Verordening afvalstoffenheffing 2026 gemeente Brummen

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Verordening afvalstoffenheffing 2026 gemeente Brummen

Kenmerk Z119639/D469513

DE RAAD VAN DE GEMEENTE BRUMMEN

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van dd november 2025 met kenmerk D469513;

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

B E S L U I T :

vast te stellen de volgende verordening:

  • 1.

    Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026 gemeente Brummen.

Artikel 1 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven voor het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting

  • 1.

    Voorwerp van de belasting is een perceel.

  • 2.

    Als perceel wordt aangemerkt:

    • a.

      de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken;

    • b.

      de roerende zaak, die duurzaam aan een plaats gebonden is;

    • c.

      een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

    • d.

      een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;

    • e.

      het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 4 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van de persoon die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 6 Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 7 Wijze van heffing

  • 1.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een schriftelijke gedagtekende of elektronische kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt elektronisch of door uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 3.

    Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 4.

    Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing als de belastingschuldige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

  • 5.

    De belasting bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, als het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dat € 50,-, maar minder is dan € 10.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    De belasting, bedoeld in artikel 7, tweede lid, moet worden betaald op het moment van het doen of uitreiken van de kennisgeving.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, als de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant;

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet al bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Overgangsrecht

De Verordening afvalstoffenheffing 2025 gemeente Brummen wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffenheffing 2026 gemeente Brummen.

Ondertekening

Dit besluit is genomen tijdens de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.

De raad van de gemeente Brummen,

De griffier, M.A.E. Knook

De voorzitter G.J.M. van Rumund

TARIEVENTABEL 2026, behorende bij de Verordening afvalstoffenheffing 2026 gemeente Brummen

Algemeen

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting als deze verschuldigd is.

Hoofdstuk 1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing

Artikel 1 Algemene bepaling

De belasting wordt per perceel berekend naar een vast tarief, verhoogd met één of meer variabele tarieven.

Artikel 2 Vast tarief per perceel

Het vaste tarief bedraagt per perceel per belastingjaar € 121,00.

Artikel 3 Variabele tarieven

Onverminderd artikel 2 bedraagt het variabele tarief:

  • a.

    per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 80 liter, bestemd voor restafval € 5,00;

  • b.

    per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 140 liter, bestemd voor restafval € 8,75;

  • c.

    per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 240 liter, bestemd voor restafval € 15,00;

  • d.

    per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 80 liter, bestemd voor gft-afval € 0,64;

  • e.

    per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 140 liter, bestemd voor gft-afval € 1,12;

  • f.

    per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 240 liter, bestemd voor gft-afval € 1,92;

  • g.

    voor de ontgrendeling van de kleine inworpopening (30 liter) van een (ondergrondse) container voor restafval € 0,70;

  • h.

    voor de ontgrendeling van de grote inworpopening (60 liter) van een (ondergrondse) container voor restafval € 1,40.

Hoofdstuk 2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing

Artikel 4 Recycleplein

De belasting bedraagt per gebeurtenis voor het aanbieden op het Recycleplein per 10 kg:

  • a.

    autobanden met velg € 0,96;

  • b.

    B-hout € 0,00;

  • c.

    bouw- en sloopafval/niet schoon puin € 2,07;

  • d.

    C-hout (geïmpregneerd) € 2,07;

  • e.

    dakleer € 2,07;

  • f.

    grof huishoudelijk afval € 2,07;

  • g.

    matrassen € 0,00;

  • h.

    schoon puin € 0,00;

  • i.

    groenafval tot 250 kg per huishouden per jaar € 0,00;

  • j.

    groenafval boven 250 kg per huishouden per jaar € 0,35;

  • k.

    spiegel- en draadglas € 2,07;

  • l.

    vloerbedekking/tapijt € 2,07.

Artikel 5 Ophalen aan huis

Voor het in behandeling nemen van een verzoek tot ophalen aan huis van:

  • a.

    grof vuil per 2 m3€ 40,46;

  • b.

    snoeihout per 2 m3€ 9,75.

Behoort bij de Verordening afvalstoffenheffing 2026 gemeente Brummen

De griffier, M.E.A. Knook

Toelichting Verordening afvalstoffenheffing 2026 gemeente Brummen

De verordening volgt grotendeels het VNG-model. De toelichting daarvan is voor de gelijkluidende bepalingen van overeenkomstige toepassing. Die toelichting is onder meer te vinden op www.decentraleregelgeving.nl. Ten opzichte van 2025 zijn is bij artikel 4 onder i. en j. snoeiafval vervangen door groenafval. Dat dekt de lading beter en sluit aan op de term die Circulus gebruikt. Inhoudelijk is daarmee geen wijziging beoogd. Bij artikel 4 onder l. is vloerbedekking vervangen door vloerbedekking/tapijt. Ook daarmee is geen inhoudelijke wijziging beoogd. Circulus communiceert dit op hun site als 'tapijt'.