Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR752748
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR752748/1
Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2026
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2026Hoofdstuk 1 Inleiding
Deze ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2026’ is een aangepaste versie van de ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025’. Iedereen moet mee kunnen doen in onze gemeente. In het sociaal domein werken we aan verdere vernieuwing en aan verbetering van de samenwerking tussen organisaties. We zetten in op integraal werken volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. Ondersteuning en hulp zijn zo snel, adequaat, vroeg en dichtbij mogelijk. We gaan uit van kwaliteit.
In deze regeling leest u wat u van de gemeente kunt verwachten maar ook wat wij van u verwachten.
De regels gaan over de volgende onderwerpen:
- •
werken en participeren;
- •
uitkeringen;
- •
gezond en veilig opgroeien, en;
- •
wonen in een veilige en gezonde omgeving.
1.1 Waarom deze regels?
Wij willen dat alle inwoners van Terneuzen actief kunnen deelnemen aan de samenleving, gezond en zelfredzaam zijn. We streven ernaar dat inwoners in ieder geval:
gezond en veilig opgroeien en zich optimaal ontwikkelen;
- •
een zinvolle dagbesteding hebben (van betaald werk tot vrijwilligerswerk);
- •
een inkomen hebben;
- •
hun financiën op orde hebben en houden;
- •
een eigen huishouding kunnen voeren en voor zichzelf kunnen zorgen;
- •
een geschikte en schone woonruimte hebben, waarin zij (zo lang mogelijk) zelfstandig en veilig wonen; en
- •
maatschappelijk participeren.
Het is onze taak om u daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om:
- •
de Participatiewet (PW);
- •
de Jeugdwet;
- •
de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015);
- •
de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
- •
werknemers (IOAW);
- •
de Inkomensvoorziening oudere arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
- •
de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
- •
de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs);
- •
het Burgerlijk Wetboek (BW);
- •
de Gemeentewet.
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin we bepaalde zaken uitwerken. Ook dat regelen we in deze verordening.
1.2 Uitgangspunten
De regels in deze verordening:
- 1.
zijn bedoeld om de onder 1.1 genoemde doelen te realiseren en knelpunten van inwoners op te lossen;
- 2.
zijn goed leesbaar;
- 3.
regelen niet meer dan nodig is;
- 4.
houden de administratieve lasten van gemeente en inwoners zo laag mogelijk;
- 5.
kunnen we goed uitvoeren;
- 6.
zijn duidelijk voor de inwoners;
- 7.
zijn onderling afgestemd op elkaar;
- 8.
respecteren de wettelijke regels;
- 9.
helpen om maatwerk toe te passen.
1.3 Kernwaarden
Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houden we rekening met de doelen van de genoemde wetten. We zorgen ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen. We gaan daarbij uit van de volgende kernwaarden:
- 1.
u bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de genoemde doelen te realiseren;
- 2.
u zet zich ervoor in om deze doelen te bereiken;
- 3.
wij helpen waar dat nodig is en stimuleren u om zelf oplossingen te vinden voor uw problemen;
- 4.
kwetsbare groepen, zoals kinderen en inwoners met een beperking, hebben extra hulp nodig om volwaardig mee te doen aan de samenleving.
1.4 Nadere regels en beleidsregels
Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift. De verschillende wetten verplichten gemeenten om een aantal zaken in een verordening te regelen. De details staan in de nadere regels en beleidsregels.
1.4.1 Nadere regels
Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften die een uitwerking zijn van de verordening. Een aantal artikelen van deze verordening bevatten bepalingen die het college de bevoegdheid geven om nadere regels vast te stellen. Nadere regels kunnen rechten en plichten voor u bevatten.
1.4.2 Beleidsregels
Een beleidsregel beschrijft hoe het college omgaat met een wettelijke bevoegdheid. We leggen geen rechten of plichten voor u vast in een beleidsregel. Wel geven beleidsregels u duidelijkheid hoe het college omgaat met uw hulpvraag en aanvraag. Ook helpt het onze consulenten om uw hulpvraag te beoordelen.
1.5 Leeswijzer
Na deze inleiding en de uitleg van de belangrijkste begrippen die we in deze verordening gebruiken leest u eerst hoe en waar u hulp kunt vragen en hoe wij die hulpvraag oppakken. In hoofdstuk 2 leest u hoe en waar u hulp kunt vragen. En u leest hoe wij uw hulpvraag oppakken. Daarna leggen we in een aantal hoofdstukken uit wat de belangrijkste regels van de gemeentelijke taken zijn. De regels gaan over:
- •
de hulp van de gemeente om een stap naar werk te zetten en minimaregelingen (hoofdstuk 3),
- •
ondersteuning voor kinderen en jongeren bij het opgroeien (hoofdstuk 4),
- •
ondersteuning bij het wonen in uw eigen leefomgeving (hoofdstuk 5).
- •
In deze hoofdstukken leest u wanneer u hulp kunt krijgen, wat die hulp inhoudt en welke rechten en plichten u heeft.
- •
In de volgende hoofdstukken gaan de regels over:
- •
de vorm die de hulp heeft (hoofdstuk 6),
- •
wat we van elkaar kunnen verwachten (hoofdstuk 7),
- •
hoe u invloed kan hebben op het beleid (hoofdstuk 8),
- •
de kwaliteit van diensten en producten (hoofdstuk 9),
- •
de werking van de verordening (hoofdstuk 10).
De hoofdstukken 2 tot en met 6 en hoofdstuk 8 beginnen met een korte inleiding. Hierin staat waarover het hoofdstuk precies gaat. Daarna volgen de regels. De regels zijn gebaseerd op de wetten genoemd in artikel 1.1 van deze verordening. Niet alle wetten zijn op ieder artikel van toepassing. Dat verschilt per artikel. Per artikel geven we aan welke wetten op dat artikel van toepassing zijn.
1.6 Begrippenlijst
In deze verordening gebruiken we allerlei begrippen. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening betrekking heeft.
Algemeen verbindend voorschrift: een algemene regel waaraan zowel burgers als de gemeente gebonden zijn en/of waaraan zij rechten/bevoegdheden kunnen ontlenen.
Algemene voorziening: voorziening die toegankelijk is voor alle inwoners van de gemeente.
Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan maatwerkvoorziening/individuele voorziening/uitkering of voorziening. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen.
Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan.
Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet.
Armoedeval: achteruitgang in inkomen als een uitkeringsgerechtigde een baan aanneemt op of rond het minimumloon. Dit komt door het wegvallen van tegemoetkomingen van de gemeente of van toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag.
Basisbaan: een basisbaan is een dienstverband dat het arbeidsintegratiebedrijf in opdracht van de gemeente kan aangaan met een bijstandsgerechtigde.
Benadelingsbedrag: het bedrag dat de gemeente onterecht heeft uitbetaald.
Beslistermijn: Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag wordt een beschikking afgegeven. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner.
Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
Bovengebruikelijke hulp: als de zorg die het kind nodig heeft op het gebied van verzorging, verpleging en begeleiding meer vraagt dan de zorg die een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen nodig heeft.
Budgetbeheerder: een persoon uit het sociale netwerk of een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp die voor de budgethouder de taken verbonden aan een pgb uitvoert. De budgetbeheerder is in staat om de belangen voldoende te behartigen. De taken die bij het pgb horen moeten op een verantwoorde manier uitgevoerd worden. De budgetbeheerder is verplicht om mee te werken aan de beoordeling van zijn pgb-vaardigheden.
Budgethouder: de persoon die een pgb ontvangt op grond van de wet.
Cliëntondersteuner: onafhankelijk persoon die ondersteunt met informatie, advies en algemene ondersteuning, die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve hulp, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.
College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen.
Detacheringsbaan: het arbeidsintegratiebedrijf kan in opdracht van de gemeente een detacheringsbaan aangaan met bijstandsgerechtigde. De bijstandsgerechtigde wordt door het arbeidsintegratiebedrijf uitgeleend aan andere werkgevers.
Doel: het resultaat.
Eigen kracht (Wmo): het vermogen van de cliënt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen.
Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet.
Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld.
Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen.
Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het doel dat hij wil bereiken bespreekt.
Gespreksverslag: schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek uitgevoerd door de toegang.
Herzien: het ongedaan maken van een recht op een voorziening over een periode die gelegen is voor het besluit. Er is over die periode wel recht op een voorziening, maar op een andere voorziening dan destijds is toegekend.
Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding of aanvraag heeft. Als het gaat om een hulpvraag van een jeugdige, gaat het om de behoefte van een jeugdige en/of ouder(s) aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.
Individuele voorziening: een op de inwoner afgestemde voorziening. Als het gaat om een voorziening voor de Jeugdwet is dit een voorziening die is afgestemd op de jeugdige en/of zijn ouders. Wij verstrekken dit in natura (zorg in natura) of met een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van artikel 2.3 Jeugdwet.
Ingezetene: de inwoner die rechtsgeldig staat ingeschreven in Basisregistratie Personen (BRP).
Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet.
Intrekken: het ongedaan maken van een recht op een voorziening over een periode die gelegen is voor het besluit. Het verschil met ‘herzien’ is dat er bij ‘intrekken’ geen recht is op een voorziening, ook niet op een andere voorziening.
Inwoner: de persoon die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Terneuzen.
IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Jongere: de minderjarige. Als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft.
Kindpakket: een pakket van voorzieningen, meestal in natura, dat de gemeente voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stelt. Het doel van het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school.
Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen.
Kostprijs: de totale kosten van een product of dienst.
Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen.
Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling.
Loonwaarde: de waarde (uitgedrukt in euro’s) van arbeid die iemand nog kan uitvoeren.
Maatschappelijke participatie: deelname aan het maatschappelijk leven, passend bij het vermogen van de bijstandsgerechtigde en niet per se gericht op betaalde arbeid.
Maatwerkvoorziening: een op de inwoner afgestemde voorziening zoals in de Wmo 2015 is omschreven. Hieronder valt ook een financiële tegemoetkoming.
Middelen: alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover een alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken (zie artikel 31 PW).
Minimaregelingen: regelingen voor mensen met een laag inkomen.
Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt.
Onderzoeksrapport: schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek uitgevoerd door de toegang waarvan een gespreksverslag deel uitmaakt.
Ouder: ouder met ouderlijk gezag, adoptieouder, stiefouder of een ander die een jeugdige binnen zijn gezin verzorgt en opvoedt, maar geen pleegouder is.
Passend werk: werk dat past bij uw (lichamelijke) (on)mogelijkheden.
Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging.
Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen.
Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden.
Preferente proces loonkostensubsidie: Vanuit het Breed Offensief hebben gemeenten, de VNG, Divosa, SZW en de Normaalste Zaak gewerkt aan de harmonisatie van het proces rondom de loonkostensubsidie. Als gemeenten hetzelfde proces hanteren, zijn de administratieve lasten voor werkgevers minder ingewikkeld. Zo wordt het eenvoudiger om mensen uit verschillende gemeenten een werkplek te bieden. Bovendien hoeven gemeenten nu niet zelf een proces te ontwikkelen en uit te denken. Gemeenten kunnen gebruik maken van een toolkit, daarin staat onder meer een stappenplan, procesplaten en communicatieset met voorbeeldbrieven, aanvraagformulieren, beschikkingen en andere handige formats. Dat noemen we het preferent proces Loonkostensubsidie. Het beheer preferent proces Loonkostensubsidie bij VNG. Wij gebruiken dat proces ook in Terneuzen.
Problematische schulden: Een schuld is problematisch wanneer te voorzien is dat een inwoner schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. Het gaat dan om een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle opeisbare vorderingen betaald kunnen worden. Zo’n situatie vraag om het opstarten van een schuldregeling.
Professional: iemand die beroepsmatig hulp verleent.
Regiotaxi: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd).
Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet.
Schending inlichtingenplicht: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt.
Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers).
Sociale omgeving: In de Jeugdwet wordt gesproken over de sociale omgeving van de jeugdige. Dit is buiten het gezin en buiten de school, de relaties in de omgeving van de jeugdige zoals vriendenkring, sportverenigingen, clubhuizen en verenigingen waarvan de jeugdige onderdeel uitmaakt.
Toekenningsbesluit: beschikking waarin de toekenning van een voorziening wordt toegelicht en welke voorwaarden gelden.
U: wordt verstaan de rechthebbende als bedoeld in de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet.
Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering.
Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.
Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet.
Voorliggende voorziening: een overheidsregeling of uitkering die voorliggend is aan andere voorzieningen vanuit de overheid. De inwoner kan de kosten op een andere manier vergoed krijgen.
Voorziening: zorg in natura dan wel een persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening of een individuele voorziening. Een financiële tegemoetkoming is ook een voorziening.
Voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand: een op de inwoner afgestemde voorziening als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet.
Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente.
Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet.
Wij: de gemeente Terneuzen.
Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
Woonplaatsbeginsel: een hulpmiddel om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp aan de jeugdige. De verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (BRP) of in geval van zorg met verblijf de gemeente waar de jeugdige direct voorafgaand aan het verblijf stond ingeschreven.
Zelfredzaamheid: het vermogen om voor uzelf te zorgen.
Zorg in natura: de hulp die aan inwoners wordt geleverd door aanbieders die door de gemeente zijn gecontracteerd.
Hoofdstuk 2 De hulpvraag
Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop u aan ons hulp kunt vragen over één of meer onderwerpen uit deze verordening. Ook staat in dit hoofdstuk hoe we uw hulpvraag behandelen en hoe wij tot een besluit komen.
Uitgangspunt is dat u alle hulpvragen in één keer kunt stellen. Voor bepaalde hulpvragen geldt een bijzondere route. Dit staat ook vermeld in dit hoofdstuk.
2.1 Aanvraag op grond van de Jeugdwet, PW, IOAW, IOAZ of Wgs
Jeugdwet, PW, IOAW, IOAZ, Wgs
Een inwoner, waaronder een jeugdige, zijn ouder of een andere belanghebbende (zoals een pleegouder) kan schriftelijk of digitaaleen aanvraag voor hulp doen.
Wij wijzen de aanvrager op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis onafhankelijke cliëntondersteuning.
Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure voor de hulpvraag van een maatwerkvoorziening, individuele voorziening of andere voorziening.
2.1.1 Melding op grond van de Wmo
Wmo 2015
- 1.
Als u hulp nodig heeft, kunt u dit melden bij de gemeente. U kunt dit schriftelijk, mondeling, telefonisch of digitaal doen.
- 2.
Wij bevestigen uw hulpvraag per brief of e-mail. In de bevestiging kunnen wij u uitnodigen voor een gesprek met een medewerker. In die uitnodiging staat:
- a.
waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek zal gaan;
- b.
informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen van een (onafhankelijke) cliëntondersteuner; en
- c.
informatie over de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen. In dit plan legt u uit hoe uw persoonlijke situatie is en wat u wilt bereiken met uw hulpvraag.
- a.
- 3.
In sommige situaties kunnen we afzien van een gesprek.
- 4.
Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure voor de hulpvraag van een maatwerkvoorziening, individuele voorziening of andere voorziening.
2.1.2 Gegevens
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ , Wgs
De gemeente verzamelt alle gegevens over uw situatie die nodig zijn voor uw hulpvraag. Soms hebben we gegevens nodig die we niet zelf hebben of kunnen inzien. Dan vragen wij u, om die ontbrekende gegevens binnen een redelijke termijn bij ons aan te leveren. Bij de uitnodiging voor het gesprek maken we duidelijk welke gegevens dat zijn. We geven in deze uitnodiging ook aan binnen welke termijn u deze gegevens moet indienen.
2.2 Het gesprek
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ , Wgs
- 1.
Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de hulpvraag, van het effect dat u wilt bereiken en van uw persoonlijke situatie.
- 2.
Het gesprek vindt zo snel als mogelijk plaats na de melding voor de hulpvraag.
- 3.
Bij de start van het gesprek identificeert u zich met een geldig legitimatiebewijs. Wij zijn namelijk verplicht uw identiteit vast te stellen.
- 4.
Als u zelf een plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek.
- 5.
Als u dat wilt, kunt u iemand vragen om bij dit gesprek aanwezig te zijn. Dit kan iemand uit uw sociale netwerk zijn of een onafhankelijke cliëntondersteuner.
2.2.1 Inhoud van het gesprek
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ , Wgs
- 1.
In het gesprek onderzoekt de medewerker:
- a.
uw behoefte: wat is er nodig?
- b.
uw persoonlijke situatie: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste doel?
- c.
uw eigen (on)mogelijkheden: (hoe) kunt u zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem?
- d.
uw omgeving: welke hulp kan uw sociale netwerk of kunnen andere organisaties bieden?
- a.
- 2.
De medewerker informeert u over de mogelijkheden van de gemeente om uw persoonlijke situatie te verbeteren. Als u een hulpvraag doet voor de Wmo 2015 of Jeugdwet informeert de medewerker u ook over de mogelijkheden van een persoonsgebonden budget (pgb). De medewerker betrekt deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag.
- 3.
De medewerker informeert u over het vervolg.
- 4.
In het kader van de hulpvraag bent u verplicht om persoonsgegevens te verstrekken;
2.3 Het verslag
Jeugdwet, Wmo 2015
- 1.
U krijgt een verslag van de gemeente. In dit verslag staan de uitkomsten van het onderzoek naar uw hulpvraag. Voor de Wmo noemen we dit het onderzoeksrapport. Het gespreksverslag is hier onderdeel van.
- 2.
Soms hebben we meer informatie nodig voor het onderzoek. Hierdoor kan het verslag of onderzoeksrapport niet altijd binnen de wettelijk gestelde onderzoekstermijn klaar zijn.
- 3.
Uit het verslag of onderzoeksrapport blijkt welk doel u wilt bereiken en hoe we dit kunnen realiseren.
- 4.
U ondertekent het verslag of onderzoeksrapport en stuurt dit binnen vijf werkdagen naar de gemeente. Als u het niet eens bent met het verslag of onderzoeksrapport, kunt u dat aangeven.
2.4 Aanvraag
Wmo 2015
Na de melding van de hulpvraag en het gesprek met een medewerker van de gemeente, kunt u een aanvraag indienen door het onderzoeksrapport ondertekend terug te sturen.
2.4.1 Aanvraag van een voorziening
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ , Wgs
- 1.
Vraagt u om een maatwerkvoorziening (Wmo 2015), een individuele voorziening (Jeugdwet), of een andere voorziening (PW, IOAW, IOAZ), dan kunnen we die hulp toekennen in de volgende situatie:
- a.
De voorziening is noodzakelijk om (één van) de doelen van de in artikel 1.1 genoemde wetten te bereiken;
- b.
U heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. U kunt dit effect ook niet bereiken:
- a.
- •
met een algemeen gebruikelijke voorziening
- •
met gebruikelijke hulp
- •
met mantelzorg of met hulp van andere personen uit uw sociale netwerk
- •
met behulp van algemene voorzieningen; en
- a.
De voorziening past bij het door u gewenste effect en persoonlijke situatie.
- a.
- 2.
Indien één van de voorwaarden of weigeringsgronden van artikel 2.4.4 van deze verordening van toepassing is, kunnen we de voorziening niet toekennen.
- 3.
De voorziening is voldoende in inzet en kwaliteit, zodat u het gewenste effect kunt bereiken.
- 4.
Bij toekenning van een voorziening krijgt u de goedkoopste passende voorziening.
2.4.2 Beschikbare algemene voorzieningen
Jeugdwet, Wmo 2015
- 1.
Een algemene voorziening is een voorziening op basis van de wet, die voor iedereen beschikbaar is. U hoeft meestal geen aanvraag te doen. Soms is er een korte beoordeling nodig.
- 2.
De volgende algemene voorzieningen zijn beschikbaar:
- a.
Opvoedondersteuning
- b.
Praktijkondersteuner huisarts – Jeugd (POH-Jeugd)
- c.
Regiotaxivervoer
- d.
Onafhankelijke cliëntondersteuning
- e.
Maatschappelijke opvang voor daklozen
- f.
Advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling
- g.
Maaltijdservice
- h.
Activiteiten en ontmoeten in de buurthuizen.
- a.
- 3.
Het college kan nadere regels vaststellen over welke algemene voorzieningen er zijn en wat deze voorzieningen precies inhouden.
2.4.3 Beoordelen van uw aanvraag
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb , Wgs
- 1.
Om te bepalen of wij hulp verlenen, nemen we de volgende stappen:
- a.
Stap 1: Wij stellen eerst vast wat uw hulpvraag is.
- b.
Stap 2: Wij stellen hierna vast welke problemen, beperkingen en/of stoornissen u precies heeft.
- c.
Stap 3: Wij bepalen of en welke hulp, en hoeveel hulp u nodig heeft. Met als doel om voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren.
- d.
Stap 4: Wij onderzoeken wat u zelf kunt doen om uw probleem op te lossen (eigen kracht). Wij betrekken hierbij: de hulp van huisgenoten, hulp van anderen uit uw sociale netwerk/sociale omgeving, hulp van mantelzorgers en de inzet van voorliggende en algemene voorzieningen.
- a.
2.4.4 Advies
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb , Wgs
Bij iedere stap uit artikel 2.4.2, kan de gemeente een (externe) deskundige inzetten voor advies. Dit advies betrekken we bij de beoordeling van uw aanvraag. We stellen u vooraf op de hoogte welke deskundigheid we op welk moment nodig vinden en inzetten.
2.4.5 Voorwaarden en weigeringsgronden
Wmo 2015
- 1.
We verstrekken de voorziening als deze:
- •
veilig is voor uzelf en uw omgeving;
- •
geen gezondheidsrisico’s geeft en;
- •
niet anti-revaliderend werkt.
- •
We houden hierbij rekening met uw beperkingen.
- 2.
We verstrekken geen voorziening:
- a.
als u niet woont in de gemeente Terneuzen;
- b.
als u voor uw probleem een beroep kunt doen op een andere wet;
- c.
als u de gevraagde voorziening zelf al aanschaft voordat u een melding doet bij de gemeente. Deze regel geldt niet voor een acute noodsituatie;
- d.
als u de gevraagde voorziening zelf aanschaft ná de melding en vóór de datum van ons besluit. Deze regel geldt niet als we daarvoor schriftelijk toestemming hebben gegeven;
- e.
als de gevraagde voorziening al eerder aan u is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken is. Tenzij de voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan u zijn toe te rekenen of u de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt;
- f.
als deze voorziening niet specifiek op u gericht is;
- g.
als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer u rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan;
- h.
als u aanspraak heeft op zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat u daarvoor in aanmerking komt en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover. Deze regel geldt niet als artikel 8.6a van de Wmo 2015 van toepassing is.
- i.
de voorziening niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding;
- a.
- 3.
Als we een vervoersvoorziening verstrekken houden we alleen rekening met de verplaatsingen in uw directe woon- en leefomgeving. De vervoersvoorziening bestaat uit maximaal 3.000 kilometer per jaar.
- 4.
We verstrekken geen woonvoorziening als:
- a.
de beperkingen komen:
- •
door de aard van de in de woning gebruikte materialen,
- •
door de slechte staat van onderhoud, of
- •
doordat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen;
- •
- b.
u uw hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waarvoor u de melding doet of waaraan de voorziening wordt getroffen en ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt;
- c.
het gaat om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten die bij het gebouw horen waarin u woont;
- d.
als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is;
- e.
u niet verhuist naar de voor uw beperkingen meest geschikte beschikbare woning. Deze regel geldt niet als we daarvoor vooraf schriftelijk toestemming hebben gegeven;
- f.
u een indicatie hebt voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg;
- g.
u de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kan meenemen.
- a.
2.4.6 Voorwaarden individuele voorzieningen
Jeugdwet
- 1.
Jeugdigen en/of ouder(s) kunnen een individuele voorziening krijgen als: de gemeente of een andere verwijzer vaststelt dat:
- a.
er problemen zijn met opgroeien, opvoeding, psychische klachten of een stoornis bij de jeugdige.
- b.
inzet nodig is zodat de jeugdige:
- •
gezond en veilig kan opgroeien;
- •
kan leren zelfstandig te worden;
- •
zichzelf kan redden en mee kan doen in de samenleving en
- •
- c.
de jeugdige en/of ouder(s) zelf of met hun sociale netwerk geen passende oplossing voor de hulpvraag kunnen vinden (eigen kracht). en
- d.
een algemene voorziening geen oplossing biedt voor de hulpvraag; en
- e.
de jeugdige en/of ouder(s) geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag op te lossen.
- 2.
Een algemene of andere voorziening kan de noodzaak verminderen of wegnemen als deze:
- a.
daadwerkelijk beschikbaar is; en
- b.
goed past bij de hulpvraag.
- 3.
Als een individuele voorziening nodig is, kiezen we voor de goedkoopste en passende oplossing die op tijd beschikbaar is.
- 4.
We verstrekken alleen een individuele voorziening als in de praktijk is aangetoond dat die hulp ook echt helpt. We kijken of de hulp goed past bij de vraag en of het een bewezen effectieve aanpak is.
- 5.
Er is sprake van bewezen effectieve voorzieningen als de effectiviteit is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek en de interventie(s) zijn opgenomen als ‘erkend’ in:
- a.
de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut;
- b.
de zorgstandaarden van de GGZ Standaarden;
- c.
de databank voor interventies gericht op jeugdigen met een beperking (databank interventies gehandicaptenzorg).
- 6.
Als ouder(s) hulp nodig hebben door hun eigen problemen (zoals psychische of relatieproblemen), en er is geen hulpvraag voor de jeugdige, dan verstrekken we geen individuele voorziening via de Jeugdwet. Dit geldt niet als er naast de hulpvraag van de ouder(s) ook sprake is van meervoudige problematiek in het gezin.
- 7.
Als de aanvraag gaat over kosten voor jeugdhulp die al is gestart vóór de aanvraag, dan vergoeden we die alleen als het om een crisissituatie ging en we achteraf nog kunnen beoordelen of de hulp nodig en passend was en de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.
2.4.7 Beoordeling aanwezigheid gebruikelijke hulp na melding
Wmo 2015
- 1.
U komt pas in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als u zelf geen oplossing kan vinden voor de hulpvraag met gebruikelijke hulp.
- 2.
Gebruikelijke hulp is hulp die mag worden verwacht van:
- a.
de inwonende echtgenoot;
- b.
inwonende ouders
- c.
inwonende kinderen
- d.
of andere huisgenoten
- a.
Het is de normale, dagelijkse hulp die huisgenoten elkaar onderling moeten bieden, omdat ze samen een huishouden voeren en een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden en voor elkaar.
- 3.
We maken bij de beoordeling of de (gebruikelijke) hulp van de huisgenoot gebracht mag worden onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties:
-
- a.
Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie. Het gaat hierbij over een periode van maximaal zes maanden in één jaar.
- b.
Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de hulp bij de zelfredzaamheid en/of participatie langer dan zes maanden nodig is.
- a.
- 4.
We verwachten van huisgenoten dat zij in kortdurende situaties de benodigde hulp bieden. Het gaat hierbij ook om hulp die meer omvat dan alleen de gangbare gebruikelijke hulp.
- 5.
We verwachten van huisgenoten dat zij in langdurende situaties de gebruikelijke hulp bieden. Wat gebruikelijke hulp is staat in lid 6,7 en 8.
- 6.
Bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties houden we in ieder geval rekening met het volgende:
- a.
De aard van de relatie met de huisgenoot
- b.
De mate van hulp die u nodig heeft
- c.
De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit
- d.
De mate van planbaarheid van de hulp
- e.
Uw behoeften en mogelijkheden
- a.
- 7.
Bij de beoordeling of sprake is van gebruikelijke hulp in langdurende situaties houden we in ieder geval rekening met de volgende factoren van de huisgenoot:
- a.
De leeftijd van de huisgenoot
- b.
De woonsituatie
- c.
De beschikbaarheid om de hulp te bieden
- d.
De kennis, kunde en leerbaarheid van de huisgenoot om de noodzakelijke hulp te bieden
- e.
De lichamelijke en mentale belastbaarheid van de huisgenoot
- f.
Of er sprake is van problematiek bij de huisgenoot (zoals relationele problemen of schulden)
- g.
Welke verplichtingen de huisgenoot heeft, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen
- h.
Het belang van de huisgenoot om een inkomen uit arbeid te krijgen
- i.
De vraag of financiële problemen (kunnen) ontstaan door het bieden van de hulp
- a.
- 8.
Bij de belastbaarheid en bij (dreigende) overbelasting geldt bovendien het volgende:
- •
Er moet een verband zijn tussen de (dreigende) (over)belasting en de hulp aan de cliënt.
- •
Als de (over)belasting ziet op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de hulpverlening aan de cliënt om, moet de huisgenoot eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen.
- •
Bij een aanvraag voor een maatwerkvoorziening bekijken we wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen.
- •
Als de (dreigende) (over)belasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de huisgenoot verwacht.
- 9.
Als sprake is van (dreigende) overbelasting, wordt geen pgb voor het verlenen van hulp door een huisgenoot verstrekt. Een al eerder hiervoor verleend pgb wordt ingetrokken. Een andere zorgverlener wordt ingezet voor de benodigde hulp.
2.4.8 Onderzoek, advies en functiescheiding
Wmo 2015
- 1.
Wij vragen een aangewezen adviseur met de benodigde kennis om advies, als wij denken dat dit nodig is voor het doen van een zorgvuldig onderzoek rond een melding, aanvraag of heronderzoek.
- 2.
Wij dragen zorg voor het voorkomen van een rolvermenging bij advisering, gemandateerde besluitvorming en levering van maatwerkvoorzieningen.
2.4.9 Eigen kracht
Jeugdwet
- 1.
Jeugdigen of ouders komen alleen in aanmerking voor een individuele voorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder verstaan we in ieder geval:
- •
gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders
- •
bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar zijn en de noodzakelijke hulp kunnen bieden, dit niet zorgt voor (dreigende) overbelasting en door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan
- •
de ondersteuning vanuit het sociale netwerk
- •
het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten
- 2.
Gebruikelijke hulp is hulp die mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de minderjarige jeugdigen in/van hun gezin te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden.
-
Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Als 1 van de ouders dat niet kan bieden neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Ook als ouders gescheiden zijn. Wij houden dan rekening met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.
- 3.
Om vast te stellen of er sprake is van gebruikelijke hulp beoordelen wij of de benodigde hulp verder gaat dan de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Wij houden hierbij rekening met:
- a.
de leeftijd van de jeugdige;
- b.
hoeveel zorg een jeugdige van die leeftijd nodig heeft bij activiteiten en handelingen en hoeveel toezicht en hoeveel begeleiding/stimulans;
- c.
de soort en de duur van de hulp en hoe intensief de ondersteuning van de jeugdige moet zijn;
- d.
kan de hulp goed gepland worden;
- e.
de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige.
- 4.
Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekken wij geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
- 5.
Gaat het om hulp die verder gaat dan de gebruikelijke hulp, dan zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Wij beoordelen dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat geschreven. Wij kijken dan naar kortdurende en langdurende situaties:
- Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids-)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar.
- Langdurend: het gaat om langdurige situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.
- 6.
Wij verwachten van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, behalve als dit rekening houdend met de soort hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
- 7.
Bij de beoordeling in langdurige situaties houden wij rekening met de volgende onderdelen:
- a.
de soort en de duur van de hulp en hoe intensief de ondersteuning van de jeugdige moet zijn
- b.
of de inzet van de hulp goed te plannen is
- c.
het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders
- d.
de manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige
- e.
vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond)
- f.
of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden
- g.
welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen
- h.
het belang van ouders om te kunnen werken en zo geld te verdienen en het eventueel ontstaan van financiële problemen
- i.
de woonsituatie
- j.
de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet)
- k.
is er een sociaal netwerk en zo ja, kan het sociaal netwerk de ouders of de jeugdige helpen
- l.
overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht
- 8.
Als bovengenoemde onderdelen niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders verwachten we dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Wij verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
- 9.
Bij (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende:
- •
Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige.
- •
Als de overbelasting komt door bijvoorbeeld spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere oorzaken die niet ontstaan door de zorg van de jeugdige, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen.
- •
Bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijken wij wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen.
- •
Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht.
- •
Het verlenen van hulp aan het kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten.
- •
Een pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt gestopt als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen.
- 10.
Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Wij verstrekken hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
- 11.
Het college kan van de ouder(s) verwachten het belang van hun kind voor het belang van hun (werk)carrière te stellen, mits dit geen financiële problemen oplevert.
- 12.
Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering heeft/hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Wij verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed.
2.5 Besluit 2.5.1 Inhoud van het besluit
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb , Wgs
- 1.
Wij stellen u per brief op de hoogte van ons besluit. Deze brief is een beschikking. Wij nemen een beslissing op basis van de feiten en omstandigheden die volgen uit het onderzoek naar de hulpvraag. Als we hulp geven, staat in het besluit ook in welke vorm we de hulp geven:
- a.
hulp in natura;
- b.
pgb;
- c.
geld.
- a.
- 2.
Geven we hulp in natura, dan staat in het besluit in ieder geval:
- a.
wat de hulp inhoudt en hoeveel en waarvoor u de hulp krijgt;
- b.
wanneer de hulp ingaat en hoe lang de hulp duurt;
- c.
wie de hulp geeft en hoe de hulpverlener de hulp geeft;
- d.
wat de gestelde doelen zijn;
- e.
welke voorwaarden en verplichtingen gelden;
- f.
indien van toepassing de termijn van drie maanden waarbinnen u zich bij de aanbieder moet hebben gemeld;
- g.
waarom we tot dit besluit komen, en
- h.
hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit.
- a.
- 3.
Geven we hulp in de vorm van een pgb, dan staat in het besluit in ieder geval:
- a.
voor welk doel u een pgb krijgt;
- b.
hoe hoog het pgb is;
- c.
wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt;
- d.
hoe u de besteding van het pgb moet verantwoorden;
- e.
welke voorwaarden en verplichtingen gelden;
- f.
welke kwaliteitseisen gelden;
- g.
indien van toepassing de termijn van drie maanden waarbinnen u het pgb moet besteden;
- h.
motivatie van het besluit, en
- i.
hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit.
- a.
- 4.
Geven we hulp in de vorm van geld, dan staat in het besluit in ieder geval:
- a.
voor welk doel we het geld geven;
- b.
hoeveel geld u krijgt;
- c.
wanneer we het geld betalen;
- d.
hoe vaak we het geld betalen;
- e.
welke voorwaarden en verplichtingen gelden;
- f.
motivatie van het besluit, en
- g.
hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit.
- a.
- 5.
Geven we geen hulp, dan staat in het besluit in ieder geval:
- a.
motivatie waarom we geen ondersteuning geven, en
- b.
hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit.
- a.
6. Wij kunnen tussentijds onderzoeken of er aanleiding is om het besluit te heroverwegen.
2.5.2 Verval van recht
Jeugdwet, Wmo 2015
Het recht op ondersteuning vervalt als u zich niet binnen drie maanden na het besluit heeft gemeld bij de zorgaanbieder of het pgb niet binnen 3 maanden besteedt aan het doel waarvoor het pgb is verstrekt. Dit geldt niet als u kunt aantonen dat u een dringende reden heeft waardoor u niet binnen de termijn van drie maanden gebruik kunt maken van de hulp.
2.5.3 Terugwerkende kracht
Jeugdwet, Wmo 2015
- 1.
We kennen een aanvraag niet met terugwerkende kracht toe.
- 2.
Lid 1 is niet van toepassing als de wet of deze verordening het wel mogelijk maakt.
2.5.4 Spoedeisende gevallen
Jeugdwet, Wmo 2015, PW , Wgs
- 1.
In spoedeisende gevallen zorgen wij ervoor dat u, in afwijking van de hierboven geschreven procedure, de hulp krijgt die u nodig heeft.
- 2.
Achteraf doen wij een (verkort) onderzoek.
- 3.
Wij nemen de beslissing over de inzet van hulp, zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen vier weken na de start van de hulp. We leggen dit vast in een beschikking.
Hoofdstuk 3 Participeren en inkomen
Dit hoofdstuk gaat over (maatschappelijke) participatie en minimaregelingen. Wij vinden het belangrijk inwoners die geen werk hebben te helpen bij het vinden van werk. In dit hoofdstuk leest u voor wie dit geldt, hoe wij u hierbij kunnen helpen en wat wij van u verwachten als u een uitkering ontvangt.
3.1 Participatie – voor wie
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
U bent in de eerste plaats zelf, met de hulp van de mensen om u heen of met de hulp van uitzendbureaus en andere organisaties, verantwoordelijk om werk te vinden.
- 2.
Als u dat niet lukt, kunnen wij u helpen. Daarbij gebruiken wij de voorzieningen genoemd in dit hoofdstuk. Wij kunnen u een voorziening aanbieden als:
- a.
u een uitkering van ons ontvangt;
- b.
u geen uitkering van ons ontvangt en geen hulp krijgt van instanties zoals UWV, SVB of werkgevers;
- c.
u jonger bent dan 27 jaar.
3.2 Werkwijze
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Bij het vinden van werk of een opleiding die bij u past, werken wij samen met UWV, regiogemeenten en organisaties.
- 2.
Wij ondersteunen werkgevers die werk hebben voor inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen.
3.3 Voorzieningen
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kijken welke hulp u nodig heeft.
- 2.
Wij beoordelen welke voorziening passend is voor u.
- 3.
Wij bepalen welke voorziening we inzetten en voor hoe lang.
- 4.
Wij kijken naar uw omstandigheden, uw mogelijkheden en eventuele beperkingen, zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en het beschikbare budget.
- 5.
Wij stemmen de hulp aan u af gelet op uw positie op de arbeidsmarkt.
- 6.
Het doel van de voorziening is het vinden of behouden van passend werk.
- 7.
Wij kunnen in ieder geval de volgende voorzieningen inzetten:
- •
participatieplaats
- •
beschut werk
- •
proefplaatsing
- •
werkervaringsplaats/stage
- •
detacheringsbaan
- •
basisbaan
- •
maatschappelijke participatie
- •
vrijwilligerswerk
- •
diagnostische instrumenten
- •
werkgeverssubsidie
- •
loonkostensubsidie
- •
scholing, cursussen, trainingen
- •
begeleiding, ondersteuning
- •
jobcoaching
- •
jobhunting, bemiddeling
- •
nazorg
- •
kinderopvang
- •
andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk
- 8.
In een plan van aanpak leggen wij vast welke hulp u krijgt en welke afspraken wij met u maken.
- 9.
Het college kan nadere regels vaststellen ter uitwerking van dit artikel.
3.3.1 Participatieplaats
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen deze voorziening inzetten als u een uitkering krijgt, ouder bent dan 27 jaar en uw kans op werk klein is.
- 2.
Wij kunnen voor een periode van maximaal twee jaar een participatieplaats aanbieden.
- 3.
Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen.
- 4.
Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
- 5.
De premie, bedoeld in artikel 10a lid 6 PW, bedraagt per 6 maanden maximaal 25% van de gehuwdennorm van artikel 31 lid j van de PW op basis van fulltime dienstverband of bij parttime dienstverband naar rato van het aantal gewerkte uren.
- 6.
Voor toepassing van lid 5 is de gehuwdennorm van 1 januari van dat kalenderjaar van toepassing.
- 7.
Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk.
3.3.2 Beschut werk
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen u een beschutte werkplek aanbieden, als het UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken als het werk en de omgeving zijn aangepast aan uw mogelijkheden.
- 2.
Het doel is om u een veilige werkplek te bieden.
- 3.
Wij bieden de volgende aanpassingen aan, zodat u beschut kunt werken:
- a.
het aanpassen van uw werkplek of de omgeving waarin u werkt;
- b.
uitsplitsing van taken;
- c.
het aanpassen van werktempo, het aantal uren dat u werkt en de begeleiding die u krijgt;
- d.
jobcoaching.
- a.
- 4.
Als u in aanmerking komt voor beschut werk, kunnen wij helpen om de stap naar beschut werken makkelijker te maken. Wij kunnen de volgende voorzieningen aanbieden:
- a.
helpen bij de invulling van uw dag;
- b.
vrijwilligerswerk;
- c.
scholing;
- d.
schuldhulpverlening.
- a.
- 5.
Wij zetten ons in om iedereen die voor beschut werk in aanmerking komt te plaatsen. We streven er naar om in ieder geval het door het rijk opgelegde minimum aantal beschutte werkplekken per jaar te realiseren.
3.3.3 Proefplaatsing
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen u, bij wijze van proef, tijdelijk en met behoud van uw uitkering een proefplaatsing aanbieden bij een bedrijf om werkervaring op te doen.
- 2.
De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt eerder als het doel eerder bereikt is.
- 3.
Het doel is dat u kennis en vaardigheden opbouwt.
- 4.
Het uiteindelijke doel is dat u voor minimaal zes maanden in dienst komt bij het bedrijf.
- 5.
Tijdens de proefplaatsing kan het bedrijf een beeld krijgen om te zien of u geschikt bent voor het werk.
- 6.
De werkgever moet u goed begeleiden.
- 7.
Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
3.3.4 Werkervaringsplaats/stage
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen u bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering een werkervaringsplaats/stage aanbieden bij een re-integratiebedrijf.
- 2.
De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt eerder als u het doel heeft behaald.
- 3.
Wij kunnen de plaatsing na drie maanden verlengen, maar met verlenging duurt de plaatsing maximaal zes maanden.
- 4.
Het doel is om werknemersvaardigheden te leren en daarmee de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen.
- 5.
Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties
3.3.5 Detacheringsbaan
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen u via een andere organisatie een baan aanbieden bij een werkgever.
- 2.
Het doel is dat u uiteindelijk bij de werkgever in dienst komt.
3.3.6 Basisbaan
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Een basisbaan kunnen wij enkel aanbieden als u:
- •
een bijstandsuitkering ontvangt;
- •
ouder bent dan 27 jaar;
- •
niet in aanmerking komt voor een indicatie banenafspraak en/of niet in aanmerking komt voor het doelgroepenregister;
- •
nog niet in staat bent regulier arbeid te verrichten.
- 2.
Wij kunnen u een basisbaan aanbieden als na afloop van een werkervaringsplaats en/of participatieplaats blijkt dat er geen werk voor u is, terwijl u wel uw doelen heeft behaald.
- 3.
Het doel is u te helpen naar betaald werk zodat u niet meer afhankelijk bent van een uitkering.
- 4.
Voor een basisbaan krijgt u het wettelijk minimumloon.
- 5.
Bij de invulling van de basisbaan gaan we uit van maatwerk.
3.3.7 Maatschappelijke participatie
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen u, als u (nog) niet toe bent aan werken, activiteiten aanbieden die het mogelijk maken deel te nemen aan het maatschappelijk leven.
- 2.
Het doel is u te helpen moeilijkheden om mee te doen of in uw moeilijkheden dagelijks leven te overwinnen.
- 3.
U kunt zelf een voorstel doen voor de wijze waarop u de maatschappelijke participatie invult. Als dit nodig is, kunnen wij u hulp en ondersteuning bieden.
- 4.
We zetten alle mogelijke middelen in die binnen het bereik van de gemeente liggen en meedoen vereenvoudigen.
- 5.
De vraag die u heeft moet er toe bijdragen dat u mee kunt doen. De voorziening moet bijdragen aan het verbeteren van uw situatie.
3.3.8 Vrijwilligerswerk
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen u vrijwilligerswerk aanbieden. Vrijwilligerswerk kan u helpen om uw afstand tot werk kleiner te maken.
- 2.
Het doel van het vrijwilligerswerk is dat u uw kennis en vaardigheden vergroot.
3.3.9 Diagnostische instrumenten
PW, IOAW, IOAZ , Wgs
- 1.
Wij kunnen u testen en/of onderzoeken aanbieden. U gaat dan naar een deskundige die onderzoekt welke belemmeringen en mogelijkheden u heeft om te kunnen werken of om uw werk te kunnen houden.
- 2.
Het doel van testen en onderzoeken is dat u uw kans op betaald werk vergroot en dat werk of een voorziening past bij uw mogelijkheden.
3.3.10 Werkgeverssubsidie en tijdelijke loonkostensubsidie
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen een werkgever die u in dienst neemt, voor een korte periode loonkostensubsidie geven.
- 2.
Dit doen wij alleen als de werkgever geen wettelijke loonkostensubsidie kan krijgen en u niet in aanmerking komt voor andere vergoedingen.
- 3.
Het doel is om werkgevers te stimuleren u in dienst te nemen. Maar ook om extra kosten die werkgevers maken voor uw begeleiding te vergoeden.
- 4.
Het werk mag geen andere werknemers bij hetzelfde bedrijf verdringen. Ook mag er geen oneerlijke concurrentie ontstaan met andere organisaties.
3.3.11 Scholing, cursussen, trainingen
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen u scholing, een cursus of een training aanbieden.
- 2.
De scholing is bedoeld om werk te kunnen vinden of te kunnen behouden.
- 3.
Wij bepalen welke scholing u krijgt en hoe lang dit duurt.
3.3.12 Jobhunting, bemiddeling
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen een jobhunter of bemiddeling inzetten voor het vinden van werk.
- 2.
Een jobhunter zoekt passend werk.
3.3.13 Kinderopvang
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
We kunnen er voor zorgen dat er passende kinderopvang beschikbaar is als:
- a.
u meedoet aan een activiteit die nodig is om:
- a.
- •
in te burgeren;
- •
aan het werk te gaan; of
- •
om werkervaring op te doen, en
- a.
u zelf geen kinderopvang kunt regelen en betalen.
- a.
- 2.
Wij kunnen de kosten van kinderopvang, die voor uw rekening blijven, vergoeden.
3.3.14 Andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk
PW, IOAW, IOAZ , Wgs
- 1.
We kunnen andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om uw kans op werk te vergroten.
- 2.
We kunnen kosten vergoeden die u moet maken om mee te kunnen doen aan een voorziening of om te kunnen werken.
- 3.
Het college kan nadere regels vaststellen welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen en wat de hoogte van de vergoeding is.
3.3.15 Wettelijke loonkostensubsidie
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toekennen als u bij de werkgever in dienst komt, maar niet het wettelijke minimumloon kan verdienen.
- 2.
De werkgever moet voldoen aan de voorwaarden van artikel 10d van de Participatiewet.
- 3.
Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en productieverlies te vergoeden.
- 4.
Wij stellen vast of u het wettelijke minimumloon kunt verdienen.
- 5.
De loonkostensubsidie aan de werkgever hangt af van de loonwaarde.
- 6.
De hoogte van de loonkostensubsidie is maximaal 70% van het wettelijke minimumloon. Daar komen de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij.
- 7.
Totdat de loonwaarde is gemeten, kunnen wij de werkgever maximaal zes maanden een vaste maandelijkse loonkostensubsidie toekennen van maximaal 50% van het wettelijke minimumloon. Daar komen nog de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij.
3.3.16 Administratief proces loonkostensubsidie
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij verstrekken zoals in artikel 10d PW genoemd, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever. Bij een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing.
- 2.
Bij een beschikking op aanvraag sturen wij de beschikking naar de aanvrager (werkgever of de persoon) en de medebelanghebbende (werkgever of persoon die niet de aanvraag heeft ingediend).
- 3.
Een aanvraag voor loonkostensubsidie, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, beschouwen wij als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c lid 1, onder a PW.
- 4.
Wij stellen binnen 4 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d lid 5 PW.
- 5.
Wij gebruiken bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie.
3.3.17 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken als u een arbeidsbeperking heeft.
- 2.
Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden de volgende voorwaarden:
- a.
u behoort tot de doelgroep en u bent minimaal 18 jaar oud. Wanneer u VSO/PRO onderwijs heeft genoten geldt de minimale leeftijd van 18 jaar niet;
- b.
u kunt zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen;
- c.
de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week;
- d.
het is geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is;
- e.
het is geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie;
- f.
wij vinden dat er geen sprake is van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en
- g.
de kosten van de investering in de voorziening wegen op tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk.
3.3.18 Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kunt u of uw werkgever bij ons indienen. Wij kunnen hiervoor een aanvraagformulier vaststellen.
- 2.
Wij bepalen na overleg met u en indien van toepassing met uw werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan uw arbeidsinschakeling.
- 3.
Wij onderzoeken, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 4 weken na de aanvraag uw mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften. Wij onderzoeken of integrale samenwerking nodig is.
-
Zo ja, dan werken wij samen met andere partijen, zoals bijvoorbeeld instanties op het gebied van gezondheidszorg, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn of wonen. Dit om te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 2 PW.
- 4.
Wij maken na afronding van het onderzoek, een schriftelijke verslag van de uitkomsten van het onderzoek.
- 5.
Op basis van het onderzoeksverslag nemen wij een besluit en sturen dit naar u of uw werkgever op.
- 6.
Een besluit over deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden in paragraaf 2.5.
3.3.19 Persoonlijke ondersteuning bij werk
PW , IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkt in opdracht van de gemeente of een derde, waarbij wij de uitvoering van de jobcoaching hebben ingekocht.
- 2.
Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor:
- a.
jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of
- b.
interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider.
- a.
- 3.
De in lid 1 en 2 genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject.
- 4.
Voor de hoogte van de subsidie, genoemd in lid 2 kan het college nadere regels vaststellen.
3.3.20 Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk
P W , IOAW, IOAZ
- 1.
De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen.
- 2.
Lid 1 geldt niet als voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn.
- 3.
Wij besluiten op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen.
3.3.21 Interne werkbegeleiding
P W , IOAW, IOAZ
- 1.
Als u bent aangewezen op begeleiding bij het verrichten van werk die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kunnen wij een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding.
- 2.
Wij kunnen aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden.
3.3.22 Jobcoaching
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan volgende kwaliteitseisen:
- a.
de jobcoach beschikt over minimaal Hbo werk- en denkniveau;
- b.
de jobcoach heeft een jobcoach opleiding gevolgd;
- c.
de jobcoach heeft een registratie in het Register Loopbaancoach (voormalig Noloc Jobcoach) of het NVS-Beroepenregister voor jobcoaches en/of is werkzaam bij een organisatie die een Blik op werk of Oval Keurmerk heeft of een jobcoach erkenning heeft van het UWV;
- d.
de jobcoach heeft ervaring op het gebied van jobcoaching;
- e.
de jobcoach heeft kennis van de specifieke doelgroep met een arbeidsbeperking, regionale arbeidsmarkt (ontwikkelingen) en de regionale sociale kaart;
- f.
de jobcoach zorgt ervoor dat zijn kennis en vaardigheden actueel blijven en investeert in na- en bijscholing
- 2.
Een uitzondering op de gestelde voorwaarden van lid 1 geldt voor situaties waarin een werknemer met baan en bijbehorende jobcoach bij ons binnenkomt, bijvoorbeeld als gevolg van verhuizing of een stageplek vanuit het VSO/PRO onderwijs. De jobcoach moet binnen 1 jaar alsnog aan de in lid 1 gestelde eisen voldoen.
- 3.
De in te zetten jobcoaching bepalen wij op basis van de volgende begeleidingsregimes:
- a.
Licht:
- •
jaar 1, 6%
- •
jaar 2, 3%
- •
3 jaar of meer, 3% van het aantal overeengekomen werkuren
- b.
Midden:
- •
jaar 1, 10%;
- •
jaar 2, 5%;
- •
3 jaar of meer, 3% van het aantal overeengekomen werkuren.
- c.
Intensief:
- •
jaar 1, 15%;
- •
jaar 2, 7,5%;
- •
3 jaar of meer, 6% van het aantal overeengekomen werkuren.
- 4.
Wij kunnen van de in het lid 2 bedoelde maximale percentages afwijken voor zover toepassing daarvan, leidt tot onredelijkheid en onbillijkheid.
- 5.
Als we een of meer jobcoaches zelf in dienst of gecontracteerd hebben, kunnen wij deze bij voorrang aanbieden.
- 6.
Voordat wij de jobcoaching beëindigen verrichten wij onderzoek. Als de beëindiging plaatsvindt met instemming van u en uw werkgever kunnen wij van dit onderzoek afzien.
3.3.23 Jobcoaching in natura
P W , IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden.
- 2.
Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in artikel 3.3.17 tot en met 3.3.20 en artikel 3.3.22 van deze verordening ook van toepassing.
3.3.24 Subsidie voor het organiseren van jobcoaching
P W , IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan een werkgever.
- 2.
Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 3.3.17 tot en met 3.3.20 en artikel 3.3.22 worden verleend als:
- a.
de jobcoaching wordt geborgd door middel van een coachingsplan;
- b.
de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is;
- c.
de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en
- d.
de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever.
- 3.
Wij kunnen voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij wij de tarieven bekend maken.
- 4.
Met instemming van de werkgever en de werknemer voor wie de subsidie wordt verleend, kan de jobcoach mede:
- •
ondersteuning geven gericht op het vinden van werk; of
- •
integrale ondersteuning geven bij de overgang van werk naar werk en van werk naar onderwijs.
3.3.25 Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen een vervoersvoorziening toekennen als u tot de doelgroep, genoemd in artikel 3.1, behoort. De vervoersvoorziening moet noodzakelijk zijn om naar uw werkplek, proefplaats of opleidingslocatie te reizen. Deze vervoersvoorziening kunnen we zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld verstrekken.
- 2.
Wij bieden een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a.
u kan door uw beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en
- a.
b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer.
- 3.
De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat u werkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer.
- 4.
Wij brengen een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening.
- 5.
Voor de hoogte van de vergoeding, genoemd in lid 3 kan het college nadere regels vaststellen.
3.3.26 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap
P W , IOAW, IOAZ
Wij kunnen een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.
3.3.27 Specifieke voorwaarden meeneembare hulpmiddelen
P W , IOAW, IOAZ
- 1.
Wij kunnen een meeneembaar hulpmiddel toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken.
- 2.
Het meeneembare hulpmiddel wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kunnen wij besluiten het hulpmiddel in eigendom te verstrekken.
3.3.28 Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen
P W , IOAW, IOAZ
Wij kunnen een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren.
3.3.29 Nazorg
P W , IOAW, IOAZ, Wgs
- 1.
Wij kunnen u ondersteunen of begeleiden nadat de uitkering is beëindigd in verband met het vinden van werk.
- 2.
Wij bieden u ondersteuning of begeleiding als dit nodig is om het werk te doen of te behouden.
3.4 Schuldhulpverlening
Wgs
Wij willen u graag helpen als u schulden heeft. U kunt om hulp vragen bij het vinden van een oplossing voor uw schulden. Hier worden de belangrijkste uitgangspunten genoemd die de we toepassen als u om hulp vraagt.
3.4.1 Samenwerking, instrumenten en toegang
Wgs
- 1.
Wij werken samen met andere organisaties om te voorkomen dat u problematische schulden opbouwt. Wij nemen contact met u op als wij signalen van betalingsachterstanden ontvangen.
- 2.
Wij zorgen ervoor dat u op een eenvoudige manier om hulp kan vragen bij het vinden van een oplossing voor schulden.
- 3.
We zetten instrumenten in om te zorgen dat u zo snel en zo goed mogelijk geholpen wordt zelf uw financiën te beheren.
- 4.
Wij informeren over de hulp die we kunnen aanbieden en zorgen ervoor dat die hulp ook echt beschikbaar is.
- 5.
Wij sluiten niemand uit van hulp. Tenzij iemand geen geldige verblijfstitel heeft, en geen verlengingsprocedure heeft lopen of geen inwoner is van de gemeente Terneuzen.
- 6.
Voor de verdere uitwerking van dit artikel kunnen we beleidsregels vaststellen.
3.5 Regelingen voor mensen met een laag inkomen 3.5.1 Bijzondere bijstand
PW , IOAW, IOAZ
- 1.
U kunt bijzondere bijstand aanvragen voor extra uitgaven die noodzakelijk zijn en die u niet kunt betalen uit uw maandelijkse inkomen of andere aanwezige middelen.
- 2.
Als u een inkomen heeft lager dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm kunt u in aanmerking komen voor individuele bijzondere bijstand.
- 3.
In afwijking van lid 2 van dit artikel geldt voor de kosten van bewindvoering, mentor, curatele en rechtsbijstand een inkomensgrens van 100 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm.
- 4.
Voor de uitvoering van de bijzondere bijstand kan het college nadere regels vaststellen.
3.5.2 Collectieve zorgverzekering minima
PW
- 1.
Wij bieden samen met CZ een collectieve zorgverzekering aan voor mensen met een laag inkomen.
- 2.
Als u een inkomen heeft lager dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm kunt u gebruik maken van deze zorgverzekering voor minima.
- 3.
Als uw inkomen lager dan 120 procent van de bijstandsnorm is kunt u een bijdrage voor de premie van de aanvullende zorgverzekering krijgen.
- 4.
Voor de uitvoering van deze categoriale bijzondere bijstand kan het college nadere regels stellen.
3.5.3 Individuele inkomenstoeslag
PW
- 1.
U kunt individuele inkomenstoeslag aanvragen, als u langdurig een laag inkomen heeft. Hiermee bedoelen we in de 36 maanden voor de aanvraagdatum had u een inkomen dat niet hoger is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm.
- 2.
U heeft geen uitzicht op inkomensverbetering hoger dan het niveau van 120% van de toepasselijke bijstandsnorm.
- 3.
U heeft in de afgelopen 36 maanden niet meer dan het toegestaan vrij te laten vermogen.
- 4.
Gehuwden en samenwonenden moeten beiden aan de voorwaarden voldoen.
- 5.
De individuele inkomenstoeslag is per 12 maanden:
- a.
€ 505 als u alleenstaand bent;
- b.
€ 655 als u alleenstaande ouder bent;
- c.
€ 730 als u gehuwd bent.
3.5.4 Kinderopvang met sociaal medische indicatie
-
Met een Sociaal Medische Indicatie (hierna: SMI) kunnen we u tijdelijk ontlasten door een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang te bieden. Een SMI is een vangnetregeling waarmee u tijdelijk wordt ontzorg d .
Gemeentewet
- 1.
U kunt zich melden voor een aanvraag bij de gemeente, het gezinsteam van de uitvoeringsorganisatie van de gemeente of de jeugdverpleegkundige.
- 2.
U kunt in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming voor kinderopvang als:
- a.
u een aantoonbare lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke of psychische beperking heeft (we kunnen dit laten vaststellen door een onafhankelijk adviseur);
- b.
u in de gemeente Terneuzen woont;
- c.
uw kind naar een geregistreerde opvang of gastouder gaat;
- d.
uw kind 12 jaar is of jonger en het basisonderwijs of het speciaal onderwijs nog niet heeft verlaten;
- e.
u geen recht heeft op kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst;
- f.
u onvoldoende mogelijkheden heeft binnen uw gezin of sociale netwerk om uw kind(eren) op te vangen;
- g.
u geen gebruik kunt maken van voorliggende voorzieningen, of deze voorzieningen zijn niet voldoende;
- h.
het noodzakelijk is dat uw kind naar de opvang gaat.
- 3.
Het doel is u tijdelijk te ontlasten en/of uw kinderen te ondersteunen.
- 4.
Wij kunnen een financiële tegemoetkoming weigeren als:
- a.
u niet voldoet aan de vereisten van lid 2 van dit artikel;
- b.
u niet bereid bent om hulpverlening te accepteren of hieraan mee te werken;
- c.
u niet bereid bent mee te werken aan het opstellen van een gezinsplan;
- d.
er een voorliggende voorziening aanwezig is;
- e.
u niet voldoet aan de verplichtingen vastgelegd in artikel 7.1 van deze verordening;
- 5.
Wij beslissen over het aantal dagdelen waarvoor de financiële tegemoetkoming nodig is.
- 6.
U doet al het mogelijke om het aantal uren waarop noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo gering mogelijk en zo kort mogelijk te laten zijn.
- 7.
De opvang duurt maximaal zes maanden. Wij kunnen de opvangperiode als het nodig is eenmaal verlengen met maximaal zes maanden, na deze verlenging stopt de SMI. Om in aanmerking te komen voor een verlenging van de SMI voldoet u aan de volgende voorwaarden:
U moet voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 7.1 van deze verordening.
U moet naar ons oordeel voldoende hebben gezocht naar een oplossing door middel van inzet van de eigen kracht en uw eigen netwerk.
De verlenging moet opnieuw aantoonbaar noodzakelijk zijn, onderbouwd door een nieuw, onafhankelijk advies.
U bent verplicht alle relevante informatie aan ons aan te leveren.
De aanvraag voor de verlenging moet uiterlijk 6 weken voor het aflopen van de huidige indicatie.
U levert een nieuwe inkomensverklaring af. Indien het inkomen is stellen we de eigen bijdrage opnieuw vast.
- 8.
Wij betalen de financiële tegemoetkoming uit aan de kinderopvangorganisatie.
- 9.
Indien uw inkomen hoger is dan 120 procent van de bijstandsnorm, betaalt u een inkomensafhankelijke eigen bijdrage.
- 10.
Voor de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming en voor de berekening van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage, wordt aangesloten bij het model dat de Belastingdienst hanteert voor het berekenen van de eigen bijdrage bij de kinderopvangtoeslag.
- 11.
We beëindigen de tegemoetkoming:
-
a. bij verhuizing buiten de gemeente;
-
b. bij het vervallen van de sociaal-medische indicatie;
-
c. bij het niet nakomen van verplichtingen zoals het aanleveren van informatie of het niet gebruiken van toegekende opvang;
-
d. bij beschikbaarheid van een passende voorliggende voorziening.
- 12.
U bent verplicht:
-
a. alle relevante wijzigingen aan ons te melden;
-
b. mee te werken aan evaluatie en heronderzoeken;
-
c. de inzet van de opvang zo beperkt mogelijk te houden.
14. De bepalingen van de artikel 7.4.1 en 7.4.2 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing.
3.5.5 Meedoenbudget
Gemeentewet
- 1.
Het meedoenbudget is bedoeld om inwoners met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten.
- 2.
U kunt in aanmerking komen voor het meedoenbudget als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm.
- 3.
U heeft niet meer dan het toegestaan vrij te laten vermogen.
- 4.
Het meedoenbudget bedraagt € 165,00 per persoon per 12 maanden.
- 5.
Wij betalen het meedoenbudget één keer per 12 maanden in één keer aan u uit.
3.5.6 Volwassenenfonds Sport en Cultuur
1. Het Volwassenenfonds Sport en Cultuur is bedoeld om inwoners vanaf 18 jaar met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve en culturele activiteiten.
2. U kunt in aanmerking komen voor het fonds genoemd in lid 1 als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke bijstandsnorm.
3. Wij betalen de contributie of het lesgeld aan de sportvereniging of de instantie waar u creatieve activiteiten doet.
3.5.7 Zwemabonnementen zomerperiode
Gemeentewet
1. Het zwemabonnement is bedoeld om inwoners met een laag inkomen in de zomermaanden gratis gebruik te laten maken van de buitenzwembaden van de gemeente Terneuzen.
2. U en/of uw gezinsleden kunnen in aanmerking komen voor het zwemabonnement als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm.
3.5.8 Kindpakket
Gemeentewet
- 1.
Het kindpakket is bedoeld om kinderen van ouders met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten.
- 2.
U kunt in aanmerking komen voor het kindpakket als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm.
- 3.
U kunt het kindpakket aanvragen bij de Stichting Leergeld of het Jeugdfonds sport en cultuur.
3.5.9 Minima reisproduct
- 1.
Het minima reisproduct is bedoeld om inwoners met een laag inkomen gratis te laten reizen met het openbaar busvervoer.
- 2.
U en of uw gezinsleden kunnen in aanmerking komen voor het minima reisproduct als u een inkomen heeft dat lager is dan 120% van de voor u toepasselijke bijstandsnorm.
- 3.
Voor de uitwerking van dit artikel kan het college nadere regels vaststellen.
Hoofdstuk 4 Gezond en veilig opgroeien
Wij willen dat kinderen en jongeren zo gezond en veilig mogelijk opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van kinderen en jongeren zelf, hun ouders en hun (sociale) netwerk. Het kan zijn dat u hierbij ondersteuning nodig heeft. Dan kunt u terecht bij de gemeente.
Met kinderen en jongeren bedoelen wij kinderen en jongeren tot 18 jaar. Maar ook jongvolwassenen van 18 tot 23 die al jeugdhulp ontvingen toen zij 18 jaar oud waren en die deze hulp vanaf hun 18e nog nodig hebben, en deze hulp niet onder een andere wet valt. Dit zijn de jeugdigen, zoals staat beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
In dit hoofdstuk leest u wat uw eigen verantwoordelijkheden zijn en wat de rol van de gemeente is. Ook vindt u hier informatie over voorzieningen.
4.1 Vrij toegankelijke hulp
Jeugdwet
- 1.
Wij zorgen ervoor dat kinderen en jongeren zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dit te bereiken, helpen we alle kinderen en jongeren, hun ouders en hun sociale netwerk met:
- a.
het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen;
- b.
het geven van informatie, advies en trainingen;
- c.
het bieden van jeugdgezondheidszorg;
- d.
activiteiten voor jongeren die hun talenten ontwikkelen;
- e.
het bieden van opvoedondersteuning; en
- f.
een vertrouwenspersoon.
- a.
- 2.
Deze ondersteuning is vrij toegankelijk. U hebt hiervoor geen besluit nodig van de gemeente. En ook geen verwijzing van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts.
- 3.
Wij zorgen ervoor dat we signalen bij opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk opvangen. En dat we daar ook zo vroeg mogelijk ondersteuning bij aanbieden op vrijwillige basis.
4.2 Individuele voorziening
Jeugdwet
- 1.
Wij kunnen u een individuele voorziening aanbieden waarbij we goed kijken welke ondersteuning op uw vraag aansluit. Wij kunnen de volgende vormen van hulp bieden:
- a.
ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien in de vorm van advies en cursussen;
- b.
een plek in een pleeggezin of verblijf in een instelling. Pleegzorg heeft hierbij de voorkeur;
- c.
specialistische jeugdhulp in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling;
- d.
persoonlijke verzorging;
- e.
vervoer naar en van de plaats waar u jeugdhulp krijgt.
- a.
- 2.
Bij vervoer is het uitgangspunt dat de jeugdige en/of ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor het vervoer van en naar de jeugdhulp. Twee keer per week brengen en halen, voor een periode van minimaal drie maanden, zien we als iets wat ouders zelf kunnen regelen.
- 3.
Deze hulp is niet vrij toegankelijk. U hebt hiervoor een besluit nodig van de gemeente. Of u hebt een verwijzing nodig van een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts.
- 4.
Het college kan in nadere regels vaststellen welke individuele voorzieningen beschikbaar zijn en toelichten wat deze inhouden.
4.3 Overgang van 18- naar 18+
Jeugdwet, Wmo 2015
- 1.
Als een jeugdige gebruik maakt van een individuele voorziening en bijna 18 jaar wordt, bespreekt de zorgaanbieder samen met de jeugdige de veranderingen vanaf 18 jaar en of en welke ondersteuning dan nog nodig is. De zorgaanbieder legt dit vast in een toekomstplan, waarin staat:
- •
welke hulp of ondersteuning nodig is vanaf 18 jaar;
- •
hoe en vanuit welke wet (Wmo, Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet of verlengde Jeugdwet) de hulp vanaf 18 jaar wordt ingezet.
- •
- 2.
Ook als een jeugdige geen gebruik maakt van een individuele voorziening kunnen we ondersteunen bij het maken van een toekomstplan op alle belangrijke leefgebieden:
- •
wonen;
- •
inkomen;
- •
zorg en ondersteuning;
- •
scholing, werk of participatie;
- •
vrije tijd;
- •
uw sociale omgeving/sociale netwerk.
- •
- 3.
Pleegzorg en verblijf in een gezinshuis voor jeugdigen loopt standaard door tot 21 jaar:
- •
als het verblijf is gestart vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar;
- •
als het verblijf is gestopt vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, maar binnen een half jaar na beëindiging weer wordt opgestart.
- 4.
Lid 3 geldt tenzij:
- •
u dat zelf niet wilt;
- •
en/of de pleegouders/gezinshuisouder(s) niet instemmen;
- •
en/of voor alle partijen (inclusief uzelf) duidelijk is dat u andere passende hulp nodig heeft, en die hulp ook beschikbaar is;
- •
en/of u voldoet aan de criteria van de Wet langdurige zorg.
- •
5. Verlengde jeugdhulp in de vorm van pleegzorg blijft mogelijk vanaf 21 jaar totdat u 23 jaar wordt.
6. We streven naar een soepele overgang van Jeugdwet naar ondersteuning vanuit andere wetten. Dit noemen we een warme overdracht. Dit kan bijvoorbeeld de Wmo 2015, Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet zijn.
4.4 Afstemming met andere vormen van hulp
Jeugdwet
- 1.
Wij zorgen ervoor dat de ondersteuning die u krijgt, aansluit bij andere vormen van ondersteuning die u krijgt. Om dat te bereiken, maken we afspraken met huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen, hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over:
- a.
procedures die gelden bij doorverwijzing naar ondersteuning;
- b.
communicatie met andere organisaties en de gemeente;
- c.
afbakening van taken en verantwoordelijkheden;
- d.
aansluiting tussen vrij toegankelijke hulp en individuele voorzieningen.
- 2.
Wij zorgen voor afstemming binnen de verschillende samenwerkingstrajecten. Hierbij houden we rekening met de privacywetgeving. Het gaat dan om afstemming met:
- •
de gezondheidszorg, zoals huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en zorgverzekeraars/zorgkantoor;
- •
justitie en gecertificeerde instellingen, over kinderbescherming en jeugdreclassering;
- •
Veilig Thuis;
- •
maatschappelijke ondersteuning, over de continuïteit van ondersteuning als u 18 jaar wordt;
- •
voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht en werk en inkomen.
- 3.
Wij letten in de afstemming op de volgorde waarop we hulp inzetten, zodat de inzet het meest effect geeft. Soms kan de hulp gelijktijdig worden ingezet. We zetten in op passende ondersteuning die leidt tot de minste maatschappelijke kosten op lange termijn.
Hoofdstuk 5 Wonen en meedoen in de samenleving
Soms heeft u hulp nodig om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen in uw eigen omgeving. We helpen u als u zelf geen oplossing kunt vinden voor problemen. Bijvoorbeeld als u hulp nodig heeft in huis, bij dagelijkse dingen of aanpassingen in uw huis. We moeten zorgen dat inwoners met een beperking zo zelfstandig mogelijk kunnen blijven wonen. Daarbij kijken we niet alleen naar wat nu nodig is, maar ook naar wat u in de toekomst nodig kunt hebben. In dit hoofdstuk leggen we uit welke hulp we kunnen bieden.
5.1 Beschermd wonen
Wmo 2015
- 1.
Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.
- 2.
De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 van de Wmo bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
5.2 Verplaatsen dichtbij huis
Wmo 2015
- 1.
Wij kijken altijd eerst naar een oplossing binnen een algemene of voorliggende voorziening. Voor het verplaatsen dichtbij huis beschikken we daarvoor als gemeente over collectief vraagafhankelijk vervoer en een scootmobielpool;
- 2.
Het college kan nadere regels vaststellen.
5.3 Mantelzorg 5.3.1 Ondersteuning mantelzorger
Wmo 2015
- 1.
Wij zorgen ervoor dat een professional de mantelzorg kan overnemen als u niet meer in staat bent om de mantelzorg vol te houden.
- 2.
Een mantelzorger kan ook ondersteuning krijgen in de vorm van respijtzorg, scholing, lotgenotencontact, het bieden van advies en informatie en ondersteunende gesprekken.
5.3.2 Mantelzorgwaardering
Wmo 2015
- 1.
Wij waarderen de inzet van u als mantelzorger voor inwoners met een beperking. Daarom stellen wij jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om het belang van mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen.
- 2.
De mantelzorgwaardering bestaat uit een attentie en een ontmoetingsmoment.
- 3.
Het college kan nadere regels vaststellen.
5.3.3 Voorwaarden mantelzorgwaardering
Wmo 2015
- 1.
Een inwoner die mantelzorg ontvangt kan mantelzorgwaardering aanvragen. Dit zijn de voorwaarden:
- a.
De mantelzorger verleent de hulp minimaal acht uur per week gedurende drie maanden onafgebroken.
- b.
De mantelzorger is iemand die geen betaalde hulp aan de inwoner geeft.
- c.
We keren per huishouden maar één mantelzorgwaardering uit.
- a.
- 2.
Wij hebben een formulier waarmee u een mantelzorgwaardering kunt aanvragen.
Hoofdstuk 6 De vorm van de ondersteuning
Als wij u ondersteunen, kan dat in verschillende vormen. In dit hoofdstuk vindt u de regels daarvoor.
Wij kunnen ondersteuning bieden in de vorm van een dienst, zoals hulp in de huishouding of individuele begeleiding. Maar we kunnen u ook ondersteunen met behulp van een hulpmiddel, zoals bijvoorbeeld een rolstoel. Een uitkering of minimaregeling noemen wij ondersteuning in de vorm van geld.
Onder ondersteuning valt ook het persoonsgebonden budget (pgb). Dit is geld waarmee u zelf de ondersteuning inkoopt die u nodig heeft.
Ondersteuning in natura is ondersteuning die u van een instelling of professional krijgt die een contract heeft met de gemeente. Wij bieden u de ondersteuning die noodzakelijk is om uw situatie te verbeteren.
6.1 Ondersteuning in natura
Jeugdwet, Wmo 2015
- 1.
Als u in aanmerking komt voor ondersteuning, krijgt u deze ondersteuning in natura. Wij kunnen de ondersteuning ook op een andere manier geven, als dit in de wet of in deze verordening staat.
- 2.
Als u in aanmerking komt voor een hulpmiddel vanuit de Wmo 2015, dan verstrekken we dit in bruikleen of in eigendom.
- 3.
Wij zorgen ervoor dat de leverancier van het hulpmiddel u helpt om dit hulpmiddel goed te kunnen gebruiken.
- 4.
Wij zorgen ervoor dat de leverancier van het hulpmiddel de wettelijke bepalingen over de garantie nakomt.
- 5.
De leverancier vertelt u alles wat belangrijk is om te weten over het hulpmiddel dat u krijgt.
- 6.
Het college kan nadere regels vaststellen.
6.2 Persoonsgebonden budget (pgb) 6.2.1 Voorwaarden
Jeugdwet, Wmo 2015
- 1.
U kunt een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als u kunt motiveren waarom het aanbod van de gemeente niet passend is en waarom u een pgb wenst. U moet dan ook voldoen aan de voorwaarden die de Wmo 2015, de Jeugdwet en deze verordening stellen.
- 2.
Als u een pgb wilt, kunt u of iemand anders de taken die bij het pgb horen, uitvoeren. Wij kennen een pgb alleen toe als wij vinden dat u of uw budgetbeheerder in staat is uw belangen voldoende te behartigen. De budgetbeheerder moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De budgetbeheerder is verplicht om mee te werken aan de beoordeling van zijn pgb-vaardigheden als wij daar om vragen.
- 3.
Het pgb kan niet worden beheerd door een administratiekantoor.
- 4.
Met een pgb kunt u zelf ondersteuning inkopen. Het pgb heeft geen vrij besteedbaar bedrag. U mag het pgb niet gebruiken voor de volgende kosten:
- a.
kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;
- b.
het voeren van een pgb-administratie;
- c.
ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie;
- d.
kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s);
- e.
reiskosten van de hulpverlener; en
- f.
kosten voor vervoer, als u zelf gebruik kunt maken van de regiotaxi of een andere vervoersregeling;
- g.
kosten die worden gemaakt in het buitenland, tenzij het college hier toestemming voor heeft gegeven;
- h.
kosten voor een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag.
- 5.
U maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. In het pgb-plan schrijft u onder andere welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en wie de ondersteuning gaat geven. Wij moeten het plan goedkeuren voordat het pgb wordt toegekend.
- 6.
Wij verstrekken geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van degene die de ondersteuning gaat geven. Dit doen wij, in ieder geval, als deze persoon in de vier jaar voorafgaand aan de aanvraag:
- a.
fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd;
- b.
betrokken was bij strafbare feiten of overtredingen beging die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen;
- c.
veroordeeld was tot een gevangenisstraf; of
- d.
op basis van een Bibob-toets door het college is geweigerd als zorgaanbieder.
- a.
- 7.
Wij stellen een pgb vast waarmee u veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning kunt inkopen. De budgetbeheerder van het pgb moet met voldoende afstand en moet kritisch zijn beheerstaken kunnen vervullen.
- 8.
Nadat het pgb is toegekend moet u of uw beheerder met de hulpverlener een zorgovereenkomst sluiten. Deze zorgovereenkomst moet gebaseerd zijn op ons besluit.
- 9.
Wij kunnen, als wij dit nodig vinden, periodiek met u het pgb en het beheer ervan evalueren. Wij kunnen u verzoeken, in de situatie dat u het pgb niet zelf beheert, om de pgb-beheerder niet bij dit gesprek uit te nodigen. U kunt in voorkomende gevallen desgewenst een beroep doen op een onafhankelijk cliëntondersteuner.
- 10.
De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de jeugdhulp afnemen van een persoon uit het sociale netwerk. Dit geldt niet voor een ggz-behandeling. Een ggz-behandeling kan alleen door een professional worden verleend die niet tot het sociale netwerk behoort.
- 11.
Wij weigeren een pgb:
- a.
Als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de Jeugdwet van toepassing is;
- b.
Voor hulp die direct ingezet moet worden (crisishulp);
- c.
Voor pleegzorg.
- 12.
Het college kan nadere regels vaststellen over de voorwaarden en verplichtingen voor het pgb.
6.2.2 Professionele en niet-professionele hulp
Jeugdwet, Wmo 2015
- 1.
Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb maken we onderscheid tussen professionele en niet-professionele hulp.
- 2.
We spreken van professionele hulp als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van iemand uit het sociaal netwerk:
- a.
iemand die in dienst is van een instelling of bedrijfsmatig hulp verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister, of
- b.
iemand die als zelfstandige beroepsmatig de hulp verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister.
- a.
- 3.
U mag het pgb besteden aan hulp die wordt gegeven door een professionele hulpverlener, als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden. Deze persoon:
- a.
moet de diploma’s hebben die nodig zijn om de hulp te kunnen geven;
- b.
heeft een originele verklaring omtrent het gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag;
- c.
moet als hij jeugdhulp biedt, aantonen dat hij de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling gebruikt en dat hij SKJ of BIG geregistreerd is.
- a.
- 4.
Van niet-professionele hulp is sprake als:
- a.
de hulp geboden wordt door personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria genoemd in lid 2;
- b.
de hulp geboden wordt door personen die voldoen aan de criteria genoemd in lid 2, maar onderdeel van het sociaal netwerk zijn.
- a.
6.2.3 Hoogte en tarief pgb
Jeugdwet, Wmo 2015
- 1.
Wij maken minimaal één keer per jaar de tarieven bekend op de gemeentelijke website.
- 2.
Het pgb voor een hulpmiddel is niet hoger dan de volledige kostprijs van het hulpmiddel en is niet hoger dan de goedkoopst passende voorziening.Als het bedrag dat u de hulpverlener uit het pgb gaat betalen hoger is dan de goedkoopst passende voorziening, betaalt u de meerkosten zelf.
- 3.
Bij het bepalen van de hoogte van het pgb voor het inkopen van ondersteuning hanteren wij de volgende regels:
- a.
Als een professionele hulpverlener de hulp gaat bieden is het pgb 75 procent van de kostprijs voor zorg in natura, behalve als passende hulp voor een lager tarief kan worden ingekocht;
- b.
Als dit onvoldoende is om passende ondersteuning in te kopen wordt het tarief aangepast tot maximaal de kostprijs van de voorziening Zorg In Natura die in deze situatie het goedkoopst is. Zodat er bij ten minste één zorgaanbieder kan worden ingekocht.
- c.
Als een niet-professionele hulpverlener de hulp gaat bieden, is het pgb:
- a.
- I.
voor de Wmo: gelijk aan het minimumloon, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. Indien de budgethouder werkgeverslasten moet afdragen, wordt het pgb verhoogd met deze werkgeverslasten. Hierbij gaat het college uit van het lage tarief, tenzij niet aan de voorwaarden hiervoor wordt voldaan. Dan verhoogt het college het pgb met het hoge tarief. Beide tarieven worden (mede) gepubliceerd op de website van de SVB. Mocht het lagere tarief zijn gehanteerd, en later blijken dat het hogere tarief van toepassing is, dan verhogen we ook achteraf nog het budget.
- II.
voor de Jeugdwet: bij het bestaan van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht gelijk aan het dan geldende minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek.
- 4.
Gaat het om een hulpmiddel, dan houden we bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving. Maar we houden ook rekening met de onderhouds- en verzekeringskosten.
- 5.
Voor een pgb voor woningaanpassingen vraagt u twee offertes op. Wij bepalen aan de hand van deze offertes de hoogte van het pgb.
- 6.
Wij stellen het pgb voor hulpmiddelen als volgt vast: de hoogte van het pgb is gelijk aan de huurprijs die wij betalen voor een vergelijkbaar middel bij zorg in natura. De hoogte van het pgb is maximaal de huurprijs van 7 jaar. Tenzij de situatie verandert waardoor het hulpmiddel niet meer passend is. In deze prijs zitten ook de kosten voor onderhoud, verzekering en reparatie van het hulpmiddel.
6.2.4 Verantwoording pgb
Jeugdwet, Wmo 2015
- 1.
Wij kunnen u op elk moment vragen om duidelijk te maken hoe u het pgb heeft besteed. Wij kunnen u ook vragen welke resultaten de ondersteuning voor u heeft gehad. De budgetbeheerder zal daarom een duidelijke en volledige administratie moeten bijhouden.
- 2.
U mag uit het pgb alleen ondersteuning betalen die de hulpverlener ook daadwerkelijk heeft geleverd.
6.3 Ondersteuning in geld
Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ , Wgs
- 1.
In de wetten en in deze verordening staat wanneer u ondersteuning kunt krijgen in de vorm van geld.
- 2.
Ondersteuning in de vorm van geld hoeft u meestal niet terug te betalen. U moet het geld wel terugbetalen:
- a.
als dat in de wet staat,
- b.
als het in deze verordening staat,
- a.
- 3.
Nadat wij een besluit hebben genomen over de betaling, ontvangt u het geld zo spoedig mogelijk.
- 4.
Wij betalen het geld via uw rekeningnummer. Maar het kan ook op het rekeningnummer van uw gemachtigde, bijvoorbeeld uw bewindvoerder. Als dit niet lukt dan kunnen wij het geld op een andere manier betalen.
- 5.
Wij kunnen besluiten om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat u nog moet terugbetalen aan de gemeente. Dat is een verrekening van een vordering. Wij kunnen dit alleen doen als dit volgens de wettelijke regels kan. En het moet gaan om een vordering op grond van een van de wetten waarover deze verordening gaat.
6.4 Wat is de eigen bijdrage?
Wmo 2015
- 1.
U betaalt een eigen bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening.
- 2.
Een bijdrage in de kosten is nooit hoger dan:
- a.
Het bedrag dat betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of
- b.
De kostprijs van de voorziening als deze lager is dan het bedrag dat u volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zou moeten betalen.
- a.
- 3.
De duur van de eigen bijdrage hangt af van de soort voorziening.
- a.
Voor hulpverlening vragen wij een eigen bijdrage voor zolang de indicatie duurt.
- b.
Voor voorzieningen die in bruikleen worden verstrekt, vragen wij een eigen bijdrage zolang de voorziening aan u is verstrekt.
- c.
Voor een roerende voorziening die wij in eigendom verstrekken, vragen wij een eigen bijdrage totdat de kostprijs is voldaan.
- d.
Voor een bouwkundige of woontechnische aanpassing vragen wij een eigen bijdrage totdat de kostprijs is voldaan.
- a.
- 4.
Er is slechts één eigen bijdrage per huishouden verschuldigd.
- 5.
Als u gebruik maakt van intramuraal beschermd wonen (hulp in natura) betaalt u een inkomensafhankelijke bijdrage.
- 6.
Er geldt geen eigen bijdrage:
- a.
als u of uw partner/echtgenoot al een bijdrage in de kosten van beschermd wonen moet betalen;
- b.
voor niet AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens;
- c.
voor een minderjarige, met uitzondering van woningaanpassingen;
- d.
voor een rolstoel;
- e.
voor een algemene voorziening;
- f.
als uw inkomen lager is dan 120 procent van de voor u van toepassing zijnde uitkeringsnorm.
- a.
- 7.
Voor het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) geldt een eigen bijdrage per kilometer en een starttarief.
Hoofdstuk 7 Afspraken tussen inwoner en gemeente
7.1 De rol van de inwoner
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet, Awb , Wgs
- 1.
U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem. Wij vullen de mogelijkheden van u en uw sociale netwerk aan als dat nodig is. U zorgt voor het volgende:
- a.
U zet eerst de eigen mogelijkheden in voordat u hulp vraagt aan de gemeente.
- b.
Als wij hulp verlenen werkt u mee aan de oplossing van uw probleem.
- c.
U zorgt ervoor dat de hulp van de gemeente niet langer duurt dan nodig is.
- a.
- 2.
U werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier we uw probleem zo snel mogelijk kunnen oplossen. Dat betekent het volgende:
- a.
U informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk. Het gaat dan over alles wat belangrijk is voor het beoordelen van uw hulpvraag, uw persoonlijke situatie en uw rechten en plichten.
- b.
We ontvangen alle documenten en bewijsstukken die we nodig hebben zo snel mogelijk van u.
- c.
U brengt ons zo snel mogelijk op de hoogte van uw beperkingen, als die van belang zijn in het contact met ons.
- d.
Als u onvoldoende meewerkt kunnen we niet vaststellen welke ondersteuning nodig is. We kunnen een lagere omvang vaststellen of geen voorziening verstrekken. Een eerder toegekende voorziening kunnen we intrekken.
- a.
7.2 Afspraken en verplichtingen 7.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner
PW, IOAW, IOAZ, Awb
- 1.
Wij kunnen uw uitkering verlagen, als u zich niet aan afspraken en verplichtingen houdt.
- 2.
Als wij uw uitkering verlagen, laten wij u weten:
- a.
waarom wij uw uitkering verlagen;
- b.
hoelang wij uw uitkering verlagen;
- c.
met hoeveel procent wij uw uitkering verlagen of om welk bedrag het gaat; en
- d.
als dat van toepassing is, waarom wij hiervan afwijken.
- a.
- 3.
Als wij een beslissing nemen om uw uitkering te verlagen, houden wij rekening met:
- a.
hoe ernstig uw gedrag is;
- b.
of u er iets aan kunt doen (valt u iets te verwijten?);
- c.
uw persoonlijke situatie.
- a.
- 4.
Voordat wij uw uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om uw reactie te geven.
- 5.
Wij kunnen besluiten om u niet de gelegenheid te geven een reactie te geven zoals bedoeld in lid 4. Dit doen wij als:
- a.
u al eerder uw reactie heeft kunnen geven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd;
- b.
u zelf aangeeft dat u geen reactie wilt geven.
- a.
7.2.2 Geen schuld en verlaging
PW, IOAW, IOAZ, Awb
We passen geen verlaging toe als u er niets aan kunt doen of als er sprake is van een dringende reden.
7.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging
PW, IOAW, IOAZ, Awb
- 1.
Wij verlagen uw uitkering of bijzondere bijstand over de kalendermaand nadat dit gedrag heeft plaatsgevonden.
- 2.
Wij kunnen uw uitkering ook verlagen over de kalendermaand na de maand waarop wij hierover een besluit hebben genomen. Dat kan als we de uitkering over die periode al hebben uitbetaald. Wij houden hierbij rekening met de op dat tijdstip geldende uitkeringsnorm.
- 3.
Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop uw gedrag betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit kan op het moment dat we lid 1 van dit artikel niet kunnen toepassen, omdat we de uitkering hebben beëindigd of ingetrokken. Dit kan zo lang wij de uitkering nog niet hebben uitbetaald.
- 4.
Wij kunnen uw uitkering verlagen met ingang van de ingangsdatum van uw uitkering. Dit kan in afwijking van lid 1 van dit artikel. Dit kan op het moment dat uw gedrag heeft plaatsgevonden in de periode tussen de uitkeringsaanvraag en het besluit op die aanvraag.
7.2.4 Berekening verlaging
PW, IOAW, IOAZ, Awb
- 1.
De verlaging is een percentage van de voor u geldende uitkeringsnorm.
- 2.
Als u maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kunnen wij deze bijstand met een percentage verlagen.
- 3.
Het college kan nadere regels vaststellen.
7.2.5 Niet nakomen arbeidsverplichtingen
PW, IOAW, IOAZ, Awb
- 1.
Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 5procent van de uitkeringsnorm, als uzich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het UWV.
- 2.
Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm als u :
- a.
niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak;
- b.
een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht, artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet, is ingetrokken.
- a.
- 3.
Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 50procent van de uitkeringsnorm voor het niet naar vermogen proberen werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen en te behouden.
- 4.
Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 10 procent van de bijstandsnorm als u:
- a.
niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen;
- b.
niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en overige verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening;
- c.
een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken.
- a.
- 5.
Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 50 procent van de uitkeringsnorm, als u:
- a.
niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen;
- b.
een baan afwijst;
- c.
er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt;
- d.
niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening.
- a.
- 6.
Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ).
7.2.6 Arbeidsverplichtingen die in de wet staan
PW
- 1.
Als u een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm voor een maand.
- 2.
Als er bijzondere omstandigheden zijn, passen we de verlaging van het eerste lid toe over twee maanden in twee gelijke delen. De twee maanden zijn de maand waarover de verlaging oorspronkelijk is opgelegd en de maand daarna.
7.2.7 Te weinig besef van verantwoordelijkheid
PW, Awb
- 1.
Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag.
- 2.
De verlaging van de uitkering is:
- a.
5 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00;
- b.
10 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00;
- c.
25 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,00 tot € 4.000,00;
- d.
50 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,00 tot € 8.000,00;
- e.
50 procent voor de duur van twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8.000,00 tot € 12.000,00;
- f.
50 procent voor de duur van drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 12.000,00 tot € 16.000,00;
- g.
50 procent voor de duur van vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 16.000,00 tot € 20.000,00;
- h.
50 procent voor de duur van vijf maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,00. Iedere overschrijding van dit bedrag met € 4.000,00 leidt tot een verlenging van de duur met één maand.
- a.
- 3.
Wij stemmen de verlaging, zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid Participatiewet, maar anders dan lid 3 van dit artikel af op het benadelingsbedrag.
- 4.
Wij kunnen bijstand in de vorm van een lening verstrekken. Wij doen dit als u door toepassing van lid 2 van dit artikel geen of te weinig middelen heeft om de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud te betalen.
7.2.8 Onacceptabel gedrag
PW, IOAW, IOAZ, Awb
Wij verlagen uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitvoeren. Wij verlagen uw uitkering met:
- 1.
100 procent voor de duur van een maand bij fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers;
- 2.
100 procent voor de duur van een maand bij bedreiging (mondeling of schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen.
7.2.9 Niet nakomen van andere verplichtingen
PW, Awb
- 1.
Wij verlagen uw uitkering als u andere verplichtingen, bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet, niet nakomt.
- 2.
Wij verlagen uw uitkering voor een maand met:
- a.
25 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen over werken en arbeidsinschakeling;
- b.
25procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand;
- c.
25 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die gericht zijn op een vermindering van de bijstand;
- d.
50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de uitkering.
- a.
7.2.10 Samenloop van gedragingen
PW, IOAW, IOAZ, Awb
- 1.
Wij leggen u één verlaging op, op het moment dat één gedraging schending van meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet oplevert. Wij leggen u de hoogste verlaging op, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort.
- 2.
Wij leggen u meerdere verlagingen op, op het moment dat meerdere gedragingen leiden tot het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. We leggen deze verlagingen gelijktijdig op. Als dit niet mogelijk is leggen we ze na elkaar op.
- 3.
Wij leggen geen verlaging op, als er sprake is van één gedraging waarbij u niet voldoet aan:
- a.
de artikelen in dit hoofdstuk
- b.
artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet.
- a.
-
Dan leggen we een bestuurlijke boete op.
- 4.
Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er sprake is van meerdere gedragingen waarbij u niet voldoet aan:
- a.
de artikelen in dit hoofdstuk
- b.
artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet.
- a.
-
Wij doen dit niet als dit niet verantwoord is. Wij houden hierbij rekening met de ernst van uw gedrag, de mate van verwijtbaarheid en uw persoonlijke omstandigheden.
7.2.11 Herhaling (recidive)
PW, IOAW, IOAZ, Awb
- 1.
Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich opnieuw schuldig maakt aan gedragingen genoemd in artikel 7.2.5 tot en met 7.2.9, met uitzondering van artikel 7.2.6.
-
We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast.
- 2.
Wij verlagen uw uitkering twee maanden met 100 procent als u zich opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 van de Participatiewet. We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast.
- 3.
Wij verlagen uw uitkering drie maanden met 100 procent als u zich binnen twaalf maanden voor een derde keer schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 van de Participatiewet.
7.3 Terugvorderen uitkering en incasso
PW, IOAW, IOAZ
- 1.
We vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven. We doen dat volgens de regels van de wet en de nadere regels en de beleidsregels van het college. We vorderen niet terug als terugvordering onaanvaardbare gevolgen voor u heeft.
- 2.
Bij de incasso zorgen we ervoor dat u een inkomen blijft houden dat past bij uw persoonlijke situatie. Dit inkomen is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet.
7.4 Herzien, intrekken, beëindigen, wijzigen, terugvorderen voorziening en bestrijden misbruik 7.4.1 Herzien en intrekken voorziening
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Als u een voorziening krijgt, bent u verplicht om ons zo snel mogelijk te informeren over veranderingen in uw situatie die tot een heroverweging van ons besluit kunnen leiden.
- 2.
We kunnen het recht op een voorziening herzien of intrekken als sprake is van één van onderstaande gronden:
- a.
u onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en wij met de juiste of volledige gegevens een andere beslissing hadden genomen;
- b.
de voorziening of het pgb niet langer passend of nodig is;
- c.
u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die we aan de voorziening hebben verbonden;
- d.
we de voorziening of het pgb hebben verstrekt op grond van verkeerde of onvolledige gegevens door u;
- e.
als u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening of het pgb. En we hierdoor niet langer kunnen vaststellen of we een voorziening kunnen voortzetten;
- f.
u de voorziening voor een ander doel gebruikt dan bedoeld;
- g.
u binnen drie maanden geen gebruik maakt van de voorziening of van het pgb, behalve als u daar niets aan kunt doen;
- h.
als u veranderingen in uw situatie, die kunnen leiden tot een heroverweging van het besluit, niet bij ons meldt.
- a.
- 3.
We kunnen de voorziening of het pgb opschorten als u langer dan acht weken verblijft in een instelling die valt onder de Wet langdurige zorg of Zorgverzekeringswet.
7.4.2 Terugvordering voorziening
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, BW
Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, een voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de redenen die we in artikel 7.4.1 hebben opgesomd. Wij kunnen voorzieningen van u, of van een derde terugvorderen als we die voorzieningen hebben ingetrokken omdat u of die derde onjuiste of onvolledige gegevens aan ons hebben verstrekt.
7.5 Verrekening Wet inburgering
Wij zijn bevoegd een boete op grond van de Wet inburgering 2021 te verrekenen met bijstand op grond van de PW.
7.6 Hoe controleert de gemeente? 7.6.1 Controle
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ
- 1.
We controleren regelmatig of u recht heeft op een uitkering of maatwerkvoorziening/individuele voorziening/pgb. En of u de juiste uitkering of maatwerkvoorziening/individuele voorziening/pgb heeft aangevraagd of ontvangt. We controleren dit onder andere door:
- a.
huisbezoeken te doen;
- b.
aanbieders van hulp te bezoeken;
- c.
gegevens te vergelijken met andere instanties; en
- d.
signalen en tips uit te zoeken.
- a.
- 2.
Wij doen de controles ook om de kwaliteit van de voorzieningen te beoordelen en om te kijken of u de voorziening op de juiste manier gebruikt.
- 3.
Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen we ervoor dat we de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten naleven.
7.6.2 Schending inlichtingenplicht
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ
- 1.
Wij voeren een actief preventiebeleid om te voorkomen dat u niet voldoet aan de inlichtingenplicht. Wij informeren u vroegtijdig over rechten en plichten die verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven wij u informatie over de gevolgen van misbruik en/of oneigenlijk gebruik.
- 2.
Als u een melding of aanvraag heeft gedaan, mogen wij gebruik maken van alle benodigde gegevens die wij tot onze beschikking hebben. Hieronder vallen ook bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de daaruit voorkomende signalen.
- 3.
Wij onderzoeken of u recht op een uitkering of voorziening heeft. Hierbij maken wij gebruik van de onderzoeksmethoden zoals genoemd in artikel 7.6.1.
- 4.
Als wij vaststellen dat er sprake is van een schending van de inlichtingenplicht en/of misbruik en/of oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw uitkering of (de waarde) van de voorziening terugvorderen. Wij kunnen u ook een bestuurlijke boete opleggen. Deze bestuurlijke boete geldt alleen voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ.
- 5.
Als de ‘Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude’ dit voorschrijft, doen wij aangifte bij het Openbaar Ministerie. Dit is in plaats van de bestuurlijke boete en geldt alleen voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ.
7.6.3 Privacy
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ , Wgs
- 1.
Wij verwerken uw gegevens volgens de regels van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
- 2.
Bij het uitvoeren van onderzoek zorgen wij ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten niet verder gaan dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk toegestaan is.
7.6.4 Toezichthouders
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb , Wgs
- 1.
Wij kunnen een of meer ambtenaren aanwijzen die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten en de bijbehorende regels worden nageleefd.
- 2.
Wij zorgen voor een meldpunt waar signalen over misbruik, oneigenlijk gebruik en fraude kunnen worden gemeld in het kader van uitvoering van de wet.
- 3.
Het college kan nadere regels vaststellen over de bevoegdheden van de toezichthouder.
7.7 Meldingsregeling calamiteiten en geweld
Wmo 2015
- 1.
We treffen een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de levering van een voorziening door een aanbieder. Ook kunnen we een toezichthoudend ambtenaar aanwijzen.
- 2.
Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onmiddellijk aan de toezichthoudend ambtenaar.
- 3.
De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wmo 2015, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten. De toezichthouder adviseert ons ook over het voorkómen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.
- 4.
Het college kan nadere regels stellen over welke eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij verstrekking van een voorziening.
Hoofdstuk 8 Inspraak en cliëntenparticipatie
Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In de verordening participatie en inspraak is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Daarnaast zijn er nog andere instrumenten.
8.1 Adviesraad
J eugdwet , Wmo, PW, IOAW, IOAZ , Wgs
De gemeente zet zich ervoor in dat er een Adviesraad Sociaal Domein is die betrokken wordt bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet, de Participatiewet (PW), de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers (IOAW) en de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). De Adviesraad vertegenwoordigt inwoners die de gemeente Terneuzen ondersteunt. Het doel van de Adviesraad is het college adviseren over de voorbereiding van het beleid van de gemeente bij de uitvoering van de genoemde wetten.
8.2 Klachtregeling
Awb, Gemeentewet
- 1.
De door de gemeente gecontracteerde aanbieder moet een regeling hebben voor de afhandeling van klachten van cliënten.
- 2.
We zien toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
8.3 Medezeggenschap
Jeugdwet, Wmo 2015
- 1.
De door de gemeente gecontracteerde aanbieder moet een regeling hebben voor de medezeggenschap van cliënten. Deze regeling gaat over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn.
- 2.
Wij zien toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieder en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
Hoofdstuk 9 Kwaliteit
9.1 Kwaliteit
Jeugdwet, Wmo 2015, Gemeentewet
- 1.
Alle diensten en producten die we binnen deze verordening aanbieden moeten van goede kwaliteit zijn.
- 2.
De diensten en producten:
- a.
passen bij de behoefte van de inwoner;
- b.
zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner;
- c.
voldoen aan de normen en eisen die de beroepsgroep of het vakgebied algemeen aanvaart;
- d.
respecteren uw rechten;
- e.
hebben we afgestemd op andere diensten of producten die we aan u hebben geleverd;
- f.
leveren we volgens een bepaalde opzet die we op tijd aan u meedelen.
- a.
- 3.
Het college kan nadere regels vaststellen.
9.2 Prijs en kwaliteit
Jeugdwet, Wmo 2015, Gemeentewet
- 1.
We zorgen ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten die we in deze verordening noemen een belangrijke rol spelen bij de inkoop en de aanbesteding.
- 2.
Bij inkoop en aanbesteding verwachten we van leveranciers dat zij:
- a.
diensten en producten leveren tegen de door hen berekende kostprijs, zonder dat de kwaliteit en de levering in gevaar komen; en
- b.
als zij personeel hebben, dat zij zich houden aan de regels van het arbeidsrecht.
- a.
- 3.
De leverancier moet aantonen dat hij bij de kostprijs rekening heeft gehouden met:
- a.
het soort dienst of product;
- b.
de omvang van het diensten- of productenpakket dat wordt geleverd;
- c.
de arbeidsvoorwaarden van het personeel volgens de cao die van toepassing is;
- d.
een redelijke toeslag voor overheadkosten;
- e.
personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel;
- f.
kosten als gevolg van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen;
- g.
het jaarlijks aanpassen van de kostprijs in verband met stijging van de kosten.
- a.
Hoofdstuk 10 Slotbepalingen
10.1 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule)
Gemeentewet
- 1.
U kunt de gemeente vragen de hardheidsclausule toe te passen. U kunt dit doen als toepassing van deze verordening voor u gevolgen heeft die niet in verhouding staan tot de doelen die we met deze verordening nastreven. Wij kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze regels zou leiden tot onredelijkheid en onbillijkheid.
- 2.
Wij beslissen in alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet.
10.2 Intrekken oude verordeningen
Gemeentewet
Wij trekken de volgende verordening in op de datum dat deze verordening ingaat (inwerkingtreding):
- •
Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025
10.3 Overgangsrecht
Gemeentewet, Awb
- 1.
Hebt u een voorziening op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025? Dan houdt u hier recht op totdat we een nieuw besluit nemen.
- 2.
We behandelen uw aanvraag op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025 als u een aanvraag heeft ingediend in 2025.
10.4 Ingangsdatum en naam
Gemeentewet
- 1.
Wij noemen deze verordening: Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2026.
- 2.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.
Ondertekening
Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 11 december 2025.
de griffier,
N. Jansen-Geerinckx
de voorzitter,
E. van Merrienboer
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl