Beleidsregels giften en kostenbesparende bijdragen gemeente Cranendonck 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels giften en kostenbesparende bijdragen gemeente Cranendonck 2026

Op grond van artikel 31 lid 2, onderdeel m, Participatiewet worden giften vrijgelaten tot een bedrag van €1.2001 per kalenderjaar. Voor kostenbesparende bijdragen (zoals boodschappen of de betaling van vaste lasten door een derde) geldt ditzelfde op grond van artikel 18 lid 8 Participatiewet. De vrijlating van €1.2001 geldt niet voor beide afzonderlijk, maar cumulatief. Dat wil zeggen dat het totaal aan giften en kostenbesparende bijdrage het bedrag van €1.2001 niet te boven mogen gaan.

Als het totaalbedrag van de giften per kalenderjaar het bedrag van €1.2001 te boven gaan, dan kan het college deze vrijlaten voor zover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn (artikel 31 lid 2, onderdeel n, Participatiewet). 2 Met deze beleidsregels geeft de gemeente aan hoe invulling wordt gegeven aan haar beleidsruimte op dit thema.

Artikel 1: Begripsbepaling

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • 1)

    De gemeente: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Cranendonck.

  • 2)

    De Wet: Participatiewet.

  • 3)

    Een gift (schenking): is een onverplichte betaling of verstrekking van geld (zowel contant als overgemaakt op een bankrekening) of goederen aan een inwoner, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat.

    • a.

      Giften zijn inkomen zoals bedoeld in artikel 32 van de Wet als het karakter periodiek of terugkerend is en bestemd is of aangewend kan worden voor levensonderhoud.

    • b.

      Giften zijn vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de Wet als het karakter eenmalig is en de gift niet bestemd is voor of niet aangewend kan worden voor levensonderhoud.

  • 4)

    Kalenderjaar: 1 januari tot en met 31 december.

  • 5)

    Kostenbesparende bijdrage: een bijdrage of voorziening waardoor een inwoner lagere bestaanskosten heeft dan waarmee in de bijstandsnorm rekening wordt gehouden.

Artikel 2: De gemeente is er voor de inwoner: Samen kijken we hoe dit past binnen de bijstand

  • 1) Als een inwoner extra geld, goederen of ondersteuning ontvangt dan kan deze dit aan de gemeente doorgeven. Alleen de gemeente kan met zekerheid bepalen of iets als gift, kostenbesparende bijdrage, inkomen of vermogen telt.

  • 2) De gemeente is te allen tijde bereikbaar. Wilt u meer informatie of weten hoe wij het extra geld dat u ontvangt kwalificeren, neem dan contact met ons op. Zo werken we samen met u vanuit wederzijds vertrouwen om de regels na te leven.

Artikel 3: Inlichtingenplicht

  • 1) Inwoners kunnen altijd aan de gemeente doorgeven als er een gift of kostenbesparende bijdrage wordt ontvangen. Melden is pas verplicht als de totale waarde in één kalenderjaar meer dan € 1.2001 is.

  • 2) De gemeente verwacht van haar inwoners dat ze nauwgezet bijhouden welke giften en kostenbesparende bijdragen worden ontvangen, van wie u deze heeft ontvangen, wat de hoogte daarvan is en met welk doel ze worden verleend.

  • 3) Inwoners moet, binnen twee weken nadat de overschrijding heeft plaatsgevonden, aan de gemeente doorgeven dat zij in het kalenderjaar meer dan €1.2001 aan giften of kostenbesparende bijdragen hebben ontvangen.

  • 4) Inwoners kunnen de overschrijding van de giften of kostenbesparende bijdrage melden via de website of via een hardcopy wijzigingsformulier dat telefonisch opgevraagd kan worden. De gemeente stelt op haar website ook een format-registratieformulier beschikbaar om giften te registreren, ook dit formulier kan telefonisch opgevraagd worden.

  • 5) Indien een overschrijding van de grens zoals bedoeld in artikel 31 lid 2, onderdeel m, van de Wet niet of niet tijdig wordt gemeld dan past de gemeente over de periode van de schending van de inlichtingen in ieder geval niet de vrijlating toe op grond van artikel 31 lid 2, onderdeel n, van de Wet.

Artikel 4: Onderzoek naar giften

De gemeente doet onderzoek naar het recht op bijstand als hiervoor aanleiding bestaat en zal hierbij ook de ontvangsten van giften betrekken indien hiervoor aanleiding bestaat. In beginsel geldt dat de gemeente uitgaat van vertrouwen en pas aanleiding ziet voor een onderzoek als hiervoor een signaal wordt ontvangen. Het staat de gemeente echter vrij om gedurende het kalenderjaar inzicht te vragen over de door de inwoner ontvangen giften. Dit inzicht bestaat in ieder geval uit de in artikel 3 lid 2 van deze beleidsregels beschreven informatie.

Artikel 5: Giften boven de €1.2001 die worden vrijgelaten

Voor giften die cumulatief boven de vrijlatingsgrens terecht komen, geldt dat zij voor het meerdere in beginsel als middel moet worden aangemerkt. Op individuele basis kan de gemeente echter ook hogere giften buiten beschouwing laten (artikel 31 lid 2, onderdeel n, van de Wet). In de volgende situaties worden giften in ieder geval vrijgelaten:

  • 1)

    Giften met een specifieke bestemming waarvoor een inwoner, indien de gift niet zou zijn verstrekt, aanspraak zou kunnen maken op bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 1 van de Wet. Mits deze gift daadwerkelijk hieraan wordt besteed.

  • 2)

    Giften specifiek bestemd voor (bijdragen in) re-integratie, voor zover deze bestemming naar het oordeel van het college bijdraagt aan arbeidsinschakeling en niet het bedrag in artikel 31 lid 2, onderdeel j, van de Wet te boven gaat. Mits deze gift daadwerkelijk hieraan wordt besteed.

  • 3)

    Giften specifiek bestemd voor de aflossing van een (of meer) problematische schuld(en), waarvan het feitelijk bestaan en de afdwingbare terugbetalingsverplichting aannemelijk is. Mits deze gift daadwerkelijk hieraan wordt besteed.

Of er daadwerkelijk sprake is van een situatie als bedoeld onder een tot en met drie kan uitsluitend worden beoordeeld door de gemeente. Van inwoners wordt verwacht dat ze dit ter beoordeling voorleggen aan de gemeente.

Artikel 6: Giften ten behoeve van een auto

Indien een auto wordt geschonken geldt dit in beginsel als gift. Hiervoor geldt een wettelijke vrijlating. Onder omstandigheden kan het meerdere worden vrijgelaten, voor zover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn. Dit is een individuele afweging. Het deel van de waarde dat in aanmerking wordt genomen als middel, zal aangemerkt worden als vermogen.

Artikel 7: Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 8: Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels giften en kostenbesparende bijdragen gemeente Cranendonck 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 9 december 2025 door het college van burgemeester en wethouders.

E. Jacobs

Gemeentesecretaris

F.A.P. van Kessel

Burgemeester

Artikelsgewijze toelichting

Daar waar hierna geen toelichting wordt gegeven worden de beleidsregels voldoende duidelijk geacht.

Artikel 1: begripsbepaling

Een voorbeeld van een gift is de situatie dat een inwoner van een familielid in de maand april € 500 krijgt voor het betalen van uw huur. In de maand augustus krijgt de inwoner van zijn buren een fiets van € 400. In totaal heeft de inwoner dit kalenderjaar dus € 900 aan giften ontvangen. Dit is lager dan de grens. De inwoner hoeft dit niet te melden bij zijn klantmanager. Let op: het is niet mogelijk om een ongebruikt deel van de vrijlating mee te nemen naar een nieuw kalenderjaar.

Een voorbeeld van kostenbesparende bijdragen is de situatie dat een inwoner van een vriend(in) elke maand boodschappen ter waarde van €60. Of de ouders betalen de energiekosten aan de leverancier ter waarde van €200. Maar dit kan ook een zorgverzekering of een sportabonnement van de of de kinderen zijn. Voedselhulp vanuit een voedselbank wordt vrijgelaten, dat hoeft niet bijgehouden te worden.

Maar als de fiets of de boodschappen worden verkregen van de buren omdat de inwoner iedere maand voor hen de tuin bijhoudt en de woonkamer voor hen heeft geschilderd? Dan moet de inwoner dit wel doorgeven aan zijn klantmanager. Dit is dan niet zomaar verkregen, er iets voor gedaan.

Artikel 3: Inlichtingenplicht

Wanneer een inwoner én giften én kostenbesparende bijdragen ontvangt, dan moet het worden gemeld als het totaal van beide per jaar meer is dan € 1.200,00. De vrijlating geldt niet voor beide afzonderlijk, maar gezamenlijk.

De inlichtingenplicht is een essentiële verplichting binnen de wet en cruciaal voor een goede uitvoering. De gemeente heeft beoordelingsruimte om te bepalen of giften uit bijstandsoogpunt verantwoord is, door het schenden van de inlichtingenplicht wordt deze beoordeling gefrustreerd. Derhalve zal er geen vrijlating toegepast worden gedurende in ieder geval de periode van de schending van de inlichtingenplicht.

Artikel 5: Giften boven de €1.200 die worden vrijgelaten

In dit artikel worden giften met een specifieke bestemming beschreven waarvan de gemeente oordeelt dat het vanuit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord is. Deze situaties zijn niet limitatief bedoeld. Ook kunnen specifieke giften die bijvoorbeeld betrekking hebben op de doelstellingen van de Jeugdwet en de Wet Maatschappelijke ondersteuning kunnen leiden tot een aanvullende vrijlating. Dit zal een individuele beoordeling zijn.

De inwoner moet het bestaan van de schuld aantonen, bij voorkeur met een schriftelijke overeenkomst, schuldbekentenis of andere objectieve bewijsstukken. Bij twijfel kan de gemeente aanvullende bewijsstukken verlangen, zoals bankafschriften waaruit blijkt dat het bedrag daadwerkelijk is ontvangen. De schuld moet een afdwingbare terugbetalingsverplichting inhouden. Dit betekent dat de schuld tijdens de bijstandsverlening opeisbaar is en de schuldeiser de terugbetaling daadwerkelijk kan afdwingen. De verplichting mag niet afhankelijk zijn van een toekomstige onzekere gebeurtenis (zoals “terugbetalen als het financieel mogelijk is” of “pas na verkoop van de woning als er geld overblijft”). De verplichting tot terugbetaling moet al bestaan bij aanvang van de bijstand.


Noot
1

Het grensbedrag kan jaarlijks door het Rijk worden aangepast op basis van de procentuele stijging van de consumentenprijsindex. In plaats van €1)200 zal dan het geïndexeerde bedrag op deze plaatsen worden ingelezen.

Noot
2

In 2026 zal, vanwege de getrapte invoering van de Participatiewet in Balans, dit artikel nog worden ondergebracht in artikel 31 lid 2, onderdeel s. Vanaf 2027 zal dit artikel 31 lid 2, onderdeel n worden.