Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR752801
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR752801/1
Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2026
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2026Deze nadere regels treden in werking op 1 januari 2026.
Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2026
De gemeente van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen
gelet op de Wmo en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2026
B E S L U I T:
vast te stellen de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2026
Hoofdstuk 1 Begrippen
Artikel 1 Uitleg van begrippen
- 1.
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
- a.
ADL: algemene dagelijkse levensverrichtingen, dit zijn de dagelijks terugkerende basisverrichtingen die je moet doen om zelfstandig te kunnen blijven leven op een binnen de maatschappij fatsoenlijk geacht niveau
- b.
begeleiding: hiermee wordt gedoeld op activiteiten die de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt bevorderen, behouden of compenseren
- c.
begeleiding maatschappelijke opvang: begeleiding van jeugdigen en volwassenen met ernstige problemen op meerdere terreinen van wonen en leven, waarbij de factoren dakloosheid, geweld en/of maatschappelijke uitval feitelijk zijn of een dreigend, daadwerkelijk perspectief vormen. De begeleiding aan deze doelgroep voorkomt dakloosheid en bevordert de doorstroom uit de maatschappelijke opvang
- d.
behandeling: het gericht werken aan herstel of het voorkomen van verergering van een aandoening, of het aanleren van vaardigheden of gedrag
- e.
bemoeizorg: wanneer begeleiding niet of niet volledig geaccepteerd wordt door de cliënt en deze noodzakelijk is om verder afglijden te voorkomen en waar mogelijk de kwaliteit van leven te verbeteren. Een traject bemoeizorg is erop gericht om zorgmijders naar passende ondersteuning toe te leiden
- f.
blindengeleidehond: hond die een blinde of visueel beperkte geleidt, en die daarvoor is afgericht
- g.
centrumgemeente: de gemeente Assen die als centrumgemeente de eindverantwoordelijkheid heeft voor Beschermd wonen en maatschappelijke opvang en namens de gemeenten Aa en Hunze, Tynaarlo, Noordenveld, Midden-Drenthe, Meppel, Hoogeveen, De Wolden, Westerveld het mandaat heeft op grond hiervan besluiten te nemen
- h.
formele hulp: hulp die geboden wordt door een professional die een erkende kwalificatie heeft en is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
- i.
hulphond: hond die er speciaal op is afgericht om mensen met een beperking binnen en buiten het huis te helpen met de dingen die zij zelf niet kunnen
- j.
hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de Wmo
- k.
hulpvrager: cliënt als bedoeld in de Wmo
- l.
informele hulp: hulp verleend door een persoon die niet voldoet aan de voorwaarden voor formele hulp of een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad is van cliënt
- m.
leefbaar: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen
- n.
mantelzorger: persoon die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo
- o.
melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan de gemeente
- p.
onderzoek: onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo
- q.
persoonlijk plan: persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2. van de Wmo
- r.
sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de hulpvrager een sociale relatie onderhoudt
- s.
schoon: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen
- t.
verordening: Verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Assen als laatstelijk vastgesteld door de gemeenteraad.
- a.
- 2.
Alle begrippen die in de verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wmo, Awb en de verordening.
Hoofdstuk 2 Vormen van ondersteuning en resultaatgebieden
Op grond van de Wmo is het aan de gemeente om zorg te dragen voor een kwalitatief en kwantitatief aanbod. In de wet is bepaald over welke elementen (aspecten) de gemeente in het kader van zijn inkoop- of subsidierelatie met de zorgaanbieders afspraken moet maken. Deze afspraken dragen bij aan duidelijkheid over het beschikbare voorzieningenpakket.
De wet gaat uit van de eigen verantwoordelijkheid en eigen probleemoplossend vermogen van cliënten, met inzet van hun eigen sociale netwerk.
Paragraaf Ambulante begeleiding
Ambulante begeleiding van de cliënt is gericht op het aanleren van vaardigheden en/of het leren omgaan met een beperking, problemen of belangrijke levensgebeurtenissen. Met als doel zoveel mogelijk de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt te bevorderen en te behouden. Dit is van toepassing op alle leefgebieden van waaruit begeleiding voor volwassenen ingezet kan worden.
De aanbieder heeft een actieve rol bij de aandacht voor het systeem. Met deze aandacht wordt bedoeld dat de aanbieder rekening houdt, gebruik maakt en begeleiding biedt binnen de context van de cliënt zoals familie, vrienden, werk en andere omgevingsfactoren voor zover deze invloed hebben op het te bereiken resultaat.
Ambulante begeleiding kan op twee manieren worden ingezet:
- •
kortdurende begeleiding: ondersteuning gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die zelfredzaamheid en participatiemogelijkheden vergroten. In een korte periode (maximaal 12 maanden) wordt er actief gewerkt aan de gewenste doelen. Deze ondersteuning kan op Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau worden ingezet
- •
langdurige begeleiding: begeleiding is gericht op stabilisatie en voorkomen van achteruitgang. De cliënt heeft langdurige ondersteuning nodig om zelfstandig te kunnen blijven wonen en te kunnen participeren. Deze ondersteuning kan op Basis en Basis Plus niveau worden ingezet.
Artikel 2 Aspecten ambulante begeleiding
- 1.
De ambulante begeleiding op het resultaatgebied veilige huiselijke relatie.
- a.
Beschrijving: het gaat om (ambulante) begeleiding van de inwoners indien de huiselijke relatie niet op orde is. Er is sprake van huiselijk geweld in welke vorm dan ook of verwaarlozing, dan wel een dreiging daartoe.
- b.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de cliënt en zijn/haar huisgenoten communiceren open met elkaar en ondersteunen elkaar.
- c.
Randvoorwaarden:
- i.
Als de veiligheid van kinderen in het gedrang is dient de aanbieder conform de voorwaarden vanuit de Jeugdwet te handelen. De focus op veiligheid bij kinderen is verweven in alle ondersteuning en hulp in de gehele jeugdhulpketen (van preventief tot specialistische hulp).
- ii.
Specifieke interventies op (acute) onveiligheid rond kinderen en de veiligheid van het kind (in het systeem), wordt op een andere wijze georganiseerd onder andere via Jeugdbeschermings- en Jeugdreclasseringsmaatregelen, Spoed4Jeugd, Veilig Thuis en crisisopvang en binnen de Toegang/gemeentelijke keten.
- iii.
Inzet mogelijk op Basis en Basis Plus niveau
- i.
- a.
- 2.
De ambulante begeleiding op het resultaatgebied zelfstandig wonen.
- a.
Beschrijving: het gaat om (ambulante) begeleiding van de jeugdige gericht op ondersteuning bij zelfstandige huisvesting en behouden van deze huisvesting.
- b.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de cliënt kan zelfstandig wonen of met minimale ondersteuning.
- c.
Randvoorwaarden:
- i.
De cliënt woont in een eigen (huur) woning.
- ii.
Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau.
- i.
- a.
- 3.
De ambulante begeleiding op het resultaatgebied financiën op orde.
- a.
Beschrijving: ambulante begeleiding van de cliënten in geval de financiële situatie niet op orde is. Er is sprake van schuldenproblematiek, onvoldoende inkomsten en/of spontaan of ongepast uitgavenpatroon. De problematiek overstijgt de reguliere financiële hulpverlening, die de afzonderlijke gemeenten hebben ingericht.
- b.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de cliënt is financieel zelfredzaam en kan geld beheren.
- c.
Randvoorwaarden:
- i.
het verwerven van inkomen maakt geen onderdeel uit van het doel van ambulante begeleiding
- ii.
bewindvoering en mentorschap maken geen onderdeel uit van dit resultaat
- iii.
In het licht van de systeemgerichte benadering maakt afstemming met bovenstaande instanties expliciet wel deel uit van de begeleiding
- iv.
Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau.
- i.
- a.
- 4.
De ambulante begeleiding op het resultaatgebied omgang met instanties.
- a.
Beschrijving: ambulante begeleiding van cliënten indien er sprake is van onvoldoende beeld welke instanties er zijn, wat je er mee moet doen en hoe ze te benaderen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: De bank, de woningverhuurder, belastingdienst, de gemeente, pensioenfonds etc.
- b.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De cliënt kent de voor hem/haar relevante instanties en hoe hij/zij ze moet benaderen. De cliënt heeft daar geen structurele hulp bij nodig.
- c.
Randvoorwaarden:
- i.
De begeleiding is voor cliënten voor wie de ondersteuning door bijvoorbeeld een mantelzorger, het netwerk of algemene en gebruikelijke voorzieningen in het voorliggend veld onvoldoende of niet aanwezig is.
- ii.
Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau.
- i.
- a.
- 5.
De ambulante begeleiding op het resultaatgebied ADL op orde.
- a.
Beschrijving: ambulante begeleiding van cliënten ingeval er sprake is van onvoldoende mogelijkheden om de dagelijkse activiteiten in het leven zelfstandig te organiseren. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: aankleden, eten maken, post openmaken en boodschappen doen.
- b.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de cliënt is in staat om de activiteiten in het dagelijks leven zelfstandig te organiseren.
- c.
Randvoorwaarden:
- i.
Voor volwassenen valt persoonlijke verzorging en verpleging onder de Zorgverzekeringswet.
- ii.
De begeleiding is voor de cliënt, voor wie ondersteuning van bijvoorbeeld een mantelzorger, ouder of het netwerk niet voldoende is.
- iii.
Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau.
- i.
- a.
- 6.
De ambulante begeleiding op het resultaatgebied sociaal netwerk.
- a.
Beschrijving: individuele begeleiding van de cliënt t.b.v. versterken en vergroten van het sociaal netwerk. Er is geen of weinig steun van familie en vrienden, er zijn nauwelijks contacten buiten de deur. De cliënt trekt zich passief of actief terug.
- b.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De cliënt ondervindt steun van een sociaal netwerk, passend bij zijn/haar situatie.
- c.
Randvoorwaarden Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau.
- a.
- 7.
De ambulante begeleiding op het resultaatgebied maatschappelijke participatie.
- a.
Beschrijving: Ambulante begeleiding van de cliënt ingeval de cliënt niet of nauwelijks participeert in de maatschappij, waarbij de cliënt zelf of het betrokken systeem problemen ondervindt als bijvoorbeeld eenzaamheid en verwaarlozing. Er is ofwel gebrek aan motivatie, ofwel gebrek aan sociale vaardigheden om deel te nemen aan de maatschappij.
- b.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de cliënt participeert dusdanig actief in de maatschappij dat cliënt en het netwerk geen problemen ondervinden.
- c.
Randvoorwaarden Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau.
- a.
- 8.
De ambulante begeleiding op het resultaatgebied gezondheid.
- a.
Beschrijving: Dit leefgebied gaat over het psychisch welbevinden van de cliënt. De begeleiding is gericht op het stabiel houden van de mentale toestand van de cliënt en de cliënt leert om te gaan met zijn of haar beperkingen in het dagelijks functioneren. Er wordt ondersteund bij het verbeteren van het geestelijk en lichamelijk welbevinden van de cliënt, zodat deze zo optimaal mogelijk kan functioneren in de maatschappij. De cliënt en zijn omgeving leren omgaan met de fysieke, verstandelijke en/of psychische beperking.
- b.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de symptomen van de problematiek hebben beperkte invloed op het dagelijks functioneren en het functioneren bij diverse activiteiten. Er zijn niet meer dan de dagelijkse beslommeringen of zorgen.
- c.
Randvoorwaarden:
- i.
De begeleiding kan worden ingezet naast behandeling indien dit noodzakelijk is voor de behandeling.
- ii.
Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau.
- i.
- a.
- 9.
De ambulante begeleiding op het resultaatgebied verslaving.
- a.
Beschrijving: De begeleiding is gericht op het stabiel houden van de verslavingsproblematiek in brede zin. De cliënt leert omgaan met zijn beperkingen in het dagelijks functioneren. Het betreft de afhankelijkheid van middelen en het kunnen omgaan met eventuele gevolgen daarvan. Er wordt gewerkt aan de afbouw van de afhankelijkheid en het zo goed mogelijk functioneren in de maatschappij.
- b.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Middelengebruik is geen verstorende factor bij de maatschappelijke participatie van de cliënt.
- c.
Randvoorwaarden:
- i.
De cliënt is zelfstandig in staat om ondanks zijn verslaving te functioneren, zelfredzaam te blijven en te participeren. De cliënt kan met ondersteuning ondanks de verslaving blijven functioneren en participeren. Voorkomen dat de (potentiële) verslaving van de cliënt een gevaar oplevert voor zichzelf of anderen.
- ii.
De begeleiding kan worden ingezet naast behandeling indien dit noodzakelijk is voor de behandeling.
- iii.
Als verslavingsproblematiek niet meer bepalend is, wordt afgeschaald naar begeleiding op andere leefgebieden en niveau.
- iv.
Inzet mogelijk op zowel Basis, Basis Plus en Specialistisch niveau.
- i.
- a.
Paragraaf Dagbesteding
Dagbesteding is ondersteuning aan de cliënt ten behoeve van participatie in de maatschappij en is bedoeld voor volwassenen met een beperking die niet in staat zijn om aan onderwijs, (vrijwilligers)werk of andere vormen van maatschappelijke participatie deel te nemen. De cliënt heeft ondersteuning nodig om invulling te geven aan de dag. Dagbesteding vindt plaats op de locatie van de aanbieder waarbij meerdere cliënten begeleid worden door één of enkele begeleiders.
De locatie van de passende dagbesteding is in de leefomgeving van de cliënt of zo dichtbij mogelijk. De aanbieder bevordert zo veel als mogelijk participatie en uitwisseling tussen activiteiten en leefomgeving van de cliënt (inclusief het netwerk van de cliënt).
Dagbesteding is in principe exclusief vervoer. Het uitgangspunt hierbij is de inzet van het eigen netwerk van de cliënt. Voor cliënten die niet zelfstandig of met behulp van het netwerk van en naar de dagbesteding kunnen komen, kan er een vervoerscomponent worden toegevoegd aan de indicatie. De aanbieder is dan verplicht het vervoer van en naar de dagbesteding te organiseren. De vervoerscomponent wordt nader uitgewerkt in dit document.
We onderscheiden drie vormen van dagbesteding:
- •
M1: gericht op ontwikkeling en toeleiding naar (on)betaald werk.
- •
M2: gericht op ontwikkeling en toeleiding naar onderwijs.
- •
M3: gericht op ontwikkeling en behouden van een zinvolle daginvulling en sociale participatie.
M1 en M2
Bij M1 en M2 ligt de nadruk op ontwikkeling van de cliënt en doorstroom naar (on)betaald werk en/of terugkeer naar onderwijs en wordt slechts tijdelijk ingezet. Voor de gemeenten waarin dit beschikbaar is, kan er toeleiding naar onderwijszorgarrangementen (OZA) plaatsvinden. Indicaties voor M1 en M2 worden voor maximaal een half jaar ingezet. Bij de evaluatie moet nadrukkelijk onderzocht worden of het resultaat behaald is of binnen afzienbare tijd te behalen is. Een verlenging van een half jaar behoort tot de mogelijkheden. De totale looptijd van de indicatie mag maximaal een jaar zijn.
Als het geformuleerde resultaat (tijdelijk) niet haalbaar is, maar er is wel ondersteuning nodig om een zinvolle daginvulling en sociale participatie te bieden dan kan M3 worden ingezet. M3 kan ook arbeidsmatig van aard zijn.
M3
Voor cliënten die niet kunnen uitstromen en aangewezen zijn op langdurige (levenslange) ondersteuning bij hun daginvulling en sociale participatie, kan zinvolle dagbesteding (M3) ingezet worden. M3 is bedoeld voor cliënten die niet zelfstandig of met behulp van hun omgeving een zinvolle daginvulling kunnen organiseren via voorliggende voorzieningen zoals vrijwilligerswerk, algemene voorzieningen voor inloop, ontmoeting en wijkactiviteiten etc.
Doelstelling kan zijn het aanleren van vaardigheden, bieden van daginvulling en structuur tijdens de dag en/of ontlasting van de mantelzorger en/of het gezin. Het oplossend vermogen van de cliënt wordt versterkt. Dit betekent dat ook doorstroom mogelijk is vanuit M3 naar een algemene/gebruikelijke voorziening in de wijk.
Artikel 3 M1 Dagbesteding gericht op ontwikkeling en toeleiding naar (on)betaald werk
- 1.
Beschrijving: de cliënt is nog niet in staat om (on)betaald werk te verrichten. De ondersteuning is gericht op het werken aan sociale, emotionele en praktische vaardigheden waardoor de cliënt kan uitstromen naar (on)betaald werk.
- 2.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de cliënt is in staat om door te stromen naar (on)betaald werk.
- 3.
Randvoorwaarden:
- a.
Dagbesteding gericht op ontwikkeling en toeleiding naar (on)betaald werk is altijd tijdelijk van aard.
- b.
De aanbieder werkt mee aan een verkenning om te bepalen of een domein overstijgende analyse een bijdrage kan leveren om doorstroom naar een traject via de Participatiewet of (on)betaald werk te bevorderen.
- c.
Na een half jaar is er duidelijkheid over het ontwikkelperspectief in relatie tot uitstroom naar (on)betaald werk.
- d.
Een maaltijd kan onderdeel uitmaken van de dagbesteding. De aanbieder mag hier een vergoeding voor vragen aan de cliënt, afname van de maaltijd is echter geen verplichting. aanbieder geeft ruimte aan de cliënt om zijn eigen maaltijd te nuttigen.
- e.
De aanbieder maakt samen met de cliënt een ondersteuningsplan met daarin opgenomen:
- i.
inhoudelijke afspraken om doorstroom naar (on)betaald werk te realiseren in afstemming met partners Participatiewet
- ii.
procesmatige afspraken over de doorstroom naar (on)betaald werk
- iii.
afspraak wie de regie voert
- iv.
afspraken over evaluatie van het traject.
- i.
- f.
Een maaltijd kan onderdeel uitmaken van de dagbesteding. De aanbieder mag hier een vergoeding voor vragen aan de cliënt, afname van de maaltijd is echter geen verplichting. aanbieder geeft ruimte aan de cliënt om zijn eigen maaltijd te nuttigen.
- a.
- 4.
Personeelseisen: mbo-niveau 4 en hbo-niveau.
Artikel 4 M2 Dagbesteding gericht op ontwikkeling en toeleiding naar onderwijs
- 1.
Beschrijving: dagbesteding gericht op ontwikkeling en terugkeer naar onderwijs, bedoeld voor de cliënt die jonger is dan 23 jaar. De cliënt is tijdelijk niet in staat onderwijs te volgen. De ondersteuning is gericht op het werken aan sociale, emotionele en praktische vaardigheden, nodig om te kunnen functioneren in het onderwijs en met het doel: terug te keren naar onderwijs.
- 2.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: de cliënt is in staat om terug te keren naar onderwijs.
- 3.
Randvoorwaarden:
- a.
Dagbesteding gericht op terugkeer naar onderwijs is altijd tijdelijk van aard.
- i.
Vooraf dient afstemming met school plaats te vinden. Als er geen school in beeld is dient in samenwerking met de cliënt een inschrijving bij een school geregeld te worden.
- ii.
M2 dagbesteding kan alleen worden ingezet wanneer de school heeft aangegeven waarom de cliënt geen onderwijs kan volgen en kan aantonen wat de school allemaal heeft gedaan om dit wel te doen slagen.
- i.
- b.
De aanbieder werkt mee aan een verkenning om te bepalen of een domein overstijgende analyse een bijdrage kan leveren om de terugkeer naar onderwijs te bevorderen.
- c.
De aanbieder maakt in samenspraak met de cliënt en onderwijs een ondersteuningsplan met daarin:
- i.
inhoudelijke afspraken om terugkeer naar onderwijs te realiseren in afstemming met het onderwijs
- ii.
procesmatige afspraken over terugkeer naar onderwijs
- iii.
afspraken over regie
- iv.
afspraken over evaluatie van het traject: inhoudelijk en procesmatig.
- i.
- d.
Het traject wordt elk half jaar geëvalueerd waarbij beoordeeld wordt of uitstroom naar onderwijs tot de mogelijkheden behoort of dat een andere passende ondersteuning beter aansluit. Het initiatief ligt bij de aanbieder. De gemeente monitort of dit plaatsvindt.
- e.
De daadwerkelijke aanwezigheid van de deelnemer wordt afgestemd op zijn/haar draagkracht en mogelijkheden:
- i.
het volgen van onderwijs kan gecombineerd worden met dagbesteding als onderdeel van het traject gericht op terugkeer naar onderwijs
- ii.
bij deelname aan dagbesteding is er geen sprake van (volledige) vrijstelling van de leerplicht.
- i.
- f.
Het onderwijs is verantwoordelijk voor de onderwijskundige doelen. De inzet van deze vorm van dagbesteding kan uitsluitend ter ondersteuning van het passend onderwijs worden ingezet als er geen andere vormen van ondersteuning mogelijk zijn.
- g.
Persoonlijke verzorging is inclusief.
- h.
Een maaltijd kan onderdeel uitmaken van de dagbesteding. De aanbieder mag hier een vergoeding voor vragen aan de cliënt, afname van de maaltijd is echter geen verplichting. De aanbieder geeft ruimte aan de cliënt om zijn eigen maaltijd te nuttigen.
- a.
- 4.
Personeelseisen: mbo-niveau 4 niveau en hbo-niveau.
Artikel 5 M3 Dagbesteding gericht op ontwikkeling en behouden van een zinvolle daginvulling en sociale participatie
- 1.
Beschrijving: Dit betreft ondersteuning overdag aan de cliënt in groepsverband op locatie van de aanbieder. Dagbesteding kan ook een vorm van ondersteuning zijn waarbij de cliënt op de locatie vaardigheden oefent en leert toepassen waarmee zelfredzaamheid wordt bevorderd. De cliënt ervaart op één of meerdere levensgebieden problemen bij het zelfstandig regelen van dagelijkse bezigheden, de dagelijkse routine en structuur.
- 2.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: De cliënt participeert en heeft een zinvolle daginvulling en/of het netwerk wordt ontlast.
- 3.
Randvoorwaarden:
- a.
De cliënt heeft onvoldoende eigen netwerk dan wel het netwerk is niet in staat om gedurende de volledige week beperkingen in de zelfredzaamheid te compenseren.
- b.
Dit is bedoeld voor cliënten die niet zelfstandig of met behulp van hun omgeving een zinvolle daginvulling kunnen organiseren via voorliggende voorzieningen zoals vrijwilligerswerk, algemene voorzieningen voor inloop, ontmoeting en wijkactiviteiten etc.
- c.
De aanbieder heeft een signaleringsfunctie en werkt daarin samen met aanbieders van ambulante ondersteuning, behandeling, verpleging en verzorging thuis en de wijk/buurtteams binnen de keten van jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en zorgverzekeringswet.
- d.
De activiteiten zijn gestructureerd van aard op basis van een op de cliënt gerichte aanpak en zoveel mogelijk met zijn of haar actieve betrokkenheid.
- e.
Activiteiten passen bij de interesses, mogelijkheden en beperkingen van de cliënt.
- f.
Betreft ondersteuning van de cliënt in een groepsverband op locatie overdag.
- g.
Persoonlijke verzorging is inclusief.
- h.
Een maaltijd kan onderdeel uitmaken van de dagbesteding. De aanbieder mag hier een vergoeding voor vragen aan de cliënt, afname van de maaltijd is echter geen verplichting. De aanbieder geeft ruimte aan de cliënt om zijn eigen maaltijd te nuttigen.
- a.
- 4.
Personeelseisen: mbo-niveau 2, mbo-niveau 3, mbo-niveau 4 en hbo-niveau.
Paragraaf Vervoer naar en van dagbesteding
De cliënt dient het vervoer zelf, eventueel met de inzet van het eigen netwerk, te organiseren. Indien dit niet mogelijk is kan er bij de indicatie een extra vervoerscomponent worden toegevoegd. De aanbieder heeft dan de verplichting dit vervoer te organiseren. Denk hierbij aan het zelf uitvoeren met eigen personeel/vrijwilligers of door het inzetten van een vervoersbedrijf. Vervoer bij dagbesteding is bedoeld om cliënten met een indicatie voor dagbesteding op grond van de Jeugdwet of Wmo te vervoeren tussen hun thuisadres en de locatie van de dagbesteding. Deze vervoerscomponent kan alleen worden ingezet in combinatie met dagbesteding. Het algemene uitgangspunt van de gemeenten is om de passende dagbesteding in de nabije omgeving van de cliënt te laten plaatsvinden. Bij de inzet van passende dagbesteding wordt eerst gekeken binnen de eigen wijk en vervolgens verder in de gemeente.
Artikel 6 Aspecten vervoer regulier naar en van dagbesteding
- 1.
Beschrijving: Het betreft cliënten die vanwege fysieke-, psychische- of sociale beperking(en) (nog) niet, op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen, in staat zijn om de locatie van de dagbesteding te bereiken en om thuis te komen vanuit de locatie van de dagbesteding.
- 2.
Randvoorwaarden:
- a.
Vervoer bij dagbesteding wordt maximaal 5 dagen per week aangeboden.
- b.
Het vervoer is afgestemd op de aanvangs- en sluitingstijden van de dagbesteding.
- c.
De reistijd maakt geen onderdeel uit van de dagbesteding en wordt dus niet meegerekend qua tijdsinzet.
- d.
De inzet van de Wmo-vervoerspas voor vervoer van en naar de dagbesteding is niet toegestaan. Dit vervoer is bedoeld voor sociaal vervoer, niet zijnde: woon-werkverkeer, vervoer naar dagbesteding, vervoer naar vrijwilligerswerk, of vervoer in het kader van school of opleiding.
- e.
De aanbieder van dagbesteding heeft de mogelijkheid om voor het vervoer afspraken te maken met vrijwilligersinitiatieven (indien dit niet door de gemeente gesubsidieerde initiatieven als bijvoorbeeld Automaatje zijn) of afspraken te maken met andere aanbieders.
- f.
De aanbieder van dagbesteding heeft de opdracht bij ontwikkelperspectief van de cliënt te blijven stimuleren op het vergroten van de zelfredzaamheid en het gebruik van reguliere vervoersmiddelen (OV/Fiets). Wanneer een cliënt door middel van training/ coaching zelfstandig (fiets, lopend, scootmobiel, openbaar vervoer) van en naar de dagbestedingslocatie kan reizen, dan kan dit in plaats komen van het vervoer door de aanbieder. Betreffende training/coaching kan worden opgenomen als te behalen resultaat.
- g.
Flexibel omgaan bij inzet van vervoer bij de doelgroep waarbij de zelfredzaamheid seizoengebonden is.
- h.
De aanbieder mag meerdere deelnemers vervoeren per rit. Onder voorwaarde dat de reistijd voor iedere deelnemer afzonderlijk niet langer dan 60 minuten per rit bedraagt.
- a.
Artikel 7 Aspecten rolstoelvervoer naar en van dagbesteding
- 1.
Beschrijving: Het betreft cliënten die die zich uitsluitend met een rolstoel kunnen verplaatsen en die vanwege fysieke-, psychische- of sociale beperking(en) (nog) niet, op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen, in staat zijn om de locatie van de dagbesteding te bereiken om thuis te komen vanuit de locatie van de dagbesteding.
- 2.
Randvoorwaarden:
- a.
Vervoer bij dagbesteding wordt maximaal 5 dagen per week aangeboden.
- b.
Het vervoer is afgestemd op de aanvangs- en sluitingstijden van de dagbesteding.
- c.
De reistijd maakt geen onderdeel uit van de dagbesteding en wordt dus niet meegerekend qua tijdsinzet.
- d.
De inzet van de Wmo-vervoerspas voor vervoer van en naar de dagbesteding is niet toegestaan. Dit vervoer is bedoeld voor sociaal vervoer, niet zijnde: woon-werkverkeer, vervoer naar dagbesteding, vervoer naar vrijwilligerswerk, of vervoer in het kader van school of opleiding.
- e.
De aanbieder van dagbesteding heeft de mogelijkheid om voor het vervoer afspraken te maken met vrijwilligersinitiatieven (indien dit niet door de gemeente gesubsidieerde initiatieven als bijvoorbeeld Automaatje zijn) of afspraken te maken met andere aanbieders.
- f.
De aanbieder van dagbesteding heeft de opdracht bij ontwikkelperspectief van de cliënt te blijven stimuleren op het vergroten van de zelfredzaamheid en het gebruik van reguliere vervoersmiddelen (OV/Fiets). Wanneer een cliënt door middel van training/ coaching zelfstandig (fiets, lopend, scootmobiel, openbaar vervoer) van en naar de dagbestedingslocatie kan reizen, dan kan dit in plaats komen van het vervoer door de aanbieder. Betreffende training/coaching kan worden opgenomen als te behalen resultaat.
- g.
Flexibel omgaan bij inzet van vervoer bij de doelgroep waarbij de zelfredzaamheid seizoengebonden is.
- h.
De aanbieder mag meerdere deelnemers vervoeren per rit. Onder voorwaarde dat de reistijd voor iedere deelnemer afzonderlijk niet langer dan 60 minuten per rit bedraagt.
- a.
- 3.
Eisen vervoer:
- a.
Het voertuig en de chauffeur(s) voldoen minimaal aan alle (lokale) wettelijke eisen die gesteld worden aan veilige en duurzame verkeersdeelname.
- b.
aanbieder is verplicht om in geval van directe verwijzing (bijv. GI of medisch specialist) te toetsen of directe verwijzer de eigen kracht van cliënt en netwerk heeft getoetst ten aanzien van vervoer. Indien cliënt of diens netwerk geheel of gedeeltelijk het vervoer zelf kunnen organiseren heeft aanbieder een meldplicht bij de desbetreffende lokale gemeente.
- a.
- 4.
Eisen aan de chauffeurs:
- a.
heeft een geldig rijbewijs
- b.
is correct gekleed
- c.
heeft een VOG.
- a.
- 5.
Eisen aan de dienstverlening. De chauffeur:
- a.
houdt zich aan de geldende wetgeving
- b.
ziet erop dat in het voertuig nooit wordt gerookt
- c.
heeft door middel van gerichte training en opleiding kennis van de omgang met de doelgroep (zoals omgang met dementie, gedragsproblemen, visuele beperkingen, auditieve beperkingen et cetera)
- d.
heeft kennis van en ervaring met het vastzetten van rolstoelen en zorgt dat deze veilig worden vastgezet
- e.
zorgt ervoor dat orde en rust in het voertuig wordt gehandhaafd
- f.
laat de reiziger niet onnodig (lang) alleen in het voertuig (nodig kan zijn: het ophalen van andere reiziger in een combinatierit, onnodig is bijvoorbeeld een sociaal gesprek met andere chauffeurs)
- g.
zorgt voor een veilig en comfortabel vervoer van de passagiers, waaronder het gebruik van veiligheidsgordels
- h.
heeft een zodanige rijstijl dat de passagiers zich veilig en comfortabel voelen
- i.
helpt de reiziger in voorkomende gevallen bij het in- en uitstappen
- j.
zorgt voor een veilige overdracht van de geïndiceerde reiziger op het bestemmingsadres (tenzij dit een openbaar terrein is) of op het huisadres
- k.
belt nooit tijdens het rijden maar zoekt een veilige plek om het voertuig te parkeren voordat er gebeld wordt.
- a.
- 6.
Eisen aan de voertuigen. Aan de voertuigen waarmee wordt gereden stelt de gemeente de eis dat deze in ieder geval:
- a.
een goede vering en comfortabele stoelen hebben
- b.
schoon zijn van binnen en van buiten
- c.
een fatsoenlijk uiterlijk hebben
- d.
rookvrij zijn
- e.
voorzien zijn van veiligheidsgordels die aan de wettelijke eisen voldoen en als zodanig tijdens de rit worden gebruikt
- f.
voorzien zijn van fluorescerende veiligheidshesjes voor alle passagiers
- g.
voorzien zijn van een goed werkende verwarming door het hele voertuig
- h.
voorzien zijn van een goed werkende ventilatie door het hele voertuig
- i.
voorzien zijn van een brandblusser en een EHBO-doos (volgens de geldende normen en voorzien van de juiste inhoud).
- a.
De aanbieder moet, wanneer de gezondheid van een geïndiceerde reiziger dat noodzakelijk maakt, zonder meerkosten voor de gemeente, beschikken over voertuigen die geen allergische of andere lichamelijke reacties kunnen oproepen omdat daar eerder (huis)dieren in vervoerd zijn.
Paragraaf Schoon en leefbaar huis
Het resultaat van de ondersteuning is dat de cliënt beschikt over een schoon en leefbaar huis. Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. De gemeente Assen hanteert de meest recente versie van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning van bureau HHM, gepubliceerd op de website hhm.nl, hierna te noemen HHM-Normenkader, om objectief en onafhankelijk vast te stellen wat er nodig is om een huis schoon en leefbaar te maken.
Indien cliënt regie kan voeren over het eigen leven, mag van hem/haar worden verwacht dat werkzaamheden worden geprioriteerd en keuzes worden gemaakt. Indien dit ontbreekt kan hiervoor extra ondersteuning worden ingezet. Bij de beoordeling of overname van de regie noodzakelijk is, wordt ook gebruik gemaakt van het HHM-Normenkader.
We onderscheiden twee categorieën van ondersteuning:
- •
categorie 1: Schoon en leefbaar huis
- •
categorie 2: Schoon en leefbaar huis met overname regie.
Wasverzorging
De gemeente Assen hanteert het HHM-Normenkader om objectief en onafhankelijk vast te stellen wat er nodig is aan activiteiten voor de wasverzorging. De cliënt en zijn huisgenoten moeten kunnen beschikken over gewassen, opgevouwen of opgehangen kleding en linnengoed. Van de cliënt mag in dit kader worden verwacht dat er bijvoorbeeld extra (twee- of driedubbel) beddengoed aanwezig is. Datzelfde geldt voor bijvoorbeeld voldoende handdoeken, ander linnengoed en/of kleding. Op deze manier kan de inzet van ondersteuning zo efficiënt mogelijk worden gerealiseerd.
Boodschappen
Hieronder wordt verstaan het opstellen van een boodschappenlijst, het doen van de boodschappen en/of het opruimen van de boodschappen. Een (online) boodschappendienst is voorliggend. Indien cliënt dit niet zelf kan regelen, dan is inzet vanuit het voorliggend veld, gebruikelijke hulp, sociaal netwerk en/of een vrijwilliger voorliggend om cliënt hierbij te helpen.
Artikel 8 Activiteiten schoon en leefbaar huis
- 1.
De ondersteuning bestaat uit (ambulante) begeleiding gericht op het schoon en leefbaar houden van de primaire leefruimtes binnen het huis.
- 2.
De huishoudelijke hulp wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van de cliënt. Deze kan bestaan uit meewerken, begeleiden, aanleren en/of overnemen. Waar mogelijk voert de cliënt zelf de taken uit en voert de regie op het huishouden. Het college hanteert hierbij de volgende uitgangspunten:
- a.
De cliënt kan gebruik maken van een schone woonkamer, primaire slaapvertrekken, keuken, wc, badkamer en hal/gang/trap.
- b.
Voor achterstallig werk wordt geen extra inzet geïndiceerd.
- c.
Ten behoeve van de aanwezigheid van blindengeleidehond, hulphonden en om sociale redenen noodzakelijke huisdieren, kan extra schoonmaak ondersteuning worden ingezet.
- d.
Voor wat betreft wasverzorging is het uitgangspunt dat de cliënt zelf verantwoordelijk is voor strijkvrije kleding.
- e.
Indien een cliënt niet in staat is om zelf boodschappen te doen of dit via bijvoorbeeld online diensten kan regelen, wordt er eerst gekeken naar inzet van het sociale netwerk of vrijwillige inzet.
- f.
De cliënt wordt geacht zelf bij te dragen aan het efficiënt kunnen uitvoeren van de ondersteuningsactiviteiten, bijvoorbeeld middels de aanschaf van schoonmaakmiddelen en het zorgen voor een opgeruimde kamer. Een bovenmatig bewerkelijke inrichting van de woning leidt daarom in principe niet tot de toekenning van extra activiteiten en/of frequentie. Hierbij rekening houdend met de persoonlijke kenmerken en voorkeuren van de cliënt.
- g.
De cliënt is zelf verantwoordelijk voor de aanschaf van de algemeen gebruikelijke technische hulpmiddelen en het treffen van maatregelen. Als dergelijke middelen niet aanwezig zijn, maar wel een adequate oplossing zouden bieden voor het probleem, is de aanschaf van deze hulpmiddelen voorliggend op het inzetten van een maatwerkvoorziening schoon en leefbaar huis.
- h.
Het schoonmaken van de buitenruimten bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maken geen onderdeel uit van de maatwerkvoorziening schoon en leefbaar huis.
- i.
Er wordt uitgegaan van een gesaneerde woning in geval van bijvoorbeeld huisstofmijtallergie. Is de cliënt allergisch voor bijvoorbeeld vogels of katten maar worden deze dieren wel door de cliënt gehouden, dan geldt geen ondersteuningsplicht voor de gemeente voor de ‘extra ondersteuning’.
- a.
Artikel 9 Venstertijden
- 1.
De gemeente hanteert de volgende venstertijden waarin gewerkt mag worden:
- a.
maandag tot en met vrijdag van 07.00 tot 20.00 uur
- b.
zaterdag van 07.00 tot 12.00 uur.
- a.
- 2.
Aanbieders plannen de werkzaamheden in deze tijdsblokken in overleg met de cliënt, op volgorde van aanmelding, rekening houdend met de medische situatie van cliënt. Wanneer een cliënt uitsluitend ondersteuning wil ontvangen op momenten waarop dan geen hulp beschikbaar is, kan een andere cliënt voorgaan.
Artikel 10 Voortzetten ondersteuning na overlijden huisgenoot
Wanneer cliënt overlijdt en een huisgenoot achterblijft, zal de ondersteuning twee weken worden voortgezet. In deze periode neemt de gemeente contact op met de huisgenoot, om de ondersteuningsbehoefte in de nieuwe situatie te onderzoeken.
Artikel 11 Afwegingskader
- 1.
De maatwerkvoorziening schoon en leefbaar huis wordt toegekend op grond van de Wmo en de Jeugdwet. Het afwegingskader zoals vermeld in artikel 2.3.2 Wmo resp. artikel 2.3 Jeugdwet en de verordening zijn van toepassing. Voor de onderbouwing van de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp, maken we gebruik van de meest recente versie van het HHM-Normenkader.
- 2.
Wanneer cliënt zelf niet of onvoldoende in staat is om het huishouden te organiseren vanwege aantoonbare beperkingen en gebruikelijke hulp niet of onvoldoende van toepassing is, kan ondersteuning in de vorm van de maatwerkvoorziening schoon en leefbaar huis worden geboden.
- 3.
Gemeentelijke ondersteuning bij het voeren van een huishouden neemt de verantwoordelijkheid van de cliënt niet over, maar helpt de cliënt om het huis schoon en leefbaar te houden.
Artikel 12 Indicatiestelling
- 1.
Bij het stellen van een indicatie voor schoon en leefbaar huis, worden het aantal minuten per week én de duur van de indicatie vastgesteld.
- 2.
De maatwerkvoorziening schoon en leefbaar huis bestaat uit basisactiviteiten die aangepast worden met meer of minder inzet op maat, afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden van de cliënt.
- 3.
De vaststelling van het aantal minuten per week en de duur van de indicatie vindt plaats in een individuele weging en wordt afgestemd op de individuele situatie. De volgende factoren worden in elk geval onderzocht en zijn van invloed op de indicatie:
- a.
aard en omvang van de beperkingen
- b.
aanwezigheid van gebruikelijke hulp
- c.
aanwezigheid van minderjarige kinderen
- d.
mogelijke inzet van voorzieningen op basis van andere wetgeving, of algemene voorzieningen.
- a.
- 4.
In overleg met de cliënt verdeelt de professionele hulp de uit te voeren werkzaamheden, de frequentie en de duur.
Paragraaf Logeren
Logeren is een vorm van hulp die gericht is op het ontlasten van het gezin en/of de mantelzorger in een veilige en adequate omgeving, ook wel aangeduid als respijtzorg. Er is aandacht voor sfeer, geborgenheid, ritme en regelmaat. Met de inzet van logeren kan preventief worden gewerkt aan het voorkomen van overbelasting bij het gezin en/of de mantelzorger. Daarnaast kan logeren ook worden ingezet om de balans in het gezin weer te herstellen en te werken aan de individuele begeleidingsdoelen van de cliënt. Het gezin en/of de mantelzorger krijgt handvatten en tools aangereikt, indien van toepassing op alle leefgebieden, waarmee zoveel als mogelijk de zelfredzaamheid van de cliënt en de stabiliteit van het gezin kan worden bevorderd en behouden.
Artikel 13 Aspecten logeren
- 1.
Beschrijving: Het doel van logeren is het voorkomen van overbelasting van het gezin en/of de mantelzorger. Tijdens logeren wordt gewerkt aan doelen van de cliënt. De Zorgaanbieder biedt begeleiding aan de cliënt op basis van de gestelde doelen. Tijdens het logeren is er aandacht voor sfeer, geborgenheid, ritme en regelmaat. De zorgaanbieder biedt begeleiding aan de het gezin en/of de mantelzorger, waar dit het logeren raakt.
- 2.
Resultaat bij volledige zelfredzaamheid: Het op adem komen/ontlasten van de thuissituatie. Het op adem komen/ontlasten van de cliënt van de thuissituatie. Het werken aan de gestelde doelen van de cliënt.
- 3.
Randvoorwaarden:
- a.
Groepsgrootte is minimaal 3 en maximaal 10 cliënten per groep.
- b.
Begeleiding overdag: 1 begeleider op 4/5 cliënten.
- c.
Begeleiding ‘s nachts: 1 begeleider op 8/10 cliënten.
- d.
Vervoer van en naar de logeerlocatie is vanuit het eigen netwerk van de cliënt.
- e.
Logeren wordt ingezet voor:
- i.
Maximaal 156 etmalen per jaar.
- ii.
Maximaal 3 etmalen aansluitend (met uitzondering van de vakantieperiodes).
- i.
- f.
Een weekend is 2 etmalen.
- g.
Zorgaanbieder draagt na het logeermoment zorg voor een goede overdracht naar de thuissituatie van de cliënt, deze overdracht sluit aan bij de situatie en doelen van de cliënt.
- a.
- 4.
De zorgaanbieder zorgt voor de dagelijkse verzorging, waaronder:
- a.
slaapplaats
- b.
voeding
- c.
veiligheid
- d.
dagprogramma
- e.
er is een goede sociaal pedagogische basis, hierin borgt Zorgaanbieder:
- i.
emotionele ondersteuning cliënt
- ii.
autonomie van cliënt
- iii.
structuur en grenzen
- iv.
ontwikkeling van de cliënten
- v.
begeleiding van interacties, taken en verantwoordelijkheden van de cliënten.
- i.
- f.
Zorgaanbieder draagt zorg voor de vervoersbewegingen tijdens het logeren.
- g.
Indien no show van de cliënt leidt tot vertraging in het behalen van de doelen of het niet behalen van de doelen neemt Zorgaanbieder contact op met de verwijzer.
- h.
De zorgaanbieder voert veiligheidschecks uit.
- i.
Zorgaanbieder maakt gebruik van een gestandaardiseerde risicotaxatie of een systematische werkwijze om veiligheidsrisico’s in te schatten en periodiek te evalueren.
- j.
De zorgaanbieder neemt op verzoek deel aan georganiseerde MDO’s.
- k.
De zorgaanbieder zoekt afstemming en samenwerking met verwijzer.
- l.
De zorgaanbieder zorgt voor inzet van de betrokken gedragswetenschapper en regievoerder.
- m.
De zorgaanbieder zorgt met inzet van de WO-er voor een goede gemotiveerde matching.
- n.
De zorgaanbieder zorgt bij ziekte/vakantie voor continuïteit de zorg.
- o.
Zorgaanbieder heeft aandacht voor een gezonde leefomgeving, bijvoorbeeld werken met Machteld Hubert, positieve gezondheid.
- p.
Zorgaanbieder conformeert zich aan het richtinggevend kader ‘Iedereen een thuis’ en de uitvoeringsagenda ‘Iedereen een thuis’.
- q.
Zorgaanbieder werkt, indien van toepassing, met de Verklarende Analyse in de Jeugdhulpregio Drenthe.
- r.
Zorgaanbieder betrekt de regionale experttafel Drenthe (RET) wanneer een complexe zorgvraag dreigt vast te lopen en er aanvullende expertise en/of advies nodig is.
- a.
- 5.
Toezicht en bereikbaarheid:
- a.
Aanbieder is 24/7 aanwezig.
- b.
Aanbieder houdt 24/7 toezicht.
- c.
Aanbieder is 24/7 bereikbaar voor de cliënt en het gezin en/of de mantelzorger.
- d.
In de nacht is begeleiding op gehoorafstand aanwezig.
- a.
- 6.
Eisen aan de accommodatie Zorgaanbieder:
- a.
De Zorgaanbieder zorgt van ervoor dat de locatie voldoet aan alle gestelde eisen waaronder (brand)veiligheid.
- b.
Iedere cliënt heeft privacy in/rond zijn bed.
- c.
Het aantal cliënten per slaapvertrek is bij voorkeur maximaal 4/5.
- d.
Gemengd slapen kan alleen met veiligheidstaxatie door de Zorgaanbieder, in afstemming met de cliënten en indien van toepassing de wettelijk vertegenwoordiger.
- e.
Een veilige en stimulerende omgeving.
- a.
- 7.
Personeelseisen:
- a.
85% Mbo niveau 3 en 4.
- b.
10% Hbo.
- c.
5% WO.
- d.
De medewerkers met een Hbo- en WO-opleiding moeten tijdens het logeren regelmatig aanwezig zijn, bijvoorbeeld om te observeren.
- a.
Paragraaf Wmo Verblijf
Wmo Verblijf is de overkoepelende term voor de ondersteuning voor inwoners met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Wmo Verblijf wordt in de vorm van een maatwerkvoorziening geboden. Het criterium luidt dat een maatwerkvoorziening erin moet voorzien dat betrokkene indien dat kan en zo snel als mogelijk, weer in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Binnen de voorzieningen Wmo Verblijf dient 24 uur per dag begeleiding beschikbaar te zijn, waarbij sprake van een onderscheid in de nabijheidsbehoefte. De voorzieningen zijn afgestemd op de mate waarop iemand zelfstandig kan functioneren en de behoefte aan toezicht. Er zijn verschillende vormen van ondersteuning, de zwaarste omvat intensieve ondersteuning en toezicht, dit kan trapsgewijs worden afgeschaald naar een lichtere vorm. Bij alle vormen kan zowel geplande als ongeplande begeleiding plaats vinden.
Binnen Wmo Verblijf wordt onderscheid gemaakt tussen klassiek beschermd wonen en tussenvormen.
Onder klassiek beschermd wonen verstaan we alle vormen die binnen de wettelijke definitie (Wmo 2015 art. 1.1.1) vallen. Als het wonen geen onderdeel uitmaakt van een verstrekking van een voorziening Wmo Verblijf spreken we van een tussenvorm.
Definitie en noodzaak van toezicht
Actieve observatie en signalering gedurende 24 uur per dag. De aanbieder moet in de woonsetting fysiek aanwezig zijn om indien nodig direct in te kunnen grijpen en kan indien nodig ongevraagd hulp bieden aan de inwoner. Het toezicht is nodig op zowel geplande als ongeplande momenten, waarbij de aanbieder het initiatief moet nemen. Dit betekent dat er minimaal een slaapwacht aanwezig is.
Definitie en noodzaak van nabijheid
De inwoner heeft beperkt vermogen om een adequaat oordeel te vormen over dagelijks voorkomende situaties. Voortdurende begeleiding of overname van taken is nodig ten aanzien van de zelfredzaamheid, gezondheid, meedoen en veiligheid. De inwoner kan (nog) niet zelf beoordelen of voldoende aangeven welke ondersteuning hij/zij nodig heeft. Ondersteuning is nodig op zowel geplande als ongeplande momenten, waarbij de aanbieder grotendeels het initiatief moet nemen.
Kortdurende afwezigheid van toezicht gebeurt alleen op inschatting van de aanbieder omdat inwoner hier onvoldoende regie op kan voeren. De aanbieder dient altijd binnen 15 minuten weer aanwezig te kunnen zijn op de woonlocatie.
Bereikbaarheid
De inwoner kan buiten geplande momenten 24/7 (telefonisch) in contact treden met aanbieder, wanneer de hulpvraag van de inwoner niet uit te stellen is tot het volgende dagdeel of de volgende dag. Door de aanbieder wordt met de inwoner ingeschat of er wel/niet directe beschikbaarheid van de aanbieder noodzakelijk is (triage).
Beschikbaarheid
De aanbieder biedt in voorkomende situaties onplanbare begeleiding binnen 30 minuten op de woonlocatie van de inwoner.
Afbakening Thuiswonen en ambulante ondersteuning
Een voorziening voor Wmo Verblijf kan alleen ingezet worden mits uit onderzoek blijkt dat ambulante vormen van ondersteuning ontoereikend zijn.
Thuiswonen biedt een combinatie van begeleiding en 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid van ondersteuning. Meestal kan de inwoner de hulpvraag uitstellen naar het volgende begeleidingsmoment na telefonisch contact te hebben met de aanbieder. Indien dit echt niet mogelijk is, kan de aanbieder binnen 30 minuten aanwezig zijn. De inwoner betaalt zelf huur. Er wordt geen huisvesting toegekend in de maatwerkvoorziening. Thuiswonen wordt ingezet om beschermd wonen te voorkomen en om af te schalen.
Bij ambulante begeleiding (Wmo), wat niet onder deze aanbesteding valt, kan de inwoner een hulpvraag stellen indien hij/zij ondersteuning wenst en is geplande zorg toereikend. De inwoner is daarnaast in staat een hulpvraag (op eigen kracht of met hulp van zijn/haar omgeving) uit te stellen, bijvoorbeeld naar de volgende dag of naar de volgende afspraak (zonder verergering van problemen). Incidenteel ongepland is een verwachting die vanuit de reguliere ambulante ondersteuning geboden moet kunnen worden.
Componenten Wmo Verblijf
Een voorziening Wmo Verblijf kan uit verschillende componenten bestaan:
- 1.
Wooncomponent:
- a.
Inwoner verblijft in een accommodatie van aanbieder. Hieronder wordt verstaan in het gebouw en/of op het terrein van aanbieder. Dit is inclusief huisvestigingskosten. Aanbieder mag geen huur vragen. De aanbieder draagt er zorg voor dat inwoner zich als woningzoekende inschrijft of ingeschreven blijft. Betreft klassiek beschermd wonen.
- b.
Zelfstandig: Inwoner beschikt over een eigen woning en is zelf verantwoordelijk voor het afdragen van huur, bijvoorbeeld aan aanbieder (Inwoner huurt van aanbieder) of de woningcorporatie. Dit is exclusief huisvestigingskosten en betreft een zogenaamde tussenvorm.
- a.
- 2.
Begeleidingscomponent (24/7). Begeleiding en/of persoonlijke verzorging (wat onder de Wmo valt) op geplande en ongeplande momenten, gericht op:
- a.
het welzijn en veiligheid van de inwoner
- b.
het bevorderen/vergroten van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie
- c.
het stabiliseren en behoud van zelfredzaamheid
- d.
het ontwikkelen van vaardigheden en competenties
- e.
het zo lang mogelijk behouden van aanwezige vaardigheden
- f.
het ondersteunen bij de Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen
- g.
bij het opbouwen/onderhouden van sociale contacten
- h.
het (laagdrempelig) deelnemen aan de samenleving.
- a.
Artikel 14 Beschermd Wonen - Toezicht
- 1.
Beschrijving Wooncomponent:
- a.
Huisvesting: Verblijf in accommodatie van de aanbieder.
- a.
- 2.
Begeleidingscomponent:
- a.
De begeleiding is 24 uur per dag aanwezig op de locatie.
- a.
- 3.
Doelgroep:
- a.
Er is sprake van forse beperkingen in het dagelijks leven als gevolg van psychische, psychiatrische en/of psychosociale aandoeningen, waarbij inwoner intensieve begeleiding nodig heeft.
- b.
Inwoner is niet voldoende in staat om eigen hulpvraag te formuleren en/of uit te stellen, waarbij de begeleiding een signalerende functie heeft.
- c.
Inwoner heeft een tijdelijke veilige woonomgeving nodig die bescherming, stabiliteit en structuur biedt. Inwoner kan ook begrenzing in gedrag nodig hebben om te kunnen omgaan met emoties of het voorkomen van het veroorzaken van overlast.
- d.
Bij inwoner bestaat een hoog risico op ontregeling of decompensatie zoals bijvoorbeeld psychotische gevoeligheid, het ervaren van angsten, depressie, somberheid en/of het horen van stemmen. Complicaties kunnen leiden tot risicovolle situaties.
- a.
- 4.
Doel van de in te zetten hulp. De begeleiding is gericht op het vergroten van de eigen regie en zelfredzaamheid van inwoner, waaronder het aanleren van nieuwe competenties, praktische en sociale vaardigheden en het bevorderen van gedragsverandering. Het kan betekenen dat de intensiteit en gerichtheid van ondersteuning kan wisselen. De ondersteuning wordt zowel individueel als in groepsverband geboden. Dit is afhankelijk van de behoefte van inwoner. Begeleiding in groepsverband kan zijn gezamenlijk koffiedrinken, samen koken en eten, maar ook het aanleren van vaardigheden zoals leren koken en samenwerken.
- 5.
Randvoorwaarden:
- a.
Aanbieder biedt dit product als geheel aan.
- b.
Voor verblijf, begeleiding en toezicht geldt dat aanbieder naast MBO-professionals, beschikt over voldoende HBO-professionals.
- c.
De aanbieders hebben geregeld dat HBO-professional ook in de avond- en nachtelijke uren inzetbaar is.
- d.
Er geldt een acceptatieplicht voor alle inwoners voor wie de gemeente dit noodzakelijk acht en er kunnen geen uitsluitingscriteria worden gebruikt, met uitzondering van artikel 3.7 uit de overeenkomst.
- a.
- 6.
Eisen accommodatie aanbieder:
- a.
Inwoner verblijft in een accommodatie van de aanbieder (binnen de muren van de aanbieder). De inwoner betaalt hiervoor geen vergoeding aan de aanbieder.
- b.
De inwoner woont in een veilige, beschermde omgeving waar toezicht, stabiliteit, structuur en ondersteuning geboden wordt. De samenstelling van de inwoners binnen de accommodatie is dusdanig dat deze voor alle inwoners veilig is en ontwikkelingsmogelijkheden biedt.
- c.
Onderdeel van het verblijf zijn ook activiteiten in het kader van welzijn, zoals gezamenlijke momenten voor koffiedrinken en elkaar ontmoeten.
- a.
- 7.
Toezicht en bereikbaarheid:
- a.
Er is 24 uur per dag, 7 dagen per week begeleiding fysiek in accommodatie aanwezig van wie inwoner ondersteuning ontvangt of kan ontvangen (binnen 5 minuten bereikbaar). In de nachtelijke uren is er een slaapwacht aanwezig.
- b.
Er vinden verspreid over de dag geplande- en ongeplande contactmomenten plaats op verzoek van inwoner wat aansluit op wat is beschreven in het ondersteuningsplan en op initiatief van aanbieder.
- a.
- 8.
Personeelseisen:
- a.
Begeleiding en toezicht wordt verleend door een professional met aantoonbaar HBO of MBO-4 werk- en denkniveau. De HBO-professional is door de MBO-4 professional direct te bereiken.
- b.
Begeleiding en toezicht kan geboden worden door een MBO-3 professional onder direct aansturen van een HBO-professional. Een HBO-professional dient altijd als achterwacht bereikbaar te zijn. Indien de situatie er om vraagt is fysieke aanwezigheid van de HBO-professional nodig. De toegestane verhouding is één HBO-medewerker op twee MBO-3 medewerkers.
- c.
De HBO-professional is betrokken als casusregisseur en achterwacht/supervisor. De HBO-professional heeft een signalerende rol in de behoefte van op- en afschaling binnen de voorzieningen als dit aansluit op de ondersteuning die inwoners nodig hebben.
- a.
- 9.
Eigen bijdrage: inwoners betalen de intramurale eigen bijdrage o.g.v. het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
Artikel 15 Beschermd Wonen - Nabij
- 1.
Beschrijving Wooncomponent:
- a.
Huisvesting: Verblijf in accommodatie van aanbieder.
- a.
- 2.
Begeleidingscomponent:
- a.
De begeleiding is 24 uur per dag aanwezig en op afroep beschikbaar op locatie.
- a.
- 3.
Doelgroep:
- a.
Er is sprake van forse beperkingen in het dagelijks leven als gevolg van psychische, psychiatrische en/of psychosociale aandoeningen, waarbij inwoner intensieve begeleiding nodig heeft.
- b.
Inwoner is in staat om, met ondersteuning, zijn hulpvraag te formuleren, de urgentie hiervan te bepalen en deze kortdurend uit te stellen.
- c.
Inwoner heeft een tijdelijke veilige woonomgeving nodig die bescherming, stabiliteit en structuur biedt. Inwoner kan ook begrenzing in gedrag nodig hebben om te kunnen omgaan met emoties of het veroorzaken van overlast te voorkomen.
- d.
Bij inwoner bestaat een risico op ontregeling of decompensatie zoals bijvoorbeeld psychotische gevoeligheid, het ervaren van angsten, depressie, somberheid en/of het horen van stemmen. Complicaties kunnen leiden tot risicovolle situaties.
- a.
- 4.
Doel van de in te zetten hulp. De begeleiding is gericht op het vergroten van de eigen regie en zelfredzaamheid van inwoner, waaronder het aanleren van nieuwe competenties, praktische en sociale vaardigheden en het bevorderen van gedragsverandering. Het kan betekenen dat de intensiteit en gerichtheid van ondersteuning kan wisselen. De ondersteuning wordt zowel individueel als in groepsverband geboden. Dit is afhankelijk van de behoefte van inwoner. Begeleiding in groepsverband kan zijn gezamenlijk koffiedrinken, samen koken en eten, maar ook het aanleren van vaardigheden zoals leren koken en samenwerken.
- 5.
Randvoorwaarden:
- a.
Aanbieder biedt dit product als geheel aan.
- b.
Voor verblijf, begeleiding en toezicht geldt dat aanbieder naast MBO-professionals, beschikt over voldoende HBO-professionals.
- c.
Aanbieders hebben geregeld dat HBO-professionals ook in de avond- en nachtelijke uren inzetbaar is.
- d.
Er geldt een acceptatieplicht voor alle inwoners voor wie de gemeente dit noodzakelijk acht en er kunnen geen uitsluitingscriteria worden gebruikt met uitzondering van artikel 3.7 uit de overeenkomst.
- a.
- 6.
Eisen accommodatie aanbieder:
- a.
Inwoner verblijft in een accommodatie van de aanbieder (binnen de muren van de aanbieder). De inwoner betaalt hiervoor geen vergoeding aan de aanbieder.
- b.
De inwoner woont in een veilige, beschermde omgeving waar toezicht, stabiliteit, structuur en ondersteuning geboden wordt. De samenstelling van de inwoners binnen de accommodatie is dusdanig dat deze voor alle inwoners veilig is en ontwikkelingsmogelijkheden biedt.
- c.
Onderdeel van het verblijf zijn ook activiteiten in het kader van welzijn, zoals gezamenlijke momenten voor koffiedrinken en elkaar ontmoeten.
- a.
- 7.
Toezicht en bereikbaarheid:
- a.
Er is 24 uur per dag, 7 dagen per week begeleiding (fysiek) in accommodatie mogelijk van wie inwoner(s) ondersteuning ontvangt of kan ontvangen. In de avond- en nachtelijke uren is er ondersteuning op afroep (binnen 15 minuten) aanwezig.
- b.
De begeleiding maakt met inwoner vaste afspraken over noodsituaties in de avond- en nachturen.
- c.
Er vinden verspreid over de dag geplande- en ongeplande contactmomenten plaats op verzoek van inwoner wat aansluit op wat is beschreven in het ondersteuningsplan en op initiatief van aanbieder.
- a.
- 8.
Personeelseisen:
- a.
Begeleiding en toezicht wordt verleend door een professional met aantoonbaar HBO of MBO-4 werk- en denkniveau. De HBO-professional is door de MBO-4 professional direct te bereiken.
- b.
Begeleiding en toezicht kan geboden worden door een MBO-3 professional onder direct aansturen van een HBO-professional. Een HBO-professional dient altijd als achterwacht bereikbaar te zijn. Indien de situatie er om vraagt is fysieke aanwezigheid van de HBO-professional nodig.
- c.
De toegestane verhouding is één HBO-medewerker op twee MBO-3 medewerkers.
- d.
De HBO-professional is betrokken als casusregisseur en achterwacht/supervisor. De HBO-professional heeft een signalerende rol in de behoefte van op- en afschaling binnen de voorzieningen als dit aansluit op de ondersteuning die inwoners nodig hebben.
- a.
- 9.
Eigen bijdrage: inwoners betalen de intramurale eigen bijdrage o.g.v. het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
Artikel 16 Begeleid kamer wonen (inclusief en exclusief wooncomponent)
- 1.
Beschrijving Wooncomponent:
- a.
Huisvesting:
- i.
Verblijf in accommodatie van aanbieder.
- ii.
Mogelijkheid tot afschalen d.m.v. variant excl. wooncomponent (inwoner betaalt een vergoeding of huur).
- i.
- a.
- 2.
Begeleidingscomponent:
- a.
De begeleiding is 24 uur per dag beschikbaar op afroep.
- a.
- 3.
Doelgroep:
- a.
Er is sprake van beperkingen in het dagelijks leven als gevolg van psychische, psychiatrische en/of psychosociale aandoeningen, waarbij inwoner intensieve begeleiding nodig heeft.
- b.
De inwoner is in staat om – eventueel met ondersteuning - zijn hulpvraag te formuleren, de urgentie hiervan te bepalen en deze uit te stellen.
- c.
Bij inwoner bestaat enig risico op ontregeling of decompensatie zoals bijvoorbeeld psychotische gevoeligheid, het ervaren van angsten, depressie, somberheid en/of het horen van stemmen.
- d.
Inwoner is (met ondersteuning) zelf in staat, regie en grip op zijn leven hebben en te houden.
- e.
Bij terugval kan inwoner een beroep doen op begeleiding.
- f.
Inwoner woont zelfstandig, waarbij (intensieve) ondersteuning nodig is die 24/7 bereikbaar en beschikbaar is. Reguliere ambulante ondersteuning, die alleen op geplande momenten (op werkdagen en overdag) mogelijk zijn, is vooralsnog onvoldoende om zelfstandig te kunnen gaan of blijven wonen.
- a.
- 4.
Doel van de in te zetten hulp. De begeleiding is gericht op het vergroten van de eigen regie en zelfredzaamheid van Inwoner. Dit betekent voor inwoner dat de aangeleerde competenties, praktische en sociale vaardigheden worden toegepast en inwoner deze kan vasthouden. Bij de inzet van de begeleiding, wordt er gekeken wat inwoner nodig heeft en wat passend is. Dit betekent dat de intensiteit en gerichtheid van ondersteuning kan wisselen. Er wordt toegewerkt naar alleen planbare momenten. Wanneer het de inwoner niet lukt om ondersteuning te vragen, heeft de begeleiding signalerende functie op de geplande-en ongeplande momenten.
- 5.
Randvoorwaarden:
- a.
Aanbieder biedt dit product als geheel aan.
- b.
Voor begeleiding en toezicht geldt dat aanbieder naast MBO-professionals, beschikt over voldoende HBO-professionals.
- c.
Aanbieders hebben geregeld dat HBO-professionals ook in de avond- en nachtelijke uren inzetbaar zijn.
- d.
De aanbieder heeft de verantwoordelijkheid een juiste inschatting te maken of de inwoner om kan gaan met de afgesproken duur van afwezigheid van de aanbieder en de inschatting te maken of de inwoner in dat geval in staat is om tijdig zijn of haar ondersteuningsvraag te stellen indien nodig. Met andere woorden: is de situatie van de inwoner veilig genoeg bij afwezigheid van de aanbieder.
- e.
Er geldt een acceptatieplicht voor alle inwoners voor wie de gemeente dit noodzakelijk acht en er kunnen geen uitsluitingscriteria worden gebruikt, met uitzondering van artikel 3.7 uit de overeenkomst.
- a.
- 6.
Eisen accommodatie aanbieder:
- a.
Woning is in eigendom van aanbieder, of wordt door aanbieder gehuurd van derden. Inwoner betaalt hiervoor geen vergoeding of huur aan aanbieder.
- b.
Inwoner verblijft tijdelijk in een woning van aanbieder waar stabiliteit en structuur kan worden geboden, op momenten als inwoner het nodig heeft. Inwoner leert o.a. hoe zich als huurder hoort te gedragen in de wijk.
- a.
- 7.
Toezicht en beschikbaarheid:
- a.
Er is 24 uur per dag een dekkende combinatie van aanwezigheid en nabijheid van professionals, van wie inwoner ondersteuning ontvangt of kan ontvangen. Voor de avond- en nachturen is er minimaal begeleiding op afroep en indien noodzakelijk binnen 30 minuten aanwezig kan zijn.
- b.
De begeleiding maakt met Inwoner vaste afspraken over noodsituaties.
- c.
Er vinden verspreid over de dag geplande en ongeplande contactmomenten plaats op verzoek van inwoner wat aansluit op wat is beschreven in het ondersteuningsplan en op initiatief van aanbieder.
- a.
- 8.
Personeelseisen:
- a.
Begeleiding en toezicht wordt verleend door een professional met aantoonbaar HBO of MBO-3 of 4 werk- en denkniveau. De HBO-professional is door de MBO-3 of 4 professional direct te bereiken.
- b.
De HBO-professional is betrokken als casusregisseur en achterwacht/supervisor. De HBO-professional heeft een signalerende rol in de behoefte van op- en afschaling binnen de voorzieningen van een inwoner als dit aansluit op de ondersteuning die de inwoner nodig hebben.
- a.
- 9.
Eigen bijdrage: inwoners betalen de intramurale eigen bijdrage o.g.v. het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
Artikel 17 Thuiswonen (Licht en Intensief)
- 1.
Beschrijving Wooncomponent:
- a.
Huisvesting: Eigen woonruimte.
- a.
- 2.
Begeleidingscomponent:
- a.
De begeleiding is, op afroep, 24 uur per dag beschikbaar en bereikbaar.
- a.
- 3.
Doelgroep:
- a.
Er is sprake van beperkingen in het dagelijks leven als gevolg van psychische, psychiatrische en/of psychosociale aandoeningen, waarbij de inwoner intensieve begeleiding nodig heeft.
- b.
Inwoner is in staat om zelfstandig zijn hulpvraag te formuleren, de urgentie hiervan te bepalen en deze uit te stellen.
- c.
Bij inwoner bestaat enig risico op ontregeling of decompensatie zoals bijvoorbeeld psychotische gevoeligheid, het ervaren van angsten, depressie, somberheid en/of het horen van stemmen.
- d.
Inwoner is (met ondersteuning) zelf in staat, regie en grip op zijn leven hebben en te houden.
- e.
Bij terugval kan de inwoner een beroep doen op begeleiding.
- f.
Inwoner woont zelfstandig, waarbij (intensieve) ondersteuning nodig is die 24/7 bereikbaar en beschikbaar is. Reguliere ambulante ondersteuning, die alleen op geplande momenten (op werkdagen en overdag) mogelijk zijn, is vooralsnog onvoldoende om zelfstandig te kunnen gaan of blijven wonen.
- a.
- 4.
Doel van de in te zetten hulp. De begeleiding is gericht op het vergroten van de eigen regie en zelfredzaamheid van inwoner. Dit betekent voor inwoner dat de aangeleerde competenties, praktische en sociale vaardigheden worden toegepast en de inwoner deze kan vasthouden. Dit betekent dat de intensiteit en gerichtheid van ondersteuning kan wisselen. Er wordt toegewerkt naar alleen planbare momenten. Wanneer het de inwoner niet lukt om ondersteuning te vragen, heeft de begeleiding signalerende functie op de geplande-en ongeplande momenten.
- 5.
Randvoorwaarden:
- a.
Aanbieder biedt dit product als geheel aan.
- b.
Voor begeleiding en toezicht geldt dat aanbieder naast MBO-professionals, beschikt over voldoende HBO-professionals.
- c.
Aanbieders hebben geregeld dat HBO-professionals ook in de avond- en nachtelijke uren inzetbaar is.
- a.
- 6.
Huisvesting:
- a.
Woning wordt door inwoner zelfstandig gehuurd of via driepartijen overeenkomst of omklapmodel toegewerkt naar zelfstandige huur van woning.
- a.
- 7.
Toezicht en bereikbaarheid:
- a.
Er is 24 uur per dag, 7 dagen per week een dekkende combinatie van aanwezigheid en nabijheid van professionals, van wie inwoner ondersteuning ontvangt of kan ontvangen. Voor de avond- en nachturen is er minimaal begeleiding op afroep en indien noodzakelijk binnen 30 minuten aanwezig kan zijn.
- b.
De begeleiding maakt met inwoner vaste afspraken over noodsituaties.
- c.
Voorziening Thuiswonen Intensief: Er vinden verspreid over de week geplande en ongeplande contactmomenten plaats op verzoek van inwoner wat aansluit op wat is beschreven in het ondersteuningsplan en op initiatief van de aanbieder. Hierbij variëren de uren in de ondersteuningsbehoefte van inwoner tussen de 7 en 10 uur per week.
- d.
Voorziening Thuiswonen Licht: Er vinden verspreid over de week geplande en ongeplande contactmomenten plaats op verzoek van inwoner wat aansluit op wat is beschreven in het ondersteuningsplan en op initiatief van aanbieder. Hierbij variëren de uren in de ondersteuningsbehoefte van inwoner tussen de 4 en 6 uur per week.
- a.
- 8.
Personeelseisen:
- a.
Begeleiding en toezicht wordt verleend door een professional met aantoonbaar HBO of MBO-3 of 4 werk- en denkniveau. De HBO-professional is door de MBO- 3 of 4 professional direct te bereiken.
- b.
De HBO-professional is betrokken als casusregisseur en achterwacht/supervisor. De HBO-professional heeft een signalerende rol in de behoefte van op- en afschaling binnen de voorzieningen van een inwoner als dit aansluit op de ondersteuning die de inwoner(s) nodig hebben.
- a.
- 9.
Eigen bijdrage: inwoners betalen de extramurale eigen bijdrage o.g.v. het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
Artikel 18 Aanvullende module dagbesteding bij Wmo Verblijf
- 1.
Beschrijving. Dagbesteding is geen vast onderdeel binnen de voorzieningen Wmo Verblijf. De toegang beoordeeld of dagbesteding vanuit de Wmo als apart product aanvullend wordt afgegeven. De module dagbesteding wordt geboden in het kader van activering en maatschappelijke participatie en is bedoeld voor inwoners met een beperking die niet in staat zijn om aan onderwijs, (vrijwilligers)werk of andere vormen van maatschappelijke participatie deel te nemen. De aanbieder bevordert zo veel als mogelijk participatie en uitwisseling tussen activiteiten en leefomgeving van de inwoner (inclusief het netwerk van de inwoner). Dagbesteding is altijd gericht op ontwikkeling, passend bij de mogelijkheden van de inwoner om te participeren.
- 2.
Doelgroep:
- a.
De module Dagbesteding wordt geboden in het kader van activering en maatschappelijke participatie en is bedoeld voor inwoners met een beperking die niet in staat zijn om aan onderwijs, (vrijwilligers)werk of andere vormen van maatschappelijke participatie deel te nemen.
- b.
De locatie van de dagbesteding is in de leefomgeving van de inwoner of zo dichtbij mogelijk.
- c.
De aanbieder bevordert zo veel als mogelijk participatie en uitwisseling tussen activiteiten en leefomgeving van de inwoner (inclusief het netwerk van de inwoner).
- a.
- 3.
Doel van de in te zetten hulp:
- a.
De module dagbesteding is bedoeld voor inwoners die niet zelfstandig of met behulp van hun omgeving een zinvolle daginvulling kunnen organiseren via voorliggende voorzieningen zoals vrijwilligerswerk, algemene voorzieningen voor inloop, ontmoeting en wijkactiviteiten, school, etc.
- b.
Voor de inzet van dagbesteding is de richtlijn dat 4 tot 6 dagdelen doorgaans in voldoende mate leidt tot activering en (maatschappelijke) participatie. Noodzaak tot toekenning van meer dagdelen dient gemotiveerd te worden. De toekenning van het aantal dagdelen blijft altijd maatwerk. Hierbij dient altijd rekening te worden gehouden dat er voldoende tijd en ruimte in de weekplanning dient te worden behouden, om te werken aan de doelen welke door de toegang zijn opgesteld.
- c.
De zorgvraag van inwoner is altijd leidend. Als men geen (vrijwilligers)werk of onderwijs kan volgen, dan kan er gekeken worden naar de inzet van dagbesteding.
- d.
De module dagbesteding past bij de individuele behoefte, vaardigheden en interesses van inwoner.
- e.
De module dagbesteding kan alleen ingezet worden voor activiteiten die bijdragen aan vooraf opgestelde doelen en die ontwikkeling en perspectief op participatie bevorderen.
- f.
De module dagbesteding vindt in principe niet vrijblijvend plaats. Bij deelname aan activiteiten wordt er op inwoner ‘gerekend’ door de aanbiedende organisatie.
- g.
De module dagbesteding kan niet worden ingezet voor een reguliere dag structurering die in de woon- en verblijfssituatie wordt geboden.
- h.
De module Participatie kan niet ingezet worden voor ‘algemene’ daginvulling zoals gezelligheid in de woning (gezamenlijk koffiedrinken, activiteit ondernemen).
- a.
- 4.
Randvoorwaarden:
- a.
Er is geen sprake van loonvormende arbeid.
- b.
Trajecten op grond van de Participatiewet zijn voorliggend op de inzet van de module dagbesteding.
- c.
Er is geen sprake van verdringing van betaalde arbeid.
- d.
De uitvoering voldoet minimaal zoals in de Wmo 2015 gestelde kwaliteitseisen.
- a.
Artikel 19 Vervoer bij aanvullende module dagbesteding bij Wmo Verblijf
- 1.
De inwoner dient het vervoer zelf, eventueel met de inzet van het eigen netwerk, te organiseren. Indien dit niet mogelijk is kan er bij de indicatie een extra vervoerscomponent worden toegevoegd. De aanbieder heeft dan de verplichting dit vervoer te organiseren. Denk hierbij aan het zelf uitvoeren met eigen personeel/vrijwilligers of door het inzetten van een vervoersbedrijf.
Vervoer bij dagbesteding is bedoeld om inwoners met een indicatie voor dagbesteding te vervoeren tussen hun thuisadres en de locatie van de dagbesteding. Deze vervoerscomponent kan alleen worden ingezet in combinatie met dagbesteding. Het algemene uitgangspunt van de gemeenten is om de passende dagbesteding in de nabije omgeving van de inwoner te laten plaatsvinden. Bij de inzet van passende dagbesteding wordt eerst gekeken binnen de eigen wijk en vervolgens verder in de gemeente.
- 2.
Vervoer dagbesteding heeft tot doel:
- a.
het kunnen bezoeken van de locatie van dagbesteding
- b.
het thuis kunnen komen vanaf de locatie van dagbesteding.
- a.
- 3.
Beschikking / indicatie. Een beschikking vervoer dagbesteding wordt (indien vervoer noodzakelijk is) alleen in combinatie met een beschikking dagbesteding afgegeven. De aanbieder van dagbesteding is verantwoordelijk voor het organiseren van passend vervoer van en naar de dagbesteding wanneer de inwoner daar een beschikking voor heeft. De gemeentelijke toegang beoordeelt of een indicatie voor vervoer wel/niet noodzakelijk is.
- 4.
Bekostiging vervoer. De bekostiging vindt plaats op basis van een vast tarief per inwoner per dag. Ten aanzien van het aantal kilometers wordt gebruik gemaakt van de onderstaande staffels.
- a.
Tarief enkele reis tot en met 10 km
- b.
Tarief enkele reis vanaf 11 km tot en met 20 km
- c.
Tarief enkele reis vanaf 21 km tot en met 30 km.
- a.
Artikel 20 Aanvullende Module Begeleiding Complex bij Wmo Verblijf
- 1.
Beschrijving. Begeleiding complex kan geboden worden als aanvullend product op de woonbegeleiding. Begeleiding complex betreft de inzet bij zeer complexe multiproblematiek. Het kan dan gaan om een dreigende crisis, zorgelijke terugval, een toename van probleemgedrag of zorgmijding. Ook kan dit product worden ingezet als er tijdelijk een extra inspanning noodzakelijk is om een positieve ontwikkeling bij de inwoner op gang te brengen, die anders niet tot stand komt. Indien de Toegang vaststelt dat begeleiding (tijdelijk) onvoldoende mogelijkheden biedt om de inwoner te begeleiden, kan woonbegeleiding complex ingezet worden.
- 2.
Doelgroep:
- a.
Inwoners met een indicatie Beschermd Wonen waarbij sprake is van (langdurige) complexe, meervoudige dan wel psychiatrische en/of psychosociale problematiek én waarbij sprake is van een dreigende crisis, terugval, een toename van probleemgedrag, zorgmijding of waarbij extra inspanning ten behoeve van meer zelfstandigheid noodzakelijk is.
- a.
- 3.
Doel van de in te zetten hulp:
- a.
Er is dagelijks geplande en ongeplande ondersteuning en begeleiding nodig.
- b.
Er dient gemotiveerd en onderbouwd te worden waarom de reguliere begeleiding niet toereikend is.
- c.
Begeleiding complex sluit op natuurlijke wijze aan op de al bestaande (woon)begeleiding. De aanbieder maakt inzichtelijk welke interventies tijdens de begeleiding complex worden ingezet inclusief bijbehorende tijdsduur.
- d.
De professional heeft onder meer expertise in het werken aan herstel en stabilisatie (vanuit een crisissituatie), het (weer) zelfstandig leren wonen.
- e.
Begeleiding complex kan niet als vervanging van behandeling in het kader van de Zorgverzekeringswet ingezet worden.
- a.
- 4.
Randvoorwaarden. De inzet is in principe tijdelijk en zo kort als mogelijk.
Paragraaf Hulphond
Artikel 21 Hulphond
- 1.
De gemeente kan een vergoeding voor de opleiding van een hulphond verstrekken als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a.
de kosten voor de (opleiding van de) hulphond worden niet vergoed door een andere regeling, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw)
- b.
uit onderzoek blijkt dat een hulphond de meest passende oplossing is
- c.
de cliënt heeft een specifieke voorkeur voor een hulphond
- d.
de hulphond komt in plaats van (een deel van) reguliere ondersteuning ten behoeve van de zelfredzaamheid en participatie.
- a.
- 2.
Alleen de opleidingskosten voor de hulphond worden vergoed. De aanschaf van de hond en overige bijkomende kosten die horen bij het hebben van een huisdier worden niet vergoed.
- 3.
Voorwaarden:
- a.
de opleidingsinstantie geeft een positief advies ten aanzien van de keuze van de hond
- b.
de opleidingsinstantie geeft een positief advies ten aanzien van de vaardigheden van de cliënt voor dierverzorging en training.
- a.
- 4.
De gemeente weigert de vergoeding van de opleidingskosten als:
- a.
de gemeente geen toestemming heeft gegeven voordat de opleiding start of er een betalingsverplichting hiervoor is aangegaan en/of
- b.
de opleidingsinstantie geen toestemming heeft gegeven voordat de opleiding start of voordat er een betalingsverplichting hiervoor is aangegaan. Deze toestemming omvat minimaal goedkeuring van de keuze van de hond en de vaardigheden van cliënt voor dierverzorging en training.
- a.
Hoofdstuk 3 Hulpmiddelen, rolstoelen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen
Artikel 22 Voorwaarden
- 1.
De gemeente verbindt de volgende voorwaarden aan de verstrekking van een maatwerkvoorziening.
- a.
De cliënt is de enige die de voorziening mag gebruiken.
- b.
De cliënt is verplicht om, voor zover van toepassing, de bijgeleverde gebruiksaanwijzingen na te leven.
- c.
De cliënt mag geen wijzigingen of aanpassingen in de voorziening aanbrengen zonder toestemming van de gemeente.
- d.
De cliënt is verplicht om mee te werken aan controles op of handelingen aan de voorziening door of namens de gemeente.
- e.
Bij verstrekking van een voorziening in bruikleen of in eigendom, is de cliënt verantwoordelijk voor verzekering van de voorziening. Dit geldt niet voor voorzieningen die de gemeente huurt en waarbij de verzekering bij de huurprijs inbegrepen is.
- f.
De cliënt heeft een meldingsplicht in geval van situaties als een ongeluk, ongeval, wijziging in de medische situatie, geen gebruik van de voorziening of twijfel over rijgeschiktheid.
- a.
Artikel 23 Kostprijs
- 1.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt als volgt vastgesteld:
- a.
als er sprake is van een maatwerkvoorziening in natura die door de gemeente wordt gehuurd, is de kostprijs gelijk aan de huur die de gemeente voor de voorziening verschuldigd is aan de verhuurder van de voorziening
- b.
als er sprake is van een maatwerkvoorziening in natura die door de gemeente wordt of zou worden ingekocht, wordt de kostprijs vastgesteld op het bedrag dat de gemeente hiervoor verschuldigd is of zou zijn als zij deze had ingekocht.
- a.
- 2.
De kostprijs voor de overige maatwerkvoorzieningen in natura is gelijk aan het tarief dat de gemeente voor de maatwerkvoorziening verschuldigd is.
- 3.
De kostprijs van een pgb is gelijk aan het verstrekte bedrag.
Artikel 24 Teruggave
Cliënt of zijn rechtsopvolgers onder algemene titel zijn verplicht om de voorziening die in bruikleen is verstrekt terug te leveren aan de gemeente indien het recht op de voorziening is beëindigd.
Artikel 25 Rolstoelen
- 1.
De gemeente verstaat onder een rolstoel een handbewogen, elektrische of duwrolstoel.
- 2.
De gemeente kent een voorziening in de vorm van een rolstoel toe aan cliënten die dit nodig hebben om in aanvaardbare mate te kunnen participeren en zelfredzaam te zijn.
- 3.
De rolstoel stelt de cliënt in staat om zich zelfstandig of met hulp te kunnen verplaatsen in en om de woning en op de plaats van bestemming.
- 4.
De sportrolstoel wordt niet gerekend tot een rolstoel voor het verplaatsen in en om de woning.
- 5.
Bij de keuze van de voorziening houdt de gemeente rekening met de belangen van betrokken mantelzorgers.
Artikel 26 Vervoersvoorziening
- 1.
De gemeente kent een vervoersvoorziening toe aan cliënten die dit nodig hebben om in aanvaardbare mate te kunnen participeren en zelfredzaam te zijn.
- 2.
De gemeente verstaat onder ‘het verplaatsen in de eigen woon- en leefomgeving’ een verplaatsing in en binnen een straal van maximaal 25 kilometer rondom de woning.
- 3.
De gemeente verstrekt de volgende collectieve vervoersvoorziening: Wmo-vervoer.
- 4.
Met de voorziening Wmo-vervoer wordt de cliënt in staat gesteld zich maximaal 2000 km per jaar te kunnen verplaatsen.
- 5.
Voor verplaatsingen boven het bereik als genoemd onder het tweede lid kan de cliënt gebruik maken van de mogelijkheden van het bovenregionaal vervoer.
- 6.
De gemeente verstrekt een indicatie voor (kosteloze) begeleiding bij Wmo-vervoer wanneer de cliënt vanuit medische overwegingen niet in staat is om zonder begeleiding gebruik te maken van het Wmo-vervoer. Er moet aan de volgende criteria worden voldaan:
- a.
er is tijdens de rit sprake van uit te voeren medische handelingen en/of
- b.
de cliënt is aangewezen op direct noodzakelijke hulp tijdens de rit, welke niet door de chauffeur kan worden gegeven.
- a.
- 7.
Wanneer de cliënt een indicatie voor begeleiding bij het Wmo-vervoer heeft, dient er altijd een begeleider mee te reizen.
- 8.
Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening anders dan Wmo-vervoer, als:
- a.
zijn/haar beperkingen het gebruik van Wmo-vervoer onmogelijk maken of
- b.
een collectief aanvullend vervoersysteem niet beschikbaar is of
- c.
de cliënt met gebruik van uitsluitend het Wmo-vervoer niet in staat is om in aanvaardbare mate te kunnen participeren en/of zelfredzaam te zijn.
- a.
- 9.
Driewielfietsen en scootmobielen worden alleen toegekend als:
- a.
de cliënt er veilig en zelfstandig gebruik van kan maken en er sprake is van voldoende verkeersinzicht en
- b.
er een brandveilige en goed toegankelijke stallingsmogelijkheid is met indien noodzakelijk een oplaadmogelijkheid.
- a.
- 10.
Als de cliënt aantoonbaar niet zelf kan voorzien in een geschikte stallingsmogelijkheid, kan de gemeente andere mogelijkheden overwegen.
Artikel 27 Aanschaf auto
- 1.
De gemeente verstrekt een pgb voor de aanschaf van een eigen auto als het collectief vervoer, individueel (rolstoel)taxivervoer en/of andere vervoersvoorzieningen geen compenserende oplossing bieden voor het vervoersprobleem van cliënten en cliënten dit nodig hebben om in aanvaardbare mate te kunnen participeren en zelfredzaam te zijn.
- 2.
De hoogte van het pgb voor de aanschaf van een eigen auto wordt vastgesteld aan de hand van een goedgekeurde offerte voor de aanschaf van een auto, waarbij rekening gehouden wordt met de volgende voorwaarden:
- a.
de auto is niet ouder dan 7 jaar en
- b.
de verwachte technische levensduur is nog minimaal 7 jaar en
- c.
de auto is de goedkoopst compenserende beschikbare voorziening.
- a.
- 3.
De cliënt is zelf verantwoordelijk voor aanschaf, onderhoud, reparatie, wegenbelasting en verzekering van de auto.
Artikel 28 Autoaanpassing
- 1.
De gemeente verstrekt een pgb voor het laten aanpassen van een eigen auto als dit de goedkoopst compenserende oplossing is voor het vervoersprobleem én de cliënt dit nodig heeft om in aanvaardbare mate te kunnen participeren en zelfredzaam te zijn.
- 2.
De hoogte van het pgb voor de autoaanpassing wordt vastgesteld aan de hand van twee goedgekeurde offertes. Hierbij wordt rekening gehouden met de volgende voorwaarden:
- a.
de auto is niet ouder dan 7 jaar, én
- b.
de verwachte technische levensduur is nog minimaal 7 jaar
- c.
als de autoaanpassing overzetbaar is in een andere auto en de client deze kosten op zich neemt, zijn sub a en b niet van toepassing.
- a.
- 3.
Het pgb voor een autoaanpassing wordt éénmalig verstrekt voor een periode van 7 jaar.
- 4.
Cliënt kan na deze periode van 7 jaar opnieuw in aanmerking komen voor een pgb voor een autoaanpassing als:
- a.
de auto technisch is afgeschreven én
- b.
het overzetten van de aanpassing niet mogelijk is én
- c.
cliënt voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking.
- a.
Artikel 29 Sporthulpmiddel
De gemeente verstrekt een sporthulpmiddel indien verstrekking ervan noodzakelijk is om in aanvaardbare mate te kunnen participeren.
Artikel 30 Eigen verantwoordelijkheid cliënt
Kosten voor onderhoud en reparaties ten gevolge van opzet, grove schuld of ernstige nalatigheid komen voor rekening van cliënt. Hieronder valt ook het vervangen van accu's van bijvoorbeeld een scootmobiel bij niet of niet voldoende opladen.
Artikel 31 Verzekeringsplicht
Voorzieningen die buiten de eigen woon- en leefomgeving worden gebruikt voor bijvoorbeeld vakantie in binnen- of buitenland, dienen door cliënt zelf voldoende verzekerd te worden voor diefstal, schade, noodzakelijk onderhoud en pech.
Artikel 32 Woonvoorziening
- 1.
De gemeente verstrekt een woonvoorziening als:
- a.
de cliënt zijn woonplaats in de gemeente heeft en
- b.
dit noodzakelijk is om in aanvaardbare mate te kunnen participeren en/of zelfredzaam te zijn.
- a.
Artikel 33 Co-ouderschap
- 1.
Een minderjarige cliënt van wie de ouders zijn gescheiden en ieder afzonderlijk woonruimte bewonen, komt voor een woningaanpassing aan deze beide woonruimten in aanmerking als:
- a.
de ouders hun co-ouderschap schriftelijk vastgelegd hebben
- b.
de cliënt evenredig in tijd verdeeld in beide woonruimten bij de ouders inwoont
- c.
de beide woonruimten op het grondgebied van de gemeente Assen liggen.
- a.
Artikel 34 Verhuiskostenvergoeding
- 1.
Als de kosten van een verbouwing van de woning meer dan € 5.000,- bedragen, beoordeelt de gemeente of het doel als bedoeld in artikel 16, eerste lid van de verordening, te bereiken is via een verhuizing.
- 2.
De gemeente verstrekt een verhuiskostenvergoeding uitsluitend in de vorm van een financiële tegemoetkoming.
Artikel 35 Huurderving
- 1.
De gemeente verstrekt een financiële tegemoetkoming voor huurderving:
- a.
als de aanvrager om medisch objectiveerbare redenen de nieuw te betrekken woning niet kan betrekken totdat de aanpassingswerkzaamheden afgerond zijn, waardoor hij dubbele huurlasten heeft, of
- b.
als de gemeente ervoor kiest om in samenspraak met een verhuurder een aangepaste woning te reserveren voor hergebruik. De gederfde huurkosten worden in die situatie aan de verhuurder vergoed.
- a.
Artikel 36 Terugbetaling bij verkoop woning
- 1.
Bij verkoop van de aangepaste woning kan de gemeente verzoeken om terugbetaling van (een gedeelte van) de kosten van aanpassingen.
- 2.
Als bij woningaanpassingen sprake is van waardevermeerdering van de woning, kan een terugbetalingsregeling van toepassing zijn. Dit wordt besproken met cliënt en vastgelegd in de beschikking.
- 3.
Eventuele waardevermindering van de woning door woningaanpassingen kan niet verhaald worden op de gemeente.
Artikel 37 Voorziening woonruimte geschikt maken voor bezoek
- 1.
Woonruimte geschikt maken voor bezoek is het bereikbaar maken van de woonkamer en één toilet in de woonruimte, als er geen alternatief is voor de toiletgang.
- 2.
Een cliënt komt in aanmerking voor een voorziening ‘woonruimte geschikt maken voor bezoek’ als:
- a.
hij zijn hoofdverblijf heeft in op grond van artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen erkende instelling in de gemeente Assen en
- b.
de aan te passen woonruimte gelegen is op het grondgebied van de gemeente Assen.
- a.
Artikel 38 Uitraaskamer
- 1.
De gemeente verstaat onder een uitraaskamer een verblijfsruimte waarin een cliënt, die vanwege een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont, zich kan afzonderen of tot rust kan komen.
- 2.
De gemeente verstrekt een voorziening voor een uitraaskamer als:
- a.
cliënt vanwege een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont
- b.
het gaat om een verstandelijke en/of lichamelijke handicap met een psychische component in de handicap
- c.
het ontremde gedrag ernstig is, dat wil zeggen het gedrag is te rangschikken binnen de reikwijdte van indicatie voor een opname in een instelling
- d.
het risico van fysiek letsel niet kan worden beheerst door oppas- en/of andere maatregelen.
- a.
- 3.
De uitraaskamer is uitsluitend bedoeld voor de cliënt en dus niet om de hinder voor andere (inwonende) personen weg te nemen.
Artikel 39 Woningsanering
- 1.
De gemeente verstaat onder woningsanering het vervangen van de in de slaapkamer aanwezige vloerbedekking door glad, afneembaar materiaal.
- 2.
De gemeente verstrekt deze voorziening als:
- a.
de cliënt een rapport heeft waarin een positief saneringsadvies is opgenomen van een erkend Cara-verpleegkundige
- b.
de vloerbedekking in de slaapkamer niet van glad, afneembaar materiaal is
- c.
de aanvraag niet het gevolg is van een (interne) verhuizing en
- d.
de cliënt bij aanschaf van het artikel redelijkerwijs niet kon weten dat hij overgevoelig op bepaalde stoffen reageert en
- e.
de vloerbedekking niet ouder is dan 8 jaar
- f.
de slaapkamer betreft de slaapkamer waar de cliënt daadwerkelijk gebruik van maakt.
- a.
- 3.
Bij een cliënt in de leeftijd tot vier jaar kan ook vloerbedekking van de woonkamer worden vervangen.
Artikel 40 Bijzondere weigeringsgronden voor een woonvoorziening
- 1.
De gemeente weigert een woonvoorziening als:
- a.
de cliënt geen hoofdverblijf houdt in de woonruimte waarop een woonvoorziening betrekking heeft, tenzij deze voorziening het geschikt maken van een woning voor bezoek betreft
- b.
de cliënt voor het eerst zelfstandig gaat wonen en de aanvraag een voorziening in verhuizing en/of herinrichting betreft
- c.
de cliënt verhuisd is uit óf naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden
- d.
de cliënt verhuisd is naar een Wlz-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg.
- a.
Artikel 41 Onderhoud en reparatie woonvoorziening
- 1.
De gemeente verbindt de volgende voorwaarden aan de verstrekking van een woonvoorziening:
- a.
de cliënt zorgt voor de voorziening, zoals hij/zij dit ook zou doen als hij/zij eigenaar van deze voorziening zou zijn
- b.
kosten van onderhoud en reparaties ten gevolge van opzet, grove schuld of ernstige nalatigheid komen voor rekening van de cliënt
- c.
de gemeente wijst aan door welk bedrijf of welke persoon reparaties en onderhoud verricht worden.
- a.
Artikel 42 Bijzondere voorwaarden bruikleen traplift
- 1.
De gemeente verbindt de volgende voorwaarden aan het in bruikleen geven van een traplift:
- a.
verwijdering van een traplift vindt uitsluitend plaats met toestemming en in opdracht van de gemeente
- b.
tijdelijke verwijdering van een traplift, bijvoorbeeld vanwege nieuwe trapbekleding, vindt uitsluitend plaats met toestemming van de gemeente. De cliënt betaalt zelf deze kosten
- c.
de cliënt is verplicht om een traplift te verzekeren als onderdeel van zijn inboedel.
- a.
Artikel 43 Kosten herstel
Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.7 van de Wmo dragen cliënt of zijn rechtsopvolgers de kosten voor het terugbrengen van de woning in de oorspronkelijke staat na verwijdering van de voorzieningen.
Hoofdstuk 4 Persoonsgebonden budget
Artikel 44 Tarieven pgb ondersteuning
- 1.
De hoogte van het pgb tarief voor formele hulp instellingstarief bedraagt voor:
- a.
ambulante begeleiding basis € 64,47 per uur
- b.
ambulante begeleiding basis plus € 70,82 per uur
- c.
ambulante begeleiding specialistisch € 78,50 per uur
- d.
dagbesteding ontwikkeling en toeleiding naar (on)betaald werk € 56,34 per dagdeel
- e.
dagbesteding ontwikkeling en toeleiding naar onderwijs € 87,94 per dagdeel
- f.
dagbesteding ontwikkeling en behouden van een zinvolle daginvulling en sociale participatie € 45,86 per dagdeel
- g.
vervoer regulier naar en van dagbesteding:
- i.
enkele reis tot en met 10 km € 13,17
- ii.
enkele reis vanaf 11 km tot en met 20 km € 24,79
- iii.
enkele reis vanaf 21 km tot en met 30 km € 33,99
- i.
- h.
vervoer rolstoelvervoer naar en van dagbesteding:
- i.
enkele reis tot en met 10 km € 26,87
- ii.
enkele reis vanaf 11 km tot en met 20 km € 34,85
- iii.
enkele reis vanaf 21 km tot en met 30 km € 42,83
- i.
- i.
schoon en leefbaar huis € 36,95 per uur
- j.
schoon en leefbaar huis met overname regie € 37,51 per uur
- k.
logeren € 317,54 per etmaal
- l.
beschermd wonen:
- i.
beschermd wonen met toezicht: 24-uursbegeleiding € 206,06 per etmaal
- ii.
beschermd wonen nabij: 24 uur begeleiding op afroep € 183,29 per etmaal
- iii.
begeleid kamerwonen inclusief wooncomponent € 157,22 per etmaal
- iv.
begeleid kamerwonen exclusief wooncomponent € 124,63 per etmaal
- v.
thuiswonen licht € 69,48 per etmaal
- vi.
thuiswonen intensief € 108,10 per etmaal
- i.
- m.
aanvullende modules bij beschermd wonen:
- i.
dagbesteding en indien noodzakelijk vervoer naar en van dagbesteding € 38,34 per dagdeel
- ii.
begeleiding complex bij bijvoorbeeld dreigende crisis of zorgelijke terugval € 70,28 per uur.
- i.
- a.
- 2.
De hoogte van het pgb tarief voor formele hulp ZZP-tarief bedraagt voor:
- a.
ambulante begeleiding basis € 53,72 per uur
- b.
ambulante begeleiding basis plus € 59,02 per uur
- c.
ambulante begeleiding specialistisch € 65,42 per uur
- d.
dagbesteding ontwikkeling en toeleiding naar (on)betaald werk € 46,95 per dagdeel
- e.
dagbesteding ontwikkeling en toeleiding naar onderwijs € 73,28 per dagdeel
- f.
dagbesteding ontwikkeling en behouden van een zinvolle daginvulling en sociale participatie € 38,22per dagdeel
- g.
vervoer regulier naar en van dagbesteding:
- i.
enkele reis tot en met 10 km € 13,17
- ii.
enkele reis vanaf 11 km tot en met 20 km € 24,79
- iii.
enkele reis vanaf 21 km tot en met 30 km € 33,99
- i.
- h.
vervoer rolstoelvervoer naar en van dagbesteding:
- i.
enkele reis tot en met 10 km € 26,87
- ii.
enkele reis vanaf 11 km tot en met 20 km € 34,85
- iii.
enkele reis vanaf 21 km tot en met 30 km € 42,83
- i.
- i.
schoon en leefbaar huis € 30,79 per uur
- j.
schoon en leefbaar huis met overname regie € 31,26 per uur
- k.
logeren € 264,62 per etmaal
- l.
beschermd wonen:
- i.
beschermd wonen met toezicht: 24-uursbegeleiding € 171,71 per etmaal
- ii.
beschermd wonen nabij: 24 uur begeleiding op afroep € 152,74 per etmaal
- iii.
begeleid kamerwonen inclusief wooncomponent € 131,02 per etmaal
- iv.
begeleid kamerwonen exclusief wooncomponent € 103,86 per etmaal
- v.
thuiswonen licht € 57,90 per etmaal
- vi.
thuiswonen intensief € 90,08 per etmaal
- i.
- m.
aanvullende modules bij beschermd wonen:
- i.
dagbesteding en indien noodzakelijk vervoer naar en van dagbesteding € 31,95 per dagdeel
- ii.
begeleiding complex bij bijvoorbeeld dreigende crisis of zorgelijke terugval € 59,02 per uur.
- i.
- a.
- 3.
De pgb-tarieven exclusief werkgeverslasten voor informele hulp:
- a.
worden voor ambulante begeleiding en schoon en leefbaar huis gebaseerd op het wettelijk minimumloon vermeerderd met vakantietoeslag zoals gepubliceerd op rijksoverheid.nl
- b.
bedragen voor dagbesteding gericht op ontwikkeling en toeleiding naar (on)betaald werk, ontwikkeling en toeleiding naar onderwijs en ontwikkeling en behouden van een zinvolle daginvulling en sociale participatie € 24,69 per dagdeel
- c.
logeren € 177,05 per etmaal
- d.
bedragen voor beschermd wonen met toezicht: 24-uursbegeleiding inclusief wooncomponent € 123,63 per etmaal
- e.
bedragen voor beschermd wonen nabij: 24 uur begeleiding op afroep inclusief wooncomponent € 109,97 per etmaal
- f.
bedragen voor begeleid kamerwonen inclusief wooncomponent € 94,33 per etmaal
- g.
bedragen voor begeleid kamerwonen exclusief wooncomponent € 74,78 per etmaal
- h.
bedragen voor thuiswonen licht € 41,69 per etmaal
- i.
bedragen voor thuiswonen intensief € 64,86 per etmaal
- j.
dagbesteding bij beschermd wonen, begeleid kamerwonen en thuiswonen € 23,00 per dagdeel.
- a.
- 4.
De hoogte van het pgb voor informele hulp wordt verhoogd met werkgeverslasten als de pgb-houder werkgeverslasten moet afdragen. De gemeente gaat uit van het lage tarief voor werkgeverslasten tenzij hiervoor niet aan de voorwaarden wordt voldaan. In dat geval verhoogt de gemeente het pgb met het hoge tarief voor werkgeverslasten. De pgb-houder hoeft geen werkgeverslasten af te dragen als de zorgverlener in de eerste of tweede graad familie is van de cliënt.
Artikel 45 Vaardigheden om een pgb voor ondersteuning te beheren
- 1.
Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen dient de pgb-houder in ieder geval:
- a.
een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag
- b.
op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden
- c.
in staat te zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden
- d.
voldoende vaardig te zijn om in de Nederlandse taal te communiceren met de gemeente, de SVB en de zorgverleners
- e.
in staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen
- f.
in staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan de gemeente
- g.
in staat te zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is
- h.
in staat te zijn de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte
- i.
in staat te zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren en
- j.
voldoende kennis te hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden
- k.
afspraken te maken over de zorg die gegeven gaat worden, het aantal uren en het uurtarief.
- a.
- 2.
De gemeente acht een pgb-houder niet in staat de taken die horen bij een pgb verantwoord te kunnen uitvoeren als:
- a.
het pgb-beheer wordt verricht door de persoon of organisatie die ook de ondersteuning levert aan de cliënt en/of
- b.
er sprake is van een contra-indicatie voor het beheer van het pgb. De contra-indicaties zijn in ieder geval:
- i.
schuldenproblematiek
- ii.
ernstige verslavingsproblematiek
- iii.
aangetoonde fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, begaan in de vier jaar voorafgaand aan de melding
- iv.
een aanmerkelijke verstandelijke beperking
- v.
een ernstig psychiatrisch ziektebeeld of ernstige psychische problemen
- vi.
een vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis, bijvoorbeeld dementie
- vii.
handelingsonbekwaamheid
- viii.
het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift
- ix.
het niet verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).
- i.
- a.
- 3.
Als de cliënt niet in staat is om een pgb zelf te beheren, kan er een pgb-beheerder benoemd worden. Hiervoor geldt het volgende:
- a.
op de pgb-beheerder zijn lid 1 en 2 van overeenkomstige toepassing
- b.
de pgb-beheerder is niet de hulpverlener zelf en is ook geen familie in de 1e of 2e graad van de hulpverlener.
- a.
Artikel 46 Uitvoerder van het pgb
- 1.
Een uitvoerder van een pgb:
- a.
bejegent de cliënt te allen tijde passend en op respectvolle wijze
- b.
respecteert de privacy van de cliënt en gaat vertrouwelijk om met informatie van cliënt en diens persoonlijke situatie
- c.
neemt bij vermoedens van huiselijk geweld en/of kindermishandeling in het huishouden van de cliënt voor advies contact op met Veilig Thuis
- d.
biedt de ondersteuning of hulp in de directe omgeving van de cliënt
- e.
heeft passende en aantoonbare kennis van lokaal beschikbare (algemene) voorzieningen
- f.
werkt niet meer dan 48 uur per week.
- a.
- 2.
Een pgb, uitgevoerd door een persoon die informele hulp biedt, wordt alleen verstrekt als de persoon niet overbelast is.
- 3.
In het Toetsingskader Wmo en Jeugdzorg staat dat de niet professionele inzet altijd in redelijke verhouding moet zijn met de professionele inzet. Hiervan is sprake als minstens 80% van de maatwerkvoorziening geleverd wordt door een professional met een passende opleiding voor de problematiek van de cliënt. Voor de overige tijd is er altijd een professional op afroep beschikbaar.
- 4.
Om de veiligheid, cliëntgerichtheid en doelmatigheid te toetsen vragen we in ieder geval de volgende stukken op bij de cliënt:
- a.
relevante verklaring omtrent gedrag (VOG) van alle betrokken hulpverleners (maximaal 3 maanden oud)
- b.
relevante en recente (zorg)diploma’s van alle betrokken uitvoerders van het pgb
- c.
informatie over de klachtenprocedure
- d.
een keurmerk of kwaliteitscertificaat.
- a.
- 5.
Wanneer een persoon informele hulp biedt, zijn de stukken in lid 4 onder c. en d. niet noodzakelijk.
Artikel 47 Weigeringsgronden pgb
De gemeente weigert een pgb in de volgende situaties.
- 1.
Als de kosten van het betrekken van de hulp of ondersteuning hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura.
- 2.
Wanneer de gemeente eerder heeft besloten om de pgb-beschikking in te trekken of te herzien én het pgb terug te vorderen omdat:
- a.
de cliënt opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en/of
- b.
de cliënt ouders niet voldeed aan de pgb-voorwaarden en/of
- c.
de cliënt het pgb niet of voor een ander doel gebruikte.
- a.
- 3.
Wanneer de gemeente heeft vastgesteld dat de uitvoerder van het pgb fraude heeft gepleegd met gelden die bestemd zijn om zorg te verlenen, dan wel met deze gelden onrechtmatig heeft gehandeld. Deze feiten kunnen blijken uit ingestelde bestuursrechtelijke en strafrechtelijke onderzoeken.
- 4.
Wanneer de gemeente heeft vastgesteld dat de uitvoerder van het pgb niet-integer heeft gehandeld.
- 5.
Wanneer de gemeente heeft vastgesteld dat de cliënt, de vertegenwoordiger of de uitvoerder van het pgb
- a.
in het verleden schuldig is bevonden in verband met frauduleus handelen met zorggelden, belastingen en/of afdrachten van sociale- en pensioenpremies
- b.
op het moment verdachte is in verband met frauduleus handelen met zorggelden, belastingen en/of afdrachten van sociale- en pensioenpremies.
- a.
Artikel 48 Besteding pgb buiten Assen
- 1.
Uitgangspunt is dat ondersteuning in de woonomgeving van de cliënt wordt gegeven. In individuele gevallen kan de gemeente hiervan afwijken. Dit geldt niet wanneer er sprake is van een verblijf in een behandelinstelling, beschermd wonen en thuiswonen.
- 2.
Besteding van het pgb tijdens tijdelijk verblijf buiten de gemeente Assen, bijvoorbeeld tijdens een vakantie, is maximaal 13 weken per kalenderjaar mogelijk met de eigen zorgverlener.
- 3.
Binnen de periode van 13 weken zoals beschreven in lid 2, is besteding van het pgb tijdens tijdelijk verblijf in het buitenland, maximaal 6 weken per kalenderjaar mogelijk. De cliënt moet hier vooraf toestemming voor vragen.
- 4.
Op besteding van het pgb buiten de gemeente Assen zijn alle verplichtingen en kwaliteitseisen met betrekking tot het pgb van toepassing.
Artikel 49 Verantwoordelijkheden van de cliënt of pgb-beheerder
- 1.
De cliënt aan wie een pgb is toegekend of de pgb-beheerder is verantwoordelijk voor:
- a.
het inkopen van de maatwerkvoorziening
- b.
het bijhouden van een administratie die in elk geval de volgende gegevens bevat:
- i.
de dagen waarop de ondersteuning is verleend
- ii.
de begin- en eindtijd van de verleende ondersteuning
- iii.
de soort ondersteuning welke is verleend
- iv.
de plaats waar de ondersteuning is gegeven
- i.
- c.
het doorgeven van loongegevens aan de Belastingdienst
- d.
dat de ondersteuning blijft voldoen aan de eisen zoals die in de beschikking zijn vermeld voor de volledige looptijd van de voorziening
- e.
het bewaken van de kwaliteit van de ondersteuning
- f.
de gemeente in kennis stellen van alle informatie die van invloed is of kan zijn op het pgb
- g.
contact onderhouden met en declareren bij de SVB.
- a.
Artikel 50 De zorgovereenkomst
- 1.
De cliënt aan wie een pgb is verleend, sluit met de uitvoerder van het pgb een zorgovereenkomst af.
- 2.
De overeenkomst bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van de gemeente en de Sociale verzekeringsbank (SVB).
- 3.
De cliënt gebruikt de modelovereenkomst van de SVB als zorgovereenkomst.
- 4.
Wijziging van de zorgovereenkomst moet onmiddellijk aan de SVB kenbaar worden gemaakt.
Artikel 51 Strafrechtelijk onderzoek en aangifte
De gemeente kan aangifte doen bij een redelijk vermoeden, als omschreven in artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering, van het plegen van strafbare feiten als gevolg waarvan er ten onrechte een pgb is toegekend en betaald.
Hoofdstuk 5 Bijdrage in de kosten
Artikel 52 Eigen bijdrage maatschappelijke opvang
- 1.
De gemeente bepaalt de hoogte van de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang aan de hand van de richtlijn als genoemd in artikel 3:20 van het besluit.
- 2.
De gemeente hanteert de volgende uitzonderingen op het bepaalde in het eerste lid:
- a.
Als het netto-inkomen hoger is dan de bijstandsuitkering of inkomensvoorziening waarop cliënt recht zou hebben, wordt de hoogte van de eigen bijdrage vastgesteld op de bijstandsnorm respectievelijk inkomensvoorziening waarop cliënt recht zou hebben. De hoogte van de eigen bijdrage wordt vermeerderd met 15% van het verschil tussen het netto-inkomen en de betreffende uitkering, onder aftrek van de norm persoonlijke uitgaven.
- b.
Als cliënt gebruik maakt van crisisopvang en kosten moet dragen voor een zelfstandige woonruimte, wordt de bijdrage gedurende maximaal 6 maanden verminderd met een bedrag voor dubbele woonlasten: 20% van de bijstandsnorm respectievelijk inkomensvoorzieningsnorm die van toepassing is.
- a.
- 3.
De gecontracteerde partners voor de kortdurende opvang innen de eigen bijdrage.
Artikel 53 Tijdelijke vrijstelling eigen bijdrage
- 1.
De gemeente heeft een aanvullende mogelijkheid om in specifieke situaties tijdelijk de eigen bijdrage op nul euro vast te stellen voor individuele cliënten op basis van de artikel 3.8, derde lid, sub g en h Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
- 2.
De gemeente verleent vrijstelling aan:
- a.
mensen die zorg en ondersteuning mijden vanwege de eigen bijdrage. Het alsnog gaan betalen van de eigen bijdrage en verminderen van de zorgmijding moet dan een doel van de ondersteuning zijn. De vrijstelling is dan ook tijdelijk en uiterlijk tot dit doel is bereikt
- b.
mensen die zelf aangeven de eigen bijdrage niet te kunnen betalen én in een schuldsaneringstraject zitten in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) of in een minnelijke schuldregeling. De vrijstelling is dan ook tijdelijk voor de duur van hun schuldregeling.
- a.
- 3.
Cliënt dient hiervoor schriftelijk een gemotiveerd verzoek in. Wanneer er sprake is van een schuldsaneringstraject worden bewijsstukken meegestuurd.
- 4.
Van een omstandigheid als bedoeld in artikel 3.8, lid 3 onder g van het besluit is in ieder geval sprake als:
- a.
cliënt begeleiding krijgt in het kader van maatschappelijke opvang of
- b.
sprake is van bemoeizorg en door het bieden van begeleiding overlast voor de omgeving zoveel mogelijk wordt voorkomen.
- a.
- 5.
De vrijstelling geldt niet voor de eigen bijdrage beschermd wonen.
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke opvang
Artikel 54 Maatschappelijke opvang
- 1.
De gemeente verstaat onder kortdurende opvang een tijdelijk verblijf gedurende een volledig etmaal of langer, voor mensen die dak- of thuisloos zijn gedurende maximaal 6 maanden.
- 2.
De maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste lid kan ambtshalve worden verlengd op advies van de uitvoerende instanties voor kortdurende opvang.
- 3.
De gemeente verstrekt een maatwerkvoorziening kortdurende opvang in de vorm van:
- a.
onderdak
- b.
slaapgelegenheid
- c.
voeding
- d.
begeleiding.
- a.
- 4.
De gemeente bepaalt het recht op een maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste lid tevens op basis van de mate van zelfredzaamheid van cliënt.
- 5.
De gemeente beëindigt het recht op kortdurende opvang als:
- a.
cliënt zelfstandige woonruimte heeft betrokken of
- b.
een vorm van beschermd wonen heeft geaccepteerd.
- a.
Artikel 55 Melding en (eerste) opvang
- 1.
Een behoefte aan maatschappelijke opvang kan door of namens een cliënt bij de gemeente worden gemeld.
- 2.
In die situaties waarin onmiddellijk maatschappelijke opvang noodzakelijk is, beslist de gemeente direct tot verstrekking van een voorziening maatschappelijke opvang in afwachting van de uitkomst van het onderzoek zoals bedoeld in artikel 56 en de aanvraag van de cliënt.
- 3.
Indien de gemeente niet onmiddellijk maatschappelijke opvang kan bieden wanneer dit wel meteen noodzakelijk is, treft de gemeente maatregelen om op een andere wijze of in een andere gemeente of regio tijdig te voorzien in de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke opvang.
Artikel 56 Onderzoek
- 1.
De gemeente verschaft met de cliënt zekerheid over wat de woonplaats was van de cliënt voor het ontstaan van dakloosheid.
- 2.
Indien de gemeente vaststelt dat de cliënt, voor het ontstaan van dakloosheid, woonachtig was in een gemeente of regio buiten centrumgemeente Assen en hierover overeenstemming heeft met de gemeente of regio in kwestie, kan de gemeente de uitvoering van het onderzoek overlaten aan de gemeente of regio in kwestie, waarbij bij overdracht van eventuele informatie artikel 57 van toepassing is.
- 3.
Indien de gemeente de woonplaats van de cliënt voor het ontstaan van dakloosheid niet vaststelt of kan vaststellen, dan wel de uitvoering van het onderzoek niet wenst te laten uitvoeren door de gemeente of regio zoals bedoeld in lid 2 voert de gemeente het onderzoek uit. Dit geldt ook indien de gemeente niet tot overeenstemming komt met de in lid 2 bedoelde gemeente of regio.
- 4.
Indien de gemeente het onderzoek zelf uitvoert, kan zij de in lid 2 bedoelde gemeente of regio verzoeken om informatie ten behoeve van het onderzoek aan te leveren.
- 5.
De gemeente onderzoekt in welke gemeente of regio een traject in de maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft, dat wil zeggen het meeste kan bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie (en daarmee het duurzaam herstel) van de cliënt.
- 6.
De gemeente betrekt bij het onderzoek in elk geval de wens van de cliënt. Verder dient de gemeente ook in elk geval bij het onderzoek te betrekken:
- a.
of er factoren zijn in een gemeente of regio die de kans van slagen van een traject naar verwachting vergroten, zoals een sociaal netwerk welke een positieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt, en/of bestaand werk en/of dagbesteding en/of onderwijs van de cliënt en/of lopende hulpverlenings- of ondersteuningstrajecten.
- b.
of er factoren zijn in een gemeente of regio die de kans van slagen van een traject naar verwachting verkleinen, zoals een sociaal netwerk welke een negatieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt en/of actuele criminele activiteiten van de cliënt en/of maatregelen die opgelegd zijn aan de cliënt.
- a.
- 7.
Het onderzoek, zoals bedoeld in lid 3, wordt zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen 2 weken uitgevoerd, tenzij er redenen zijn, buiten de invloed van de gemeente, die dit onmogelijk maken.
- 8.
De uitkomsten van het onderzoek worden vastgelegd in een onderzoeksverslag.
- 9.
Indien de gemeente, conform lid 2, de uitvoering van het onderzoek overgedragen heeft aan een bepaalde gemeente of regio, dan vergewist de gemeente zich van de uitkomsten van het onderzoek.
Artikel 57 Overdracht van cliënt en cliëntgegevens
- 1.
Indien de gemeente, op grond van het in artikel 56 bedoelde onderzoek, van oordeel is dat de kans van slagen van een traject groter is in een andere gemeente of regio, dan neemt de gemeente - in overleg met de cliënt - contact op met die andere gemeente of regio.
- 2.
Deelt de andere gemeente of regio het oordeel van de gemeente, zoals bedoeld in lid 1, dan vindt de overdracht van de cliëntgegevens én de cliënt onverwijld plaats. Dit tenzij met de andere gemeente of regio wordt overeengekomen dat het bijdraagt aan de kans van slagen van een traject als deze overdracht later plaatsvindt.
- 3.
Tot aan het moment van daadwerkelijke overdracht van de cliënt blijft de gemeente maatschappelijke opvang bieden, dan wel blijft de gemeente andere maatregelen treffen om op een andere wijze te voorzien in de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke opvang.
- 4.
De gemeente draagt bij de overdracht alle noodzakelijke informatie over de cliënt, waaronder het onderzoeksverslag, over aan de andere gemeente of regio, in overleg met de cliënt.
- 5.
De gemeente maakt met de andere gemeente of regio en de cliënt voorts concrete afspraken over:
- a.
de datum van overdracht
- b.
welke aanbieder de cliënt maatschappelijke opvang, dan wel andere ondersteuning die in de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke opvang voorziet, zal bieden in de andere gemeente of regio
- c.
hoe het vervoer van de cliënt en eventuele reisbegeleiding plaatsvindt.
- a.
- 6.
Indien de cliënt weigert medewerking te verlenen aan de in lid 2 bedoelde overdracht, kan de gemeente overgaan tot weigering van de aanvraag tot een voorziening maatschappelijke opvang.
Artikel 58 Verschil van mening tussen gemeenten
- 1.
Bij verschil van mening tussen de gemeente en de andere gemeente of regio over de vraag welke gemeente of regio verantwoordelijk is voor het bieden van maatschappelijke opvang aan de cliënt spant de gemeente zich maximaal in om tot een oplossing te komen.
- 2.
Indien de gemeente én de andere gemeente of regio niet tot een oplossing komen, kan de gemeente het geschil voorleggen aan de commissie geschillen landelijke toegankelijkheid.
- 3.
In afwachting van het oordeel van de in het tweede lid genoemde commissie blijft de gemeente een voorziening maatschappelijke opvang bieden, dan wel op andere wijze voorzien in de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke opvang.
- 4.
De gemeente volgt in het geschil het oordeel van de in het tweede lid genoemde commissie.
Artikel 59 Begeleiding maatschappelijke opvang
- 1.
Begeleiding Maatschappelijke Opvang betreft ondersteuning aan volwassenen met ernstige problemen op meerdere terreinen van wonen en leven (dak- en thuisloosheid, geweld, maatschappelijke uitval). Het gaat om ambulante begeleiding van zelfstandig wonende mensen gericht op preventie (dakloosheid voorkomen) of nazorg (cliënt is uitgestroomd uit de maatschappelijke opvangvoorziening en woont weer op zichzelf).
- 2.
Begeleiding Maatschappelijke Opvang wordt namens de regiogemeenten georganiseerd door centrumgemeente Assen.
- 3.
Begeleiding Maatschappelijke Opvang omvat begeleiding op (een combinatie van) verschillende resultaatgebieden: veilige huiselijke relatie, zelfstandig wonen, financiën op orde, omgang met instanties, ADL op orde, sociaal netwerk, maatschappelijke participatie, gezondheid en verslaving.
Hoofdstuk 7 Herziening, intrekking en beëindiging
Artikel 60 Herziening, intrekking en beëindiging
- 1.
Onverminderd het bepaalde in de Wmo en in de verordening herziet, trekt in of beëindigt de gemeente het recht op een maatwerkvoorziening als:
- a.
cliënt verhuist naar een andere gemeente
- b.
cliënt overlijdt
- c.
er sprake is van fraude
- d.
er naar oordeel van de gemeente sprake is van onvoldoende doelmatigheid
- e.
cliënt aangeeft dat zijn situatie is veranderd en de gemeente vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet of niet meer noodzakelijk is
- f.
cliënt een indicatie heeft in het kader van de Wet langdurige zorg, een 24-uursindicatie vanuit de Zorgverzekeringswet of als er sprake is van forensische zorg als bedoeld in de Wet forensische zorg én de verstrekking van een maatwerkvoorziening onder één van de genoemde wetten valt
- g.
cliënt de hulp binnen 6 maanden na toekenning niet heeft aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt
- h.
cliënt de hulp langer dan 6 maanden niet heeft benut.
- a.
- 2.
In geval van onterecht gebruik van ondersteuning na beëindiging van de indicatie, kunnen eventuele kosten die hieruit voortvloeien op cliënt worden verhaald.
- 3.
De gemeente beëindigt het recht op een maatwerkvoorziening voor beschermd wonen indien cliënt verhuist naar een gemeente buiten de centrumgemeenteregio, tenzij de voorziening, op grond van de afspraken uit het Convenant Landelijke Toegankelijkheid Maatschappelijke Opvang En Beschermd Wonen en bijbehorende handreiking, tijdelijk door de centrumgemeente gefinancierd wordt.
Hoofdstuk 8 Kwaliteit
Artikel 61 Kwaliteit en toezicht
- 1.
Voor alle ondersteuning via de Wmo (zowel in natura als pgb) gelden de kwaliteitseisen zoals opgenomen in het Toetsingskader Wmo en Jeugdzorg, zoals gepubliceerd op de website nmdsamenwerking.nl, de verordening en de nadere regels.
- 2.
Het toezicht op de kwaliteit van de geboden ondersteuning wordt uitgevoerd aan de hand van het Toetsingskader Wmo en Jeugdzorg.
Hoofdstuk 9 Waardering en ondersteuning mantelzorgers
Artikel 62 Ondersteuning mantelzorgers
- 1.
De uitvoering van de ondersteuning van mantelzorgers als bedoeld in artikel 13 van de verordening gebeurt in de eerste plaats via Vaart Welzijn (via de buurtteams en het team Informele Ondersteuning). Indien noodzakelijk kan er vanuit een maatwerkvoorziening mantelzorgondersteuning worden ingezet. Tot slot zijn er digitale ondersteuningsmogelijkheden: enerzijds via de website www.ikzorginassen.nl en anderzijds via de Digitale Assistent App van Valtes.
- 2.
Onder ondersteuning van mantelzorgers wordt in ieder geval verstaan:
- a.
in beeld brengen van de mantelzorger en daarmee de specifieke doelgroepen (jong, werkend, dementie, psychiatrie)
- b.
deskundigheidsbevordering
- c.
respijtzorg
- d.
informatie en advies
- e.
voorlichting
- f.
lotgenotencontact
- g.
samenwerking door en met organisaties.
- a.
Artikel 63 Jaarlijkse waardering
- 1.
Elk jaar waardeert de gemeente haar volwassen mantelzorgers (18 jaar en ouder) met een bedrag van € 100,-. Dit bedrag wordt uitbetaald op de bankrekening.
- 2.
Elk jaar waardeert de gemeente haar jonge mantelzorgers van:
- a.
7 tot en met 14 jaar met 2 cadeaubonnen om iets leuks te doen
- b.
15 tot en met 17 jaar met een bedrag van € 50,-.
- a.
- 3.
De mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd via de website www.ikzorginassen.nl.
- 4.
Daarnaast worden mantelzorgers in het zonnetje gezet tijdens de jaarlijkse dag van de mantelzorg in november. Vaart Welzijn organiseert jaarlijks een activiteit in de Week van de Jonge Mantelzorger in juni.
Hoofdstuk 10 Slotbepalingen
Artikel 64 Inwerkingtreding en intrekking en citeertitel
- 1.
De nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen 2025 wordt ingetrokken.
- 2.
Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
- 3.
Dit besluit kan worden aangehaald als “Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2026”.
Ondertekening
Ondertekening Ondertekening
Burgemeester Secretaris
TOELICHTING
Deze nadere regels moeten in samenhang met Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen 2026 gelezen worden. Dit betekent dat zaken die in de verordening geregeld worden, niet herhaald worden in de nadere regels.
Paragraaf Schoon en leefbaar huis
Toelichting over het normenkader
Het HHM-Normenkader maakt het mogelijk voor de gemeente Assen om resultaatgericht te indiceren en rechtszekerheid te bieden aan de cliënt, met een onderbouwing die voldoet aan de eisen die de rechter hieraan stelt. Het resultaat schoon en leefbaar huis wordt beschreven door de schoonmaakactiviteiten en de frequentie daarvan vast te stellen in de beschikking. De activiteiten en de frequentie zijn gebaseerd op objectieve criteria en deugdelijk onderzoek van bureau HHM. Zie bijlage 3 van het normenkader voor de (basis)activiteiten en de frequentie.
Toelichting over hoe de gemeente Assen het Normenkader toepast
Bij toepassing van het normenkader maakt de gemeente een optelsom van de resultaatgebieden waarbij de cliënt ondersteuning nodig heeft. Zo nodig wordt ‘meer inzet’ opgeteld en ‘minder inzet’ afgetrokken. Het normenkader wordt op de volgende manier geïnterpreteerd.
- •
De gemiddelde cliëntsituatie betreft professionele overname van de basisactiviteiten. Dit vormt het uitgangspunt welke voor de individuele cliënt op maat moet worden gemaakt.
- •
De professionele hulp stemt met de cliënt de uit te voeren werkzaamheden en de frequentie af. Bijlage 3 van het normenkader geeft een indruk van de activiteiten en in welke frequentie deze uitgevoerd kunnen worden.
- •
Het normenkader betreft de voor de hulp beschikbare totale inzet. Het betreft dus geen instructietijd voor het uitvoeren van bepaalde activiteiten. In ieder huishouden, in iedere situatie, is sprake van net weer wat andere verdelingen van activiteiten en van de frequentie die nodig is.
- •
In het normenkader is bij het bepalen van de activiteiten en frequentie de indirecte inzet zoals het maken van afspraken, interactie met de cliënt en bijvoorbeeld het pakken en opruimen van schoonmaakmiddelen meegenomen.
- •
Uit diverse onderzoeken is gebleken dat deze basisactiviteiten en frequentie toereikend is om te doen wat nodig is in de gemiddelde cliëntsituatie. Voorwaarde hiervoor is daarom dat goed onderzoek is gedaan naar de individuele situatie van de cliënt (keukentafelgesprek).
- •
Met dit normenkader kan een verantwoord niveau van een schoon en leefbaar huishouden worden gerealiseerd. Aandachtspunt is dat persoonlijke opvattingen van cliënten of hulpen soms anders zijn dan waarop dit normenkader is gebaseerd. Het normenkader is dan leidend, omdat dit op basis van onderzoek bij en met vele cliënten en in afstemming met diverse deskundigen tot stand is gekomen.
Toelichting op de gemiddelde cliëntsituatie
In dit document wordt gesproken over de gemiddelde cliëntsituatie. Hieronder wordt verstaan:
- •
Een huishouden met 1 of 2 volwassenen zonder thuiswonende kinderen.
- •
Wonend in een zelfstandige huisvestingssituatie, gelijkvloers of met een trap.
- •
Er zijn geen huisdieren aanwezig die extra inzet van ondersteuning vragen.
- •
De cliënt kan de woning dagelijks op orde houden (bijvoorbeeld aanrecht afnemen, algemeen opruimen) zodat deze gereed is voor de schoonmaak.
- •
De cliënt heeft geen mogelijkheden om zelf bij te dragen aan de activiteiten die moeten worden uitgevoerd,
- •
Er is geen ondersteuning vanuit mantelzorgers, netwerk en vrijwilligers bij activiteiten die moeten worden uitgevoerd.
- •
Er zijn geen beperkingen of belemmeringen aan de orde bij de cliënt die maken dat de woning extra vervuilt of dat de woning extra schoon moet zijn.
- •
De woning heeft geen uitzonderlijke inrichting en is niet extra bewerkelijk of extra omvangrijk.
Toelichting bij normenkader over indicatie voor extra kamer(s)
Een woning kan meerdere slaapkamers, eventueel ook logeerkamers, omvatten, naast de dagelijks in gebruik zijnde slaapkamer. Als deze extra kamers niet in gebruik zijn, moeten ze toch één keer per maand worden schoongemaakt, om te zorgen dat ze op termijn niet een bron van vervuiling van het hele huis worden.
Een kamer waar alleen een wasrek staat en eventueel de strijk wordt gedaan, valt onder de noemer ‘niet in gebruik’ en wordt eenmaal per maand schoongemaakt.
Er kunnen redenen zijn waarom een extra kamer wel regelmatig schoongemaakt moet worden, bij voorbeeld wanneer een (echt)paar gescheiden slaapt. Als sprake is van een huisgenoot met een eigen slaapkamer, dan ligt de vraag voor of professionele overname van het schoonmaken van die slaapkamer noodzakelijk is of dat hier sprake is van eigen kracht of gebruikelijke zorg van die huisgenoot.
Als (klein)kinderen komen logeren, wordt van hen verwacht dat zij hun kamer zelf schoon maken.
Ook kamers of zolders die bij voorbeeld als hobbykamer worden gebruikt worden eenmaal per maand schoongemaakt.
Toelichting op het resultaat boodschappen
Een boodschappendienst in doorgaans een algemeen gebruikelijke voorziening. Of dat werkelijk zo is wordt bepaald door of deze dienst:
- •
daadwerkelijk beschikbaar is en
- •
een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en
- •
deze financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau.
Indien de cliënt de boodschappendienst niet zelf kan regelen dan is inzet vanuit gebruikelijke hulp, sociaal netwerk en /of een vrijwilliger, voorliggend om de cliënt te helpen bij de bestelling.
De omstandigheid dat de supermarkt waar de cliënt normaal gesproken zijn boodschappen doet of zou willen doen geen boodschappendienst heeft, maakt niet dat een andere boodschappendienst niet als passende oplossing kan gelden.
Als de cliënt zelf nog in staat is om met een scootmobiel (dagelijkse) boodschappen te doen kan van de cliënt ook worden verlangd om de hulp van het personeel of het netwerk in te roepen als hij onverwacht niet bij een boodschap kan omdat deze te laag of te hoog in de schappen ligt. Verder mag van de cliënt in voorkomende gevallen ook worden verwacht dat met een daarop gerichte training wordt geleerd om met een scootmobiel op een veilige manier winkels binnen te gaan en boodschappen te doen.
Eigen keuzes, zoals de keuze voor speciaal voedsel dat maar beperkt te koop wordt aangeboden, waardoor extra reizen nodig is of het doen van boodschappen in een groot aantal winkels resulteert niet in extra inzet voor het resultaat boodschappen. Alleen wanneer bovenstaande medisch noodzakelijk is, kan de cliënt extra inzet krijgen vanuit het resultaat boodschappen.
Uit onderzoek/keukentafelgesprek kan blijken dat de cliënt geen gebruik kan maken van de boodschappendienst omdat de cliënt de boodschappen van de bezorgservice niet kan aanpakken en/of opruimen. Een eventueel passende oplossing zou kunnen zijn dat de bezorgdienst gevraagd wordt om de spullen weg te zetten.
Het feit dat de cliënt, die gebruik kan maken van de boodschappendienst (of bezorgen van maaltijden), afhankelijk is van bezorgtijden brengt niet mee dat de boodschappendienst om die reden niet als passende oplossing kan worden aangemerkt (ECLI:NL:CRVB:2011:BU5492).
Hoofdstuk 2 Vormen van ondersteuning en resultaatgebieden
Artikel 2 Aspecten ambulante begeleiding
Ambulante begeleiding is op drie niveaus ingekocht: Basis, Basis Plus en Specialistisch.
Begeleiding Basis
Basis begeleiding is praktijkgerichte begeleiding, met nadruk op het stimuleren van zelfredzaamheid, het aanbrengen van structuur en het ondersteunen bij dagelijkse taken. Gericht op sociale activering (stimuleren van deelname aan de samenleving, vergroten van sociale contacten, opbouwen van routine). Er is geen sprake van overname van taken: begeleiding is gericht op ondersteunen, oefenen, aanleren en coachen. Voorliggende voorzieningen (zoals huishoudelijke hulp) worden eerst benut. Inzet kan kortdurend (aanleren/ontwikkelen van vaardigheden) of langdurend (stabiliseren, voorkomen van achteruitgang) zijn.
Probleemgebieden:
- •
Eén of meerdere leefgebieden met lichte tot matige beperkingen in het dagelijks functioneren.
- •
Geen sprake van ernstige psychiatrische problematiek, ernstige gedragsproblemen of acute onveiligheid.
- •
Voorbeelden: ondersteuning bij administratie, boodschappen plannen, structuur aanbrengen in dagindeling, oefenen van sociale vaardigheden.
Helderheid problematiek
- •
Situatie en hulpvraag zijn helder.
- •
Doelen zijn concreet en goed te formuleren.
Begeleiding Basis Plus
Bij basis plus begeleiding neemt de aanbieder tijdelijk regie of taken over, omdat de inwoner dit zelf (nog) niet kan. Begeleiding omvat methodisch werken, gedragsverandering en intensievere ondersteuning. Inzet kan kortdurend (doorbreken van patronen, aanleren van vaardigheden) of langdurend (stabiliseren en voorkomen van terugval) zijn. Specifieke kennis van bepaalde problematieken (zoals ASS, LVB of NAH) kan noodzakelijk zijn.
Probleemgebieden
- •
Er spelen meerdere probleemgebieden die elkaar negatief beïnvloeden.
- •
Complexe ondersteuningsvragen die om intensievere afstemming vragen.
- •
Voorbeelden: begeleiding bij combinatie van schulden, psychische klachten en verstoorde dagstructuur, aanleren van communicatie- of opvoedingsvaardigheden in een gezinssituatie.
Helderheid problematiek
- •
De problematiek is deels helder, maar er kunnen onduidelijkheden of diffuus beeld zijn.
- •
Doelen worden gefaseerd opgesteld en periodiek bijgesteld.
Begeleiding Specialistisch
Specialistische begeleiding is gericht op inwoners met ernstige, complexe problemen die leiden tot forse beperkingen in zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. De begeleiding is specialistisch van aard en vereist analytische en gedragsgerichte methodieken (bijv. oplossingsgericht werken, motiverende gespreksvoering, crisisinterventie). Het doel is stabiliseren van de situatie en het creëren van voorwaarden voor afschaling naar Basis of Basis Plus. In principe kortdurend (richtwaarde maximaal 12 maanden). Bij verlenging is een gemotiveerde herbeoordeling noodzakelijk.
Probleemgebieden
- •
Meervoudige en complexe problematiek, vaak op meerdere leefgebieden tegelijk.
- •
Voorbeelden: ernstige psychiatrische stoornissen, ernstige gedragsproblemen, acute crisissituaties, onveilige thuissituatie, dreigende dak- of thuisloosheid.
Helderheid problematiek
- •
Complexe en verweven problematiek, vaak met beperkte probleeminzicht bij de inwoner.
- •
Diagnostiek en/of betrokkenheid van een behandelaar kan noodzakelijk zijn.
- •
Samenwerking met behandelaren (GGZ, Jeugd-GGZ e.d.) is vaak een randvoorwaarde.
Artikel hulphond
Er bestaan diverse soorten hulphonden, zoals de blindengeleidehond en ADL-hond. Deze hulphonden worden vanuit de Zorgverzekeringswet vergoed. Dit geldt echter alleen voor hulphonden waarvan wetenschappelijk is vastgesteld dat zij effectief zijn. Dit geldt voor de blindengeleidehond, de ADL-hulphond en de signaalhond.
Inmiddels zijn er ook allerlei andere soorten hulphonden, zoals de PTSS-hulphond en ook bijvoorbeeld de hulphond die mensen met autisme helpt. Van deze hulphonden is (nog) niet wetenschappelijk vastgesteld dat zij bewezen effectief zijn. Vanuit de Zorgverzekeringswet (ZvW) wordt er daarom geen vergoeding verstrekt voor deze honden.
De gemeente Assen vergoedt, onder voorwaarden, de opleidingskosten voor een hulphond. Deze voorwaarden zijn in de nadere regels uitgewerkt.
Voorbeelden van kosten die uitgesloten zijn van vergoeding:
- •
aanschaf van de hond
- •
dierenartskosten en medicijnen
- •
huisdierverzekering
- •
voeding
- •
verzorging zoals trimmen
- •
dierbenodigdheden zoals een mand, bench, riem en alle overige bijkomende kosten die horen bij het hebben van een huisdier.
Hoofdstuk 3 Hulpmiddelen, rolstoelen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen
Artikel 26 Vervoersvoorziening
Voor een stalling gelden de volgende voorwaarden:
- •
hulpmiddelen mogen niet in gemeenschappelijke ruimtes van wooncomplexen staan, zoals in gangen of trappenhuizen, omdat deze als vluchtroute vrij moeten blijven
- •
de stalling moet goed bereikbaar zijn, dus zonder drempels en met voldoende ruimte om te manoeuvreren
- •
er kunnen afspraken worden gemaakt over het gebruik van de stalling en eventuele kosten voor de bewoner.
Artikel 29 Sporthulpmiddel
Sporten en bewegen is geen doel in het kader van de Wmo. De gemeente verstrekt een sporthulpmiddel indien verstrekking ervan noodzakelijk is om in aanvaardbare mate te kunnen participeren. Wanneer een sporthulpmiddel niet wordt verstrekt op grond van de Wmo of er wel een pgb wordt toegekend, maar het bedrag niet toereikend is om de gewenste voorziening aan te schaffen, kan er een beroep worden gedaan op fondsen.
Hoofdstuk 4 Persoonsgebonden budget
Artikel 44 Tarieven pgb ondersteuning
De pgb-tarieven voor informele hulp voor begeleiding en schoon en leefbaar huis worden gebaseerd op het wettelijk minimumloon vermeerderd met vakantietoeslag. Dit naar aanleiding van de uitspraken van de CRvB: ECLI:NL:CRVB:2025:1276 en ECLI:NL:CRVB:2025:1380.
Voor de pgb-tarieven voor schoon en leefbaar huis informele hulp wordt geen onderscheid gemaakt tussen wel/geen overname van regie.
Voor informele hulp kan het pgb-tarief verhoogd worden met de werkgeverslasten. De gemeente doet dit alleen wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan. Bij familie in de eerste en tweede graad van de cliënt is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst en zijn er geen werkgeverslasten van toepassing.
Er zijn 2 tarieven voor werkgeverslasten: een laag tarief en een hoog tarief. Deze tarieven worden gepubliceerd op de website van de SVB.
Werkgevers betalen het lage tarief als de arbeidsovereenkomst aan 3 voorwaarden voldoet:
- •
de overeenkomst is schriftelijk vastgelegd
- •
de werknemer is voor onbepaalde tijd in dienst
- •
budgethouder en zorgverlener hebben in de overeenkomst een vast aantal uren per week of per maand afgesproken.
Voldoet de arbeidsovereenkomst met de zorgverlener niet aan al deze voorwaarden dan is het hoge werkgeverstarief van toepassing.
Als het lagere tarief is gehanteerd en later blijkt dat het hogere tarief van toepassing is, verhoogt de gemeente het budget met terugwerkende kracht.
Voorwaarden om voor een pgb in aanmerking te komen
In artikel 2.3.6 Wmo worden een drietal voorwaarden gesteld om in aanmerking te komen voor een pgb. Een pgb wordt verstrekt indien:
- 1.
de cliënt naar het oordeel van de gemeente op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociaal netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren
- 2.
de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als pgb geleverd wenst te krijgen (Wmo)
- 3.
naar het oordeel van de gemeente is gewaarborgd dat de maatschappelijke ondersteuning en andere maatregelen die tot de voorziening behoren en die de cliënt van het budget wil betrekken van goede kwaliteit (veilig, doeltreffend en cliëntgerichtheid) zijn.
Het is aan de gemeente om invulling te geven aan de toetsing die plaatsvindt op grond van de eerste en de derde voorwaarde. In artikel 4.3 beschrijven wij dit beoordelingskader. Deze voorwaarden komen overeen met het landelijke toetsingskader minimale pgb vaardigheid.
Wat wordt aangegeven voor de cliënt, geldt in dezelfde mate voor een persoon uit zijn sociale netwerk of de vertegenwoordiger die cliënt ondersteunt bij de aan het pgb verbonden taken.
Zorgverleners en diens eerste- en tweedegraads familieleden mogen niet namens de aanvrager de regietaken met betrekking tot het pgb uitvoeren. Dit levert een onwenselijke vermenging van taken en verantwoordelijkheden op.
De omstandigheden die opgenoemd worden in het eerste lid van artikel 4.3 zijn niet limitatief. Ook andere omstandigheden kunnen van invloed zijn op de beslissing om wel of geen pgb toe te kennen.
Artikel 46 Uitvoerder van het pgb
Relevante en recente (zorg)diploma’s zijn bewijsstukken waaruit blijkt dat de hulpverlener in staat is om de juiste hulp te geven. Denk hierbij ook aan certificaten, trainingen, bijscholing en cursussen.
Hierbij wordt aangesloten bij de functie-eisen voor professionals wanneer die via een gecontracteerde aanbieder dezelfde hulp zouden geven.
Borgen van de kwaliteit van de ondersteuning is ook de reden dat een hulpverlener (professioneel en informeel) die via een pgb ingehuurd wordt nooit meer dan 48 uur ondersteuning per week mag leveren. Ondersteuners die structureel meer uren beschikbaar moeten zijn, raken overbelast. Dat geldt ook voor informele ondersteuners. Daarmee komt niet alleen de kwaliteit en de veiligheid van de ondersteuning in het geding, maar ook de gezondheid van de ondersteuner. Bij de beoordeling van het maximale aantal uren dat een hulpverlener nog ingehuurd mag worden, kunnen alle betaalde werkzaamheden worden meegewogen en ook de hoeveelheid ondersteuning die deze persoon, al dan niet via een pgb, levert aan andere personen of gezinsleden.
In de Arbeidstijdenwet staat dat iemand niet iedere week maximaal 60 uren mag werken. Voor een langere periode geldt het volgende:
- •
over een periode van 4 weken mag iemand gemiddeld 55 uur per week werken. Bij cao of bedrijfsregeling mag hiervan worden afgeweken, maar nooit meer dan 60 uur per week
- •
over een periode van 16 weken mag iemand gemiddeld maximaal 48 uur per week werken.
Een werkweek loopt van maandag 00.00 uur tot zondag 24.00 uur.
Artikel 47 Weigeringsgronden pgb
Wanneer het door de aanvrager beoogde pgb-aanbod duurder is dan het door de gemeente voorgestelde en ingekochte aanbod, kan de gemeente op die grond het pgb weigeren voor dat gedeelte dat duurder is dan het door de gemeente voorgestelde aanbod.
Niet integer handelen is onder andere:
- •
misbruik maken van voorkennis, persoonlijke en medische informatie van cliënten
- •
zich laten beïnvloeden in zijn oordeel als gevolg van een persoonlijke relatie, sociale status, uiterlijk, sekse en bevolkingsgroep
- •
iemand te bewegen door bedreiging, het aanbieden van geld of diensten of andere voordelen, door het uitoefenen van lichamelijke of psychische druk, dan wel het vertellen van onwaarheden met als doel een maatwerkvoorziening, individuele voorziening of (zorg)overeenkomst te verkrijgen op grond van de Wmo 2015 en/of Jeugdwet, Wet Langdurige Zorg (Wlz) of Zorgverzekeringswet (Zvw).
Artikel 48 Besteding pgb buiten Assen
Maatschappelijke ondersteuning dient zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving plaats te vinden. In de Wmo en de memorie van toelichting wordt niet uitgelegd wat precies bedoeld wordt met ‘eigen leefomgeving’. Maatschappelijke ondersteuning die in het buitenland wordt verleend, lijkt in beginsel niet onder de vergoedingsplicht van de wet te vallen.
De gemeente Assen wil niet te rigide omgaan met dit uitgangspunt. Daarom staan in dit artikel uitzonderingsgevallen op dit hoofdbeginsel omschreven.
Artikel 50 De zorgovereenkomst
De SVB heeft (digitaal) modelovereenkomsten opgesteld. Deze overeenkomsten moeten als basis worden gebruikt door de budgethouders en de zorgverleners. De bepalingen van de modelovereenkomst mogen niet worden geschrapt of aangepast. Er blijft wel ruimte om aanvullende afspraken in de overeenkomst op te nemen.
Een wijziging van de zorgovereenkomst moet door middel van een modelformulier aan de SVB kenbaar worden gemaakt. De wijziging moet in overeenstemming blijven met de toekenningsbeschikking.
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke opvang
Artikel 55 Melding en (eerste) opvang
Alle gemeenten dragen er (al dan niet in samenwerking met andere gemeenten in de betreffende regio) zorg voor dat personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving, zich kunnen melden bij de gemeente voor maatschappelijke opvang. De melding kan worden gedaan door of namens de cliënt.
De gemeente (dan wel het regionaal samenwerkingsverband van gemeenten welke zorgdraagt voormaatschappelijke opvang) tot welke iemand zich heeft gewend voor maatschappelijke opvang is in eerste instantie verantwoordelijk voor het bieden van maatschappelijke opvang. Gemeenten (dan wel het regionaal samenwerkingsverband van gemeenten welke zorgdragen voor maatschappelijke opvang) bieden altijd maatschappelijke opvang als het gaat om personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Maatschappelijke opvang wordt in elk geval geboden in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.
Daarbij is het van belang dat er voldoende maatschappelijke opvang in de gemeente (dan wel binnen de regio maatschappelijke opvang waartoe de gemeente behoort) beschikbaar is, dusdanig dat de maatschappelijke opvang direct kan worden geboden. Tegelijk is de praktijk in een aantal gemeenten (dan wel regio’s maatschappelijke opvang) dat er een situatie kan ontstaan dat maatschappelijke opvang tijdelijk niet kan worden geboden.
Als er door omstandigheden tijdelijk geen plaats in de maatschappelijke opvang kan worden geboden, zoekt de gemeente (dan wel het regionaal samenwerkingsverband waar de gemeente onderdeel van uitmaakt en dat zorgdraagt voor maatschappelijke opvang) tot welke de cliënt zich heeft gewend samen met de cliënt direct een tijdelijk passend alternatief, dusdanig dat de cliënt in elk geval direct (tijdelijk) onderdak en begeleiding wordt geboden in de betreffende gemeente (of in de regio waar de gemeente onderdeel van uitmaakt en die zorgdraagt voor maatschappelijke opvang).
De verantwoordelijkheid voor het bieden van maatschappelijke opvang hoeft niet altijd te betekenen dat in de betreffende gemeente (of in de regio maatschappelijke opvang waartoe de gemeente behoort) zelf deze maatschappelijke opvang wordt geboden. De maatschappelijke opvang kan ook worden geboden in een gemeente waarmee de betreffende gemeente regionaal samenwerkt in het kader van maatschappelijke opvang, dan wel kan door de betreffende gemeente (of door het regionaal samenwerkingsverband maatschappelijke opvang waartoe de gemeente behoort) tijdelijk in een andere regio beschikbaar worden gesteld. Ook kan een alternatief voor maatschappelijke opvang worden gebonden, maar in elk geval dusdanig dat wordt voorzien in de geconstateerde ondersteuningsbehoefte aan onderdak en begeleiding. Dit kan dus ook een alternatief zijn welke meer aansluit bij de geconstateerde ondersteuningsbehoefte. N.B. Het gaat in deze fase om de begeleiding tijdens de onderzoeksperiode.
Ook kan de gemeente (dan wel het regionaal samenwerkingsverband waartoe de gemeente behoort en welke maatschappelijke opvang biedt), waartoe iemand zich heeft gewend erin slagen direct (dezelfde dag) tot overdracht van de cliënt te komen naar een andere gemeente of regio, waardoor maatschappelijke opvang kan worden geboden in die andere gemeente of regio.
Artikel 56 Onderzoek
De gemeente (dan wel het regionaal samenwerkingsverband waartoe de gemeente behoort en welke zorg draagt voor maatschappelijke opvang), waartoe de cliënt zich heeft gewend, gaat vervolgens eerst met de cliënt na wat de woonplaats was van de cliënt voor het ontstaan van dakloosheid. De woonplaats is hierbij de gemeente de gemeente waar de cliënt het jaar voorafgaand aan de melding hoofdzakelijk is ingeschreven als ingezetene in de zin van de Wet basisregistratie personen. Ingeval de woonplaats niet op grond van de onderdelen Wet basisregistratie personen kan worden vastgesteld wordt de plaats van het werkelijke verblijf van de cliënt op het moment van de melding gehanteerd als ‘woonplaats’.
Indien wordt vastgesteld wat de woonplaats was van de cliënt vóór het ontstaan van dakloosheid, wordt de uitvoering van het onderzoek in beginsel overgedragen aan deze gemeente van herkomst (dan wel het regionaal samenwerkingsverband maatschappelijke opvang waartoe de gemeente van herkomst behoort). In beginsel mag van de gemeente van herkomst verwacht worden dat zij hiertoe bereid en in staat is. Indien de woonplaats niet vastgesteld kan worden of er geen overeenstemming is met de gemeente van herkomst voert de gemeente (dan wel de regio maatschappelijke opvang waartoe de gemeente behoort) tot welke de cliënt zich heeft gewend, het onderzoek zelf uit. Dit is ook het geval indien de gemeente (dan welde regio maatschappelijke opvang waartoe de gemeente behoort) tot welke de cliënt zich heeft gewend het onderzoek niet wenst over te dragen aan de gemeente van herkomst. Indien de gemeente tot welke de cliënt zich heeft gewend het onderzoek zelf uitvoert, kan zij de gemeente waar de cliënt woonachtig was voor het ontstaan van dakloosheid verzoeken om informatie ten behoeve van het onderzoek aan te leveren.
De gemeente (dan wel het regionaal samenwerkingsverband maatschappelijke opvang waartoe de gemeente behoort) die het onderzoek uitvoert onderzoekt vervolgens met de cliënt in welke gemeente (dan wel in welke regio) een traject in de maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft, dat wil zeggen in beginsel het meeste kan bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie (en daarmee het duurzaam herstel) van de cliënt. Bij het onderzoek betrekt de gemeente (dan wel het regionaal samenwerkingsverband maatschappelijke opvang waartoe de gemeente behoort) in elk geval de wens van de cliënt. Ook andere factoren die de kans van slagen van een traject naar verwachting vergroten, zoals een sociaal netwerk welke een positieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt, bestaand werk en/of dagbesteding en/of onderwijs van de cliënt en lopende hulpverlenings- of ondersteuningstrajecten dienen daarbij betrokken te worden. Overigens hoeft het feit dat de cliënt werk, dagbesteding of onderwijs heeft in een bepaalde gemeente (of regio) geen reden te zijn om ook opgevangen te worden in de betreffende gemeente (of regio). Ook hierbij kan reistijd redelijk en acceptabel zijn. Ook dient in het onderzoek te worden betrokken of er factoren zijn in een gemeente (of regio) die de kans van slagen van een traject naar verwachting verkleinen, zoals een sociaal netwerk welke een negatieve invloed heeft of kan hebben op de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt en/of actuele criminele activiteiten en/of justitiële maatregelen die opgelegd zijn aan de cliënt.
In het belang van de cliënt dient het onderzoek zo spoedig mogelijk, maar in elk geval binnen 2 weken uitgevoerd te worden. Dit is ook van belang voor de gemeente (dan wel voor de regio maatschappelijke opvang waartoe de gemeente behoort), welke gedurende het onderzoek de cliënt maatschappelijke opvang biedt. Er kunnen redenen zijn waardoor het onderzoek niet afgerond kan worden binnen 2 weken.
Indien er – gedurende het onderzoek – een gemeente (dan wel een regio) naar voren komt waarbij een traject in de maatschappelijke opvang mogelijk of waarschijnlijk de grootste kans van slagen heeft, dan wordt deze gemeente (dan wel de regio maatschappelijke opvang waartoe deze gemeente behoort), betrokken bij het onderzoek. De verantwoordelijkheid voor het onderzoek blijft echter bij de gemeente (dan wel bij de regio maatschappelijke opvang waartoe de gemeente behoort), welke het onderzoek uitvoert. De uitkomsten van het onderzoek worden, door de gemeente (dan wel door het regionaal samenwerkingsverband maatschappelijke opvang waartoe de gemeente behoort) welke het onderzoek uitvoert vastgelegd in een onderzoeksverslag, zoals de Wmo 2015 ook voorschrijft. Dit onderzoeksverslag kan overigens bondig zijn om administratieve lasten zo veel als mogelijk te voorkomen.
Artikel 57 Overdracht van cliënt en cliëntgegevens
Indien de kans van slagen van een traject groter wordt geacht in een andere gemeente (dan wel in een regio maatschappelijke opvang waartoe die gemeente behoort), neemt de gemeente (dan wel de regiomaatschappelijke opvang waartoe die gemeente behoort), welke het onderzoek uitvoert, contact op met die andere gemeente. Dit in overleg met de cliënt, wat niet hoeft te betekenen dat er overeenstemming is met de cliënt.
Deelt de gemeente (dan wel de regio maatschappelijke opvang waartoe die gemeente behoort) waar de kans van slagen van een traject het grootst wordt geacht deze conclusie, dan stelt deze gemeente (dan wel de regio maatschappelijke opvang waar die gemeente bij hoort) direct maatschappelijke opvang beschikbaar, zodat ‘warme’ overdracht tussen de betrokken gemeenten (dan wel de regio’s maatschappelijke opvang waartoe de gemeenten behoren) ook snel kan plaatsvinden. Uitstel van deze overdracht is alleen mogelijk indien de gemeenten (dan wel de regio’s maatschappelijke opvang waartoe de gemeenten behoren) overeenkomen dat het bijdraagt aan de kans van slagen van een traject, dat deze overdracht later plaatsvindt.
Ook voor de gemeente (dan wel de regio maatschappelijke opvang waartoe die gemeente behoort) waar de kans van slagen van een traject het grootst wordt geacht betekent de verantwoordelijkheid voor het bieden van maatschappelijke opvang niet noodzakelijk dat in de betreffende gemeente (dan wel de regio maatschappelijke opvang waartoe die gemeente behoort) zelf de maatschappelijke opvang wordt geboden. De maatschappelijke opvang kan eventueel ook door de gemeente (dan wel de regio maatschappelijke opvang waartoe die gemeente behoort) waar de kans van slagen van een traject het grootst wordt geacht tijdelijk in een andere regio beschikbaar worden gesteld. Ook kan een alternatief voor maatschappelijke opvang worden aangeboden, maar in elk geval dusdanig dat wordt voorzien in de geconstateerde ondersteuningsbehoefte van onderdak en begeleiding van de cliënt.
Tot aan het moment dat de overdracht van de cliënt is gerealiseerd blijft de gemeente (dan wel de regiomaatschappelijke opvang waartoe die gemeente behoort) tot welke de cliënt zich oorspronkelijk heeft gewend verantwoordelijk voor het bieden van maatschappelijke opvang, dan wel blijft die gemeente (dan wel de regio maatschappelijke opvang waartoe die gemeente behoort) verantwoordelijk maatregelen te treffen om op een andere wijze te voorzien in de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke opvang.
Bij de ‘warme’ overdracht wordt alle noodzakelijke informatie over de cliënt overgedragen tussen de gemeenten (dan wel de regio’s maatschappelijke opvang waartoe die gemeenten behoren), waaronder het onderzoeksverslag. Dit uiteraard binnen de wet- en regelgeving inzake persoonsgegevens en in overleg met de cliënt. De wijze waarop de overdracht plaatsvindt is vormvrij.
Ook worden er tussen de gemeenten (dan wel de regio’s maatschappelijke opvang waartoe die gemeenten behoren) concrete afspraken gemaakt over de datum van overdracht, welke aanbieder zal voorzien inde ondersteuningsbehoefte van de cliënt en hoe het vervoer van de cliënt en eventuele reisbegeleiding plaatsvindt. Dit zodat er, vóór de overdracht, zekerheid is over de wijze waarop in de andere gemeente of regio tegemoet gekomen zal worden aan de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. ‘Warme’ overdracht vindt plaats dusdanig dat de cliënt zo min mogelijk hinder ondervindt hiervan.
Verder is belangrijk te onderkennen dat de gemeenten (dan wel regio’s maatschappelijke opvang waartoe die gemeenten behoren) personen zonder vaste woon- of verblijfplaats kunnen inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP) op een zogenaamd ‘briefadres’. De gemeente dient in die situatie afspraken te maken met een ’briefadresgever’ (bijvoorbeeld een instelling voor maatschappelijke opvang) of kan zelf optreden als ’briefadresgever’.
Indien de cliënt weigert medewerking te verlenen aan de overdracht, kan de gemeente tot welke de cliënt zich heeft gewend (dan wel een toegangsorgaan welke het mandaat heeft om te beslissen over aanvragen voor maatschappelijke opvang van de betreffende gemeente) overgaan tot weigering van de aanvraag tot een voorziening maatschappelijke opvang met verwijzing naar de uitkomst van het onderzoek, waarin gemotiveerd kenbaar is gemaakt dat de kans op een succesvol traject groter in een andere gemeente of regio is. Ook kan de gemeente vervolgens het bieden van maatschappelijke opvang beëindigen. Desgewenst kan de cliënt in bezwaar (en daarna eventueel beroep) gaan tegen het besluit van de gemeente.
Artikel 58 Verschil van mening tussen gemeenten
Bij verschil van mening tussen gemeenten (dan wel tussen regio’s maatschappelijke opvang waartoe die gemeenten behoren) proberen de gemeenten (dan wel de regio’s maatschappelijke opvang waartoe die gemeenten behoren) onderling tot een oplossing te komen. Als de gemeenten (dan wel de regio’s maatschappelijke opvang waartoe die gemeenten behoren) niet tot een oplossing komen, dan kan het geschil worden voorgelegd aan de commissie geschillen landelijke toegankelijkheid.
In afwachting van het oordeel van de commissie wordt dan de maatschappelijke opvang voortgezet bij de gemeente (dan wel de regio maatschappelijke opvang waartoe die gemeente behoort) waar maatschappelijke opvang in eerste instantie al werd geboden. Ook kan op andere wijze langer voorzien worden door die gemeente (dan wel de regio maatschappelijke opvang waartoe die gemeenten behoort) in de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke opvang. De bij het geschil betrokken gemeenten (dan wel de regio’s maatschappelijke opvang waartoe die gemeenten behoren) volgen het oordeel van de commissie bij de te nemen gemeentelijke toekenningsbesluiten.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl