Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Hattem 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Hattem 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem;

gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

gelet op artikelen 21, 25, 26, 27, 28 en 38 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hattem 2024;

besluit tot het vaststellen van het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Hattem 2026.

Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Hattem 2026

Artikel 1. Begripsbepalingen

De begrippen die in dit Financieel besluit gehanteerd worden hebben de betekenis zoals omschreven in de wet en de verordening maatschappelijke ondersteuning Hattem 2024. De artikelen in dit Financieel Besluit zijn aanvullend op het landelijk vastgestelde Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Verordening maatschappelijke ondersteuning Hattem 2024 en de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Hattem 2026.

Artikel 2 Tarieven zorg in natura

  • 1. De zorg in natura tarieven zijn tot stand gekomen op basis van:

    • a.

      een regionale inkoop met behulp van een objectief kostprijsonderzoek;

    • b.

      een regionale inkoop op basis van het gunningscriterium laagste prijs;

    • c.

      de goedkoopst adequate uitgebrachte offerte.

  • 2. In onderstaande tabellen zijn de tarieven voor maatwerkvoorzieningen in natura weergegeven.

Productnaam

Tarief

Wmo

Eenheid bij toewijzing

Tarief professioneel pgb Wmo

Begeleiding Groep Licht

€ 10,61

uur

€ 8,49

Begeleiding Groep Basis

€ 13,86

uur

€ 11,09

Begeleiding Groep Complex

€ 22,04

uur

€ 17,63

Begeleiding Groep Duurzaam

€ 12,95

uur

€ 10,36

Begeleiding Groep Duurzaam Intensief

€ 16,71

uur

€ 13,37

Begeleiding Individueel Licht

€ 75,56

uur

€ 60,45

Begeleiding Individueel Basis

€ 90,14

uur

€ 72,11

Begeleiding Individueel Complex

€ 102,97

uur

€ 82,38

Vervoer (naar dagbesteding)

€ 20,15

etmaal

€ 16,12

Vervoer Plus

€ 38,96

etmaal

€ 31,17

Zorgcoördinatie

€ 95,01

stuk (o)

€ 76,01

Huishoudelijke hulp: Schoon huis

€ 41,01

uur

€ 32,81

Huishoudelijke hulp: Regie op gestructureerd huishouden

€ 42,33

uur

€ 33,86

Persoonlijke verzorging

€ 44,17

uur

€ 35,34

Respijtopvang Thuis

€ 286,40

etmaal

€ 229,12

Respijtopvang Basis

€ 194,65

etmaal

€ 155,72

Respijtopvang Hoog

€ 259,27

etmaal

€ 207,42

Productcodetabel specifiek MO-BW 2026

Productnaam

Productcode iWmo - BW

Eenheid bij toewijzing

Tarief (per eenheid toewijzing)

Tarief pgb (85% van ZIN)

Opmerking

IHT perspectief

15T11

etmalen

€ 65,75

€ 55,89

 

IHT intensief

15T12

etmalen

€ 135,61

€ 115,27

 

Herstelgericht verblijf

15T13

etmalen

€ 233,65

€ 198,60

 

Herstelgericht verblijf (opslag partnerplaats)

15T14

etmalen

€ 192,57

€ 163,68

 

Terugvalvoorziening (leegstandstarief)

15T15

etmalen

€ 169,62

n.v.t.

niet via berichtenverkeer

Herstelgericht verblijf terugvalvoorziening

15T16

etmalen

€ 233,65

€ 198,60

 

Huurbetaling

15T17

stuk (o)

€ 69,27

n.v.t.

 

Regisseur terugvalvoorziening

15T18

uur

€ 93,46

€ 79,44

altijd minimaal 2 uur

Opslag kindplaats

15T19

stuk (o)

€ 9,40

€ 7,99

 

Voor de volgende aanbieders geldt het tarief voor 'Herstelgericht verblijf' en 'Herstelgericht verblijf terugvalvoorziening' zoals in onderstaande tabel weergegeven:

Aanbieder

Tarief 2026

Stichting IrisZorg + Ontmoeting + Profilazorg

€ 237,26

Stichting Riwis Zorg & Welzijn/Timon/Philadelphia

€ 233,65

RiJo COBA - Gewoon Wonen

€ 233,65

Stichting De Passerel

€ 233,65

Zorggroep Achterhoek

€ 245,13

Leger Des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg

€ 237,26

Zoethout Begeleid Werken

€ 233,65

Helderzorg B.V.

€ 237,26

Miezaan BV

€ 249,50

Parcipa

€ 233,65

Artikel 3. Hoogte pgb professionele aanbieder maatwerkvoorzieningen

De hoogte van een pgb voor een professionele aanbieder wordt bepaald op basis van 80% van het laagste tarief voor de goedkoopst compenserende voorziening in natura zoals opgenomen in artikel 2 tarieven zorg in natura.

Artikel 4 Hoogte pgb informele aanbieder maatwerkvoorzieningen

  • 1. De hoogte van het pgb voor een informele aanbieder bedraagt:

    • a.

      Bij huishoudelijke hulp en begeleiding: € 17,22 per uur. Dit is het minimumuurloon, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren, of;

    • b.

      maximaal € 141,00 per kalendermaand, ongeacht het aantal uren hulp dat wordt verleend, of;

    • c.

      een tegemoetkoming per maand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten. De tegemoetkoming is vastgesteld aan de hand van richtbedragen van het Nibud (Prijzengids 2025-2026 en richtlijnen vanuit Persoonlijk Budgetadvies). In dit geval worden de uren voor de hulpverlening niet vergoed.

      Vergoedingenlijst tegemoetkoming

      per maand

      Was- en schoonmaakmiddelen

      € 7,00

      levensmiddelen

      € 141,00

      kleding

      € 61,50

      reiskosten

      € 0,23 per kilometer

  • 2. Het is mogelijk dat het minimumloon, zoals genoemd in lid 1 onder a, gedurende het jaar wijzigt. In dat geval wordt het geldende minimum uurloon betaald.

Artikel 5. Hoogte pgb vervoersvoorziening

  • 1. Voor vervoersvoorzieningen dient de inwoner twee gespecificeerde offertes aan te leveren. De inwoner doet zelf onderzoek naar de goedkoopst adequate voorziening. Het college stelt de tegemoetkoming/vergoeding vast op basis van de goedkoopst adequaat uitgebrachte offerte.

  • 2. Het college kan een voorschot verstrekken.

  • 3. De inwoner dient de aangekochte voorziening te verantwoorden door het overleggen van een factuur en een betalingsbewijs.

  • 4. De kosten voor verzekering en onderhoud kunnen jaarlijks gedeclareerd worden aan de hand van een factuur en een betalingsbewijs.

  • 5. Het college vergoedt na overleg van het betalingsbewijs de daadwerkelijk gemaakte kosten tot een maximum kostprijs of huurprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura.

  • 6. De inwoner ontvangt een voorziening voor de duur van minimaal de afschrijvingstermijn van 7 jaar.

Artikel 6. Hoogte pgb woonvoorziening

  • 1. Bij woonvoorzieningen en woningaanpassingen geldt het primaat van verhuizen. Wanneer de kosten van een woningaanpassing meer bedragen dan € 3.350,- wordt afgewogen of verhuizen naar een geschikte woning als goedkoopst compenserende voorziening kan worden aangemerkt.

  • 2. Voor woonvoorzieningen dient de inwoner en/of de verhuurder van de woning twee gespecificeerde offertes aan te leveren. De inwoner doet zelf onderzoek naar de goedkoopst adequate voorziening. Het college stelt de tegemoetkoming/vergoeding vast op basis van de goedkoopst adequaat uitgebrachte offerte. Bij een grote woningaanpassing kan ook een calculatie van de kosten uitgevoerd worden in opdracht van de gemeente door het aanwijzen van een partij hiervoor door de gemeente.

  • 3. De volgende kosten komen voor vergoeding in aanmerking:

    • a.

      een bouwkundige of woontechnische voorziening in een woning (woningaanpassing), voor zover de kosten betrekking hebben op:

      • i.

        de aanneemsom;

      • ii.

        de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten;

      • iii.

        het architectenhonorarium;

      • iv.

        het toezicht op de uitvoering, indien noodzakelijk;

      • v.

        de leges die betrekking hebben op het treffen van de voorziening;

      • vi.

        de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;

      • vii.

        het toezicht op de uitvoering, indien noodzakelijk;

      • viii.

        de leges die betrekking hebben op het treffen van de voorziening;

      • ix.

        de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;

      • x.

        renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;

      • xi.

        de prijs van bouwrijpe grond indien noodzakelijk en het oppervlakte van deze grond gemaximeerd door het gestelde in de onderstaande ‘Voorwaarden extra grond ten behoeve van een woonvoorziening;

      • xii.

        de door burgemeester en wethouders (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;

      • xiii.

        de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; of

      • xiv.

        de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening;

    • b.

      een niet-bouwkundige of niet-woon-technische voorziening in een woning, zoals woninguitrusting;

    • c.

      een uitraasruimte;

    • d.

      onderhoud, keuring en reparatie van een gerealiseerde woningaanpassing;

    • e.

      tijdelijke huisvesting.

  • 4. Het college kan een voorschot verstrekken.

  • 5. De inwoner dient de aangekochte voorziening te verantwoorden door het overleggen van een factuur en een betalingsbewijs.

  • 6. De kosten voor verzekering en onderhoud kunnen jaarlijks gedeclareerd worden aan de hand van een factuur en een betalingsbewijs.

  • 7. Het college vergoedt na overleg van het betalingsbewijs de daadwerkelijk gemaakte kosten.

  • 8. De inwoner ontvangt een voorziening voor de duur van minimaal de afschrijvingstermijn van 10 jaar, tenzij de voorziening niet meer adequaat is.

  • 9. Indien de woning met de door de gemeente bekostigde woningaanpassing binnen 10 jaar wordt verkocht dan dient de inwoner een deel van de kostprijs terug te betalen. Bij een afschrijvingstermijn van 10 jaar wordt onderstaand schema gehanteerd om de restwaarde te bepalen berekend per jaar:

  • Periode

    Terug te betalen deel

    eerste jaar na gereedmelding

    80% van de kostprijs

    tweede jaar na gereedmelding

    70% van de kostprijs

    derde jaar na gereedmelding

    60% van de kostprijs

    vierde jaar na gereedmelding

    50% van de kostprijs

    vijfde jaar na gereedmelding

    40% van de kostprijs

    zesde jaar na gereedmelding

    30% van de kostprijs

    zevende jaar na gereedmelding

    20% van de kostprijs

    achtste jaar na gereedmelding

    10% van de kostprijs

    negende jaar na gereedmelding

    5% van de kostprijs

    tiende jaar na gereedmelding

    0 % van de kostprijs

  • 10. De afschrijvingstermijn gaat in op de datum van de gereedmelding van de aanpassing.

Artikel 7. Eigen bijdrage Wmo abonnementstarief

  • 1. Een inwoner betaald voor een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo een vaste eigen bijdrage van € 21,80 per maand (het abonnementstarief); ongeacht het inkomen, vermogen en de hoeveelheid hulp en/of ondersteuning.

  • 2. De eigen bijdrage wordt geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).

  • 3. De eigen bijdrage bedraagt niet meer dan de kostprijs voor de voorziening.

  • 4. In de volgende situaties hoeft een inwoner geen abonnementstarief te betalen:

    • a.

      inwoner is getrouwd/heeft een geregistreerd partnerschap/ leeft samen en vormt een gezamenlijk huishouden met iemand en één van beide heeft de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt.

    • b.

      inwoner betaalt al een eigen bijdrage voor beschermd wonen of voor de Wet langdurige zorg (art. 2.1.4 a en art. 2.1.4 b Wmo)

    • c.

      de inwoner komt in aanmerking voor het minimabeleid en het inkomen bedraagt niet meer dan 120% van het sociaal minimum.

  • 5. Voor de volgende maatwerkvoorzieningen betaalt inwoner geen abonnementstarief:

    • a.

      rolstoelvoorzieningen;

    • b.

      maatwerkvoorzieningen verstrekt aan kinderen tot 18 jaar;

    • c.

      collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV);

    • d.

      financiële tegemoetkomingen zoals genoemd in artikel 9.

  • 6. De inwoner betaalt een eigen bijdrage voor zolang hij gebruik maakt van de maatwerkvoorziening.

Artikel 8. Eigen bijdrage beschermd wonen

  • 1. De eigen bijdrage voor beschermd wonen wordt berekend door het CAK volgens paragraaf 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo en is inkomensafhankelijk.

  • 2. De eigen bijdrage bedraagt niet meer dan € 2.954,40 per maand (zoals genoemd in artikel 3.11 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015).

Artikel 9. Ritbijdrage en kosten vervoerspas vraagafhankelijk vervoer PlusOV

Soort tarief

Opstaptarief

(eenmaal per rit)

Ritbijdrage per kilometer; 0-20 km

Ritbijdrage per kilometer; 20-40 km

Wmo-pas

€ 1,30

€ 0,24

€ 2,44

Wmo kind tot 4 jaar

gratis

gratis

gratis

Wmo kind 4 tot 12 jaar

34% korting (op totale tarief)

34% korting (op totale tarief)

34% korting (op totale tarief)

Medisch begeleider

gratis

gratis

gratis

Hulphond

gratis

gratis

gratis

Wmo sociaal

begeleider

gratis

gratis

gratis

Wmo sociaal

begeleider met

ritbijdrage

€ 1,30

€ 0,24

€ 2,44

Medereiziger

€ 4,26

€ 0,66

€ 2,44

Vervoerspas

€ 10,00 (eenmalig)

Vervanging

vervoerspas

gratis

Artikel 10. Tegemoetkoming bepaalde voorzieningen personen met een beperking of chronische problemen

Taxikosten

maximaal € 1.253,00 per jaar

Rolstoeltaxikosten

maximaal € 2.412,00 per jaar

Kosten gebruik eigen auto

maximaal € 459,00 per jaar

Verhuis- en inrichtingskosten

maximaal € 3.350,00 per adres

Aanschaf en onderhoud sporthulpmiddel

maximaal € 8.400,00 per zeven jaar

Bezoekbaar maken woning

Maximaal € 5.000,00 per adres

Artikel 11. Overgangsbepaling

  • 1. Een besluit op een aanvraag wordt genomen op basis van de op de datum van het besluit geldende Financieel besluit.

  • 2. Een inwoner houdt het recht op de verstrekte voorziening inclusief het daarbij verstrekte persoonsgebonden budget (ook na inwerkingtreding van een nieuw Financieel besluit) tot de einddatum van de beschikking of tot het college een nieuw besluit genomen heeft.

  • 3. Op bezwaarschriften wordt beslist met in achtneming van het Financieel besluit die geldig was ten tijde van het bestreden besluit op de aanvraag.

Artikel 12. Hardheidsclausule

In situaties waarin het Financieel besluit Wmo Hattem 2026 niet voorziet beslist het college.

Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2. Dit besluit wordt aangehaald als: Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Hattem 2026.

  • 3. Het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning Hattem 2025 wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Ondertekening

Vastgesteld te Hattem op 16 december 2025,

de secretaris,

M.A. Mellink

de burgemeester,

M. Sanderse