Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753970
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753970/1
Regeling vervalt per 31-12-2028
Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Oosterhout 2025, 2026 en 2027
Geldend van 30-12-2025 t/m 30-12-2028 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Oosterhout 2025, 2026 en 2027Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout,
Gelet op:
- •
de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
- •
titel 4.3 van de Algemene wet Bestuursrecht;
- •
artikel 78gg van de Participatiewet;
overwegende dat:
- •
het wenselijk is om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een huishouden dat kampt met alleenverdienersproblematiek een vaste tegemoetkoming ter aanvulling van een tekort aan ontvangen toeslagen kan worden verstrekt of geweigerd;
b e s l u i t
vast te stellen de beleidsregels ‘Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek 2025, 2026 en 2027 gemeente Oosterhout’.
Artikel 1 Begripsbepalingen
- 1.
Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet (Pw), het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- 2.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- a.
wet: Participatiewet;
- b.
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout;
- c.
alleenverdiener: het huishouden dat:
- i.
een inkomen heeft uit een uitkering, niet zijnde een uitkering op grond van artikel 19 van de wet, eventueel aangevuld met een uitkering op grond van de wet; en
- ii.
vergeleken met een vergelijkbaar huishouden, waarvoor het inkomen uit enkel een uitkering op grond van artikel 19 van de wet bestaat, een lager bedrag aan tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt, als gevolg van de verschillende afbouwpaden van de dubbele algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 37, tweede lid van de wet en in artikel 8.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001; en
- iii.
een netto-inkomen en tegemoetkomingen met toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ontvangt dat in totaal lager ligt dan bij een vergelijkbaar huishouden waarvoor het inkomen uit een uitkering enkel bestaat uit een uitkering op grond van artikel 19 van de wet, vanwege hetgeen genoemd is onder sub ii;
- i.
- d.
huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;
- e.
toeslagen: huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en/of kindgebonden budget;
- f.
vaste tegemoetkoming: het bedrag dat over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 per jaar wordt vastgesteld bij ministeriële regeling in het kader van artikel 78gg van de wet.
- a.
Artikel 2 Doelgroep tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek
- 1.
De vaste tegemoetkoming alleenverdienersproblematiek wordt verstrekt aan een huishouden als bedoeld onder artikel 1 lid 2 onder c en d.
- 2.
Tot het huishouden wordt niet gerekend de persoon die op de datum van ontvangst van de lijst met Burgerservicenummers van de Belastingdienst, of op datum aanvraag:
- a.
niet woonachtig is in de gemeente Oosterhout;
- b.
is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met enkel een briefadres.
- a.
- 3.
Er bestaat geen recht op de vaste tegemoetkoming als het vermogen van het huishouden hoger is dan de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de tegemoetkoming wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 uur van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.
TOEGANG
Artikel 3 Ambtshalve toekenning
- 1.
Het college kent aan ieder huishouden waarvan voor het betreffende kalenderjaar het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid van de wet, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.
- 2.
Huishoudens die in 2023 en/of 2024 compensatie ontvingen
-
In 2023 en 2024 ontvingen huishoudens met alleenverdienersproblematiek van de gemeente een compensatie via individuele bijzondere bijstand. Het college kent aan deze huishoudens de tegemoetkoming in 2025 ambtshalve toe, wanneer:
- a.
het huishouden voor 2025 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
- b.
het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid van de wet;
- c.
op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;
- d.
er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten;
- e.
de meestverdienende partner nog steeds staat ingeschreven in de gemeente.
- a.
3. Ambtshalve toekenning in 2026 en 2027
Aan huishoudens die in 2025 de vaste tegemoetkoming ontvingen, kent het college ook in 2026 en/of 2027 de vaste tegemoetkoming ambtshalve toe, wanneer:
- a.
het huishouden voor 2026 en/of 2027 nog geen vaste tegemoetkoming toegekend heeft gekregen;
- b.
voor 2026 en 2027 het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner in het huishouden niet is verstrekt aan het college op grond van artikel 78gg, vijfde lid van de wet;
- c.
op basis van de bij het college bekende gegevens het college vermoedt dat het huishouden aanspraak kan maken op de vaste tegemoetkoming;
- d.
er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten;
- e.
de meestverdienende partner nog steeds staat ingeschreven in de gemeente.
Artikel 4 Aanvraag zelfmelder
- 1.
Het huishouden kan een aanvraag om een vaste tegemoetkoming indienen bij het college.
- 2.
De aanvraag om een vaste tegemoetkoming wordt bij voorkeur digitaal ingediend via het aanvraagformulier op de website van de gemeente Oosterhout. Indien dit voor de aanvrager niet of niet goed mogelijk is, kan de aanvraag op papier worden ingediend.
- 3.
Het college beoordeelt of de aanvrager alleenverdiener is als bedoeld in artikel 1, tweede lid onder c.
- 4.
Het college beoordeelt of de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag inwoner van de gemeente is en het huishouden voor het betreffende jaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen.
- 5.
Bij de vaststelling van het inkomen om te bepalen of het huishouden tot de doelgroep van alleenverdieners behoort, telt alleen het inkomen van beide fiscale en toeslagpartners mee.
- 6.
Als er sprake is van een vast maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente maand van het jaar voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent dit maandinkomen om naar een verwacht jaarinkomen.
- 7.
Als er sprake is van een variabel maandinkomen, toetst het college het inkomen van de meest recente drie achtereenvolgende maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag. Het college rekent deze maandinkomens om naar een verwacht jaarinkomen.
- 8.
Als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd.
- 9.
Bij de vaststelling van het vermogen hanteert het college de vermogensgrens van de zorgtoeslag zoals die geldt voor het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd. Het peilmoment van het vermogen is 1 januari 00:00 uur van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd.
- 10.
De vaste tegemoetkoming over de kalenderjaren 2025, 2026 en 2027 wordt uiterlijk 31 december 2028 aangevraagd.
TOEKENNING EN VERSTREKKING
Artikel 5 Hoogte vaste tegemoetkoming en wijze van uitbetalen.
- 1.
De hoogte van de vaste tegemoetkoming wordt jaarlijks bij ministeriële regeling bepaald.
- 2.
Het college kent de vaste tegemoetkoming in één keer voor het betreffende kalenderjaar toe en voor het gehele bedrag.
- 3.
De verstrekking voor het betreffende kalenderjaar loopt door als het huishouden uit de gemeente verhuist.
SLOTBEPALINGEN
Artikel 6 Hardheidsclausule
Het college kan op grond van artikel 4:84 van de Awb in zeer bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels indien de toepassing daarvan onevenredig is in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen.
Artikel 7 Citeertitel en inwerkingtreding
- 1.
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek gemeente Oosterhout 2025, 2026 en 2027.
- 2.
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na die van de bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2025.
- 3.
Deze beleidsregels blijven van toepassing tot en met 31 januari 2028.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Oosterhout in de vergadering van 18 november 2025.
De burgemeester,
De secretaris,
Leeswijzer
Inleiding
Iedereen in Nederland heeft recht op een besteedbaar inkomen op het bestaansminimum. Dit bedrag is afhankelijk van leeftijd en leefsituatie. Mensen met lage inkomens krijgen extra ondersteuning door middel van toeslagen. Een groep huishoudens ontvangt door een ongelukkige samenloop van wet- en regelgeving te weinig toeslagen. Dit heeft nadelige gevolgen voor het besteedbare inkomen van deze huishouden, dat daardoor lager is dan een vergelijkbaar (echt)paar met bijstand en maximale toeslagen. Daarmee komen zij netto uit onder het bestaansminimum. Deze omstandigheden noemen we de alleenverdienersproblematiek.
Deze problematiek ontstond in 2009 toen de overdraagbaarheid van de Algemene Heffingskorting gefaseerd werd afgebouwd (volledige afbouw in 2023), en daarbij een andere afbouw volgde dan de bijstandsuitkering (volledige afbouw in 2039). Het wegnemen van deze ongewenste situatie wordt in 3 fasen gecorrigeerd waarbij het rijk gemeenten heeft verzocht hierbij te ondersteunen in fase 1 en 2.
- •
Fase 1: Gemeenten helpen het rijk in 2023 en 2024 met een oplossing via individuele bijzondere bijstand. Hiervoor is een handelingsperspectief geboden.
- •
Fase 2: Gemeenten helpen het rijk in 2025, 2026 en 2027 met (de uitvoering van) de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek.
- •
Fase 3: Vanaf 2028 is door de Belastingdienst een definitieve oplossing voorzien via de fiscaliteit (de inkomstenbelasting).
De beleidsregels die nu voorliggen hebben betrekking op fase 2, de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek (Wtrap). Deze tijdelijke wet is op 1 januari 2025 in werking getreden. De wet is een aparte regeling binnen de Participatiewet en biedt de wettelijke grondslag om de bij de Belastingdienst bekende huishoudens met alleenverdienersproblematiek over de jaren 2025, 2026 en 2027 ambtshalve een vaste tegemoetkoming te betalen. Vanaf 2028 wordt de alleenverdienersproblematiek structureel via de Belastingdienst opgelost.
De Wtrap geeft gemeente Oosterhout de mogelijkheid huishoudens met alleenverdienersproblematiek een vaste tegemoetkoming te verstrekken. Het Inlichtingenbureau deelt de bij de Belastingdienst bekende Burgerservicenummers van de meestverdienende partner van de betrokken huishoudens met de gemeente. Aan deze huishoudens kan de gemeente ambtshalve de tegemoetkoming betalen. Huishoudens die zelf het vermoeden hebben tot de doelgroep te behoren, kunnen bij de gemeente een aanvraag doen (zelfmelders).
De vaste tegemoetkoming wordt jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Voor het kalenderjaar 2025 is de tegemoetkoming vastgesteld op € 1.000, - per huishouden.
Artikel 1 Begripsbepalingen
In artikel 1, lid 2, onder d is het begrip huishouden gedefinieerd. Dit begrip wijkt af van het begrip “gezamenlijke huishouding” zoals dat is omschreven in artikel 3 van de Participatiewet. De reden daarvoor is dat de Wet op de Inkomstenbelasting en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, waaronder de huur -en zorgtoeslag vallen, uitgaan van het begrip fiscaal partner. De voorwaarden om als fiscaal partner aangemerkt te worden wijken af van de voorwaarden om als “gezamenlijke huishouding” in de zin van de Participatiewet gekwalificeerd te worden.
Artikel 3 Ambtshalve toekenning
Artikel 3.1 Ambtshalve toekennen aan huishoudens die op de lijst van de Belastingdienst staan
Ieder huishouden waarvan het Burgerservicenummer van de meestverdienende partner staat vermeld op de lijst van de Belastingdienst wordt ambtshalve de vaste tegemoetkoming toegekend. De Wtrap biedt hier een grondslag voor.
De gemeente kan, voordat zij een ambtshalve toekenning doet, wel een lichte toets uitvoeren. De VNG adviseert dat niet te doen. Van de inwoners op de lijst van de Belastingdienst staat vast dat zij op de peildatum van de lijst nog in leven waren en woonachtig in de desbetreffende gemeente. Daarmee is feitelijk al voldaan aan de minimale vereisten van de lichte toets. In de format beleidsregels is de uitvoering van de lichte toets daarom niet opgenomen.
Artikel 3.2 en 3.3 Ambtshalve toekennen aan reeds bekende huishoudens die niet op de lijst van de Belastingdienst staan
In de format beleidsregels zijn in artikel 3.2 en 3.3 twee keuzes opgenomen om de vaste tegemoetkoming ambtshalve toe te kennen aan huishoudens die al bij de gemeente bekend zijn, maar voor het betreffende jaar (jaar t) niet op de lijst van de Belastingdienst staan. De eerste keuze regelt dat de bekende huishoudens uit fase I in 2025 (fase II) ambtshalve uitgekeerd krijgen. De tweede keuze regelt dat wanneer in fase II een huishouden bekend is/wordt, er alleen voor de jaren in fase II ambtshalve uitgekeerd kan worden. De gemeente kan voor één, of beide mogelijkheden kiezen. De gemeente Oosterhout kiest hiervoor zodat huishoudens minder belast worden en het het capaciteitsbeslag bij de gemeentelijke uitvoering vermindert. Met ‘bekend’ worden huishoudens bedoeld waarvan de gemeente voor een eerder jaar (t-X) heeft vastgesteld dat het een alleenverdienershuishouden was en een tegemoetkoming heeft uitgekeerd. Deze huishoudens kunnen in jaar t weer alleenverdienershuishouden zijn maar niet op de lijst staan, omdat deze lijst gebaseerd is op gegevens van jaar t-2.
De voorwaarden voor beide opties zijn dat beide personen op het moment van toekennen in leven zijn, de meestverdienende partner inwoner is van de gemeente, en er zich tussentijds geen relevante wijzigingen hebben voorgedaan in de situatie van het huishouden of de achterliggende wetten. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de beleidsregel.
Voorbeeld I: In 2025 wordt getoetst of de omstandigheden zijn gewijzigd voor huishoudens die een tegemoetkoming hebben ontvangen tijdens fase I (2023 en/of 2024). Wanneer de omstandigheden niet zijn gewijzigd, kan de gemeente de vaste tegemoetkoming in 2025 ambtshalve toekennen. Deze huishoudens behoren in de actualiteit tot de doelgroep van de alleenverdienersproblematiek.
Voorbeeld II: In 2025 heeft een huishouden de vaste tegemoetkoming ontvangen na te zijn beoordeeld door de gemeente. Het huishouden komt in 2026 niet voor op de lijst van de Belastingdienst. De omstandigheden zijn niet gewijzigd. De vaste tegemoetkoming wordt over 2026 ambtshalve uitgekeerd.
Let op! Voor het ambtshalve toekennen van de vaste tegemoetkoming aan al bekende huishoudens moet een vermoeden bestaan dat het om een alleenverdienershuishouden gaat. Dit vermoeden kan nooit blijken uit het feit dat het huishouden het jaar daarvoor op de lijst van de Belastingdienst stond en daarom ambtshalve een tegemoetkoming ontvangen heeft. Dit komt omdat de lijst van de Belastingdienst gegevens bevat over vastgestelde inkomens van twee jaar eerder (t-2). Het is bekend dat een deel van de huishoudens (ca 50%) op de lijst feitelijk al geen alleenverdienershuishouden meer is op het moment dat zij ambtshalve de tegemoetkoming ontvangen. Een vermoeden dat een recht bestaat op de vaste tegemoetkoming zal dus altijd moeten zijn gebaseerd op een situatie dat de gemeente in een eerder jaar zelf heeft vastgesteld dat het een alleenverdienershuishouden betreft.
Artikel 4 Aanvraag zelfmelder
Alle andere huishoudens die vermoeden dat zij tot de doelgroep van de alleenverdieners behoren kunnen zelf een aanvraag indienen. Dit artikel bepaalt daarbij wat de criteria zijn om te bepalen of het huishouden recht heeft op de vaste tegemoetkoming.
Artikel 4.6 en 4.7 Berekening van het inkomen.
Voor de berekening van het inkomen zijn er verschillende mogelijkheden:
- •
Een vast maandelijks inkomen:
Hiervoor adviseert de VNG een referteperiode van één maand te hanteren.
- •
Een variabel maandelijks inkomen:
Hiervoor adviseert de VNG een referteperiode van de drie meest recente maanden te hanteren.
Het vaste of variabele inkomen moet vervolgens naar een jaarinkomen worden omgerekend.
Artikel 4.9 Vaststelling vermogen
Bij de vaststelling van de lijst door de Belastingdienst voor ambtshalve toekenning van de tegemoetkoming, is rekening gehouden met de vermogensgrenzen van de toeslagen. Het is vanwege rechtsgelijkheid en de bedoeling van de regeling belangrijk dat gemeenten ook voor zelfmelders met deze vermogensgrenzen rekening houden. In de beleidsregels is daarom de vermogensgrens van de zorgtoeslag opgenomen als criterium bij de beoordeling of een huishouden tot de doelgroep alleenverdienersproblematiek behoort.
Artikel 4.10 Aanvraagdatum
De meeste huishoudens ontvangen in het najaar van 2028 hun definitieve beschikking toeslagen over 2027. Dat geeft de alleenverdieners tot en met 31 december 2028 de tijd om een aanvraag in te dienen.
Artikel 5 Hoogte vaste tegemoetkoming en wijze van uitbetalen.
De toekenning van de vaste tegemoetkoming is eenmaal per kalenderjaar voor het hele bedrag.
Om te voorkomen dat alleenverdienershuishoudens in geval van verhuizing tussen de wal en het schip belanden, wordt voor alle ambtshalve toekenningen geadviseerd als peildatum voor de woonplaats de datum waarop de definitieve lijst van de Belastingdienst is gebaseerd, te hanteren. Voor 2025 is dat 15 januari 2025. De meestverdienende partner, waarvan het Burgerservicenummer op de lijst staat vermeld, was op die datum inwoner van de gemeente.
De gemeente kan kiezen of vaste tegemoetkoming in één keer of verdeeld over de resterende maanden in het kalenderjaarjaar wordt verstrekt en, indien van toepassing, onder aftrek van reeds betaalde bedragen. De VNG adviseert de vaste tegemoetkoming in één keer uit te betalen.
Ook als de inwoner gedurende het jaar verhuist, blijft de gemeente die de vaste tegemoetkoming heeft toegekend, de nog te betalen bedragen uitkeren.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl