Verordening afvalstoffenheffing 2026

Geldend van 24-12-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening afvalstoffenheffing 2026

De raad van de gemeente Zeewolde,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2025;

gehoord de oordeelsvormende avond d.d. 4 december 2025;

gelet op artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer en artikel 216 Gemeentewet;

Besluit

vast te stellen de Verordening afvalstoffenheffing 2026.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    minicontainer: een vanwege de gemeente uitgezette ophaalbak met een bepaald volume ;

  • b.

    container: een vanwege de gemeente uitgezette ophaalbak met een volumevorm van 240 liter

  • c.

    verzamelcontainer: een vanwege de gemeente geplaatste verzamelbak;

  • d.

    gft-afval: groente-, fruit- en tuinafval;

  • e.

    restafval: huishoudelijk afval niet zijnde gft-afval;

  • f.

    grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch die te groot en te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden;

  • g.

    gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

  • h.

    Perceel: een gebouwde onroerende zaak, of een gedeelte daarvan, dat blijkens indeling en inrichting bestemd is om afzonderlijk geheel door een particuliere huishouding te worden gebruikt en ook als zodanig wordt gebruikt. Met perceel worden gelijkgesteld: een stacaravan, een woonboot, een woonwagen, en een demontabel zomer- of vakantiehuisje, indien gebruikt door een particuliere huishouding.

Artikel 2. Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3. Belastingplicht

  • 1. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

  • 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:

    • a.

      degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel;

    • b.

      ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.

Artikel 4. Maatstaven van heffing en belastingtarieven

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6. Wijze van heffing

  • 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2. Als de belastingplicht tijdens het belastingjaar begint, is de belasting verschuldigd voor de twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting die in dat jaar, na het begin van de belastingplicht, aan volle kalendermaanden overblijven.

  • 3. Als de belastingplicht tijdens het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting die in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, aan volle kalendermaanden overblijven.

  • 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en daar van een ander perceel gebruik maakt.

Artikel 8. Termijnen van betaling

  • 1. De aanslag moet worden betaald uiterlijk twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.

  • 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de afvalstoffenheffing worden betaald als de kennisgeving als bedoeld in artikel 6 lid 2:

    • a.

      mondeling is, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving of in geval van toezending daarvan, binnen 8 dagen na dagtekening van de kennisgeving.

  • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor aanslagen die worden opgelegd in het belastingtijdvak waarop zij betrekking hebben, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan groter is dan of gelijk is aan € 50,00 en het totaalbedrag van dat aanslagbiljet door middel van automatische betalingsincasso kan worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingtijdvak resteren. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

Artikel 9. Tegemoetkoming medisch afval

  • 1. Bij de invordering van de belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel behorende bij de Verordening, wordt voor 48 inworpen (maximaal € 86,40) zoals bedoeld onder artikel 1.2. onder b of 6 inworpen (maximaal € 86,40) zoals bedoeld onder artikel 1.2. onder a, een tegemoetkoming verleend wanneer de belastingplichtige, bij aanvang van het belastingjaar, of indien later, bij aanvang van de belastingplicht, daartoe een schriftelijk verzoek indient.

  • 2. De tegemoetkoming wordt uitsluitend verleend op de aanslag die is vastgesteld in het belastingjaar waarin de aanvraag wordt gedaan.

  • 3. Het college kan afwijken van het bepaalde in dit artikel indien toepassing daarvan voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens die bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met dit artikel te dienen doelen.

Artikel 10. Kwijtschelding

Voor de afvalstoffenheffing, zoals genoemd in hoofdstuk 1 van de tarieventabel bij deze verordening kan kwijtschelding worden aangevraagd voor maximaal het vastrecht en 48 inworpen zoals bedoeld onder artikel 1.2. onder b en 6 inworpen zoals bedoeld onder artikel 1.2. onder a van de tarieventabel.

Artikel 11. Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening indien deze wijzigingen van zuiver redactionele aard zijn.

Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2025, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing 2026’.

Ondertekening

Aldus besloten door de raad van de gemeente Zeewolde in de openbare vergadering van 18 december 2025.

de griffier,

J. Kooij

de voorzitter,

A.M. Harmsma

Bijlage 1: tarieventabel behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2026

Tarieventabel bij de verordening afvalstoffenheffing 2026

Algemeen; de bedragen in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting als deze verschuldigd is.

De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:

Bijlage bij verordening afvalstoffenheffing 2026

Hoofdstuk 1 - Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

1.1

a. De belasting bedraagt per belastingjaar per perceel voor een meerpersoonshuishouden

€ 319,90

b. De belasting bedraagt per belastingjaar per perceel voor een eenpersoonshuishouden

€ 294,90

1.2.

De belasting in 1.1 wordt vermeerderd per perceel per aanbieding van een container bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen van

a. 240 liter

€ 14,40

b. 30 liter

€ 1,80

1.3.

Het aantal aanbiedingen per perceel wordt vastgesteld met behulp van de containerherkennings- en registratie

apparatuur op de inzamelwagen. Voor de berekening van de belasting wordt uitgegaan van het aantal malen dat een container, onderverdeeld naar de soort en het volume

Hoofdstuk 2 – Maatstaven en overige tarieven afvalstoffen heffing

2.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor het op

2.1.1.

Het tarief van de belasting, zoals genoemd onder hoofdstuk 1 wordt vermeerderd bij het gebruik van een extra restafval container van 240 liter, wat uitsluitend mogelijk is buiten de bebouwde kom, verhoogd met

€ 319,90

2.1.2.

Als grove huishoudelijke afvalstoffen door de gemeente worden opgehaald is de belasting per aanbieding van één kubieke meter;

€ 32,75

Behoort bij het raadsbesluit van 18 december 2025.

de griffier,

J. Kooij

de voorzitter,

A.M. Harmsma