Tijdelijk algemeen mandaatbesluit gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Tijdelijk algemeen mandaatbesluit gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2026

Burgemeester en wethouders van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk en de burgemeester van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;

gelet op het tijdelijk organisatiebesluit gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2026;

overwegende, dat in dit mandaatbesluit publiekrechtelijke en privaatrechtelijke bevoegdheden worden toegekend om de dienstverlening aan inwoners te verhogen en daarvoor medewerkers in staat te stellen werkzaamheden zelfstandig uit te voeren;

gelet op artikel 171, tweede lid, van de Gemeentewet, afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en de Collectieve Arbeidsovereenkomst Gemeenten;

gezien het advies van de Ondernemingsraad van 15 december 2025.

besluiten:

vast te stellen het volgende

Tijdelijk algemeen mandaatbesluit, volmacht en machtiging gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2026

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaanonder:

  • -

    burgemeester: de burgemeester van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de gemeente in en buiten rechte als bedoeld in artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet;

  • -

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bodegraven­ Reeuwijk;

  • -

    gemeentesecretaris: de gemeentesecretaris als bedoeld in artikel 100 van de Gemeentewet; de gemeentesecretaris is tevens algemeen directeur en daarmee de hoogste leidinggevende van de ambtelijke organisatie;

  • -

    ambtelijke organisatie: alle medewerkers werkzaam bij de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, waaronder eveneens begrepen tijdelijk ingehuurde externe personen, niet zijnde de griffier en medewerkers van de griffie;

  • -

    medewerkers: medewerkers van de ambtelijke organisatie, bedoeld in sub d;

  • -

    de gemeente: de gemeente Bodegraven-Reeuwijk als publiekrechtelijk lichaam alsmede de gemeente Bodegraven-Reeuwijk als privaatrechtelijk rechtspersoon;

  • -

    mandaat: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester besluiten te nemen, zowel positieve als negatieve besluiten;

  • -

    volmacht: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • -

    machtiging: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 2. Mandaat

Het college en de burgemeester mandateren hun bevoegdheden aan:

  • a.

    de gemeentesecretaris, tenzij het aangelegenheden zijn die de gemeentesecretaris zelf aangaan en met uitzondering van de aangelegenheden als vermeld in bijlage 1;

  • b.

    de domeinregisseurs, tenzij het aangelegenheden zijn die de domeinregisseurs zelf aangaan en met uitzondering van de bevoegdheden als vermeld in de bijlagen 1 en 2;

  • c.

    de teamleiders, tenzij het aangelegenheden zijn die de teamleiders zelf aangaan en met uitzondering van de bevoegdheden als vermeld in de bijlagen 1, 2 en 3;

  • d.

    de overige medewerkers, tenzij het aangelegenheden zijn die hen zelf aangaan en met uitzondering van de bevoegdheden als vermeld in de bijlagen 1, 2, 3 en 4.

Artikel 3. Nadere regels en instructies

  • 1.

    Een krachtens dit algemeen mandaatbesluit gemandateerde bevoegdheid om een besluit te mogen nemen omvat tevens de bevoegdheid om dat besluit en de daarbij behorende correspondentie te mogen ondertekenen.

  • 2.

    Het college respectievelijk de burgemeester kan instructies geven omtrent het opmaken en het ondertekenen van een document, waarin van het verleende mandaat gebruik wordt gemaakt.

  • 3.

    Het college respectievelijk de burgemeester kan instructies geven over de wijze waarop de gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend.

Artikel 4. Volmacht en machtiging

Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van:

  • a.

    volmacht;

  • b.

    machtiging.

Artikel 5. Bezwaarschriften

  • 1.

    De bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, gericht aan het college, met uitzondering van bezwaarschriften tegen besluiten die door het college zelf zijn genomen, wordt gemandateerd aan de gemeentesecretaris, de domeinregisseurs en de teamleiders.

  • 2.

    Ten aanzien van bezwaarschriften, gericht aan het college, die om advies in handen worden gesteld van een adviescommissie als bedoeld in artikel 7: 13 van de Algemene wet bestuursrecht of van een juridisch adviseur ambtelijk horen als bedoeld in het Reglement ambtelijk horen Bodegraven-Reeuwijk 2016, blijft de beslissing op het bezwaarschrift voorbehouden aan het college, met uitzondering van de beslissing op bezwaar als bedoeld in het derde lid.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in het vorige lid wordt de beslissing op bezwaar, waarbij de in het vorige lid bedoelde adviescommissie of de in dat lid bedoelde juridisch adviseur ambtelijk horen adviseert het bezwaar niet-ontvankelijk of ongegrond te verklaren en dat advies wordt overgenomen, gemandateerd aan de secretaris, de domeinregisseurs en de teamleiders, voor zover zij niet het primaire besluit hebben genomen.

Artikel 6. Intrekken oude regeling

Het Algemeen mandaatbesluit gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2017 en het mandaatbesluit gemeentesecretaris Bodegraven-Reeuwijk 2017 intrekken.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na publicatie maar niet eerder dan 1 januari 2026.

Artikel 8. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: tijdelijk algemeen mandaatbesluit gemeente Bodegraven-Reeuwijk 2026.

Ondertekening

Bodegraven, 16 december 2025

Burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk

de gemeentesecretaris

K.M cornelissen

de burgemeester,

drs. M.K.A. Grauss

Bijlage 1. Voorbehouden aan het college van B&W en aan de burgemeester

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 2 van het tijdelijk algemeen mandaatbesluit Bodegraven-Reeuwijk 2026 blijven voorbehouden aan het college respectievelijk de burgemeester voor de aan hen bij wet toebedeelde bevoegdheden.

  • A.

    Algemeen

Aan het college en de burgemeester blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen die zijn neergelegd in een document, gericht tot:

  • a.

    de gemeenteraad;

  • b.

    de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis;

  • c.

    de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen;

  • d.

    de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;

  • e.

    de vice-president van de Raad van State;

  • f.

    de president van de Algemene Rekenkamer;

  • g.

    de Nationale Ombudsman, voor zover het correspondentie betreft terzake van formele klachten;

  • h.

    enig bestuursorgaan van een provincie of een gemeente;

  • i.

    enig bestuursorgaan van een waterschap of een hoogheemraadschap;

voor zover geen sprake is van een aanvraag voor een subsidie, vergunning, ontheffing of vrijstelling ten behoeve van de gemeente.

B. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden

Publiekrecht

  • 1.

    Het doen van voorstellen aan de raad.

  • 2.

    Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels, voor zover deze niet door de raad worden vastgesteld.

  • 3.

    Het nemen van besluiten voor individuele gevallen, die niet onder een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel vallen, waaronder begrepen het toepassing geven aan hardheidsclausules in algemeen verbindende voorschriften die door de raad zijn vastgesteld.

  • 4.

    De bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen ten behoeve van de gemeente zelf.

  • 5.

    Het nemen van besluiten op verzoeken om informatie op grond van de Wet open overheid, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet veiligheidsregio's.

Privaatrecht

A) Algemeen

  • 1.

    Het besluit tot het aangaan van convenanten, intentieverklaringen en bestuursovereenkomsten.

  • 2.

    Het besluit tot het aangaan van overeenkomsten indien:

    • a.

      op grond van de Gemeentewet het college de raad vooraf over de overeenkomst moet informeren, omdat de raad daarom heeft verzocht;

    • b.

      op grond van de Gemeentewet de raad vooraf in de gelegenheid moet worden gesteld zijn wensen en bedenkingen ten aanzien van de overeenkomst ter kennis van het college te brengen omdat deze ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben;

    • c.

      de raad terzake om informatie heeft gevraagd.

  • 3.

    Het ondertekenen van documenten als vertegenwoordiger van de gemeente in en buiten rechte (overeenkomsten, convenanten, contracten en andere documenten), indien het officiële of ceremoniële aangelegenheden betreft of als het gaat om gevoelige kwesties die als zodanig door het college zijn benoemd.

B) Inkopen en aanbesteden

De mandaten voor inkoop en aanbesteding zijn uitputtend geregeld in het inkoop- en aanbestedingsbeleid en de budgethoudersregeling van de gemeente.

C) Civiele– en strafrechtelijke procedures

  • 1.

    Het besluit tot het aangaan van civiele procedures.

  • 2.

    Het besluit hoger beroep of cassatie aan te tekenen namens de gemeente of het gemeentebestuur in civiele procedures.

  • 3.

    Het nemen van besluiten t.a.v. alternatieve geschillenbeslechting, niet zijnde arbitrage of het voorleggen van geschillen aan scheidslieden voorzover afspraken daarover vooraf schriftelijk zijn vastgelegd.

  • 4.

    Het treffen van een schikking in een civiele of strafrechtelijke procedure.

D) Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen

  • 1.

    Het besluit tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen.

  • 2.

    Het kwijtschelden en buiten invordering stellen van vorderingen met een financieel belang hoger dan € 10.000,--, niet zijnde vorderingen in het kader van belastingheffing.

  • 3.

    Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen en legaten.

  • 4.

    Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van schenkingen.

  • 5.

    Het besluit tot het doen van een schenking.

  • 6.

    Het aanvragen van surseance van betaling en faillissement.

  • 7.

    Het afgeven van borgstellingen, met dien verstande dat de raad met betrekking tot borgstellingen voor meer dan € 500.000,-- vooraf in de gelegenheid wordt gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

  • 8.

    Het nemen van besluiten over het opnemen van geldleningen op de kapitaalmarkt met een looptijd van een jaar of langer.

  • 9.

    Het nemen van besluiten over het verstrekken van geldleningen via de kapitaalmarkt.

  • 10.

    Het nemen van besluiten over het doen van beleggingen op de kapitaalmarkt.

  • 11.

    Het ondertekenen van overeenkomsten met een ander bestuursorgaan, waarbij de wederpartij wordt vertegenwoordigd door een bestuurder, met dien verstande dat in dat geval de burgemeester een machtiging kan verlenen aan een wethouder.

  • 12.

    Het verwerven dan wel anderszins verkrijgen of in gebruik nemen van onroerende zaken, met uitzondering van de bevoegdheid om besluiten te nemen over de aankoop van grond, onderdeel uitmakend van de openbare weg of bestemd voor de aanleg dan wel uitbreiding van een openbare weg, met een koopprijs van maximaal € 1.000,--.

  • 13.

    Het vervreemden van onroerende zaken, daaronder mede te verstaan het in erfpacht uitgeven, verhuren, in gebruik geven, verpachten, in economisch eigendom overdragen en het vestigen van beperkte genotsrechten, dan wel het wijzigen, verlengen, opzeggen of anderszins beëindigen van de desbetreffende rechten, met uitzondering van de mandaten en volmachten die zijn neergelegd in de ten tijde van de besluitvorming geldende Nota uitgifte openbare ruimte.

  • 14.

    Het nemen van besluiten ten aanzien van het ontzeggen van de toegang tot gebouwen die in eigendom of gebruik zijn bij de gemeente voor zover de ontzegging geldt voor een langere periode dan 24 uur.

C. Personeelsaangelegenheden

  • 1.

    Het nemen van beslissingen over de formele arbeidsduur, de totale organisatie betreffende.

  • 2.

    Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens het vervallen van arbeidsplaatsen.

  • 3.

    Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding, waarbij al dan niet een vergoeding wordt toegekend, die meer bedraagt dan € 50.000,--.

  • 4.

    Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens een cumulatie van ontslaggronden waarbij een vergoeding wordt toegekend., die meer bedraagt dan € 50.000,--.

  • 5.

    Het onverwijld opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens dringende reden.

  • 6.

    Het inzetten van werknemers in geval van een staking bij eenparticulier bedrijf.

D. Overige aangelegenheden

  • 1.

    Het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk in bestuurs- en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen.

  • 2.

    Het benoemen van personen in adviesorganen van het college.

  • 3.

    Het benoemen van personen in bestuurscommissies als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet.

  • 4.

    Het benoemen van personen in commissies als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet.

  • 5.

    Het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet.

  • 6.

    Het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c van de Gemeentewet.

  • 7.

    Het aanwijzen van ambtenaren van de burgerlijke stand en buitengewoon ambtenaren van de burgerlijke stand als bedoeld in artikel 1:16 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 8.

    Het aanwijzen van toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht.

Bijlage 2. Voorbehouden aan de gemeentesecretaris

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 2 van het tijdelijk algemeen mandaatbesluit Bodegraven-Reeuwijk 2026 blijven voorbehouden aan de gemeentesecretaris (algemeen directeur)

Personeelsaangelegenheden

  • 1.

    Het vaststellen van regels omtrent de ambtelijke organisatie.

  • 2.

    Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens ziekte of gebreken (BW artikel 7: 669, derde lid, onder b).

  • 3.

    Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens het bij regelmaat niet kunnen verrichten van de bedongen arbeid (BW artikel 7: 669, derde lid, onder c).

  • 4.

    Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen of nalaten (BW artikel 7: 669, derde lid, onder e).

  • 5.

    Het weigeren van toestemming om nevenwerkzaamheden te verrichten.

  • 6.

    Het overeenkomen van een vaststellingsovereenkomst waarbij een ontslagvergoeding wordt toegekend, die gelijk aan of lager is dan € 50.000,--.

  • 7.

    Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding waarbij al dan niet een ontslagvergoeding wordt toegekend, die gelijk aan of lager is dan € 50.000,--.

  • 8.

    Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens een combinatie van ontslaggronden waarbij al dan niet een ontslagvergoeding wordt toegekend, die gelijk aan of hoger is dan € 50.000,--.

  • 9.

    Het opleggen van een verbod omde werkzaamheden te vervullen in verband met het in contact staan of kort geleden heeft gestaan met eenpersoon met een infectieziekte.

  • 10.

    Het opleggen van eensanctie met uitzondering van een laatste waarschuwing en ontslag op staande voet.

  • 11.

    Het nemen van een beslissing om over te gaan tot schorsing en ontzegging van de toegang als ordemaatregel.

  • 12.

    Het uitvoeren van de rechtspositieregeling bijzondere groepen ambtenaren.

  • 13.

    Het nemen van beslissingen omtrent het wel ofniet doorbetalen van de volledige bezoldiging in individuele gevallen van terminale ziekte.

  • 14.

    Het geven van eenperiodieke verhoging en het aanmerken van onbetaald verlof als diensttijd voor het gevenvan een (extra) periodieke verhoging.

  • 15.

    Het geven van flexibele beloning als genoemd in hoofdstuk 3 CAO Gemeenten.

  • 16.

    Het opzeggen van het dienstverband wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 2.10 CAO Gemeenten.

  • 17.

    Het nemen van een beslissing aangaande een organisatiewijziging in de zin van Artikel 25 van de WOR onder de voorwaarde dat het college van b&w is geïnformeerd en het binnen het budgettaire kader past van de personeelsbegroting.

  • 18.

    Het jaarlijks aanwijzen van verplichte brugdagen.

  • 19.

    De beslissing dat de gemeente zich voegt in een strafzaak.

Bijlage 3. Voorbehouden aan de domeinregisseurs

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 2 van het tijdelijk algemeen mandaatbesluit Bodegraven-Reeuwijk 2026 blijven voorbehouden aan de domeinregisseurs

A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden

Publiekrecht

  • 1.

    Het indienen van een verweerschrift of andere productie bij de gerechtelijke instantie die het administratiefrechtelijk (hoger) beroep behandelt.

  • 2.

    Het nemen van het besluit om bezwaar of (administratief) beroep aan te tekenen of een verzoek om (wijziging of opheffing van) een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen namens de gemeente of het gemeentebestuur in administratiefrechtelijke procedures.

Privaatrecht

Civiele procedures

  • 1.

    Het bij de rechtbank aanhangig maken van een vordering tot het betalen van een geldsom ≥ € 5.000,--.

  • 2.

    Het besluit tot het voeren van verweer in civiele- en strafrechtelijke procedures, met de instructie dat de betreffende portefeuillehouder hierover vooraf dient te worden geïnformeerd.

B. Personeelsaangelegenheden

  • 1.

    Het aanzeggen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst van zes maanden of langer (aangeven of de overeenkomst na afloop wel of niet wordt voortgezet).

  • 2.

    Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid anders dan ten gevolge van ziekte (BW artikel 7: 669, derde lid, onder d).

  • 3.

    Het opzeggen van de arbeidsovereenkomst wegens een andere grond waardoor het niet van de werkgever gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst in stand te laten (BW artikel 7: 669, derde lid, onder h).

  • 4.

    Het toepassen van hardheidsclausules van (uitvoerings)regelingen die zijn opgenomen in het Personeelshandboek, inclusief de CAO Gemeenten.

  • 5.

    Het toekennen van overwerkvergoeding in bijzondere situaties.

  • 6.

    Het verlenen van toestemming tot het dragen van een uniform of dienstkleding bij het deelnemen aan betogingen ofoptochten.

  • 7.

    Het bepalen van functies waarvoor uniformkleding is verplicht.

  • 8.

    Het nemen van beslissingen ten aanzien van jubileumvergoedingen.

  • 9.

    Het verlenen van onbetaald verlof als bedoeld in artikel 6.13 CAO Gemeenten.

  • 10.

    Het geven van extra salarisverhoging en het wijzigen van de periodiekdatum.

  • 11.

    Het niet geven van een periodieke verhoging en het alsnog, met terugwerkende kracht, geven van eenperiodieke verhoging.

  • 12.

    Het inpassen van een werknemer in een andere schaal bij promotie, rekeninghoudend met de managementlagen.

  • 13.

    Het toekennen van eentoelage onregelmatige dienst.

  • 14.

    Het vaststellen van een individuele afloopregeling van vaste toelagen.

  • 15.

    Het toekennen van eenwaarnemingstoelage rekeninghoudend met de managementlagen.

Bijlage 4. Voorbehouden aan de teamleiders

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 2 van het tijdelijk algemeen mandaatbesluit Bodegraven-Reeuwijk 2026 blijven voorbehouden aan de teamleiders

Personeelsaangelegenheden

  • 1.

    Het aangaan van arbeidsovereenkomsten binnen formatie.

  • 2.

    Het inlenen van extern personeel binnen formatie.

  • 3.

    Het verminderen en uitbreiden van de formele arbeidsduur.

  • 4.

    De inschaling van de werknemer, binnen beleid.

  • 5.

    Het geven van salaris bij een arbeidsovereenkomst, binnen beleid, mits relevant.

  • 6.

    Het toepassen van de voorschriften met betrekking tot arbeidsongeschiktheid, rekening houdend met de managementlagen.

  • 7.

    Het toekennen vaneen BHV-toelage.

  • 8.

    Het nemen van beslissingen over de uitvoering van het reglement reis- en verblijfkosten.

  • 9.

    Het toekennen van eenoverwerkvergoeding.

  • 10.

    Het vaststellen van de feitelijke arbeidsduur per week.

  • 11.

    Het verlenen van vakbondsverlof.

  • 12.

    Het verlenen van langdurig zorgverlof op grond van artikel 6.8 CAO Gemeenten.

  • 13.

    Het verlenen van betaald ouderschapsverlof.

  • 14.

    Het verlenen van zwangerschaps- en bevallingsverlof.

  • 15.

    Het verlenen van adoptie- en pleegzorgverlof.

  • 16.

    Het gevenvan een vergoeding voor scholingskosten en/of tijd.