uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in de op dat moment geldende Nederlandse geldeenheid.
4 Financiering
4.1 Richtlijnen voor het aantrekken van langlopende financiering
In aanvulling op 3.1 gelden bij het aantrekken van financieringen voor een periode van langer dan één jaar de volgende richtlijnen:
- a.
Het uitgangspunt is totaalfinanciering, tenzij gemotiveerd gekozen wordt voor projectfinanciering.
- b.
Na akkoord van de Algemeen directeur wordt naast de offerte van de huisbankier (tenminste) één offerte bij een andere financiële onderneming of een medeoverheid aangevraagd. De offertes worden vastgelegd en beoordeeld door de financieel adviseur belast met treasury-activiteiten.
4.2 Richtlijnen voor het aantrekken van kortlopende financiering
Voor het aantrekken van kortlopende financieringen met een looptijd tot één jaar gelden aanvullend op artikel 2.3 de volgende richtlijnen:
- a.
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en rekening-courant krediet.
- b.
Het aantrekken van leningen met een looptijd van korter dan één jaar worden afgesloten na schriftelijk akkoord door de algemeen directeur VRMWB.
5 Kasbeheer
5.1 Geldstromenbeheer
Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt:
- a.
Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op organisatieonderdeel op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen;
- b.
Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij de huisbankier.
5.2 Saldo-en liquiditeitenbeheer
Saldo-en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de VRMWB. Saldoregulatie via het schatkistbankieren is ingeregeld via de huisbankier.
6 Administratieve organisatie en controle
6.1 Uitgangspunten administratieve organisatie en controle
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd in dit treasurystatuut met de volgende uitgangspunten:
- a)
Bij de treasury- activiteiten is een functiescheiding doorgevoerd: de uitvoering, registratie, accordering en controle geschieden door afzonderlijke functionarissen.
- b)
Bij de autorisatie voor het betaalbaar stellen van betalingen, behalve die bedoeld onder 6.1c, wordt gebruik gemaakt van het tweehandtekeningensysteem.
- c)
Betalingen via de Simpledcard vanwege kleine (kas-)uitgaven van maximaal € 1.000 worden goedgekeurd door de verantwoordelijke op basis van de budgethouderregeling.
6.2 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden met betrekking tot de treasuryfunctie zijn in onderstaande tabel weergegeven:
|
Algemeen bestuur |
|
|
Dagelijks bestuur |
|
|
Algemeen Directeur VRMWB |
|
|
Afdeling Concerncontrol |
|
|
Afdelingshoofd FP&C |
|
|
Financieel adviseur belast met treasury-activiteiten |
|
7 Inwerkingtreding
Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van 01-01-2025 en vervangt het Treasurystatuut Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant 2021.
8 Citeertitel
Deze beleidsnota kan worden aangehaald onder de naam “Treasurystatuut Veiligheidsregio Midden-en West-Brabant 2025”.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 4 december 2025,
De waarnemend voorzitter,
P. Depla
De secretaris,
J. Trijselaar
Bijlage: Begrippenkader
|
BBV |
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. |
|
BLDO |
Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden. Dit besluit bevat regels inzake het aangaan, verstrekken en garanderen van geldleningen door openbare lichamen. |
|
Cashmanagement |
De inrichting en het beheer van alle geld-, betalings- en financiële stromen op een wijze dat de aanwezige geldstromen en liquiditeiten optimaal bijdragen aan een financieel positief resultaat. |
|
Daggeld |
Een lening zonder zekerheden voor de bank. De leningen kunnen dagelijks voor 12.00 uur door beide partijen worden opgezegd. |
|
Deposito |
Geldbedrag dat aan een bank wordt toevertrouwd voor een bepaalde periode tegen een bepaalde rentevergoeding. Gedurende de afgesproken periode dat het geld bij de bank staat, kan niet vrij over dat geld worden beschikt. |
|
Derivaten |
Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. |
|
EMU-saldo |
Het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van de overheid, sociale fondsen en lokale overheden. |
|
Financiële onderneming |
Een onderneming die het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden, of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen. |
|
Geldstromenbeheer |
Alle activiteiten ten behoeve van de interne en externe geldstromen (betalingsverkeer). |
|
Intern liquiditeitsrisico |
Het risico op gemiste renteopbrengsten dan wel te veel betaalde rente als gevolg van onverwachte wijzigingen in de liquiditeitenplanning en/of het integraal investeringsplan. |
|
Kasgeldlimiet |
De kasgeldlimiet begrenst de omvang van leningen met een looptijd tot één jaar (korte financiering). De kasgeldlimiet wordt berekend met een door de wet Fido vastgesteld percentage van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. |
|
Kredietfaciliteit |
Een overeenkomst tussen de bank en haar cliënt, waarbij de bank de cliënt toestaat tot een bepaald bedrag gelden op te nemen (‘rood staan’) of andere faciliteiten (zoals garanties) te genieten. |
|
Kredietrisico |
De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van financieel onvermogen. |
|
Leningenportefeuille |
Het totaal aan geldleningen. Dit overzicht geeft inzicht in de samenstelling, de looptijd, de grootte en de rentegevoeligheid van de aangetrokken geldleningen. |
|
Liquiditeitsbehoefte |
De behoefte aan geldmiddelen. |
|
Liquiditeitenplanning |
Een overzicht van verwachte inkomsten en uitgaven ter bepaling van het moment van aantrekken van een lening. |
|
Netto-vlottende schuld |
De totale schuld verminderd met de vlottende activa, zoals bijvoorbeeld liquide middelen en roerende goederen. |
|
Renterisico |
Het risico door renteaanpassing en herfinanciering van leningen. Het renterisico wordt getoetst aan de renterisiconorm. |
|
Renterisiconorm |
Een bij de aanvang van het begrotingsjaar op basis van Wet fido bepaald percentage van het begrotingstotaal. Het stelt de grens aan de financiering op lange termijn. |
|
Rente-typische looptijd |
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding. |
|
Rentevisie |
Toekomstverwachting van de renteontwikkeling, uitgaande van een aantal rentebepalende factoren, op basis waarvan een financieringsbeleid wordt gevoerd. |
|
Ruddo |
Uitvoeringsregeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden, in het kader van de Wet fido. Hierin zijn normen met betrekking tot kredietwaardigheid opgenomen waaraan partijen moeten voldoen waar middelen uitgezet worden. |
|
Saldoregulatie |
Dagelijks wordt vanaf een vastgelegd vast bedrag het overtollig banksaldo door de bank overgeboekt naar de schatkist. Ook wordt automatisch vanuit de schatkist aangevuld als het banksaldo onder het vaste bedrag uitkomt. |
|
Schatkistbankieren |
Het, door decentrale overheden, aanhouden van overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van financiën. |
|
Ufdo |
De Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden is een nadere uitwerking van artikelen 3,5, en 8 van de Wet fido en bepaalt de renterisiconorm. |
|
Uitzetting |
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. |
|
VWEU |
Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (regels m.b.t. o.a. staatssteun). |
|
Wet Fido |
De Wet financiering decentrale overheden. |
|
Wet Hof |
Alle medeoverheden zijn samen met het Rijk, medeverantwoordelijk voor gezonde overheidsfinanciën. De regels hiervoor zijn opgenomen in de wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) en hebben onder andere betrekking op het overheidstekort, het EMU-saldo. |
|
WGR |
Wet Gemeenschappelijke Regelingen. |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl