Verordening van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk houdende regels voor de heffing en de invordering van leges (Legesverordening Bodegraven-Reeuwijk 2026)

Geldend van 30-12-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk houdende regels voor de heffing en de invordering van leges (Legesverordening Bodegraven-Reeuwijk 2026)

De raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;

gelezen het voorstel van de burgemeester en wethouders van 18 november 2025

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet;

besluit

vast te stellen de:

Verordening op de heffing en de invordering van leges Bodegraven-Reeuwijk 2026

Artikel 1. Definities

Deze verordening verstaat onder:

  • -

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • -

    jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • -

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;

  • -

    maand: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • -

    vakdisciplines: stedenbouw, volkshuisvesting, sociaal domein, milieu, economie, projecten, verkeer en parkeren, groen en openbare ruimte, klimaatadaptatie en duurzaamheid, civiele techniek (bijvoorbeeld riolering, kabels en leidingen, inrichting terreinen), grondzaken;

  • -

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen.

Artikel 2. Belastbaar feit

Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

  • 1.

    het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit;

  • 2.

    het verlenen van een dienst op aanvraag; of

  • 3.

    het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document;

een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3. Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.

Artikel 4. Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen;

  • b.

    het in behandeling nemen van aanvragen voor reclame-uitingen van instellingen en verenigingen met een ideële doelstelling die bij het Centraal Bureau Fondsenwerving geregistreerd staan;

  • c.

    verenigingen, instellingen en burgers die met het organiseren van een gezamenlijke activiteit de burgerzin bevorderen (niet zijnde evenementen);

  • d.

    het raadplegen van de bij de gemeente behorende registers, leggers en plankaarten van de Dienst van het Kadaster en de Openbare Registers door ambtenaren in de uitoefening van hun functie;

  • e.

    alle ter plaatse op grond van artikel G3 van de Kieswet geregistreerde politieke partijen, voor zover het betreft drie abonnementen op de verstrekking van de in de bij deze verordening behorende tarieventabel (raads- en commissiestukken/ begrotingen en rekeningen);

  • f.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald;

  • g.

    diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;

  • h.

    het in behandeling nemen van een aanvraag voor een ontheffing voor het plaatsen van een laadpaal door een aanbieder van openbare oplaadobjecten;

  • i.

    het verstrekken van kopieën van documenten op grond van de Wet open overheid, mits het aantal kopieën niet meer bedraagt dan 40;

  • j.

    het in behandeling nemen van een aanvraag om indeling in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014, voor een aanvrager die een inkomen en vermogen heeft binnen de gemeentelijke minimanorm (maximaal 120% van de toepasselijke bijstandsnorm, conform het Minimabeleid Bodegraven-Reeuwijk).

Artikel 5. Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

  • 3.

    Indien verzocht wordt om verstrekking van informatie in digitale vorm wordt bij digitale verstrekking het equivalent van de papieren verstrekking in rekening gebracht.

Artikel 6. Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen dertig dagen na dagtekening van de kennisgeving.

    • c.

      langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen dertig dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;

    • d.

      langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen dertig dagen na dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

  • 3.

    In afwijking van artikel 4:90, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt in geval van contante betaling geen kwitantie afgegeven.

Artikel 8. Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9. Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10. Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft:

    • 1.

      paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart);

    • 2.

      paragraaf 1.3 (rijbewijzen);

    • 3.

      artikel 1.13 (digitale verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen);

    • 4.

      artikel 1.17, onder a (verklaring omtrent het gedrag);

    • 5.

      artikel 1.21 (Wet op de kansspelen);

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11. Overgangsrecht

De "Legesverordening 2025” van 18 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dag van de bekendmaking.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het in artikel 11 en het voorgaande lid bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 13. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Legesverordening Bodegraven-Reeuwijk 2026.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk, gehouden op 17 december 2025,

De griffier,

drs. J.H. Rijs

De voorzitter,

drs. M.K.A. Grauss

Bijlage 1 Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening Bodegraven-Reeuwijk 2026

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE DIENSTVERLENING

Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand

Artikel 1.1: Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap

  • 1.

    Het tarief voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op het gemeentehuis bedraagt:

    • a.

      op maandag van 10.00-16.00 uur: € 341,00

    • b.

      op dinsdag t/m vrijdag van 9.00-16.00 uur: € 341,00

  • 2.

    De uren voor kosteloze huwelijksvoltrekking of partnerschapregistratie op het gemeentehuis zijn bepaald op: maandag 9.00 uur en 9.30 uur

  • 3.

    Het tarief voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op andere locaties dan het gemeentehuis bedraagt:

    • a.

      op maandag van 10.00-16.00 uur: € 450,00

    • b.

      op dinsdag t/m vrijdag van 9.00-16.00 uur: € 450,00

    • c.

      op een tijdstip, niet vallende onder bovengenoemde uren: € 800,00

    • d.

      vooronderzoek van een gewenste (nieuwe) locatie: € 136,30

Artikel 1.2: Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand (babs) aan te wijzen voor één dag, bedraagt:

  • a.

    als beëdiging bij de rechtbank al heeft plaatsgevonden: € 240,00

  • b.

    als beëdiging bij de rechtbank nog niet heeft plaatsgevonden: € 350,00

Artikel 1.3: Beschikbaar stellen getuige door gemeente

Het tarief bedraagt voor het door de gemeente beschikbaar stellen van een getuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige: € 61,55

Artikel 1.4: Annulering of wijzigingen

  • 1.

    Als de huwelijksvoltrekking, de registratie van een partnerschap, dan wel de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, ongeacht de oorzaak wordt geannuleerd, dan bedraagt het tarief voor de reeds verrichte werkzaamheden: € 90,00

  • 2.

    Als ten behoeve van de huwelijksvoltrekking, de registratie van een partnerschap, dan wel de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk een verzoek wordt ingediend tot wijziging van de datum, de locatie, het tijdstip, de getuigen of de trouwambtenaar, dan bedraagt het tarief per wijziging: € 90,00

Artikel 1.5: Trouwboekje of partnerschapsboekje

Het tarief bedraagt voor van het verstrekken van een trouwboekje of partnerschap boekje: € 50,20

Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

Artikel 1.6: Paspoorten of andere reisdocumenten

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van:

  • a.

    een nationaal paspoort:

    • 1.

      voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: € 88,65

    • 2.

      voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 67,05

  • b.

    een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort):

    • 1.

      voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: € 88,65

    • 2.

      voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 67,05

  • c.

    een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

    • 1.

      voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: € 88,65

    • 2.

      voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 67,05

  • d.

    een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen: € 67,05

Artikel 1.7: Nederlandse identiteitskaart

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van:

  • a.

    een Nederlandse identiteitskaart:

    • 1.

      voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: € 80,10

    • 2.

      voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: € 43,20

  • b.

    een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon: € 39,05

Artikel 1.8: Modaliteiten

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

  • a.

    voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.6 en 1.7 genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen: € 60,30

  • b.

    voor het bezorgen van een in de artikelen 1.6 en 1.7 genoemd document, zijnde een toeslag op de in de artikelen 1.6 en 1.7 en onder a genoemde bedragen: € 19,00

Paragraaf 1.3: Rijbewijzen

Artikel 1.9: Rijbewijzen

Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs en de omzetting van een bromfietscertificaat in een rijbewijs: € 53,65

Artikel 1.10: Modaliteiten

Het tarief genoemd in artikel 1.9 wordt:

  • a.

    bij een spoedlevering vermeerderd met: € 39,65

  • b.

    bij een aanvraag in verband met vermissing van een eerder afgegeven rijbewijs vermeerderd met: € 28,40

Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens

Artikel 1.11: Definities

  • 1.

    Voor de toepassing van artikel 1.12 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

  • 2.

    Voor de toepassing van artikel 1.14 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen.

Artikel 1.12: Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen

Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens aan de balie of per post (exclusief portokosten), per verstrekking: € 19,50

Artikel 1.13: Digitale verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen

In afwijking van de artikelen 1.12, 1.14 en 1.15 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het digitaal verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen: € 19,50

Artikel 1.14: Verstrekking van aangehaakte gegevens

Het tarief (exclusief portokosten) bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking: € 42,15

Artikel 1.15: Verstrekking via alternatieve media

In afwijking van de artikelen 1.12 en 1.14 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens met behulp van alternatieve media bedoeld in artikel 16, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen: € 31,60

Artikel 1.16: Op aanvraag doornemen basisregistratie personen

Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier: € 42,15

Paragraaf 1.5 Overige publiekszaken

Artikel 1.17: Overige publiekszaken

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

  • a.

    tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag: € 41,35

  • b.

    tot het legaliseren van een handtekening: € 19,50

Paragraaf 1.6 Gemeentearchief

Artikel 1.18: Gemeentearchief

Voor het doen van onderzoek, het verstrekken van afschriften, uittreksels en/of reproducties en het uitlenen van archiefbescheiden door of vanwege de (streek)archivaris ten behoeve van derden, gelden de volgende tarieven:

  • a.

    voor een fotokopie van het originele archiefstuk:

    • 1.

      op A4-formaat, per kopie: € 0,50

    • 2.

      op A3-formaat, per kopie: € 1,10

    • 3.

      op A2-formaat, per kopie: € 7,50

  • b.

    voor het intern vervaardigen van foto’s:

    • 1.

      groot formaat, per stuk: € 7,25

    • 2.

      klein formaat, per stuk: € 5,45

  • c.

    voor het gebruiksrecht van foto’s en archiefstukken voor commerciële activiteiten per eenheid: € 35,95

  • d.

    voor het verrichten van onderzoek, per kwartier of gedeelte daarvan: € 32,30

  • e.

    voor onderzoek en leveren van gegevens ten behoeve van makelaars i.v.m. taxatie van woningen: € 259,95

  • f.

    voor het extern vervaardigen van foto’s worden de externe kosten in rekening gebracht vermeerderd met het onderzoek tarief als bedoeld in lid d.

Paragraaf 1.7 Bijzondere wetten

Artikel 1.19: Huisvestingswet 2014

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

  • 1.

    een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014: € 80,20

  • 2.

    indeling in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014: € 80,20

Artikel 1.20: Leegstandwet

Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag:

  • 1.

    voor het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur ex artikel 15 Leegstandwet: € 80,20

  • 2.

    voor het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur ex artikel 15 Leegstandswet aan de eigenaar van een (appartementen)complex voor de afzonderlijke woonruimten, voor elke tweede en volgende woonruimte: € 40,10

  • 3.

    voor het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur ex artikel 15 Leegstandswet voor de afzonderlijke woonruimten binnen één en hetzelfde sloop- of (ver)nieuwbouwproject, voor elke tweede en volgende woonruimte: € 40,10

Artikel 1.21: Wet op de kansspelen

  • 1.

    Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

    • a.

      een vergunning voor het aanwezig hebben van één kansspelautomaat als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de Kansspelen: € 132,60

    • b.

      een vergunning voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de Kansspelen: € 265,40

  • 2.

    Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): € 32,30

Artikel 1.22: Kabels en leidingen

  • 1.

    Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in de Legesverordening en de Telecomverordening omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden voor tracés tot 10 m1: € 0,00

  • 2.

    Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot instemmingsbesluit/vergunning als bedoeld in de Legesverordening en de Telecomwet omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden:

    • a.

      indien het betreft tracés tot 10 m1 (kleine vergunning): € 105,85

    • b.

      indien het betreft tracés vanaf 10 m1 tot 250 m1: € 320,95

    • c.

      indien het betreft tracés vanaf 250 m1 tot 1500 m1: € 431,80

    • d.

      indien het betreft tracés vanaf 1500 m1 tot 5000 m1: € 558,45

    • e.

      indien het betreft tracés vanaf 5000 m1 en meer, per m1: € 0,13

  • 3.

    Indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de netbeheerder van het netwerk en/of andere netbeheerders of belanghebbende, wordt het in artikel 1.22 lid 2 genoemde bedrag per overleg verhoogd met: € 380,00

  • 4.

    Indien de netbeheerder of uitvoerende partij niet voldoet aan de door de gemeente gestelde eisen rondom de uitvoering van werkzaamheden en/of administratieve afhandeling daarvan kan door de gemeente een toeslag worden opgelegd:

    • a.

      Het niet tijdig afhandelen van het straatwerk. Het onder artikel 1.22 lid 1 gemelde bedrag wordt per constatering verhoogd met: € 250,00

    • b.

      Het tijdens de uitvoering niet voldoen aan de door de gemeente gestelde eisen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden. Het onder artikel 1.22 lid 1 gemelde bedrag wordt per constatering verhoogd met: € 500,00

    • c.

      Het uitvoeren van werkzaamheden zonder graafmelding en/of vergunning/instemming. Het onder artikel 1.22 lid 1 gemelde bedrag wordt per constatering verhoogd met: € 1.000,00

Artikel 1.23: Wegenverkeerswetgeving

  • 1.

    Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het "Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer": € 46,75

  • 2.

    Het tarief bedoeld in lid 1 wordt bij een aanvraag voor een eerste kaart (dus niet bij verlengingen) vermeerderd met de kosten voor de vereiste medische keuring, zijnde: € 118,20

  • 3.

    Indien de aanvrager zonder voorafgaand bericht van verhindering niet verschijnt voor de medische keuring als bedoeld in lid 2 worden administratiekosten in rekening gebracht van: € 59,05

  • 4.

    Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken: € 156,70

  • 5.

    Het tarief bedraagt voor het realiseren van een gehandicaptenparkeerplaats:

    • a.

      voor het alleen plaatsen van een verkeersbord: € 242,95

    • b.

      voor het plaatsen van een verkeersbord inclusief het verbreden van het parkeervak en het straatwerk: € 492,90

  • 6.

    Het tarief bedraagt voor het verhuizen binnen de gemeente van een gehandicaptenparkeerplaats:

    • a.

      voor het alleen plaatsen van een verkeersbord: € 118,00

    • b.

      voor het plaatsen van een verkeersbord inclusief het verbreden van het parkeervak en het straatwerk: € 239,50

  • 7.

    Het tarief bedraagt voor het vervangen van een kenteken bij een bestaande gehandicaptenparkeerplaats: € 43,95

  • 8.

    Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag:

    • a.

      voor het verlenen van een standaard ontheffing als bedoeld in artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994 tot maximaal 3 jaar: € 52,15

    • b.

      voor het wijzigen van het kenteken op een (gewaarmerkte) ontheffingskaart op kenteken, behorende bij een ontheffing als bedoeld in artikel 149 van de Wegenverkeerswet 1994: € 26,05

  • 9.

    Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag:

    • a.

      voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 tot maximaal 3 jaar: € 52,15

    • b.

      voor het wijzigen van het kenteken op een (gewaarmerkte) ontheffingskaart op kenteken, behorende bij een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990: € 26,05

    • c.

      voor een bewonersontheffing van het inrijverbod (niet zijnde zwaar/breed verkeer) in het weekend in het plassengebied van Reeuwijk: € 0,00

  • 10.

    Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag:

    • a.

      voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor geslotenverklaringen zwaar/breed verkeer (C7,C8,C18,C21) voor de periode van één week of minder: € 52,15

    • b.

      voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor geslotenverklaringen zwaar/breed verkeer (C7,C8,C18,C21) voor de periode van drie maanden: € 104,50

    • c.

      voor het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor geslotenverklaringen zwaar/breed verkeer (C7,C8,C18,C21) voor de periode van één jaar of langer: € 174,85

    • d.

      voor het verlenen van een ontheffing/vrijstelling als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor geslotenverklaringen zwaar/breed verkeer (C7,C8,C18,C21), afwijkend van een door de gemeente vastgestelde ontheffingen/vrijstellingenverordening: € 699,60

    • e.

      voor het wijzigen van het kenteken op een (gewaarmerkte) ontheffings- of vrijstellingskaart op kenteken, behorende bij een ontheffing of vrijstelling als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor geslotenverklaringen zwaar/breed verkeer (C7,C8,C18,C21): € 26,05

  • 11.

    In afwijking van het bepaalde in het negende lid bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor vrachtverkeer, landbouwverkeer en voertuigen breder dan 2,2 meter binnen het plassengebied te Reeuwijk/Sluipwijk op grond van het “Ontheffingenbeleid berijden wegen plassengebied met vrachtverkeer, landbouwverkeer en overig breed verkeer”:

    • a.

      voor het verlenen van een ontheffing voor de periode van één dag: € 25,00

    • b.

      voor het verlenen van een ontheffing voor de periode van één week: € 75,00

    • c.

      voor het verlenen van een ontheffing voor de periode van drie maanden: € 200,00

    • d.

      voor het verlenen van een ontheffing voor de periode van één jaar: € 500,00

    • e.

      voor het verlenen van een ontheffing voor de periode van drie jaar: € 1.000,00

    • f.

      voor het verlenen van een vlootontheffing voor de periode van één jaar: € 750,00

    • g.

      voor het verlenen van een vlootontheffing voor de periode van drie jaar: € 1.500,00

    • h.

      voor het verlenen van een ontheffing/vrijstelling, afwijkend van een door de gemeente vastgestelde ontheffingen-/vrijstellingenverordening voor maximaal één dag: € 662,70

    • i.

      voor het wijzigen van het kenteken op een (gewaarmerkte) ontheffings- of vrijstellingskaart op kenteken, behorende bij een ontheffing of vrijstelling: € 24,70

  • 12.

    Het tarief bedraagt voor toegang van slagbomen en andere digitaal beweegbare fysieke beperkingen: € 75,00

Artikel 1.24: Visserijwet

Vervallen.

Paragraaf 1.8 Diversen

Artikel 1.25: Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels

Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

  • 1.

    gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: € 6,70

  • b.

    afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

    • 1.

      per pagina op A4 formaat: € 0,25

    • 2.

      per pagina op A3 formaat: € 0,50

  • c.

    afschriften, doorslagen en op andere wijze, niet door middel van fotokopiëring gereproduceerde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: € 0,25

  • d.

    kopieën van kaarten en tekeningen, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per stuk: € 13,50

Artikel 1.26: Vergunningen, ontheffingen en beschikkingen algemeen

  • 1.

    Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een beschikking, een vergunning of een ontheffing, dan wel elk ander stuk in het persoonlijk belang van de aanvrager opgemaakt, voor zover deze stukken niet afzonderlijk en met name in andere artikelen van deze verordening of in een andere belastingverordening, dan wel in andere rechtsregels zijn vermeld, per beschikking, vergunning of ontheffing geldig voor:

    • a.

      de periode van 1 dag: € 33,05

    • b.

      de periode van meer dan 24 uur tot en met 1 week: € 66,25

    • c.

      de periode van 8 dagen tot en met 1 maand: € 132,60

    • d.

      een periode van 32 dagen en langer: € 530,90

  • 2.

    Voor een omschrijving van de hierboven genoemde begrippen ‘dag’, ‘week’, ‘maand’ en ‘jaar’ wordt verwezen naar artikel 1 van de Legesverordening.

  • 3.

    De in lid 1 genoemde tarieven worden bij een spoedbehandeling verhoogd met: € 33,05

  • 4.

    Indien een in lid 1 bedoelde beschikking, vergunning of ontheffing wordt geweigerd, bedraagt het tarief: € 33,05

Artikel 1.27: Afmeervergunning

Vervallen (opgenomen in Verordening liggeld en leges afmeervergunningen)

Artikel 1.28: Vaarontheffingen

Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

  • a.

    een ontheffing voor een jaar:

    • 1.

      voor een vaartuig met verbrandingsmotor of hybridemotor, met uitzondering van zeilboten met hulpmotor: € 51,70

    • 2.

      voor alle overige vaartuigen (w.o. met elektromotor): € 20,05

  • b.

    een ontheffing voor een week of korter:

    • 1.

      voor een vaartuig met verbrandingsmotor of hybridemotor, met uitzondering van zeilboten met hulpmotor: € 14,75

    • 2.

      voor alle overige vaartuigen (w.o. met elektromotor): € 8,40

  • c.

    een collectieve ontheffing voor een jaar voor georganiseerde evenementen op de wedstrijdkalender: € 645,00

  • d.

    een ontheffing voor een jaar voor commerciële doeleinden:

    • 1.

      voor vaartuigen met verbrandingsmotor of hybridemotor geschikt voor het vervoer van 12 personen of meer, per te verhuren vaartuig: € 203,55

    • 2.

      voor vaartuigen met een elektromotor, per te verhuren vaartuig: € 104,15

    • 3.

      voor vaartuigen zonder motor, per te verhuren vaartuig: € 39,05

    • 4.

      voor werkboten met maximaal 2 opvarenden met verbrandingsmotor of hybridemotor, per te verhuren vaartuig: € 52,05

    • 5.

      voor werkboten met maximaal 2 opvarenden met een elektromotor, per te verhuren vaartuig: € 19,50

  • e.

    een ontheffing voor een week of korter voor commerciële doeleinden:

    • 1.

      voor vaartuigen met verbrandingsmotor of hybridemotor geschikt voor het vervoer van 12 personen of meer, per te verhuren vaartuig: € 52,05

    • 2.

      voor vaartuigen met een elektromotor, per te verhuren vaartuig: € 14,20

    • 3.

      voor vaartuigen zonder motor, per te verhuren vaartuig: € 14,20

    • 4.

      voor werkboten met maximaal 2 opvarenden met verbrandingsmotor of hybridemotor, per te verhuren vaartuig: € 26,00

    • 5.

      voor werkboten met maximaal 2 opvarenden met een elektromotor, per te verhuren vaartuig: € 10,05

  • f.

    een nieuwe sticker i.v.m. verlies, mits de aanvraag daartoe per mail wordt gedaan: € 12,60

1.29: Collectevergunning

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag ter verkrijging van een collectevergunning: € 32,30

HOOFDSTUK 2: DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET

Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen

Artikel 2.1: Definities

  • 1.

    Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

  • 2.

    In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.

  • 3.

    In dit hoofdstuk wordt verstaand onder:

    • a.

      binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan;

    • b.

      binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet.

  • 4.

    In afwijking van de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ geldt het volgende:

    • -

      onder bouwkosten wordt verstaan: het product van de normkosten in m3 of m2 voor het uit te voeren werk en de bruto inhoud respectievelijk bruto oppervlakte van het bouwwerk. De normkosten volgen uit Casadata Basisbedragen Bouwkosten voor Leges Zuid-Holland (tarief 4e kwartaal 2025, zie bijlage).

    • -

      voor bouwwerken die niet passen binnen het regime van vaststelling van normatieve bouwkosten worden de opgegeven bouwkosten gehanteerd, exclusief omzetbelasting. Als de opgegeven bouwkosten overduidelijk onjuist zijn wordt een raming gedaan.

    • -

      als het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in dit hoofdstuk onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft.

    • -

      om de hoogte van de bouwleges te bepalen, moeten de bouwkosten per bouwwerk berekend worden. Als het bouwen geheel of gedeeltelijk met hergebruik van materialen plaatsvindt, wordt bij het bepalen van de bouwkosten uitgegaan van de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou moeten worden betaald voor nieuwe materialen.

    • -

      voor het bepalen van de bouwkosten is de datum van indiening van de aanvraag leidend.

Artikel 2.2: Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven

Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:

  • a.

    omgevingsoverleg;

  • b.

    een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit;

  • c.

    een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet;

  • d.

    toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;

  • e.

    een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;

  • f.

    intrekking van een omgevingsvergunning;

  • g.

    wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d

  • h.

    een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.

Artikel 2.3: Bepalen tarief

  • 1.

    De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.

  • 2.

    Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten

  • 3.

    Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.

  • 4.

    Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13.

  • 5.

    Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.

  • 6.

    In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

Paragraaf 2.2 Voorfase

Artikel 2.4: Omgevingsoverleg

  • 1.

    Als een aanvraag betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over één of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief:

    • a.

      voor een plan met beperkte gevolgen voor de fysieke leefomgeving en niet meer dan 2 in te schakelen adviseurs: € 524,65

    • b.

      voor een plan met gemiddelde gevolgen voor de fysieke leefomgeving en niet meer dan 4 in te schakelen adviseurs, per behandeling op de omgevingstafel: € 1.399,25

    • c.

      voor een plan met gemiddelde/grote gevolgen voor de fysieke leefomgeving en meer dan 4 in te schakelen adviseurs voor de eerste behandeling op de omgevingstafel: € 4.081,30

    • d.

      voor een plan met gemiddelde/grote gevolgen voor de fysieke leefomgeving en meer dan 4 in te schakelen adviseurs voor het tweede en elk volgende overleg, per overleg: € 2.662,45

    • e.

      voor een plan passend binnen het omgevingsplan waarbij geen advies van de gemeente noodzakelijk is: € 300,00

  • 2.

    Indien voor het omgevingsoverleg zoals omschreven in het voorgaande lid een quikscan van de Omgevingsdienst Midden Holland benodigd is, wordt het op grond van lid 1 in rekening te brengen bedrag verhoogd met: € 1.499,40

  • 3.

    Indien een uitspraak van het college van burgemeester en wethouders noodzakelijk is, wordt het op grond van lid 1 in rekening te brengen bedrag verhoogd met: € 307,80

  • 4.

    indien bepaald is dat er sprake is van adviesrecht van de raad en gekozen wordt om het initiatief gedurende het omgevingsoverleg voor te leggen aan de raad geldt een toeslag van: € 1.026,00

  • 5.

    De genoemde kosten onder artikel 2.4 lid 4 worden in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning zoals bedoeld in de artikelen 2.7, 2.8, 2.25 en 2.29 waarbij adviesrecht van de raad noodzakelijk is.

Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

Artikel 2.5: Bouwactiviteit (bouwtechnisch deel)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 0,63% van de bouwkosten met een minimum van: € 300,00

Artikel 2.6: Aanlegactiviteiten

  • 1.

    Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief bij aanlegkosten:

    • a.

      lager dan of gelijk aan € 10.000: € 433,45

    • b.

      van € 10.001 tot en met € 30.000: € 867,05

    • c.

      van € 30.001 tot en met € 50.000: € 1.300,65

    • d.

      vanaf € 50.001 en hoger: € 2.695,35

  • 2.

    Indien voor de omgevingsplanactiviteit advies wordt ingewonnen van een externe landschapsdeskundige wordt het op grond van lid 1 in rekening te brengen bedrag verhoogd met: € 550,00

Artikel 2.7: Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  • 1.

    als de bouwkosten:

    • a.

      lager zijn dan of gelijk zijn aan € 5.000: € 255,15

    • b.

      hoger zijn dan € 5.000 en lager zijn dan of gelijk zijn aan € 10.000: € 510,40

    • c.

      hoger zijn dan € 10.000 en lager zijn dan of gelijk zijn aan € 50.000: € 510,40 plus 4,05% van de bouwkosten

    • d.

      hoger zijn dan € 50.000 en lager zijn dan of gelijk zijn aan € 100.000: € 1.021,00 plus 3,7% van de bouwkosten

    • e.

      hoger zijn dan € 100.000 en lager zijn dan of gelijk zijn aan € 250.000: € 2.042,15 plus 3,45% van de bouwkosten

    • f.

      hoger zijn dan € 250.000 en lager zijn dan of gelijk zijn aan € 500.000: € 4.084,40 plus 3,2% van de bouwkosten

    • g.

      hoger zijn dan € 500.000 en lager zijn dan of gelijk zijn aan € 1.000.000: € 8.168,95 plus 2,95% van de bouwkosten

    • h.

      hoger zijn dan € 1.000.000 en lager zijn dan of gelijk zijn aan € 10.000.000: € 16.338,10 plus 2,75% van de bouwkosten

    • i.

      hoger zijn dan € 10.000.000: € 32.676,30 plus 2,45% van de bouwkosten

  • 2.

    als er sprake is van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid, uitwerkingsplicht of binnenplanse afwijking, onverminderd het bepaalde in de aanhef en de overige leden van dit artikel:

    • a.

      voor een wijzigingsbevoegheid: € 275,00

    • b.

      voor een uitwerkingsplicht: € 550,00

    • c.

      voor een binnenplanse afwijking: € 318,95

  • 3.

    als er sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, onverminderd het bepaalde in de aanhef en de overige leden van dit artikel

    • a.

      voor een bouwactiviteit, waarvoor geen vergunning voor een bouwtechnische activiteit nodig is (klein): € 470,35

    • b.

      voor een bouwactiviteit waarvoor een bouwmelding moet worden gedaan (middel): € 827,85

    • c.

      voor een bouwactiviteit waarvoor een vergunning voor de bouwtechnische activiteit benodigd is (groot): € 1.212,90

    • d.

      voor overige activiteiten waarbij geen adviesrecht van de raad noodzakelijk is: € 470,35

    • e.

      voor alle activiteiten waarbij adviesrecht van de raad noodzakelijk is: € 1026,00

  • 4.

    als uit de aanvraag om een omgevingsvergunning blijkt dat behandeling op de omgevingstafel noodzakelijk is, is het bepaalde in artikel 2.4 lid 1 en 2 (omgevingsoverleg) van toepassing. Deze kosten worden in rekening gebracht bij de aanvrager.

Artikel 2.8: Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  • a.

    voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 1.068,70

  • b.

    voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: € 1.068,70

  • c.

    voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 1.181,55

Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

Artikel 2.9: Omgevingsplanactiviteit: monumenten

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  • 1.

    indien de bouwkosten lager zijn dan € 20.000,-: € 51,30

  • 2.

    indien de bouwkosten € 20.000,- of meer bedragen: € 1.208,10

Artikel 2.10: Rijksmonumentenactiviteit

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  • a.

    voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 54,95

  • b.

    voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 54,95

Artikel 2.11: Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.9 en 2.10 en cultureel erfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 54,95

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten

Artikel 2.12: Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  • a.

    voor de activiteit verwerken polyesterhars: € 3.460,20

  • b.

    voor de activiteit installeren gesloten bodemenergiesysteem: € 3.460,20

  • c.

    voor de activiteit kweken maden van vliegende insecten: € 3.460,20

  • d.

    voor de activiteit opslaan propaan of propeen: € 3.460,20

  • e.

    voor de activiteit tanken met LPG: € 3.460,20

  • f.

    voor de activiteit antihagelkanonnen: € 3.460,20

  • g.

    voor de activiteit biologische agens: € 3.460,20

  • h.

    voor de activiteit genetisch gemodificeerde organismen: € 3.460,20

  • i.

    voor de activiteit opslaan dierlijke meststoffen: € 3.460,20

  • j.

    voor de activiteit lozen in de bodem (vangnetvergunning): € 3.460,20

  • k.

    voor de activiteit lozen in schoonwaterriool (vangnetvergunning): € 3.460,20

  • l.

    voor de activiteit lozingsvoorschriften bij het bereiden van gietwater, behorende bij afdeling 3.6 van het besluit Activiteiten Leefomgeving: € 1.730,10

  • m.

    voor een andere activiteit dan genoemd in de onderdelen a tot en met l: € 3.460,20

Artikel 2.13: Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  • a.

    voor één milieubelastende activiteit: € 3.460,20

  • b.

    voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.422,10

  • c.

    voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.076,10

Artikel 2.14: Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  • a.

    voor één milieubelastende activiteit: € 3.460,20

  • b.

    voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.422,10

  • c.

    voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.076,10

Artikel 2.15: Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  • a.

    voor één milieubelastende activiteit: € 3.460,20

  • b.

    voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.422,10

  • c.

    voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.076,10

Artikel 2.16: Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  • a.

    voor één milieubelastende activiteit: € 3.460,20

  • b.

    voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.422,10

  • c.

    voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.076,10

Artikel 2.17: Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 3.460,20

Artikel 2.18: Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  • a.

    voor één milieubelastende activiteit: € 3.460,20

  • b.

    voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.422,10

  • c.

    voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, per milieubelastende activiteit: € 2.076,10

Artikel 2.19: Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving)

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 3.460,20

Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten

  • 1.

    Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast.

  • 2.

    Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.

Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten

Artikel 2.21: Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit

Gereserveerd

Artikel 2.22: Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit

Gereserveerd

Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten

Artikel 2.23: Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 265,40

Artikel 2.24: Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 265,40

Artikel 2.25: Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  • a.

    voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: 1,06% van de aanlegkosten met een minimum van € 100,00 en een maximum van € 10.000,00 en als moet worden beoordeeld of de in het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan, verhoogd met: € 164,95

  • b.

    voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: € 825,05

  • c.

    voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 1.020,40

Paragraaf 2.8 Overige activiteiten

Artikel 2.26: Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in artikel 4:11 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 66,25

Artikel 2.27: Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

  • a.

    als de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken: € 265,40

  • b.

    als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen: € 265,40

Artikel 2.28: Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 64,85

Artikel 2.29: Andere activiteiten

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit:

  • a.

    betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 137,45

  • b.

    betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:

    • 1.

      voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 137,45

    • 2.

      voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 607,85

    • 3.

      voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit: € 137,45

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften

Artikel 2.30: Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief:

  • a.

    voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:

    • 1.

      het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

    • 2.

      bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

    • 3.

      het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of

    • 4.

      het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

    • 5.

  • per maatwerkvoorschrift: € 2.306,80

  • b.

    in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: € 576,70

Artikel 2.31: Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten

  • 1.

    Als de aanvraag om één of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op:

    • a.

      één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: € 2.306,80

    • b.

      twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, per milieubelastende activiteit: € 1.614,75

    • c.

      vijf of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, per milieubelastende activiteit: € 1.384,05

  • 2.

    Als de aanvraag om één of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit: € 2.306,80

Artikel 2.32: Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.30 en 2.31, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € 2.306,80

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardige maatregelen

Artikel 2.33: Gelijkwaardige maatregel

  • 1.

    Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op:

    • a.

      een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur: € 115,30

    • b.

      een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur: € 115,30

    • c.

      een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief: € 2.306,80

    • d.

      een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur: € 115,30

  • 2.

    Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.11 Overige tarieven

Artikel 2.34: Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: € 275,00

Artikel 2.35: Wijzigen omgevingsvergunning

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft.

Artikel 2.36: Revisie omgevingsvergunning

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning of een verzoek tot revisie van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project: € 275,00

Artikel 2.37: Wijzigen van het omgevingsplan

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan (in het geval er geen anterieure overeenkomst wordt gesloten): € 14.301,20

Artikel 2.38: Niet genoemd besluit op aanvraag

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: € 275,00

Artikel 2.39: Beoordeling aanvullende gegevens

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, in behandeling is genomen: € 63,30

Paragraaf 2.12 Modaliteiten

Artikel 2.40: Achteraf ingediende aanvraag

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verdubbeld.

Artikel 2.41: Uitgebreide voorbereidingsprocedure

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit:

  • a.

    als sprake is van een milieubelastende activiteit: € 3.460,20

  • b.

    als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 6.871,55

  • c.

    als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b: € 3.493,45

Artikel 2.42: Beoordeling onderzoeksrapporten

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld:

  • a.

    voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: € 576,70

  • b.

    voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:

    • 1.

      bij een quickscan, bureauonderzoek of inventariserend onderzoek: € 461,35

    • 2.

      Bij een definitief onderzoek: € 807,35

  • c.

    voor de beoordeling van een onderzoek inzake de luchtkwaliteit: € 230,65

  • d.

    voor de beoordeling van een akoestisch onderzoek: € 576,70

  • e.

    voor de beoordeling van een onderzoek inzake klimaatadaptatie: € 922,70

  • f.

    voor de beoordeling van een plan aan het geluidsbeheerplan: € 922,70

  • g.

    voor de beoordeling van de milieuaspecten van een ruimtelijke onderbouwing: € 1.499,40

  • h.

    voor de beoordeling van een ecologisch onderzoek: € 807,35

  • i.

    indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning:

    • 1.

      bij externe advisering, c.q. onderzoek (algemeen): het bedrag van de advies en/of onderzoekskosten voor het vragen van een noodzakelijk nader advies dan wel nader onderzoek met betrekking tot een bouw- of aanlegplan.

    • 2.

      bij externe advisering, c.q. onderzoek door een constructeur:

      • a.

        bij bouwkosten lager dan € 10.000: € 0,00

      • b.

        bij bouwkosten hoger dan of gelijk aan € 10.000, maar lager dan € 25.000: € 40,35

      • c.

        bij bouwkosten hoger dan of gelijk aan € 25.000, maar lager dan € 250.000: € 40,35 + 0,5‰ van de bouwkosten

      • d.

        bij bouwkosten hoger dan of gelijk aan € 250.000, maar lager dan € 400.000: € 161,65 + 0,4‰ van de bouwkosten

      • e.

        bij bouwkosten hoger dan of gelijk aan € 400.000: € 323,50 + 0,3‰ van de bouwkosten

  • j.

    voor het uitvoeren van een asbesttoets: € 346,00

  • k.

    voor het beoordelen van een rapport inzake conventionele explosieven: € 807,35

  • l.

    voor het beoordelen van een onderzoek externe veiligheid: € 922,70

  • m.

    voor het opstellen van een afweging hogere geluidswaarde voor gemeentelijke wegen, waterschapswegen, rijkswegen en spoorwegen en voor het voeren van een procedure ter verkrijging van een besluit tot hogere grenswaarde van de Wet Geluidhinder: € 2.537,45

  • n.

    voor het beoordelen van partijkeuringen of -meldingen grond: € 461,35

  • o.

    voor het beoordelen van een milieueffectrapportage (MER): € 2.883,50

  • p.

    voor het beoordelen van een onderzoek van trillingen: € 807,35

  • q.

    voor het beoordelen van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: € 576,70

Artikel 2.43: Advies

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet:

  • a.

    voor een advies van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit dan wel voor een aan deze commissie gericht verzoek: de ter zake aan deze commissie verschuldigde kosten, die als volgt zijn bepaald:

    • 1.

      in het kader van een verzoek om vooroverleg (omgevingsoverleg), per behandeling: € 100,00

    • 2.

      in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning: bij bouwkosten lager dan € 50.000, per aanvraag (maximaal 3 behandelingen): € 100,00

    • 3.

      in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning: bij bouwkosten van € 50.000 tot € 2.000.000, per aanvraag (maximaal 3 behandelingen): 0,2% van de bouwkosten

    • 4.

      in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning: bij bouwkosten van € 2.000.000 tot € 6.000.000, per aanvraag (maximaal 3 behandelingen): (bouwkosten -/- € 2.000.000) x 0,05% + € 4.000,00

    • 5.

      in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning: bij bouwkosten van € 6.000.000 of meer, per aanvraag (maximaal 3 behandelingen): € 6.000,00

    • 6.

      in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning: vanaf de 4e behandeling, per behandeling: 25% van het voor de betreffende aanvraag op grond van 2 t/m 5 geldende legestarief

  • De hierboven berekende bedragen worden in verband met BTW vermenigvuldigd met een factor 1,21. De in rekening te brengen bedragen worden naar boven afgerond op veelvouden van € 5,00.

  • b.

    indien krachtens wettelijk voorschrift voor de aanvraag een advies van de agrarische beoordelingscommissie nodig is en wordt beoordeeld:

    • 1.

      indien het een standaardadvies betreft voor bestaande bedrijven: € 1.240,25

    • 2.

      indien het een advies betreft inzake nieuwe vestigingen en/of een beoordeling van een bedrijfsplan: € 1.452,00

    • 3.

      indien het een advies betreft over zaken waarbij uitspraken van de commissie bezwaar- en beroep en/of gerechtelijke uitspraken zijn betrokken: € 1.694,00

    • 4.

      indien het een nader advies betreft op eerder uitgebrachte adviezen: € 774,40

    • 5.

      indien het een second opinion betreft: € 1.905,75

  • c.

    indien voor een omgevingsplanactiviteit advies wordt ingewonnen van een externe landschapsdeskundige: € 550,00

Artikel 2.44: Instemming

  • 1.

    Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.

  • 2.

    Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

Paragraaf 2.13 Teruggaaf

Artikel 2.45: Vermindering bij aanvraag of vooroverleg en oordeel geen omgevingsvergunning nodig

Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een verzoek om omgevingsoverleg of een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op vermindering van een deel van de leges. De vermindering bedraagt: 85 % van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.

Artikel 2.46: Vermindering als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op vermindering van een deel van de leges. De vermindering bedraagt:

  • a.

    indien de aanvraag om een omgevingsvergunning binnen een week wordt ingetrokken of omgezet naar een verzoek om vooroverleg (omgevingsoverleg): 100%

  • b.

    bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag: 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

  • c.

    bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

  • d.

    bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

Artikel 2.47: Vermindering als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure

Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op vermindering van een deel van de leges. De vermindering bedraagt:

  • a.

    indien de aanvraag om een omgevingsvergunning binnen een week wordt ingetrokken of omgezet naar een verzoek om vooroverleg (omgevingsoverleg): 100%

  • b.

    bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag: 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

  • c.

    bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges;

  • d.

    bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

Artikel 2.48: Vermindering als gevolg van het weigeren of buiten behandeling stellen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor alle activiteiten waarvoor een aanvraag in te dienen is

  • a.

    Als het college van burgemeester en wethouders een aanvraag weigert, bestaat geen aanspraak op vermindering van een deel van de leges.

  • b.

    Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

  • c.

    Als bij de behandeling blijkt dat de aanvraag of vooroverleg (omgevingsoverleg) niet compleet is, besluit de gemeente de aanvraag buiten behandeling te stellen. De leges voor de activiteit bouwen worden dan verminderd met: 50%

Artikel 2.49: Vermindering bij tijdelijke bouwwerken

Vervallen

Artikel 2.50: Vermindering als gevolg van intrekking verzoek om vooroverleg (omgevingsoverleg)

Als een aanvrager zijn verzoek om vooroverleg (omgevingsoverleg) geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op vermindering van een deel van de leges. De vermindering bedraagt, indien het verzoek om vooroverleg (omgevingsoverleg) binnen een week wordt ingetrokken of omgezet naar een aanvraag voor een omgevingsvergunning: 100%

HOOFDSTUK 3: DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2

Paragraaf 3.1 Horeca

Artikel 3.1: Exploitatie openbare inrichting

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

  • a.

    een vergunning voor het exploiteren van een openbare (horeca-)inrichting voor onbepaalde tijd: € 398,15

  • b.

    een gewijzigde vergunning indien de inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving: € 265,40

  • c.

    een wijziging van de vergunning in verband met de opname van een terras: € 132,60

  • d.

    een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, achtste lid, van de Algemene plaatselijke verordening: € 132,60

Artikel 3.2: Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van:

  • a.

    een vergunning ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet: € 597,30

  • b.

    een gewijzigde vergunning ingevolge artikel 30 van de Alcoholwet: € 265,40

  • c.

    een ontheffing ex artikel 35 van de Alcoholwet: € 66,25

  • d.

    een wijziging van de vergunning in verband met de opname van een terras of nieuwe leidinggevende, per aanmelding: € 132,60

Artikel 3.3: Gecombineerde aanvraag

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een gecombineerde aanvraag tot het verkrijgen van de vergunningen als bedoeld in artikel 3.1 onder a en 3.2 onder a: € 730,05

Paragraaf 3.2 Escortbedrijven

Artikel 3.4: Vergunning escortbedrijf

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag ter verkrijging van een vergunning voor het exploiteren van een escortbedrijf: € 1.061,95

Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet

Artikel 3.5: Ontheffing winkeltijden

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet c.q. -verordening: € 132,60

Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt

Artikel 3.6: Organiseren evenement

Het tarief bedraagt voor van het in behandeling nemen van een aanvraag ter verkrijging van een vergunning:

  • a.

    voor het houden van een grootschalig evenement, waarvan de aard of de publieksaantrekkende werking vanuit een oogpunt van openbare orde en veiligheid dusdanig grootschalig is, dat daarin zonder nadere ordening niet kan worden voorzien: € 204,55

  • b.

    voor het houden van overige evenementen: € 47,55

Paragraaf 3.5 Huisvestingswet 2014

Artikel 3.7: Vergunning onttrekken woonruimte

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014: € 530,90

Artikel 3.8: Vergunning samenvoegen woonruimte

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingswet 2014: € 530,90

Artikel 3.9: Vergunning omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014: € 530,90

Artikel 3.10: Vergunning verbouwen woonruimte tot meer woonruimten

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014: € 530,90

Artikel 3.11: Splitsingsvergunning

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om een recht op een gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerste lid van de Huisvestingswet 2014: € 530,90

Artikel 3.12: Verhuurvergunning opkoopbescherming

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om een woonruimte in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014: € 530,90

Paragraaf 3.6 Kinderopvang

Artikel 3.13: Kinderopvang

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

  • a.

    tot het in exploitatie nemen van een kindercentrum of gastouderbureau overeenkomstig artikel 1.45, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen: € 758,85

  • b.

    tot het in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal overeenkomstig artikel 2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen: € 758,85

  • c.

    tot het in exploitatie nemen van een voorziening voor gastouderopvang overeenkomstig artikel 1.45, tweede lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen: € 189,65

  • d.

    tot het in exploitatie nemen van een extra voorziening voor gastouderopvang (extra opvanglocatie) overeenkomstig artikel 7, vierde lid, Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk: € 126,40

Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit

Artikel 3.14: Niet benoemd besluit op aanvraag

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: € 530,90

Bijlage 2 Normkostentabel Casadata basisbedragen bouwkosten voor leges Zuid-Holland behorende bij de legesverordening 2026 van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk

Algemeen

Voor het vaststellen van de hoogte van leges voor bouwvergunningen bevat deze publicatie 'Casadata Basisbedragen Bouwkosten gebouwen voor leges', kortweg 'Basisbedragen Bouwleges' de all-in bedragen van alle kosten die voortvloeien uit bouwen. Door deze te vermenigvuldigen met de inhoud bruto inhoud (per m³) of bruto vloeroppervlakte (per m²) van het gebouw rekent u de totale gebouwkosten per gebouw of object uit.

Door deze methode te gebruiken kunt u in enkele minuten het juiste bouwkostenbudget bepalen.

De budgetten zijn volgens de NEN 2699 (Investerings- en exploitatiekosten van onroerende zaken - Begripsomschrijvingen en indeling) en de inhouden en oppervlakten zijn volgens de NEN 2580 (Oppervlakten en inhouden van Gebouwen) berekend.

Als er een vergunning in het kader van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) in kader van de Omgevingswet bij de gemeente wordt aangevraagd, dan berekent de gemeente de zogenaamde leges voor de vergunning, ook wel bouwleges genoemd.

De bouwleges worden bepaald aan de hand van bouwkosten excl. btw.

De hoogte van de leges hangt af van hetgeen de gemeente in de eigen legesverordening heeft opgenomen. Dit verschilt van gemeente tot gemeente.

Onder bouwkosten wordt verstaan de aannemingssom (exclusief omzetbelasting) als bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor uitvoering van werken 1989 (UAV 1989) voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten (exclusief omzetbelasting) als bedoeld in het normblad NEN 2699, uitgave 2013, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd en waarbij de inhoud van het bouwwerk wordt berekend conform NEN 2580.

Bouwkosten zijn de kosten die ontstaan voor de realisering van een bouwproject tot en met de oplevering van het gebouwde. Bij de raming van de bouwkosten moet worden uitgegaan van de prijzen die in het economische verkeer aan een derde zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk. Het is voor een raming van de bouwkosten dan ook niet van belang of de daadwerkelijke bouw geheel door een bouwbedrijf wordt uitgevoerd of geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid plaats vindt.

Tot de bouwkosten worden niet gerekend de grondkosten (omvattende de verwervingskosten van het terrein, de kosten van het bouwrijp maken), de inrichtingskosten en als de bijkomende kosten (waartoe onder andere behoren de architecten- en de adviseurshonoraria, kosten voor grondonderzoek, verzekeringen, omzetbelasting en andere heffingen).

Tot de bouwkosten horen echter wel de kosten van de afwerking, installatie, liften, roltrappen en dergelijke, voor zover deze installaties behoren tot de normaal te verwachten inrichting van het betrokken bouwwerk.

In de basisbedragen gebouwen zijn alle kosten opgenomen die voorvloeien ten behoeve van het bouwen of herbouwen.

De bouwkundige werken, installaties (werktuigbouwkundige en elektrische installaties) en de vaste inrichting zijn in de genoemde basisbedragen gebouwen opgenomen.

Ook zijn de opslagen zoals uitvoerings- en algemene kosten, verzekeringen en de winst en risico opgenomen in de herbouwwaarde.

De BTW is buiten de berekeningen gehouden.

Alle gebouwen dienen aan alle wettelijke normen te voldoen.

In de tabellen worden de basisbedragen voor de verschillende gebouwtypen per m³ bruto inhoud (m3 bi) en per m² bruto vloeroppervlakte (m2 bvo) gegeven volgens NEN 2580 (Oppervlakten en inhouden van Gebouwen), tenzij anders in of bij de tabel met basisbedragen is vermeld.

Ook de hoogte en het type gebouw alsmede het uitvoeringsniveau hebben invloed op de basisbedragen gebouwen en worden dan ook vermeld waar dit nodig is.

De bouwkosten zijn opgebouwd volgens de NEN 2699 en ingedeeld volgens de NL/SFB methode.

De bedragen kunnen per provincie anders zijn, ook al omdat men niet op dezelfde wijze kan bouwen of door regionale invloeden. De in de editie Nederland gepubliceerde basisbedragen voor het berekenen van de bouwkosten zijn een landelijk gemiddelde van de provincies.

Voor het berekenen van de bouwkosten vindt u de provinciale basisbedragen in combinatie met het gemak van de online Casadata LegesCalc app.

De gepubliceerde bouwkosten zijn bedoeld om tijdens het ontwerpproces en in de aanbestedingsfase een betrouwbare indicatie van de bouw- en investeringskosten te geven voor het bepalen en controleren van de bouwkosten budgetten.

Basisbedragen 4e kwartaal 2025

Daar veel gemeenten de Basisbedragen van het 4e kwartaal als uitgangspunt nemen voor de berekening van de hoogte van de bouwkosten in het daarop volgende kalenderjaar, is bij het vaststellen van de bedragen in het vierde kwartaal al rekening gehouden met de prognose van de te verwachten bouwkostenstijging in het eerste kwartaal van het aankomende jaar.

In de basisbedragen voor het 4e kwartaal 2025 is dan ook al rekening gehouden met een gemiddelde stijging van de bouwkosten in het eerste kwartaal 2026 van 1,5 procent.

Deze 1,5% stijging is al in de berekeningen opgenomen en verwerkt bij het vaststellen van de basisbedragen van het vierde kwartaal 2025.

Sneller, accurater en actueler met Casadata LegesCalc online

Nog sneller en gemakkelijker kunt u de bouwleges berekenen met de Casadata LegesCalc online.

Met deze LegesCalc applicatie maakt u gebruik van de Basisbedragen BouwLeges van uw eigen provincie, die Casadata elk kwartaal kan actualiseren.

Daarmee werkt u accurater, omdat de basisbedragen in uw provincie door regionale invloeden van het landelijk gemiddelde kunnen afwijken.

Met de kwartaalcijfers werkt u actueler dan met jaarcijfers, omdat de bouwkosten door de kostenontwikkelingen in de branche na verloop van tijd meer gaan afwijken.

Tevens ontvangt u alle kwartaalbedragen van uw provincie in een PDF-publicatie.

Neem voor meer informatie of een presentatie contact op met de Klantenservice via info@casadata.nl of mobiel 06 3712 0279.

Bouwkosten volgens NEN 2699

1 Bouwkundige werken

(A) Funderingen

(B) Skelet

(C) Dakafbouw/dakafwerking

(D) Gevelafbouw/gevelafwerking

(E) Binnenwandafbouw/binnenwandafwerking

(F) Vloerafbouw/vloerafwerking

(G) Trappen/hellingbanen

(H) Plafonds binnen/buiten

2 Installaties

(A) Werktuigbouwkundig: vloeistof- en gasinstallaties

(B) Werktuigbouwkundig: klimaatinstallaties

(C) Elektra: energievoorziening, verlichting

(D) Elektra: communicatie, beveiliging

(E) Transportinstallaties

3 Vaste inrichtingen en voorzieningen

(A) Vaste inrichtingen en voorzieningen

4 Terrein

(A) Grondvoorzieningen

(B) Opstallen (gebouwtjes, overkappingen, enz.)

(C) Omheining en afwerking

(D) Installaties in het terrein

(E) Terreininrichting

5 Algemene uitvoeringskosten/diversen

(A) Diversen (detaillering in ontwerpfase)

(B) Algemene uitvoeringskosten (project)

(C) Coördinatiekosten nevenaannemers

(D) Algemene bedrijfskosten (bouwbedrijf)

(E) Winst en risico (bouwbedrijf)

Opbouw basisbedragen bouwkosten Leges

In de basisbedragen bouwkosten voor de leges zijn de verschillende kostengegevens opgenomen, namelijk:

Bouwkosten:

(1-) Funderingen

(2-) Ruwbouw

(3-) Afbouw

(4-) Afwerkingen

(5-) Installaties werktuigbouwkundig

(6-) Installaties electrotechnisch

(7-) Vaste voorzieningen

(8-) Losse inventaris (niet opgenomen in de basisbedragen)

(9-) Terrein (niet opgenomen in de basisbedragen)

(0-) Indirecte projectkosten

Woningtypes

afbeelding binnen de regeling

Uitvoeringsniveau

Voor alle gebouwen is uitgegaan van een standaard afwerkingsniveau.

Alleen voor woonvoorzieningen is deze verder onderverdeeld.

Voor alle uitvoeringsniveaus geldt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) in kader van de Omgevingswet.

Uitvoeringsniveau Standaard

Spouwmuur met normale isolatie, buitenspouwblad gevelsteen, binnenspouwblad kalkzandsteen.

Hardhouten buitenkozijnen, plaatstalen binnenkozijnen en opdek binnendeuren, vurenhouten trappen, tegelwerk natte ruimten tot 1,8 m, binnenwanden behangklaar, CV-ketel met warm-tapwatervoorziening, normaal schakelmateriaal, standaard keuken en sanitair.

Het betreft meestal de goedkopere (planmatige gebouwde) huur- en koopwoningen.

Uitvoeringsniveau Hoogwaardig

Spouwmuur met normale isolatie, buitenspouwblad gevelsteen, binnenspouwblad kalkzandsteen.

Hardhouten buitenkozijnen en plaatstalen binnenkozijnen, opdek binnendeuren, vurenhouten trappen, tegelwerk natte ruimten tot 2,20 m, binnenwanden behangklaar, gedeeltelijk stucwerk in de woon- en verkeersruimten. Hr-ketel met warmtapwatervoorziening, beter schakelmateriaal, betere keuken en sanitair.

Het betreft meestal de middensector (planmatige gebouwde) huur- en koopwoningen.

Uitvoeringsniveau Luxe

Spouwmuur met optimale isolatie, buitenspouwblad betere gevelsteen, binnenspouwblad kalkzandsteen.

Hardhouten buitenkozijnen en hardhouten binnenkozijnen, luxe stijl binnendeuren, hardhouten trappen, luxe tegelwerk natte ruimten tot plafond, binnenwanden stukwerk.

HR ketel met warm-tapwatervoorziening, luxe design schakelmateriaal, luxe design keuken en sanitair.

Het betreft meestal de duurdere in opdracht gebouwde koopwoningen

Toeslagen

Gebouwen kunnen dezelfde vorm hebben, maar de afwerkingen of installaties kunnen verschillen.

Het kunnen verschillende geveltypen zijn met bijvoorbeeld andere materialen voor de kozijnen.

De gebouwinstallatie kan van simpele uitvoering zijn tot aan een Hightech installatie.

De architectuur kan per gebouw verschillen met zeer afwijkende architectuur.

Gevels kunnen strak zonder enige uitbouw zijn tot aan veel verfraaiingen.

Voor de verschillende gebouwen worden de toeslagen in percentages gegeven.

Per gebouwsoort zijn er verschillende toeslagen van toepassing.

Toeslagen voor 1 Civieltechnische voorzieningen:

+2% Geschilderde wanden

+3% Hoog verlichtingsniveau

Toeslagen voor 2 Agrarische en industriële voorzieningen:

+4% voor afwijkende architectuur, natuursteen beplating, luxe aluminium, houten of kunststof puien, inhammen of ronde hoeken.

+3% voor betonnen draagconstructie i.p.v. staal

+1% voorMetalen gevelbeplating in kleur

+2% voor dockshelters met docklevelers

+2% voor inrichting kantooroppervlak groter dan 15% van de oppervlakte bij bedrijfsgebouwen

+2% voor PLC installatie voor het regelen van de CV-opwekking

+2% voor IBS (Installatie Beheer Systeem) voor beheer van de installatie

+4% voor GBS (Gebouw Beheer Systeem) voor regeling van klimaat en brandmelding +6% voor GBS Plus installatie voor regeling van klimaat, brandmelding en inbraakbeveiliging

Toeslagen voor 3 Administratieve, commerciële en beschermende voorzieningen:

+5% voor afwijkende architectuur, natuursteen beplating, luxe aluminium, houten of kunststof puien, inhammen of ronde hoeken.

+9% voor vliesgevel

+1% voor PLC installatie voor het regelen van de CV-opwekking

+2% voor IBS (Installatie Beheer Systeem) voor beheer van de installatie

+4% voor GBS (Gebouw Beheer Systeem) voor regeling van klimaat en brandmelding

+6% voor GBS Plus installatie voor regeling van klimaat, brandmelding en inbraakbeveiliging

+8% voor GBS Plus Plus installatie voor regeling van klimaat, brandmelding, inbraakbeveiliging, verlichting en toegangscontrole

Toeslagen voor 4 Gezondheids- en sociale voorzieningen:

+4% voor afwijkende architectuur, natuursteen beplating, luxe aluminium, houten of kunststof puien, inhammen of ronde hoeken.

+8% voor vliesgevel

+1% voor PLC installatie voor het regelen van de CV-opwekking

+3% voor IBS (Installatie Beheer Systeem) voor beheer van de installatie

+5% voor GBS (Gebouw Beheer Systeem) voor regeling van klimaat en brandmelding

+7% voor GBS Plus installatie voor regeling van klimaat, brandmelding en inbraakbeveiliging

+10% voor GBS Plus Plus installatie voor regeling van klimaat, brandmelding, inbraakbeveiliging, verlichting en toegangscontrole Toeslagen voor 5 Recreatieve voorzieningen:

+3% voor afwijkende architectuur, natuursteen beplating, luxe aluminium, houten of kunststof puien, inhammen of ronde hoeken.

+1% voor PLC installatie voor het regelen van de CV-opwekking

+1% voor IBS (Installatie Beheer Systeem) voor beheer van de installatie

+2% voor GBS (Gebouw Beheer Systeem) voor regeling van klimaat en brandmelding

+4% voor GBS Plus installatie voor regeling van klimaat, brandmelding en inbraakbeveiliging

+8% voor GBS Plus Plus installatie voor regeling van klimaat, brandmelding, inbraakbeveiliging, verlichting en toegangscontrole

Toeslagen voor 7 Onderwijs-, wetenschaps en informatievoorzieningen:

+5% voor afwijkende architectuur, natuursteen beplating, luxe aluminium, houten of kunststof puien, inhammen of ronde hoeken.

+7% voor vliesgevel

+1% voor PLC installatie voor het regelen van de CV-opwekking

+2% voor IBS (Installatie Beheer Systeem) voor beheer van de installatie

+4% voor GBS (Gebouw Beheer Systeem) voor regeling van klimaat en brandmelding

+6% voor GBS Plus installatie voor regeling van klimaat, brandmelding en inbraakbeveiliging

+8% voor GBS Plus Plus installatie voor regeling van klimaat, brandmelding, inbraakbeveiliging, verlichting en toegangscontrole

Toeslagen voor 8 Woonvoorzieningen:

+5% voor afwijkende architectuur, natuursteen beplating, luxe aluminium, houten of kunststof puien, inhammen of ronde hoeken.

+4% voor rieten daken

+3% voor inrichting met luxe sanitair

+6% voor inrichting met luxe keuken

+12% voor inrichting met zeer luxe keuken

-4% projectkorting bij 20 tot 50 woningen

-7% projectkorting bij 51 tot 100 woningen

-8,5% projectkorting vanaf 101 woningen

Basisbedragen Bouwkosten voor leges

4e kwartaal 2025 (incl. 1e kwartaal 2026)

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling