Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754403
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR754403/1
Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026
Geldend van 30-12-2025 t/m heden
Intitulé
Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026De Raad van de gemeente Maashorst;
gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 11 november 2025;
gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 12, vijfde lid, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming,
b e s l u i t
vast te stellen de
Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026 (Legesverordening Maashorst 2026)
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
- a.
dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;
- b.
week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;
- c.
maand: kalendermaand;
- d.
jaar: kalenderjaar;
- e.
kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.
Artikel 2. Belastbaar feit
-
1. Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:
- a.
het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;
- b.
het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;
- c.
het in behandeling nemen van de aanvraag in de zin van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
- a.
-
2. Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.
Artikel 3. Belastingsplicht
Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.
Artikel 4. Vrijstellingen
-
1. De leges worden niet geheven voor:
- a.
diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;
- b.
nasporingen en werkzaamheden als omschreven in paragraaf 1.8 van hoofdstuk 1 van bijbehorende tarieventabel, die in het openbaar belang worden verricht;
- c.
de stukken, genoemd in paragraaf 1.6 van hoofdstuk 1, onder 1.6.1.1 tot en met 1.6.1.2 en onder 1.6.2.1 van bijbehorende tarieventabel, te verstrekken aan dag- en weekbladen voor zover deze verstrekking in het belang van de gemeente is;
- d.
stukken, nodig voor het in ontvangst kunnen nemen van pensioenen, lijfrenten, wachtgelden, lonen, bezoldiging en andere dergelijke periodieke uitkeringen;
- e.
beschikkingen op verzoekschriften en bezwaarschriften ter zake van plaatselijke belastingen;
- f.
de aan belanghebbende uit te reiken beschikkingen of afschriften daarvan, houdende aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging hiervan, betrekking hebbend op enige gemeentelijke functie of dienstverrichting jegens de gemeente;
- g.
de aan de belanghebbenden uit te reiken beschikkingen of afschriften daarvan, houdende beslissingen op een verzoek om subsidie uit de gemeentekas;
- h.
collectevergunningen;
- i.
verklaringen betreffende de zuiverheid van gebouwen en/of huisraad;
- j.
ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning/ontheffing genoemd in paragraaf 1.10 van hoofdstuk 1 onder 1.10.1.1., paragraaf 1.13 van hoofdstuk 1 onder 1.13.1.3., paragraaf 3.1 van hoofdstuk 3 onder 3.1.1 t/m 3.1.6, paragraaf 3.2 van hoofdstuk 3, onder 3.2.1 (enkel voor evenementen gericht op eigen inwoners en volkscultureel), indien deze aanvraag betreft voor een instelling die zich blijkens haar statuten de uitoefening ten doel stelt van activiteiten van maatschappelijke, sociale en/of culturele aard, zonder winstoogmerk, waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers.
- k.
diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet (kostenverhaal) zijn of worden verhaald;
- l.
diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor zover het een activiteit betreft bedoeld in artikel 2.2a van het Besluit omgevingsrecht.
- a.
Artikel 5. Maatstaven van heffing en tarieven
-
1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
-
2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6. Wijze van heffing
De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending (elektronische toezending daaronder begrepen) of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 7. Termijnen van betaling
-
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:
- a.
mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving;
- b.
schriftelijke wordt gedaan; op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving.
- a.
-
2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 8. Kwijtschelding
Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9. Vermindering of teruggaaf
-
1. Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling.
-
2. Voor de toepassing van artikel 28, vierde en vijfde lid, van de Invorderingswet 1990 wordt de teruggaaf van leges, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de belastingaanslag.
Artikel 10. Overdracht van bevoegdheden
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:
- 1.
van zuiver redactionele aard zijn of, de kostprijsbepaling van informatiedragers inhouden;
- 2.
een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of onderdelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft:
- a)
paragraaf 1.2 (reisdocumenten);
- b)
paragraaf 1.3 (rijbewijzen);
- c)
paragraaf 1.4, onderdeel 1.4.5 t/m 1.4.7 (verstrekking uit basisregistratie personen);
- d)
paragraaf 1.5 (verstrekkingen op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming of AVG-e);
- e)
artikel 1.7.1 (verklaring omtrent het gedrag);
- f)
paragraaf 1.10 (kansspelen).
- a)
een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
Artikel 11. Nadere regels door het College van burgemeester en wethouders
Het College van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges.
Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. De ‘legesverordening Maashorst 2025’ van 12 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
-
2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
-
3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
-
4. Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Legesverordening Maashorst 2026'.
Ondertekening
Vastgesteld in de openbare vergadering van 11 december 2025.
De Raad voornoemd
de griffier
N.E. Gradisen
de voorzitter
J.A. van der Pas
Bijlage 1. Tarieventabel leges
Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening van 11 december 2025
Indeling tarieventabel
Hoofdstuk 1Algemene dienstverlening
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
Paragraaf 1.5 Verstrekkingen op grond van Algemene Verordening Gegevensbescherming of AVG
Paragraaf 1.6 Bestuursstukken
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken
Paragraaf 1.8 Gemeentearchief
Paragraaf 1.9 Leegstandswet
Paragraaf 1.10 Kansspelen
Paragraaf 1.11 Ondergrondse infrastructuren
Paragraaf 1.12 Verkeer en vervoer
Paragraaf 1.13 Diversen
Hoofdstuk 2Omgevingswet
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
Paragraaf 2.2 Voorfase
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
Paragraaf 2.3a Afwijkingen van het omgevingsplan
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid
Paragraaf 2.11 Overige tarieven
Paragraaf 2.12 Modaliteiten
Paragraaf 2.13 [Gereserveerd]
Paragraaf 2.14 Teruggaaf
Hoofdstuk 3Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Paragraaf 3.1 Horeca
Paragraaf 3.2 Organiseren evenementen
Paragraaf 3.3 Prostitutiebedrijven
Paragraaf 3.4 Winkeltijdenwet
Paragraaf 3.5 Collecteren
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 (en Wet goed verhuurderschap)
Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening
|
Artikel |
Omschrijving |
Tarief |
|
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand |
||
|
1.1.1 |
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een locatie binnen de gemeente niet zijnde een bijzonder huis: |
|
|
1.1.1.1 |
Op maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 17.00: |
|
|
1.1.1.1.1 |
- Op maandag tot en met donderdag van 9.00 tot 17.00 incl. trouwambtenaar gemeente Maashorst |
€ 450,00 |
|
1.1.1.1.2 |
-op maandag tot en met donderdag van 9.00 tot 17.00 uur eigen trouwambtenaar |
€ 490,00 |
|
1.1.1.1.3 |
- Op vrijdag van 9.00 tot 17.00 incl. trouwambtenaar gemeente Maashorst |
€ 520,00 |
|
1.1.1.1.4 |
-Op vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur eigen trouwambtenaar |
€ 560,00 |
|
1.1.1.2 |
-op maandag tot en met vrijdag van 17.00 tot 23.00 uur incl. trouwambtenaar gemeente Maashorst |
€ 753,00 |
|
1.1.1.2.1 |
-op maandag tot en met vrijdag van 17.00 tot 23.00 uur eigen trouwambtenaar |
€ 793,00 |
|
1.1.1.3 |
-op zaterdagen van 9.00 tot 17.00 uur en door het College van burgemeester en wethouders te bepalen dagen, waarop het gemeentehuis voor publiek is gesloten incl. babs |
€ 753,00 |
|
1.1.1.3.1 |
-op zaterdagen van 9.00 tot 17.00 uur en door het College van burgemeester en wethouders te bepalen dagen, waarop het gemeentehuis voor publiek is gesloten eigen trouwambtenaar |
€ 793,00 |
|
1.1.1.4 |
-op zaterdagen van 17.00 tot 23.00 uur en door het College van burgemeester en wethouders te bepalen dagen, waarop het gemeentehuis voor publiek is gesloten incl. babs gemeente Maashorst |
€ 1.506,00 |
|
1.1.1.4.1 |
-op zaterdagen van 17.00 tot 23.00 uur en door het College van burgemeester en wethouders te bepalen dagen, waarop het gemeentehuis voor publiek is gesloten eigen trouwambtenaar |
€ 1.546,00 |
|
1.1.1.5 |
-op zondagen en feestdagen (als genoemd Algemene termijnenwet) te stellen dagen van 12.00 uur tot 16.00 uur incl. babs |
€ 1.506,00 |
|
1.1.1.5.1 |
-op zondagen en feestdagen (als genoemd Algemene termijnenwet) te stellen dagen van 12.00 uur tot 16.00 uur eigen trouwambtenaar |
€ 1.546,00 |
|
1.1.1.9 |
-op zondagen en feestdagen (als genoemd Algemene termijnenwet) te stellen dagen van 16.00 uur tot 18.00 uur |
€ 1.638,00 |
|
1.1.1.9.1 |
-op zondagen en feestdagen (als genoemd Algemene termijnenwet) te stellen dagen van 16.00 uur tot 18.00 uur eigen trouwambtenaar |
€ 1.678,00 |
|
1.1.1.10 |
in de burgerlijke standkamer van het gemeentehuis, Markt 145 te Uden zonder ceremonie onder leiding van een ambtenaar van de burgerlijke stand op maandag tot en met vrijdag van 9.00 uur tot 17.00 uur incl. babs |
€ 220,00 |
|
1.1.1.11 |
in de publiekshal van het gemeentehuis, Markt 145 te Uden zonder ceremonie (met partners en 2 getuigen) onder leiding van een ambtenaar van de burgerlijke stand op maandag en dinsdag tussen 8.30 uur en 9.00 uur |
€ 0,00 |
|
1.1.2 |
De tarieven genoemd in 1.1.1.1 t/m 1.1.1.11 zijn eveneens van toepassing voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk |
|
|
1.1.3 |
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap in een bijzonder huis ingevolge artikel 64 Boek I van het Burgerlijk Wetboek |
€ 450,00 |
|
1.1.3.1 |
Dit tarief is eveneens van toepassing voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk in een bijzonder huis ingevolge artikel 64 Boek I van het Burgerlijk Wetboek |
|
|
1.1.4 |
Het tarief bedraagt voor het van gemeentewege getuigen bij een huwelijk of bij een registratie van een partnerschap per getuige |
€ 30,75 |
|
1.1.5 |
Het tarief bedraagt voor het verstrekken van een (duplicaat)trouwboekje of een partnerschapsboekje |
€ 45,00 |
|
1.1.6 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
|
|
1.1.6.1 |
voor aanwijzing van een locatie voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap |
€ 213,00 |
|
1.1.7 |
Het tarief bedraagt voor het wijzigen van een reeds aangemaakt dossier voor een huwelijk of geregistreerd partnerschap |
€ 111,00 |
|
1.1.8 |
Het tarief bedraagt voor het één dag aanwijzen van een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand, als beëdiging bij de rechtbank nog niet heeft plaatsgevonden |
€ 198,00 |
|
1.1.9 |
Het is niet toegestaan te strooien binnen of buiten de gemeentelijke trouwlocaties met welke soort materialen dan ook voor, bij of na het huwelijk. Voor het opruimen en verwijderen van deze materialen wordt een tarief geheven van |
€ 58,00 |
|
1.1.10 |
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand |
|
|
1.1.11 |
Het tarief bedraagt voor het doen van naspeuringen in de registers van de burgerlijke stand, voor ieder daaraan besteedt kwartier |
€ 21,05 |
|
1.1.12 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
|
|
1.1.12.1 |
het ten behoeve van de belanghebbende aanvragen van inlichtingen uit de registers van de burgerlijke stand in een andere gemeente in Nederland, alsmede van afschriften of uittreksels uit de akten van de registers |
€ 42,20 |
|
1.1.12.2 |
het ten behoeve van de belanghebbende aanvragen van inlichtingen en bescheiden met betrekking tot de burgerlijke stand in gemeenten en plaatsen buiten Nederland |
€ 42,20 |
|
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten |
||
|
1.2.1 |
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een nationaal paspoort: |
|
|
1.2.1.1 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is |
Maximaal door rijk vastgesteld tarief |
|
1.2.1.2 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt |
Maximaal door rijk vastgesteld tarief |
|
1.2.2 |
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld onder 1.2.1 (zakenpaspoort): |
|
|
1.2.2.1 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is |
Maximaal door rijk vastgesteld tarief |
|
1.2.2.2 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt |
Maximaal door rijk vastgesteld tarief |
|
1.2.3 |
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort) |
|
|
1.2.3.1 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is |
Maximaal door rijk vastgesteld tarief |
|
1.2.3.2 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt |
Maximaal door rijk vastgesteld tarief |
|
1.2.4 |
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen |
Maximaal door rijk vastgesteld tarief |
|
1.2.5 |
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor van een Nederlandse identiteitskaart: |
|
|
1.2.5.1 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is |
Maximaal door rijk vastgesteld tarief |
|
1.2.5.2 |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt |
Maximaal door rijk vastgesteld tarief |
|
1.2.5.3 |
van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon |
Maximaal door rijk vastgesteld tarief |
|
1.2.6 |
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag voor een spoedlevering van de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemde documenten, de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedrag van |
Maximaal door rijk vastgesteld tarief |
|
1.2.7 |
De in 1.2.1 tot en met 1.2.6 genoemde leges worden naar beneden afgerond op een veelvoud van €0,05. |
|
|
1.2.8 |
Voor het bezorgen van een reisdocument als bedoeld in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 worden de in die onderdelen genoemde leges vermeerderd met een bedrag van |
€ 18,40 |
|
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen |
||
|
1.3.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van één rijbewijs |
Maximaal door rijk vastgesteld tarief |
|
1.3.2 |
Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met |
Maximaal door rijk vastgesteld tarief |
|
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen |
||
|
1.4.1 |
Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van de onderdelen 1.4.3 en 1.4.4, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. |
|
|
1.4.2 |
het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
|
|
1.4.2.1 |
Particulier - tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking |
€ 18,35 |
|
1.4.2.2 |
Derden - tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking Schriftelijke aanvraag |
€ 21,35 |
|
1.4.2.3 |
Derden - tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking Digitale aanvraag |
€ 18,35 |
|
1.4.3.1 |
Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doornemen van één of meer kaartverzamelingen of registers welke werden bijgehouden op grond van de Wet Bevolkings-en verblijfregisters, voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan |
€ 21,05 |
|
1.4.3.2 |
Digitale aanvraag enkelvoudig - Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doornemen van één of meer kaartverzamelingen of registers welke werden bijgehouden op grond van de Wet Bevolkings-en verblijfregisters |
€ 63,15 |
|
1.4.3.3 |
Digitale aanvraag meervoudig - Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doornemen van één of meer kaartverzamelingen of registers welke werden bijgehouden op grond van de Wet Bevolkings-en verblijfregisters incl doornemen registers kinderen |
€ 126,30 |
|
1.4.3.4 |
Schriftelijke aanvraag enkelvoudig - Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doornemen van één of meer kaartverzamelingen of registers welke werden bijgehouden op grond van de Wet Bevolkings-en verblijfregisters |
€ 105,25 |
|
1.4.3.5 |
Schriftelijke aanvraag meervoudig- Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doornemen van één of meer kaartverzamelingen of registers welke werden bijgehouden op grond van de Wet Bevolkings-en verblijfregisters inclusief doornemen registers kinderen |
€ 210,50 |
|
1.4.4 |
Het tarief bedraagt voor het afsluiten van een abonnement met een geldigheidsduur van één jaar voor het verstrekken van nieuwe straatnamen |
€ 112,00 |
|
1.4.5 |
het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van de leeftijdsopbouw van de gemeente, per wijk en kerkdorp |
€ 9,75 |
|
1.4.6 |
In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens met behulp van alternatieve media bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen |
€ 26,70 |
|
1.4.7 |
In afwijking van de voorgaande onderdelen bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen |
€ 2,65 |
|
Paragraaf 1.5 Verstrekkingen op grond van de Algemene Verordening Gegevensverwerking of AVG |
||
|
1.5.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag overeenkomstig artikel 12, vijfde lid, van de AVG gericht op het verstrekken van de in de artikelen 13 en 14 bedoelde informatie, en het verstrekken van de communicatie en het treffen van maatregelen als bedoeld in de artikelen 15 tot en met 22 en artikel 34, in het geval het verzoek van betrokkene op een of meer van die gronden kennelijk ongegrond of buitensporig is, of in het geval het een verzoek betreft om bijkomende kopieën, per toepasselijke gegevensverwerking volgen het door de gemeente aangehouden en algemeen raadpleegbare Privacy (verwerkingen)Register: |
|
|
1.5.1.1 |
bij verstrekking op papier, per pagina |
€ 0,25 |
|
1.5.1.2 |
bij verstrekking anders dan op papier, op een USB-stick en persoonlijk af te halen om beveiligingsredenen, per set van twee elektronische pagina's |
€ 0,25 |
|
1.5.2 |
Voor de onderdelen 1.5.1.1 en 1.5.1.2 geldt een maximum per gegevensverwerking van |
€ 6,05 |
|
1.5.3 |
Voor het onderdeel 1.5.1.2 wordt het bovengenoemde tarief verhoogd voor de gegevensverstrekking op een USB-stick, per 16GB of lagere opslag, met |
€ 14,80 |
|
Paragraaf 1.6 Bestuursstukken |
||
|
1.6.1 |
Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: |
|
|
1.6.1.1 |
een exemplaar van de bij een bestemmingsplan behorende voorschriften en toelichting, bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening, per bladzijde of een gedeelte van een bladzijde |
€ 0,65 |
|
1.6.1.2 |
een exemplaar van het Rampenplan voor de gemeente exclusief het draaiboek |
€ 29,55 |
|
1.6.2 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
|
|
1.6.2.1 |
tot het verstrekken van een papieren afschrift van het gemeenteblad, per pagina gelijk aan: per fotokopie zoals is bepaald in artikel 1.8.2 |
|
|
1.6.3 |
Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een verzoek om informatie in het kader van de Wet open overheid tot het vervaardigen en verstrekken van: |
|
|
1.6.3.1 |
kopieën van documenten, bepaald tegen de kostprijs van de verstrekt informatiedrager, per bladzijde: |
|
|
1.6.3.1.1 |
-op A4-formaat of kleiner |
|
|
1.6.3.1.1.1 |
- zwart-wit, enkelzijdig |
€ 0,05 |
|
1.6.3.1.1.2 |
- zwart-wit, dubbelzijdig |
€ 0,10 |
|
1.6.3.1.2 |
-op A3-formaat |
|
|
1.6.3.1.2.1 |
zwart-wit, enkelzijdig |
€ 0,10 |
|
1.6.3.1.2.2 |
zwart-wit, dubbelzijdig |
€ 0,20 |
|
1.6.3.1.3 |
-op A2-formaat (zwart-wit) |
€ 2,15 |
|
1.6.3.1.4 |
-op A1-formaat (zwart-wit) |
€ 2,70 |
|
1.6.3.1.5 |
-op A0-formaat (zwart-wit) |
€ 3,35 |
|
1.6.3.1.6 |
-op A4-formaat of kleiner |
|
|
1.6.3.1.6.1 |
- kleur, enkelzijdig |
€ 0,20 |
|
1.6.3.1.6.2 |
- kleur, dubbelzijdig |
€ 0,40 |
|
1.6.3.1.7 |
-op A3-formaat |
|
|
1.6.3.1.7.1 |
- kleur, enkelzijdig |
€ 0,40 |
|
1.6.3.1.7.2 |
- kleur, dubbelzijdig |
€ 0,85 |
|
1.6.3.1.8 |
-op A2-formaat (kleur) |
€ 4,90 |
|
1.6.3.1.9 |
-op A1-formaat (kleur) |
€ 6,45 |
|
1.6.3.1.10 |
-op A0-formaat (kleur) |
€ 7,75 |
|
1.6.3.2 |
en indien de gevraagde vorm van de verstrekking, de verstrekking van ander materiaal meebrengt, wordt hiervoor standaard de USB-stick gebruikt en wordt het tarief verhoogd met (per 16 GB of lagere opslag) |
€ 14,80 |
|
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken |
||
|
1.7.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: |
|
|
1.7.1.1 |
a. het verkrijgen van een verklaring omtrent het gedrag |
€ 41,35 |
|
1.7.1.2 |
b. indien de aanvraag digitaal wordt ingediend bij en behandelt wordt door de rijksoverheid (Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag (COVOG) van Dienst Justis van het ministerie van Veiligheid en Justitie), rekent deze per verklaring |
€ 33,85 |
|
1.7.2 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: |
|
|
1.7.2.1 |
het verkrijgen van een verklaring omtrent bezit van het Nederlanderschap, een certificaat van oorsprong of een bewijs van in leven zijn, per verklaring, certificaat of bewijs |
€ 12,95 |
|
1.7.3 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een legalisatie van een handtekening |
€ 12,95 |
|
1.7.4 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring, dat het portret op een stuk het portret is van degene, te wiens naam het stuk is gesteld of van degene, die in dat stuk wordt bedoeld |
€ 7,55 |
|
Paragraaf 1.8 Gemeentearchief |
||
|
1.8.1.1 |
Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van naspeuringen ongeacht het resultaat, in de in het gemeentearchief berustende stukken voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan |
€ 21,50 |
|
1.8.1.2 |
Het tarief bedraagt voor het op verzoek om hergebruik in de zin van de Wet hergebruik van overheidsinformatie verzamelen en vermenigvuldigen van de in het gemeentearchief voor hergebruik beschikbare informatie, en het verstrekken hiervan per e-mail, ongeacht het resultaat, voor ieder daaraan besteed kwartier of gedeelte daarvan |
€ 21,50 |
|
1.8.1.3 |
Indien de verstrekking geschiedt op USB-stick, wordt het bovengenoemde tarief verhoogd met (per 16GB of lagere opslag) |
€ 14,80 |
|
1.8.1.3.1 |
en in het geval het aanwezige formaat en de metadata afwijken van het verzoek of de verzochte wijze van verspreiding afwijkt van die per e-mail of USB-stick, geldt als de dag van het in behandeling nemen van de aanvraag, de vijfde werkdag na de dag waarop ter kennis is gebracht of voldaan kan worden aan de afwijking van het formaat, de metadate of de wijze van verstrekking. Bij het in behandeling nemen van voormeld verzoek om hergebruik zijn de leges verschuldigd; bij een te verwachten legesbedrag boven de 50,00, wordt het geschatte bedrag bij voorlopige aanslag opgelegd en dient te zijn voldaan, hetgeen geldt als een plicht van de verzoeker of aanvrager in de zin van artikel 4:5, eerste lid, sub a van de Algemene wet bestuursrecht |
|
|
1.8.2 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een uit het gemeente-archief berustend stuk, per bladzijde of gedeelte daarvan middels een fotokopie: |
|
|
1.8.2.1 |
-op A4-formaat of kleiner |
|
|
1.8.2.1.1 |
- zwart-wit, enkelzijdig |
€ 0,05 |
|
1.8.2.1.2 |
- zwart-wit, dubbelzijdig |
€ 0,10 |
|
1.8.2.2 |
-op A3-formaat |
|
|
1.8.2.2.1 |
- zwart-wit, enkelzijdig |
€ 0,10 |
|
1.8.2.2.2 |
- zwart-wit, dubbelzijdig |
€ 0,20 |
|
1.8.2.3 |
-op A2-formaat (zwart-wit) |
€ 2,10 |
|
1.8.2.4 |
-op A1-formaat (zwart-wit) |
€ 2,65 |
|
1.8.2.5 |
-op A0-formaat (zwart-wit) |
€ 3,30 |
|
1.8.2.6 |
-op A4-formaat of kleiner |
|
|
1.8.2.6.1 |
- kleur, enkelzijdig |
€ 0,20 |
|
1.8.2.6.2 |
- kleur, dubbelzijdig |
€ 0,40 |
|
1.8.2.7 |
-op A3-formaat (kleur) |
|
|
1.8.2.7.1 |
- kleur, enkelzijdig |
€ 0,40 |
|
1.8.2.7.2 |
- kleur, dubbelzijdig |
€ 0,85 |
|
1.8.2.8 |
-op A2-formaat (kleur) |
€ 4,85 |
|
1.8.2.9 |
-op A1-formaat (kleur) |
€ 6,35 |
|
1.8.2.10 |
-op A0-formaat (kleur) |
€ 7,65 |
|
Paragraaf 1.9 Leegstandswet |
||
|
1.9.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
|
|
1.9.1.1 |
tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet |
€ 200,00 |
|
1.9.2 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
|
|
1.9.2.1 |
a. tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet |
€ 115,50 |
|
1.9.3 |
Indien aanvragen als bedoeld in de subonderdelen 1.9.1 en 1.9.2 gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde complex en/of gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die subonderdelen bedoelde leges verhoogd met een bedrag per woning van |
€ 25,35 |
|
Paragraaf 1.10 Kansspelen |
||
|
1.10.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in de Wet op de kansspelen: |
|
|
1.10.1.1 |
als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning) |
€ 4,90 |
|
1.10.1.2.1 |
voor het exploiteren van een speelautomatenhal als bedoeld in artikel 2 van de Verordening speelautomatenhallen gemeente Maashorst. |
€ 357,00 |
|
1.10.1.2.2 |
voor het exploiteren van een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2:39 van de Algemene Plaatselijke Verordening |
€ 357,00 |
|
1.10.1.3 |
een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30B van de Wet op de Kansspelen voor een of meer kansspelautomaten per vergunning geldig voor één jaar: |
|
|
1.10.1.3.1 |
-indien de vergunning een kansspelautomaat betreft, ten hoogste |
€ 56,50 |
|
1.10.1.3.2 |
indien de vergunning voor twee of meer kansspelautomaten geldt, ten hoogste €22,50 vermeerderd met het product van het aantal speelautomaten, waarvoor de vergunning geldt, met een bedrag van |
€ 34,00 |
|
1.10.1.3.3 |
Indien de belastingplicht in de loop van het jaar ontstaat, worden voor dat jaar de leges slechts over zoveel twaalfde gedeelten van een jaar berekend als er nog maanden overblijven, waarbij gedeelten van een maand voor een gehele maand worden gerekend; |
|
|
1.10.1.4 |
het onder 1.10.1.3 genoemde is van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak langer dan één jaar doch ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de onder 1.10.1.3 bedoelde maximum-bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verhoogd worden; |
|
|
1.10.1.5 |
het onder 1.10.1.3 genoemde is van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat voor de toepassing van onderdeel 1.10.1.3 in plaats van: |
|
|
1.10.1.5.1 |
- € 56,50 een bedrag van € 226,50 |
|
|
1.10.1.5.2 |
- € 22,50 een bedrag van € 90,50 |
|
|
1.10.1.5.3 |
- € 34,00 een bedrag van € 136,00 geldt. |
|
|
1.10.2 |
een wijziging in de op basis van de Wet op de kansspelen verleende vergunning vermelde beheerder, per wijziging |
€ 54,15 |
|
Paragraaf 1.11 Ondergrondse infrastructuren |
||
|
1.11.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunningsaanvraag in verband met het verkrijgen van instemming of vergunning omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 11.2 van de Verordening Fysieke Leefomgeving |
€ 480,00 |
|
1.11.1.1 |
Het bedrag genoemd in 1.11.1 wordt voor het uitvoeren van coördinatie en toezicht wordt bij aangesloten graafwerkzaamheden van 25 tot 500 meter, met een toeslag over de totaal bemeten sleuflengte, per strekkende meter sleuf verhoogd met |
€ 1,80 |
|
1.11.1.2 |
Het bedrag genoemd in 1.11.1 wordt voor het uitvoeren van coördinatie en toezicht wordt bij aangesloten graafwerkzaamheden van 500 tot 2.000 meter, met een toeslag over de totaal bemeten sleuflengte, per strekkende meter sleuf verhoogd met |
€ 1,20 |
|
1.11.1.3 |
Het bedrag genoemd in 1.11.1 wordt voor het uitvoeren van coördinatie en toezicht wordt bij aangesloten graafwerkzaamheden van meer dan 2.000 meter, verhoogd met een vooraf opgestelde begroting voor de kosten voor de te voeren procedure. |
|
|
1.11.2.1 |
De begroting bedoeld in 1.11.1.3 wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de melding c.q. aanvraag, schríftelijk medegedeeld aan de aanvrager of melder. Indien een begroting als bedoeld in de vorige volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de melder c.q. aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de melding c.q. aanvraag voor deze vijfde werkdag schríftelijk is ingetrokken. |
|
|
1.11.3 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding van werkzaamheden aan kabels en leidingen, als bedoeld in artikel 11.2 van de Verordening Fysieke Leefomgeving. |
€ 117,00 |
|
Paragraaf 1.12 Verkeer en vervoer |
||
|
1.12.1.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart |
€ 146,00 |
|
1.12.1.2 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een gehandicaptenparkeerkaart indien de aanvraag digitaal wordt ingediend |
€ 131,00 |
|
1.12.2.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een privé gehandicaptenparkeerplaats |
€ 146,00 |
|
1.12.2.2 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een privé gehandicaptenparkeerplaats indien de aanvraag digitaal wordt ingediend |
€ 131,00 |
|
1.12.3 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwijzing als bedoeld in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW, Stb. 1990, 460) |
€ 15,80 |
|
1.12.4 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459) voor zover noodzakelijk voor en direct samenhangend met de uitvoering van bijzondere transporten |
€ 43,70 |
|
1.12.5 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (Stb. 459) anders dan bedoeld in onderdeel 1.12.4 |
€ 5,00 |
|
1.12.6 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 7.1. Voertuigenreglement (Stb. 1994, 450) |
€ 43,70 |
|
1.12.7 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5 van de Wet personenvervoer (Stb. 1987, 175) |
€ 5,00 |
|
Paragraaf 1.13 Diversen |
||
|
1.13.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: |
|
|
1.13.1.1 |
gewaarmerkte afschriften van stukken dan wel uittreksels van stukken, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina |
€ 10,15 |
|
1.13.1.2 |
afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina |
€ 5,00 |
|
1.13.1.3 |
een beschikking op een aanvraag, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen |
€ 5,00 |
|
1.13.1.4 |
een waarmerking van een stuk, dat dit overeenstemt met het origineel, per waarmerking |
€ 4,35 |
|
1.13.2 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4.18, derde lid Algemene plaatselijke verordening (recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen) |
€ 45,20 |
|
1.13.3 |
Portikosten: Toezenden stukken: |
|
|
1.13.3.1 |
bij toezending van stukken worden alle leges vermeld in deze verordening vermeerderd met de portikosten overeenkomstig de officiële PostNL tarieven. |
|
|
1.13.4 |
a. Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van het verbod vuur te stoken als bedoeld in artikel 5.34, derde lid, van de Algemene plaatselijke verordening |
€ 24,95 |
|
1.13.4.1 |
b. indien de aanvraag digitaal wordt ingediend |
€ 20,00 |
|
1.13.5 |
Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een aanwijzing voor het inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening gemeente Uden |
€ 120,00 |
|
1.13.6 |
Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: |
|
|
1.13.6.1 |
een ontheffing in de zin van artikel 87 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 van het bepaalde in artikel 5 van dat reglement om te mogen fietsen in de voetgangersgebieden, een aantal specifiek genoemde voetgangersgebieden of één bepaalde voetgangersgebied, per ontheffing: NIHIL |
|
|
1.13.6.2 |
een ontheffing in de zin van artikel 87 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 van het bepaalde in artikel 10, eerste lid en artikel 24 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (ontheffing bedrijfsvoertuigen) |
€ 165,00 |
|
1.13.6.3 |
een vergunning in de zin van artikel 5.1, vierde lid van de Verordening Fysieke Leefomgeving (gebruik openbare plaats) |
€ 224,00 |
|
1.13.6.4 |
een wijziging van een verleende ontheffing in de zin van artikel 87 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 van het bepaalde in artikel 10, eerste lid en artikel 24 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 |
€ 131,00 |
|
1.13.7 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot nadeelcompensatie in de zin van artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht |
€ 558,00 |
|
1.13.8 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot opname in het Landelijk Register Kinderopvang, zoals bedoeld in artikel 1.45 Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen Peuterspeelzalen: |
|
|
1.13.8.1 |
voor kinderopvang en buitenschoolse opvang |
€ 1.771,00 |
|
1.13.8.2 |
voor gastouderbureau |
€ 1.771,00 |
|
1.13.8.3 |
voor gastouder voorziening (via gastouderbureau) |
€ 633,00 |
|
1.13.8.4 |
voor een verhuizing van een locatie kinderopvang en buitenschoolse opvang |
€ 929,00 |
|
1.13.8.5 |
voor een verhuizing van een gastoudervoorziening (via gastouderbureau) of extra opvanglocatie van gastouder |
€ 519,00 |
Hoofdstuk 2 Omgevingswet
|
Artikel |
Omschrijving |
Tarief |
|
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen |
||
|
2.1 |
Definities |
|
|
2.1.1 |
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. |
|
|
2.1.2 |
In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. |
|
|
2.1.3 |
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: |
|
|
- binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan; |
||
|
- binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij afwijkingsbevoegdheid: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan, maar die toelaatbaar is op grond van een afwijkingsbevoegdheid zoals opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; |
||
|
- binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die mogelijk is op grond van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht zoals opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; |
||
|
- buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar waarbij de beoordelingsregels geen ruimte bieden om deze vergunning te verlenen. Het gaat om activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan en die niet vallen onder een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in bijlage 3; |
||
|
De intaketafel is een intern overlegmoment waarin plannen die niet passen binnen het geldende omgevingsplan worden besproken. Het doel is om in een vroeg stadium te beoordelen of een initiatief kansrijk, wenselijk en haalbaar is, voordat een formele aanvraag wordt ingediend. |
||
|
- kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan bepaalt dat een vergunning nodig is, maar die van beperkte aard is en geen wezenlijke strijd oplevert met de ruimtelijke regels. De specifieke activiteiten die hieronder vallen, zijn opgenomen in bijlage 3; |
||
|
- omgevingstafel: een overlegmoment met als doel om gezamenlijk te verkennen of het plan haalbaar en uitvoerbaar is binnen de geldende beleids- en regelgeving. Hierbij worden aspecten zoals ruimtelijke aspecten zoals, stedenbouw, milieu, gezondheid, verkeer, water, veiligheid en maatschappelijke impact integraal meegewogen. |
||
|
2.1.4 |
Bouwkosten: a. de kosten die worden berekend aan de hand van de ‘ROEB-lijst’ zoals opgenomen in bijlage B bij deze tarieventabel; b. uitsluitend voor zover het in de aanvraag begrepen type bouwwerk naar zijn aard redelijkerwijs niet kan worden geacht te zijn opgenomen in de ‘ROEB-lijst’, wordt onder bouwkosten mede het volgende verstaan. De aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012, Stcrt 2012, 1567), voor het uit te voeren werk. c. indien zowel onder a als b geen vaststelbare bouwkosten beschikbaar zijn of indien de onder b bedoelde aannemingssom kennelijk niet in verhouding staat tot het voorgenomen bouwwerk worden onder bouwkosten verstaan de geraamde kosten van de realisatie van het bouwwerk overeenkomstig het normblad NEN 2699:2017 nl Investerings- en exploitatiekosten van onroerende zaken Begripsomschrijvingen en indeling of de meest recente uitgave die dit normblad vervangt of wijzigt voor zover betrekking hebbend op de bouwkosten van het bouwwerk Bij bouwen door zelfwerkzaamheid wordt onder bouwkosten verstaan de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. De berekening van de bouwkosten zoals bedoeld wordt onder sub a , b en c van dit artikel geschiedt inclusief BTW. |
|
|
2.2 |
Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven |
|
|
2.2.1 |
Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: |
|
|
2.2.1.a. |
conceptverzoek; |
|
|
2.2.1.b. |
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; |
|
|
2.2.1.c. |
een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; |
|
|
2.2.1.d. |
toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; |
|
|
2.2.1.e. |
een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; |
|
|
2.2.1.f. |
intrekking van een omgevingsvergunning; |
|
|
2.2.1.g. |
wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; |
|
|
2.2.1.h. |
een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. |
|
|
2.3 |
Bepalen tarief |
|
|
2.3.1 |
De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. |
|
|
2.3.2 |
Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. |
|
|
2.3.3 |
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten (zoals bedoeld in paragraaf 2.12, bijvoorbeeld aanvullende beoordelingen, adviezen of procedures die onderdeel uitmaken van de aanvraag). |
|
|
2.3.4 |
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. |
|
|
2.3.5 |
Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. |
|
|
2.3.6 |
In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. |
|
|
Paragraaf 2.2 Voorfase |
||
|
2.4 |
Conceptverzoek |
|
|
Als de aanvraag betrekking heeft op het indienen van een conceptverzoek voor een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: |
||
|
2.4.a. |
voor een informatie overleg; |
€ 0,00 |
|
2.4.b. |
voor een vooroverleg; |
€ 0,00 |
|
2.4.c. |
voor een intaketafel |
€ 230,00 |
|
2.4.d. |
voor een omgevingstafel: |
€ 400,00 |
|
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken |
||
|
2.5 |
Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) |
|
|
2.5 |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
2.5.a. |
indien de bouwkosten minder dan € 25.000 bedragen: |
0,650% |
|
van de bouwkosten, met een minimum van: |
€ 120,00 |
|
|
2.5.b. |
indien de bouwkosten € 25.000 tot € 50.000 bedragen: |
€ 162,50 |
|
vermeerderd met: |
0,630% |
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 25.000 te boven gaat; |
||
|
2.5.c. |
indien de bouwkosten € 50.000 tot € 200.000 bedragen: |
€ 320,00 |
|
vermeerderd met: |
0,610% |
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 50.000 te boven gaat; |
||
|
2.5.d. |
indien de bouwkosten € 200.000 tot € 1.000.000 bedragen: |
€ 1.235,00 |
|
vermeerderd met: |
0,590% |
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 200.000 te boven gaat; |
||
|
2.5.e. |
indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 2.500.000 bedragen: |
€ 5.955,00 |
|
vermeerderd met: |
0,570% |
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 1.000.000 te boven gaat; |
||
|
2.5.f. |
indien de bouwkosten meer dan € 2.500.000 bedragen: |
€ 14.504,99 |
|
vermeerderd met: |
0,550% |
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 2.500.000 te boven gaat. |
||
|
2.6 |
Omgevingsplanactiviteit: bouwwerken (ruimtelijke deel) |
|
|
2.6 |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
2.6.a. |
indien de bouwkosten minder dan € 25.000 bedragen: |
1,450% |
|
van de bouwkosten, met een minimum van; |
€ 150,00 |
|
|
2.6.b. |
indien de bouwkosten € 25.000 tot € 50.000 bedragen: |
€ 362,50 |
|
vermeerderd met: |
1,420% |
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 25.000 te boven gaat; |
||
|
2.6.c. |
indien de bouwkosten € 50.000 tot € 200.000 bedragen: |
€ 717,50 |
|
vermeerderd met: |
1,390% |
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 50.000 te boven gaat; |
||
|
2.6.d. |
indien de bouwkosten € 200.000 tot € 1.000.000 bedragen: |
€ 2.802,50 |
|
vermeerderd met: |
1,350% |
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 200.000 te boven gaat; |
||
|
2.6.e. |
indien de bouwkosten € 1.000.000 tot € 2.500.000 bedragen: |
€ 13.602,50 |
|
vermeerderd met: |
1,320% |
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 1.000.000 te boven gaat; |
||
|
2.6.f. |
indien de bouwkosten meer dan € 2.500.000 bedragen: |
€ 33.402,49 |
|
vermeerderd met: |
1,280% |
|
|
van de bouwkosten waarmee die bouwkosten € 2.500.000 te boven gaat. |
||
|
2.7 |
Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk |
|
|
2.7 |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 325,00 |
|
Paragraaf 2.3a Afwijkingen van het omgevingsplan |
||
|
2.7a. |
Afwijken van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan |
|
|
2.7a.1. |
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief: |
|
|
2.7a.1.a. |
voor het beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan: |
€ 325,00 |
|
2.7a.1.b. |
voor het beoordelen of gebruik kan worden gemaakt van een wijzigingsbevoegdheid of aan een uitwerkingsplicht wordt voldaan in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan: |
€ 645,00 |
|
2.7a.1.c. |
voor het beoordelen of een afwijking van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan mogelijk is met toepassing van een kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in bijlage 3: |
€ 645,00 |
|
2.7a.1.d. |
voor het beoordelen of een afwijking van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan mogelijk is in andere gevallen dan genoemd in de onderdelen a tot en met c: |
€ 9.735,00 |
|
2.7a.2. |
Geen tarief is verschuldigd indien de kosten van het wijzigen van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan krachtens afdeling 13.6 of 13.7 van de Omgevingswet worden verhaald. |
|
|
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed |
||
|
2.8 |
Monumenten, archeologie en cultureel erfgoed (Omgevingsplanactiviteit en Rijksmonumentenactiviteit) |
|
|
2.8.1 |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, en deze activiteit betrekking heeft op een gemeentelijk of provinciaal monument (waaronder voorbeschermde monumenten), een archeologisch monument, een beschermd stads- of dorpsgezicht of op cultureel of werelderfgoed waarvoor het omgevingsplan een vergunningplicht bevat, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk: |
€ 365,00 |
|
2.8.2 |
Als de aanvraag betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een activiteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk: |
€ 365,00 |
|
2.8.3 |
Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste of tweede lid, mede betrekking heeft op een archeologisch monument, worden de genoemde tarieven verhoogd met: |
€ 182,50 |
|
2.8.4 |
De eerste drie leden zijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen met betrekking tot monumenten of archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van de gemeentelijke erfgoedverordening, zolang in het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan nog geen functieaanduiding is opgenomen of voorbeschermingsregel geldt als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit. |
|
|
2.9 t/m 2.11 [Gereserveerd] |
||
|
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten |
||
|
2.12 |
Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteiten |
|
|
2.12 |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die bestaat uit een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet en als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, of uit een activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, die valt onder hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), bedraagt het tarief: |
|
|
2.12.a. |
voor een aanvraag die wordt behandeld volgens de reguliere voorbereidingsprocedure: |
€ 4.450,00 |
|
2.12.b. |
voor een aanvraag die wordt behandeld volgens de uitgebreide voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht: |
€ 7.215,00 |
|
Artikel 2.13 t/m artikel 2.20 (gereserveerd) |
||
|
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten |
||
|
2.21 |
Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit |
|
|
2.21 |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 325,00 |
|
2.22 |
Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit |
|
|
2.22 |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 325,00 |
|
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten |
||
|
2.23 |
[Gereserveerd] |
|
|
2.24 |
[Gereserveerd] |
|
|
2.25 |
Omgevingsplanactiviteit: geluid weg |
|
|
2.25 |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, en deze activiteit bestaat uit het aanleggen of wijzigen van een weg waarvoor een vergunningplicht geldt vanwege de aanwezigheid van geluidgevoelige gebouwen binnen het aandachtsgebied van die weg, bedraagt het tarief: |
€ 230,00 |
|
2.26 |
Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg |
|
|
2.26 |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 5:2 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Maashorst in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 230,00 |
|
2.27 |
Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit |
|
|
2.27 |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 5:3 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Maashorst in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 230,00 |
|
2.28 |
Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten |
|
|
2.28 |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 420,00 |
|
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten |
||
|
2.29 |
(gereserveerd) |
|
|
2.30 |
Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden |
|
|
2.30 |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in de bomenverordening van de gemeente Landerd of Uden in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
2.31 |
(Gereserveerd) |
|
|
2.32 |
(Gereserveerd) |
|
|
2.33 |
(Gereserveerd) |
|
|
2.34 |
Andere activiteiten |
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan in deze paragraaf of de voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld, en die activiteit is aangewezen als vergunningplichtige activiteit bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 150,00 |
|
|
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften |
||
|
2.35 |
Maatwerkvoorschriften bij bouw- of sloopactiviteiten |
|
|
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief: |
||
|
2.35.a. |
voor een maatwerkvoorschrift dat verband houdt met een bouw- of sloopactiviteit, met uitzondering van het in onderdeel b bedoelde geval, per maatwerkvoorschrift: |
€ 485,00 |
|
2.35.b. |
voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op de ingebruikname van een bouwwerk met een geringe afwijking van het Besluit bouwwerken leefomgeving, geconstateerd binnen het stelsel van private kwaliteitsborging, per maatwerkvoorschrift: |
€ 1.600,00 |
|
2.36 |
Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten |
|
|
2.36 |
Voor een aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften met betrekking tot milieubelastende activiteiten, ongeacht of deze onder hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving vallen of een andere milieubelastende activiteit betreffen, bedraagt het tarief: |
€ 2.065,00 |
|
2.37 |
Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten |
|
|
2.37 |
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: |
€ 485,00 |
|
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid |
||
|
2.38 |
Gelijkwaardige maatregel |
|
|
2.38 |
Het tarief bedraagt voor het aanvragen van toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet: |
€ 485,00 |
|
Paragraaf 2.11 Overige tarieven |
||
|
2.39 |
Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit |
|
|
2.39 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: |
€ 150,00 |
|
2.40 |
Wijzigen omgevingsvergunning |
|
|
2.40.1 |
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project, bedraagt het tarief: |
€ 150,00 |
|
2.40.2 |
Als de wijziging naar aard of omvang zodanig is dat sprake is van een meer ingrijpende aanpassing, wordt het tarief bepaald overeenkomstig het tarief dat op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de betreffende activiteit of activiteiten. |
|
|
2.41 |
Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning |
|
|
2.41 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: |
€ 150,00 |
|
2.42 |
(Gereserveerd) |
|
|
2.43 |
(Gereserveerd) |
|
|
2.44 |
Beoordeling onderzoeksrapporten |
|
|
2.44 |
De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. |
|
|
2.45 |
Wijzigen van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan |
|
|
2.45.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan: |
€ 9.735,00 |
|
2.45.2 |
Geen tarief is verschuldigd indien de kosten van het wijzigen van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan krachtens afdeling 13.6 of 13.7 van de Omgevingswet worden verhaald. |
|
|
2.46 |
Niet genoemd besluit op aanvraag |
|
|
2.46 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: |
€ 230,00 |
|
Paragraaf 2.12 Modaliteiten |
||
|
2.47 |
Achteraf ingediende aanvraag |
|
|
2.47 |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: |
10,000% |
|
met een maximum van: |
€ 10.000,00 |
|
|
2.48 |
[Gereserveerd] |
|
|
2.49 |
Beoordeling onderzoeksrapporten |
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: |
||
|
2.49.a. |
voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: |
€ 230,00 |
|
2.49.b. |
voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport: |
€ 430,00 |
|
2.49.c. |
voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): |
€ 5.350,00 |
|
2.49.d. |
voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: |
€ 325,00 |
|
2.50 |
Advies |
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: |
||
|
2.50.a. |
voor een advies van de gemeenteraad: |
€ 325,00 |
|
2.50.b. |
voor een advies van de omgevingsdienst dat betrekking heeft op geluid, geur, licht en lucht: |
€ 1.673,94 |
|
2.50.c. |
voor een advies van de omgevingsdienst in overige gevallen: |
€ 720,15 |
|
2.50.d. |
voor een advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen: |
€ 1.010,00 |
|
2.50.e. |
voor een advies op grond van de Brabant Zorgvuldigheidsscore (BZV): |
€ 2.020,00 |
|
2.50.f. |
voor een advies van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) bij een aanvraag die betrekking heeft op een veehouderij: |
€ 1.010,00 |
|
2.50.g. |
voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met f: |
€ 1.010,00 |
|
2.51 |
Instemming |
|
|
2.51.1 |
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: |
|
|
het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. |
||
|
2.51.2 |
Het bedrag bedoeld in het eerste lid, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
|
Paragraaf 2.13 (Gereserveerd) |
||
|
Paragraaf 2.14 Teruggaaf |
||
|
2.54 |
Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig |
|
|
2.54 |
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: |
85,000% |
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. |
||
|
2.55 |
Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten |
|
|
2.55 |
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: |
85,000% |
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. |
||
|
2.56 |
Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift |
|
|
2.56 |
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of een aanvraag om een maatwerkvoorschrift geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. Dit geldt zowel voor aanvragen waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is als voor aanvragen waarop deze niet van toepassing is. De teruggaaf bedraagt: |
|
|
2.56.a. |
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag: |
€ 150,00 |
|
2.56.b. |
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken na de indiening van de aanvraag: |
50,000% |
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. |
||
|
2.57 |
[Gereserveerd] |
|
|
2.58 |
Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten |
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: |
20,000% |
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. |
||
|
2.59 |
Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten |
|
|
2.59.a. |
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: |
20,000% |
|
van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. |
||
|
2.59.b. |
Onder een weigering bedoeld in artikel 2.59.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. |
|
|
2.60 |
Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten |
|
|
2.60 |
In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. |
|
|
2.61 |
Minimumbedrag voor teruggaaf |
|
|
2.61 |
Een bedrag minder dan €150,00 wordt niet teruggeven. |
|
Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn
|
Artikel |
Omschrijving |
Tarief |
|
Paragraaf 3.1 Horeca |
||
|
3.1.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: |
|
|
3.1.1.1 |
vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet |
€ 357,00 |
|
3.1.2 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: |
|
|
3.1.2.1 |
een wijziging van de in de vergunning omschreven inrichting als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet op verzoek van de vergunninghouder |
€ 59,00 |
|
3.1.3 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: |
|
|
3.1.3.1 |
Een aanvraag tot het aanmelden of afmelden van leidinggevenden als bedoeld in art. 30a 2e lid Alcoholwet |
€ 59,00 |
|
3.1.4 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: |
|
|
3.1.4.1 |
een ontheffing ingevolge artikel 35 van de Alcoholwet |
€ 25,30 |
|
3.1.5 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: |
|
|
3.1.5.1 |
een ontheffing als bedoeld in artikel 2:29f van de Algemene Plaatselijke Verordening (ontheffing sluitingstijden openbare inrichtingen) voor het eerste uur of gedeelte daarvan |
€ 60,00 |
|
3.1.5.2 |
voor overige gevallen (na het eerste uur) |
€ 102,00 |
|
3.1.6 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing tot het doen maken van muziek of het in werking hebben van een geluidsapparaat als bedoeld in artikel 7.15 van de Verordening Fysieke Leefomgeving |
|
|
3.1.6.1 |
indien het een incidentele aangelegenheid betreft, per dag |
€ 5,35 |
|
3.1.6.2 |
een vergunning op jaarbasis |
€ 259,00 |
|
3.1.7 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: |
|
|
3.1.7.1 |
Een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemeen Plaatselijke Verordening waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 3 Alcoholwet is verleend of aangevraagd |
€ 357,00 |
|
3.1.7.2 |
Een wijziging van de exploitatievergunning op grond van artikel 2:28 Algemeen Plaatselijke Verordening |
€ 73,00 |
|
3.1.7.3 |
Een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemeen Plaatselijke Verordening waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in artikel 3 Alcoholwet is verleend of aangevraagd |
€ 165,00 |
|
3.1.8 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: |
|
|
3.1.8.1 |
Een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een bedrijf als bedoeld in artikel 2:81 van de Algemeen Plaatselijke Verordening |
€ 357,00 |
|
3.1.8.2 |
Een wijziging van de exploitatievergunning op grond van artikel 2:81 Algemeen Plaatselijke Verordening |
€ 73,00 |
|
Paragraaf 3.2 Organiseren evenementen |
||
|
3.2.1 |
het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag: |
|
|
3.2.1.1 |
tot het verkrijgen van de navolgende vergunningen of ontheffingen op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening voor een 0-evenement (meldingsplicht) |
|
|
3.2.1.2 |
Voor evenementen als bedoeld in artikel 2:25 eerste lid van de Algemene Plaatselijke Verordening |
|
|
3.2.1.2.1 |
A-evenementen |
€ 350,00 |
|
3.2.1.2.2 |
B-evenementen |
€ 800,00 |
|
3.2.1.2.3 |
C-evenementen |
€ 10.000,00 |
|
Paragraaf 3.3 Prostitutiebedrijven |
||
|
3.3.1 |
het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van: |
|
|
3.3.1.1 |
een vergunning voor het exploiteren of wijzigen van een seksbedrijf als bedoeld in artikel 3.3., eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Uden |
€ 830,00 |
|
Paragraaf 3.4 Winkeltijdenwet |
||
|
3.4.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
|
|
3.4.1.1 |
a. voor een ontheffing in het kader van artikel 3 lid 2 van de Winkeltijdenwet |
€ 383,00 |
|
3.4.1.2 |
b. indien de aanvraag digitaal wordt ingediend |
€ 344,00 |
|
3.4.2 |
tot het verlenen van toestemming om een in 4.1 bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander |
€ 383,00 |
|
3.4.3 |
tot het intrekken of wijzigen van een in 4.1 bedoelde ontheffing |
€ 383,00 |
|
Paragraaf 3.5 Collecteren |
||
|
3.5 |
Het tarief bedraagt voor een aanvraag tot het verlenen van een vergunning/ontheffing voor het collecteren als bedoeld in artikel 5:13 van de Algemene Plaatselijke Verordening |
|
|
3.5.1 |
Geldig voor een dag of een gedeelte daarvan |
€ 20,20 |
|
3.5.2 |
Geldig voor ten hoogste een kalendermaand of een gedeelte daarvan, dat langer duurt dan 6 dagen |
€ 40,30 |
|
3.5.3 |
Geldig voor een kalenderjaar of gedeelte daarvan, dat langer duurt dan 5 maanden |
€ 60,30 |
|
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 (en Wet goed verhuurderschap) |
||
|
3.6 |
Verhuurvergunning huisvestingsvoorziening internationale werknemers Het tarief bedraagt voor het inbehandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet goed verhuurderschap: |
|
|
3.6.1 |
Tot het verkrijgen van een verhuurvergunning voor een huisvestingsvoorziening voor internationale werknemers |
€ 240,00 |
|
3.6.2 |
Het intrekken van de verhuurvergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet goed verhuurderschap |
€ 280,00 |
|
Paragraaf 3.7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking |
||
|
3.7.1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking |
€ 47,50 |
Bijlage 2. Overzicht bouwkosten (ROEB-lijst)
Bijlage 3. Definitie kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
|
Definitie kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten |
|
|
1. |
Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: |
|
a. |
niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf; |
|
b, |
de oppervlakte niet meer dan 150 m2; |
|
2. |
Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening (nutsvoorzieningen, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-spoorweg-, water- of luchtverkeer) wanneer wordt voldaan aan de volgende eisen: |
|
a. |
niet hoger dan 5m, en |
|
b. |
de oppervlakte niet meer dan 50m2; |
|
3. |
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: |
|
a. |
niet hoger dan 10m, en |
|
b. |
de oppervlakte niet meer dan 50m2; |
|
4. |
een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ongeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; |
|
5. |
een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 meter; |
|
6. |
het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; |
|
7. |
het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; |
|
8. |
het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: |
|
a. |
de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de vigerende wet- en regelgeving aan een bestaande woning gestelde eisen; |
|
b. |
de bewoning niet in strijd is met de regels gesteld in Omgevingswet |
|
c. |
de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en |
|
d. |
de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was |
|
9. |
ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 9 voor een termijn van ten hoogte 10 jaar; |
|
10. |
het college van B&W kan ander gebruik en/of een activiteit aanwijzen als kleine omgevingsplanactiviteit: |
|
a. |
Wanneer er geen of weinig relatie is met de instructieregels van het Rijk en de provincie; en |
|
b. |
Het een geringe impact heeft op de fysieke leefomgeving; en |
|
c. |
Niet of nauwelijks adviezen van buiten de organisatie noodzakelijk zijn. |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl