Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753751
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753751/1
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Geertruidenberg 2025
Geldend van 24-12-2025 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Geertruidenberg 2025Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Geertruidenberg 2025
Besluit van de raad van de gemeente Geertruidenberg tot vaststelling van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Geertruidenberg 2025 (artikel 212 Gemeentewet)
De raad van de gemeente Geertruidenberg;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders (hierna te noemen: het college) van 10 november 2025;
gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (hierna te noemen: het BBV);
gelezen het advies van de auditcommissie van 4 december 2025;
besluit vast te stellen de volgende verordening;
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Geertruidenberg 2025 (artikel 212 Gemeentewet)
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;
- b.
directie: organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een rechtstreekste verantwoordelijkheid aan het college;
- c.
doelmatigheid: de mate waarin de gewenste doelen worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, of de mate waarin met de beschikbare middelen zo veel mogelijk resultaat wordt bereikt;
- d.
doeltreffendheid: de mate waarin de gemeente erin slaagt de gestelde doelen te bereiken;
- e.
domein: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan de directie;
- f.
inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves
- g.
investeringen: het vastleggen van vermogen in duurzame goederen waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt;
- h.
overhead: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces;
- i.
programma: een samenhangend geheel van producten, activiteiten en geldmiddelen gericht op het bereiken van vooraf bepaalde maatschappelijke effecten, waaraan indicatoren gekoppeld zijn;
- j.
rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten;
- k.
rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving;
- l.
taakveld: heeft betrekking op de taken en daaraan gerelateerde activiteiten waar baten en lasten mee gemoeid zijn, welke conform het BBV zijn onderverdeeld; zij clusteren niet alleen producten (goederen en diensten), maar ook taken en activiteiten die niet direct te vertalen zijn in kosten per hoeveelheid; en
- m.
verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft.
De onderstaande en alle hierna volgende schuingedrukte teksten in deze financiële verordening bevatten een toelichting op het betreffende artikel erboven.
Voor de gehanteerde begrippen in de verordening gelden de definities uit de Gemeentewet, de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), het BBV en het Besluit accountantscontrole Provincie en Gemeenten. Overige begrippen uit de verordening zijn in dit artikel gedefinieerd.
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording
Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen
- 1.
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college vast:
- a.
een programma-indeling; en
- b.
de taakvelden per programma; en
- c.
de beleidsindicatoren: het voorstel van het college bevat in ieder geval de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het BBV.
- a.
- 2.
De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
De indeling van de programma’s wordt bij aanvang van iedere raadsperiode door de raad vastgesteld. Het BBV bepaalt in aanvulling hierop dat de taakvelden aan de programma’s worden toegewezen. Daarnaast kan de raad aanvullende onderwerpen aandragen waarover zij kaders wil stellen en geïnformeerd wil worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een paragraaf subsidies of een paragraaf duurzaamheid. Dat geldt ook voor aanvullende indicatoren. De raad heeft de mogelijkheid om hieraan onderwerpen toe te voegen gedurende de raadsperiode.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
- 1.
Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de begrote lasten en baten en het resultaat per programma weergegeven. Bij de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten en het resultaat per programma weergegeven.
- 2.
In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma (voorschrift BBV) worden posten vanaf € 50.000 afzonderlijk gespecificeerd.
- 3.
Bij de uiteenzetting van het investeringsplan in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringsbudget weergegeven.
- 4.
Het verloop van de investeringsbudgetten wordt in de jaarrekening toegelicht. De uitputting van de geautoriseerde investeringsbudgetten en de actuele raming van de totale uitgaven worden weergegeven. Wanneer sprake is van overschrijding groter of gelijk aan € 25.000 op het investeringsbudget, dan wordt deze binnen de bestaande criteria toegelicht. Voor de geautoriseerde investeringsbudgetten wordt in de jaarrekening een voorstel tot afsluiten gemaakt.
Aanvullend op het BBV zijn bepalingen opgenomen voor de inrichting van de begroting. Naast de W-vragen ‘Wat willen we bereiken?’ en ‘Wat gaan we er voor doen?’ is hier de derde W-vraag ‘Wat mag het kosten?’ bedoeld voor de uitwerking van de begroting en de jaarstukken.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming
- 1.
Het college biedt jaarlijks aan de raad een kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad neemt kennis van deze nota.
- 2.
In de begroting wordt een post onvoorzien voor incidentele baten en lasten opgenomen.
In de kadernota staan uitgangspunten die het college bij het opstellen van de begroting en meerjarenraming in acht moet nemen.
Artikel 5a. Autorisatie begroting
- 1.
De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.
- 2.
In afwijking van het eerste lid kan de raad een activiteit, welke onderdeel is van een programma, als prioriteit aanwijzen en daarvoor de baten en lasten apart autoriseren.
- 3.
Het college informeert de raad, volgens het voorgestelde rapportagemoment in artikel 6 lid 1, als zij verwacht dat de lasten en/of baten of een prioriteit afwijken van de door de raad vastgestelde baten en lasten per programma. Het college doet daarbij voorstellen voor bijstelling van het budget en/of voor bijstelling van het beleid ten opzichte van de begroting. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de lasten van het programma of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringsbudget, of voor het bijstellen van het beleid.
Het budgetrecht ligt bij de raad. De raad neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en activiteiten op de begroting beschikbaar stelt voor de eerste jaarschijf. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad besluiten nemen voor het wijzigen van de begroting. De raad kan kiezen op welk niveau zij budgetten beschikbaar stelt. Autorisatie van de baten en de lasten vindt plaats op het niveau van programma’s.
Artikel 5b. Autorisatie investeringsbudgetten
- 1.
Voor het activeren van investeringen wordt een ondergrens gehanteerd van € 25.000. Gronden en terreinen vormen een uitzondering op deze regel. Deze worden altijd geactiveerd.
- 2.
Investeringsbudgetten die in het investeringsplan in de begroting zijn opgenomen worden voor het eerstvolgende begrotingsjaar gevoteerd. De andere jaren zijn richtinggevend.
- 3.
Voor een investering waarvan het investeringsbudget niet bij het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, biedt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een voorstel aan de raad aan.
- 4.
Niet compensabele of verrekenbare BTW wordt opgeteld bij de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van de investering en geactiveerd en ook opgenomen in de investeringsbudgetten. Indien SPUK SPORT van toepassing is worden de investeringsbudgetten bruto gevoteerd (dus inclusief BTW) opgenomen.
- 5.
Investeringen die door de raad zijn goedgekeurd en waar een aanbestedingsproces van toepassing is worden pas aan de organisatie ter beschikking gesteld na goedkeuring van de aanbesteding door het college.
- 6.
Het college is bevoegd een geautoriseerd investeringsbudget met ten hoogste 10%, tot een maximum van € 25.000, te overschrijden, mits die overschrijding plaatsvindt binnen de door de raad vastgestelde kaders. Over deze overschrijding zal uiterlijk in de jaarrekening worden gerapporteerd.
- 7.
Bij meerjarige investeringsbudgetten wordt een overschrijding van een jaarschijf niet als onrechtmatig benoemd, zolang aannemelijk is dat het totaal van de uitgaven binnen het investeringsbudget meerjarig blijven. Over deze overschrijding zal uiterlijk in het jaarverslag worden gerapporteerd. Deze budgetten worden overgeheveld naar het volgende jaar. Instemming van de Raad vindt bij het vaststellen van de jaarrekening plaats.
- 8.
Een investeringsbudget vervalt binnen twee jaar na eerste vaststelling indien niet is gestart met de werkzaamheden. Verlenging van de termijn van twee jaar moet worden goedgekeurd door het college. Instemming van de Raad vindt bij het vaststellen van de jaarrekening plaats.
- 9.
Investeringsbudgetten worden, op voorstel van het college, aan het einde van het jaar van ingebruikname van de investering door een raadsbesluit afgesloten.
Naast lopende uitgaven doet een gemeente investeringen. Voor de autorisatie van investeringsbudgetten is gekozen deze bij de begrotingsbehandeling mee te nemen (artikel 5a lid 3). Het college is niet bevoegd verplichtingen voor een investering aan te gaan, welke niet in de begrotingsbehandeling zijn meegenomen.
Investeringsbudgetten die in de begroting jaar t worden gevoteerd, worden uiterlijk per ultimo jaar t+1 afgesloten. Voor investeringen die een langere doorlooptijd hebben kan van deze bepaling worden afgeweken nadat in het initiële voorstel de verwachte langere doorlooptijd wordt vermeld of wanneer in de planning- en controlcyclus hierover wordt gerapporteerd. Investeringsbudgetten in jaar t worden gevoteerd, investeringsbudgetten voor latere jaren zijn indicatief.
Indien er sprake is van SPUK SPORT verrekening dan wordt de nabetaling (definitieve SPUK betaling) na afsluiting van het investeringsbudget verrekend met dit investeringsbudget.
Artikel 6. Tussentijdse rapportages
- 1.
Het college informeert de raad driemaal per jaar door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar:
- a.
De 1e tussentijdse rapportage is onderdeel van de voorjaarsnota en behandelt de financiële ontwikkelingen over de eerste 3 maanden van het begrotingsjaar.
- b.
De 2e tussentijdse rapportage is onderdeel van de najaarsnota en behandelt de financiële ontwikkelingen over de eerste 6 maanden van het begrotingsjaar.
- c.
De 3e rapportage dient met name als slotwijziging en behandelt de budgetaanpassingen over de eerste 10 maanden van het begrotingsjaar. Met het vaststellen van de slotwijziging door de raad geeft de raad invulling aan zijn budgetrecht en is de rechtmatigheid van baten en lasten geborgd.
- a.
-
De 3e rapportage heeft geen meerjarige doorwerking.
- 2.
De tussentijdse rapportages, genoemd onder lid 1a en 1b, bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:
- a.
de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar taakvelden;
- b.
het totale saldo van de baten en lasten;
- c.
de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;
- d.
het resultaat, volgend uit de onderdelen b en c;
- e.
de realisatie en raming van de uitputting van de investeringsbudgetten; en
- f.
het verloop van de reserves en voorzieningen.
- a.
- 3.
De tussentijdse rapportage, zoals genoemd onder lid 1c, bevat een overzicht met bijgestelde ramingen.
- 4.
In de tussenrapportages wordt op programmaniveau gerapporteerd over financiële afwijkingen van de begroting groter dan € 25.000. Over de financiële afwijkingen op lasten en/of baten van de investeringsbudgetten van ten hoogste 10%, tot een maximum van € 25.000, wordt eveneens gerapporteerd. Afwijkingen van politiek bestuurlijke importantie dienen in elk geval te worden toegelicht.
- 5.
Elk voorstel tot budgetaanpassing bevat een voorstel voor wijzigingen in de begroting.
- 6.
De raad wordt tussentijds over beleidsmatige afwijkingen gerapporteerd op programma- of taakveldniveau in een raadsinformatiebrief.
Een belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus voor de raad is de tussentijdse rapportage. Door middel van tussentijds rapporteren wordt de raad geïnformeerd over de uitputting van budgetten en investeringsbudgetten. Hier wordt ook bepaald welke afwijkingen ten opzichte van de begroting het college in de tussentijdse rapportage moet toelichten. Afwijkingen met een politieke relevantie worden ook toegelicht.
Artikel 7. Jaarstukken
- 1.
Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.
- 2.
Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.
- 3.
Het overzicht van overhevelingen wordt separaat in de jaarrekening opgenomen.
Overhevelingen kunnen worden onderverdeeld in 2 groepen:
1. Beleidsmatige overhevelingen: dit betreft budgetten die in jaar t niet zijn besteed en waarvan aan de raad wordt voorgesteld deze budgetten naar jaar t+1 over te hevelen om activiteiten af te kunnen ronden. Het gaat hier om specifieke middelen voor de uitvoering van concrete activiteiten of projecten waar geen structureel budget voor aanwezig is, waarvan de uitvoering vertraagd is en die in het volgend jaar kunnen worden afgerond.
2. Technische overhevelingen: dit betreft enerzijds budgetten waarvoor in jaar t al wel verplichtingen met derde partijen zijn aangegaan maar waarvan de prestatie nog niet is geleverd. Om deze verplichtingen te kunnen nakomen moet in jaar t+1 het budget beschikbaar blijven. Anderzijds gaat het om nog niet gerealiseerde exploitatiebijdragen aan projecten die nodig zijn om projecten te kunnen uitvoeren of afronden.
Een overhevelingsbedrag dient goed gemotiveerd te worden, van materiele omvang te zijn en aan te sluiten bij onze bestendige gedragslijn, te weten:
a. Groter dan € 25.000, of van politiek bestuurlijke importantie.
b. De overheveling moet een incidenteel karakter hebben.
c. Overhevelingen die hun herkomst hebben uit t-2 gaan niet over naar in de jaarrekening van t, tenzij argumentatie dit vereist.
Artikel 8. Wensen en bedenkingen over grote onderwerpen
- 1.
In het kader van de actieve informatieplicht beslist het college niet over:
- a.
de aankoop en verkoop van (onroerende) goederen, werken en diensten groter dan € 50.000, tenzij deze reeds in de begroting is opgenomen;
- b.
het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 50.000;
- c.
het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen groter dan € 50.000,
- a.
-
dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
-
Het voornemen van het college om uitgaven te doen van meer dan € 50.000 waarvan niets in de begroting staat, wordt ter bespreking geagendeerd voor de eerstkomende raadsvergadering (discussieraad of besluitvormende raad).
- 2.
In gevallen waarbij sprake is van niet in de begroting opgenomen spoedeisende uitgaven wordt melding gedaan aan de raad waarna deze alsnog via rapportagemogelijkheden, zoals beschreven in artikel 6 lid 1, bekrachtigd wordt.
Het artikel schept duidelijkheid tussen het college en de raad over wanneer de raad in elk geval vóóraf wenst te worden geïnformeerd en in de gelegenheid wil worden gesteld zijn wensen en bedenkingen aan het college kenbaar te maken. Van belang hierbij is de afspraken zodanig te formuleren dat college én raad beide hun rol kunnen vervullen.
Artikel 9. EMU-saldo
Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het Economische Monetaire Unie (EMU)-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd dat ze een aandeel hebben in het plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke gemeenten overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt door vertaald. Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is gewenst.
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
- 1.
De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.
- 2.
In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de dotaties aan de reserves.
- 3.
In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000 specifiek toegelicht, ook wel de rapporteringstolerantie genaamd.
- 4.
Begrotingsafwijkingen, zijnde overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van lasten, investeringen en baten zijn op zichzelf niet onrechtmatig indien deze tijdig zijn gemeld door de raad.
- 5.
Onder ‘tijdig melden’ wordt verstaan het melden van de afwijking in de P&C-producten (dat zijn onder andere begroting, begrotingswijziging) gedurende het jaar of in de jaarstukken.
- 6.
Overschrijding van lasten of investeringsbudgetten zijn onrechtmatig. Onrechtmatigheden worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
- a.
Er sprake is van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren waaronder, en niet uitsluitend, subsidiebijdrage van derden.
- b.
Er sprake is van overschrijdingen van lasten binnen nog niet-afgesloten grondexploitaties zijn rechtmatig.
- c.
Er sprake is van een overschrijding op een openeinde regeling.
- d.
Er sprake is van verplichte bijdragen aan verbonden partijen.
- e.
De overschrijding van baten en/of lasten en/of investeringsbudgetten passen binnen de beleidskaders van de raad.
- a.
Artikel 11. Voorwaardencriterium
- 1.
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
- 2.
Het college biedt periodiek ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit interne regels en uit relevante wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.
Financiële beheershandelingen zijn alle handelingen die betrekking hebben op het beheer van financiële middelen, zoals het innen van belastingen, het doen van inkopen en aanbestedingen, en het verstrekken van subsidies. Deze handelingen moeten rechtmatig worden uitgevoerd, wat betekent dat ze in overeenstemming moeten zijn met wet- en regelgeving.
Artikel 12. Begrotingscriterium
- 1.
Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringsbudgetten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen.
- 2.
De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.
- 3.
Bij investeringen wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op basis van het totale geautoriseerde budgetbedrag dat beschikbaar is gesteld. Een overschrijding van het jaarbudget, mits binnen het totaalbedrag van het budget, wordt als rechtmatig beschouwd.
- 4.
Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
- a.
Er sprake is van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren waaronder, en niet uitsluitend, subsidiebijdrage van derden.
- b.
Overschrijdingen van lasten binnen nog niet-afgesloten grondexploitaties zijn rechtmatig.
- c.
Er sprake is van een overschrijding op een open-einde regeling.
- d.
Begrotingsafwijkingen in de vorm van onderschrijding van lasten en/of investeringen en afwijkingen van baten zijn rechtmatig als deze tijdig zijn gemeld aan de raad. Daarmee worden ze niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
- e.
Onder ‘tijdig melden’ wordt verstaan het melden van de afwijking in de P&C-producten (dat zijn onder andere begroting, begrotingswijziging) gedurende het jaar of in de jaarstukken.
- f.
Er sprake is van verplichte bijdragen aan verbonden partijen.
- a.
- 5.
Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, en daarmee acceptabel zijn, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering, tenzij deze groter zijn dan € 100.000.
Artikel 13. Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium
- 1.
Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.
- 2.
Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen in de meest recente versie van de Nota M&O-beleid gemeente Geertruidenberg 2025.
Hoofdstuk 4. Financieel beleid
Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa
Het college stelt eens per vier jaar een Nota Investeringen vast en biedt deze ter informatie aan de raad aan.
Op hoofdlijnen omvat de genoemde Nota de volgende punten:
- a.
Activa van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd.
- b.
Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd, maar niet afgeschreven.
- c.
Materiële vaste activa worden lineair afgeschreven.
- d.
Als afschrijvingstermijn voor vaste activa gelden de termijnen zoals vermeld in de meest recente versie van de Nota Investeringen.
- e.
De afschrijving start op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de investering gereed komt dan wel wordt verworven.
- f.
In de begroting wordt als rentepercentage voor de kapitaallasten hetzelfde rentepercentage gebruikt zoals opgenomen in de paragraaf financiering.
In het tweede lid, onder a, van artikel 212 Gemeentewet is opgenomen dat de financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving van activa bevat. Hieraan is in artikel 14 en in de meest recente versie van de Nota Investeringen invulling gegeven.
Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen
- 1.
Voor vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van ouderdom van de vordering. Bij vorderingen die langer dan 1 jaar openstaan wordt een verliesvoorziening gevormd van 25% van de vordering, bij vorderingen die langer dan 2 jaar open staan en dwangsommen wordt een verliesvoorziening gevormd van 50% en bij vorderingen die langer dan 3 jaar open staan en dwangsommen wordt een verliesvoorziening gevormd van 100%.
In de meest recente versie van de Nota Voorziening voor dubieuze debiteuren en de meest recente versie van het Invorderingsbeleid is verdere invulling gegeven aan artikel 15.
Artikel 16. Reserves en voorzieningen
- 1.
In de meest recente versie van de Nota Reserves en Voorzieningen is het kader voor reserves en voorzieningen opgenomen. Dit kader geeft inzicht in wettelijke voorschriften, begrippen en bevoegdheidsverdeling. Daarnaast worden kaders over de periodieke actualisatie weergegeven en wordt ingegaan op resultaatbestemmingen.
- 2.
Het college biedt de raad ééns in de vier jaar een Nota Reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt:
- a.
de vorming en besteding van reserves;
- b.
de vorming en besteding van voorzieningen; en
- c.
de rentetoerekening aan reserves.
- a.
Artikel 17. Kostprijsberekening
- 1.
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
- 2.
Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij, binnen de wettelijke mogelijkheden, ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW), en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.
- 3.
Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.
- 4.
Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.
- 5.
Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel.
- 6.
Voor de berekening van de tarieven voor de rechten en heffingen wordt er rekening gehouden met de toerekening van overheadkosten. De overhead wordt toegerekend op basis van de personele omvang, welke zich bezig houden met het verstrekken van het desbetreffende producten.
- 7.
Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende en kortlopende geldleningen.
- 8.
Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan- en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa.
Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b en heffingen als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De grondslagen voor de prijzen die de gemeente bij overheidsbedrijven en derden in rekening brengt en voor de tarieven van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden gevormd door de opbouw van de kostprijs. Op grond van het BBV moeten kostprijzen extracomptabel worden berekend en vastgelegd. De kostprijzen zijn opgenomen onder de paragraaf lokale heffingen.
Artikel 18. Prijzen economische activiteiten
- 1.
Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs (uurloon incl. overhead) in rekening gebracht.
- 2.
Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.
- 3.
Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.
- 4.
Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd.
- 5.
Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.
Als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of derden mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische activiteiten betreffen. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de gemeenten in concurrentie met andere ondernemingen treedt. Het bevoordelingsverbod houdt feitelijk in, dat ten minste een integrale kostprijs voor de levering van goederen, diensten werken en het verstrekken van leningen garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht.
Van deze verplichting uit de Wet Markt en Overheid kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad en moet open staan voor bezwaar en beroep.
Voor het verplicht in rekening brengen van minimaal een integrale kostprijs voor de levering van goederen, werken en diensten of voor het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal gelden een aantal uitzonderingen. Naar deze uitzonderingen wordt in het vijfde lid verwezen.
Artikel 19. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
- 1.
Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de tarieven voor de gemeentelijke belastingen, rechten, en heffingen en streeft hierbij naar kostendekkendheid.
- 2.
Het college biedt de raad jaarlijks in de paragraaf lokale heffingen van de programmabegroting voorstellen aan voor beleid, dan wel aanpassingen daarvan op het gebied van lokale heffingen.
Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd (artikel 156 Gemeentewet). De raad stelt de tarieven voor de belastingen, rioolheffingen, afvalstoffenheffing, rechten en leges jaarlijks in de verordeningen vast.
Artikel 20. Financieringsfunctie
- 1.
Uitvoering van beleid inzake de financieringsfunctie vindt plaats conform de criteria en richtlijnen zoals opgenomen in het meest recente door de Raad vastgestelde Treasurystatuut. Dit statuut bevat uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten op het gebied van Treasury.
- 2.
Het beleid dat volgt uit het Treasurystatuut wordt jaarlijks toegelicht in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken.
- 3.
Het college biedt de Raad eens in de vier jaar een Treasurystatuut aan.
Nadere richtlijnen voor de financieringsfunctie zijn opgenomen in het Treasurystatuut.
Hoofdstuk 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken In de paragrafen bij de begroting en de jaarstukken neemt het college ten minste de hierna volgende verplichte onderdelen uit het BBV op (paragraaf 21 tot en met 27).
In de paragrafen bij de begroting en de jaarstukken neemt het college ten minste de hierna volgende verplichte onderdelen uit het BBV op (paragraaf 21 tot en met 27).
Artikel 21. Lokale heffingen
Het college neemt in de paragraaf lokale heffingen (paragraaf A) van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het BBV, in ieder geval op:
• de kostendekkendheid van de verschillende heffingen.
Artikel 22. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het college neemt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (paragraaf B) van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het BBV, in ieder geval op:
• een grafische weergave van de samenhang van en het sturen met financiële kengetallen.
Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen
- 1.
Het college neemt in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen (paragraaf C) van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het BBV op.
- 2.
Het college biedt de raad tenminste een keer per vijf jaar een actualisatie van het onderhoudsplan voor gebouwen, wegen, rioleringen, water (baggeren en infrastructurele werken) en openbaar groen aan. Het onderhoudsplan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud. De raad stelt het onderhoudsplan vast.
- 3.
De plannen worden uiterlijk het laatste kwartaal voorafgaand aan de verwerking in de programmabegroting van t+1 (jaar + 1) aan de raad aangeboden.
Artikel 24. Financiering
Het college neemt in de paragraaf financiering (paragraaf D) van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het BBV in ieder geval op:
- a.
een korte toelichting op de treasuryfunctie van de gemeente en de uitwerking daarvan in de begroting en de jaarstukken;
- b.
het toegestane kasgeldlimiet;
- c.
de renterisiconorm;
- d.
de opgenomen geldleningen;
- e.
de rekenrente; en
- f.
de verstrekte geldleningen.
Artikel 25. Bedrijfsvoering
Het college neemt in de paragraaf bedrijfsvoering (paragraaf E) van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het BBV op. Dit betreffen:
- a.
de stand van zaken van de bedrijfsvoering;
- b.
de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering;
- c.
informatie over de financiële rechtmatigheid;
- d.
de maatregelen die worden ondernomen om rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te voorkomen.
Artikel 26. Verbonden partijen
Het college neemt in de paragraaf verbonden partijen (paragraaf F) van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het BBV op.
Artikel 27. Grondbeleid
Het college neemt in de paragraaf grondbeleid (paragraaf G) van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het BBV op.
Indien er een specifiek belang aanwezig is om een afzonderlijke paragraaf over een belangrijk onderwerp op te nemen kan het college aanvullende paragrafen opnemen, bijvoorbeeld over het onderwerp Powerport of Donge oevers.
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 28. Administratie
- 1.
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
- a.
het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de domeinen;
- b.
het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;
- c.
het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringsbudgetten en voor het maken van kostencalculaties;
- d.
het verschaffen van informatie over de vastgestelde indicatoren specifiek voor de gemeente Geertruidenberg;
- e.
het afleggen van verantwoording door het college aan de raad over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en
- f.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan te ontlenen informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
- a.
Onder artikel 28 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de vastlegging er van moeten voldoen.
Artikel 29. Financiële organisatie
Opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan draagt het college zorg voor:
- a.
een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de domeinen;
- b.
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en mandaten;
- c.
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringsbudgetten;
- d.
de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
- e.
de te maken afspraken met de domeinen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
- f.
de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden;
- g.
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
- h.
het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
- i.
het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan; en
- j.
het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en de maatschappelijke effecten zodat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst.
Artikel 30. (Verbijzonderde) Interne controle
- 1.
Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven onder hoofdstuk 3 van deze financiële verordening. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
- 2.
Het college zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de vier jaar worden gecontroleerd. Bij afwijkingen in de administratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
- 3.
Het college kan nadere richtlijnen vaststellen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. Deze richtlijnen worden voor kennisneming aan de raad aangeboden.
De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen die daaraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Het college treft maatregelen zodat gedurende het jaar of vooraf aan de accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten, de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn) verlopen en of de bezittingen van de gemeente correct zijn geregistreerd.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 31. Intrekken oude verordening en overgangsrecht
De ‘’Financiële verordening gemeente Geertruidenberg 2022’’ wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
Artikel 32. Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.
- 2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Geertruidenberg 2025.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 18 december 2025.
De burgemeester, De griffier,
M.M. van Toorenburg, G.M. Brunsveld
Zie kantlijn, wetstechnische informatie (Bijlagen in PDF).
Bijlagen:
- 1.
Treasurystatuut Geertruidenberg 2025.
- 2.
Nota Investeringen 2025.
- 3.
Nota Reserves en Voorzieningen 2025.
- 4.
Raadsbesluit d.d. 18-12-2025.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl