Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753145
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753145/1
Gemeente Midden-Delfland - Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Midden-Delfland 2026
Geldend van 30-12-2025 t/m heden
Intitulé
Gemeente Midden-Delfland - Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Midden-Delfland 2026Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Artikel 1. Inleidende bepaling
Op grond van deze verordening worden geheven:
- a.
een afvalstoffenheffing;
- b.
reinigingsrechten.
De afvalstoffenheffing en reinigingsrechten worden gezamenlijk aangeduid als ‘afvalstoffen- en reinigingsheffingen’.
Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing
Artikel 2. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en het daaruit voortvloeiende collegebesluit inzameling huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 3. Aard belasting en belastbaar feit
-
1. Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
-
2. De afvalstoffenheffing wordt geheven voor het gebruik maken van een perceel waarvoor krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot inzameling van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
-
3. De heffing dekt zowel de inzameling als de verwerking van huishoudelijke afvalstoffen conform artikel 15.34 Wet milieubeheer en de toezichtskosten daarop.
Artikel 4. Voorwerp belasting
Ongewijzigd (alle onderdelen a t/m e blijven gelijk).
Artikel 5. Belastingplicht
De belasting wordt geheven van degene die krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.
Wanneer meerdere personen een perceel bewonen, wordt één van hen aangewezen als belastingplichtige (art. 231 lid 2 onder b Gemeentewet).
Artikel 6. Maatstaf van heffing en belastingtarief
-
1. De belasting bedraagt per perceel per jaar:
- a.
éénpersoonshuishouden € 326,52
- b.
meerpersoonshuishouden € 433,20
- a.
-
2. De belasting voor vervangende container bedraagt €167,28.
-
3. De belasting bedraagt voor extra restafval minicontainers, conform het uitvoeringsbesluit:
- a.
eerste extra container bij gebleken noodzaak € [0,00;
- b.
eerste extra container op verzoek € (116,88);
- c.
tweede extra container € (116,88)].
- a.
-
4. Het college kan in de uitvoeringsregeling nadere regels stellen over toekenning of weigering van extra inzamelmiddelen.
Artikel 7. Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8. Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9. Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsevenredigheid
Tekst grotendeels ongewijzigd. Alleen verduidelijking:
De aanspraak op ontheffing geldt uitsluitend indien het perceel niet langer wordt gebruikt en het gebruik elders binnen de gemeente geen continuering vormt van de belastingplicht.
Artikel 10. Termijnen van betaling
-
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten aanslagen uiterlijk twee maanden na dagtekening worden betaald.
-
2. Bij automatische incasso geldt betaling in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog maanden in het belastingjaar overblijven (minimaal één, maximaal negen termijnen).
-
3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing.
Artikel 11. Kwijtschelding
Voor de invordering van de afvalstoffenheffing kan gehele of gedeeltelijke kwijtschelding worden verleend.
Kwijtschelding geldt niet voor bedrijfsafvalstoffen of extra containers op verzoek.
Hoofdstuk III Reinigingsrechten
Artikel 12. Belastbaar feit
Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, zoals het ophalen van bedrijfsafval dat vergelijkbaar is met huishoudelijk afval.
Het recht geldt uitsluitend voor instellingen zonder winstoogmerk, tenzij anders bepaald in de uitvoeringsregeling.
Artikel 13. Belastingplicht
De rechten worden geheven van onderwijsinrichtingen, kerken en verenigingen die geen commercieel doel nastreven, ten behoeve van wie de dienst wordt verricht.
[B]Indien meerdere instellingen gezamenlijk een perceel gebruiken, wordt één instelling aangewezen als belastingplichtige.
Artikel 14. Maatstaf van heffing en belastingtarief
De belasting bedraagt per perceel per jaar, indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar wordt gebruikt door instellingen als bedoeld in artikel 13, € 433,20(exclusief 21% BTW).
Artikel 15. Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 16. Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 17. Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsevenredigheid
Ongewijzigd t.o.v. 2025.
Artikel 18. Termijnen van betaling
-
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten aanslagen uiterlijk twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet worden betaald.
-
2. Bij automatische incasso geldt betaling in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening nog maanden in het belastingjaar overblijven (minimaal één, maximaal negen termijnen).
-
3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing.
Artikel 19. Kwijtschelding
Voor de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.
Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen
Artikel 20. Overgangsrecht
De Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Midden-Delfland 2025 wordt ingetrokken met ingang van de datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten vóór die datum.
Artikel 21. Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2026.
-
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 22. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Midden-Delfland 2026.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2025, op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025.
De voorzitter,
F.I. Noordermeer – van Slageren
De griffier,
A. de Vos
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl