Verordening commissie verkiezingsaangelegenheden 2026

Geldend van 07-02-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening commissie verkiezingsaangelegenheden 2026

De Raad van de gemeente Rotterdam,

gelezen het voorstel van het Presidium van 27 november 2025 (voorstel nr. 25bb008798); 25bb008864;

gelet op de artikelen 84 en 149 van de Gemeentewet;

overwegende dat:

de verordening aanpassing behoeft in verband met gewijzigde regelgeving met betrekking tot de wijkraden;

besluit:

Artikel 1 Instelling commissie en algemene taakstelling

  • 1. Er is een commissie voor de verkiezingsaangelegenheden.

  • 2. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven van de leden van de gemeenteraad nadat de periodieke verkiezing voor de leden van de gemeenteraad heeft plaatsgevonden en adviseert de raad over hun toelating.

  • 3. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven van de leden van de wijkraden en besluit over hun toelating overeenkomstig artikel 28, tweede lid van het Kiesreglement Wijkraden 2026.

  • 4. De commissie adviseert de gemeenteraad over geschillen die met betrekking tot de geloofsbrieven of het verloop van de verkiezingen zelf rijzen.

  • 5. De commissie beslist op beroepschriften die zijn ingediend overeenkomstig de artikelen 19 en 30 van het Kiesreglement Wijkraden 2026.

Artikel 2 Samenstelling

  • 1. De voorzitter en de overige leden van de commissie verkiezingsaangelegenheden worden door de raad uit zijn midden benoemd.

  • 2. De commissie verkiezingsaangelegenheden bestaat, inclusief een voorzitter, uit vijf leden uit verschillende fracties van de raad.

  • 3. Het lidmaatschap van de commissie verkiezingsaangelegenheden eindigt op 1 januari van het jaar waarin een periodieke verkiezing voor de leden van de gemeenteraad plaatsvindt, dan wel:

    • a.

      de voorzitter of het lid ontslag neemt als voorzitter of lid van de commissie en het lid daarvan schriftelijk mededeling doet aan de raad;

    • b.

      de raad de voorzitter of het lid ontslag verleent als voorzitter of lid van de commissie;

    • c.

      de commissie ophoudt te bestaan;

    • d.

      bij overlijden.

Artikel 3 Ondersteuning

De griffier wijst één of meer ambtenaren van de griffie aan om de commissie te ondersteunen.

Artikel 4 Werkwijze

  • 1. De commissie biedt degenen die een beroepschrift hebben ingediend, de gelegenheid hun beroepschrift vooraf mondeling toe te lichten.

  • 2. De commissie beraadslaagt in beslotenheid, met dien verstande dat het horen van degenen die een beroepschrift hebben ingediend naar aanleiding van een mededeling of beslissing van het centraal stembureau in openbaarheid plaatsvindt.

  • 3. De voorzitter maakt de conclusies openbaar nadat de beraadslagingen zijn beëindigd. In afstemming met de commissie kan de voorzitter besluiten dit ook tussentijds te doen.

  • 4. De voorzitter van de commissie voert het woord namens de commissie.

  • 5. Indien met gesloten deuren wordt vergaderd, geldt een verplichting tot geheimhouding omtrent informatie die in die vergadering ter kennis van de aanwezigen komt.

Artikel 5 Vergaderfrequentie, convocatie, openbare kennisgeving en agenda

  • 1. De commissie vergadert zo dikwijls als dit door de voorzitter nodig wordt geoordeeld, dan wel wanneer dit door ten minste twee leden wordt gevraagd.

  • 2. De voorzitter roept de leden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste vier dagen van tevoren tot de vergadering op door middel van een digitale convocatie, vergezeld van een conceptagenda die zoveel mogelijk de te behandelen onderwerpen vermeldt.

  • 3. Aan het begin van de vergadering stelt de commissie de agenda vast.

Artikel 6 Digitale raadpleging

  • 1. De voorzitter kan de commissie onder digitale toezending van de stukken, buiten de vergadering raadplegen.

  • 2. Een of meer leden kunnen binnen vierentwintig uur na toezending van de in het eerste lid bedoelde stukken kenbaar maken voorkeur te hebben voor behandeling in een vergadering van de commissie. De voorzitter bepaalt dan de dag en het tijdstip waarop deze vergadering plaatsvindt.

Artikel 7 Orde

  • 1. De voorzitter draagt zorg voor de handhaving van de orde in de vergaderingen.

  • 2. Indien een spreker zich beledigend of ongepast uitdrukt of op welke wijze dan ook de orde verstoort, wordt deze door de voorzitter tot de orde geroepen.

  • 3. Indien een spreker voortgaat met het bezigen van beledigende of ongepaste uitdrukkingen of het verstoren van de orde, ontneemt de voorzitter de spreker het woord. In de vergadering waarin dit plaatsvindt mag degene die het woord is ontnomen niet meer deelnemen aan de beraadslaging. Hiervan is beroep op de vergadering niet toegelaten.

  • 4. De voorzitter is bevoegd om in beeld- en geluidsregistratie en/of schriftelijk verslag geen weergave op te nemen van door een spreker gebezigde beledigende of ongepaste uitdrukkingen waarvoor de spreker tijdens de vergadering tot de orde is geroepen.

  • 5. De voorzitter kan besluiten om een commissielid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Hierover wordt niet beraadslaagd en het commissielid verlaat de vergadering onmiddellijk. Zo nodig zorgt de voorzitter voor verwijdering. Bij herhaling van dergelijk gedrag door het commissielid kan de commissie op voorstel van de voorzitter besluiten het commissielid voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

  • 6. De voorzitter is bevoegd om ter handhaving van de orde de vergadering voor nadere tijd te schorsen en om na heropening de vergadering te sluiten indien de orde opnieuw wordt verstoord.

  • 7. De voorzitter is bevoegd om, wanneer de orde op enigerlei wijze door sprekers en/of toehoorders wordt verstoord, opdracht te geven om de spreker en specifieke of alle toehoorders uit de vergaderzaal te laten verwijderen

Artikel 8 Vergoeding

De voorzitter en de leden van de commissie, niet zijnde lid van de raad, ontvangen voor het bijwonen van een vergadering een vergoeding overeenkomstig artikel 10 van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019.

Artikel 9 Onvoorzien

In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist de voorzitter van de commissie, gehoord de commissie.

Artikel 10 Intrekken oude regeling

De Verordening commissie verkiezingsaangelegenheden 2022 wordt ingetrokken.

Artikel 11 Inwerkingtreding

De verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 4 december 2025.

De plv. griffier,

W. de Bel

De voorzitter,

C.J. Schouten

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

Toelichting op de Verordening commissie verkiezingsaangelegenheden 2026

Artikel 2 Samenstelling

Voor het uitoefenen van de bevoegdheden op grond van de artikelen V4 en V4a van de Kieswet is het vereist dat de leden van de commissie lid zijn van de gemeenteraad.

Het is ongewenst dat leden over de eigen geloofsbrieven advies uitbrengen, al zijn er geen wettelijke beperkingen. Om die reden komen uitsluitend leden voor benoeming in aanmerking die hebben aangegeven niet, dan wel uitsluitend als lijstduwer, op een kandidatenlijst voor de gemeenteraad te zullen staan en niet zullen voorkomen op een kandidatenlijst voor een wijk- of dorpsraad bij de aanstaande verkiezingen. Op het moment van benoeming dienen de leden raadslid te zijn. Voor de werkzaamheden ná het aantreden van de raad in nieuwe samenstelling is het niet noodzakelijk dat de leden van de commissie tevens lid zijn van de gemeenteraad.