Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2026

Besluit van de raad van de gemeente Assen tot vaststelling van de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2026 (Verordening marktgelden 2026)

De raad van de gemeente Assen

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025

gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

en de Verordening op de warenmarkt 2006 ;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2026

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • a.

    weekmarkt: de warenmarkt die op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wekelijks wordt gehouden;

  • b.

    jaarmarkt: de warenmarkt die twee maal per jaar op een daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden;

  • c.

    standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;

  • d.

    vaste plaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan de vergunninghouder;

  • e.

    dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;

  • f.

    standplaatshouder: ieder aan wie het door of namens het college van burgemeester en wethouders is toegestaan om gedurende een markt een standplaats te bezetten;

  • g.

    grootverbruiker: standplaatshouder die per standplaats per dag meer gebruikt dan twee 380 Voltaansluitingen.

Artikel 2. Algemeen

  • 1.

    Opmetingen geschieden van gemeentewege.

  • 2.

    Gedeelten van eenheden van tijd en afmeting worden voor één geheel gerekend.

Artikel 3. Belastbaar feit

Onder de naam marktgelden worden rechten geheven terzake van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, bestaande uit het ter beschikking stellen van een standplaats voor de uitoefening van de markthandel en daarmee verband houdende handelingen en/of het gebruik van verstrekte hulpmiddelen, met uitzondering van de jaarmarkt.

Artikel 4. Belastingplicht

Het marktgeld wordt geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.

Artikel 5. Belastingjaar

Met betrekking tot de marktgelden die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6. Tarieven

1.

Het marktgeld voor een ter beschikking gestelde dagplaats op de weekmarkt bedraagt voor een dagplaats per strekkende meter:

2025

2026

a.

bij een maximum standaarddiepte van 4 meter, per dag:

€ 4,85

€ 4,85

b.

bij een maximum standaarddiepte van 7 meter, per dag:

€ 8,45

€ 8,45

c.

voor promotiedoeleinden wordt het onder a. en b. genoemde marktgeld per dag verhoogd met:

€ 5,25

€ 5,25

2.

De berekening van het marktgeld voor een vaste standplaats op de weekmarkt is als volgt:

a.

51 dagen per jaar voor de zaterdagmarkt.

b.

52 dagen voor de woensdagmarkt.

3.

Het marktgeld voor een ter beschikking gestelde vaste standplaats op de weekmarkt bedraagt voor een vaste plaats per strekkende meter:

a.

bij een maximum standaarddiepte van 4 meter, per dag:

€ 3,05

€ 3,05

b.

bij een maximum standaarddiepte van 7 meter, per dag:

€ 5,40

€ 5,40

c.

voor promotiedoeleinden wordt het onder a. en b. genoemde marktgeld per standplaats per dag verhoogd met:

€ 5,25

€ 5,25

4.

Het marktgeld voor extra ter beschikking gestelde meters voor een al ter beschikking gestelde vaste standplaats is gelijk aan het marktgeld als hiervoor genoemd in lid 3, sub a en b.

5.

Het marktgeld wordt bij het gebruik maken van aansluitingen met een voltage van meer dan 2x380 (grootverbruikers) per strekkende meter verhoogd met:

€ 3,60

€ 3,60

Artikel 7. Wijze van heffing

  • 1.

    Marktgelden voor een vaste standplaats worden geheven door middel van een aanslag.

  • 2.

    De overige in deze verordening genoemde marktgelden worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt door uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdgelang voor rechten voor vaste standplaatsen

  • 1.

    De marktgelden voor een vaste standplaats, als bedoeld in artikel 6, lid 2 en 3, zijn verschuldigd bij aanvang van het belastingtijdvak of, als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het in het eerste lid van dit artikel bedoelde marktgeld verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt voor het in het eerste lid van dit artikel bedoelde marktgeld ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van het eindigen van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    In afwijking van het eerste en tweede lid, zijn geen marktgelden verschuldigd wanneer de lasten ter zake reeds via privaatrechtelijke weg worden verhaald.

Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten

Andere rechten dan die bedoeld in artikel 6, lid 2 en 3, zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Artikel 10. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet moet het marktgeld bedoeld in artikel 6, lid 2 en 3 worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de derde maand volgende op die van de dagtekening van het aanslagbiljet. De volgende termijnen vervallen elke drie maanden na het vervallen van de vorige termijn.

  • 2.

    Als de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, moet het marktgeld worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na het ontstaan van de belastingplicht nog volle tijdvakken van drie kalendermaanden zijn tot het einde van het belastingjaar, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de derde maand volgende op die van de dagtekening van de aanslag. De volgende termijnen vervallen elk drie maanden na de vorige termijn.

  • 3.

    Als na het ontstaan van de belastingplicht vijf kalendermaanden resteren tot het einde van het belastingjaar moet het marktgeld worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de derde maand volgende op die van de dagtekening van de aanslag. De tweede termijn vervalt drie maanden na de eerste termijn.

  • 4.

    Als na het ontstaan van de belastingplicht vier kalendermaanden of minder resteren tot het einde van het belastingjaar moet het marktgeld worden betaald op de laatste dag van de derde maand volgende op die van de dagtekening van de aanslag.

  • 5.

    De overige in deze verordening genoemde marktgelden moeten worden betaald bij uitreiking van de schriftelijke kennisgeving.

  • 6.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de vorige leden gestelde termijnen.

Artikel 11. Kwijtschelding

Bij de invordering van de marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12. Intrekking en overgangsrecht

De "Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2025" vastgesteld op 19 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 14. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening marktgelden 2026”.

Ondertekening

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadvergadering van 18 december 2025.

De raad voornoemd,

M.L.J. Out, voorzitter

J. de Jonge, griffier