Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753109
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753109/1
Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Laren 2026
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Laren 2026De raad van de gemeente Laren;
gelezen het voorstel d.d. 11 november 2025 van het college van burgemeester en wethouders;
gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;;
B E S L U I T:
de volgende
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING GEMEENTE LAREN 2026
vast te stellen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
- a.
perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandige gedeelte daarvan;
- b.
gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;
- c.
verbruikersperiode: de periode waarop de afrekening van het waterleidingbedrijf betrekking heeft;
- d.
water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater.
Artikel 2. Aard van de belasting
Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
- a.
de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en
- b.
de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Artikel 3. Belastbaar feit en belastingplicht
-
1. De belasting wordt geheven van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel.
-
2. Voor het gebruikersdeel wordt:
- a.
gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;
- b.
gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven;
- c.
het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.
- a.
Artikel 4. Voorwerp van de belasting
-
1. Voorwerp van de belasting is een perceel.
-
2. Als perceel wort aangemerkt:
- a.
de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;
- b.
de roerende zaak, die duurzaam aan een plaats is gebonden;
- c.
een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
- d.
een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
- e.
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
- a.
Artikel 5. Maatstaf van heffing
-
1. De belasting als bedoeld in artikel 2 lid a en b wordt,
- a.
indien niet meer dan 500 m³ water per jaar wordt geloosd, geheven naar het aantal personen dat het eigendom gebruikt, of indien het een niet-woning betreft naar een meerpersoonshuishouden.
- b.
indien per eigendom meer dan 500 m³ water per jaar wordt geloosd, over het meerverbruik boven 500 m³ de belasting geheven naar het aantal kubieke meters water dat naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. In geval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
- a.
-
2. In geval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie voorzien zijn van een:
- a.
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of
- b.
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met een vaste capaciteit in bedrijf is geweest, kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien de vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
- a.
Artikel 6. Belastingtarief
-
1. De belasting als bedoeld in artikel 2 lid a en b, bedraagt voor percelen van waaruit niet meer dan 500 m³ water wordt geloosd:
- a.
indien het eigendom wordt gebruikt door een alleenstaande € 226,16
- b.
indien het eigendom wordt gebruikt door twee of meer personen € 387,34
- c.
indien het eigendom dat wordt gebruikt een niet-woning betreft € 387,34
- a.
-
2. Naast het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting, indien meer dan 500 m³ water wordt geloosd:
- a.
van 500 m³ tot en met 10.000 m³, voor elke volle eenheid van 100 m³ water € 180,81
- b.
vanaf 10.000 m³ voor elke volle eenheid van 100 m³ water € 133,41
- a.
-
3. Het tarief als bedoeld in artikel 6, tweede lid wordt verlaagd met 50%, indien en voor zover de lozing het gevolg is van een bronbemaling uitsluitend ten behoeve van de bouw en/of verbouw van één woning en die bouw en/of verbouw wordt uitgevoerd met het oog op (de voortzetting van) bewoning van die woning door belastingplichtige.
Artikel 7. Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8. Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.
Artikel 10. Termijnen van betaling
-
1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moet een aanslag worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
-
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later.
-
3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.
Artikel 12. Overgangsrecht
De “Verordening rioolheffing Laren 2025”, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 18 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede, lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13. Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
-
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 14. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening rioolheffing gemeente Laren 2026’.
Ondertekening
Ondertekening
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Laren in zijn openbare raadsvergadering van 17 december 2025.
De voorzitter,
J.N. de Zwart-Bloch
De griffier,
A.M. Kroon
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl