Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR752683
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR752683/1
Beleidsregels re-integratie Participatiewet Het Hogeland 2025
Geldend van 24-12-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels re-integratie Participatiewet Het Hogeland 2025Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland;
gelet op de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ en de Re-integratieverordening Participatiewet Het Hogeland 2024,
besluit de Beleidsregels Re-integratie Participatiewet Het Hogeland 2025 vast te stellen.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In dit hoofdstuk staan enkele inleidende bepalingen die van belang zijn voor het vervolg van de beleidsregels.
Artikel 1 Begrippen
- 1.
In deze beleidsregel worden verschillende begrippen gebruikt die de volgende betekenis hebben:
- •
afspraakbaan: een aangepaste werkplek voor inwoners die extra voorzieningen of begeleiding nodig hebben om hun werk te kunnen doen;
- •
arbeidsbeperking: verminderde mogelijkheden om te werken als gevolg van een beperking;
- •
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland;
- •
doelgroep: de personen die het college ondersteunt bij het vinden of behouden van werk. Dit zijn in ieder geval de personen die bedoeld worden in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet;
- •
inwoner: persoon uit de doelgroep;
- •
jongeren: personen van 18 tot 27 jaar;
- •
ontwikkelbaan: voorziening waarbij het college tijdelijk loonkostensubsidie kan verstrekken aan de groep inwoners met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt, zonder dat zij tot het doelgroepenregister behoren;
- •
Ontwikkelplein Het Hogeland: centraal punt waar inwoners die dat nodig hebben ondersteuning kunnen krijgen in hun ontwikkeling naar-en in werk, participatie of inkomen, met het oog op de eigen regie en zelfredzaamheid;
- •
ontwikkelplek: plaats waar een inwoner zijn kennis of vaardigheden kan ontwikkelen die nodig zijn om een betere positie op de arbeidsmarkt te krijgen;
- •
uitkering: algemene bijstand of een IOAW- of IOAZ-uitkering;
- •
UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
- •
werkgever: degene die de inwoner op grond van een arbeidsovereenkomst in een bepaalde periode in de eigen organisatie mag laten werken. Hieronder valt ook degene die van plan is een arbeidsovereenkomst te sluiten met een inwoner die onder de doelgroep voor loonkostensubsidie valt (art. 10d van de wet);
- •
werknemer: de inwoner die op grond van een arbeidsovereenkomst bij een werkgever werkt. Hieronder valt ook de inwoner die onder de doelgroep voor loonkostensubsidie valt en die van plan is met de werkgever een arbeidsovereenkomst te sluiten;
- •
werkplek: de werkplek bij de werkgever, de proefplaats of de ontwikkelplek;
- •
wet: Participatiewet.
Andere begrippen uit deze beleidsregels die ook voorkomen in de Algemene wet bestuursrecht, de Participatiewet of de Gemeentewet, hebben dezelfde betekenis als in die wetten.
Hoofdstuk 2 Niet-uitkeringsontvangers
Artikel 2 Doelgroep niet uitkeringsontvangers (NUO)
- 1.
De inwoner die geen uitkering ontvangt, maar wel een (hulp-)vraag heeft gericht op re-integratie kan zich melden bij het Ontwikkelplein Het Hogeland. De inwoner krijgt een gesprek met een ontwikkelcoach. Hierin worden de wensen en mogelijkheden met betrekking tot ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid besproken.
- 2.
Ook kunnen voor niet-uitkeringsgerechtigden voorzieningen worden ingezet in het kader van ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. Als er voorzieningen worden ingezet voor de inwoner die geen uitkering ontvangt wordt verwacht dat de inwoner volwaardig deelneemt aan of gebruik maakt van de voorziening, en voldoet aan gestelde voorwaarden en verplichtingen die bij die voorziening behoren. Indien de inwoner niet volwaardig deelneemt aan of gebruik maakt van de voorziening kan het college besluiten de voorziening te beëindigen;
- 3.
Als er voorliggende voorzieningen zijn waarvan een inwoner gebruik kan maken buiten de regelingen van de Participatiewet zijn die van toepassing.
Hoofdstuk 3 Arbeid
Artikel 3 Algemeen geaccepteerde arbeid
- 1.
Algemeen geaccepteerde arbeid is arbeid die algemeen geaccepteerd is en waarbij de aard en de omvang van het werk niet hoeft aan te sluiten bij de opleiding, ervaring of wensen van de inwoner. De inwoner kan hierbij in zijn eigen onderhoud voorzien en de beloning is minimaal gelijk aan het wettelijk minimumloon;
- 2.
Tot algemeen geaccepteerde arbeid wordt niet gerekend: illegaal werk en werk dat in strijd is met de openbare orde of de goede zeden;
- 3.
Als een inwoner gewetensbezwaren heeft bij de arbeid dan weegt dit mee in de beoordeling of er sprake is van algemeen geaccepteerde arbeid. De inwoner moet dit zelf onderbouwen. Indien er na beoordeling sprake is van gewetensbezwaren zoekt de ontwikkelcoach in samenspraak met de inwoner naar een alternatief;
- 4.
Het college verstaat ook onder algemeen geaccepteerde arbeid: tijdelijk betaald werk, deeltijdwerk en werken met loonkostensubsidie.
Artikel 4 Ondersteuning gericht op ontwikkeling
Ontwikkelplein Het Hogeland ondersteunt inwoners die dat nodig hebben in hun ontwikkeling naar- en in werk, participatie of inkomen, met het oog op de eigen regie en zelfredzaamheid. Dit doet het Ontwikkelplein Het Hogeland zoveel mogelijk met de Arbeidsmarktregio Werk in Zicht (WIZ) en binnen de reguliere arbeidsmarkt.
Hoofdstuk 4 Assessment en Ontwikkeltraject
Artikel 5 Inwoners met ontwikkelmogelijkheden naar werk
- 1.
Inwoners met ontwikkelmogelijkheden naar werk krijgen begeleiding van een ontwikkelcoach van Ontwikkelplein Het Hogeland.
- 2.
Bij aanvang van het ontwikkeltraject vindt een assessment plaats. Het assessment bestaat uit verschillende gesprekken tussen de inwoner en de ontwikkelcoach met als doel het opstellen van een ontwikkeltraject.
- 3.
In individuele gevallen kan het afnemen van het assessment bij aanvang van het ontwikkeltraject worden uitgesteld tot een later moment.
- a.
Het assessment kan worden uitgesteld met 6 maanden, met een eenmalige verlenging van 6 maanden als de situatie van de inwoner daar om vraagt;
- b.
Bij uitstel van het assessment ontvangt de inwoner een plan van aanpak met daarin de reden van het uitstel en afspraken voor de periode van het uitstel.
- 4.
Elke inwoner met ontwikkelmogelijkheden stelt samen met de ontwikkelcoach een ontwikkeltraject vast onder de naam “Mijn Ontwikkeltraject”.
- 5.
In ‘’Mijn Ontwikkeltraject’’ zijn alle actuele acties en afspraken over het ontwikkeltraject van de inwoner vastgelegd.
- 6.
Voor jongeren tot 27 jaar wordt na het assessment het Plan van Aanpak opgesteld. Dit Plan van Aanpak is onderdeel van ‘’Mijn Ontwikkeltraject’’ en wordt gedeeld met de jongere.
Artikel 6 Inwoners met ontwikkelmogelijkheden naar sociale activering
- 1.
Inwoners zonder ontwikkelmogelijkheden naar werk, maar wel naar sociale activering, krijgen begeleiding van een participatiecoach;
- 2.
Bij de trajecten naar sociale activering wordt op een methodische wijze gewerkt om tot afspraken te komen over een participatietraject. De werkwijze wordt door een medewerker van het Ontwikkelplein nader uitgewerkt.
Hoofdstuk 5 Voorzieningen
Artikel 7 Persoonlijke ondersteuning en jobcoaching
- 1.
Ontwikkelplein het Hogeland kan een werknemer met een arbeidsbeperking of afstand tot de arbeidsmarkt ondersteuning op de werkplek aanbieden, als de werknemer zonder die ondersteuning het werk niet goed kan uitvoeren;
- 2.
De ondersteuning wordt gegeven door een jobcoach;
- 3.
Na overleg met de werkgever en werknemer beslist het college of jobcoaching wordt uitgevoerd door een jobcoach in opdracht van de werkgever of door een jobcoach in opdracht van het college.
- 4.
De hoogte van de subsidie voor de interne en externe jobcoaching en voorwaarden en verplichtingen zijn vastgelegd in de Afsprakenkaart jobcoaching. Deze afspraken worden gehanteerd voor de gehele Arbeidsmarktregio Werk in Zicht;
- 5.
De subsidieverlening voor jobcoaching vindt plaats op basis van gedegen voortgangs- en eindrapportages;
- 6.
De jobcoaches voldoen aan de kwaliteitseisen voor jobcoaching die in de Arbeidsmarktregio Werk in Zicht zijn vastgesteld;
- 7.
Voor alle coaches (eigen coaches, interne- en externe jobcoaches) geldt dat zij erkend deskundig zijn en werken op basis van een jobcoachplan.
Artikel 8 Werkervaringsplaats
- 1.
Het college kan de inwoner een werkervaringsplaats aanbieden onder de volgende voorwaarden:
- a.
er is sprake van maatwerk;
- b.
de plaatsing is onderdeel van ‘’Mijn Ontwikkeltraject’’ van de inwoner;
- c.
het doel van een werkervaringsplaats is om de inwoner te leren functioneren op een werkplek of om de vakkennis en werkervaring te vergroten;
- 2.
De werkervaringsplaats is met behoud van uitkering en duurt maximaal drie maanden, met de mogelijkheid tot een eenmalige verlenging van drie maanden indien de van te voren vastgestelde doelen nog niet (volledig) behaald zijn;
- a.
de werkgever begeleidt de inwoner op de werkplek;
- b.
de plaatsing is in overleg met de inwoner en de werkgever;
- c.
het college ontvangt geen inleenvergoeding of andere financiële compensatie van de werkgever voor plaatsing van de inwoner op een werkervaringsplaats;
- d.
er mag geen sprake zijn van verdringing op de arbeidsmarkt;
- e.
het is geen werk ter vervanging van vaste formatie en waar normaliter een salaris tegenover staat.
Artikel 9 Proefplaats
De proefplaats duurt maximaal twee maanden. De proefplaats kan worden verlengd met maximaal vier maanden, alleen indien dit noodzakelijk is om te bepalen of de inwoner geschikt is voor het werk, en als het college daar toestemming voor geeft.
Artikel 10 Scholing
- 1.
Het college kan een inwoner scholing aanbieden om de kans op werk of participatie te stimuleren. Doel van de scholing is om de stap naar werk makkelijker te maken door het verwerven van kennis of vaardigheden;
- 2.
De keuze voor scholing of een scholingstraject vindt plaats op basis van een gesprek met de inwoner. Dit betreft maatwerk;
- 3.
Het scholingstraject maakt altijd deel uit van ‘’Mijn Ontwikkeltraject’’.
Artikel 11 Ontwikkelbanen
- 1.
De voorziening ontwikkelbaan wordt alleen ingezet als er aantoonbaar voor de inwoner geen andere passende voorzieningen zijn om op de arbeidsmarkt te komen;
- 2.
Het doel van deze loonkostensubsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Werkgevers komen in aanmerking voor een vergoeding van maximaal 50 procent van de loonkosten ter compensatie van productieverlies;
- 3.
De loonkostensubsidie wordt verstrekt vanuit het gemeentelijke re-integratiebudget en wordt verstrekt zonder loonwaardemeting;
- 4.
De loonkostensubsidie duurt een half jaar en kan tweemaal worden verlengd met zes maanden. De totale duur is daarmee maximaal 18 maanden;
- 5.
Om in aanmerking te komen voor deze loonkostensubsidie is het in ieder geval nodig dat de inwoner zonder loonkostensubsidie niet wordt aangenomen voor dat werk;
- 6.
De werkgever zorgt voor goede begeleiding en ondersteuning van de inwoner en verklaart vooraf dat de inwoner na beëindiging van de loonkostensubsidie een dienstverband van 12 maanden kan krijgen, als de inwoner geschikt blijkt te zijn voor het werk;
- 7.
De werkgever kan door middel van een aanvraagformulier de loonkostensubsidie aanvragen bij de werkgeversadviseur of jobcoach van het Ontwikkelplein Het Hogeland.
Artikel 12 Loonkostensubsidie voor inwoners met een arbeidsbeperking (afspraakbaan)
- 1.
Loonkostensubsidie wordt verstrekt wanneer een arbeidsovereenkomst is afgesloten voor ten minste zes maanden voor ten minste twaalf uur per week.
- 2.
Hoogte en duur van de loonkostensubsidie:
- a.
de aanvangsdatum van de dienstbetrekking is bepalend voor de ingangsdatum van de loonkostensubsidie;
- b.
als de werkgever een cao-loon betaalt dat hoger is dan het wettelijk minimumloon, komt het meerdere boven het wettelijk minimumloon voor rekening van de werkgever;
- c.
indien de loonwaarde forfaitair is vastgesteld voor de eerste periode van maximaal zes maanden vanaf de indiensttreding van de werknemer, bedraagt de loonkostensubsidie 50% van het van toepassing zijnde wettelijk minimumloon;
- d.
na afloop van de eerste zes maanden wordt de loonkostensubsidie aangepast aan de nieuwe loonwaardemeting. De loonkostensubsidie wordt voortgezet, op basis van een gevalideerde methode voor loonwaardemeting;
- e.
verlenging van de forfaitaire loonkostensubsidie is niet mogelijk;
- f.
er vindt opnieuw een loonwaardemeting plaats indien dit op individuele gronden wenselijk is. Bijvoorbeeld bij gewijzigde omstandigheden op de werkplek of in het functioneren van de werknemer;
- g.
voor inwoners die werken op een afspraakbaan bij een reguliere werkgever ontvangt de werkgever een loonkostensubsidie op basis van een loonwaardemeting;
- h.
aan het verstrekken van loonkostensubsidie voor inwoners met een arbeidsbeperking is geen termijn verbonden;
- i.
voor inwoners uit het Doelgroepregister, die al op een reguliere werkplek zitten, kan loonkostensubsidie worden aangevraagd;
- j.
bij directe plaatsing, zonder voorafgaand traject of bemiddeling, kan de subsidieaanvraag tot uiterlijk zes maanden na aanvang van het dienstverband door de werkgever bij het Ontwikkelplein worden aangevraagd.
Artikel 13 Beschut werk
- 1.
De inwoner komt in aanmerking voor beschut werk als het UWV heeft vastgesteld dat de inwoner alleen kan werken in een beschutte omgeving onder aangepaste voorwaarden;
- 2.
De loonwaarde van de inwoner is minimaal 32% van het minimumloon;
- 3.
De loonkostensubsidie voor de medewerker beschut werk is standaard vastgesteld op 68% van het minimumloon;
- 4.
Voor de medewerkers beschut werk is de cao Aan de slag van toepassing;
- 5.
De medewerker kan maximaal drie jaren op tijdelijk contract werkzaam zijn;
- 6.
Na een of meerdere dienstverbanden kan een werknemer een contract voor onbepaalde tijd bij het Ontwikkelplein Het Hogeland krijgen;
- 7.
Indien een werknemer met een dienstverband beschut werk wordt ontslagen in verband met wangedrag, gelden de afspraken en arbeidsvoorwaarden uit de cao Aan de slag.
Artikel 14 Sociale activering
- 1.
Sociale activering is het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten. Bij sociale activering kan het gaan om activiteiten die het college zelf aanbiedt of die bij maatschappelijke organisaties plaatsvinden. Het gaat om werkzaamheden met een additioneel karakter die geen verdringing opleveren. De werkzaamheden zijn er in de regel op gericht dat de inwoner weer de stap richting de arbeidsmarkt zet. Ook kan sociale activering worden ingezet voor inwoners om mee te doen in de samenleving en om weer sociale contacten op te doen;
- 2.
De sociale activering kan worden toegepast zolang het door het college noodzakelijk wordt geacht. Dit moet blijken uit overleg tussen de medewerker van het Ontwikkelplein Het Hogeland en betrokken inwoner;
- 3.
Sociale activering wordt verricht met behoud van uitkering overeenkomstig de kaders van de Participatiewet.
Artikel 15 Vrijwilligerswerk
- 1.
De inwoner die een uitkering ontvangt van de Participatiewet, de IOAW of IOAZ is verplicht om, voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering hiervan, bij de coach te melden dat hij of zij vrijwilligerswerk gaat verrichten;
- 2.
De coach onderzoekt of voor het verrichten van vrijwilligerswerk toestemming gegeven kan worden. Over het besluit wordt de inwoner geïnformeerd;
- 3.
Het college geeft geen toestemming voor vrijwilligerswerk dan wel onbetaald werk als:
- a.
het gaat om bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten of andere activiteiten waarvoor redelijkerwijs een beloning bedongen kan worden anders dan een kostenvergoeding als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder k, van de Participatiewet;
- b.
er sprake is van concurrentievervalsing;
- c.
er sprake is van verdringing van regulier werk;
- d.
het een belemmering vormt voor het verwerven van een betaalde baan of anderszins de arbeids- en re-integratieplicht belemmert.
Hoofdstuk 6 Jongeren
Artikel 16 Geen zoektijd jongeren
De zoektijd van vier weken voor jongeren is niet effectief gebleken. Daarom is besloten de zoekperiode buiten toepassing te laten.
Artikel 17 Jongeren en ondersteuning leer-werktraject
Het college kan jongeren ondersteuning bieden bij het volgen van een leer-werktraject. Deze voorziening is gericht op het behalen van een startkwalificatie en het ondersteunen bij het vinden en behouden van werk.
Hoofdstuk 7 Stimuleren duurzame inzetbaarheid
Artikel 18 Vervoersvoorziening
Voor inwoners met een visuele beperking biedt het UWV voorzieningen om de inwoner met visuele beperkingen te ondersteunen bij de arbeidsinschakeling.
Artikel 19 Reiskostenvergoeding
- 1.
Het college vergoedt de reiskosten van een inwoner die gebruik maakt van een voorziening zoals genoemd in de Re-integratieverordening Het Hogeland 2024.
- 2.
Voordat er een vergoeding plaatsvindt op grond van het re-integratiegelden, dient bekeken te worden of de reiskosten kunnen worden ondervangen door gebruik van de Meedoen-pas, zoals genoemd in het minimabeleid van gemeente Het Hogeland.
- 3.
Als gebruik van de Meedoen-pas niet afdoende is, kan de inwoner die langer reist dan 7 km enkele reis, aanspraak maken op een reiskostenvergoeding. Voor de afstand korter dan 7 km, volstaat een fiets.
- 4.
De reiskostenvergoeding wordt toegekend op basis van het goedkoopste openbaarvervoertarief, of via een kilometervergoeding volgens het normbedrag van de Belastingdienst, indien reizen met het openbaar vervoer niet mogelijk is.
Hoofdstuk 8 Vrijlating
Artikel 20 Vrijlating
- 1.
De uitkeringsontvanger die arbeid in loondienst verricht, komt ambtshalve in aanmerking voor vrijlating van inkomsten uit arbeid als bedoeld in artikel 31 van de Participatiewet, artikel 8 van de IOAW en in artikel 8 van de IOAZ. Dit is een individueel recht en geldt voor inwoners vanaf 27 jaar;
- 2.
Er zijn meerdere vrijlatingsregelingen: de normale vrijlating, (verlengde) vrijlating medische urenbeperkingen, vrijlating doelgroep loonkostensubsidie, alleenstaande ouder vrijlating. De meest voordelige route voor de inwoner wordt gevolgd;
- 3.
Personen jonger dan 27 jaar hebben alleen recht op vrijlating medische uren beperking of (verlengde) vrijlating doelgroepen loonkostensubsidie;
- 4.
De vrijlating gaat in vanaf de dag waarop voor het eerst inkomsten zijn verworven die recht geven op vrijlating.
Hoofdstuk 9 Beheersing Nederlandse taal en leertrajecten
Artikel 21 Wet Taaleis
De Wet Taaleis geldt voor iedere inwoner met een bijstandsuitkering die jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd en waarvoor de arbeidsverplichting geldt. De wet verplicht inwoners met een bijstandsuitkering om de Nederlandse taal op minimaal referentieniveau 1F te beheersen. Dit houdt in dat de inwoner korte, eenvoudige teksten kan lezen en schrijven.
Artikel 22 Taaltoets
- 1.
In gevallen zoals genoemd in artikel 18b lid 2 van de Participatiewet neemt het college een taaltoets af door de aanbieder van volwasseneneducatie. Als besloten wordt een taaltoets af te nemen, betreft dit een gevalideerde toets op referentieniveau 1F;
- 2.
De toets moet voldoen aan de regels die in het besluit taaltoets Participatiewet zijn vastgelegd of worden vastgelegd in de nieuwe Participatiewet in Balans;
- 3.
Er wordt geen toets afgenomen als de inwoner:
- a.
ontheven is van de inburgeringsplicht op grond van onvoldoende leervermogen na aantoonbare inspanning; of
- b.
cognitieve problemen, gezondheidsredenen of audio- en visuele beperkingen heeft; of
- c.
bezig is met zijn inburgeringstraject in het kader van de Wet inburgering.
Artikel 23 Taalcursussen en leertrajecten
- 1.
Het is de verantwoordelijkheid van de inwoner om zijn taalniveau te verbeteren om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten als het huidige taalniveau een belemmering blijkt voor arbeidsinschakeling. De inwoner kan gebruik maken van een algemene voorziening gericht op taalverbetering. Onder algemene voorziening valt in ieder geval:
- a.
taallessen bij aanbesteedde taallesaanbieders;
- b.
digitale scholing.
- 2.
Het college biedt de inwoner kosteloos een taalvoorziening aan en verplicht de inwoner deze te volgen wanneer de inwoner zelf geen algemene voorziening gericht op taalverbetering kan regelen. Deze voorziening is volwasseneneducatie in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB);
- 3.
Als de inwoner vanwege gegronde redenen geen gebruik kan maken van de in lid 1 en lid 2 van dit artikel genoemde mogelijkheden zal het college een maatwerkvoorziening inzetten.
Artikel 24 Monitoren voortgang
- 1.
Als de inwoner een taalcursus of leertraject volgt bij een formele taalaanbieder, zal de docent of de coach de voortgang van de inspanning van de inwoner beoordelen;
- 2.
Als de inwoner op informele wijze aan de verbetering van zijn of haar taalbeheersing werkt, kan de voortgang individueel worden beoordeeld door middel van gesprekken met de docent en/of coach.
Hoofdstuk 10 Parttime ondernemers
Artikel 25 Parttime ondernemers
- 1.
Het college verleent toestemming voor parttime ondernemerschap aan een ondernemer die:
- a.
Inkomsten genereert door zelfstandige, productieve activiteiten te verrichten die voor eigen rekening en risico worden uitgevoerd;
- b.
Voldoet aan de voorwaarden en verplichtingen in deze beleidsregels;
- c.
Niet kan worden aangemerkt als een marginale ondernemer zoals bedoeld in artikel 29.
- 2.
Voor de activiteiten genoemd in het eerste lid geldt dat:
- a.
Niet meer dan 1.225 uren per kalenderjaar besteedt aan het zelfstandig bedrijf of beroep, als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
- b.
Zij zelfstandig worden uitgevoerd zonder personeel;
- c.
Voor de te leveren diensten of producten marktconforme prijzen worden gehanteerd;
- d.
Belanghebbende de benodigde vergunningen en ontheffingen heeft om de activiteiten te kunnen verrichten en zijn verplichtingen naar de Belastingdienst nakomt.
- 3.
De (te verwachten) opbrengsten uit het bedrijf of het beroep moeten maandelijks doorgegeven worden aan het college. Daar waar mogelijk wordt bij aanvang van het jaar of tijdens het jaar een schatting dan wel nadere schatting gemaakt van een vast maandelijks bedrag aan netto inkomsten.
- 4.
Netto inkomsten in een bepaalde maand die hoger zijn dan de geldende bijstandsnorm inclusief vakantiegeld, worden voor zover mogelijk in verrekening gebracht met de bijstand over resterende maanden in het lopende kalenderjaar.
- 5.
Na afloop van het kalenderjaar worden bij de vaststelling van het recht op bijstand op grond van de bepaling in artikel 28, de netto inkomsten over het hele kalenderjaar in aanmerking genomen.
Artikel 26 Vaststellen recht op uitkering
- 1.
Het recht op uitkering wordt na afloop van het kalenderjaar definitief vastgesteld op basis van de belastingaangifte en de verlies- en winstrekening.
- 2.
Voor de parttime ondernemer geldt dat de kosten slechts in aanmerking worden genomen voor zover zij op jaarbasis niet meer dan 50% van de omzet exclusief omzetbelasting bedragen.
- 3.
Als de definitieve belastingaanslag afwijkt van de voorlopige belastingaanslag, dan moet belanghebbende binnen twee weken na ontvangst daarvan een kopie van de definitieve aanslag bij het college inleveren. Naar aanleiding hiervan wordt het recht op uitkering opnieuw beoordeeld en vastgesteld.
Artikel 27 Aanvullende verplichtingen
- 1.
In aanvulling op de verplichtingen op grond van de wet dient belanghebbende:
- a.
Belastingaangifte te doen vóór 1 april van het jaar volgende op het kalenderjaar waarin belanghebbende in aanmerking komt voor toepassing van deze beleidsregels;
- b.
Een kopie van de belastingaangifte en de verlies- en winstrekening in te leveren vóór 1 juli van het jaar volgend op het betreffende kalenderjaar.
- c.
Een deugdelijke administratie bij te houden van zijn activiteiten als zelfstandige in het kader van deze beleidsregels;
- d.
De definitieve belastingaanslag in te leveren binnen twee weken na ontvangst ervan, als deze afwijkt van de belastingaangifte als bedoeld onder a;
- e.
Binnen twee weken na het einde van het kalenderjaar te melden of hij gedurende het kalenderjaar geen activiteiten als zelfstandige in het kader van deze beleidsregels heeft verricht;
- f.
Bij aanvang van de activiteiten een kort ondernemingsplan te overleggen. Daarin staat in elk geval beschreven welke goederen of diensten geleverd worden, op welke doelgroep de activiteiten gericht zijn, welke prijzen gevraagd worden voor de goederen of diensten, wat de verwachte opbrengsten zijn, of en welke investeringen moeten worden gedaan, of en welke verzekeringen en vergunningen nodig zijn, en hoe de boekhouding wordt georganiseerd.
- 2.
Het college kan aanvullende verplichtingen opleggen als daar naar mening van het college goede redenen voor zijn.
Artikel 28 Weigeren of intrekking toestemming
- 1.
Als het college bij aanvang gerede twijfels heeft of belanghebbende aan de verplichtingen in artikel 27 kan voldoen, kan toegang tot de regeling worden geweigerd.
- 2.
Het college kan toepassing van deze regeling bij besluit intrekken als belanghebbende:
- a.
Niet of niet langer voldoet aan de definitie van de parttime ondernemer in artikel 25;
- b.
Niet voldoet aan de verplichtingen genoemd in artikel 27.
Hoofdstuk 11 Marginale ondernemers
Artikel 29 Marginale ondernemers
- 1.
Het college stemt in met het verrichten van marginale zelfstandige werkzaamheden indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- a.
Belanghebbende besteedt niet meer dan 23,5 uur per week aan de werkzaamheden;
- b.
Belanghebbende hanteert marktconforme prijzen;
- c.
De werkzaamheden kunnen direct worden beëindigd;
- d.
Belanghebbende moet beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt, arbeid in loondienst moet zonder meer worden geaccepteerd;
- e.
Er mag geen beroep gedaan worden op de Kleineondernemersregeling en startersregelingen van de Belastingdienst;
- f.
De bescheiden zelfstandige werkzaamheden mogen uiteindelijk niet resulteren in werkzaamheden als zelfstandige;
- g.
Belanghebbende moet, gelet op de duur van de werkzaamheden, niet aangemerkt kunnen worden als gevestigde zelfstandige conform de Bbz-regeling. Voldoet de belanghebbende niet geheel aan de voorwaarden, dan er is wellicht toch sprake van een gevestigde ondernemer.
- 2.
De bruto-inkomsten worden netto verrekend met de uitkering. Bedrijfskosten dienen te worden geclaimd bij de Belastingdienst en worden niet verrekend bij de bijstandsverstrekking.
- 3.
Belanghebbende dient een bescheiden boekhouding (minimaal een dagboek van de werkzaamheden) bij te houden.
- 4.
Ter controle van de inkomsten dient belanghebbende de boekhouding, bankafschriften en/of bonnen te kunnen overleggen.
- 5.
Indien bij een onderzoek naar de rechtmatigheid van de verstrekte uitkering blijkt dat de inkomsten niet of onvoldoende controleerbaar zijn, kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De uitkering zal dan gedurende de gehele looptijd van de werkzaamheden worden herzien en mogelijk worden teruggevorderd.
Hoofdstuk 12 Verplichtingen
Artikel 30 Inschrijvingen
- 1.
De inwoner die een bijstandsuitkering ontvangt, is verplicht zich als werkzoekende in te schrijven en ingeschreven te blijven bij het UWV Werkbedrijf;
- 2.
Een uitzondering hierop is mogelijk voor inwoners die een ontheffing van de arbeidsplicht hebben;
- 3.
De uitkeringsontvanger is verplicht zich te houden aan de arbeidsverplichtingen om de kans op werk te vergroten. De arbeidsverplichtingen worden vermeld in de toekenningsbeschikking.
Artikel 31 Overige verplichtingen
- 1.
De inwoner die een bijstandsuitkering ontvangt, is verplicht om:
- a.
op verzoek van de coach bewijsstukken te geven van sollicitaties, afwijzingen en bezoeken aan bijeenkomsten over werk;
- b.
naar vermogen mee te werken aan ‘’Mijn Ontwikkeltraject’’;
- c.
voorafgaand aan de melding voor een bijstandsuitkering aantoonbaar en naar vermogen te hebben geprobeerd werk te vinden, te behouden of te solliciteren naar ander werk;
- d.
zich in te zetten voor een goede deelname aan re-integratietrajecten. Deelname aan re-integratietrajecten die worden aangeboden is niet vrijblijvend.
- 2.
Ook van niet uitkeringsontvangers (NUO) die deelnemen aan trajecten wordt verwacht dat zij goed deelnemen aan re-integratietrajecten. Deelname is niet vrijblijvend.
Hoofdstuk 13 Ontheffing
Artikel 32 Ontheffingsmogelijkheden
- 1.
De inwoner kan, op eigen verzoek of ambtshalve via de ontwikkelcoach, participatiecoach of inkomensconsulent, geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de arbeidsverplichting als gevolg van sociale, medische of psychische redenen;
- 2.
De inwoner met een blijvende beperking of chronische ziekte kan een ontheffing van drie jaar krijgen als er geen verbetering te verwachten is. Dit moet blijken uit rapporten van een bedrijfsarts, arbeidsdeskundige of andere deskundige. Deze medische rapporten zijn niet nodig als het college op basis van andere bewijsstukken (bijvoorbeeld een recente WIA- of Wajong beoordeling) al voldoende informatie heeft om een beslissing te nemen. Na het verstrijken van de termijn wordt de situatie opnieuw beoordeeld om te bepalen of voortzetting van de ontheffing noodzakelijk en passend is;
- 3.
De inwoner met arbeidsbeperkingen kan in aanmerking komen voor een ontheffing van één tot maximaal drie jaar, afhankelijk van de situatie, als een bedrijfsarts, psycholoog of (arbeids)deskundige dit heeft geconstateerd en schriftelijk heeft vastgelegd in een rapport. Na het verstrijken van de termijn wordt de situatie opnieuw beoordeeld om te bepalen of voortzetting van de ontheffing noodzakelijk en passend is;
- 4.
De inwoner heeft geen arbeidsplicht voor het aantal uren dat hij of zij mantelzorger is voor bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad of pleegkind(eren). Onder bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad wordt ook de levenspartner verstaan waarmee een geregistreerd partnerschap is aangegaan of waarmee belanghebbende een gezamenlijke huishouding voert. Dit kan na onderzoek van het college telkens met maximaal drie jaar worden verlengd.
Artikel 33 Ontheffingsmogelijkheden voor alleenstaande ouders
- 1.
Een alleenstaande ouder met een ten laste komend kind tot 5 jaar kan op basis van artikel 9a van de Participatiewet een ontheffing krijgen van de arbeidsplicht. De voorwaarden staan in de wet;
- 2.
Een alleenstaande ouder met een ten laste komend kind tot 12 jaar kan een ontheffing krijgen van de arbeidsplicht als:
- a.
er geen passende kinderopvang beschikbaar is of de zorg voor het kind het werken belemmert; of
- b.
in samenspraak met de ontwikkelcoach wordt vastgesteld dat er een scholingsbehoefte bestaat om weer aansluiting bij de arbeidsmarkt te krijgen; of
- c.
de belastbaarheid van de alleenstaande ouder met een ten laste komend kind tot 12 jaar onvoldoende is. Dit wordt per individuele casus beoordeeld en is maatwerk.
Hoofdstuk 14 Slotbepaling
Artikel 34 Afwijking van dit Re-integratiebesluit (Hardheidsclausule)
Hoewel maatwerk centraal staat in deze beleidsregels, is het niet ondenkbaar dat de toepassing van de regels in incidentele gevallen tot een onredelijke uitkomst leidt. In dat geval kan het college afwijken van de regels en een passend besluit nemen.
Artikel 35 Inwerkingtreding, citeerartikel
- 1.
Deze regeling treedt in werking de dag na bekendmaking.
- 2.
Deze beleidsregels worden aangehaald als het Beleidsregels Re-integratie Participatiewet Het Hogeland 2025
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland op 14 oktober 2025
J.C.F. Broekhuizen, burgemeester
P.P.M. van Vilsteren, secretaris
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl