Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR752743
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR752743/1
Beleidsregel van de heffingsambtenaar houdende regels omtrent heffing op grondwaterlozingen bij bronneringen en saneringen BSOB 2026 De ambtenaar belast met de heffing;
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel van de heffingsambtenaar houdende regels omtrent heffing op grondwaterlozingen bij bronneringen en saneringen BSOB 2026 De ambtenaar belast met de heffing;Gelet op:
a. artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
b. artikel 122k van de Waterschapswet, en;
c. artikel het Besluit vervuilingswaarde ingenomen water 2009;
Overwegende dat:
a. de Belastingsamenwerking Oost-Brabant de verordeningen zuiveringsheffing en verontreinigingsheffing uitvoert voor de waterschappen Aa en Maas en De Dommel;
b. ten aanzien van grondwaterlozingen bij bronneringen en saneringen sprake is van een belastbaar feit voor de zuiverings- en/of de verontreinigingsheffing;
c. de heffingsambtenaar in dat kader beleid wenst vast leggen en dat doet middels deze beleidsregels;
Besluit:
Vast te stellen de Beleidsregels heffing op grondwaterlozingen bij bronneringen en saneringen BSOB 2026
Artikel 1 Bepaling vervuilingswaarde
In geval van grondwaterlozing bij bronneringen en saneringen worden voor of ten behoeve van de bepaling van de vervuilingswaarde van het afgevoerde of geloosde water de volgende uitgangspunten c.q. voorwaarden gehanteerd:
a. de vervuilingswaarde van afgevoerd of geloosd water vanuit een bedrijfsruimte wordt vastgesteld op basis van het bepaalde in artikel 122g van de Waterschapswet of artikel 7.5 van de Waterwet;
b. In afwijking van het eerste lid wordt de vervuilingswaarde van afvalwaterstromen afkomstig vanuit bronneringen en saneringen, indien deze niet zijn bemonsterd of geanalyseerd, bepaald op basis van waterklasse 1 -als bedoeld in artikel 122k van de Waterschapswet- van de tabel afvalwatercoëfficiënten (0,0010 vervuilingseenheden/m³).
c. In afwijking van het gestelde in het tweede lid kan een indeling in een andere waterklasse -als bedoeld in artikel 122k van de Waterschapswet- plaatsvinden met toepassing van hetgeen is bepaald in de Waterschapswet of de Waterwet en het Besluit vervuilingswaarde ingenomen water 2009.
Artikel 2 Bepaling hoeveelheid ingenomen water
a. De heffingsplichtige is verplicht om zelf de hoeveelheid ingenomen water te registreren aan de hand van een daarvoor geschikte watermeter. Deze hoeveelheid dient door de heffingsplichtige te worden doorgegeven aan de heffingsambtenaar. Daarnaast kan de heffingsambtenaar een aangifte verzenden.
b. Indien de hoeveelheid ingenomen water niet - of niet correct – wordt geregistreerd, of niet wordt doorgegeven aan de heffingsambtenaar, kan de heffingsambtenaar deze hoeveelheid schatten.
c. Het waterschap kan met betrekking tot de bronnering en/of sanering nadere regels en voorwaarden stellen aangaande vergunningplicht, meldingen en (tijdige) gegevensverstrekking. Deze beleidsregels maken daarop expliciet geen inbreuk.
Artikel 3 Inwerkingtreding en citeertitel
a. Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
b. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘Beleidsregels heffing op grondwaterlozingen bij bronneringen en saneringen BSOB 2026’.
Ondertekening
Oss, 15 december 2025
De heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking Oost-Brabant
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl