Beleidsregels aanvraag Participatiewet, IOAW, IOAZ Schouwen- Duiveland 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels aanvraag Participatiewet, IOAW, IOAZ Schouwen- Duiveland 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland,

gezien het voorstel van afdeling Werken, Wonen en Leven 16 december 2025, zaaknummer: 1638991,

gelet op het bepaalde in titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 41 elfde lid, 43, 44 en 52 Participatiewet, artikel 15a IOAW, artikel 16a IOAZ en titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;

overwegende, dat het college van burgemeester en wethouders het wenselijk vindt om in beleidsregels aan te geven op welke wijze de aanvraagprocedure plaatsvindt.

Besluit:

De Beleidsregels aanvraag Participatiewet, IOAW, IOAZ Schouwen- Duiveland 2026 vast te stellen.

HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

- College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland;

- Inkomen: alle middelen zoals bedoeld in artikel 31, 32 en 33 van de Participatiewet; artikel 8 van de IOAW; artikel 8 IOAZ;

- Vermogen: het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet;

HOOFDSTUK 2 VEREENVOUDIGDE AANVRAAG

Artikel 2. De vereenvoudigde aanvraagprocedure

Het college kan de aanvraagprocedure voor bijstand vereenvoudigen door gebruik te maken van al eerder bekende gegevens bij een nieuwe aanvraag. Dit is een bevoegdheid op grond van artikel 43a, eerste lid, van de Participatiewet. Dit wordt ook toegepast bij aanvragen in het kader van IOAW en IOAZ.

1. Bij een vereenvoudigde aanvraag houden wij rekening met deze voorwaarden:

a. de nieuwe aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na het eindigen van de algemene bijstand. Deze termijn gaat in per de einddatum van het recht op bijstand, en;

b. de eerdere bijstandsverlening is niet beëindigd vanwege:

- schending van de inlichtingenplicht;

- verblijf buiten de gemeente;

- een uitsluitingsgrond van artikel 13 van de Participatiewet.

2. Het college controleert vooraf of er wijzigingen zijn in:

• Het hoofdverblijf;

• De gezinssituatie;

• Inkomen en vermogen;

• Bankrekeningnummer.

HOOFDSTUK 3 BIJSTAND MET TERUGWERKENDE KRACHT

Artikel 3. Verlenen van bijstand met terugwerkende kracht

Het college kan de bijstand met terugwerkende kracht toekennen, als daar aanleiding toe is. Dit is een bevoegdheid op grond van artikel 44, vijfde lid, van de Participatiewet. Dit wordt ook toegepast bij toekenningen in het kader van IOAW en IOAZ.

1. Bij het verlenen van bijstand met terugwerkende kracht kan het college de volgende omstandigheden betrekken:

a. de belanghebbende heeft zich niet eerder kunnen melden, bijvoorbeeld in deze situaties:

• de belanghebbende was niet in staat om bijstand aan te vragen of niet op de hoogte van de mogelijkheid tot bijstand;

• een afwijzing van een voorliggende voorziening;

• een eerdere bijstandsaanvraag is buiten behandeling gesteld of afgewezen omdat niet tijdig alle gegevens zijn aangeleverd;

• de belanghebbende had onvoldoende inzicht in inkomsten/vermogen door bijv. flexibel werk, scheiding, detentie, erfenis;

• de belanghebbende heeft met terugwerkende kracht een verblijfsvergunning gekregen.

b. Als sprake is van ernstige gevolgen bij het niet met terugwerkende kracht toekennen van bijstand, bijvoorbeeld:

• de belanghebbende heeft probleemschulden en/of betalingsachterstanden;

• na de melding is executoriaal beslag gelegd op de middelen van belanghebbende of is belanghebbende failliet verklaard;

• na de melding is de huur van woonruimte opgezegd, de zorgverzekering geroyeerd, of gas, licht of water afgesloten.

2. De maximale termijn voor het toekennen van bijstand met terugwerkende kracht is 3 maanden vóór de datum van melding.

HOOFDSTUK 4 JONGEREN ONDER DE 27 JAAR

Artikel 4. Het behandelen van bijstandsaanvragen van jongeren voor afloop van de zoektermijn

Het college kan aanvragen van jongeren vóór afloop van de vierwekenzoektermijn toch in behandeling nemen. Dit is een bevoegdheid op grond van artikel 41, elfde lid, Participatiewet.

1. Het college kan bij deze afweging rekening met omstandigheden van de jongere, bijvoorbeeld:

• de jongere verblijft in een inrichting of heeft recht op opvang (Wmo 2015);

• de jongere verbleef het afgelopen jaar in een inrichting, opvang (Wmo 2015), pleeggezin of gezinshuis (Jeugdwet);

• de jongere viel onder een kinderbeschermingsmaatregel in het afgelopen jaar;

• de jongere een zorgbehoefte heeft;

• de jongere heeft geen startkwalificatie;

• de jongere ontving het afgelopen jaar bijstand;

• de jongere heeft probleemschulden of hier kans op als de vierwekenzoektermijn wordt toegepast;

• de jongere is dakloos.

HOOFDSTUK 5 VOORSCHOT

Artikel 5. Bevoorschottingspercentage in lijn met beslagvrije voet

1. Het college is verplicht om 4 weken na de bijstandsaanvraag een voorschot te verstrekken als er op dat moment nog geen besluit is genomen op de aanvraag. Deze verplichting geldt op grond van artikel 52 van de Participatiewet.

Hierop zijn 2 uitzonderingen:

a. De aanvraag is nog niet compleet, terwijl de stukken wel zijn opgevraagd, of de inwoner verleent op een andere manier onvoldoende medewerking;

b. Bij de aanvraag is al duidelijk dat er geen recht op bijstand bestaat

2. De hoogte van het voorschot is 95% van de toepasselijke bijstandsnorm (min eventuele inkomsten).

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2026.

Artikel 7. Titel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels aanvraag Participatiewet, IOAW, IOAZ Schouwen-Duiveland 2026’. Per gelijke datum vervallen de 'Beleidsregels zoekperiode en verstrekking voorschot gemeente Schouwen-Duiveland 2016'.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland d.d. 16 december 2025.

mr. S.J.A. Bronsveld, Secretaris

J. Chr. van der Hoek MBA, Burgemeester

Ondertekening