Subsidieregeling gemeente Landgraaf 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling gemeente Landgraaf 2026

Burgemeester en wethouders van L a n d g r a a f ;

overwegende dat het wenselijk is om ter uitwerking van de Algemene subsidieverordening gemeente Landgraaf 2023 nieuwe regels voor subsidieverlening vast te stellen;

 

gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Landgraaf 2023;

b e s l u i t e n :

de Subsidieregeling gemeente Landgraaf 2026 vast te stellen, die luidt als volgt:

 

Subsidieregeling gemeente Landgraaf 2026

Hoofdstuk 1: Algemeen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

Voor deze subsidieregeling gelden de begripsomschrijvingen zoals hieronder vermeld. Voor zover begrippen niet gedefinieerd zijn geldt de begripsomschrijving zoals opgenomen in de algemene subsidieverordening Landgraaf 2023.

  • 1.

    Actief lid: een natuurlijk persoon die is ingeschreven bij een vrijwilligersorganisatie, deelneemt aan de kernactiviteiten van de organisatie, vermeld staat op de (bonds)ledenlijst en hiervoor contributie betaalt of deelneemt aan het bestuur of trainer/instructeur is bij de organisatie.

  • 2.

    Alliantie: samenwerkingsverband van professionele organisaties, gericht op het in gang zetten van een gezamenlijke ontwikkeling binnen het sociaal domein.

  • 3.

    Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Landgraaf 2023.

  • 4.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht.

  • 5.

    Badhuur-uren: kosten die gemaakt worden voor de huur van uren zwembadwater per accommodatie in Landgraaf, ten behoeve van de subsidiabele activiteiten.

  • 6.

    Basissubsidie: een jaarlijkse of meerjarige subsidie die wordt verleend aan vrijwilligersorganisaties als tegemoetkoming in de kosten die direct verbonden zijn aan de kernactiviteiten.

  • 7.

    Budgetsubsidie: een subsidie voor (semi-)professionele organisaties die werkzaam zijn in de gemeente Landgraaf, voor activiteiten die de gemeente Landgraaf ondersteunen in het uitvoeren van haar wettelijke taken en/of bijdragen aan de gemeentelijke beleidsdoelen binnen het sociaal domein.

  • 8.

    Burgerinitiatief: een niet beroepsmatig maatschappelijk en innovatief initiatief van een of meer bewoners van de gemeente Landgraaf en/of van een of meer in Landgraaf gevestigde verenigingen.

  • 9.

    Buurt: een herkenbaar en samenhangend deel van een wijk.

  • 10.

    Buurtevenement: een bijzondere gebeurtenis van tijdelijke aard met een eenmalig of terugkerend karakter, waarbij de activiteiten zijn georganiseerd voor de eigen buurt.

  • 11.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf.

  • 12.

    Evenement: een bijzondere, openbaar toegankelijke vertoning of gebeurtenis van tijdelijke aard waarbij de activiteiten zijn georganiseerd met het oog op het aantrekken van publiek.

  • 13.

    Grensoverstijgende samenwerking: samenwerking tussen organisaties in de gemeente Landgraaf en een of meer organisaties in een gemeente over de grens, die van betekenis is voor zowel de Landgraafse gemeenschap als de gemeenschap van de gemeente over de grens, doordat deze bijdraagt aan het versterken van onderlinge banden, het creëren van wederzijds begrip en/of een gemeenschappelijke ontwikkeling.

  • 14.

    Huisvestingskosten: kosten die gemaakt worden voor gebouwen en eventuele buitenterreinen, die structureel worden gebruikt voor de subsidiabele activiteiten.

  • 15.

    Innovatiesubsidie: subsidie ten behoeve van een project van een professionele organisatie of een alliantie gericht op sociale innovatie dat mede ten goede komt aan de Landgraafse samenleving.

  • 16.

    Jeugdlid: een lid dat op 1 januari van het betreffende subsidiejaar jonger is dan 23 jaar.

  • 17.

    Jubileumsubsidie: een subsidie als symbolische bijdrage voor de feestvreugde in het geval een vrijwilligersorganisatie een door het college erkend bestaansjubileum viert.

  • 18.

    Kernactiviteit: de activiteit die de vrijwilligersorganisatie bestaansrecht geeft en die de organisatie typeert.

  • 19.

    Landgraaf Verbindt: Landgraaf Verbindt is een samenwerkingsverband (met Welsun, The MoveFactory, JENS, SMK, VAZOM, Met Elkaar Landgraaf en gemeente Landgraaf) dat zoekt naar mogelijkheden om elkaars talenten, ervaringen en kennis in te zetten en te bundelen. Landgraaf Verbindt is er voor alle verenigingen, vrijwilligersorganisaties, zorg- en onderwijsinstellingen, ondernemers en maatschappelijke organisaties.

  • 20.

    Lid: een natuurlijk persoon, ingeschreven bij een vrijwilligersorganisatie en vermeld op de (bonds)ledenlijst.

  • 21.

    Maatschappelijke activiteiten: activiteiten die een (sociale) meerwaarde hebben voor de lokale samenleving en kwetsbare burgers in het bijzonder.

  • 22.

    Nevenactiviteit: diensten of activiteiten die de organisatie naast de kernactiviteit(en) of –diensten verricht.

  • 23.

    Ouderen: personen in de leeftijd van 60 jaar en ouder.

  • 24.

    Project: samenhangende activiteiten, gericht op het bereiken van concrete doelen binnen een vooraf vastgestelde begroting en periode.

  • 25.

    Reserve: een reserve als bedoeld in artikel 2:373 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 26.

    Samenwerkingssubsidie: subsidie ten behoeve van een project van rechtspersonen gericht op de verwezenlijking van meer samenwerking binnen het sociaal domein in de gemeente Landgraaf.

  • 27.

    Semiprofessionele organisatie: rechtspersoon die voortdurende activiteiten uitvoert met behulp van medewerkers die in dienst zijn van de organisatie, maar daarnaast in wisselende verhoudingen ook gebruik maakt van vrijwilligers.

  • 28.

    Sociaal domein: verzamelnaam voor alle organisaties, diensten en voorzieningen die mensen ondersteunen, de leefbaarheid voor de mensen vergroten en het meedoen (participatie) in de maatschappij bevorderen (denk hierbij bijvoorbeeld aan zorg, welzijn, onderwijs, gezondheidszorg, opvoeding, inburgering).

  • 29.

    Sociale innovatie: inzet gericht op vernieuwing van (onderdelen van) het sociaal domein die leidt tot verbetering van producten, diensten, methodieken en systemen

  • 30.

    Stimuleringssubsidie: subsidie voor vrijwilligersorganisaties die hun kernactiviteit(en) toegankelijk maken voor mensen met een beperking en/of inwoners in de gemeente Landgraaf stimuleren om te participeren aan hun kernactiviteit(en).

  • 31.

    Subsidiabele kosten: kosten die volgens de subsidieregeling voor subsidie in aanmerking komen.

  • 32.

    Subsidieovereenkomst: de overeenkomst, die op grond van artikel 4:36 Awb tussen de subsidieontvanger en het college gesloten kan worden ter uitvoering van de subsidiebeschikking.

  • 33.

    Veelbelovend van Start (VvS) groep: een VVE-voorziening voor kinderen waarvoor het niveau in de VVE groepen te hoog is. In de VvS groep wordt gedurende minimaal 16 uren per week specialistische ondersteuning ingezet vanuit JENS en is de groepsgrootte een stuk kleiner dan de reguliere groepsgrootte;

  • 34.

    Voor – en vroegschoolse educatie (VVE): een kinderopvangvoorziening voor kinderen met een leeftijd tussen 2,5 en 4 jaar oud met als doel om de kansen op een goede schoolloopbaan voor deze kinderen te vergroten door het bieden van specifiek aanbod. In de VVE groep wordt minimaal 16 uren per week aanbod vanuit de kinderopvangaanbieder geboden.

  • 35.

    Vrijwilligersorganisatie: een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die door vrijwilligers wordt bestuurd, gevestigd en actief is in de gemeente Landgraaf of een Landgraafse afdeling van een regionale, provinciale of landelijke rechtspersoon welke afdeling door vrijwilligers wordt bestuurd.

  • 36.

    Werksoort: een verzameling van gelijke dan wel gelijksoortige activiteiten of belangen als bedoeld in artikel 3.1 van deze subsidieregeling.

  • 37.

    Wijk: Schaesberg, Ubach over Worms of Nieuwenhagen.

Artikel 1.2 Toepassingsbereik

  • 1. Het college kan subsidie verstrekken voor activiteiten binnen de gemeente Landgraaf die een bijdrage leveren aan de bevordering van:

    • a.

      de leefbaarheid en de sociale cohesie;

    • b.

      de maatschappelijke participatie van inwoners;

    • c.

      de zelfredzaamheid/samenredzaamheid van inwoners;

    • d.

      de formele en informele netwerken;

    • e.

      de fysieke en mentale gezondheid van inwoners;

    • f.

      de promotie en toeristische aantrekkelijkheid;

    • g.

      de culturele infrastructuur;

    • h.

      (sociale) activering van kwetsbare doelgroepen;

    • i.

      de ontwikkeling van kinderen met kans op (onderwijs)achterstanden en/of;

    • j.

      een robuust verenigingsleven dat een duurzame bijdrage levert aan het participeren van inwoners aan activiteiten;

    • k.

      de grensoverstijgende samenwerking.

  • 2. Het college kan tevens subsidie verstrekken voor activiteiten buiten de gemeente Landgraaf, namelijk voor een evenement dat eenmalig buiten Landgraaf plaatsvindt of voor activiteiten die een bijdrage leveren aan de bevordering van grensoverstijgende samenwerking.

Hoofdstuk 2: Budgetsubsidie

Artikel 2.1 Doelgroep

Budgetsubsidie is bedoeld voor (semi-)professionele organisaties die met hun activiteiten de gemeente Landgraaf ondersteunen in het uitvoeren van haar wettelijke taken en/of bijdragen aan de gemeentelijke beleidsdoelen binnen het sociaal domein.

Artikel 2.2 Subsidievoorwaarden

Om voor subsidie in aanmerking te komen dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

  • a.

    Als een (semi-)professionele organisatie voldoet aan artikel 2.1 kan het college subsidie verlenen mits de activiteiten gericht zijn op welzijn, jeugd, onderwijs, maatschappelijke dienstverlening, maatschappelijke opvang, verslavingsbeleid, sociaal-cultureel werk, emancipatie, bibliotheekwerk, gezondheidszorg, sport, welzijn, peuteropvang, ouderen, gehandicapten, armoede en opvang en integratie van vreemdelingen.

  • b.

    Voor zover de activiteiten in het voorgaande jaar reeds zijn uitgevoerd, dienen deze naar het oordeel van het college naar tevredenheid te zijn uitgevoerd en de organisatie dient te hebben voldaan aan haar verplichtingen.

  • c.

    Voor budgetsubsidie komen alleen die gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de opgedragen activiteiten en producten.

Artikel 2.3 Meerjarige subsidies

  • 1. Subsidies boven de € 10.000 worden jaarlijks verstrekt.

  • 2. Subsidies tot € 10.000 kunnen meerjarig worden verstrekt, met een maximum van 4 jaar:

    • a.

      indien de (semi-)professionele organisatie over tenminste drie kalenderjaren voorafgaand aan het subsidiejaar subsidie heeft ontvangen voor vergelijkbare activiteiten en heeft voldaan aan alle aan die subsidie verbonden verplichtingen;

    • b.

      indien de aard van de activiteiten en de (semi-)professionele organisatie het toelaten om meerjarige afspraken te maken, en

    • c.

      onder voorbehoud van voldoende financiële middelen en ongewijzigde omstandigheden.

Artikel 2.4 Berekening subsidie

  • 1. De budgetsubsidie is proportioneel ten opzichte van de beoogde beleidsdoelen en de beoogde effecten van de uit te voeren activiteiten. Uitgangspunt voor de subsidieberekening is de door de aanvrager ingediende begroting en jaarrekening.

  • 2. Een peuteropvangorganisatie komt in aanmerking voor een budgetsubsidie voor groepen Voor- en Vroegschoolse educatie (VVE) op basis van de grootte en de zwaarte van de groepen. De subsidie wordt berekend overeenkomstig de tabel in bijlage I. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de door de rijksoverheid vastgestelde indexering van de maximale uurprijs voor de kinderopvangtoeslag.

  • 3. Naast de subsidie voor reguliere groepen Voor- en Vroegschoolse educatie (VVE) zoals bedoeld in het tweede lid kan er voorts subsidie worden verleend aan één kinderopvangaanbieder ten behoeve van één Veelbelovend van Start (VvS) groep. De kinderopvangaanbieders stemmen vooraf met de gemeente af welke opvangaanbieder een aanvraag zal doen voor de betreffende groep. De subsidieberekening vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid.

  • 4. Een peuteropvangorganisatie:

    • a.

      komt voorts in aanmerking voor een budgetsubsidie niet-KOT (kinderopvangtoeslag) ter compensatie van de kosten voor de opvang van kinderen die een VVE-indicatie hebben en wier ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. De kostprijs per uur die daarbij maximaal voor vergoeding in aanmerking komt, is gelijk aan de kostprijs per uur die de Belastingdienst hanteert in het kader van de berekening van kinderopvangtoeslag.

    • b.

      moet streven naar een jaarlijkse nauwkeurig geschatte aanvraag inzake een budgetsubsidie niet-KOT. Ook moet de aanbieder van de peuteropvang kunnen aantonen dat de betreffende ouders geen recht hebben op KOT.

  • 5. Een peuteropvang-organisatie:

    • a.

      komt voorts in aanmerking voor een budgetsubsidie eigen bijdrage doelgroep-peuters ter volledige compensatie van de eigen bijdrage voor ouders voor de opvang van kinderen met een VVE indicatie, die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag en dus gebruik maken van niet-KOT. Het gaat hierbij om de eigen bijdrage die resteert na aftrek van niet-KOT. De compensatie voor de eigen bijdrage geldt alleen indien de doelgroep-peuter 16 uur VVE per week afneemt en zal maximaal de volledige compensatie van de eigen bijdrage voor 16 uur VVE per week bedragen.

    • b.

      moet streven naar een jaarlijkse nauwkeurig geschatte aanvraag inzake een budgetsubsidie eigen bijdrage doelgroep-peuters. Ook moet de aanbieder van de peuteropvang kunnen aantonen dat de peuter over een VVE indicatie beschikt en dat de peuter de volledige 16 uur VVE afneemt.

Artikel 2.5 Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1. Het jaarlijks door de gemeenteraad in de begroting per organisatie en/of maatschappelijke taak beschikbaar gestelde bedrag is het subsidieplafond.

  • 2. Subsidieaanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. Indien een aanvraag onvolledig is, geldt, voor beantwoording van de vraag of het subsidieplafond is bereikt, als ontvangstdatum de dag waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

  • 3. Indien het vastgestelde subsidieplafond wordt bereikt op een dag dat meerdere volledige aanvragen zijn ontvangen, worden deze door middel van loting gerangschikt.

Artikel 2.6 Uitvoeringsovereenkomst, overleg en subsidieverantwoording

  • 1. Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een subsidieovereenkomst worden afgesloten.

  • 2. De (semi-)professionele organisatie neemt deel aan ambtelijk en/of bestuurlijk overleg met de gemeente Landgraaf. Minimaal 1 keer per jaar wordt dit overleg gevoerd om na te gaan welke doelen zijn gerealiseerd en vindt er door de (semi-)professionele organisatie een financiële toelichting plaats.

  • 3. Waar nodig werkt de (semi-)professionele organisatie samen met andere organisaties.

Hoofdstuk 3: Basissubsidie

Artikel 3.1 Doelgroep

Dit hoofdstuk is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college ten behoeve van de kernactiviteiten van vrijwilligersorganisaties op het gebied van:

  • 1.

    amateurkunst: richt zich op activiteiten in groepsverband ter bevordering van kunstzinnige vorming en samenkomst gericht op het beoefenen van een kunstvorm, waaronder fotografie, niet vallend onder een andere werksoort.

  • 2.

    belangenbehartiging: het in groepsverband ontplooien van regelmatige activiteiten ter instandhouding en bevordering van natuur en milieu en/of, zelfstandigheid en maatschappelijke participatie van ouderen en/of, sociaal-culturele activiteiten gericht op vrouwenontplooiing en/of, lokale scholing en dienstverlening rondom het verlenen van EHBO en reanimatie en/of het ondersteunen van vrijwilligers in de gezondheidszorg en/of andere door de gemeenteraad erkende belangenbehartiging.

  • 3.

    buurtorganisatie: een rechtspersoon die ten doel heeft de woon- en leefomgeving te bevorderen en cohesie en betrokkenheid binnen een buurt of wijk stimuleert;

  • 4.

    carnaval: activiteiten in groepsverband gericht op de instandhouding van de viering van carnaval als algemeen volksvermaak in de vorm van het organiseren van een optocht, revue of zitting.

  • 5.

    dans- en Wandelsport: danskunst en/of wandelsport beoefend in groepsverband, gericht op competitieve dan wel recreatieve sportbeoefening.denk- en behendigheidssporten: denk of behendigheidssporten beoefend in groepsverband, gericht op competitieve dan wel recreatieve sportbeoefening.

  • 6.

    denk- en behendigheidssporten: denk of behendigheidssporten beoefend in groepsverband, gericht op competitieve dan wel recreatieve sportbeoefening.

  • 7.

    dierensport: sportactiviteiten met dieren beoefend in groepsverband door een vrijwilligersorganisatie, gericht op competitieve dan wel recreatieve sportbeoefening onder leiding van een trainer of instructeur.

  • 8.

    folklore en Cultuurhistorie: activiteiten gericht op de bevordering van onderzoek, bestudering en beschrijving van de lokale geschiedenis, gebruiken en gewoonten, het publiceren daarover, evenals het verzamelen, conserveren en beschrijven van voorwerpen en geschriften en/of activiteiten voor het behouden en bevorderen van de culturele identiteit en/of cultuurhistorie en folklore van Landgraaf.

  • 9.

    kerkgenootschappen: activiteiten gericht op de ontplooiing van de sociaal-maatschappelijke activiteiten door een in Landgraaf gevestigde gemeenschap van gelovigen die onderdeel uitmaakt van een landelijke overkoepelende organisatiestructuur c.q. geloofsgemeenschap ten dienste van de (buurt)bewoners van Landgraaf.

  • 10.

    gymnastiek en Turnen: door het NOC*NSF erkende gymnastiek- en/of turnactiviteiten beoefend in groepsverband, gericht op competitieve dan wel recreatieve sportbeoefening onder leiding van een trainer of instructeur.

  • 11.

    instrumentale muziek (HaFa): instrumentale muziek beoefend in groepsverband, zijnde uitsluitend een harmonie of fanfare, waarbij de muziek wordt beoefend door muzikale vorming en samenkomst onder leiding van een dirigent of instructeur.

  • 12.

    jeugd- en Jongerenwerk: activiteiten die zich richten op regelmatige activiteiten in groepsverband ter instandhouding en bevordering van sociale, culturele, educatieve en recreatieve activiteiten of tradities voor jongeren.

  • 13.

    overig: stichting Oefenbunker Live, stichting Theater Landgraaf, stichting Hartveilig Landgraaf en stichting Bijzonder in beweging ter uitvoering van activiteiten zoals statutair vastgelegd en overeengekomen met de gemeente Landgraaf.

  • 14.

    schutterswezen: activiteiten gericht op de instandhouding en bevordering van het schutterswezen en de schutterijfolklore.

  • 15.

    sjpasskapellen: activiteiten gericht op het beoefenen van instrumentale muziek in groepsverband, al dan niet onder leiding van een dirigent of instructeur, vaak ontstaan vanuit het carnaval, maar tegenwoordig gericht op opluistering van sociale festiviteiten in bredere zin.

  • 16.

    speeltuinwerk: activiteiten gericht op het aanbieden van speelmogelijkheden ten behoeve van jeugdigen in de leeftijd tot en met 12 jaar met een recreatief, creatief dan wel educatief karakter, waarbij een gezonde en veilige leefomgeving centraal staat.

  • 17.

    overige buitensport (tennis en atletiek): door het NOC*NSF erkende tennis en/of atletiek beoefend in groepsverband, gericht op competitieve dan wel recreatieve sportbeoefening onder leiding van een trainer of instructeur.

  • 18.

    toneel: activiteiten gericht op het beoefenen van de toneelkunst.

  • 19.

    verdedigingssport: door het NOC*NSF erkende verdedigingssporten beoefend in groepsverband, gericht op competitieve dan wel recreatieve sportbeoefening onder leiding van een trainer of instructeur.

  • 20.

    vocale muziek: vocale muziek beoefend in groepsverband, zijnde wereldlijke en kerkelijke zangkoren, jeugd- en jongerenkoren of kinderkoren. De muziek wordt beoefend door muzikale vorming en samenkomst onder leiding van een dirigent of instructeur.

  • 21.

    veldvoetbal: door het NOC*NSF erkend veldvoetbal beoefend in groepsverband, gericht op competitieve dan wel recreatieve sportbeoefening onder leiding van een trainer of instructeur.

  • 22.

    overige binnensport (volleybal, zaalvoetbal, handbal en badminton): door het NOC*NSF erkende volleybal en/of zaalvoetbal en/of handbal en/of badminton beoefend in groepsverband door een vrijwilligersorganisatie, gericht op competitieve dan wel recreatieve sportbeoefening onder leiding van een trainer of instructeur.

  • 23.

    wielersport: door het NOC*NSF erkende wielersport beoefend in groepsverband, gericht op competitieve dan wel recreatieve sportbeoefening onder leiding van een trainer of instructeur.

  • 24.

    zwemsport: door het NOC*NSF erkende zwem en/of duikactiviteiten beoefend in groepsverband, gericht op competitieve dan wel recreatieve sportbeoefening onder leiding van een trainer of instructeur.

Artikel 3.2 Subsidieaanvraag

  • 1. Aanvragen voor een jaarlijkse verlening van basissubsidie en de subsidie als bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, worden gedurende de vierjarige looptijd van een algemene subsidieverordening één keer aangevraagd. De aanvraag heeft betrekking op de periode van vier jaar dat de algemene subsidieverordening geldt en wordt in het eerste jaar van die periode, vóór 1 maart, ingediend via het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier. De verlening van de subsidie vindt jaarlijks plaats.

  • 2. Een vrijwilligersorganisatie die voor de eerste keer een subsidieaanvraag voor basissubsidie indient stuurt tevens mee:

    • a.

      een afschrift van de statuten van de vrijwilligersorganisatie;

    • b.

      een recent bewijs van inschrijving van de Kamer van Koophandel;

    • c.

      een opgave van de bestuurssamenstelling;

    • d.

      een omschrijving van de kernactiviteiten van de vrijwilligersorganisatie;

    • e.

      een bewijs van lidmaatschap van de koepelorganisatie, indien van toepassing;

    • f.

      meest recente aanslagbiljet OZB, indien subsidie als bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, wordt aangevraagd;

    • g.

      andere door het college gevraagde stukken die van belang zijn voor een goede beoordeling van de subsidieaanvraag.

  • 3. Vrijwilligersorganisaties die niet bij de aanvang van een aanvraagperiode, als bedoeld in het eerste lid, een aanvraag hebben ingediend kunnen alsnog later een subsidieaanvraag indienen.

  • 4. Een aanvraag voor tussentijdse herziening of een latere aanvraag kan schriftelijk worden ingediend tot uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar/de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 3.3. Subsidievoorwaarden

  • 1. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een vrijwilligersorganisatie minimaal 15 actieve leden te hebben op 1 januari van het betreffende subsidiejaar. Ter controle dient voorafgaand aan de subsidieperiode een ondertekende (bonds)ledenlijst te worden overhandigd, waarop het aantal actieve leden duidelijk zichtbaar is.

  • 2. Een vrijwilligersorganisatie op het gebied van speeltuinwerk komt alleen in aanmerking voor basissubsidie indien de speeltuin rookvrij is.

  • 3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien voor de betreffende vrijwilligersorganisatie een vast bedrag aan basissubsidie is opgenomen in bijlage II, ongeacht het actieve ledenaantal.

  • 4. Om voor compensatie van de verhoging OZB niet-woningen-aanslag als gevolg van het instellen van het Ondernemersfonds Landgraaf in aanmerking te komen, dient de vrijwilligersorganisatie als eigenaar en/of gebruiker van een maatschappelijk object aangeslagen te worden voor de OZB niet-woningen en hiervan een aanslagbiljet te ontvangen. Bij toekenning van compensatie/subsidie kan er door de vereniging of organisatie geen aanspraak meer worden gemaakt op financiering vanuit het Ondernemersfonds van projecten/ideeën.

Artikel 3.4 Berekening subsidie

  • 1. Het college kan basissubsidie verlenen ten behoeve van de redelijk te maken kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de kernactiviteit(en) van deze organisatie, zoals omschreven in artikel 3.1.

  • 2. Het college kan ook subsidie verlenen ter compensatie van de verhoging OZB niet-woningen-aanslag als gevolg van het instellen van het Ondernemersfonds Landgraaf, die aan de vrijwilligersorganisatie is opgelegd als eigenaar en/of gebruiker van een maatschappelijk object.

  • 3. De te verlenen subsidie wordt jaarlijks vastgesteld.

  • 4. De subsidiebedragen per werksoort is opgenomen in bijlage II van deze subsidieregeling.

Artikel 3.5 Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1. Het college stelt jaarlijks de deelbudgetten voor de diverse werksoorten basissubsidie vast.

  • 2. In afwijking van artikel 11, derde lid onder g, van de Asv, wordt indien het totale bedrag van de subsidiebedragen het subsidieplafond binnen de werksoort overschrijdt, naar rato het subsidiebedrag per organisatie verminderd.

  • 3. De verdeling bij overschrijding van het subsidieplafond geschiedt als volgt: het subsidiebedrag (A), wordt gedeeld door het totaal van de subsidies (B), vermenigvuldigd met het bedrag van het subsidieplafond (C). Dit ziet er in een formule als volgt uit: (A/B) x C.

Artikel 3.6 Tussentijdse aanvraag en herziening meerjarige basissubsidie

  • 1. Het college kan een verleende subsidie gedurende het subsidietijdvak tussentijds herzien indien ten opzichte van de oorspronkelijke opgave het aantal actieve leden met tenminste 15 procent of 15 leden is toegenomen/afgenomen. Peildatum voor het ledenaantal is 1 januari van het subsidiejaar.

  • 2. Een tussentijdse herziening kan slechts twee keer plaatsvinden gedurende de in artikel 3.2, eerste lid, genoemde periode en geldt vervolgens voor het resterende deel van die periode.

Artikel 3.7 Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 van de Asv kan subsidie worden geweigerd indien:

  • a.

    naar het oordeel van het college niet wordt voldaan aan de voorwaarden en criteria genoemd in dit hoofdstuk;

  • b.

    de vrijwilligersorganisatie minder dan 15 actieve leden heeft.

Artikel 3.8 Verplichtingen

  • 1. Op verzoek van het college verleent de vrijwilligersorganisatie medewerking aan evenementen/activiteiten in de gemeente Landgraaf, voor zover dit van de vrijwilligersorganisatie verlangd kan worden.

  • 2. De vrijwilligersorganisatie op het gebied van speeltuinwerk draagt er zorg voor dat de speeltuin rookvrij is en draagt dit tevens actief uit door bij de entree ten minste één duidelijk zichtbaar rookvrij-bord te plaatsen.

  • 3. De vrijwilligersorganisatie informeert het college onverwijld schriftelijk over een toe- of afname van het ledenaantal met 15 procent of tenminste 15 actieve leden.

  • 4. De vrijwilligersorganisatie informeert het college onverwijld schriftelijk over wijzigingen in het bestuur, statuten en adressen.

  • 5. De vrijwilligersorganisatie informeert het college onverwijld schriftelijk indien er wijzigingen plaatsvinden met betrekking tot de te betalen OZB niet-woningen-aanslag.

Artikel 3.9 Subsidieverantwoording en vaststelling

  • 1. Het college kan steekproefsgewijs of wanneer hier aanleiding voor is, de volgende gegevens controleren:

    • a.

      financiële situatie van de vrijwilligersorganisatie;

    • b.

      het ledenaantal;

    • c.

      inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

    • d.

      uitvoering van kernactiviteiten;

    • e.

      OZB-niet-woningen-aanslag, indien tevens subsidie is verstrekt op grond van artikel 3.4, tweede lid.

  • 2. Het college is bevoegd om de hiervoor noodzakelijke gegevens bij de vrijwilligersorganisatie en/of bij een overkoepelende organisatie op te vragen. De vrijwilligersorganisatie is gehouden om hier medewerking aan te verlenen.

Hoofdstuk 4: Jubileumsubsidie

Artikel 4.1 Doelgroep

  • 1. Het college kan op aanvraag aan een vrijwilligersorganisatie die een 25-, 50-, 75- of 100- jarig jubileum of een daaropvolgend jubileum van telkens 25 jaar viert, subsidie verstrekken, mits de vrijwilligersorganisatie zelf op enige wijze aandacht besteedt aan dit jubileum.

  • 2. In afwijking van lid 1 kan het college op aanvraag aan een vrijwilligersorganisatie uit de werksoort carnaval die een 11- jarig jubileum of een daaropvolgend jubileum van telkens 11 jaar viert, subsidie verstrekken, mits de vrijwilligersorganisatie zelf op enige wijze aandacht besteedt aan dit jubileum.

Artikel 4.2 Subsidieaanvraag

  • 1. De vrijwilligersorganisatie moet de jubileumsubsidie uiterlijk 6 weken voorafgaand aan de activiteit via het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier indienen bij het college.

  • 2. Bij de aanvraag voegt de organisatie een bewijsstuk toe waaruit het jubileum en het bijbehorende jaartal blijken.

Artikel 4.3 Berekening subsidie

  • 1. Voor jubileums zoals genoemd in artikel 4.1, eerste lid, bedraagt de subsidie:

    • a.

      € 200 bij een 25-jarig jubileum

    • b.

      € 300 bij een 50-jarig jubileum

    • c.

      € 400 bij een 75-jarig jubileum

    • d.

      € 500 bij een 100-jarig jubileum

  • 2. Bij elk volgend jubileum na een 100-jarig jubileum (bijvoorbeeld 125 of 150 jaar) bedraagt de subsidie € 500,-.

  • 3. Voor carnavalsverenigingen die een 11-jarig jubileum of een daaropvolgend jubileum vieren, zoals bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, bedraagt de subsidie voor ieder jubileum € 111,11.

Hoofdstuk 5: Evenementensubsidie

Artikel 5.1 Subsidievoorwaarden

Het college kan aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die is gevestigd in de gemeente Landgraaf, subsidie verlenen voor een evenement dat plaatsvindt:

  • a.

    in de gemeente Landgraaf;

  • b.

    buiten de gemeente Landgraaf, mits dit evenement slechts eenmalig buiten Landgraaf plaatsvindt;

  • c.

    buiten de gemeente Landgraaf, mits er sprake is van een evenement dat een bijdrage levert aan de bevordering van grensoverstijgende samenwerking met de partnersteden Übach-Palenberg en/of Andrychow.

Artikel 5.2 Subsidievoorwaarden

Om voor subsidie in aanmerking te komen dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

  • a.

    het evenement dient bij te dragen aan de verbetering van de sociale samenhang binnen de gemeente of van de identiteit van de gemeente;

  • b.

    het evenement heeft tenminste een uitstraling op buurtniveau, wijkniveau, gemeentelijk of (eu)regionaal niveau.

Artikel 5.3 Subsidieaanvraag

  • 1. De subsidieaanvraag dient ten hoogste 24 weken en uiterlijk 6 weken voorafgaand aan het evenement via het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier te worden ingediend bij het college.

  • 2. De aanvrager kan het college schriftelijk gemotiveerd verzoeken om een afwijkende termijn voor het indienen van de subsidieaanvraag.

  • 3. De aanvraag voor een evenementensubsidie, niet zijnde een buurtevenementensubsidie, dient tenminste te bevatten:

    • a.

      een omschrijving van het evenement waaruit blijkt dat het bijdraagt aan de verbetering van de sociale samenhang en/of identiteit van de gemeente Landgraaf;

    • b.

      datum waarop het evenement plaatsvindt dan wel wordt beoogd;

    • c.

      de locatie waar het evenement gaat plaatsvinden;

    • d.

      niveau van de uitstraling (buurt-, wijk-, gemeentelijk of (eu)regionaal);

    • e.

      inzicht in de met het evenement gepaard gaande kosten en baten.

  • 4. De aanvraag voor een buurtevenementensubsidie dient tenminste te bevatten:

    • a.

      indien de aanvrager een natuurlijk persoon is, een verklaring voorzien van namen, adressen en handtekeningen dat de aanvraag door tenminste vier buurtgenoten wordt ondersteund;

    • b.

      een omschrijving van het buurtevenement waaruit blijkt dat het gericht is op de verbetering van de sociale samenhang in de betreffende buurt;

    • c.

      de datum waarop het buurtevenement plaatsvindt dan wel wordt beoogd;

    • d.

      de buurt waarbinnen en de locatie waar het evenement gaat plaatsvinden.

Artikel 5.4 Berekening subsidie

  • 1. De hoogte van subsidie voor een evenement, niet zijnde een buurtevenement, dat voor de eerste keer wordt georganiseerd, is maximaal 50 procent van de kosten met een maximum van € 1000.

  • 2. De hoogte van een subsidie voor een evenement, niet zijnde een buurtevenement, dat voor de tweede keer of vaker wordt georganiseerd is maximaal 50 procent van de kosten met een maximum van € 500.

  • 3. De hoogte van subsidie voor een buurtevenement is maximaal € 250.

  • 4. Subsidie heeft uitsluitend betrekking op de direct aan de organisatie en uitvoering van het (buurt)evenement verbonden kosten, die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het realiseren van de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 5.5 Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1. Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast.

  • 2. Subsidieaanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. Indien een aanvraag onvolledig is, geldt, voor beantwoording van de vraag of het subsidieplafond is bereikt, als ontvangstdatum de dag waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

  • 3. Indien het vastgestelde subsidieplafond wordt bereikt op een dag dat meerdere volledige aanvragen zijn ontvangen, worden deze door middel van loting gerangschikt.

Artikel 5.6 Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 van de Asv kan subsidie worden geweigerd indien:

  • a.

    de subsidieaanvraag is ingediend buiten het in artikel 5.3, lid 1 genoemde tijdvak;

  • b.

    indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 5.1 en 5.2. De voorwaarde genoemd in artikel 5.2, onder b, geldt niet indien de aanvraag betrekking heeft op een evenement dat slechts eenmalig buiten Landgraaf plaatsvindt;

  • c.

    een benodigde vergunning voor het evenement is geweigerd;

  • d.

    de organisatie een winstoogmerk heeft;

  • e.

    het (buurt)evenement in hetzelfde kalenderjaar reeds in aanmerking is gebracht voor subsidie op grond van een andere subsidieregeling van de gemeente Landgraaf;

  • f.

    het (buurt)evenement behoort tot of rechtstreeks voortvloeit uit de kernactiviteiten van een vrijwilligersorganisatie die in aanmerking komt voor een basissubsidie;

  • g.

    het (buurt)evenement onvoldoende bijdraagt aan de kwaliteit en diversiteit van het evenementenaanbod en het imago van de gemeente Landgraaf;

  • h.

    de aanvrager in hetzelfde kalenderjaar reeds in aanmerking is gebracht voor evenementensubsidie of buurtevenementensubsidie;

  • i.

    in voorafgaande kalenderjaren de aanvrager niet of onvoldoende heeft voldaan aan de in artikel 5.6 opgenomen verplichtingen.

Artikel 5.7 Verplichtingen

  • 1. De subsidieontvanger die in aanmerking wordt gebracht voor subsidie voor een evenement, is verplicht in alle tot derden gerichte uitingen met betrekking tot het evenement, waaronder in ieder geval begrepen drukwerk en publicaties, duidelijk leesbaar aan te geven dat het evenement (mede) tot stand gekomen is dankzij subsidie van de gemeente Landgraaf.

  • 2. Het college kan nadere aanwijzingen geven over de aard en wijze van vermelding.

  • 3. Het toegekende subsidiebedrag wordt geheel besteed ten behoeve van het (buurt)evenement.

Artikel 5.8 Subsidieverantwoording en vaststelling

  • 1. Het college kan steekproefsgewijs of wanneer hier aanleiding voor is, de volgende gegevens controleren:

    • a.

      financiële situatie van de aanvrager;

    • b.

      inschrijving bij de Kamer van Koophandel;

    • c.

      uitvoering van het (buurt)evenement;

    • d.

      vermelding van de gemeente Landgraaf in tot derden gerichte uitingen.

  • 2. Het college is bevoegd om de hiervoor noodzakelijke gegevens bij de subsidieontvanger op te vragen. De subsidieontvanger is gehouden om hier medewerking aan te verlenen.

Hoofdstuk 6: Stimuleringssubsidie

Artikel 6.1 Doelgroep

Het college kan aan een vrijwilligersorganisatie op aanvraag een stimuleringssubsidie verstrekken voor de kosten die zij maakt om haar kernactiviteit(en) toegankelijk te maken voor mensen met een beperking of inwoners te stimuleren om te participeren aan hun kernactiviteit(en).

Artikel 6.2 Subsidieaanvraag

Een aanvraag wordt ten hoogste 24 weken en tenminste 8 weken voorafgaand aan de beoogde activiteit(en), via het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier, bij het college ingediend.

Artikel 6.3 Berekening subsidie

  • 1. De hoogte van het subsidiebedrag is gelijk aan het bedrag van de gemaakte kosten en bedraagt maximaal € 1.000.

  • 2. Subsidie heeft uitsluitend betrekking op de direct aan de organisatie en uitvoering van de stimuleringsactiviteit(en) verbonden kosten, die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het realiseren van de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 6.4 Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1. Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast.

  • 2. Subsidieaanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. Indien een aanvraag onvolledig is, geldt, voor beantwoording van de vraag of het subsidieplafond is bereikt, als ontvangstdatum de dag waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

  • 3. Indien het vastgestelde subsidieplafond wordt bereikt op een dag dat meerdere volledige aanvragen zijn ontvangen, worden deze door middel van loting gerangschikt.

Artikel 6.5 Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 van de Asv kan subsidie worden geweigerd indien:

  • a.

    de vrijwilligersorganisatie gedurende het subsidiejaar al een stimuleringssubsidie heeft ontvangen;

  • b.

    gedurende de looptijd van de ten tijde van de aanvraag vigerende algemene subsidieverordening een eerdere subsidie is verstrekt of geweigerd voor eenzelfde stimuleringsactiviteit van de aanvrager;

  • c.

    voor de stimuleringsactiviteit(en) al subsidie wordt ontvangen op grond van een andere subsidieregeling;

  • d.

    de aanvraag wordt ingediend buiten het in artikel 6.2 opgenomen tijdvak.

Artikel 6.6 Verplichtingen

De vrijwilligersorganisatie deelt haar opgedane kennis en ervaring met andere vrijwilligersorganisaties uit Landgraaf.

Artikel 6.7 Subsidieverantwoording

Indien een steekproefsgewijze controle plaatsvindt zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Asv, dient de subsidieontvanger facturen te overleggen waaruit blijkt dat de kosten zoals bedoeld in artikel 6.3 zijn gemaakt.

Hoofdstuk 7: Burgerinitiatieven

Artikel 7.1 Doelgroep

Het college kan aan een of meer burgers van de gemeente Landgraaf of aan een of meer vrijwilligersorganisaties op aanvraag een subsidie toekennen ten behoeve van de verwezenlijking van een burgerinitiatief, mits dit initiatief een bijdrage levert aan de leefbaarheid, de sociale samenhang en de betrokkenheid van bewoners in (een deel van) de gemeente of een bijdrage levert aan de bevordering van grensoverstijgende samenwerking met de partnersteden Übach-Palenberg en/of Andrychow.

Artikel 7.2 Subsidievoorwaarden

Om voor subsidie in aanmerking te komen dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

  • a.

    het burgerinitiatief draagt bij aan de leefbaarheid, sociale samenhang en betrokkenheid van inwoners in (een deel van) de gemeente of aan de bevordering van grensoverstijgende samenwerking met de partnersteden Übach-Palenberg en/of Andrychow;

  • b.

    het burgerinitiatief dient binnen 24 weken nadat de subsidie verleend is gerealiseerd te zijn.

Artikel 7.3 Subsidieaanvraag

  • 1. Een aanvraag voor burgerinitiatievensubsidie dient maximaal 24 weken en minimaal 4 weken vóór de start van het burgerinitiatief te worden ingediend en bevat onverminderd het bepaalde in artikel 8 Asv in elk geval:

    • a.

      een beschrijving van het burgerinitiatief waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      de hieraan deelnemende partijen;

    • c.

      een begroting voor de kosten van het burgerinitiatief;

    • d.

      de wijze waarop het burgerinitiatief wordt gerealiseerd.

  • 2. Een aanvraag kan slechts betrekking hebben op één burgerinitiatief.

  • 3. Het college kan op verzoek van de aanvrager afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn indien naar het oordeel van het college uit een gemotiveerd verzoek van de aanvrager blijkt dat dit noodzakelijk is.

Artikel 7.4 Berekening subsidie

  • 1. De subsidie is proportioneel ten opzichte van het burgerinitiatief en het aantal burgers dat met het initiatief wordt bereikt. De hoogte van een subsidie voor een burgerinitiatief is maximaal € 3000,-.

  • 2. Niet voor subsidie in aanmerking komen in ieder geval de kosten van:

    • a.

      derden;

    • b.

      consumpties of huur van een locatie voor open activiteiten;

    • c.

      een ontbijt, brunch, lunch of diner;

    • d.

      sponsoring;

    • e.

      kosten voor communicatie zoals telefoon, printer, laptop, computer, drukkosten en eventuele abonnementskosten.

  • 3. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de direct aan de organisatie en uitvoering van het burgerinitiatief verbonden kosten, die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het realiseren van het burgerinitiatief.

  • 4. Bij de beslissing op een aanvraag neemt het college kennis van een advies van een burgercommissie over het burgerinitiatief waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 7.5 Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1. Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast.

  • 2. Subsidieaanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. Indien een aanvraag onvolledig is, geldt, voor beantwoording van de vraag of het subsidieplafond is bereikt, als ontvangstdatum de dag waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

  • 3. Indien het vastgestelde subsidieplafond wordt bereikt op een dag dat meerdere volledige aanvragen zijn ontvangen, worden deze door middel van loting gerangschikt.

Artikel 7.6 Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 van de Asv kan subsidie worden geweigerd indien:

  • a.

    de aanvraag wordt ingediend buiten het in artikel 7.3, lid 1 opgenomen tijdvak;

  • b.

    het burgerinitiatief niet of onvoldoende bijdraagt aan de leefbaarheid, sociale samenhang of betrokkenheid van bewoners in (een deel van) de gemeente of aan de bevordering van grensoverstijgende samenwerking met de partnersteden Übach-Palenberg en/of Andrychow;

  • c.

    het burgerinitiatief, niet zijnde een burgerinitiatief dat bijdraagt aan de bevordering van grensoverstijgende samenwerking met de partnersteden Übach-Palenberg en/of Andrychow, niet wordt gerealiseerd binnen de gemeente Landgraaf of niet voldoende ten goede komt aan de Landgraafse samenleving;

  • d.

    de aanvrager zelf niet bijdraagt aan de realisering van het burgerinitiatief;

  • e.

    gedurende de looptijd van de ten tijde van de aanvraag vigerende algemene subsidieverordening voor het burgerinitiatief of een vergelijkbaar initiatief reeds subsidie is verleend;

  • f.

    voor het burgerinitiatief subsidie kan worden verleend op een andere grondslag;

  • g.

    er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat het burgerinitiatief niet of niet binnen 24 weken na de subsidieverlening gerealiseerd zal worden en er geen reden is om van deze termijn af te wijken.

Artikel 7.7 Verplichtingen

De subsidieontvanger deelt opgedane kennis en ervaring met andere burgerinitiatieven uit Landgraaf tijdens een jaarlijkse bijeenkomst.

Artikel 7.8 Subsidieverantwoording en vaststelling

  • 1. De subsidieontvanger dient binnen 8 weken na realisering van het burgerinitiatief een aanvraag tot subsidievaststelling in, voor zover er eerst subsidieverlening heeft plaatsgevonden.

  • 2. Bij de verleningsbeschikking wordt vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden in diens aanvraag om subsidievaststelling.

Hoofdstuk 8: Samenwerkingssubsidie

Artikel 8.1 Doelgroep

Het college kan subsidie verlenen ten behoeve van een project van twee of meer rechtspersonen, gericht op meer samenwerking binnen het sociaal domein tussen deze rechtspersonen. Dit dient een project te zijn waarin meerdere partners samenwerken (met een minimum van 2), waarin het uiteindelijke doel van het project niet samenwerking is, maar de samenwerking wel van belang is voor het resultaat. Het project dient:

  • maatschappelijke meerwaarde te genereren voor de Landgraafse samenleving en/of een bijdrage te leveren aan de bevordering van grensoverstijgende samenwerking;

  • een kostenbesparing op te leveren;

  • in overwegende mate ten goede te komen aan de Landgraafse samenleving.

Artikel 8.2 Subsidievoorwaarden

  • 1. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

    • a.

      het project dient in belangrijke mate ten goede te komen aan het bereiken van de doelen die de gemeente heeft gesteld binnen het sociaal domein dan wel aan de bevordering van grensoverstijgende samenwerking en de aangevraagde samenwerkingssubsidie is noodzakelijk voor het realiseren van het project;

    • b.

      samenwerkingssubsidie mag uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van de realisering van het project;

    • c.

      de effecten van het project zijn meetbaar. Dit wordt meetbaar gemaakt door na afloop van het project een evaluatie te sturen;

    • d.

      het project dient binnen 24 weken nadat de subsidie verleend is te zijn gestart.

  • 2. Het college kan op verzoek van de aanvrager afwijken van de in het vierde lid genoemde termijn indien naar het oordeel van het college uit een gemotiveerd verzoek van de aanvrager blijkt dat dit noodzakelijk is.

  • 3. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de direct aan de organisatie en uitvoering van de aan het project verbonden kosten, die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het realiseren van de samenwerking.

  • 4. Niet voor subsidie in aanmerking komen in ieder geval de kosten van:

    • a.

      alle vormen van exploitatiekosten, die zijn gerelateerd aan gebouwen en systemen;

    • b.

      kosten van onderhoud of verbouwing van gebouwen en inventaris;

    • c.

      reguliere overhead, uurvergoeding (onder)directeuren en/of managers;

    • d.

      accountantskosten;

    • e.

      onvoorziene kosten.

Artikel 8.3 Subsidieaanvraag

  • 1. Een aanvraag voor samenwerkingssubsidie dient maximaal 24 weken en minimaal 6 weken vóór de start van het project bij het college te worden ingediend en bevat onverminderd het bepaalde in artikel 8 Asv in elk geval:

    • a.

      een ingevuld aanvraagformulier samenwerkingssubsidie, te vinden via de website van de gemeente Landgraaf;

    • b.

      een beschrijving van het project waarvoor de samenwerkingssubsidie wordt aangevraagd;

    • c.

      de hieraan deelnemende partijen;

    • d.

      de wijze waarop het project wordt gerealiseerd;

    • e.

      begroting van het project en;

    • f.

      beschrijving van de borging van het project in komende jaren vanuit eigen middelen.

  • 2. Een aanvraag kan slechts betrekking hebben op één project.

  • 3. Het college kan op verzoek van de aanvrager afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn indien naar het oordeel van het college uit een gemotiveerd verzoek van de aanvrager blijkt dat dit noodzakelijk is.

Artikel 8.4 Berekening subsidie

  • 1. De samenwerkingssubsidie is proportioneel ten opzichte van de beoogde doelen en het beoogde effect van het project en wordt verstrekt voor zover de structurele besparing in de kosten en/of structurele kwalitatieve voordelen direct tot het project zijn terug te leiden. Samenwerkingssubsidie wordt berekend op basis van het aantal samenwerkende partijen die daadwerkelijk bijdragen aan het project. De maximale subsidiebedragen voor samenwerkingssubsidie zijn:

    • a.

      bij twee samenwerkende partijen: €1.500;

    • b.

      bij drie tot vier samenwerkende partijen: €3.000;

    • c.

      bij vijf of meer samenwerkende partijen: €4.000.

  • 2. Het college kan beslissen tot een extra bijdrage in subsidie wanneer de samenwerking van het project een grote structurele besparing in de kosten oplevert van een maatschappelijke opgave. Deze extra bijdrage bedraagt maximaal € 1.000. Er dient dan in het projectplan beschreven te worden wat deze kostenbesparing is.

  • 3. Bij de beslissing op een aanvraag neemt het college kennis van een advies van Landgraaf Verbindt over het project waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 8.5 Subsidieplafond en wijze van verdeling

  • 1. Het college stelt jaarlijks het subsidieplafond vast.

  • 2. Subsidieaanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. Indien een aanvraag onvolledig is, geldt, voor beantwoording van de vraag of het subsidieplafond is bereikt, als ontvangstdatum de dag waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

  • 3. Indien het vastgestelde subsidieplafond wordt bereikt op een dag dat meerdere volledige aanvragen zijn ontvangen, worden deze door middel van loting gerangschikt.

Artikel 8.6 Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 van de Asv kan subsidie worden geweigerd indien:

  • a.

    De aanvraag wordt ingediend buiten het in artikel 8.3 lid 1 opgenomen tijdvak;

  • b.

    indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 8.2;

  • c.

    De aanvrager en/of andere deelnemers geen activiteiten uitvoeren in de gemeente Landgraaf. Deze weigeringsgrond geldt niet voor projecten die ten goede komen aan grensoverstijgende samenwerking;

  • d.

    Voor het project of een vergelijkbaar initiatief reeds gemeentelijke subsidie is verleend of op een andere manier financieel is bijgedragen door de gemeente;

  • e.

    Voor het project subsidie kan worden verleend op een andere grondslag;

  • f.

    Het project onvoldoende is gericht op samenwerking binnen het sociaal domein. Deze weigeringsgrond geldt niet voor projecten die ten goede komen aan grensoverstijgende samenwerking;

  • g.

    Met het project het maken van winst wordt beoogd;

  • h.

    Er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat het project niet of niet binnen 24 weken na de subsidieverlening zal worden gestart en er geen reden is om op grond van artikel 8.2 lid 5 van deze termijn af te wijken;

  • i.

    Het project en de bestaande samenwerking niet kan worden geborgd in toekomstige jaren.

Artikel 8.7 Verplichtingen

  • 1. De subsidieontvanger deelt opgedane kennis en ervaring met andere samenwerkingsinitiatieven uit Landgraaf tijdens een van de jaarlijkse netwerkbijeenkomsten.

  • 2. Het toegekende subsidiebedrag wordt geheel besteed ten behoeve van de samenwerking.

Artikel 8.8 Subsidieverantwoording en vaststelling

  • 1. De subsidieontvanger dient binnen 12 weken na de realisering van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in, voor zover er eerst subsidieverlening heeft plaatsgevonden.

  • 2. Bij de verleningsbeschikking wordt vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden in diens aanvraag om subsidievaststelling.

Hoofdstuk 9: Innovatiesubsidie

Artikel 9.1 Doelgroep

Het college kan aan een professionele organisatie of alliantie innovatiesubsidie verstrekken ten behoeve van een project dat is gericht op sociale innovatie en dat mede ten goede komt aan de Landgraafse gemeenschap.

Artikel 9.2 Subsidievoorwaarden

  • 1. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

    • a.

      de aangevraagde innovatiesubsidie is noodzakelijk voor het realiseren van het project;

    • b.

      de innovatiesubsidie mag uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van het realiseren van het project;

    • c.

      de effecten van het project zijn meetbaar;

    • d.

      het project dient binnen 12 weken nadat de subsidie is verleend te zijn gestart.

  • 2. Het college kan op verzoek van de aanvrager afwijken van de in het vierde lid genoemde termijn indien naar het oordeel van het college uit een gemotiveerd verzoek van de aanvrager blijkt dat dit noodzakelijk is.

  • 3. De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de direct aan de organisatie en uitvoering van de aan het project verbonden kosten, die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het realiseren van het project.

  • 4. Niet voor subsidie in aanmerking komen in ieder geval de kosten van:

    • a.

      alle vormen van exploitatiekosten, die zijn gerelateerd aan gebouwen en systemen;

    • b.

      kosten van onderhoud of verbouwing van gebouwen en inventaris;

    • c.

      reguliere overhead, uurvergoeding (onder)directeuren en/of managers;

    • d.

      accountantskosten;

    • e.

      onvoorziene kosten.

Artikel 9.3 Subsidieaanvraag

  • 1. Een aanvraag voor innovatiesubsidie dient maximaal 24 weken en minimaal 4 weken vóór de start van het project te worden ingediend en bevat onverminderd het bepaalde in artikel 8 Asv in elk geval:

    • a.

      een beschrijving van het project waarvoor de samenwerkingssubsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      de hieraan deelnemende partijen;

    • c.

      een begroting voor de kosten van het project;

    • d.

      de wijze waarop het project wordt gerealiseerd.

  • 2. Een aanvraag kan slechts betrekking hebben op één project.

Artikel 9.4 Berekening subsidie

De innovatiesubsidie is proportioneel ten opzichte van de beoogde doelen en het beoogde effect van het project en wordt verstrekt voor zover de structurele besparing in de kosten en/of structurele kwalitatieve voordelen direct tot het project zijn terug te leiden.

Artikel 9.5 Aanvullende weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 van de Asv kan subsidie worden geweigerd indien:

  • a.

    De aanvrager en/of andere deelnemers geen activiteiten uitvoeren in de gemeente Landgraaf;

  • b.

    De aanvraag wordt ingediend buiten in het artikel 9.2, lid 1 opgenomen tijdvak;

  • c.

    Voor het project subsidie kan worden verleend op een andere grondslag;

  • d.

    Het project onvoldoende is gericht op innovatie binnen het sociaal domein;

  • e.

    De aanvraag een ondersteuningsaanbod betreft waarover geen afstemming heeft plaatsgevonden met (andere) betrokken professionals en/of informele zorgverleners;

  • f.

    De structurele besparing in de kosten en/of de structurele kwalitatieve voordelen niet direct tot het project zijn terug te leiden;

  • g.

    Met het project het maken van winst wordt beoogd;

  • h.

    De activiteiten bestaan uit het verstrekken van geld of goederen;

  • i.

    Er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat het project niet of niet binnen 12 weken na de subsidieverlening zal worden gestart en er geen reden is om van deze termijn af te wijken.

Artikel 9.6 Verplichtingen

De subsidieontvanger deelt opgedane kennis en ervaring met andere sociale innovatieprojecten uit Landgraaf.

Artikel 9.7 Subsidieverantwoording en vaststelling

  • 1. De subsidieontvanger dient binnen 12 weken na de realisering van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in, voor zover er eerst subsidieverlening heeft plaatsgevonden.

  • 2. Bij de verleningsbeschikking wordt vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden in diens aanvraag om subsidievaststelling.

Hoofdstuk 10: Subsidie Lokale Aanpak Isolatie gemeente Landgraaf

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 10.1 Begripsomschrijvingen

Voor dit hoofdstuk gelden, aanvullend op het bepaalde in artikel 1.1, de begripsomschrijvingen zoals hieronder vermeld.

  • 1.

    Activiteit: werkzaamheden ten behoeve van verhoging van de energetische kwaliteit van de woning.

  • 2.

    Bouwbedrijf: bouwbedrijf zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Regeling SPUK LAI.

  • 3.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf.

  • 4.

    Eigenaar-bewoner: een natuurlijk persoon die een bestaande woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of dit direct na renovatie van deze woning zal hebben.

  • 5.

    Energiebespaarplan: rapportage van de technische woningopname door de WoonWijzerWinkel Limburg, waarmee duidelijkheid geboden wordt wat het effect is van diverse isolatiemaatregelen.

  • 6.

    Energielabel: energielabel zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Regeling SPUK LAI.

  • 7.

    Energietoeslag: een vergoeding die bedoeld is om huishoudens met een laag inkomen deels te compenseren voor de gestegen energieprijzen.

  • 8.

    Hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

  • 9.

    Isolatiemaatregel: energiebesparende isolatiemaatregel ten behoeve van verhoging van de energetische kwaliteit van de woning, zoals isolatie en HR++-glas.

  • 10.

    ISDE-subsidie: de investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing, zijnde een subsidie voor isolatiemaatregelen, zoals bedoeld in artikel 4.5.2., eerste lid, onder b, van de Regeling ISDE.

  • 11.

    Meldcode: meldcode zoals gedefinieerd in artikel 4.5.1. van de Regeling ISDE

  • 12.

    Natuurlijk persoon: elke persoon die geen rechtspersoon is.

  • 13.

    Offerte: de offerte van de kosten voor het uitvoeren van isolatiemaatregelen en eventuele ventilatiemaatregelen.

  • 14.

    Raad: de gemeenteraad van de gemeente Landgraaf.

  • 15.

    Regeling SPUK LAI: de vigerende Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 1 februari 2023, nr. 2022-0000430533 houdende regels met betrekking tot de verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma.

  • 16.

    Regeling ISDE: de vigerende Regeling van de Minister van Economische Zaken van 11 juli 2014, nr. WJZ / 13125043, houdende vaststelling van nationale subsidie-instrumenten op het terrein van Economische Zaken.

  • 17.

    Slecht geïsoleerde woning: een woning zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Regeling SPUK LAI.

  • 18.

    Subsidieaanvrager: een natuurlijk persoon die subsidie aanvraagt.

  • 19.

    Subsidieontvanger: een natuurlijk persoon aan wie subsidie is verleend.

  • 20.

    Thermische schil: omhulling van het gebouw samengesteld uit bouwkundige elementen zoals de muren en dak. Zij scheidt de woning af van de buitenomgeving of aangrenzende onverwarmde ruimten.

  • 21.

    Ventilatiemaatregel: energiezuinige ventilatiemaatregel zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Regeling SPUK LAI.

  • 22.

    Woning: woning zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Regeling SPUK LAI, met uitzondering van het daarin vermelde appartement.

  • 23.

    WOZ-waarde: waarde van een woning als bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 10.2. Karakter hoofdstuk

De bepalingen uit de Asv zijn van toepassing op dit hoofdstuk, voor zover daarvan in dit hoofdstuk niet wordt afgeweken.

Artikel 10.3 Doelstelling

  • 1. Het klimaatakkoord gaat uit van een CO2-neutrale en aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Met deze subsidie worden inwoners gestimuleerd om aan de slag te gaan met de verduurzaming van hun woningen en op deze manier wordt energiebesparing en CO2-reductie bevorderd.

  • 2. De subsidie richt zich op eigenaar-bewoners, waarbij op basis van het energielabel en de WOZ-waarde de verwachting is dat een grote energiebesparing te realiseren is in de woning via het treffen van isolatiemaatregelen.

Artikel 10.4 Toepassingsbereik

  • 1. Het college kan aan eigenaar-bewoners subsidie verstrekken voor het treffen van één of twee isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met het treffen van een ventilatiemaatregel.

  • 2. Het college kan ook subsidie verstrekken voor financieringsadvies en voor ondersteuning bij het aanvragen van ISDE-subsidie, mits deze activiteiten door de WoonWijzerWinkel Limburg worden uitgevoerd.

Paragraaf 2 Activiteiten

Artikel 10.5 Subsidiabele activiteiten

  • 1. De subsidie kan worden aangevraagd voor de volgende isolatie- en ventilatiemaatregelen:

    • a.

      spouwmuurisolatie;

    • b.

      vloerisolatie of bodemisolatie;

    • c.

      dakisolatie of zolder- of vlieringvloerisolatie;

    • d.

      gevelisolatie;

    • e.

      HR++ glas en kozijnpanelen;

    • f.

      HR+++ glas en kozijnpanelen;

    • g.

      isolerende deuren i.c.m. nieuwe isolerende kozijnen;

    • h.

      CO2-gestuurde ventilatie of balansventilatie met warmteterugwinning

  • 2. De subsidie kan verder worden aangevraagd voor de volgende activiteiten, mits die door het regionale energieloket WoonWijzerWinkel Limburg zijn/worden uitgevoerd:

    • a.

      financieringsadvies betreffende leningen en subsidies;

    • b.

      ondersteuning bij het aanvragen van ISDE-subsidie.

  • 3. De isolatiemaatregelen genoemd in het eerste lid onder a t/m g worden uitgevoerd aan de bestaande thermische schil.

  • 4. De isolatiemaatregelen waarvoor de aanvrager subsidie aanvraagt, moeten voldoen aan de vereisten zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, van de Regeling SPUK LAI juncto artikel 4.5.2., derde lid, van de Regeling ISDE.

  • 5. Van alle in het eerste lid genoemde isolatiemaatregelen moet het merk en type op het moment van indienen van de aanvraag zijn opgenomen in de dan geldende ISDE meldcodelijst Isolatie en Hoogrendementsglas van RVO.

  • 6. Een ventilatiemaatregel wordt enkel gesubsidieerd als ook één of meerdere isolatiemaatregelen, zoals vermeld in het eerste lid, onder a t/m g worden getroffen.

  • 7. Subsidie kan enkel worden aangevraagd en toegekend voor maximaal 2 van de in het eerste lid onder a t/m g genoemde isolatiemaatregelen.

  • 8. De activiteiten zoals bedoeld in het tweede lid onder a en b worden enkel gesubsidieerd als de aanvrager heeft verklaard dat hij voor het treffen van de isolatiemaatregel(en) gebruik wil maken van een bouwbedrijf dat is aangesloten bij de WoonWijzerWinkel Limburg.

  • 9. De activiteit zoals bedoeld in het tweede lid, onder b wordt enkel gesubsidieerd als ook één of meerdere isolatiemaatregelen, zoals vermeld in het eerste lid, onder a t/m g worden getroffen.

Paragraaf 3 Doelgroep, subsidievoorwaarden en subsidieplafond

Artikel 10.6 Doelgroep

  • 1. De subsidie kan enkel worden aangevraagd door en verstrekt worden aan een natuurlijk persoon behorende tot de volgende doelgroepen:

    • a.

      doelgroep A: Eigenaar-bewoner;

    • b.

      doelgroep B: Eigenaar-bewoner, die de energietoeslag 2023 van de gemeente Landgraaf heeft ontvangen.

  • 2. De subsidie kan enkel worden verstrekt ten behoeve van een slecht geïsoleerde koopwoning die:

    • a.

      is gebouwd vóór 1992;

    • b.

      binnen de grenzen van gemeente Landgraaf ligt, en

    • c.

      op peildatum 1 januari 2022 een WOZ-waarde heeft die lager is dan de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen in de gemeente, zoals bepaald in de bijlage I van de Regeling SPUK LAI.

Artikel 10.7 Hoogte subsidiebedrag

  • 1. Aan de doelgroepen genoemd in artikel 10.6, eerste lid, kunnen de volgende maximale subsidiebedragen worden verstrekt:

  • Doelgroep A:

    • a.

      70% van de daadwerkelijke kosten voor één isolatiemaatregel en een eventuele ventilatiemaatregel en, indien van toepassing, 100% van de daadwerkelijke kosten van de activiteiten zoals bedoeld in artikel 10.5, tweede lid onder a en/of b, tot een maximum van € 1300,-;

    • b.

      70% van de daadwerkelijke kosten voor een tweede isolatiemaatregel en een eventuele ventilatiemaatregel en, indien van toepassing, 100% van de daadwerkelijke kosten van de activiteiten zoals bedoeld in artikel 10.5, tweede lid onder a en/of b, tot een maximum van € 1000,-;

    • c.

      100% van de daadwerkelijke kosten van de activiteit zoals bedoeld in artikel 10.5, tweede lid, onder a, zijnde het geldende tarief dat de WoonWijzerWinkel Limburg hanteert voor het financieringsadvies voor leningen en subsidies, indien op basis van dat advies niet wordt overgegaan tot het treffen van isolatiemaatregelen.

    • d.

      voor zover op grond van dit hoofdstuk eerder subsidie is toegekend voor het treffen van één isolatiemaatregel, wordt voor het treffen van aanvullende subsidiabele activiteiten als genoemd in artikel 10.5, eerste lid, ten behoeve van dezelfde woning subsidie toegekend tot een maximum van € 1.000,- met dien verstande dat het totaal aan toegekende subsidies voor het verduurzamen van dezelfde woning op grond van dit hoofdstuk of diens voorganger, niet meer dan €2.300,- kan bedragen.

  • Doelgroep B:

    • e.

      100% van de daadwerkelijke kosten voor één isolatiemaatregel en een eventuele ventilatiemaatregel tot een maximum van € 5.000,-;

    • f.

      100% van de daadwerkelijke kosten voor twee isolatiemaatregelen en een eventuele ventilatiemaatregel tot een maximum van € 10.000,-.

  • 2. Het subsidiabele bedrag zal worden bepaald aan de hand van de door de aanvrager ondertekende definitieve offerte(s) van het/de bouwbedrijf/-bedrijven.

  • 3. Wanneer op grond van de hoofdstukken 11 of 12 van deze subsidieregeling subsidie is toegekend voor de aanschaf van isolatiematerialen of het treffen van isolatiemaatregelen bestaat geen aanspraak op subsidie voor isolatiemaatregelen op hetzelfde adres op grond van dit hoofdstuk.

  • 4. De toe te kennen subsidie mag er niet toe leiden dat meer dan 100% van de investering in de isolatiemaatregel(en) en een eventuele ventilatiemaatregel wordt gesubsidieerd door een stapeling met andere gemeentelijke, provinciale en landelijke subsidies.

Artikel 10.8 Subsidievoorwaarden

  • 1. De subsidie kan alleen worden verstrekt als de subsidieaanvrager beschikt over een energiebespaarplan van WoonWijzerWinkel Limburg, dat voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is afgegeven.

  • 2. De subsidie kan alleen verstrekt worden voor (een) isolatiemaatregel(en) en een eventuele ventilatiemaatregel waarvan de voorbereiding en de realisatie verricht wordt/worden door (een) bouwbedrijf/-bedrijven.

  • 3. Om voor subsidie op grond van dit hoofdstuk in aanmerking te komen, moet doelgroep B, zoals vermeld in artikel 10.6, eerste lid, onder b, twee isolatiemaatregelen treffen, als uit het energiebespaarplan blijkt dat die mogelijkheid bestaat.

Artikel 10.9 Subsidieplafond

  • 1. Op dit hoofdstuk zijn de volgende subsidieplafonds van toepassing:

    • a.

      Voor doelgroep A, die subsidie aanvraagt voor één isolatiemaatregel, eventueel in combinatie met een ventilatiemaatregel en/of de activiteiten zoals bedoeld in artikel 10.5, tweede lid, geldt een subsidieplafond van € 3.515.000.

    • b.

      Voor doelgroep A, die subsidie aanvraagt voor een tweede isolatiemaatregel, eventueel in combinatie met een ventilatiemaatregel en/of de activiteiten zoals bedoeld in artikel 10.5, tweede lid, geldt voor de tweede maatregel een subsidieplafond van € 1.244.000.

    • c.

      Voor doelgroep B geldt een subsidieplafond van € 886.000.

  • 2. Vaststelling van subsidie vindt plaats totdat het subsidieplafond is bereikt.

Paragraaf 4 Aanvraag- en vaststellingsprocedure

Artikel 10.10 Subsidieaanvraag

  • 1. De subsidie kan aangevraagd worden vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 augustus 2028 voor doelgroep A en tot en met 31 augustus 2027 voor doelgroep B.

  • 2. De subsidie wordt aangevraagd voordat de subsidiabele activiteiten zijn uitgevoerd, met uitzondering van de subsidiabele activiteit als genoemd in artikel 10.5, tweede lid, onder a.

  • 3. De aanvraag voor subsidie wordt ingediend op de door het college aangewezen wijze.

  • 4. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over:

    • a.

      persoonsgegevens;

    • b.

      adresgegevens over de woning;

    • c.

      de WOZ-waarde van de woning met peildatum 1 januari 2022;

    • d.

      IBAN en tenaamstelling van de bankrekening van de natuurlijk persoon aan wie de subsidie wordt uitbetaald;

    • e.

      het energiebespaarplan zoals uitgegeven door de WoonWijzerWinkel Limburg, voorafgaand aan de werkzaamheden;

    • f.

      indien beschikbaar, het energielabel van de woning;

    • g.

      de door de aanvrager ondertekende en akkoord bevonden offerte(s) met daarop ten minste:

      • i.

        de naam en het adres van de eigenaar-bewoner;

      • ii.

        de naam, het adres en de contactgegevens van het bouwbedrijf dat de subsidiabele activiteiten gaat uitvoeren;

      • iii.

        een omschrijving van het soort isolatiemaatregel, eventuele ventilatiemaatregel en aanverwante werkzaamheden;

      • iv.

        de naam, het type, het merk, de dikte en indien beschikbaar de meldcode, van het isolatiemateriaal;

      • v.

        de plaats waar en het bijhorende oppervlakte van het isolatiemateriaal;

      • vi.

        indien het een offerte voor glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie betreft, een kozijnstaat met daarin merk en type van het kozijn en het daarbij behorende frame, glas en binnenwerkse maten van het glas of de kozijnpanelen per kozijn;

    • h.

      de formele opdracht(en) aan het bouwbedrijf/-bedrijven;

  • 5. Een aanvrager behorende tot doelgroep B, zoals vermeld in artikel 10.6, eerste lid, onder b, moet een volledig ingevulde en ondertekende overeenkomst en machtiging bijsluiten, waarmee het college bij RVO een aanvraag voor ISDE kan indienen.

Artikel 10.11 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 van de Asv kan subsidie worden geweigerd indien of voor zover:

  • a.

    de subsidieaanvraag niet binnen de inwerkingtreding van deze regeling en 31 augustus 2028 (doelgroep A) of 31 augustus 2027 (doelgroep B) compleet en volledig is ontvangen;

  • b.

    de uit te voeren activiteiten niet voldoen aan de vereisten, zoals bepaald in artikel 4.5.2., derde lid, van de Regeling ISDE;

  • c.

    de subsidieaanvraag de maximale subsidiehoogte overschrijdt;

  • d.

    het subsidieplafond is bereikt;

  • e.

    de isolatiemaatregel(en) en eventuele ventilatiemaatregel door de woningeigenaar zelf wordt/worden uitgevoerd;

  • f.

    de aanvraag mede betrekking heeft op subsidie voor financieringsadvies betreffende leningen en subsidies en daaruit blijkt dat de te treffen maatregelen niet worden uitgevoerd door een bouwbedrijf dat is aangesloten bij de WoonWijzerWinkel Limburg, met dien verstande dat de weigering dan alleen ziet op de subsidie voor het financieringsadvies;

  • g.

    de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd is uitgevoerd voordat er door de WoonWijzerWinkel Limburg een energiebespaarplan is afgegeven;

  • h.

    de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd niet bijdragen aan de realisatie van het doel van het bepaalde in dit hoofdstuk;

  • i.

    indien de subsidietoekenning zou leiden tot subsidiëring op grond van dit hoofdstuk van meer dan 2 isolatiemaatregelen;

  • j.

    er op grond van dit hoofdstuk eerder subsidie is verstrekt ten behoeve van dezelfde specifieke maatregel(en) op hetzelfde adres of op grond van hoofdstuk 11 en 12 van deze subsidieregeling eerder subsidie is verstrekt ten behoeve van hetzelfde adres;

  • k.

    er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10.7, derde of vierde lid;

  • l.

    de verstrekte gegevens onjuist zijn;

  • m.

    de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd een nieuw element of gedeelte aan de thermische schil toevoegt en niet dient ter (gedeeltelijke) vervanging of verbetering van de bestaande thermische schil;

  • n.

    de isolatiemaatregel(en) en eventuele ventilatiemaatregel zonder bijzondere inspanning (gedeeltelijk) teniet gedaan kan/kunnen worden of terug te draaien is/zijn;

  • o.

    de investeringskosten van de subsidiabele activiteiten naar het oordeel van het college niet in redelijke verhouding staan tot het te verwachten resultaat;

  • p.

    niet voldaan is aan de overige eisen, voorwaarden en criteria genoemd in dit hoofdstuk.

Artikel 10.12 Wijze van subsidievaststelling

  • 1. De aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst.

  • 2. Wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt, voor de vraag of het subsidieplafond is bereikt, als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

  • 3. Indien het vastgestelde subsidieplafond wordt bereikt op een dag dat meerdere ontvankelijke aanvragen zijn ontvangen, worden deze door middel van loting gerangschikt.

  • 4. Het college beslist op een subsidieaanvraag binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 5. Indien de aanvrager voldoet aan de in dit hoofdstuk gestelde eisen, voorwaarden en verplichtingen, wordt de subsidie direct vastgesteld.

  • 6. In de beschikking tot vaststelling van de subsidie worden de volgende elementen opgenomen:

    • a.

      de hoogte van het subsidiebedrag;

    • b.

      voor welke activiteiten subsidie wordt verstrekt;

    • c.

      de uiterste termijn van uitbetaling;

    • d.

      de verplichtingen van de subsidieontvanger.

  • 7. Het college kan een controle uitvoeren. Indien bij controle blijkt dat de activiteiten niet of niet geheel zijn verricht, kan het college de subsidievaststelling intrekken dan wel de subsidie op een lager bedrag vaststellen en overgaan tot het terugvorderen van de subsidie.

Artikel 10.13 Uitbetaling

  • 1. Behoudens het bepaalde in lid 5, wordt de subsidie uiterlijk 6 weken na ontvangst van de factuur/facturen en het betalingsbewijs/-bewijzen uitbetaald.

  • 2. Als bij controle van de factuur/facturen en betalingsbewijs/-bewijzen blijkt dat de daarop vermelde bedragen en werkzaamheden niet overeenkomen met de gegevens op grond waarvan de subsidie is vastgesteld, dan wordt het besluit tot subsidievaststelling (gedeeltelijk) ingetrokken dan wel gewijzigd.

  • 3. Indien de eigenaar-bewoner heeft gekozen voor het/de door de gemeente aangeboden bouwbedrijf/-bedrijven, dan wordt de subsidie uitbetaald aan het/de bouwbedrijf/-bedrijven en vervolgens verrekend met de factuur/facturen voor de verrichte werkzaamheden.

  • 4. Indien de eigenaar-bewoner niet heeft gekozen voor het/de door de gemeente aangeboden bouwbedrijf/-bedrijven, dan wordt de subsidie uitbetaald aan de eigenaar-bewoner.

  • 5. De subsidie voor financieringsadvies betreffende leningen en subsidies wordt verrekend met de factuur voor dat advies.

Paragraaf 5 Verplichtingen

Artikel 10.14. Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1. De werkzaamheden waarvoor de subsidie is verstrekt, dienen uiterlijk 12 maanden ná vaststelling van de subsidie voltooid te zijn, echter voor doelgroep A uiterlijk op 31 augustus 2028 en voor doelgroep B uiterlijk op 31 augustus 2027.

  • 2. Binnen 8 weken na afronding van de werkzaamheden, maar uiterlijk op 31 oktober 2028 voor doelgroep A en 31 oktober 2027 voor doelgroep B, stuurt de aanvrager de factuur/facturen en betaalbewijs/-bewijzen naar de WoonWijzerWinkel Limburg toe. De factuur is voorzien van ten minste de gegevens zoals vermeld in artikel 10.10, vierde lid, onder g en de datum dat de werkzaamheden zijn afgerond;

  • 3. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:

    • a.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • b.

      ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel kunnen worden nagekomen.

  • 4. De aanvrager is verantwoordelijk voor het verkrijgen van eventuele vereiste vergunning(en) en ontheffing(en). De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het naleven van de zorgplicht zoals die is opgenomen in artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Subsidievaststelling biedt geen garantie dat de vereiste vergunningen en/of ontheffingen worden verleend.

  • 5. De subsidieontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan steekproefsgewijze controles, al dan niet ter plaatse, door of vanwege het college.

Hoofdstuk 11: Subsidie Lokale Aanpak Isolatie Doe-het-zelf gemeente Landgraaf

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 11.1 Begripsomschrijvingen

Voor dit hoofdstuk gelden, aanvullend op het bepaalde in artikel 1.1, de begripsomschrijvingen zoals hieronder vermeld.

  • a.

    Activiteit: werkzaamheden ten behoeve van de verhoging van de energetische kwaliteit van de woning.

  • b.

    Bouwbedrijf: bouwbedrijf zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Regeling SPUK LAI.

  • c.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf.

  • d.

    Eigenaar-bewoner: een natuurlijk persoon die een bestaande woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben.

  • e.

    Energiebespaarplan: rapportage van de technische woningopname door de WoonWijzerWinkel Limburg, waarmee duidelijkheid geboden wordt wat het effect is van diverse isolatiemaatregelen.

  • f.

    Energielabel: een energielabel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling SPUK LAI.

  • g.

    ISDE-subsidie: de investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing, zijnde een subsidie voor isolatiemaatregelen, zoals bedoeld in artikel 4.5.2., eerste lid, onder b, van de Regeling ISDE.

  • h.

    Isolatiemaatregel: energiebesparende isolatiemaatregel ten behoeve van de verhoging van de energetische kwaliteit van de woning.

  • i.

    Natuurlijk persoon: elke persoon die geen rechtspersoon is.

  • j.

    Raad: de gemeenteraad van de gemeente Landgraaf.

  • m.

    Regeling SPUK LAI: de vigerende Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 1 februari 2023, nr. 2022-0000430533 houdende regels met betrekking tot de verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma.

  • k.

    Regeling ISDE: de vigerende Regeling van de Minister van Economische Zaken van 11 juli 2014, nr. WJZ / 13125043, houdende vaststelling van nationale subsidie-instrumenten op het terrein van Economische Zaken.

  • l.

    Schuindakisolatie binnenzijde: het isoleren van (pannen)daken aan de binnenzijde door aan het dakbeschot isolatiemateriaal te bevestigen waarna de binnenwand-afwerking eroverheen wordt geplaatst. Als er sprake is van dakpannen, dan mogen die niet beroerd worden. Ook een ruimte vullen tussen dakbeschot en binnenwandafwerking met gespoten isolatiemateriaal is niet toegestaan;

  • ml.

    Slecht geïsoleerde woning: een slecht geïsoleerde woning, met uitzondering van een appartement, zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Regeling SPUK LAI.

  • n.

    Subsidie(aan)vrager: een natuurlijk persoon die subsidie aanvraagt.

  • o.

    Subsidieontvanger: een natuurlijk persoon aan wie subsidie is toegekend.

  • p.

    Thermische schil: omhulling van het gebouw samengesteld uit bouwkundige elementen zoals de muren en dak. Zij scheidt de woning af van de buitenomgeving of aangrenzende onverwarmde ruimten.

  • q.

    Woning: woning zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de Regeling SPUK LAI, met uitzondering van het daarin vermelde appartement.

  • r.

    WOZ-waarde: waarde van een woning als bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 11.2 Karakter hoofdstuk

De bepalingen uit de Asv zijn van toepassing op dit hoofdstuk, voor zover daarvan in dit hoofdstuk niet wordt afgeweken.

Artikel 11.3 Doelstelling

  • 1. De subsidie wordt verstrekt om eigenaren van woningen tegemoet te komen in de kosten van het isoleren. Hoewel er al verschillende verduurzamingssubsidies voor woningeigenaren beschikbaar zijn, zijn doe-het-zelvers hierbij vaak uitgesloten. Met deze subsidie wordt deze doelgroep gestimuleerd om zelf te isoleren, waar dat anders niet gedaan wordt. Aan eigenaren van woningen die zelf, dus zonder tussenkomst van een bouwbedrijf, isolatiemaatregelen willen aanbrengen, wordt subsidie verstrekt om tegemoet te komen in de kosten daarvan.

  • 2. Het klimaatakkoord gaat uit van een CO2-neutrale en aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Met deze subsidie worden inwoners gestimuleerd om aan de slag te gaan met de verduurzaming van hun woning. Hierdoor wordt een belangrijke stap richting aardgasvrij gezet en wordt energiebesparing en CO2-reductie bevorderd, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord.

Artikel 11.4. Toepassingsbereik

Het college kan aan eigenaar-bewoners subsidie verstrekken voor het treffen van isolatiemaatregelen aan de bestaande woning, waarbij zij zelfstandig of binnen sociale kringen en dus zonder tussenkomst van een bouwbedrijf de werkzaamheden verrichten.

Paragraaf 2 Activiteiten

Artikel 11.5. Subsidiabele activiteiten

  • 1. De subsidie kan worden aangevraagd voor de aanschaf van materialen ten behoeve van de volgende isolatiemaatregelen:

    • a.

      schuindakisolatie binnenzijde of zolder- of vlieringvloerisolatie;

    • b.

      gevelisolatie binnenzijde;

    • c.

      vloer- of bodemisolatie.

  • 2. De isolatiemaatregelen onder a t/m c worden uitgevoerd aan de bestaande thermische schil.

  • 3. De isolatiemaatregelen waarvoor de subsidie kan worden verstrekt, moeten doe-het-zelf-maatregelen betreffen en moeten voldoen aan de vereisten zoals bepaald in artikel 4.5.2., derde lid, van de Regeling ISDE. Het college kan van de eisen voor minimale oppervlakte afwijken als hier niet aan kan worden voldaan omdat het een zeer kleine woning betreft.

  • 4. Gereedschap en afwerkingsmaterialen komen nadrukkelijk niet voor subsidie in aanmerking.

  • 5. Van alle in het eerste lid genoemde isolatiemaatregelen moet het merk en type van de toe te passen materialen op het moment van indienen van de aanvraag zijn opgenomen in de dan geldende ISDE-meldcodelijst voor Isolatiematerialen, te raadplegen via de website van RVO.

Paragraaf 3 Doelgroep, subsidievoorwaarden en subsidieplafond

Artikel 11.6 Doelgroep

  • 1. De subsidie kan enkel worden aangevraagd door en verstrekt worden aan een eigenaar-bewoner.

  • 2. De subsidie kan enkel worden verstrekt ten behoeve van een slecht geïsoleerde woning, die:

    • a.

      is gebouwd vóór 1992;

    • b.

      binnen de grenzen van gemeente Landgraaf ligt, en

    • c.

      op peildatum 1 januari 2022 een WOZ-waarde heeft die lager is dan de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen in de gemeente, zoals bepaald in de bijlage I van de Regeling SPUK LAI.

Artikel 11.7 Hoogte subsidiebedrag

  • 1. De subsidie bedraagt 100% van het totale aankoopbedrag aan (isolatie)materialen ten behoeve van de uit te voeren isolatiemaatregelen, zoals beschreven in artikel 11.5, met een maximum van €1.300,-, inclusief BTW, per woning.

  • 2. Het subsidiabele bedrag zal worden bepaald aan de hand van een betaalbewijs of factuur voor de aanschaf van de isolatiematerialen.

  • 3. Wanneer op grond van de hoofdstukken 10 of 12 van deze subsidieregeling subsidie is toegekend voor het treffen van isolatiemaatregelen bestaat geen aanspraak op subsidie voor de aanschaf van isolatiematerialen ten behoeve van hetzelfde adres op grond van dit hoofdstuk.

  • 4. De toe te kennen subsidie mag er niet toe leiden dat meer dan 100% van de kosten voor de activiteiten zoals bedoeld in artikel 11.5, eerste lid, wordt gesubsidieerd door een stapeling met andere gemeentelijke, provinciale en landelijke subsidies.

Artikel 11.8 Subsidievoorwaarden

De subsidie kan alleen worden verstrekt als:

  • 1.

    de subsidieaanvrager beschikt over een energiebespaarplan van WoonWijzerWinkel Limburg, dat voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is afgegeven;

  • 2.

    de subsidieaanvrager de subsidiabele activiteiten zelf uitvoert, dat wil zeggen: de subsidieaanvrager verleent geen opdracht aan een bouwbedrijf voor de uitvoering van de maatregelen;

  • 3.

    De subsidieaanvrager is verantwoordelijk voor het verkrijgen van eventuele vereiste vergunning(en) en ontheffing(en). De subsidieaanvrager is zelf verantwoordelijk voor het naleven van de zorgplicht zoals die is opgenomen in artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Subsidieverlening en -vaststelling biedt geen garantie dat de vereiste vergunningen en/of ontheffingen worden verleend.

Artikel 11.9 Subsidieplafond

1. Voor subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk geldt voor de periode tot en met 31 december 2028 een subsidieplafond van € 116.000.

Paragraaf 4 Aanvraag- en vaststellingsprocedure

Artikel 11.10 Subsidieaanvraag

  • 1. De subsidie kan aangevraagd worden vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 oktober 2028.

  • 2. De subsidie wordt aangevraagd nadat de subsidiabele activiteiten volledig zijn uitgevoerd.

  • 3. De subsidie moet uiterlijk 12 maanden na de aankoopdatum van de isolatiematerialen en aanvullende materialen worden aangevraagd.

  • 4. De aanvraag voor subsidie wordt ingediend op de door het college aangewezen wijze.

  • 5. Een aanvraag bevat in ieder geval de gegevens als genoemd in artikel 4.5.12, eerste lid, onder a t/m c en f van de Regeling ISDE, aangevuld met:

    • a.

      adresgegevens van de woning;

    • b.

      de WOZ-waarde van de woning met peildatum 1 januari 2022;

    • c.

      vermelding van het IBAN en de tenaamstelling van de bankrekening van de natuurlijk persoon aan wie de subsidie wordt uitbetaald;

    • d.

      het energiebespaarplan, zoals uitgegeven door WoonWijzerWinkel Limburg;

    • e.

      indien beschikbaar, het energielabel van de woning;

    • f.

      een factuur of betaalbewijs voor de aanschaf van de isolatiematerialen met daarop de naam en het adres van de subsidieaanvrager en een duidelijke specificatie van de materialen, vermelding van aantallen, materiaaldikten of Rd-waarden, oppervlakten en aankoopbedragen;

    • g.

      Merk, type en RVO-meldcode van de aangeschafte isolatiematerialen, te raadplegen via de website van RVO;

    • h.

      Foto’s, voorzien van een datum, van:

      • de betreffende bouwdelen en locaties voorafgaand aan de uitvoering van de isolatiemaatregelen;

      • de betreffende bouwdelen en locaties nadat de isolatiemaatregelen zijn uitgevoerd.

Artikel 11.11 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 van de Asv kan subsidie worden geweigerd indien of voor zover:

  • a.

    de subsidieaanvraag niet binnen de inwerkingtreding van deze regeling en 31 oktober 2028 compleet en volledig is ontvangen;

  • b.

    de isolatiemaatregelen zijn uitgevoerd vóórdat de (isolatie)materialen blijkens factuur of betaalbewijs zijn aangeschaft;

  • c.

    aanschaf van de (isolatie)materialen blijkens factuur of betaalbewijs heeft plaatsgevonden voordat deze regeling in werking is getreden;

  • d.

    aanschaf van de (isolatie)materialen blijkens factuur of betaalbewijs heeft plaatsgevonden voordat er door de WoonWijzerWinkel Limburg een energiebespaarplan is afgegeven;

  • e.

    de isolatiemaatregelen niet of niet volledig zijn uitgevoerd;

  • f.

    de uitgevoerde activiteiten niet voldoen aan de vereisten, zoals bepaald in artikel 4.5.2., derde lid, van de Regeling ISDE;

  • g.

    de subsidieaanvraag de maximale subsidiehoogte overschrijdt;

  • h.

    het subsidieplafond is bereikt;

  • i.

    op grond van objectieve feiten en omstandigheden aannemelijk is dat de isolatiemaatregelen niet door de eigenaar-bewoner zelf, al dan niet met ondersteuning uit sociale kring, zijn uitgevoerd;

  • j.

    er op grond van dit hoofdstuk eerder subsidie is verstrekt ten behoeve van dezelfde isolatiematerialen ten behoeve van hetzelfde adres of op grond van de hoofdstukken 10 of 12 van deze subsidieregeling eerder subsidie is verstrekt ten behoeve van hetzelfde adres;

  • k.

    de verstrekte gegevens onjuist zijn;

  • l.

    de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd een nieuw element of gedeelte aan de thermische schil toevoegt en niet dient ter (gedeeltelijke) vervanging of verbetering van de bestaande thermische schil;

  • m.

    de isolatiemaatregel zonder bijzondere inspanning (gedeeltelijk) teniet gedaan of teruggedraaid kan worden;

  • n.

    de aanschafkosten van de isolatiematerialen en aanvullende materialen niet marktconform zijn of niet in verhouding staan tot het verkregen resultaat;

  • o.

    maatregelen worden uitgevoerd die gericht zijn op het voldoen aan wettelijke verplichtingen of gangbare minimumkwaliteitseisen, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) of gemeentelijke bouwvoorschriften, of die gericht zijn op het verrichten van achterstallig onderhoud;

  • p.

    niet is voldaan aan de overige in dit hoofdstuk gestelde eisen, voorwaarden en verplichtingen.

Artikel 11.12 Wijze van subsidievaststelling

  • 1. De aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst.

  • 2. Wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt voor de vraag of het subsidieplafond is bereikt, als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

  • 3. Indien het vastgestelde subsidieplafond wordt bereikt op een dag dat meerdere volledige aanvragen zijn ontvangen, dan worden deze door middel van loting gerangschikt.

  • 4. Het college beslist op een subsidieaanvraag binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 5. Indien de aanvrager voldoet aan de in dit hoofdstuk gestelde eisen, voorwaarden en verplichtingen, wordt de subsidie direct vastgesteld.

  • 6. In de beschikking tot vaststelling van de subsidie worden de volgende elementen opgenomen:

    • a.

      de hoogte van het subsidiebedrag;

    • b.

      voor welke isolatiemaatregelen subsidie wordt verstrekt.

  • 7. Het college kan na subsidievaststelling een controle uitvoeren. Indien bij controle blijkt dat de isolatiemaatregelen niet of niet geheel zijn uitgevoerd, kan het college de subsidievaststelling intrekken dan wel de subsidie op een lager bedrag vaststellen en overgaan tot het terugvorderen van de subsidie.

Artikel 11.13 Uitbetaling

De vastgestelde subsidie wordt binnen 6 weken na dagtekening van de subsidievaststelling uitbetaald aan de subsidieaanvrager.

Paragraaf 5 Verplichtingen

Artikel 11.14 Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1. De subsidieontvanger is verplicht de in het kader van dit hoofdstuk gevoerde administratie, originele facturen en andere bewijsstukken ten minste 5 jaren te bewaren na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

  • 2. De subsidieontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan steekproefsgewijze controles, al dan niet ter plaatse, door of vanwege het college.

Hoofdstuk 12: Subsidie Lokale Aanpak Isolatie Gemengde Verenigingen gemeente Landgraaf

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 12.1 Begripsomschrijvingen

Voor dit hoofdstuk gelden, aanvullend op het bepaalde in artikel 1.1, de begripsomschrijvingen zoals hieronder vermeld.

  • a.

    Activiteit: werkzaamheden ten behoeve van de verhoging van de energetische kwaliteit van de woningen, die onderdeel uitmaken van een gemengde vereniging.

  • b.

    Bouwbedrijf: bouwbedrijf zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de ‘Regeling SPUK LAI’.

  • c.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Landgraaf.

  • d.

    Complex: één of meerdere gebouwen waarvoor gezamenlijk één gemengde vereniging is opgericht.

  • e.

    Eigenaar-bewoner: een natuurlijke persoon die een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben.

  • f.

    Energiebespaarplan: rapportage van de technische woningopname door de WoonWijzerWinkel Limburg, waarmee duidelijkheid geboden wordt wat het effect is van diverse isolatiemaatregelen.

  • g.

    Energielabel: een energielabel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de ‘Regeling SPUK LAI’.

  • h.

    Energiezuinige ventilatiemaatregelen: maatregelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de ‘Regeling SPUK LAI’.

  • i.

    Gemengde vereniging: vereniging zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de ‘Regeling SPUK LAI’.

  • j.

    Isolatiemaatregel: energiebesparende isolatiemaatregel ten behoeve van de verhoging van de energetische kwaliteit van de woning, zoals isolatie en HR++ glas.

  • k.

    Maatwerkadvies: advies dat in EP-online geregistreerd wordt en is opgesteld door een vakbekwaam EP-maatwerkadviseur volgens BRL9500-MWA-W.

  • l.

    Natuurlijk persoon: elke persoon die geen rechtspersoon is.

  • m.

    Particuliere eigenaar: natuurlijk persoon die in de kadastrale registers als eigenaar van een woning staat ingeschreven;

  • n.

    Raad: de gemeenteraad van de gemeente Landgraaf.

  • o.

    Regeling SPUK LAI: de vigerende Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 1 februari 2023, nr. 2022-0000430533 houdende regels met betrekking tot de verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de verduurzaming van slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma.

  • p.

    Regeling ISDE: de vigerende Regeling van de Minister van Economische Zaken van 11 juli 2014, nr. WJZ / 13125043, houdende vaststelling van nationale subsidie-instrumenten op het terrein van Economische Zaken.

  • q.

    Regeling SVVE: De vigerende Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van 29 november 2022, nr. 2022-0000630123, houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van subsidie aan verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties in verband met het stimuleren van verduurzamingsmaatregelen in bestaande woningen (Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars)

  • r.

    Slecht geïsoleerde woning: een woning in een gebouw waarvoor een gemengde vereniging bestaat zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de ‘Regeling SPUK LAI’.

  • s.

    Subsidieaanvrager: een gemengde vereniging of de rechtsgeldig vertegenwoordiger van de gemengde vereniging, die subsidie aanvraagt.

  • t.

    Subsidieontvanger: een gemengde vereniging of de rechtsgeldig vertegenwoordiger van de gemengde vereniging, aan wie subsidie is verleend.

  • u.

    Thermische schil: omhulling van het gebouw samengesteld uit bouwkundige elementen zoals de muren en dak. Zij scheidt de woning af van de buitenomgeving of aangrenzende onverwarmde ruimten.

  • v.

    VvE: een bij de Kamer van koophandel ingeschreven vereniging van eigenaars.

  • w.

    Woning: woning zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de ‘Regeling SPUK LAI’.

  • x.

    Wooncoöperatie: coöperatie zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de ‘Regeling SPUK LAI’.

  • y.

    Woonvereniging: vereniging zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, van de ‘Regeling SPUK LAI’.

  • ab.

    WOZ-waarde: waarde van een woning als bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 12.2 Karakter hoofdstuk

De bepalingen uit de Asv zijn van toepassing op dit hoofdstuk, voor zover daarvan in dit hoofdstuk niet wordt afgeweken.

Artikel 12.3 Doelstelling

  • 1. Met behulp van deze subsidie worden gemengde verenigingen gestimuleerd om de slecht geïsoleerde woningen binnen hun gebouw(en) te verduurzamen.

  • 2. Het klimaatakkoord gaat uit van een CO2-neutrale en aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Met deze subsidie worden gemengde verenigingen gestimuleerd om aan de slag te gaan met de verduurzaming van hun woningen. Hierdoor wordt een belangrijke stap richting aardgasvrij gezet en wordt energiebesparing en CO2-reductie bevorderd, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord.

Artikel 12.4 Toepassingsbereik

Het college kan aan een gemengde vereniging subsidie verstrekken voor het treffen van isolatiemaatregelen, eventueel in samenhang met energiezuinige ventilatiemaatregelen, ten behoeve van de woningen van eigenaar-bewoners die onderdeel uitmaken van die gemengde vereniging.

Paragraaf 2 Activiteiten

Artikel 12.5 Subsidiabele activiteiten

  • 1. De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd voor het laten aanbrengen van de volgende energiebesparende isolatiemaatregelen, al dan niet in samenhang met een energiezuinige ventilatiemaatregel:

    • a.

      dakisolatie of zolder- of vlieringvloerisolatie;

    • b.

      gevelisolatie;

    • c.

      spouwmuurisolatie;

    • d.

      vloer- of bodemisolatie;

    • e.

      glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie;

    • f.

      CO2-gestuurde ventilatie of balansventilatie met warmteterugwinning (alleen in combinatie met één of meerdere maatregelen onder a t/m e).

  • 2. De isolatiemaatregelen onder a t/m e worden uitgevoerd aan de bestaande thermische schil.

  • 3. De isolatiemaatregelen waarvoor de subsidieaanvrager subsidie aanvraagt, moeten voldoen aan de vereisten, zoals bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, sub 2, van de Regeling SPUK LAI juncto artikel 7, tweede lid, van de Regeling SVVE.

  • 4. De energiezuinige ventilatiemaatregel, waarvoor de subsidieaanvrager in samenhang met één of meerdere isolatiemaatregelen subsidie aanvraagt, moet voldoen aan de vereisten, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling SPUK LAI.

  • 5. Van alle in het eerste lid genoemde isolatiemaatregelen moet het merk en type van de toe te passen materialen op het moment van indienen van de aanvraag zijn opgenomen in de dan geldende ISDE-meldcodelijsten, te raadplegen via de website van RVO.

Paragraaf 3 Doelgroep, subsidievoorwaarden en subsidieplafond

Artikel 12.6 Doelgroep

  • 1. De subsidie kan enkel worden aangevraagd door een gemengde vereniging of een rechtsgeldige vertegenwoordiging van een gemengde vereniging, die binnen de grenzen van gemeente Landgraaf ligt.

  • 2. De subsidie kan enkel worden verstrekt ten behoeve van de subsidiabele activiteiten voor slecht geïsoleerde woningen, die zijn gebouwd vóór 1992, binnen een gemengde vereniging.

  • 3. De subsidie kan enkel worden verstrekt ten behoeve van de subsidiabele activiteiten voor het aandeel koopwoningen van eigenaar-bewoners binnen een gemengde vereniging.

  • 4. Activiteiten of werkzaamheden ten behoeve van het aandeel huurwoningen binnen de gemengde vereniging zijn op grond van dit hoofdstuk niet subsidiabel.

Artikel 12.7 Hoogte subsidiebedrag

  • 1. De subsidie bedraagt 100% van de kosten die rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de subsidiabele activiteiten als genoemd in artikel 12.5, eerste lid, na aftrek van het subsidiebedrag dat is verleend op grond van de Regeling SVVE, met een maximum van € 1.300,-, inclusief BTW, per slecht geïsoleerde woning.

  • 2. Het subsidiabele bedrag zal worden bepaald aan de hand van de definitieve offerte(s) van, of overeenkomst(en) met het/de bouwbedrijf/-bedrijven.

  • 3. Wanneer op grond van de hoofdstukken 10 of 11 van deze subsidieregeling subsidie is toegekend voor de aanschaf van isolatiematerialen of het treffen van isolatiemaatregelen bestaat geen aanspraak op subsidie voor isolatiemaatregelen op hetzelfde adres op grond van dit hoofdstuk.

  • 4. De toe te kennen subsidie mag er niet toe leiden dat meer dan 100% van de kosten voor de activiteiten zoals bedoeld in artikel 12.5, eerste lid wordt gesubsidieerd door een stapeling met andere gemeentelijke, provinciale en/of landelijke subsidies.

Artikel 12.8 Subsidievoorwaarden

De subsidie kan alleen worden verleend als:

  • 1.

    binnen de gemengde vereniging minimaal 50% van de koopwoningen op peildatum 1 januari 2022 een WOZ-waarde heeft die lager is dan de gemiddelde WOZ-waarde van de koopwoningen in de gemeente, zoals bepaald in bijlage I van de Regeling SPUK LAI én minimaal 80% van de woningen een WOZ-waarde heeft onder de grens van € 477.000,-;

  • 2.

    de subsidieaanvrager beschikt over een gecontroleerd en akkoord bevonden maatwerkadvies of uitgegeven energiebespaarplan door de WoonWijzerWinkel Limburg, hetgeen verklaart of de gemengde vereniging en de woningen daarbinnen voldoen aan de vereisten voor subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk;

  • 3.

    de woning fysiek grenst aan het niet of slecht geïsoleerde bouwdeel van het gebouw waarvoor ten minste één van de voorgenomen energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 12.5, eerste lid, worden getroffen;

  • 4.

    de subsidieaanvrager de in artikel 12.5, eerste lid genoemde activiteiten laat voorbereiden en uitvoeren door een bouwbedrijf;

  • 5.

    de subsidieaanvrager beschikt over een beschikking voor SVVE ten behoeve van de subsidiabele activiteiten als genoemd in artikel 12.5, eerste lid van dit hoofdstuk;

  • 6.

    de uit te voeren werkzaamheden (aan de thermische schil) overeenkomstig de in en krachtens de Omgevingswet gestelde regels, waaronder die ten aanzien van natuurbescherming, worden verricht.

Artikel 12.9 Subsidieplafond

Voor subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk geldt voor de periode tot en met 31 december 2028 een subsidieplafond van €46.000.

Paragraaf 4 Subsidieverlenings- en vaststellingsprocedure

Artikel 12.10 Subsidieaanvraag

  • 1. De subsidie kan aangevraagd worden vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 augustus 2027.

  • 2. De subsidie wordt aangevraagd voordat subsidieaanvrager begint met de subsidiabele activiteiten, genoemd in artikel 12.5, eerste lid van dit hoofdstuk.

  • 3. De aanvraag voor subsidie wordt ingediend op de door het college aangewezen wijze.

  • 4. Een aanvraag bevat in ieder geval de gegevens als genoemd in artikel 11, derde lid, met uitzondering van het bepaalde onder f, j, k, l en n van de Regeling SVVE, aangevuld met:

    • a.

      een opgave van het aantal woningen en de adresgegevens binnen de gemengde vereniging;

    • b.

      de WOZ-waarde per woning met peildatum 1 januari 2022;

    • c.

      persoons- en eigendomsgegevens van de eigenaren van de woningen die op grond van dit hoofdstuk voor subsidie in aanmerking komen;

    • d.

      een recent uittreksel van de Kamer van Koophandel of een getekende volmacht van het bestuur, waaruit blijkt wie bevoegd is de gemengde vereniging rechtsgeldig te vertegenwoordigen;

    • e.

      een kopie van een bankafschrift van de bankrekening van de gemengde vereniging met vermelding van het IBAN en de tenaamstelling;

    • f.

      een door WoonWijzerWinkel Limburg gecontroleerd en akkoord bevonden maatwerkadvies of uitgegeven Energiebespaarplan, hetgeen verklaart of de gemengde vereniging en de woningen daarbinnen voldoen aan de aanvraagvereisten op grond van dit hoofdstuk;

    • g.

      een beschikking voor SVVE ten behoeve van de subsidiabele activiteiten als genoemd in artikel 12.5, eerste lid van dit hoofdstuk;

    • h.

      de offerte(s) waarin zijn opgenomen de gegevens zoals genoemd in artikel 4.5.12., vierde lid, onder b, van de Regeling ISDE, met uitzondering van de factuur en het betaalbewijs zelf, en de gegevens zoals genoemd in artikel 4.5.12., vierde lid, onder c, van de Regeling ISDE;

    • i.

      een afschrift van het rechtsgeldig besluit waaruit blijkt dat de gemengde vereniging instemt met de aanvraag van de subsidie en – eventueel onder voorbehoud van subsidieverlening – met de uitvoering van de maatregelen;

    • j.

      de contactgegevens van het/de beoogde bouwbedrijf/-bedrijven;

    • k.

      bouwtekeningen of andere documenten die inzichtelijk maken in of voor welke woningen subsidiabele activiteiten worden verricht;

    • l.

      foto’s, voorzien van een datum, van de betreffende bouwdelen en locaties voorafgaand aan de uitvoering van de energiebesparende maatregelen en installaties;

    • m.

      In het geval ook subsidie wordt aangevraagd voor een energiezuinige ventilatiemaatregel, de offerte(s) met daarop ten minste:

      • naam en adres van de gemengde vereniging;

      • naam en adres van het bouwbedrijf dat de werkzaamheden uitvoert;

      • omschrijving van het soort ventilatiemaatregel en de aanverwante werkzaamheden;

      • de naam, het type, het merk en indien beschikbaar de meldcode van het ventilatiesysteem dat geïnstalleerd wordt;

      • vermelding van het adres of de adressen waar de maatregel getroffen wordt.

Artikel 12.11 Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 11 van de Asv kan subsidie worden geweigerd indien of voor zover:

  • a.

    de subsidieaanvraag niet tussen het moment van de inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 augustus 2027 compleet en volledig is ontvangen;

  • b.

    de subsidiabele activiteiten voorafgaande aan de subsidieaanvraag zijn uitgevoerd of in uitvoering zijn;

  • c.

    de activiteiten voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze regeling zijn uitgevoerd;

  • d.

    de aanvraag de maximale subsidiehoogte per woning overschrijdt;

  • e.

    het subsidieplafond is bereikt;

  • f.

    de activiteit naar het oordeel van het college niet voldoet aan de in artikel 12.3 genoemde doelstelling;

  • g.

    de in artikel 12.5, eerste lid, genoemde activiteiten niet zijn voorbereid of uitgevoerd door een bouwbedrijf;

  • h.

    de verstrekte gegevens onjuist zijn;

  • i.

    de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd een nieuw element of gedeelte aan de thermische schil toevoegt en niet dient ter (gedeeltelijke) vervanging of verbetering van de bestaande thermische schil;

  • j.

    er op grond van dit hoofdstuk eerder subsidie is verstrekt ten behoeve van dezelfde specifieke maatregel(en) op hetzelfde adres of op grond van de hoofdstukken 10 of 11 van deze subsidieregeling eerder subsidie is verstrekt ten behoeve van hetzelfde adres;

  • k.

    de isolatiemaatregel zonder bijzondere inspanning (gedeeltelijk) teniet gedaan of teruggedraaid kan worden;

  • l.

    de uit te voeren activiteiten niet voldoen aan het bepaalde in artikel 7, tweede lid van de Regeling SVVE en artikel 1, lid 1 van de Regeling SPUK LAI;

  • m.

    de kosten in verband met de subsidiabele activiteiten naar het oordeel van het college niet marktconform zijn of niet in verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;

  • n.

    maatregelen worden uitgevoerd die gericht zijn op het voldoen aan wettelijke verplichtingen of gangbare minimumkwaliteitseisen, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) of gemeentelijke bouwvoorschriften, of die gericht zijn op het verrichten van achterstallig onderhoud;

  • o.

    niet wordt voldaan aan het bepaalde in de artikelen 12.5, 12.6, 12.7 en 12.8;

  • p.

    niet voldaan is aan de overige in dit document gestelde eisen, voorwaarden en verplichtingen.

Artikel 12.12 Wijze van subsidieverlening

  • 1. De aanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst.

  • 2. Wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen geldt, voor de vraag of het subsidieplafond is bereikt, als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is.

  • 3. Indien het vastgestelde subsidieplafond wordt bereikt op een dag dat meerdere volledige aanvragen zijn ontvangen, dan worden deze door middel van loting gerangschikt.

  • 4. Het college beslist op een aanvraag binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 5. In de beschikking tot verlening van de subsidie worden de volgende elementen opgenomen:

    • a.

      de hoogte van het subsidiebedrag;

    • b.

      voor welke activiteiten subsidie wordt verleend;

    • c.

      de verplichtingen van de subsidieontvanger.

Artikel 12.13 Subsidieverantwoording en –vaststelling

  • 1. De subsidieaanvrager dient een verzoek tot vaststelling van de subsidie in binnen 8 weken na afronding van de werkzaamheden waarvoor de subsidie is verleend, echter uiterlijk 31 oktober 2028.

  • 2. Het verzoek tot vaststelling van de subsidie voor de uitgevoerde isolatiemaatregelen en eventuele ventilatiemaatregelen, wordt vergezeld van de bewijsstukken zoals opgenomen in artikel 27, met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid, onder c t/m e, van de Regeling SVVE en aangevuld met de datum van uitvoering of installatie van de maatregelen en de contactgegevens van het/de bouwbedrijf/-bedrijven.

  • 3. Het college stelt de subsidie binnen 8 weken na een aanvraag tot subsidievaststelling vast.

  • 4. Het college kan na subsidievaststelling een controle uitvoeren. Indien bij controle blijkt dat de activiteiten niet of niet geheel zijn verricht, kan de gemeente de subsidievaststelling intrekken dan wel de subsidie op een lager bedrag vaststellen en overgaan tot het terugvorderen van de subsidie.

Artikel 12.14. Uitbetaling

  • 1. De vastgestelde subsidie wordt uitbetaald aan de subsidieaanvrager.

  • 2. Het vastgestelde subsidiebedrag wordt binnen 6 weken na dagtekening van de subsidievaststelling overgemaakt op het bankrekeningnummer van de gemengde vereniging.

Paragraaf 5 Verplichtingen

Artikel 12.15 Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:

    • a.

      ontwikkelingen die ertoe (kunnen) leiden dat een of meer activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht;

    • b.

      ontwikkelingen die ertoe (kunnen) leiden dat de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zullen of kunnen worden nagekomen;

    • c.

      relevante wijzigingen in de financiële of organisatorische verhouding met derden die op enige wijze verband hebben met de informatieverstrekking of bewijslast op basis waarvan de subsidieverlening of –vaststelling is bepaald.

  • 2. De subsidiabele activiteiten die in verband met dit hoofdstuk worden uitgevoerd dienen uiterlijk 24 maanden te rekenen vanaf de datum van de dagtekening van de subsidieverleningsbeschikking, echter uiterlijk op 31 oktober 2028, voltooid te zijn. Indien de uitvoering van de activiteiten binnen deze termijn, buiten de schuld van de subsidieontvanger, niet mogelijk is, kan het college besluiten die termijn op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger eenmaal te verlengen. Er vindt echter geen verlenging plaats tot een datum na 31 oktober 2028.

  • 3. De gemengde vereniging is verplicht de in het kader van dit hoofdstuk gevoerde administratie, originele facturen en andere bewijsstukken ten minste 10 jaren te bewaren na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

  • 4. De gemengde vereniging en de afzonderlijke leden zijn verplicht medewerking te verlenen aan steekproefsgewijze controles, al dan niet ter plaatse, door of vanwege het college.

Hoofdstuk 13 : Slotbepalingen

Artikel 13.1 hardheidsclausule

  • 1. Het college kan van deze subsidieregeling afwijken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.

  • 2. Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit tot afwijking.

Artikel 13.2 intrekking oude regeling, inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De Subsidieregeling gemeente Landgraaf 2025 wordt ingetrokken.

  • 2. Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 3. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling gemeente Landgraaf 2026.

 

Ondertekening

Landgraaf, 16 december 2025

Burgemeester en wethouders voornoemd,

de secretaris, de burgemeester,

ir. J.M.C. Rijvers mr. R. de Boer

Bijlage I Berekening budgetsubsidie peuteropvangorganisaties op basis van groepsgrootte en –zwaarte (bedragen 2026)

 

Categorie

(‘zwaarte’)

Aantal peuters in de groep

Basissubsidie-bedrag per groep

Aandeel doelgroeppeuters in groep (aanvullend op het basisbedrag)

Aanvullend subsidiebedrag per groep

Categorie

0

Minder dan 8

€ 0

0 t/m 4 doelgroeppeuters

€ 0

Categorie

1

8 t/m 9 peuters

€ 20.513

5 t/m 8 doelgroeppeuters

€ 4.937

Categorie

2

10 t/m 12 peuters

€ 26.684

9 t/m 12 doelgroeppeuters

€ 9.873

Categorie

3

13 t/m 16 peuters

€ 33.355

13 t/m 16

doelgroeppeuters

€ 14.810

Bijlage II Subsidiebedragen basissubsidie per jaar in 2026

 

Werksoort:

 

 

1.Amateurkunst

Subsidieberekening

 

 

Een basissubsidie voor stichting DigiFotoPlus van € 420

Een basissubsidie voor Fotogroep Abedia Landgraaf van € 420

Een basissubsidie voor Fotoclub ISO’73 van € 420

Werksoort:

 

 

2.Belangenbehartiging

Subsidieberekening

 

 

Een basissubsidie voor Stichting Buurtbus Rimburg-Eygelshoven van € 3.730

Een basissubsidie voor stichting Seniorweb Landgraaf van € 1.800

Een basissubsidie voor stichting Service Gilde Landgraaf van € 1.800

Een basissubsidie voor de Zonnebloem van € 3.601

Een basissubsidie voor IVN Ubach over Worms van € 1.800

Een basissubsidie voor IVN De Oude Landgraaf van € 1.800

Een basissubsidie voor stichting Wetswinkel Landgraaf van € 4.885

Een basissubsidie van € 1.764 t.b.v. de internationale vrouwendag voor de organiserende vereniging.

Een basissubsidie voor de Vereniging van Bechterewpatienten Zuid-Limburg van € 300

Een basissubsidie voor Alzheimer Nederland, afdeling Parkstad Limburg van € 300 t.b.v. de organisatie van het Alzheimercafé.

Een basissubsidie voor Stichting Parkinsoncafé Parkstad van € 300 t.b.v. de organisatie van het Parkinsoncafe.

Een basissubsidie voor de Bond Nederlandse Militaire- en Oorlogsslachtoffers (BNMO) (afdeling Limburg) van € 300

Voor andere vrijwilligersorganisaties binnen dit werksoort, een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden:

15-45 actieve leden € 450

46-75 actieve leden € 900

76-125 actieve leden € 1.800

126-300 actieve leden € 3.601

301 en meer actieve leden € 4.441

Werksoort

 

 

3.Buurtorganisatie

Subsidieberekening

 

 

Een basissubsidie van € 1.000 per buurtorganisatie

Werksoort

 

 

4.Carnaval

Subsidieberekening

 

 

Een basissubsidie voor stichting stuurgroep Carnavalsorganisaties Landgraaf van € 1.740

Een basissubsidie voor stichting Overkoepelend Orgaan Carnavalsvereniging Ubach over Worms (inclusief vergoeding verkeersregelaars carnavalsoptocht) van € 3.707

Een basissubsidie voor stichting Landgraaf Optocht (inclusief vergoeding verkeersregelaars carnavalsoptochten) van € 12.186

Een basissubsidie voor stichting Stadsprinsenwagen-Landgraaf van € 547

Voor andere vrijwilligersorganisaties binnen dit werksoort, een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden:

16-30 actieve leden € 180

31-45 actieve leden € 240

46-60 actieve leden € 360

61-70 actieve leden € 480

71-80 actieve leden € 600

81-90 actieve leden € 780

91-100 actieve leden € 840

101-110 actieve leden € 900

111-120 actieve leden € 960

120 en meer actieve leden € 1.080

Werksoort

 

 

5.Dans- en Wandelsport

Subsidieberekening

 

 

Een basissubsidie voor Stichting Avond4daagse Landgraaf van € 1.800

Voor andere vrijwilligersorganisaties bestaat de basissubsidie uit een vast bedrag en een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden.

Een vast bedrag van € 120 per vrijwilligersorganisatie of € 360 bij meer dan 150 actieve leden.

Een variabel bedrag per vrijwilligersorganisatie op basis van het aantal actieve leden:

16-30 actieve leden € 60

31-60 actieve leden € 72

61-90 actieve leden € 84

91-120 actieve leden € 108

121-150 actieve leden € 132

151-160 actieve leden € 156

161-170 actieve leden € 240

171 en meer actieve leden € 270

Werksoort

 

 

6.Denk- en Behendigheidssporten

Subsidieberekening

 

 

De basissubsidie bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden.

Een vast bedrag van € 120 per vrijwilligersorganisatie.

Een variabel bedrag per vrijwilligersorganisatie op basis van het aantal actieve leden:

16-30 actieve leden € 150

31-60 actieve leden € 270

61-90 actieve leden € 360

91 en meer actieve leden € 480

Werksoort

 

 

7.Dierensport

Subsidieberekening

 

 

Een variabel bedrag per vrijwilligersorganisatie op basis van het aantal actieve leden:

16-45 actieve leden € 120

46-65 actieve leden € 300

66-85 actieve leden € 360

86-105 actieve leden € 480

106-125 actieve leden € 900

126-145 actieve leden € 1.020

146-160 actieve leden € 1.140

161-180 actieve leden € 1.200

181-200 actieve leden € 1.260

201-220 actieve leden € 1.380

221 en meer actieve leden € 1.440

Werksoort

 

 

8.Folklore en Cultuurhistorie

Subsidieberekening

 

 

Een basissubsidie voor Stichting Heerlyckheyt van € 1.148

Een basissubsidie voor Heemkundevereniging Landgraaf van € 18.243

Een basissubsidie voor ’t Bakkes Rimburg van € 480

Een basissubsidie voor vrienden van de st. Jozefkapel Rimburg van € 480

Een basissubsidie voor Vereniging Levend Kerstspel Nieuwenhagen van € 480

Een basissubsidie voor Volkstuinvereniging Hoefveldje van € 180

Een basissubsidie voor Volkstuinvereniging Achter de Winkel van € 180

Een basissubsidie voor Volkstuinvereniging Ons Genoegen van € 180

Een basissubsidie voor Bargoensclub Ut Keieskwieëste van € 480

Een basissubsidie voor de Stichting Veteranen Landgraaf van € 1.200

Een basissubsidie voor Stichting Linea Recta Landgraaf van € 1.200

Een basissubsidie voor Stichting Bokkenrijders van € 1.200

Werksoort

 

 

9.Kerkgenootschappen

Subsidieberekening

 

 

Een basissubsidie voor Nieuw Apostolische Kerk van € 2.400

Een basissubsidie voor Protestantse Parkstadgemeente van € 2.400

Een basissubsidie voor Gemeente Gods Nederland van € 2.400

Een basissubsidie voor de samenwerkende parochies Schaesberg, Heilig Hart van Jezus Nieuwenhagerheide, Heilige Familie en OLV Hulp der Christenen van € 11.402

Een basissubsidie voor kerkbestuur cluster Ubach over Worms van € 5.401

Werksoort

 

 

10.Gymnastiek en turnen

Subsidieberekening

 

 

De basissubsidie bestaat uit een variabel bedrag op basis van het aantal actieve jeugdleden.

Een vast bedrag van € 1.380 bij 15-100 actieve jeugdleden

Een vast bedrag van € 2.400 bij 101-150 actieve jeugdleden

Een vast bedrag van € 3.601 bij 151 en meer actieve jeugdleden

Een variabel bedrag per vrijwilligersorganisatie op basis van het aantal actieve leden:

101-200 actieve leden € 6.001

201-300 actieve leden € 8.402

301-350 actieve leden € 12.002

351 en meer actieve leden € 17.403

Werksoort

 

 

11.Instrumentale muziek (HaFa)

Subsidieberekening

 

 

De basissubsidie bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden.

Een vast bedrag van € 1.200 per vrijwilligersorganisatie.

Een variabele basissubsidie van € 74 per actief lid

Werksoort

 

 

12.Jeugd- en Jongerenwerk

Subsidieberekening

 

 

Een vaste basissubsidie voor Mei-Jongens Abdissenbosch van € 270

Een vaste basissubsidie voor Mei-Jongens Groenstraat van € 270

De basissubsidie voor scouting en Jong Nederland bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden.

Een vast bedrag van € 4.801 voor een scouting of Jong NL

Aanvullend een vast bedrag van € 3.601 voor een scouting of Jong NL met meer dan 150 actieve jeugdleden

Een variabel bedrag per vrijwilligersorganisatie op basis van het aantal actieve leden:

16-50 actieve leden € 3.001

51-100 actieve leden € 6.601

101-150 actieve leden € 9.002

151-200 actieve leden € 12.002

201-250 actieve leden € 14.403

251 en meer actieve leden € 24.604

Werksoort

 

 

13.Overig

Subsidieberekening

 

 

Een basissubsidie voor stichting Oefenbunker Live van € 60.615

Een basissubsidie voor stichting theater Landgraaf van € 60.615

Een basissubsidie voor stichting hartveilig Landgraaf van € 14.605

Een basissubsidie voor stichting Sportclub Only Friends Limburg van € 1.664

Een basissubsidie voor stichting Bijzonder in beweging van € 547

Werksoort

 

 

14.Schutterswezen

Subsidieberekening

 

 

De basissubsidie bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden.

Een vast bedrag van € 2.400 of een vast bedrag van € 2.700 bij minimaal 20 jeugdleden.

Een variabel bedrag per vrijwilligersorganisatie op basis van het aantal actieve leden:

16-40 actieve leden € 180

41-65 actieve leden € 360

66-80 actieve leden € 600

81 en meer actieve leden € 1.800

Werksoort

 

 

15.Sjpasskapellen

Subsidieberekening

 

 

Een vast bedrag van € 581 per vrijwilligersorganisatie.

Werksoort

 

 

16.Speeltuinwerk

Subsidieberekening

 

 

Een basissubsidie voor stichting speeltuin ’t Eikhoorntje van € 4.174

Een basissubsidie voor stichting speeltuin Abdissenhof van € 3.856

Werksoort

 

 

17. Overige buitensport (tennis en atletiek)

Subsidieberekening

 

 

De basissubsidie bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden.

Een vast bedrag van € 1.440 of een vast bedrag van € 1.800 bij meer dan 61 actieve jeugdleden.

Een variabel bedrag per vrijwilligersorganisatie op basis van het aantal actieve leden:

201-250 actieve leden € 1.320

251-300 actieve leden € 1.800

301 en meer actieve leden € 2.400

Werksoort

 

 

18.Toneel

Subsidieberekening

 

 

Een vast bedrag van € 1.500 per vrijwilligersorganisatie.

Werksoort

 

 

19.Verdedigingssport

Subsidieberekening

 

 

De basissubsidie bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden.

Een vast bedrag van € 1.200 per vrijwilligersorganisatie of € 4.801 bij meer dan 100 actieve leden.

Het variabel bedrag geldt alleen voor organisaties die zijn aangesloten bij een door NOCNSF erkende nationale bond. Niet aangesloten organisaties ontvangen een bedrag van € 300.

Een variabel bedrag per vrijwilligersorganisatie op basis van het aantal actieve leden:

16-25 actieve leden € 960

26-55 actieve leden € 2.160

56-100 actieve leden € 5.401

101-125 actieve leden € 6.601

126-150 actieve leden € 7.801

151-175 actieve leden € 8.402

176 en meer actieve leden € 9.002

Werksoort

 

 

20.Vocale muziek

Subsidieberekening

 

 

De basissubsidie bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden.

Een vast bedrag van € 1.020 voor een zangkoor, een vast bedrag van € 1.320 voor een zangkoor met meer dan 56 actieve leden of een vast bedrag van € 1.680 voor een zangkoor met minimaal 10 actieve jeugdleden.

Een variabel bedrag per vrijwilligersorganisatie op basis van het aantal actieve leden:

€ 18 per actief lid

€ 46 per actief jeugdlid

Werksoort

 

 

21.Veldvoetbal

Subsidieberekening

 

 

De basissubsidie bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden.

Een vast bedrag van € 1.440 per vrijwilligersorganisatie

Een variabel bedrag per vrijwilligersorganisatie op basis van het aantal actieve leden:

151-200 actieve leden € 960

201-250 actieve leden € 2.040

251-300 actieve leden € 3.001

301-350 actieve leden € 4.501

351-450 actieve leden € 4.801

451-550 actieve leden € 6.001

551 en meer actieve leden € 11.102

Werksoort

 

 

22.Overige binnensport (volleybal, zaalvoetbal, handbal en badminton)

Subsidieberekening

 

 

De basissubsidie bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden.

Een vast bedrag van € 600 of een vast bedrag van € 1.200 bij een vrijwilligersorganisaties met meer dan 51 actieve leden.

Een variabel bedrag per vrijwilligersorganisatie op basis van het aantal actieve leden:

61-70 actieve leden € 780

71-80 actieve leden € 900

81-90 actieve leden € 960

91-100 actieve leden € 1.440

101-150 actieve leden € 3.361

151-200 actieve leden € 4.921

201-250 actieve leden € 6.001

251 en meer actieve leden € 6.961

Werksoort

 

 

23.Wielersport

Subsidieberekening

 

 

Een variabel bedrag per vrijwilligersorganisatie op basis van het aantal actieve leden:

15-75 actieve leden € 420

76-150 actieve leden € 900

151-200 actieve leden € 1.200

201-225 actieve leden € 1.680

226-250 actieve leden € 1.920

251 en meer actieve leden € 2.160

Werksoort

 

 

24.Zwemsport

Subsidieberekening

 

 

De basissubsidie voor Zwemsport Parkstad bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden afkomstig uit Landgraaf. Daarnaast wordt er badhuursubsidie verstrekt voor huren van badwater binnen de gemeente Landgraaf.

De basissubsidie bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag op basis van het aantal actieve leden. Daarnaast wordt er badhuursubsidie verstrekt.

De badhuursubsidie wordt naar rato van het aantal door de vrijwilligersorganisatie opgegeven uren verstrekt en hiervoor wordt 70% van het subsidiebudget gereserveerd.

Een vast bedrag van € 1.200 voor een vrijwilligersorganisatie met meer dan 50 actieve jeugdleden.

Een variabel bedrag per vrijwilligersorganisatie op basis van het aantal actieve leden:

16-25 actieve leden € 660

26-50 actieve leden € 1.080

51-75 actieve leden € 1.620

76 en meer actieve leden € 2.100

Toelichting

De gemeente Landgraaf verstrekt jaarlijks subsidies aan instellingen, verenigingen, organisaties, natuurlijke personen en burgerinitiatieven. Het beleid hiervoor is vastgelegd in de kadernota subsidiebeleid gemeente Landgraaf 2023, de procedures c.q. regelgeving hiervoor zijn vastgelegd in de Algemene subsidieverordening gemeente Landgraaf 2023. De uitwerking van de verschillende subsidiemogelijkheden ingevolge de kadernota subsidiebeleid en de algemene subsidieverordening is uitgewerkt in de Subsidieregeling gemeente Landgraaf 2026.

Wat is subsidie?

Subsidie is een bijdrage van de gemeente aan een organisatie of instelling voor het organiseren van activiteiten met een maatschappelijk effect. Het gaat om activiteiten en resultaten die van belang zijn voor de inwoners van de gemeente Landgraaf. De gemeente ondersteunt deze activiteiten via het verlenen van subsidies. Zo kunnen organisaties, instellingen, verenigingen, burgerinitiatieven en de gemeente met elkaar zorgen voor een gevarieerd aanbod van activiteiten voor de inwoners van Landgraaf.

Subsidie aanvragen?

Er zijn een aantal subsidiesoorten in Landgraaf waarvoor een subsidie kan worden aangevraagd. Voor een vrijwilligersorganisatie zijn er vier soorten subsidies:

Een basissubsidie kan worden aangevraagd door een vrijwilligersorganisatie voor een (jaarlijkse) basisbijdrage voor de vrijwilligersorganisatie.

Een Jubileumsubsidie kan worden aangevraagd door een vrijwilligersorganisatie voor een (extra) jubileumbijdrage voor de vrijwilligersorganisatie

Een Evenementensubsidie kan worden aangevraagd door een vrijwilligersorganisatie voor een evenement dat bijdraagt aan de verbetering van de sociale samenhang binnen (een deel van) de gemeente of de identiteit van de gemeente.

Een stimuleringssubsidie kan worden aangevraagd door een vrijwilligersorganisatie voor het toegankelijk maken van de kernactiviteit(en) voor mensen met een beperking en/of het stimuleren van inwoners om te participeren aan de kernactiviteit(en).

Voor een professionele organisatie, zijn er twee subsidiesoorten in Landgraaf waarvoor een subsidie kan worden aangevraagd:

Een Budgetsubsidie kan worden aangevraagd door een (semi-)professionele organisatie, voor een (jaarlijkse) bijdrage aan de door de gemeente aan de professionele organisatie opgedragen activiteiten.

Een Innovatiesubsidie kan worden aangevraagd door een professionele organisatie, voor een project gericht op sociale innovatie waarbij de professionele organisatie samenwerkt met één of meerdere organisaties binnen het sociaal domein.

Daarnaast kent de gemeente Landgraaf twee subsidiesoorten die breed inzetbaar zijn:

Een subsidieaanvraag voor een Burgerinitiatief kan worden aangevraagd voor een bijdrage voor het uitvoeren van een niet beroepsmatig maatschappelijk en innovatief initiatief met één of meerdere inwoners of verenigingen.

Een subsidieaanvraag voor een Samenwerkingssubsidie kan worden aangevraagd door tenminste twee rechtspersonen die initiatieven ontplooien om (meer) met elkaar te gaan samenwerken en daarmee een bijdrage leveren aan de doelstellingen binnen het sociaal domein.

Per subsidiesoort is er in deze subsidieregeling een apart hoofdstuk opgenomen met voorwaarden en verplichtingen waaraan de aanvrager moet voldoen voor de subsidieverstrekking. Deze voorwaarden en verplichtingen zijn specifiek voor het subsidiesoort van toepassing. Daarnaast gelden de algemene regels zoals deze zijn opgenomen in de Algemene subsidieverordening Landgraaf 2023.

Toelichting budgetsubsidie

Budgetsubsidie is bedoeld voor professionele en semiprofessionele organisaties. Onder semiprofessioneel verstaan we een organisatie die werkzaam is in de gemeente Landgraaf en taken uitvoert die volgens deze regeling vallen onder de budgetsubsidie.

Afhankelijk van de vastgestelde maatschappelijke taken die een (semi-)professionele organisatie moet vervullen, vindt een analyse plaats. Dit op grond van het jaarlijkse gesprek en tussentijds aan te leveren stukken, in elk geval een begroting en jaarrekening. Hierbij wordt bekeken hoeveel subsidie nodig is om de maatschappelijke taken te kunnen vervullen. Het betreft hier een jaarlijks terugkerend proces. Subsidies van € 10.000 en meer moeten dan ook jaarlijks worden aangevraagd. Voor subsidies tot € 10.000 kan het college besluiten om deze meerjarig, met een maximum van vier jaar te verstrekken.

Toelichting basissubsidie

De bassisubsidie is voor vrijwilligersorganisaties ter waardering van de maatschappelijke bijdrage die de vrijwilligersorganisaties leveren. Deze organisaties vormen grotendeels de sociale infrastructuur in de gemeente Landgraaf en zorgen ervoor dat burgers mee kunnen doen aan de samenleving. Er ligt een gedeelde verantwoordelijkheid voor het behoud van de in hoofdstuk 1 benoemde doelstellingen. Voor de verschillende werksoorten geldt dat indien het subsidieplafond wordt overschreden, in afwijking van de algemene subsidieverordening het subsidiebedrag naar rato per organisatie wordt verminderd, zodat alle vrijwilligersorganisaties die in aanmerking komen voor subsidie ook subsidie ontvangen.

Voor de berekening van basissubsidie wordt uitgegaan van een basisdeel (vast bedrag) en een variabel deel (per actief lid) of een combinatie van beide. Dit betekent dat vrijwilligersorganisaties bij hun aanvraag een ondertekende (bonds)ledenlijst mee dienen te sturen waarop het aantal actieve leden staat vermeld. Indien er geen (bonds)ledenlijst is om het aantal actieve leden aan te tonen dient op een andere te verifiëren wijze het aantal actieve leden aangetoond te worden. Om voor basissubsidie in aanmerking te komen dient de vrijwilligersorganisatie minimaal 15 actieve leden te hebben. De begripsomschrijving van een actief lid is vastgelegd in de subsidieregeling. Onder een passief lid verstaan we een natuurlijk persoon die is ingeschreven bij een vrijwilligersorganisatie en geen gebruik maakt van de faciliteiten en/of de kernactiviteiten van de organisatie, dan wel zich niet persoonlijk inzet voor de vrijwilligersorganisatie door deelname aan het bestuur of als trainer/instructeur.

Onder actieve leden worden verstaan, natuurlijke personen die deelnemen aan de kernactiviteit(en) of deze organiseren. Het gaat dan bijvoorbeeld om zingen bij zangkoren, voetballen bij een voetbalvereniging, maar ook om deelname aan het bestuur of begeleiding als trainer/instructeur van de kernactiviteit.

Voor een aantal vrijwilligersorganisaties stelt het college een vast bedrag ter beschikking voor de uitvoering van hun maatschappelijke activiteiten. Bij deze vrijwilligersorganisaties is het minimumaantal actieve leden niet van toepassing om voor de subsidie in aanmerking te komen. Het gaat dan om organisaties die algemene maatschappelijke activiteiten ontplooien voor een groot deel van de inwoners van Landgraaf.

Om de administratieve lasten te verminderen is gekozen voor het verstrekken van meerjarige subsidies, met een maximum van vier jaar. Dit betekent dat vrijwilligersorganisaties één keer per vier jaar een subsidieaanvraag indienen die vervolgens geldt voor het gehele subsidietijdvak. De dan vastgestelde subsidies blijven in principe ongewijzigd, tenzij het jaarlijks subsidieplafond wordt overschreden en afgezien van de jaarlijkse indexeringen of andere algemene bijstellingen. Daarnaast heeft een vrijwilligersorganisatie twee keer in het subsidietijdvak de mogelijkheid om de subsidie te laten bijstellen indien het aantal leden met 15 procent of 15 leden is toe/afgenomen.