Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753908
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753908/1
Verordening op de heffing en invordering van leges gemeente Opsterland 2026
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening op de heffing en invordering van leges gemeente Opsterland 2026De raad van de Gemeente Opsterland,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2025,
gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, 2e lid en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de “verordening op de heffing en invordering van leges gemeente Opsterland 2026”.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
- a.
dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;
- b.
week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;
- c.
maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;
- d.
jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;
- e.
kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.
- f.
APV: de Algemene Plaatselijke Verordening
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:
- a.
het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit;
- b.
het verlenen van een dienst op aanvraag; of
- c.
het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieven-tabel.
Artikel 3 Belastingplicht
Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.
Artikel 4 Vrijstellingen
Leges worden niet geheven voor:
- a.
diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald;
- b.
diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of koste-loos moeten worden verleend;
Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven
-
1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
-
2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Wijze van heffing
De leges worden geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, een zegel, een nota of andere schriftuur, of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 7 Termijnen van betaling
-
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6:
- a.
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
- b.
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving
- c.
langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die moge-lijkheid wordt geboden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;
- d.
langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 30 dagen na dagte-kening van kennisgeving.
- a.
-
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid moeten de leges, indien zij worden geheven voor de afgifte van een stuk of het verstrekken van inlichtingen, worden betaald bij de afgifte van dat stuk of het verstrekken van inlichtingen.
-
3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 8 Kwijtschelding
Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Vermindering of teruggaaf
Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst, besluit of handeling wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst, besluit of handeling in die tarieventabel opgenomen bepaling.
Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen:
- a.
van zuiver redactionele aard zijn;
- b.
een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft:
- 1.
paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart);
- 2.
paragraaf 1.3 (rijbewijzen);
- 3.
artikel 1.15 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen);
- 4.
artikel 1.25, onder 1 (verklaring omtrent het gedrag);
- 5.
artikel 1.31 (Wet op de kansspelen);
- 1.
een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
Artikel 11 Hardheidsclausule
Indien strikte toepassing van deze verordening zou leiden tot onvoorziene onbillijkheden van overwe-gende aard kan het college van burgemeester en wethouders afwijken van het bepaalde in deze ver-ordening.
Artikel 12 Overgangsrecht
-
1. De “Verordening op de heffing en invordering van leges 2025” wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
-
2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, op-genomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gel-den voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.
Artikel 13 Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.
-
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 14 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening op de heffing en invordering van leges gemeente Opsterland 2026”.
Ondertekening
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de Gemeente Opsterland van 15 december 2025.
De griffier,
Laura Meijer
De voorzitter,
Andries Bouwma
Tarieventabel, behorende bij de Verordening op de heffing en invordering van leges gemeente Opsterland 2026
HOOFDSTUK 1 ALGEMENEDIENSTVERLENING
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand
|
Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking, registratie partnerschap of omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap dan wel het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, indien daarbij gebruik wordt gemaakt van de trouwzaal van het gemeentehuis op: |
|
|
|
a. |
werkdagen |
€ 329,00 |
|
b. |
zaterdag |
€ 1003,00 |
|
c. |
In afwijking van het genoemde in 1.1.a en 1.1.b, bedraagt het tarief voor voltrekking van een budgethuwelijk of budgetregistratie van een partnerschap op maandag tot en met donderdag van 10.00 tot 12.00 uur in het gemeentehuis/Lycklamahuis, zonder toespraak en met maximaal 10 personen, inclusief de getuigen: |
€ 110,00 |
|
Artikel 1.2 Huwelijksvoltrekking, registratie partnerschap of omzetten geregistreerd partnerschap in bijzonder huis |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap, dan wel het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, in eenbijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek op maandag tot en met zaterdag |
|
|
|
a. |
Werkdagen tussen 08:00 en 18:00 |
€ 514,00 |
|
b. |
Op overige dagen/tijdstippen |
€ 555,00 |
|
Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking, registratie partnerschap of omzetten geregistreerd partnerschap in een andere ruimte |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het voltrekken van een huwelijk of registratie van een partnerschap, dan wel het omzetten van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, in een andere ruimte dan onder 1.1 of 1.2 voor: |
|
|
|
|
werkdagen tussen 08:00 en 18:00 |
€ 329,00 |
|
|
op overige dagen/tijdstippen |
€ 555,00 |
|
Artikel 1.4 Gereserveerd. |
|
Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het aanwijzen van eendoor het bruidspaar aangewezen bijzonder ambtenaar van de burgerlijke stand voor het voltrekken van een huwelijk of registratie partnerschap dan wel omzetten geregistreerdpartnerschap in een huwelijk: |
|
|
|
a. |
als beëdiging bij de rechtbank al heeft plaatsgevonden: |
€ 61,00 |
|
b. |
als beëdiging bij de rechtbank nog niet heeft plaatsgevonden: |
€ 166,00 |
|
Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente |
|
|
Het tarief bedraagt voor het doorde gemeente beschikbaar stellen van eengetuige voor de huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap, per getuige: |
€ 24,00 |
|
Artikel 1.7 Annuleren of wijzigen datum |
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereser-veerde datum voor de huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzet-ting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te annuleren of te wijzigen bin-nen een periode van veertien dagen voorafgaand aan die gereserveerde datum: |
€ 88,00 |
|
Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje |
|
|
|
Het tariefbedraagt voor: |
|
|
|
a. |
het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje: |
€ 22,00 |
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
(gemeente hanteert het maximum Rijkstarief met afronding naar beneden op € 0,50)
|
Artikel 1.9 Paspoorten of anderereisdocumenten |
|
|||
|
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: |
|
|||
|
a. |
een nationaal paspoort: |
|
||
|
|
1. |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
|
|
2. |
voor een persoondie op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
|
b. |
een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): |
|
||
|
|
1. |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
|
|
2. |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
|
c. |
een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): |
|
||
|
|
1. |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
|
|
2. |
voor een persoondie op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
|
d. |
een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
||
|
Artikel 1.10 Nederlandse identiteitskaart |
|
||
|
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve vaneen aanvraag van: |
|
||
|
a. |
een Nederlandse identiteitskaart: |
|
|
|
|
1. |
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
|
2. |
voor een persoondie op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
b. |
een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon meteen uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
|
c. |
In afwijking van artikel 1.10 lid a en b wordt aan personen die ex artikel 26 Invorderingswet 1990 in aanmerking komen voor kwijtschelding, alsmede aan de samenwonende partner van deze personen en aan hun minderjarige kinderen - tenzij deze personen reeds beschikken over een geldig paspoort - kosteloos een Nederlandse Identiteitskaart verstrekt. |
|
|
|
d. |
In afwijking van artikel 1.9 lid a en b of artikel 1.10 lid a of b wordt aan personen die Nederlander zijn geworden door de naturalisatie- of optieprocedure ex artikelen 6 en 7 Rijkswet op het Nederlanderschap eenmalig kosteloos een paspoort of een Nederlandse Identiteitskaart verstrekt. |
|
|
|
Artikel 1.11 Toeslagen |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: |
|
|
|
a. |
voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9en 1.10, ondera, genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen genoemde bedragen: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
Paragraaf1.3 Rijbewijzen
(gemeente hanteert het maximum Rijkstarief met afronding naar beneden op € 0,50)
|
Artikel 1.12 Rijbewijzen |
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
Artikel 1.13 Toeslagen |
|
||
|
1. |
Het tarief genoemd in artikel1.12 wordt: |
|
|
|
|
a. |
bij een spoedlevering vermeerderd met: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
|
b. |
bij een aanvraag buiten de reguliere openingstijden van de publieksbalie vermeerderd met: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
|
c. |
bij een afgifte buiten de reguliere openingstijden van de publieksbalie vermeerderd met: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
|
d. |
bij een aanvraag in verband met beschadiging of vermissing van een eerder afgegeven rijbewijs vermeerderd met: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
2. |
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen b en c, wordt onder reguliere openingstijden verstaan: - de uren tussen 09.00 en 16.00 uur op werkdagen van maandag tot en met vrijdag. |
|
|
|
3. |
De verhogingen genoemd in het eerste lid zijn in voorkomend geval cumulatief verschuldigd |
|
|
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
|
Artikel 1.14 Definities |
|
|
1. |
Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd. |
|
2. |
Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen. |
|
Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
|
|
|
a. |
tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking: |
€ 8,40 |
|
b. |
tot het verstrekken van een afschrift van een persoonslijst: |
€ 8,40 |
|
c. |
tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel7, eerste lid,van verordening (EU)nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en totwijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200): |
€ 15,80 |
|
Artikel 1.16 Verstrekkingen van aangehaakte gegevens |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
|
|
|
a. |
tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking: |
€ 8,40 |
|
Artikel 1.17 Schriftelijke verstrekking |
|
|
|
In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tothet schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat. |
|
|
Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen |
|
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier: |
€ 27,70 |
|
2. |
Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
|
3. |
Het tarief bedraagt ter zake van het op verzoek doornemen van één of meer kaartverzamelingen of registers voor ieder daaraan besteed kwartier: |
€ 27,70 |
Paragraaf 1.5 Bestuursstukken
|
Artikel 1.19 Afschriften van bestuursstukken |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: |
|
|
|
a. |
een exemplaar van een van gemeentewege verstrekt boekwerk waaronder de Programmarekening annex het Jaarverslag, de Programmabegroting, de daarbij behorende Bijlagenboeken, de Bouwverordening, de APV, de Brandbeveiligingsverordening, een informatiepakket bij de particuliere uitgifte van bouwterreinen of een ander van gemeentewege verstrekt boekwerk, per boekwerk: |
€ 15,40 |
|
Artikel 1.20 Gereserveerd |
Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie
|
Artikel 1.21 Plan- of kaartinformatie |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie, fysiek of digitaal, van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet: |
|
|
|
a. |
in formaat A0 per bladzijde: |
€ 12,65 |
|
b. |
in formaat A1 per bladzijde: |
€ 10,55 |
|
c. |
in formaat A2 perbladzijde: |
€ 8,40 |
|
d. |
in formaat A3 per bladzijde: |
€ 2,10 |
|
e. |
in formaat A4 of kleiner, per bladzijde: |
€ 1,75 |
|
f. |
Bij toezending per post van de in dit hoofdstuk omschreven aanvragen wordende leges verhoogd met de portokosten. |
|
|
Artikel 1.22 Informatie uit registers |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van eenaanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of een uittreksel uit: |
|
|
|
a. |
de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object: |
€ 2,65 |
|
b. |
het tarief onder 1.22lid a wordt verhoogd met het door de minister vastgestelde tarief dat de gemeente voor een kadastraal uittreksel verschuldigd is aan het kadaster |
|
|
Artikel 1.23 Informatie uit adressenbestanden |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor hetin behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van kopieën van: |
|
|
|
a. |
het gemeentelijke adressenbestand of delen daarvan, per adres: |
€ 2,65 |
|
b. |
het gemeentelijke relatiebestand adres-kadastraal perceel of delen daarvan, per gelegde relatie: |
€ 2,65 |
|
c. |
het gemeentelijke adrescoördinatenbestand of delen daarvan, per adrescoördinaat: |
€ 2,65 |
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken
|
Artikel 1.24 Gereserveerd |
|
Artikel 1.25 Overige publiekszaken |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: |
|
|
|
1. |
tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag: |
Tarief wordt op rijksniveau bepaald; de gemeente volgt dat |
|
2. |
tot het legaliseren van een handtekening |
€ 8,40 |
Paragraaf 1.8 Gemeentearchief
|
Artikel 1.26 Naspeuringen in gemeentearchief |
|
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan te besteden kwartier of deel daarvan: |
€ 27,50 |
|
2. |
Het op grond vanhet eerste lidverschuldigde bedrag wordtvoorafgaand aan hetin behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
|
Artikel 1.27 Afschrift of uittreksel uit gemeentearchief |
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit een in het gemeentearchief berustend stuk:het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. |
|
2. |
Als een begroting als bedoeld in het eerste lid is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waaropde begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzijde aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
Artikel 1.28 Gereserveerd |
Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten
|
Artikel 1.29 Gereserveerd |
|
Artikel 1.30 Leegstandwet |
|
||
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: |
|
|
|
|
a. |
een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet: |
€ 204 |
|
|
b. |
verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuurvan woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet: |
€ 102 |
|
2. |
Als aanvragen als bedoeld in het eerstelid, onderdeel a, gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die onderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven. Dit geldt ook als het gaat om een geheel van huurwoningen bestemd voor sloop of renovatie waarvoor gelijktijdig aanvragen worden ingediend. |
|
|
|
Artikel 1.31 Wet op de kansspelen (gemeente hanteert het Rijkstarief uit het Speelautomatenbesluit 2000) |
|
||
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen: |
|
|
|
|
a. |
voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat: |
€ 56,50 |
|
|
b. |
voor een periode van twaalf maanden voor twee kansspelautomaten: |
€ 90,50 |
|
|
c. |
voor een kansspelautomaat welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd: |
€ 226,50 |
|
|
d. |
voor twee kansspelautomaten welke vergunning geldt voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd: |
€ 362,50 |
|
2. |
Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk verhoogd worden naar gelang het aantal maanden of gedeelte van een maand. |
|
|
|
3. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning): |
€ 204,00 |
|
|
4. |
Het tariefvoor het in behandeling nemen van een aanvraag om een loterijvergunning door een vereniging of stichting waarbij blijkens de statuten of handelingen in het maatschappelijk verkeer, sprakeis van eenniet-commerciële activiteit en/of realisering van een ideële doelstelling zonder winstoogmerk, bedraagt: |
€ 0,00 |
|
|
Artikel 1.32 Algemene verordening ondergrondse infrastructuren |
|
||
|
1 |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag in verband met het verkrijgen van een instemmingsbesluit of vergunning als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden: |
|
|
|
a. |
indien het betreft tracés |
tot 250 m¹ |
€ 352,40 |
|
b. |
indien het betreft trancés vanaf |
250 m¹ tot 1500 m¹ |
€ 428,35 |
|
c. |
indien het betreft trancés vanaf |
1500 m¹ tot 5000 m¹ |
€ 580,20 |
|
d. |
indien het betreft trancés vanaf |
5000 m¹ en meer, per m¹ tracé |
€ 0,11 |
|
2. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding voor werkzaamheden van niet-ingrijpende aard als bedoeld in de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI), omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden: |
€ 96,45 |
|
|
3. |
Indien met betrekking tot een aanvraag overleg moet plaatsvinden tussen de gemeente, andere beheerders van openbare grond en de netbeheerder van het netwerk en/of andere netbeheerders of belanghebbenden, wordt het in 1.32.1 genoemde bedrag per overleg verhoogd met: |
|
|
|
Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving |
|
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: |
|
|
a. |
een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459): |
€ 51,30 |
|
b. |
een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen: |
€ 51,30 |
|
c. |
verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW): |
€ 33,85 |
|
d. |
verlenging van de geldigheidsduur van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW): |
€ 16,40 |
|
e |
voor het uitvoeren van het medisch onderzoek is een eigen bijdrage verschuldigd van: |
€ 49,25 |
|
f. |
tot het verkrijgen van een ontheffing in de zin van artikel 148 Wegenverkeerswet. |
€ 58,50 |
Paragraaf 1.10 Diversen
|
Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels |
|
||
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemenvan een aanvraag tot: |
|
||
|
1. |
het verstrekken van fotokopieën van stukken, voorzover daarvoor nietelders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: |
€ 1,05 |
|
|
2. |
het digitaal verstrekken van gegevens die schriftelijk beschikbaar zijn, per gescande pagina: |
|
|
|
|
a. |
in formaat A0, A1 of A2 |
€ 2,75 |
|
|
b. |
in formaat A3 |
€ 1,50 |
|
|
c. |
in formaat A4 of kleiner: |
€ 0,74 |
|
3. |
het verstrekken van gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: |
€ 0,32 |
|
|
4. |
het verstrekken van stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina: |
€ 0,32 |
|
|
Bij toezending per post van de in dit hoofdstuk omschreven aanvragen wordende leges verhoogd met de portokosten |
|
||
|
Artikel 1.35 Diverse vergunningen of ontheffingen |
|
|
Het tarief bedraagt voor elke andere vergunning/ontheffing of niet uitdrukkelijk in deze titel genoemd stuk, per stuk: |
€ 204 |
HOOFDSTUK 2 - DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
|
Artikel 2.1 Definities |
2026 |
||
|
1. |
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluitkwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. |
|
|
|
2. |
In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzijin de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. |
|
|
|
3. |
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: |
|
|
|
|
- |
binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; |
|
|
|
- |
binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regelsvoor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in hettijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; |
|
|
|
- |
lichte buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit, zoals opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze tarieventabel, waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan; |
|
|
|
- |
zware buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit, die niet is opgenomen in bijlage 2 behorende bij deze tarieventabel, waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan en die niet valt onder de artikelen 2.6, lid c (Bopa met bouwactiviteit), 2.7, 2.8, 2.9, of 2.10 van deze verordening; |
|
|
4. |
In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving:
|
|
|
|
5. |
In afwijking van bijlage I bij de Omgevingsregeling wordt onder bouwkosten verstaan: de normbouwkosten voor de bouwactiviteit, zoals daarin is voorzien in de bij deze tarieventabel behorende “Bijlage 1 bij de tarieventabel: Richtlijn bouwkosten 2026 Opsterland” en de bij de aanvraag opgegeven bouwkosten meer dan 10% naar beneden afwijken van deze normbouwkosten. |
|
|
|
Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven |
|
|
|
Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: |
||
|
a. |
een conceptverzoek te beoordelen of een principeverzoek te behandelen; |
|
|
b. |
een omgevingsvergunning als bedoeldin artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; |
|
|
c. |
een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; |
|
|
d. |
toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; |
|
|
e. |
een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; |
|
|
f. |
intrekking van een omgevingsvergunning; |
|
|
g. |
wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; |
|
|
h. |
een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g. |
|
|
Artikel 2.3 Bepalen tarief |
|
|
|
1. |
De in artikel 2.2 bedoelde legesworden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. |
|
|
2. |
Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. |
|
|
3. |
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordtin voorkomend geval verhoogd met hettarief voor een of meer toeslagen bedoeld in paragraaf 2.12. |
|
|
4 |
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. |
|
|
5. |
Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. |
|
|
6. |
In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. |
|
Paragraaf 2.2 Voorfase
|
Artikel 2.4 Conceptverzoek en principeverzoek |
|
|
|
Als de aanvraag betrekking heeft op beoordelen van een conceptverzoek dan wel het behandelen van een principeverzoek over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief: |
|
|
|
1. |
voor het beoordelen en/ofbehandelen van |
|
|
a. |
een conceptverzoek: |
€ 407 |
|
b. |
een principeverzoek: |
€ 407 |
|
2. |
Wanneer reeds bij de behandeling van het concept-verzoek of principeverzoek een advies of instemming van de gemeenteraad wordt gevraagd, worden hiervoor de advies- of instemmingskosten in rekening gebracht bij de verzoeker. Deze kosten bedragen: |
€ 840 |
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
|
Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk alshet ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
|
a. |
over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot € 25.000: |
1,95% |
|
|
van de bouwkosten, met een minimum van: |
€ 200 |
|
b. |
over het deel van de bouwkosten vanaf € 25.000tot € 50.000: |
1,85% |
|
|
van de bouwkosten, |
|
|
c. |
over het deel van de bouwkosten vanaf € 50.000 tot € 200.000: |
1,75% |
|
|
van de bouwkosten, |
|
|
d. |
over het deel van de bouwkosten vanaf € 200.000 tot € 2.500.000: |
1,60% |
|
|
van de bouwkosten; |
|
|
e. |
over het deel van de bouwkosten vanaf € 2.500.000: |
1,40% |
|
|
van de bouwkosten, meteen maximum van: |
€100.000 |
|
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) |
|
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
||
|
a. |
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: |
|
|
|
1. |
over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot € 25.000: |
1,55% |
|
|
|
van de bouwkosten, meteen minimum van: |
€ 200 |
|
|
2. |
over het deel van de bouwkosten vanaf € 25.000tot € 50.000: |
1,45% |
|
|
|
van de bouwkosten, |
|
|
|
3. |
over het deel van de bouwkosten vanaf € 50.000tot € 200.000: |
1,35% |
|
|
|
van de bouwkosten, |
|
|
|
4. |
over het deel van de bouwkosten vanaf € 200.000tot € 2.500.000: |
1% |
|
|
|
van de bouwkosten, |
|
|
|
5. |
over het deel van de bouwkosten vanaf € 2.500.000: |
0,80% |
|
|
|
van de bouwkosten, meteen maximum van: |
€ 50.000 |
|
|
Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads-en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
|
a. |
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: |
€ 289 |
|
b. |
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: |
€ 720 |
|
c. |
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: |
€ 720 |
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
|
Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten |
|
||||
|
1. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeldin artikel 5.1,eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument of voorbeschermd provinciaal monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|||
|
|
a. |
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 14 van de Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: |
|
||
|
|
|
1° |
voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument of het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: |
€ 339 |
|
|
|
|
2° |
gereserveerd |
|
|
|
|
b. |
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: |
|
||
|
|
|
1° |
voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument of het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijzewaardoor het wordtontsierd of in gevaar gebracht: |
€ 770 |
|
|
|
|
2° |
gereserveerd |
|
|
|
|
c. |
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: |
|
||
|
|
|
1° |
voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument of het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: |
€ 770 |
|
|
|
|
2° |
gereserveerd |
|
|
|
2. |
Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerstelid genoemde tarieven verhoogd met, de bedragen alsbedoeld in artikel 2.49. |
|
|||
|
3. |
Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024 is aangewezen respectievelijk waarop, voordathet is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing:
|
|
|||
|
4. |
In gevallen waarbij sprake is van een activiteit bij een monument die op grond van artikel 2.17 Bbl, 2.29 Bbl of 22.27 en 22.26 Bruidsschat (of Omgevingsplan indien de regels hierin zijn verwerkt) bij een niet monument vergunningsvrij zou zijn, worden voor de technische bouwactiviteit en omgevingsplan activiteit bouwen als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a of b, respectievelijk lid 2, sub a Omgevingswet, en genoemd in de artikelen 2.5 en 2.6 van deze tarieventabel, geen leges in rekening gebracht. |
|
|||
|
Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit |
|
||
|
1. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ookgaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
|
|
a. |
voor hetslopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument of het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordtontsierd of in gevaar gebracht: |
€ 339 |
|
|
b. |
Gereserveerd |
|
|
2. |
In gevallen waarbij sprake is van een activiteit bij een monument die op grond van artikel 2.17 Bbl, 2.29 Bbl of 22.27 en 22.26 Bruidsschat (of Omgevingsplan indien de regels hierin zijn verwerkt) bij een niet monument vergunningsvrij zou zijn, worden voor de technische bouwactiviteit en omgevingsplan activiteit bouwen als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a of b, respectievelijk lid 2, sub a Omgevingswet, en genoemd in de artikelen 2.5 en 2.6 van deze tarieventabel, geen leges in rekening gebracht. |
|
|
|
Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads-of dorpsgezicht |
|
||
|
1. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andereartikelen van dit hoofdstuk als het ookgaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
|
|
a. |
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 20 van de Erfgoedverordening gemeente Opsterland 2024 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: |
€ 339 |
|
|
b. |
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: |
€ 770 |
|
|
c. |
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: |
€ 770 |
|
2. |
Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatienog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. |
|
|
|
Artikel 2.11Gereserveerd |
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten
|
Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit |
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1,eerste lid, aanhefen onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van hetomgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 2.013 |
|
Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluitactiviteiten leefomgeving) |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
|
a. |
Bij oprichting of verandering of actualisatie (nietambtshalve) per milieubelastende activiteit: |
€ 2.013 |
|
b. |
bij een verandering of actualisatie van een functioneel ondersteunende activiteit |
€ 431 |
|
Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) |
|
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om dein die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit: |
|
||
|
a. |
bij oprichting: |
|
|
|
|
1. |
voor zover het de hele milieubelastende activiteit betreft: |
€ 5.592 |
|
|
2. |
voor zover het niet de hele milieubelastende activiteit betreft: |
€ 2.013 |
|
b. |
bij verandering of actualisatie (nietambtshalve): |
€ 2.013 |
|
|
c. |
indien er sprake is van een IPPC installatie, bedraagt het tariefin afwijking van bovenstaande: |
€ 7.548 |
|
|
Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) |
|
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7,3.5.8 en 3.5.11van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit: |
|
||
|
a. |
bij oprichting: |
|
|
|
|
1. |
voor zover het de helemilieubelastende activiteit betreft: |
€ 5.592 |
|
|
2. |
voor zover het niet de hele milieubelastende activiteit betreft: |
€ 2.013 |
|
b. |
bij verandering of actualisatie (nietambtshalve): |
€ 2.013 |
|
|
Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) |
|
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meeractiviteiten in de agrarische sectorals bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit: |
|
||
|
a. |
bij oprichting: |
|
|
|
|
1. |
voor zoverhet de hele milieubelastende activiteit betreft: |
€ 5.592 |
|
|
2. |
voor zoverhet niet de hele milieubelastende activiteit betreft: |
€ 2.013 |
|
b. |
bij verandering of actualisatie (niet ambtshalve) van het houden van landbouwhuisdieren: |
€ 2.013 |
|
|
c. |
bij een verandering of actualisatie van een functioneel ondersteunende activiteit: |
€ 431 |
|
|
d. |
Gereserveerd. |
|
|
|
Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) |
|
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaaldein de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit: |
|
||
|
a. |
bij oprichting: |
|
|
|
|
1. |
voor zover het de hele milieubelastende activiteit betreft: |
€ 5.592 |
|
|
2. |
voor zover het niet de hele milieubelastende activiteit betreft: |
€ 2.013 |
|
b. |
bij verandering of actualisatie (nietambtshalve): |
€ 2.013 |
|
|
Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving) |
|
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sectortransport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit: |
|
||
|
a. |
bij oprichting: |
|
|
|
|
1. |
voor zover het de helemilieubelastende activiteit betreft: |
€ 5.592 |
|
|
2. |
voor zover het niet de hele milieubelastende activiteit betreft: |
€ 2.013 |
|
b. |
bij verandering of actualisatie (nietambtshalve): |
€ 2.013 |
|
|
Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) |
|
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sectorsport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, per milieubelastende activiteit: |
|
||
|
a. |
bij oprichting: |
|
|
|
|
1. |
voor zover het de hele milieubelastende activiteit betreft: |
€ 5.592 |
|
|
2. |
voor zover het niet de hele milieubelastende activiteit betreft: |
€ 2.013 |
|
b. |
bij verandering of actualisatie (nietambtshalve): |
€ 2.013 |
|
|
Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten |
|
|
|
1. |
Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaalin de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meestgunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast. |
|
|
2. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt. |
|
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten
|
Artikel 2.21 Gereserveerd |
|
Artikel 2.22 Gereserveerd |
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
|
Artikel 2.23 Gereserveerd |
|
Artikel 2.24 Gereserveerd |
|
Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnenhet aandachtsgebied van die weg,als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
|
a. |
voor eenbinnenplanse omgevingsplanactiviteit: |
€ 408 |
|
b. |
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: |
€ 816 |
|
Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg |
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andereartikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 173 |
|
Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit |
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andereartikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 0 |
|
Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ookgaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
|
a. |
voor eenbinnenplanse omgevingsplanactiviteit: |
€ 173 |
|
|
en als moet worden beoordeeld of de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijndeomgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht, alsbedoeld in artikel22.278, tweede lid, van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, verhoogd met: |
€ 431 |
|
b. |
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: |
€ 604 |
|
c. |
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: |
€ 604 |
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten
|
Artikel 2.29 Gereserveerd |
|
Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden |
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellenvan een houtopstand, bedoeld in artikel 4:11van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 102 |
|
Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel 4.15 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang metartikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevenssprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
|
a. |
als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame: |
€ 102 |
|
Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zakenen/of objecten plaatsen op de weg |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8van de Omgevingswet en artikel 2.1avan het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
|
a. |
als de activiteit bestaatuit het daaropslaan van roerende zaken: |
€ 204 |
|
Artikel 2.33 Gereserveerd |
|
Artikel 2.34 Andere activiteiten |
|
||
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: |
|
||
|
a. |
betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief,onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
€ 408 |
|
|
b. |
betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: |
|
|
|
|
1. |
voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: |
€ 408 |
|
|
2. |
voor een lichte buitenplanse omgevingsplanactiviteit: |
€ 408 |
|
|
3. |
voor een zware buitenplanse omgevingsplanactiviteit |
€ 3060 |
|
|
4. |
voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit: |
€ 408 |
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
|
Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten |
|
|
|
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief: |
|
|
|
a. |
voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:
|
|
|
per maatwerkvoorschrift: |
€ 408 |
|
|
b. |
in anderegevallen dan bedoeldin onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: |
€ 408 |
|
Artikel 2.36 Gereserveerd |
|
Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten |
|
|
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: |
€ 102 |
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid
|
Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel |
|
||
|
1. |
Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: |
|
|
|
|
a. |
een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur: |
€ 102 |
|
|
b. |
een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur: |
€ 102 |
|
|
c. |
een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur: |
€ 102 |
|
|
d. |
een andere activiteit dan bedoeldin de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur: |
€ 102 |
|
2. |
Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdagschriftelijk is ingetrokken. |
|
|
Paragraaf 2.11 Overige tarieven
|
Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit |
|
|
Het tarief bedraagt voorhet in behandeling nemen van eenaanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: |
€ 408 |
|
Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning |
|
|
|
1. |
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. |
|
|
2. |
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project, bedraagt het tarief: |
5% |
|
|
van het verschuldigde legesbedrag voor de oorspronkelijke omgevingsvergunning, |
|
|
|
met een minimum van: |
€ 200 |
|
|
met een maximum van: |
€ 5.000 |
|
Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning |
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: |
€ 408 |
|
Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning |
|
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzijartikel 2.58 van toepassing is: |
€ 408 |
|
2. |
Dit artikel is ook niet van toepassing wanneer een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een verleende omgevingsvergunning, plaatsvindt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders. |
|
|
Artikel 2.43 Gereserveerd |
|
Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten |
|
|
De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijnvan overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. |
|
Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan |
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemenvan een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: |
€ 3060 |
|
Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag |
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemenvan een aanvraag tot het nemenvan een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: |
€ 408 |
Paragraaf 2.12 Toeslagen
|
Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag |
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning vooreen activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, wordende op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: |
10% |
|
Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure |
|
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: |
|
|
|
a. |
als sprake is van een milieubelastende activiteit: |
€ 0 |
|
b. |
als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: |
€ 816 |
|
c. |
als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b: |
€ 408 |
|
Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten |
|
|
|
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dithoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: |
|
|
|
a. |
voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: |
€ 408 |
|
b. |
voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport: |
€ 408 |
|
c. |
voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting: |
€ 408 |
|
d. |
voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: |
€ 408 |
|
e. |
voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport: |
€ 408 |
|
f. |
voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): |
€ 408 |
|
g. |
voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: |
€ 408 |
|
Artikel 2.50 Advies |
|
||
|
1. |
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: |
|
|
|
|
a. |
voor een advies van de gemeenteraad: |
€ 840 |
|
|
b. |
Gereserveerd |
|
|
|
c. |
Gereserveerd |
|
|
|
d. |
Gereserveerd |
|
|
2. |
Gereserveerd |
|
|
|
Artikel 2.51 Instemming |
|
||
|
1. |
Onverminderd het bepaalde in de andereartikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: |
|
|
|
|
a. |
als de gemeenteraad moet besluiten over de instemming: |
€ 840 |
|
|
b. |
als een ander bestuursorgaan moet besluiten over de instemming: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. |
|
|
2. |
Het bedrag bedoeldin het eerstelid, onder b, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzijde aanvraag voordeze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. |
|
|
Paragraaf 2.13 Vermindering
|
Artikel 2.52 Vermindering na conceptverzoek of principeverzoek |
|
||
|
1. |
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, of het verzoek om wijziging van het omgevingsplan zoals omschreven in artikel 2.45, is voorafgegaan door een aanvraag om een conceptverzoek te beoordelen dan wel om een principeverzoek te behandelen als bedoeld in artikel 2.2,aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning of het verzoek om wijziging van het omgevingsplan betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemenvan de aanvraag om de omgevingsvergunning of het verzoek om wijziging van het omgevingsplan verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: |
100% |
|
|
van de voor het beoordelen van het conceptverzoek of de behandeling van het principeverzoek geheven leges. |
|
||
|
2. |
Voor de toepassing van het eerstelid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning dan wel het verzoek om wijziging van het omgevingsplan gedaan: |
|
|
|
|
a. |
voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop hetconceptverzoek of principeverzoek betrekking had; |
|
|
|
b. |
in overeenstemming met de uitkomsten van het conceptverzoek of principeverzoek; en |
|
|
|
c. |
binnen twaalf maanden na het verzenden van de uitkomst van het conceptverzoek of principeverzoek aan de aanvrager. |
|
|
3. |
De vermindering kan slechts eenmaal toegepast worden. |
|
|
|
Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag |
|
|
|
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op vijf of meer activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van leges voor de milieubelastende activiteiten als bedoeld in paragraaf 2.5 en het legesdeel dat betrekking heeft op de toeslagen genoemd in paragraaf 2.12.De vermindering bedraagt: |
|
|
|
a. |
bij 5 tot 10 activiteiten: |
5% |
|
|
van de voor die activiteiten verschuldigde leges; |
|
|
b. |
bij 10 tot 15 activiteiten: |
5% |
|
|
van de voor die activiteiten verschuldigde leges; |
|
|
c. |
bij 15 of meer activiteiten: |
5% |
|
|
van de voor die activiteiten verschuldigde leges. |
|
Paragraaf 2.14 Teruggaaf
|
Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig |
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.60 en 2.61: |
85% |
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. |
|
|
Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten |
|
|
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.60 en 2.61: |
85% |
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. |
|
|
Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure |
|
|
|
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt, terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.60 en 2.61: |
|
|
|
a. |
bij gehele of gedeeltelijke intrekking van de aanvraag, al dan niet op advies van het bevoegd gezag: |
75% |
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; |
|
|
|
b. |
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op verzoek van het bevoegd gezag: |
100% |
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. |
|
|
|
Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure |
|
|
|
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluitheeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.60 en 2.61: |
|
|
|
a. |
bij gehele of gedeeltelijke intrekking van de aanvraag, al dan niet op advies van het bevoegd gezag: |
75% |
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; |
|
|
b. |
bij geheleof gedeeltelijke intrekking op verzoek van bevoegd gezag: |
100% |
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. |
|
|
Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten |
|
|
Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw-of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.60 en 2.61: |
30% |
|
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. |
|
|
Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten |
|
|
|
a. |
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.60 en 2.61: |
50% |
|
|
van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. |
|
|
b. |
Onder eenweigering bedoeld in onderdeel a wordt medeverstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. |
|
|
Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel toeslagen |
|
|
In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeftop de toeslagen genoemd in paragraaf 2.12. |
|
Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf |
|
|
Een bedrag minder dan € 115 wordt niet teruggegeven. |
|
HOOFDSTUK 3 - DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2
Paragraaf 3.1 Horeca
|
Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: |
|
|
|
a. |
een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening: |
€ 268 |
|
b. |
een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening: |
€ 268 |
|
Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: |
|
|
|
a. |
een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet: |
€ 639 |
|
b. |
een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid,van de Alcoholwet: |
€ 79 |
|
c. |
een meldingals bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet: |
€ 233 |
|
d. |
een aanvraag om wijziging van hetaanhangsel als bedoeldin artikel 30a,tweede lid, van de Alcoholwet: |
€ 233 |
|
e. |
een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet: |
€ 79 |
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven
|
Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf |
|
||
|
1. |
Het tarief bedraagt voorhet in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening: |
|
|
|
|
a. |
voor een escortbedrijf: |
€ 1210 |
|
|
b. |
voor andere prostitutiebedrijven dan bedoeld in onderdeel a: |
€ 1210 |
|
|
c. |
voor andereseksbedrijven dan bedoeldin de onderdelen a en b: |
€ 1210 |
|
Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf |
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een in artikel 3.3 bedoelde vergunning |
€ 744 |
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet
|
Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: |
|
|
|
a. |
een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet: |
€ 408 |
|
b. |
wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing: |
€ 102 |
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt
|
Artikel 3.6 Organiseren evenement |
|
|
|
Het tarief bedraagt voorhet in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), als het betreft: |
|
|
|
a. |
Klein evenement in de zin van artikel 2.24, lid 3: |
€ 0,00 |
|
b. |
Groot evenement, een evenement meteen piekbezoekersaantal van meer dan 5.000 bezoekers of een evenement met verhoogd risicoprofiel o.b.v. classificatie van de veiligheidsregio. |
€ 1683 |
|
c. |
Overig evenement, zijnde een evenement dat niet voldoet aan de criteria voor “Klein” of “Groot” |
€ 0,00 |
|
d. |
Wijzigen evenementenvergunning |
€ 0,00 |
|
e. |
Tijdelijk kamperen bij een evenement |
€ 0,00 |
|
Artikel 3.7 Organiseren markt |
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning: |
|
|
|
a. |
voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:23 van de Algemene plaatselijke verordening: |
€ 0,00 |
|
b. |
Gereserveerd. |
|
Paragraaf 3.5 Standplaatsen
|
Artikel 3.8 Gereserveerd |
|
Artikel 3.9 Gereserveerd |
|
Artikel 3.10 Losse standplaatsen |
|
|
|
1 |
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel5:18 van de Algemene plaatselijke verordening bedraagt: |
|
|
a. |
voor één dag per kalenderjaar: |
€ 107 |
|
b. |
voor twee dagen tot 20 dagenper kalenderjaar: |
€ 213 |
|
c. |
vanaf 20 dagen per kalenderjaar: |
€ 265 |
|
d. |
Wanneer een vergunning genoemd onder 1 a, 1b, of 1c wordt verleend voor meerdere jaren, bedraagt de verhoging voor het 2e en volgende kalenderjaar: gerekend over het 1e jaar. |
20% |
|
2 |
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 5:18 Algemene plaatselijke verordening door een vereniging of stichting, waarbij blijkens de statuten of handelingen in het maatschappelijk verkeer sprake is van een niet- commerciële activiteit en/of realisering van een ideële doelstelling zonder winstoogmerk, voor een standplaats bedraagt: |
|
|
a. |
voor één dag per kalenderjaar: |
€ 27 |
|
b. |
voor twee dagen tot 20 dagenper kalenderjaar: |
€ 53 |
|
c. |
vanaf 20 dagen per kalenderjaar: |
€ 107 |
|
d. |
Wanneer een vergunning genoemd onder 2a, 2b, of 2c wordt verleend voor meerdere jaren, bedraagt de verhoging voor het 2e en volgende kalenderjaar: gerekend over het 1e jaar, |
20% |
Paragraaf 3.6 Gereserveerd
|
Artikel 3.11 Gereserveerd |
|
|
Artikel 3.12 Gereserveerd |
|
|
Artikel 3.13 Gereserveerd |
|
|
Artikel 3.14 Gereserveerd |
|
|
Artikel 3.15 Gereserveerd |
|
|
Artikel 3.16 Gereserveerd |
|
|
Artikel 3.17 Gereserveerd |
|
|
Artikel 3.18 Gereserveerd |
|
Paragraaf 3.7 Overige besluiten
|
Artikel 3.19 Overige besluiten |
|
|
|
1. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2.10 van de Algemene plaatselijke verordening bedraagt: |
€ 102 |
|
2. |
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 5.34 van de Algemene plaatselijke verordening: |
€ 0 |
|
Artikel 3.20 Niet benoemd besluit op aanvraag |
|
|
|
|
|
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: |
€ 204 |
Bijlage 1 bij de tarieventabel: Richtlijn bouwkosten 2026 Opsterland.
overeenkomstig NEN 2699 (excl. BTW)
inhoudsberekening volgens NEN 2580
|
Soort bouwwerk |
Omschrijving |
Eenheid |
Richtprijs 2026 |
|
WONINGEN |
|
|
|
|
Geschakelde woningen, projectmatig |
|
m3 |
€ 305 |
|
Geschakelde woningen |
|
m3 |
€ 355 |
|
Half vrijstaandewoningen, projectmatig |
|
m3 |
€ 405 |
|
half vrijstaandewoningen |
|
m3 |
€ 450 |
|
Vrijstaande woningen |
|
m3 |
€ 465 |
|
Systeembouw woningen |
|
m3 |
€ 285 |
|
Gestapeld, appartementen |
|
m3 |
€ 525 |
|
|
|
|
|
|
BIJGEBOUWEN BIJWONINGEN |
|
|
|
|
Uitbreiding |
woonruimte |
m3 |
€ 520 |
|
Uitbreiding |
bergruimte |
m3 |
€ 210 |
|
Serre |
woonruimte |
m2 |
€ 625 |
|
Serre |
geen woonruimte |
m2 |
€ 565 |
|
Verandering intern |
woonruimte |
m3 |
€ 220 |
|
Garage / berging |
hout |
m3 |
€ 190 |
|
Garage / berging |
halfsteens plat of kap |
m3 |
€ 210 |
|
Garage / berging |
spouw plat of kap |
m3 |
€ 250 |
|
Kelder |
prefab |
m3 |
€ 475 |
|
Dakopbouw |
breedte |
m1 |
€ 1.925 |
|
Carport |
open constructie |
m2 |
€ 250 |
|
Tuinhuisje |
prefab |
m2 |
€ 265 |
|
Houten schutting/pergola |
per lengte |
m1 |
€ 105 |
|
Tuinmuur hout/metselwerk |
per lengte |
m1 |
€ 190 |
|
|
|
|
|
|
AGRARISCHE BOUWWERKEN |
|
|
|
|
Bovengronds |
mestsilo |
m3 |
€ 75 |
|
Ondergronds |
mestsilo |
m3 |
€ 105 |
|
Kelder |
los/onder gebouw |
m3 |
€ 235 |
|
Werktuigenbergingdrie zijden gesloten |
staalplaat |
m3 |
€ 25 |
|
Werktuigenbergingdrie zijden gesloten |
metselwerk |
m3 |
€ 45 |
|
Werktuigenbergingvier zijden gesloten |
staalplaat |
m3 |
€ 30 |
|
Werktuigenbergingvier zijden gesloten |
metselwerk |
m3 |
€ 55 |
|
Stal voor melkkoeien |
groen label |
plaats |
€ 6.890 |
|
Stal voor rundvee |
groen label |
plaats |
€ 960 |
|
Stal voor kraamzeugen |
groen label |
plaats |
€ 3.650 |
|
Stal voor vleesvarkens |
groen label |
plaats |
€ 680 |
|
Stal voor dragende zeugen |
groen label |
plaats |
€ 1535 |
|
Stal voor biggen |
groen label |
plaats |
€ 365 |
|
Stal voor kippen |
groen label |
plaats |
€ 18 |
|
Kassen |
enkel glas |
m2 |
€ 45 |
|
Kassen |
isolerend glas |
m2 |
€ 75 |
|
Folietunnel |
|
m2 |
€ 30 |
|
|
|
|
|
Soort bouwwerk |
Omschrijving |
Eenheid |
Richtprijs 2026 |
|
KANTOREN |
|
|
|
|
Kantoren nieuwbouw tot4 lagen |
|
m3 |
€ 555 |
|
Kantoren nieuwbouw vanaf4 lagen |
|
m3 |
€ 585 |
|
Kantoren verbouw |
casco gehandhaafd |
m3 |
€ 285 |
|
Kantoor bij bedrijfsgebouw |
|
m3 |
€ 250 |
|
|
|
|
|
|
WINKELGEBOUWEN |
|
|
|
|
Winkelruimte eenlaags |
|
m3 |
€ 295 |
|
Winkelruimte gestapeld |
|
m3 |
€ 365 |
|
Winkelruimte verbouw |
casco gehandhaafd |
m3 |
€ 285 |
|
|
|
|
|
|
SCHOOLGEBOUWEN |
|
|
|
|
Schoolgebouw |
|
m3 |
€ 405 |
|
Semi permanente voorziening |
|
m3 |
€ 295 |
|
|
|
|
|
|
ZIEKENHUIZEN VERPLEEGHUIZEN |
|
|
|
|
Ziekenhuis |
m2/bvo |
m2 |
€ 1565 |
|
Zorginstelling |
m2/bvo |
m2 |
€ 885 |
|
Geestelijke/gehandicapten gezondheidszorg |
m2/bvo |
m2 |
€ 730 |
|
|
|
|
|
|
BEDRIJFSGEBOUWEN |
|
|
|
|
Romneyloods |
|
m3 |
€ 30 |
|
Hal plaatstaal damwand |
<500m3 |
m3 |
€ 100 |
|
Hal plaatstaal damwand |
>500m3 |
m3 |
€ 80 |
|
Hal plaatstaal geïsoleerd |
<500m3 |
m3 |
€ 115 |
|
Hal plaatstaal geïsoleerd |
>500m3 |
m3 |
€ 65 |
|
Hal metselwerk geïsoleerd |
|
m3 |
€ 135 |
|
Semi permanente unit |
|
m3 |
€ 340 |
|
|
|
|
|
|
THEATER- BIOSCOOPGEBOUWEN |
|
|
|
|
Theatergebouw |
|
m3 |
€ 605 |
|
Bioscoopgebouw |
|
m3 |
€ 525 |
|
|
|
|
|
|
HOTEL- LOGIESGEBOUWEN |
|
|
|
|
Hotelgebouw |
|
m3 |
€ 560 |
|
Logiesgebouw |
|
m3 |
€ 485 |
|
Multifunctioneelcentrum |
|
m3 |
€ 485 |
|
|
|
|
|
|
PARKEERGARAGES |
|
|
|
|
Ondergronds |
|
plaats |
€ 48.520 |
|
Half verdiept met gevel |
|
plaats |
€ 32.280 |
|
Half verdiept zondergevel |
|
plaats |
€ 24.260 |
|
Bovengronds met gevel |
|
plaats |
€ 20.200 |
|
Bovengronds zonder gevel |
|
plaats |
€ 13.775 |
|
|
|
|
|
|
SPORT- KLEEDGEBOUWEN |
|
|
|
|
Gym zaal |
|
m3 |
€ 385 |
|
Sporthal |
|
m3 |
€ 365 |
|
Kleedgebouw (sportvereniging) |
|
m3 |
€ 425 |
|
Semi permanente voorziening |
|
m3 |
€ 295 |
Bijlage 2 bij de tarieventabel:
A. Categorieën lichte buitenplanse omgevingsplan activiteiten:
Voor de toepassing van deze legesverordening worden als lichte buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aangemerkt:
- 1.
een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan;
- 2.
een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a, van het voormalige Besluit omgevingsrecht dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
- a.
niet hoger dan 5 m, en
- b.
de oppervlakte niet meer is dan 50 m²;
- a.
- 3.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
- a.
niet hoger dan 10 m, en
- b.
de oppervlakte niet meer is dan 50 m²;
- a.
- 4.
een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw;
- 5.
een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m;
- 6.
het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied;
- 7.
het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, met uitzondering van een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen;
- 8.
ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 7, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
Uitzonderingen
Er is geen sprake van een lichte buitenplanse omgevingsplan activiteit voor zover het een grote stedenbouwkundige ontwikkeling is of wanneer er redelijkerwijs bezwaren te verwachten zijn naar aanleiding van een aanvraag.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl