Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753082
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR753082/1
Verordening raadgevend referendum Amersfoort
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening raadgevend referendum AmersfoortDe raad van de gemeente Amersfoort;
gelet op de artikelen 84, 149 en 154 van de Gemeentewet en de hoofdstukken B, E, J, L, N, Na en P van de Kieswet;
gezien de aanbevelingen van de referendumcommissie;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening raadgevend referendum Amersfoort
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- –
burgemeester: burgemeester van Amersfoort;
- –
campagnevoering: het organiseren of uitvoeren van activiteiten, waarbij de kiesgerechtigden worden geïnformeerd over de inhoudelijke argumenten bij het voorgenomen besluit of de voorliggende vraagstelling van het referendum;
- –
college: college van burgemeester en wethouders van Amersfoort;
- –
gemeentelijk stembureau: gemeentelijk stembureau, aangewezen door het college voor de stemopneming en uitslagvaststelling van een referendum, zoals bedoeld in artikel E 7 Kieswet;
- –
initiatiefnemer: één of meer kiesgerechtigden, die het initiatief nemen voor een referendum op basis van deze verordening, niet zijnde een lid van de raad;
- –
kiesgerechtigde: inwoner van Amersfoort die stemrecht heeft voor de verkiezing van de leden van de raad, zoals bedoeld in artikel B 3 tot en met B 6 Kieswet, met dien verstande dat de leeftijd, bedoeld in artikel B 3 lid 1 van de Kieswet wordt vastgesteld op 16 jaar;
- –
ondersteuningsverklaring: ondertekende analoge of digitale verklaring van een kiesgerechtigde, waaruit blijkt dat deze de aanvraag voor een referendum over een ontwerp- raadsbesluit ondersteunt.
- –
opkomstbevordering: het door de gemeente organiseren of uitvoeren van activiteiten, waarbij de kiesgerechtigden worden voorgelicht over de wijze waarop zij hun stem kunnen uitbrengen en op politiek-neutrale wijze worden gestimuleerd om te gaan stemmen;
- –
raad: gemeenteraad van Amersfoort;
- –
referendum: raadgevende volksraadpleging waartoe de raad heeft besloten en waarbij de kiesgerechtigden van Amersfoort zich uitspreken over een ontwerp-raadsbesluit of een op zichzelf staand beslispunt daarin;
- –
referendumcommissie: door de raad ingestelde commissie van advies en toezicht als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet;
Artikel 2. Het raadgevend referendum
-
1. Een raadgevend referendum wordt gehouden op initiatief van één of meer kiesgerechtigden als het inleidend verzoek en het daarop volgend definitief verzoek zijn ingewilligd.
-
2. Onderwerp van een referendum is een ontwerp-raadsbesluit of één of meer op zichzelf staande beslispunten daarin, met uitzondering van besluiten:
- a.
in het kader van deze verordening;
- b.
over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen;
- c.
over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;
- d.
over de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie;
- e.
over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;
- f.
over de vaststelling of wijziging van de gemeentelijke begroting en de jaarrekening;
- g.
over de vaststelling of wijziging van gemeentelijke tarieven en belastingen;
- h.
over een besluit tot vaststelling, wijzing of intrekking van een omgevingsplan en voorbereidingsbesluiten.
- i.
ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;
- j.
die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden;
- k.
waarvan de raad van mening is dat zwaarwegende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden.
- a.
Artikel 3. Instelling referendumcommissie
-
1. De raad stelt een referendumcommissie in en benoemt haar leden en de voorzitter.
-
2. De referendumcommissie bestaat uit ten minste drie leden.
-
3. De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie.
-
4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente.
-
5. De leden van de referendumcommissie ontvangen een vergoeding op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
-
6. De leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Aftredende leden kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van zes jaar.
Artikel 4. Taken en vergaderingen referendumcommissie
-
1. De referendumcommissie heeft tot taak:
- a.
de raad te adviseren over:
- 1°.
de vraag of een referendumverzoek voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2;
- 2°.
de vraag of een referendumverzoek ziet op het gehele ontwerp-raadsbesluit of op een op zichzelf staand beslispunt daarin;
- 3°.
de formulering van een vraagstelling voor het referendum inclusief de antwoordmogelijkheden;
- 4°.
de datum van de stemming over het referendum
- 1°.
- c.
het college te adviseren over:
- 1°.
de subsidieregeling in het kader van deze verordening;
- 1°.
- d.
toezicht te houden op:
- 1°.
de uitvoering van deze verordening en een eerlijk verloop van het referendum;
- 2°.
het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum;
- 3°.
subsidieverstrekking door het college in het kader van deze verordening
- 1°.
- e.
klachten te behandelen in het kader van de toezichttaak, genoemd onder d;
- f.
binnen drie maanden na de dag waarop het referendum wordt gehouden dan wel binnen drie maanden nadat duidelijk is dat er geen referendum plaatsvindt, een evaluatie uit te brengen over het referendumproces aan de raad.
- a.
-
2. De referendumcommissie vraagt de initiatiefnemer om diens zienswijze, en betrekt dit bij haar advies zoals bedoeld in lid 1 sub a.
-
3. De referendumcommissie kan op eigen initiatief aan de raad, het college, de burgemeester dan wel het gemeentelijk stembureau advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht.
-
4. De referendumcommissie brengt terstond advies uit als een ingediende klacht zo ernstig is, dat de gedraging of publicatie waarop de klacht betrekking heeft, moet worden gestaakt.
-
5. De referendumcommissie vergadert in beslotenheid.
-
6. De raad en het college stellen aan de referendumcommissie de voor de advisering benodigde stukken onverwijld ter beschikking.
-
7. De besluiten en adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar, tenzij in het kader van artikel 5.1 Wet open overheid de openbaarmaking achterwege moet blijven.
Artikel 5. Het inleidend verzoek
-
1. Een inleidend verzoek om een referendum te houden, wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk zeven kalenderdagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp-raadsbesluit wordt besproken.
-
2. Het inleidend verzoek wordt bij de indiening ondersteund door voldoende ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn voor de raad op de veertiende kalenderdag voor de raadsvergadering waarin het ontwerp-raadsbesluit wordt besproken. Het minimaal aantal benodigde unieke en geldige ondersteuningsverklaringen is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente, zoals dit per 1 januari van het kalenderjaar voorafgaand aan de datum van het inleidend verzoek is vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek, namelijk:
- a.
vanaf 160.000 tot en met 169.999 inwoners 800 ondersteuningsverklaringen,
- b.
vanaf 170.000 tot en met 179.999 inwoners 850 ondersteuningsverklaringen,
- c.
vanaf 180.000 tot en met 189.999 inwoners 900 ondersteuningsverklaringen,
- d.
vanaf 190.000 of meer inwoners 950 ondersteuningsverklaringen.
- a.
-
3. Het verzoek bevat de aanduiding van het ontwerp-raadsbesluit waarop het betrekking heeft.
-
4. De initiatiefnemer identificeert zich bij indiening aan de voorzitter van de raad en geeft daarbij contactgegevens op.
-
5. Een ondersteuningsverklaring bestaat uit een handtekening van een kiesgerechtigde, met de daarbij vermeld de voorletters en achternaam, het adres, de woonplaats en de geboortedatum van deze kiesgerechtigde.
-
6. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier, waarop het onderwerp van het ontwerp-raadsbesluit is opgenomen. De voorzitter van de raad kan op verzoek van de initiatiefnemer toestaan de ondersteuningsverklaringen digitaal te verzamelen.
-
7. Het gemeentelijk stembureau controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het tweede lid en stelt vast of er voldoende geldige ondersteuningsverklaringen tijdig zijn ingeleverd. Hierbij kan deze de methode van een steekproef gebruiken.
-
8. Het gemeentelijk stembureau rapporteert zijn bevindingen onverwijld aan de raad en de initiatiefnemer.
-
9. Als voldoende ondersteuningsverklaringen zijn ingediend, beslist de raad in de vergadering waarvoor het voorgenomen besluit is geagendeerd of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. De raad toetst daarbij, gelet op het advies van de referendumcommissie, of het inleidend verzoek voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 2 van deze verordening.
-
10. De raad kan zijn beslissing over het inleidend verzoek voor ten hoogste zes weken verdagen.
Artikel 6. Opschortende werking
-
1. Als het inleidend verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp-raadsbesluit waarop het verzoek zich richt, waarbij de raad het ontwerp-raadsbesluit kan amenderen, maar niet vaststelt.
-
2. De besluitvorming over het ontwerp-raadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt aangehouden tot uiterlijk drie maanden na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist of de raad besluit om geen referendum te houden.
Artikel 7. Het definitief verzoek
-
1. Een definitief verzoek om een referendum te houden, wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk zes weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd.
-
2. Het definitief verzoek wordt ingewilligd indien het bij de indiening ondersteund wordt door voldoende ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn voor de raad op de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. Het minimaal aantal benodigde unieke en geldige ondersteuningsverklaringen is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente, zoals dit per 1 januari van het kalenderjaar voorafgaand aan de datum van het inleidend verzoek is vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek, namelijk:
- a.
vanaf 160.000 tot en met 169.999 inwoners 8.000 ondersteuningsverklaringen,
- b.
vanaf 170.000 tot en met 179.999 inwoners 8.500 ondersteuningsverklaringen,
- c.
vanaf 180.000 tot en met 189.999 inwoners 9.000 ondersteuningsverklaringen,
- d.
vanaf 190.000 of meer inwoners 9.500 ondersteuningsverklaringen.
- a.
-
De voor het inleidend verzoek geldig verklaarde ondersteuningsverklaringen worden hierbij meegerekend.
-
3. Artikel 5, derde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
4. Het gemeentelijk stembureau maakt wekelijks bekend hoeveel ingediende ondersteuningsverklaringen geldig zijn verklaard.
-
5. Het gemeentelijk stembureau stelt uiterlijk zeven kalenderdagen na het verstrijken van de termijn genoemd in het eerste lid vast of er tijdig voldoende geldig verklaarde ondersteuningsverklaringen zijn ingeleverd.
-
6. Het gemeentelijk stembureau rapporteert hierover onverwijld aan de raad en de initiatiefnemer.
-
7. In de eerstvolgende vergadering besluit de raad over de inwilliging van het definitief verzoek. Als het referendumverzoek niet wordt ingewilligd, gaat de raad verder met de behandeling van het aangehouden raadvoorstel.
-
8. De raad kan ten behoeve van de beslissing, bedoeld in het zevende lid, besluiten tot een gehele of gedeeltelijke nieuwe controle van de ingeleverde handtekeningen. Dit onderzoek strekt zich niet uit tot de geldigheid van het inleidend verzoek.
-
9. Een nieuwe controle, als bedoeld in het achtste lid, wordt onder verantwoordelijkheid van de raad uitgevoerd door het gemeentelijk stembureau.
Artikel 8. Datum stemming en kiesgerechtigdheid
-
1. Na inwilliging van het definitief verzoek, bepaalt de raad zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen drie weken de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt.
-
2. De stemming vindt plaats uiterlijk vijf maanden na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum. De raad kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing of een landelijk referendum, dan wel om te voorkomen dat de stemming in een schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen.
-
3. Als kiezer worden opgeroepen de inwoners van Amersfoort die op de vierenveertigste dag vóór de dag van de stemming kiesgerechtigd zijn op grond van deze verordening.
-
4. Uiterlijk twee weken voor de dag van de stemming ontvangt elke kiezer van de burgemeester een stempas voor het referendum.
Artikel 9. Vraagstelling referendum
De raad stelt tegelijk met het bepalen van de datum als bedoeld in artikel 8, of zo spoedig mogelijk daarna en uiterlijk twee maanden voor de dag van het referendum, de vraagstelling vast met in achtneming van het advies van de referendumcommissie.
Artikel 10. Budget organisatie referendum en opkomstbevordering
Onmiddellijk nadat is besloten tot het houden van een referendum, stelt de raad een budget vast voor de organisatie van de stemming, en een budget voor de opkomstbevordering bij het referendum.
Artikel 11. Subsidie campagnevoering
-
1. De raad stelt het budget beschikbaar voor activiteiten ter ondersteuning van het publieke debat en de meningsvorming over de vraagstelling van het referendum, dat wordt gelijkelijk verdeeld voor activiteiten die tot doel hebben:
- a.
de kiesgerechtigden te laten stemmen voor het ontwerp-raadsbesluit, waarbij deze activiteiten kunnen worden uitgevoerd door derden én door of namens het college zelf;
- b.
de kiesgerechtigden te laten stemmen tegen het ontwerp- raadsbesluit, en
- c.
het debat over het ontwerp- raadsbesluit op neutrale wijze te bevorderen.
- a.
-
2. Het college van burgemeester en wethouders stellen een subsidieregeling in ter ondersteuning van activiteiten die het publieke debat bevorderen over de vraagstelling van het referendum.
Organisatie van de stemming en de uitslagvaststelling
Artikel 12. Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking
-
1. De burgemeester is belast met de voorbereiding en organisatie van de stemming, en de bekendmaking van de uitslag van het referendum.
-
2. De organisatie van het referendum geschiedt zoveel mogelijk op overeenkomstige wijze als ten aanzien van de verkiezing van de raad is voorgeschreven, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald.
-
3. De burgemeester is belast met de politiek-neutrale opkomstbevordering omtrent het referendum.
-
4. De burgemeester informeert de initiatiefnemers over de organisatie van de stemming en de uitslagvaststelling.
-
5. De burgemeester is bevoegd om nadere regels te stellen die nodig zijn voor een goed verloop van het referendum.
Artikel 13. Instelling gemeentelijk stembureau
-
1. Het college stelt voor elk referendum een gemeentelijk stembureau in.
-
2. Het college benoemt tijdig voor elk referendum drie leden van het gemeentelijk stembureau en een voldoende aantal plaatsvervangende leden, van wie één de voorzitter is en ten minste één plaatsvervangend-voorzitter.
-
3. Als (plaatsvervangend) lid van het gemeentelijk stembureau kan worden benoemd degene die op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en naar het oordeel van het college over voldoende kennis en vaardigheden beschikt op het terrein van het verkiezingsproces, met uitzondering van degene:
- a.
die bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak van het kiesrecht is ontzet;
- b.
die als lid van een stembureau bij een vorige verkiezing heeft gehandeld of een handeling heeft nagelaten in strijd met het bij of krachtens de Kieswet of deze verordening bepaalde;
- c.
die lid of plaatsvervangend lid is van een stembureau voor de stemming van het desbetreffende referendum;
- d.
die lid is van de raad of het college van Amersfoort,
- e.
die buitengewoon fractielid is van de raad;
- f.
die lid is van provinciale staten of gedeputeerde staten van Utrecht;
- g.
die initiatiefnemer is van het desbetreffende referendum.
- a.
-
4. Het lidmaatschap van het gemeentelijk stembureau eindigt van rechtswege nadat over de uitslag van het referendum definitief is beslist door de raad.
Artikel 14. Taken gemeentelijk stembureau
Het gemeentelijk stembureau is verantwoordelijk voor:
- a.
de stemopneming;
- b.
de vaststelling van de uitslag van het referendum;
- c.
het controleren van de ondersteuningsverklaringen op geldigheid; en
- d.
het vaststellen of er voldoende geldige ondersteuningsverklaringen tijdig zijn ingeleverd.
Artikel 15. Vaststelling van de uitslag
-
1. Het gemeentelijk stembureau stelt zo spoedig mogelijk de uitslag van de stemming vast. De artikelen Na 3 tot en met Na 9 van de Kieswet zijn hierbij van overeenkomstige toepassing.
-
2. Bij een gecombineerde stemopneming kan het gemeentelijk stembureau voorrang geven aan de vaststelling van de uitslag van een verkiezing als bedoeld in artikel B 1 tot en met B 3 Kieswet.
-
3. Het gemeentelijk stembureau stelt ten aanzien van ieder antwoord op het stembiljet het aantal geldig uitgebrachte stemmen bij dat antwoord vast.
-
4. Het gemeentelijk stembureau stelt daarbij ook vast:
- a.
het aantal blanco stemmen, zoals bedoeld in artikel N 7 lid 1 Kieswet;
- b.
het aantal ongeldige stemmen zoals bedoeld in artikel N 7 lid 2 Kieswet;
- c.
het aantal geldige stempassen;
- d.
het aantal geldige volmachtbewijzen;
- e.
de som van de aantallen onder c. en d, te weten het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten;
- f.
het aantal kiesgerechtigden; en
- g.
het verschil tussen het aantal kiezers dat tot de stemming is toegelaten en het aantal stemmen dat is geteld.
- a.
-
5. Het gemeentelijk stembureau stelt vast of de stemming op wettige wijze is geschied.
-
6. Het gemeentelijk stembureau maakt van zijn bevindingen een proces-verbaal op.
-
7. Het gemeentelijk stembureau brengt de uitslag onverwijld over aan de raad en de initiatiefnemer, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide bekend op de gemeentelijke website.
Artikel 16. Vervolg behandeling van aangehouden ontwerp raadsbesluit
-
1. Na ontvangst van het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau met de uitslag van het referendum, bepaalt de raad binnen drie weken wanneer en op welke wijze de behandeling van het aangehouden ontwerp-raadsbesluit wordt hervat, zoals bedoeld in artikel 6, tweede lid.
-
2. Bij deze beslissing kan de raad op basis van het proces-verbaal van het gemeentelijk stembureau besluiten tot een nieuwe opneming van de stembiljetten, zowel uit alle als uit een of meer stembureaus.
-
3. Een nieuwe opneming, als bedoeld in het vorige lid, wordt onder verantwoordelijkheid van de raad in het openbaar uitgevoerd door het gemeentelijk stembureau. Artikel V 4a Kieswet is hierbij van toepassing.
Artikel 17. Strafbepaling
-
1. Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die:
- a.
stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
- b.
stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, of deze, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft;
- c.
stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
- d.
bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem;
- e.
bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt dan wel anderszins daartoe dwingt om een verklaring af te leggen ter ondersteuning van een inleidend of definitief verzoek;
- f.
als kiezer zich door gift of belofte tot het bij volmacht stemmen of het afleggen van een verklaring af te leggen ter ondersteuning van een inleidend of definitief verzoek laat omkopen;
- g.
bij een referendum als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze overleden is;
- h.
stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun stempas, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze pas af te geven;
- i.
bij een referendum zich uitgeeft voor een andere kiesgerechtigde, anders dan met een rechtmatig afgegeven volmachtbewijs, met het oogmerk om met diens identiteit wederrechtelijk als kiezer toegelaten te worden tot de stemming;
- j.
op de dag van de stemming zich op enige wijze bezig houdt met campagnevoering voor of tegen dit referendum in een stemlokaal of binnen een straal van 50 meter rond de ingang van een stemlokaal van dit referendum.
- a.
Artikel 18. Intrekking oude verordening
De Referendumverordening gemeente Amersfoort 2005 wordt ingetrokken.
Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening raadgevend referendum Amersfoort.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2025.
De voorzitter,
De griffier,
Toelichting
Algemeen
Een referendumverordening waarbij de mogelijkheid wordt gegeven een referendum te organiseren over een ontwerp raadsbesluit is bij uitstek een instrument van de raad. Het referendum is te zien als een advies van burgers aan de raad over een voorgenomen besluit. In de Verordening zijn diverse taken daarom niet gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: college), maar aan de raad gelaten. De organisatie en uitvoering van het referendum zelf, nadat duidelijk is dat dit er komt, ligt wel bij de burgemeester en het college.
De aanleiding voor de actualisering van de Verordening uit 2005 is de wens van de raad om de verordening actueel te maken, mede naar aanleiding van de gedane toezegging van de voorzitter van de raad bij de behandeling van motie 2022-164M. De huidige actualisering verwerkt de uitkomsten van de evaluatie van het referendum over het parkeerbeleid in 2023, de inzichten uit de VNG modelverordening 2019, en de wijzigingen in de Kieswet van 2023 met betrekking tot de uitslagvaststelling.
Artikelsgewijs
Artikel 1. Definities
Dit artikel bevat de definities die specifiek voor deze verordening van belang zijn.
Initiatiefnemer
Er is expliciet vastgelegd dat een lid van de raad geen initiatiefnemer kan zijn. Dit onderstreept de opvatting dat het referendum een instrument van burgers is, en niet van de raad.
Kiesgerechtigde
Voor het begrip ‘kiesgerechtigd’ is aangesloten bij degene die stemrecht heeft voor de raadsverkiezingen, zoals geregeld in artikel B3 tot en met B6 van de Kieswet (18 jaar of ouder, Nederlander of EU-onderdaan of vijf jaar een verblijfsvergunning, of rechtmatig in Nederland verblijvend op grond van de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een verdrag tussen een internationale organisatie en de Staat der Nederlanden inzake de zetel van deze organisatie in Nederland). De nadere bepaling van kiesgerechtigd zijn is afhankelijk van de fase waarin het proces verkeert: het gaat er om wie stemrecht zou hebben bij de raadsverkiezing op [de dag waarop het formulier voor de ondersteuningsverklaringen voor het inleidend verzoek wordt verstrekt dan wel de dag waarop de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd (zie de artikelen 5 en 6) dan wel op] de dag waarop het referendum wordt gehouden.
Referendum
Deze verordening gaat uit van een raadgevende volksraadpleging. Naast een referendum over een ontwerp raadsbesluit in zijn geheel, staat de Amersfoortse verordening een referendum toe over een op zichzelf staand beslispunt daarin, als het verzoek zich daarop richt.
Artikel 2. Het raadgevend referendum
Eerste lid
Een referendum wordt gehouden op initiatief van kiesgerechtigden, mits zowel het inleidend als het definitief verzoek zijn ingewilligd. De raad beslist of een referendum kan worden gehouden.
Tweede lid
Bepaalde onderwerpen waarover de raad besluit, lenen zich minder goed voor een referendum. De lijst is gebaseerd op de ervaringen en de VNG-modelverordening, waarbij onder andere besluiten over het budgetrecht van de raad (f en g) zijn uitgezonderd.
De raad heeft de bevoegdheid om op basis van zwaarwegende redenen te besluiten geen referendum te houden (k). In het raadsvoorstel bij de verordening uit 2005 stond opgenomen dat het “verspilling van inzet burgers, van geld en moeite van allen zou zijn, als de raad tevoren weet dat er dringende redenen zijn om op dit punt een uitslag van een referendum geen invloed te doen hebben op zijn besluitvorming. De raad zou dan in feite valse verwachtingen wekken.” In de toenmalige verordening stond het begrip ‘dringende redenen’ opgenomen. Dit is in deze verordening vervangen voor ‘zwaarwegende redenen’, omdat uit het woord dringende de suggestie zou kunnen ontstaan dat het alleen mag worden geweigerd als er een mate van hoge urgentie/tijdsdruk zou zijn. Dat was niet de bedoeling blijkens de toelichting uit het raadsvoorstel uit 2005. Als de raad vooraf weet dat de uitslag van het referendum geen invloed heeft op de besluitvorming kan het inleidend verzoek worden afgewezen. De raad zal bij een afwijzing op grond van zwaarwegende redenen deze wel uitgebreid dienen te motiveren.
Artikel 3. Instelling referendumcommissie
Een referendumcommissie wordt ingesteld nadat de referendumverordening is vastgesteld. Het is een permanente commissie omdat een referenduminitiatief ineens kan opkomen en er dan binnen enkele dagen een advies dient te worden uitgebracht over bijvoorbeeld de vraag of een referendum mogelijk is over het ontwerp raadsbesluit. Het kan zijn dat de leden van de referendumcommissie lange tijd niet bijeenkomen. Als er geen referenduminitiatief is, zal er doorgaans geen reden zijn om te vergaderen. Voor de benoemingstermijn van zes jaar is aangesloten bij de termijn die gehanteerd wordt voor de rekenkamer (vijfde lid). Er is eenmaal herbenoeming mogelijk.
Wanneer een lid van de referendumcommissie ontslag neemt, is het aan de raad om zo snel mogelijk een vervanger te benoemen. Er is niet bepaald dat het lid van de referendumcommissie aanblijft totdat in diens opvolging is voorzien. Het kan soms enkele maanden duren voordat er een opvolger is benoemd. Het is niet gewenst om iemand die ontslag neemt in het ongewisse te laten over wanneer dat ontslag uiteindelijk ingaat. Er is niet expliciet geregeld dat leden van de referendumcommissie (bijvoorbeeld in geval van niet functioneren) ontslagen kunnen worden. In het algemeen geldt dat diegene die benoemt ook kan ontslaan.
Artikel 4. Taken en vergaderingen referendumcommissie
De referendumcommissie heeft diverse adviserende taken en houdt daarnaast toezicht op het gehele referendumproces.
Advisering: De commissie adviseert de raad over of een onderwerp referendabel is (op basis van artikel 2, lid 2), de vraagstelling, en de datum van de stemming (a). Ook adviseert zij het college over de subsidieregeling (c).
Toezicht: De commissie houdt toezicht op de uitvoering van de verordening en het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting (d).
Klachten: De commissie behandelt klachten over het verloop van de procedure (e). Deze taak heeft geen betrekking op het klachtrecht geregeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat klachtrecht gaat immers alleen over gedragingen van bestuursorganen en personen die daarbij werkzaam zijn. De afdoening daarvan is een taak van het bestuursorgaan zelf. De referendumcommissie ziet toe op klachten over het referendumproces. Klachten kunnen over uiteenlopende zaken gaan, bijvoorbeeld het afkeuren van een aantal ondersteunende handtekeningen, het aantal stembureaus of een campagne uiting van een organisatie. De commissie kan direct advies uitbrengen indien een klacht zo ernstig is dat de gedraging of publicatie moet worden gestaakt (lid 3).
Evaluatie: De commissie brengt binnen drie maanden na afloop van het proces een evaluatie uit aan de raad (f).
Artikel 5. Het inleidend verzoek
Het inleidend verzoek heeft twee functies: het aantonen dat er enig draagvlak is voor een referendum en een toetsmoment of over het ontwerp raadsbesluit een referendum kan worden gehouden.
Termijn en aantal: Het verzoek moet uiterlijk zeven kalenderdagen voor de raadsvergadering worden ingediend. Het moet worden ondersteund door ten minste 600 unieke ondersteuningsverklaringen.
Digitale ondersteuning: De voorzitter van de raad kan op verzoek toestaan de ondersteuningsverklaringen digitaal te verzamelen. Dit is een kan-bepaling, de voorzitter hoeft deze vorm niet toe te staan.
Controle: De controle op de geldigheid van de ondersteuningsverklaringen (naam, adres, kiesgerechtigdheid) wordt uitgevoerd door het gemeentelijk stembureau (GSB). Het GSB kan hierbij de methode van een steekproef gebruiken.
Besluitvorming: De raad beslist of het verzoek wordt ingewilligd en toetst daarbij of er sprake is van een uitgezonderd onderwerp (artikel 2). Het besluit van de raad op het inleidend verzoek is een Awb-besluit waartegen bezwaar en beroep openstaat.
Artikel 6. Opschortende werking
Als het inleidend verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp-raadsbesluit. Amendementen kunnen worden ingediend, maar het besluit zelf wordt niet vastgesteld. De besluitvorming wordt aangehouden tot uiterlijk drie maanden nadat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt, tenzij eerder besloten wordt dat het referendum niet doorgaat.
Artikel 7. Het definitief verzoek
De procedure voor het definitief verzoek is in grote lijnen gelijk aan die voor het inleidend verzoek. Het definitief verzoek moet aantonen dat er voldoende draagvlak is om daadwerkelijk een referendum te houden.
Termijn en aantal: Het verzoek moet binnen zes weken na inwilliging van het inleidend verzoek worden ingediend. Hiervoor zijn ten minste 6.000 unieke ondersteuningsverklaringen nodig.
Meetellen verklaringen: ook de geldig verklaarde ondersteuningsverklaringen van het inleidend verzoek worden meegerekend voor het definitief verzoek.
Transparantie: Het GSB maakt wekelijks bekend hoeveel ingediende ondersteuningsverklaringen geldig zijn verklaard.
Controle: De raad kan, ten behoeve van zijn beslissing, een gehele of gedeeltelijke nieuwe controle van de handtekeningen gelasten (lid 8).
Artikel 8. Datum stemming en kiesgerechtigdheid
De raad bepaalt de dag van de stemming. De referendumcommissie adviseert hierover.
Termijn: De stemming moet uiterlijk vijf maanden na het besluit tot een referendum plaatsvinden. De raad kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen, bijvoorbeeld om de stemming te combineren met een verkiezing of om schoolvakanties te vermijden.
Kiesgerechtigdheid: De kiesgerechtigdheid wordt vastgesteld op de vierenveertigste dag voor de dag van de stemming. Dit komt overeen met de termijn gesteld in de Kieswet.
Artikel 9. Vraagstelling referendum
De raad stelt de vraagstelling vast na advies van de referendumcommissie. De referendumcommissie zal hierover doorgaans overleggen met de initiatiefnemers en de portefeuillehouder. De commissie houdt bij het formuleren van een vraagstelling en toelichting rekening met de vereisten voor het drukken van een stembiljet.
Artikel 10. Budget organisatie referendum en opkomstbevordering
De raad stelt twee budgetten vast: één voor de organisatie van het referendum (stembureaus, stembiljetten, etc.) en één voor de politiek-neutrale opkomstbevordering. Het college (burgemeester) is verantwoordelijk voor deze neutrale voorlichting.
Artikel 11. Subsidie campagnevoering
Dit artikel regelt de subsidie voor de inhoudelijke campagnevoering. Dit volgt de aanbeveling van de referendumcommissie om een subsidieregeling op te stellen in plaats van een 50/50-verdeling tussen gemeente/initiatiefnemers, om zo een gelijk speelveld te creëren.
Verdeling: Het budget wordt gelijkelijk verdeeld over activiteiten ter ondersteuning van: a) stemmen vóór het ontwerp, b) stemmen tégen het ontwerp, en c) het neutrale debat.
Uitwerking: Het college stelt de subsidieregeling in.
Artikel 12. Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking
Uitvoering: De burgemeester is belast met de voorbereiding en organisatie van de stemming en de bekendmaking van de uitslag.
Aansluiting Kieswet: De organisatie geschiedt zoveel mogelijk op overeenkomstige wijze als voorgeschreven is voor de verkiezing van de raad. Hiervoor zijn de hoofdstukken B, E, J, L, N, Na en P van de Kieswet van overeenkomstige toepassing verklaard.
Artikel 13. Instelling gemeentelijk stembureau
Het college stelt voor elk referendum een gemeentelijk stembureau (GSB) in. Dit is in lijn met de bepaling dat de burgemeester de uitslag vaststelt en de bekendmaking verzorgt (zie artikel 12). Omdat de Kieswet formeel alleen ziet op reguliere verkiezingen, is in artikel 13 tot en met 18 referendumverordening een en ander uit de Kieswet herhaald en/of nader uitgewerkt. Dit geeft duidelijkheid aan alle betrokkenen.
Bij de gemeenteraadsverkiezing (her-)telt het Gemeentelijk Stembureau alle stembiljetten de dag na de stemming. Er is verder geen extra Centraal Stembureau bij het referendum nodig. Bij de gemeenteraadsverkiezing is het Centraal Stembureau verantwoordelijk voor de zetelverdeling en de benoeming van de gekozen kandidaten, maar dat is bij een referendum niet aan de orde, omdat de Raad de einduitslag vaststelt en de behandeling van het raadsvoorstel voortzet (artikel 15, 16).
Bepaalde personen, waaronder leden van de raad, het college en initiatiefnemers van het referendum, zijn uitgesloten van het lidmaatschap van het GSB.
Artikel 14. Taken gemeentelijk stembureau
Het GSB is verantwoordelijk voor de controle van de ondersteuningsverklaringen en de uitslagvaststelling (stemopneming en vaststelling uitslag).
Artikel 15. Vaststelling van de uitslag
Het GSB stelt zo spoedig mogelijk de uitslag vast. De artikelen Na 3 tot en met Na 9 van de Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing.
Als een referendum samenvalt met een reguliere verkiezing, dan wordt de reguliere verkiezing als eerste geteld conform de eisen van de Kieswet. Dat kan betekenen dat het referendum pas een aantal werkdagen later kan worden geteld.
Wettigheid: Het GSB stelt tevens vast of de stemming op wettige wijze is geschied en maakt hiervan een proces-verbaal op. Dit proces-verbaal wordt onverwijld overgebracht aan de raad en de initiatiefnemer.
Artikel 16. Vervolg behandeling van aangehouden ontwerp raadsbesluit
De raad bepaalt binnen drie weken na ontvangst van het proces-verbaal wanneer de behandeling van het aangehouden ontwerp-raadsbesluit wordt hervat. Op basis van het proces-verbaal kan de raad eenmalig besluiten tot een nieuwe opneming van de stembiljetten (hertelling). Dit onderzoek strekt zich niet uit tot de geldigheid van de referendumverzoeken.
Artikel 17. Strafbepaling
De Kieswet kent een aantal strafbepalingen om het ronselen van stemmen, stemfraude en ongewenste beïnvloeding te bestrijden en het stemgeheim van de kiezer te waarborgen. Deze strafbepalingen zijn niet van toepassing op een gemeentelijk referendum. Daarom wordt in artikel 18 referendumverordening een en ander op dit vlak overgenomen uit de Kieswet aangevuld. De opgenomen strafmaat is overigens lager dan in de Kieswet, omdat de Raad hier een wettelijke begrenzing kent.
Artikel 18. Intrekking oude verordening
Dit artikel regelt de intrekking van de Referendumverordening gemeente Amersfoort 2005.
Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel
Dit zijn de standaard slotbepalingen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl