Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753293
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753293/1
Beleidsregel Wet Bibob gemeente Oldebroek 2025
Geldend van 24-12-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel Wet Bibob gemeente Oldebroek 2025De burgemeester van Oldebroek en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft,
Overwegende dat:
Het doel van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) is te voorkomen dat de overheid strafbare activiteiten faciliteer en/of dat onrechtmatig verkregen voordeel wordt gebruikt;
Dit doel wordt bereikt door het uitvoeren van een Bibob-toets naar de integriteit van de betrokkene en diens zakelijke en persoonlijke omgeving;
Op basis van de uitkomsten van een dergelijk onderzoek onder meer vergunningen en subsidies kunnen worden geweigerd of ingetrokken, dan wel kan worden besloten geen opdracht te verlenen of geen vastgoedtransactie aan te gaan;
De Wet Bibob de gemeente Oldebroek verschillende bevoegdheden biedt om een dergelijke toets uit te voeren en de gemeente beleidsvrijheid heeft om te bepalen in welke gevallen een onderzoek wordt ingesteld;
Het wenselijk is vast te leggen wanneer de gemeente Oldebroek de Wet Bibob toepast en op welke wijze zij de haar toegekende bevoegdheden inzet;
De gemeente alleen zaken wil doen met integere partijen.
Besluit de volgende regeling vast te stellen:
Beleidsregel Wet Bibob gemeente Oldebroek 2025
1. Wet Bibob
De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) geeft de overheid een instrument in handen om zich tegen het risico van aantasting van de integriteit te beschermen. Als bijvoorbeeld een ernstig gevaar dreigt dat een vergunning wordt misbruikt, kan het bevoegde bestuursorgaan de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Om de mate van gevaar te bepalen, voert het bevoegde bestuursorgaan een eigen onderzoek uit. Ook kan het bestuursorgaan een advies aanvragen bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB). Zo wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd.
Toepassingscategorieën
De Wet Bibob en het daarbij behorende Besluit Bibob zijn van toepassing:
- •
Bij nieuwe en/of bestaande beschikkingen;
- •
bij subsidies in het kader van de algemene subsidieverordening;
- •
bij overheidsopdrachten;
- •
bij vastgoedtransacties.
Beleidsregel
Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de toepassing van de Wet Bibob. In deze beleidsregel is onder andere het toepassingsbereik opgenomen. Een Bibob-beleid voorkomt willekeur, biedt duidelijkheid voor burgers en ondernemers en is inzichtelijk voor de betrokkenen. Bovendien kan deze beleidsregel preventief werken.
3. Algemeen
3.1 Definities
-
1. In deze beleidsregel worden diverse begrippen en definities gebruikt. In deze beleidsregel zijn de definities zoals deze genoemd zijn in artikel 1.1 van de Wet Bibob van overeenkomstige toepassing. Daarnaast worden in deze beleidsregel nog een aantal andere begrippen gebruikt.
-
2. In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a.
Bestuursorgaan: de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek;
- b.
Eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeentelijke organisatie aanwezig is en die de gemeente in het kader van het eigen onderzoek kan gebruiken en/of informatie waarover de gemeente over kan beschikken, zoals omschreven in de toelichting van deze beleidsregel;
- c.
Eigen onderzoek: de wijze waarop de gemeente Oldebroek in beginsel toepassing geeft aan artikel 7a van de wet. Het eigen onderzoek is nader omschreven in de toelichting van deze beleidsregel;
- d.
Bibob -vragenformulier: een formulier gebaseerd op de regeling als bedoeld in artikel 7a lid 5 van de Wet.
- e.
Rechtspersoon met een overheidstaak: de gemeente Oldebroek;
- f.
RIEC: het Regionaal informatie- en expertisecentrum, het regionaal samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 28 lid 2 onder d van de wet;
- g.
Landelijk Bureau Bibob: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur zoals bedoeld in artikel 8 van de wet;
- h.
Wet: de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).
- a.
-
3. Waar in deze beleidsregel “gemeente Oldebroek” wordt genoemd, wordt hiermee zowel het bestuursorgaan als -wanneer van toepassing- de rechtspersoon met een overheidstaak bedoeld.
3.2 Aanleiding eigen Bibob onderzoek
-
1. De gemeente Oldebroek zal een eigen onderzoek uitvoeren naar een aangevraagde of reeds verleende beschikking, subsidie, voorgenomen, overeengekomen overheidsopdracht of vastgoedtransactie als hiertoe een aanleiding bestaat op grond van:
- a.
Een tip verkregen vanuit het OM zoals omschreven in artikel 26 Wet Bibob en/of ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van de Wet Bibob (artikel 26 Wet Bibob);
- b.
informatie verkregen van het landelijk Bureau Bibob (artikel 11 en/of 11a wet Bibob);
- c.
informatie verkregen van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC;
- d.
informatie verkregen uit de eigen ambtelijke organisatie;
- e.
informatie verkregen uit het Bibob-register;
- f.
andere relevante signalen.
- a.
3.3 Geen eigen Bibob-onderzoek
-
1. 1. De uitvoering van een Bibob-onderzoek blijft, tenzij sprake is van een aanleiding als bedoeld in artikel 3.2, achterwege indien aan de orde is dat:
- a.
De betrokkene een (semi)overheidsinstantie betreft;
- b.
de betrokkene een publiekrechtelijke rechtspersoon met een overheidstaak betreft;
- c.
de betrokkene een woningcorporatie betreft die op grond van de Woningwet is aangewezen als toegelaten instelling voor volkshuisvesting;
- d.
de betrokkene een terrein beherende organisatie zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten betreft bij een vastgoedtransactie;
- e.
het gaat om een partij die binnen een periode van 12 maanden meerdere vastgoedtransacties binnen eenzelfde project aangaat met de gemeente. Deze partij zal bij ongewijzigde omstandigheden ten opzichte van de eerdere vastgoedtransactie (bedrijfsstructuur, financiering, zakelijke partners, etc.) kunnen volstaan met een verwijzing naar de reeds eerder aangegane overeenkomst en het daarbij ingevulde Bibob-formulier. Bij gewijzigde omstandigheden dient de partij slechts de gewijzigde omstandigheden aan te geven.
- a.
3.4 Weigeren of niet volledig invullen Bibob-vragenformulier
-
1. In het geval van een Bibob-onderzoek bij een aanvraag van een beschikking, zal deze aanvraag buiten behandeling worden gesteld indien het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten niet (volledig/tijdig) worden aangeleverd. Het buiten behandeling stellen is mogelijk op grond van artikel 4:5 Algemene wet Bestuursrecht;
-
2. In geval van een Bibob-onderzoek bij een verleende beschikking zal een weigering om het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten (volledig/tijdig) aan te leveren (artikel 4 lid 1 van de Wet Bibob) worden aangemerkt als een ernstige mate van gevaar (artikel 3 van de Wet Bibob). De verstrekte beschikking kan als gevolg daarvan worden ingetrokken;
-
3. In het geval van een Bibob-onderzoek bij een overheidsopdracht of vastgoedtransactie die wordt aangegaan, zal geen overeenkomst tot stand komen, indien het Bibob-vragenformulier of de gevraagde documenten niet (volledig/tijdig) worden aangeleverd;
-
4. in het geval van een Bibob-onderzoek bij een overheidsopdracht of vastgoedtransactie die reeds is aangegaan, zal een weigering om het Bibob-vragenformulier en/of de gevraagde documenten (volledig/tijdig) aan te leveren (artikel 4 lid 1 van de Wet Bibob) worden aangemerkt als een ernstige mate van gevaar (artikel 3 van de Wet Bibob) en zal de overeenkomst worden ontbonden.
3.5 Uitvoering Bibob-onderzoek in afwijking van beleidsregel
Deze beleidsregel laat onverlet dat in afwijking van de hierna volgende bepalingen tot toepassing van de Wet Bibob kan worden besloten, indien de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.
4: Publiekrechtelijke beschikkingen
In dit hoofdstuk wordt aangegeven wanneer de Wet Bibob door de gemeente wordt ingezet bij publiekrechtelijke beschikkingen.
4.1 toepassingsbereik bij aanvragen om een vergunning
-
1. Bij de volgende aanvragen om een vergunning wordt door de gemeente een eigen onderzoek uitgevoerd:
- a.
artikel 3 Alcoholwet (Alcoholwetvergunning, met uitzondering van paracommerciële rechtspersonen als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet, tenzij de exploitatie van de horeca-activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon door een commerciële partij plaatsvindt);
- b.
artikel 3:3 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oldebroek (vergunning seksinrichting, escortbedrijf);
- a.
-
2. Bij de volgende aanvragen om een vergunning kan door de gemeente een eigen onderzoek worden uitgevoerd:
- a.
de aanvraag als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet voor de activiteiten:
- –
een omgevingsplanactiviteit
- –
een bouwactiviteit;
- –
een milieubelastende activiteit
- –
rijksmonumentenactiviteit
- –
- a.
-
3. Bij de volgende aanvragen om een vergunning wordt een eigen onderzoek gestart wanneer sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3.2 van deze beleidsregel:
- b.
artikel 30b van de Wet op de kansspelen (aanwezigheidsvergunning kansspelautomaat);
- c.
artikel 2.25 van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning);
- d.
de aanvraag als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet, in het geval het een paracommerciële rechtspersoon betreft, als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet (Alcoholwetvergunning paracommerciële rechtspersonen);
- e.
een vergunning als bedoeld in artikel 21 en 22 van de Huisvestingswet 2014, zijnde een omzettingsvergunning dan wel een splitsingsvergunning;
- f.
een vergunning op grond van de Wet goed verhuurderschap;
- g.
overige aanvragen om vergunningen die niet eerder zijn benoemd in deze beleidsregel of aanvragen die vallen onder de in bijlage 1 genoemde risicoactiviteiten
- b.
4.2 toepassingsbereik bij verleende vergunningen
-
1. De gemeente kan een eigen onderzoek starten bij verleende vergunningen indien:
- a.
sprake is van een melding als bedoeld in artikel 5.37 van de Omgevingswet (wijziging aanvrager of vergunninghouder) en de activiteit(en) waar deze beschikking op ziet in Bijlage 1 is aangewezen als een risicoactiviteit;
- b.
de verstrekte vergunning betrekking heeft op een activiteit en/ of gelegen is in een concreet bepaald
- c.
gebied, dat op basis van een daartoe genomen besluit van de gemeente Oldebroek na de verstrekking van de vergunning, in Bijlage 1 is aangewezen als een risicoactiviteit;
- d.
er sprake is van een wijziging van leidinggevende(n) en of zeggenschaphebbende(n) van de vergunninghouder.
- e.
In geval van een verleende beschikking zal een Bibob-onderzoek worden gestart indien er sprake is van een aanleiding als bedoeld in artikel 3.2 van deze beleidsregel.
- a.
4.3 toepassingsbereik bij subsidies
-
1. De gemeente Oldebroek kan een Bibob-onderzoek starten met betrekking tot een aanvraag om een subsidie dan wel een verleende subsidie zoals bedoeld in de algemene subsidieverordening.
-
2. In geval van een aanvraag om een subsidie of een verleende subsidie kan een Bibob-onderzoek worden gestart indien sprake is van een aanleiding als bedoeld in artikel 3.2 van deze beleidsregel.
5: Privaatrechtelijke transacties
5.1: toepassingsbereik bij vastgoedtransacties
De gemeente Oldebroek kan de wet toepassen bij vastgoedtransacties waarbij de gemeente partij is. In de Verkoopleidraad en/of bij de start van onderhandelingen, zal de gemeente de wederpartij ervan in kennis stellen dat een eigen onderzoek en een adviesaanvraag bij het LBB deel kan uitmaken van de procedure.
In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen op grond van de Wet Bibob, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst.
In geval van een vastgoedtransactie zal gemeente Oldebroek een Bibob-onderzoek starten indien sprake is van een aanleiding als bedoeld in artikel 3.2 van deze beleidsregel.
5.2 toepassingsbereik bij overheidsopdrachten
De gemeente Oldebroek kan de wet toepassen bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, dan wel een overeenkomst zorg vanuit de Jeugdwet en/ of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
In (aanbestedings)documenten zal worden opgenomen dat inschrijvende partijen er rekening mee moeten houden dat de gemeente, alvorens tot definitieve gunning wordt overgegaan, een eigen onderzoek kan starten, dan wel advies kan inwinnen als bedoeld in artikel 9 lid 2 van de Wet bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur (Wet Bibob).
In de af te sluiten overeenkomsten kan een integriteitsclausule worden opgenomen waarin is aangegeven dat de overeenkomst kan worden ontbonden indien één van de situaties, bedoeld in artikel 9, tweede lid van de Wet Bibob zich voordoet.
- 1.
De gemeente kan een eigen onderzoek starten indien:
- a.
de activiteit(en) waarop de overheidsopdracht ziet genoemd zijn in Bijlage 1 van deze beleidsregel;
- b.
er sprake is van een aanleiding als bedoeld in artikel 3.2 van deze beleidsregel.
- a.
- 2.
Bij de uitvoering van de overeenkomst kan voornoemde aanleiding zijn om een eigen onderzoek te starten naar de contractpartij en/ of de onderaannemer.
6: Slotbepalingen
6.1 intrekken oude beleidsregel
-
1. De beleidslijn voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 2014, vastgesteld op 18 september 2021, wordt ingetrokken.
6.2 invoeringsdatum
-
1. Deze beleidsregel is vastgesteld door de burgemeester respectievelijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek op 16 december 2025 en treedt in werking op de dag van bekendmaking.
Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Beleidsregel Wet Bibob gemeente Oldebroek 2025’’.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 16 december 2025
Burgemeester
Burgemeester en wethouders voornoemd,
Secretaris
Bijlage 1: Risicoactiviteiten
In deze bijlage staan activiteiten waar de gemeente Oldebroek, als dat kan, een Bibob-onderzoek voor wil doen. Voor deze activiteiten bestaat een verhoogd risico op criminaliteit of het witwassen van crimineel verdiend geld.
Hoe zijn de risicoactiviteiten bepaald?
In de lijst met risicoactiviteiten staan de volgende activiteiten:
- –
Activiteiten die onder de Wet Bibob vallen, zoals activiteiten waar een alcoholwetvergunning voor nodig is of sommige milieu- of bouwactiviteiten. Sinds 2013 vallen ook vastgoedtransacties onder de Wet Bibob en sinds 2022 ook (zorg)aanbestedingen. Deze activiteiten vallen onder de Wet Bibob omdat bij deze activiteiten volgens de overheid een verhoogd risico is op criminaliteit. De overheid maakt hiervoor gebruik van een onderzoek van criminoloog / emeritus hoogleraar Cyrille Fijnaut (hierna: Fijnaut) (zie ook ‘Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob’).
- –
Activiteiten waarvoor in de gemeente Oldebroek een vergunning nodig is. Gemeenten mogen ervoor kiezen om voor sommige activiteiten een vergunning verplicht te maken (vergunningplicht voor aan te wijzen bedrijfsmatige activiteiten ter bestrijding van ondermijning). De gemeente heeft besloten dat er een vergunning nodig is voor die activiteiten om problemen zoals overlast of onveilige situaties aan te pakken.
- –
Activiteiten waar de gemeente negatieve ervaringen mee heeft. Denk bijvoorbeeld aan problemen met sommige zorgbureaus (zorgfraude), uitzendbureaus of duurzaamheidsprojecten. De gemeente kan ook activiteiten die heel veel voorkomen in een gebied toevoegen aan de lijst.
De overheid heeft er bewust voor gekozen om geen definitieve lijst met risicoactiviteiten te maken, maar gemeenten de vrijheid te geven om zelf activiteiten toe te voegen. Ze kunnen dat bijvoorbeeld doen als uit onderzoek blijkt dat ook andere branches in hun gemeente een verhoogd risico hebben op criminaliteit. Met een definitieve lijst zou ook het risico bestaan dat criminelen overstappen naar andere branches die buiten de Wet Bibob vallen.
Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob
Voor het bepalen van de risicoactiviteiten heeft de overheid het onderzoek van Fijnaut gebruikt1. Fijnaut heeft vier criteria omschreven waarmee je kunt bepalen of een branche een verhoogd risico heeft op criminaliteit:
- 1.
Zijn criminelen goed bekend met de branche?
- 2.
Is het makkelijk om als bedrijf onderdeel te worden van de branche?
- 3.
Is er veel concurrentie tussen kleine bedrijven waarin veel contant geld aanwezig is?
- 4.
Heeft de branche vage, ingewikkelde en soms tegenstrijdige regels?
Op basis van deze criteria heeft de overheid eerst alleen de volgende branches onder de Wet Bibob laten vallen: horeca, bouwsector, autobranche, textielindustrie, de afvalverwerkingsbranche, de transportsector, prostitutie- en seksbedrijven en de goksector. Later heeft de overheid daar de volgende branches aan toegevoegd: coffeeshops, bedrijven die drugs of andere stoffen die onder de Opiumwet vallen produceren of verhandelen en de ICT-sector2.
In 2010 voegde de overheid daar nog de volgende branches aan toe: uitzendbranche, evenementenbranche, belwinkels, headshops, kansspelautomatenbranche en de vastgoedsector. De reden hiervoor was het onderzoek voor de Evaluatie- en Uitbreidingswet Bibob in 2010. Later voegde de overheid nog de vuurwerksector en kamerverhuur toe3.
Ook voegde het sommige niet-vergunningplichtige sectoren als belwinkels, massagesalons en avondkappers toe4. Deze sectoren hebben het risico gebruikt te worden voor het witwassen van geld, ontduiken van belasting en andere soorten van criminaliteit. Dit komt deels doordat er veel contant geld aanwezig is en het makkelijk is om onderdeel te worden van de branche (Fijnaut-criteria 2 en 3).
Uit onderzoek blijkt verder dat criminele organisaties in Nederland aanwezig zijn in de horecabranche, groothandel en detailhandel (zoals de import en export van fruit), de vastgoedsector, de prostitutie, de transportsector en de verhuur van motorvoertuigen5. Daarom zijn ook die branches opgenomen in de lijst met risicoactiviteiten.
Wanneer voert de gemeente een Bibob-onderzoek uit bij deze risicoactiviteiten?
De gemeente kan alleen een Bibob-onderzoek doen bij publiekrechtelijke beschikkingen (zoals vergunningen of subsidies) of privaatrechtelijke transacties (zoals overheidsopdrachten en vastgoedtransacties).
Voor onderstaande activiteiten is niet altijd een vergunning nodig. Als er geen vergunning nodig is voor een activiteit, kan de gemeente de Wet Bibob niet direct uitvoeren. Wel kan het zijn dat de gemeente nog andere beslissingen moeten nemen om die activiteit mogelijk te maken, zoals een omgevingsvergunning geven of een vastgoedtransactie sluiten. Als dat zo is, kan de gemeente de Wet Bibob toch nog uitvoeren.
Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. Anders kan het lastig zijn om een beslissing terug te draaien, bijvoorbeeld bij vastgoedtransacties. Ook geeft dit de betrokkene die de activiteit wil uitvoeren snel duidelijkheid.
De gemeente probeert het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo klein mogelijk te houden. Toch moet de gemeente soms meerdere keren een Bibob-onderzoek doen bij een betrokkene.
Voorbeelden hoe de gemeente de Wet Bibob uitvoert bij risicoactiviteiten
Voorbeeld 1:
Bij de gemeente komt een ondernemer die een nagelstudio wil beginnen. Nagelstudio’s vallen onder de risicoactiviteiten, dus de gemeente wil hier een Bibob-onderzoek voor doen. Maar omdat er geen vergunning nodig is voor een nagelstudio, kan de gemeente het Bibob-onderzoek nu niet doen.
De ondernemer zegt dat hij voor de nagelstudio een gebouw van de gemeente wil huren. Dit is een vastgoedtransactie, dus daarvoor kan de gemeente wel een Bibob-onderzoek doen. Zo kan de gemeente het Bibob-onderzoek dus indirect toch uitvoeren voor de nagelstudio.
Als de ondernemer de nagelstudio wilde starten in een gebouw dat niet van de gemeente is, kan de gemeente geen Bibob-onderzoek doen. Huurcontracten met particulieren vallen namelijk niet onder de Wet Bibob.
Voorbeeld 2:
Een ondernemer meldt zich bij de gemeente met een plan om een zorgboerderij te starten. Het gebouw dat de ondernemer hiervoor wil gebruiken is van de gemeente. Dit gebouw is nu nog niet geschikt en heeft een andere functie in het omgevingsplan. De ondernemer wil het gebouw duurzaam verbouwen. Zij vraagt daarvoor duurzaamheidssubsidie aan bij de gemeente.
Het aanbieden van zorg is een risicoactiviteit. Daarom wil de gemeente hiervoor een Bibob-onderzoek uitvoeren. De gemeente heeft daar verschillende mogelijkheden voor, want voor alle activiteiten hieronder kan de gemeente een Bibob-onderzoek starten:
- –
De ondernemer vraagt een vergunning aan voor een omgevingsplanactiviteit.
- –
Er komt een vastgoedtransactie want de ondernemer huurt het gebouw van de gemeente.
- –
De ondernemer vraagt om een wijziging van het omgevingsplan.
- –
De ondernemer vraag duurzaamheidssubsidie aan.
- –
Voor de zorgactiviteiten koopt de gemeente zorg in bij deze aanbieder.
Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. De eerste stap is waarschijnlijk het sluiten van een huurcontract (vastgoedtransactie), of het veranderen van het omgevingsplan. De gemeente kan het beste al meteen bij die eerste stap het Bibob-onderzoek doen. Zo voorkomt de gemeente dat in een latere stap blijkt dat de ondernemer niet integer is en dan al van alles is geregeld voor de zorgboerderij.
Lijst van risicoactiviteiten
In onderstaande lijst staan de risicoactiviteiten die gelden in de gemeente Oldebroek. Ze zijn verdeeld over categorieën.
Horeca-activiteiten
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Alcoholwet of de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente, zoals de exploitatievergunning voor openbare inrichtingen.
- 1.
Horecabedrijven
- 2.
Hotel/pensions, of andere locaties om te overnachten
- 3.
Shishalounges
- 4.
Zaalverhuur
De rechter heeft in verschillende uitspraken over horecabedrijven6 geoordeeld dat algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob7.
Recreatie en vrije tijd
Voor deze activiteiten kan een vergunning nodig zijn vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Ook kan er een combinatie zijn met andere activiteiten, bijvoorbeeld wanneer er ook horeca op een recreatiepark aanwezig is. Dan is er sowieso een vergunning nodig.
- 1.
Recreatieparken
- 2.
Evenementen, zoals
- o
Vechtsportgala’s (of vergelijkbare evenementen)
- o
Ride outs motorclubs (of vergelijkbare evenementen)
- o
- 3.
Speelautomatenhallen/gamecenters/casino’s
- 4.
Fitnessbedrijven/sportscholen
- 5.
Sporthallen/-complexen
- 6.
Commerciële sportactiviteiten
Prostitutie
Voor deze activiteit is een vergunning nodig vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente. Voor deze activiteit geldt ook vaak een maximum aantal per gebied. Soms is ook een wijziging van het omgevingsplan nodig om deze activiteit op een locatie mogelijk te maken.
- 1.
Prostitutie- en seksbedrijven
- 2.
Escortbedrijven
- 3.
Seksbioscopen
- 4.
Erotische massagesalons
De rechter heeft in verschillende uitspraken over prostitutiebedrijven8 geoordeeld dat het algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob9.
Detailhandel en dienstverlening
Voor deze activiteiten is meestal geen vergunning nodig, behalve als de gemeente een vergunning verplicht heeft gemaakt. Soms staat in het Omgevingsplan dat voor deze activiteiten een omgevingsplanactiviteit moet worden aangevraagd.
- 1.
Smartshops/headshops/giftshops
- 2.
Wellnesscentra/zonnestudio’s
- 3.
Kappers/barbershops/nagelstudio’s/tattooshops
- 4.
Belwinkels
- 5.
Goudinkoopbedrijven
- 6.
Pandjeshuizen
- 7.
Verhuur van transportmiddelen (auto’s, (bestel)bussen, deelvoertuigen)
- 8.
Darkstores
Wonen
Voor deze activiteiten is meestal een omgevingswetvergunning nodig, bijvoorbeeld voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit. Ook kunnen er vergunningen nodig zijn vanuit de Huisvestingswet, de Wet goed verhuurderschap of regels van de gemeente.
- 1.
Kamerverhuurbedrijven (inclusief omgevingsvergunningen voor kamerverhuur- en/of logiespanden met 5 of meer kamers
- 2.
Omzetten/splitsen van woningen/panden voor kamerverhuur of realisatie van (meerdere) woonruimten
- 3.
Aanpassen kantoorpanden (naar woningen en/of kamers)
- 4.
Opvang vluchtelingen
- 5.
Huisvesting van arbeidsmigranten
Opslag
Als voor deze activiteiten gebouwd moet worden, is er vaak een omgevingsvergunning nodig. Ook moet het omgevingsplan misschien veranderd worden.
- 1.
Garageboxen/opslagruimtes (bedrijfsmatig aanbod van opslaglocaties)
- 2.
Bedrijfsverzamelgebouwen
Milieubelastende activiteiten
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Omgevingswet (vergunning voor een milieubelastende activiteit en/of omgevingsplanactiviteit):
- 1.
(gevaarlijke) Afvalbewerking en -verwerking
- 2.
Afvalrecycling
- 3.
Mestverwerking
- 4.
Sloop- en/ of asbestverwijdering
- 5.
Autodemontage / spuiterijen
- 6.
Vuurwerkopslag/ transport
- 7.
Datacenters
Zorg, welzijn en opleiden
Deze activiteiten gebeuren soms via een overheidsopdracht en soms kan er een subsidie voor worden aangevraagd. Ook is er soms een vergunning voor nodig vanuit de Omgevingswet.
- 1.
Het aanbieden van zorg (inclusief aanbieden van zorgwoningen)
- 2.
Re-integratie-activiteiten
- 3.
Het aanbieden van particuliere schoolactiviteiten
- 4.
Religieuze instellingen
Duurzaamheid en transitie
Voor deze activiteiten is soms een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor bouwactiviteiten. Ook kan er soms een subsidie voor worden aangevraagd.
- 1.
Energieproductie (inclusief (mest)vergisters, windmolens, zonneparken, enzovoort)
- 2.
Activiteiten voor uitkoop- en opkoopregelingen (in verband met onder andere stikstof)
Noot
4Zie: consultatieversie van de memorie van toelichting bij de wetswijziging Evaluatie- en Uitbreidingswet (januari 2010)
Noot
5Zie de studies van Ferwerda en Unger (2015) en Kruisbergen, Kleemans en Kouwenberg (2015), Wat doen daders met hun geld? Uitkomsten van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit 2014. Zij onderzochten in welke branches veel crimineel geld wordt geïnvesteerd door te kijken naar Nederlandse strafzaken. Zie ook: Essen en Maan (2022), Criminele inmenging in het mkb: casusonderzoek naar de faciliterende rol van bonafide ondernemingen in het criminele bedrijfsproces.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl