Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754505
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754505/1
Algemene subsidieverordening Purmerend 2026
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Algemene subsidieverordening Purmerend 2026De raad van de gemeente Purmerend,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober 2025,.
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht
B E S L U I T:
- 1.
De Algemene subsidieverordening Purmerend 2022 in te trekken
- 2.
De Verordening amateurkunst Purmerend 2009 in te trekken.
- 3.
De navolgende Algemene subsidieverordening Purmerend 2026 vast te stellen.
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
aanvrager: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een aanvraag heeft ingediend om subsidie te verkrijgen;
- b.
begroting: de programmabegroting van de gemeente Purmerend;
- c.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend;
- d.
controleprotocol: handleiding voor de accountant van de subsidieontvanger, voor de controle op de besteding van de subsidie;
- e.
de-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van de verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013,L352/1), dan wel de verordeningen voor de-minimissteun voor de sectoren landbouw en visserij, dan wel voor compensatie van kosten voor het beheer van diensten van algemeen economisch belang (DAEB), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;
- f.
Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;
- g.
onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
- h.
raad: de gemeenteraad van de gemeente Purmerend;
- i.
subsidieregeling: een regeling als bedoeld in artikel 3;
- j.
verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47);
- k.
wet: Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2. Reikwijdte
-
1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor activiteiten die vallen binnen de in de begroting opgenomen programma’s.
-
2. Deze verordening is niet van toepassing op subsidies waarop een afzonderlijke verordening van toepassing is.
-
3. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c en d van de wet kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.
Artikel 3. Bevoegdheid van het college
Het college kan in een subsidieregeling vaststellen welke activiteiten, zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en uitbetaald, op welke wijze de subsidie verantwoord dient te worden en welke aanvullende weigeringsgronden van toepassing zijn op de verstrekking van subsidie op grond van deze regeling.
Artikel 4. Staatssteunregels
Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening.
Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud
-
1. Het college kan subsidieplafonds vaststellen voor elk van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde programma's dan wel voor elk van de in die programma's genoemde activiteiten.
-
2. Het college stelt gelijktijdig met de vaststelling van het subsidieplafond de wijze van verdeling vast.
Artikel 6. Controleprotocol
Het college stelt een controleprotocol subsidies vast, ten behoeve van de inrichting en uitvoering van de controle van de financiële verantwoording door de accountant.
Artikel 7. Subsidietijdvak
-
1. Subsidieverstrekking vindt plaats voor een tijdvak van ten hoogste een jaar, tenzij het college heeft bepaald dat een subsidie meerjarig wordt verleend.
-
2. Het tijdvak waarvoor een meerjarige subsidie wordt verleend is maximaal vier jaar.
Artikel 8. Aanvraag
-
1. Als hiervoor een (digitaal) aanvraagformulier is vastgesteld door het college dan geschiedt de aanvraag met gebruikmaking daarvan.
-
2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:
- a.
een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- b.
de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;
- c.
een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan.
- a.
-
3. Voor zover de aanvrager een rechtspersoon of een onderneming is legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:
- a.
het meest recente jaarverslag en de meest recente jaarrekening inclusief de balans van het voorgaande jaar.
- b.
Indien de rechtspersoon of onderneming maximaal één jaar vóór de indiening van de aanvraag is opgericht, dan wel in oprichting is, kan worden volstaan met een afschrift van de begroting bij oprichting.
- c.
Een rechtspersoon of onderneming die voor de eerste keer subsidie aanvraagt legt tevens over een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten.
- a.
-
4. Is de aanvrager een onderneming dan dienen in aanvulling op de gegevens als vermeld in het tweede lid ook de volgende gegevens overlegd te worden:
- a.
een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- b.
een de-minimisverklaring als bedoeld in de geldende verordening met betrekking tot de de-minimissteun.
- a.
-
5. Het college kan bepalen dat een of meer van de in het tweede en derde lid genoemde stukken niet overlegd hoeven te worden, indien daarmee geen aantoonbaar belang is gediend of indien dit redelijkerwijs niet van de aanvrager verlangd kan worden.
-
6. Indien voor de beoordeling van de aanvraag aanvullende gegevens nodig zijn, kan het college deze opvragen.
-
7. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.
Artikel 9. Aanvraagtermijn
-
1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk op 1 juni voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
-
2. Andere aanvragen om subsidie worden tenminste 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, ingediend.
-
3. Het college kan op een daartoe strekkend gemotiveerd verzoek wegens zwaarwegende redenen de termijn als bedoeld in het eerste lid verlengen.
-
4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
Artikel 10. Beslistermijn
-
1. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de volledige aanvraag is ingediend.
-
2. Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 9, tweede lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.
-
3. Het college kan de beslissing als bedoeld in voorgaande leden met opgave van redenen eenmaal voor ten hoogste acht weken verdagen en doet de aanvrager daarvan, vóór afloop van de in voorgaande leden genoemde termijn, gemotiveerd mededeling.
-
4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie kan de termijn worden verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.
-
5. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
Artikel 11. Weigeringsgronden
-
1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de wet, weigert het college de subsidie als het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.
-
2. Onverminderd het eerste lid weigert het college de subsidie als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met het Europees steunkader omdat:
- a.
subsidie verstrekt zou worden aan een onderneming die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of;
- b.
de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.
- a.
-
3. Het college kan de subsidie weigeren, indien:
- a.
de subsidieverstrekking niet past binnen of geen invulling geeft aan de vermelde doelen en activiteiten zoals vermeld in de programmabegroting of het vigerende beleid van de gemeente Purmerend.
- b.
de te subsidiëren activiteiten al worden uitgevoerd door een andere partij of als er voor soortgelijke activiteiten al subsidie is verleend;
- c.
de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
- d.
onvoldoende is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt aangevraagd;
- e.
het aannemelijk is dat de gelden niet of niet in voldoende mate besteed zullen worden aan de activiteit of het doel waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- f.
de organisatie van de aanvrager naar het oordeel van het college onvoldoende omvang of onvoldoende draagvlak bezit voor een doeltreffende realisatie van de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd;
- g.
de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;
- h.
de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;
- i.
de activiteiten uitsluitend of mede gericht zijn op het maken van winst en/of het uitdragen van levensbeschouwelijke, godsdienstige of politieke opvattingen of overtuigingen;
- j.
de aanvrager op welke wijze dan ook discrimineert wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, burgerlijke staat, ras, sekse of seksuele geaardheid of op welke grond dan ook. Onder discriminatie wordt in dit verband niet begrepen onderscheid ter opheffing van maatschappelijke achterstand; of
- k.
in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.
- a.
Artikel 12. Algemene verplichtingen van de subsidieontvanger
-
1. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:
- a.
aanmerkelijke verschillen tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten ten opzichte van de begroting, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen;
- b.
beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;
- c.
relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;
- d.
ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel kunnen worden nagekomen;
- e.
wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon en het doel van de rechtspersoon.
- a.
-
2. Indien een per boekjaar verstrekte subsidie € 25.000,- of meer bedraagt, behoeft de subsidieontvanger toestemming van het college voor handelingen bedoeld in artikel 4:71 van de wet.
Artikel 13. Aan een subsidie te verbinden (bijzondere) verplichtingen
-
1. Aan de subsidieontvanger kunnen, naast de verplichtingen als benoemd in artikel 4:37 en 4:38 van de wet, verplichtingen als genoemd in artikel 4:39, eerste lid van de wet worden opgelegd, voor zover die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie en voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. Deze verplichtingen kunnen betrekking hebben op:
- a.
de waardering van kapitaalgoederen;
- b.
het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht;
- c.
het meewerken aan een onderzoek van de raad naar de besteding van subsidiegelden of de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichting door de ontvanger;
- d.
emancipatie, non-discriminatie en democratisch functioneren;
- e.
toegankelijkheid van de activiteiten voor mensen met een beperking;
- f.
social return on investment;
- g.
duurzaamheid.
- a.
-
2. De subsidieontvanger is, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de wet.
-
3. De hoogte van de in het tweede lid bedoelde vergoeding wordt berekend door de verhouding in percentage tussen de verleende subsidie en de overige inkomsten van de subsidieontvanger toe te passen op het batig saldo.
-
4. Voor gesubsidieerde organisaties geldt de verplichting dat de administratie zodanig is ingericht, dat te allen tijde een overzicht kan worden verkregen van de bezittingen, de schulden, het eigen vermogen, de financiële resultaten en de activiteiten van de subsidieontvanger.
Artikel 14. Egalisatiereserve
-
1. Bij verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, van een per boekjaar of kalenderjaar verstrekte subsidie, een egalisatiereserve vormt als bedoeld in artikel 4:72, eerste lid van de wet.
- a.
De egalisatiereserve bedraagt niet meer dan 10% van het verleende subsidiebedrag;
- b.
indien de egalisatiereserve de onder a. bedoelde 10% overschrijdt, wordt het bedrag waarmee de maximale hoogte van de egalisatiereserve van dat jaar overschreden wordt, terugbetaald aan het college. De afrekening voor deze terugbetaling vindt plaats bij de vaststelling van de subsidie.
- a.
Artikel 15. Vaststelling subsidies tot en met € 5.000
-
1. Subsidies tot en met € 5.000,- worden door het college direct vastgesteld, tenzij toepassing wordt gegeven aan het tweede lid.
-
2. Als bij verleningsbeschikking de subsidieontvanger wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling ambtshalve plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.
-
3. Indien inlichtingen over de verrichte activiteiten worden gevraagd zoals vermeld in het tweede lid, dan dient de subsidieontvanger de gevraagde informatie in:
- a.
in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;
- b.
in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
- a.
Artikel 16. Aanvraag vaststelling subsidies van meer dan € 5.000
-
1. Bij subsidies van meer dan € 5.000,- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:
- a.
in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;
- b.
in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 13 weken na afloop van het betrokken boekjaar;
- c.
in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
- a.
-
2. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld door het college, dan wordt de aanvraag tot vaststelling ingediend met gebruikmaking daarvan.
-
3. De aanvraag bevat:
- a.
een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
- b.
een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag); en
- c.
voor zover de aanvrager een rechtspersoon is, een jaarrekening inclusief balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop.
- a.
-
4. Onverminderd het gestelde in artikel 4:78 van de wet, voor zover dit artikel van toepassing is, levert de subsidieontvanger aan wie een subsidie van meer dan € 125.000,- is verleend, naast de stukken zoals vermeld in het derde lid ook een controleverklaring bij de financiële verantwoording aan, opgesteld door een onafhankelijk accountant. Deze controleverklaring voldoet aan het vigerende Controleprotocol subsidies Purmerend.
-
5. De in het vierde lid bedoelde opdracht aan de accountant kan mede omvatten de opdracht tot onderzoek van de naleving van aan de subsidie verbonden verplichtingen, indien en voor zover de verantwoording van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven of inkomsten niet of niet voldoende gespecificeerd zijn in de financiële verantwoording van de gesubsidieerde organisatie. Eén en ander als zoals bedoeld in artikel 4:79 van de wet.
-
6. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.
Artikel 17. Subsidievaststelling
-
1. Het college stelt een subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling.
-
2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verlengd.
-
3. Het college kan besluiten een meerjarige subsidieverlening jaarlijks vast te stellen.
-
4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor de gestelde termijnen als bedoeld in artikel 16 en 17 is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kan zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.
Artikel 18. Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 19. Slotbepalingen
-
1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026 na bekendmaking
-
2. De Algemene subsidieverordening Purmerend 2022 wordt op de in het eerste lid genoemde datum ingetrokken.
- a.
een op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening in behandeling zijnde aanvraag om subsidieverlening wordt aangemerkt als een aanvraag om subsidieverlening op grond van deze verordening;
- b.
subsidies die zijn toegekend voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld overeenkomstig de Algemene subsidieverordening Purmerend 2022.
- a.
Artikel 20. Citeerartikel
Deze verordening kan worden aangehaald als: Algemene subsidieverordening Purmerend 2026 (ASP2026).
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 18 december 2025
de wnd. griffier,
M. Timmerman
de voorzitter,
E. van Selm
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl