Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR752532
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR752532/1
Beleidsregels Bijzondere bijstand Gouda 2026
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels Bijzondere bijstand Gouda 2026Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda;
gelet op artikel 35 van de Participatiewet;
besluit:
de Beleidsregels Bijzondere bijstand Gouda 2026 vast te stellen.
Artikel 1 Begripsbepalingen
- a.
Wet: Participatiewet
- b.
Bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onder c van de wet zonder toepassing van de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de wet.
Hoofdstuk 1 Draagkracht
Artikel 2 Drempelbedrag
Het college past het drempelbedrag, als bedoeld in artikel 35, tweede lid van de wet, niet toe.
Artikel 3 Vaststelling van draagkracht
-
1. Behalve in de hieronder genoemde gevallen, stelt het college de draagkracht vast met inachtneming van de middelen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de wet.
-
2. Bij een draagkracht uit inkomen van minder dan € 35,00 per jaar wordt geen draagkracht in mindering gebracht.
-
3. De individuele inkomenstoeslag, alsmede de studietoeslag worden bij de vaststelling van de draagkracht niet in aanmerking genomen.
-
4. De draagkracht wordt gevormd door een percentage van het inkomen boven de 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag.
-
5. De draagkracht als bedoeld in het vorige lid bedraagt:
- a.
0% van het inkomen tussen 100% en 110%;
- b.
30% van het inkomen tussen 110% en 130%;
- c.
100% van het inkomen van 130% en meer.
- a.
-
6. In afwijking van het vijfde lid, wordt de draagkracht vastgesteld op nihil in geval één of meer van de volgende situaties van toepassing is:
- a.
Wet schuldsanering natuurlijke personen;
- b.
een minnelijke regeling volgens de gemeentelijke schuldhulpverlening, blijkend uit een vastgestelde betalingsregeling of ondertekende schuldregelovereenkomst.
- a.
Artikel 4 Draagkrachtperiode
-
1. De periode waarover de draagkracht wordt vastgelegd, de draagkrachtperiode, is een jaar beginnend op de eerste dag van de maand waarin de (oudste) kosten zijn gemaakt.
-
2. Als het periodieke bijzondere bijstand betreft wordt de draagkracht per maand vastgesteld.
-
3. De draagkracht wordt in beginsel in mindering gebracht op de eerste vergoeding uit de bijzondere bijstand binnen de draagkrachtperiode, ook bij periodieke bijzondere bijstand.
Artikel 5 Wijziging draagkracht tijdens draagkrachtperiode
-
1. De draagkracht wordt vastgesteld op het moment dat het recht op bijzondere bijstand ontstaat en geldt in beginsel voor de gehele draagkrachtperiode.
-
2. De draagkracht kan tijdens een lopende draagkrachtperiode opnieuw worden vastgesteld wanneer er iets verandert in de financiële situatie van belanghebbende die naar het oordeel van het college van invloed is op het recht op of de hoogte van de bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 2 Kostensoorten
Artikel 6 Bijzondere Bijstand met terugwerkende kracht
Een aanvraag voor bijzondere bijstand kan na het ontstaan van de kosten worden geaccepteerd als
- a.
aan de algemene voorwaarden voor bijzondere bijstand is voldaan; en
- b.
de draagkracht niet is veranderd; en
- c.
de aanvraag binnen één jaar na de datum van de originele nota wordt ingediend.
Artikel 7 Vaste lasten tijdens verblijf in inrichting
-
1. Voor de vaste lasten tijdens het verblijf in een inrichting kan bijzondere bijstand worden verleend gedurende maximaal een jaar als:
- a.
het om kosten gaat die bij de woning horen; en
- b.
het contract niet tijdelijk kan worden opgezegd; en
- c.
het aanhouden van de woonruimte noodzakelijk is.
- a.
-
2. Er is geen sprake van het noodzakelijk aanhouden van de woonruimte als bij het begin van de opname duidelijk is dat belanghebbende langer dan een jaar wordt opgenomen. Is de opname langer dan een jaar, dan kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de opslag van de inboedel.
-
3. Voor de vaste lasten wordt geen bijzondere bijstand verstrekt als belanghebbende:
- a.
over financiële middelen beschikt om zelf in de woonlasten te kunnen voorzien;
- b.
bij zijn ouders woont;
- c.
samen in de woning woont met gezinsleden of anderen die de woonlasten kunnen betalen;
- d.
als de verhuurder van de woning een procedure gericht op uitzetting uit de woning is gestart;
- e.
de woning onderverhuurt of kan onderverhuren, of als belanghebbende de woning zelf onderhuurt;
- f.
een betalingsregeling kan treffen of heeft getroffen met de verhuurder.
- a.
-
4. In afwijking van het derde lid, kan het college besluiten tot het verstrekken van bijzondere bijstand als sprake is van een noodgeval, zoals bedoeld in artikel 30.
Artikel 8 Uitvaartkosten
-
1. Het college kan de aanvrager van bijzondere bijstand voor uitvaartkosten vragen om een verklaring van erfrecht.
-
2. Alleen noodzakelijke kosten komen in aanmerking voor bijzondere bijstand.
-
3. Voor de kosten van een begrafenis in het buitenland wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.
-
4. Bij de bepaling van de hoogte van de bijzondere bijstand voor de uitvaartkosten gelden de bedragen van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD) als richtprijzen.
Artikel 9 Kosten van bewindvoering
-
1. Voor de kosten van bewindvoering kan bijzondere bijstand worden verstrekt als de goederen van een meerderjarige door de rechter onder bewind zijn gesteld.
-
2. Bij het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering gelden de tarieven van de Regeling beloning curatoren, bewindvoering en mentoren.
-
3. In afwijking van het tweede lid, kan een hoger bedrag worden verstrekt wanneer de rechtbank een machtiging heeft afgegeven voor een hoger bedrag dan de landelijke normen.
Artikel 10 Kosten van mentorschap
-
1. Voor de kosten van mentorschap kan bijzondere bijstand worden verstrekt als de rechter een mentor heeft benoemd.
-
2. Bij het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand voor de kosten van mentorschap gelden de tarieven van de Regeling beloning curatoren, bewindvoering en mentoren.
Artikel 11 Kosten van curatele
-
1. Voor de kosten van curatele kan bijzondere bijstand worden verstrekt als de rechter een mentor heeft benoemd.
-
2. Bij het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand voor de kosten van curatele gelden de tarieven van de Regeling beloning curatoren, bewindvoering en mentoren.
Artikel 12 Kosten van budgetbeheer
-
1. Voor de kosten van vrijwillig budgetbeheer kan bijzondere bijstand worden verstrekt als belanghebbende de noodzakelijkheid hiervan aantoont. De noodzakelijkheid wordt op individuele basis beoordeeld.
-
2. Bijzondere bijstand kan alleen verstrekt worden indien het budgetbeheer wordt verricht door een instelling die lid is van een branchevereniging, zoals de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) of de Branchevereniging voor Professionele Bewindvoerders en Inkomensbeheerders (BPBI).
-
3. Belanghebbende heeft de intentie om weer zo snel mogelijk zelfstandig zijn/haar financiën te beheren.
-
4. De belanghebbende en de budgetbeheerder stellen samen een overeenkomst op waarin wordt vastgelegd hoe en wanneer de belanghebbende weer zelfstandig zijn/haar financiën zal beheren. In deze overeenkomst worden concrete afspraken gemaakt over de stappen en termijn waarbinnen zelfstandigheid wordt nagestreefd, zodat de voortgang gemonitord en geëvalueerd kan worden.
-
5. Bijzondere bijstand voor vrijwillig budgetbeheer wordt toegekend voor de duur van één jaar. Na dit jaar kan een nieuwe aanvraag ingediend worden.
Artikel 13 Kosten van rechtsbijstand
-
1. Voor de kosten van de eigen bijdrage, zoals bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand kan bijzondere bijstand worden verstrekt.
-
2. De gegeven korting wordt in mindering gebracht op de bijzondere bijstand.
Artikel 14 Kosten babyuitzet
-
1. Voor de kosten van een babyuitzet kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Hierbij wordt in elk geval in aanmerking genomen:
- a.
Belanghebbende wordt geacht voor deze kosten te kunnen reserveren vanaf de vierde maand van de zwangerschap;
- b.
Het maandelijkse reserveringsbedrag is gelijk aan 5% van de bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag;
- a.
-
2. Bij de bepaling van de hoogte van de bijzondere bijstand voor de kosten van een babyuitzet gelden de bedragen van het NIBUD als richtprijzen.
-
3. De bijstand wordt in beginsel in de vorm van een geldlening verstrekt. Als dat gezien de schuldensituatie van belanghebbende niet zinvol is, wordt bijstand om niet verstrekt.
Artikel 15 Kosten maaltijdvoorziening
-
1. Voor de meerkosten van een maaltijdvoorziening kan bijzondere bijstand worden verstrekt.
-
2. Onder warme maaltijd wordt verstaan: een voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht. Ook het ontbijt en een tweede broodmaaltijd komen voor vergoeding in aanmerking.
-
3. Voor een maaltijdvoorziening geldt een eigen bijdrage.
-
4. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de feitelijk betaalde prijs onder aftrek van het bedrag per maaltijd zoals opgenomen in de NIBUD-Prijzengids.
Artikel 16 Dieetkosten
-
1. Voor de meerkosten van dieetkosten kan bijzondere bijstand worden verstrekt.
-
2. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de bedragen zoals genoemd in de NIBUD- Prijzengids.
Artikel 17 Stookkosten
-
1. Voor meerkosten van stookkosten, wegens medische redenen, kan bijzondere bijstand worden verstrekt.
-
2. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan de feitelijk betaalde prijs onder aftrek van de van toepassing zijnde stookkosten zoals opgenomen in de NIBUD-Prijzengids.
Artikel 18 Kosten van bewassing en kledingslijtage
-
1. Voor de kosten van extra bewassing ten gevolge van ouderdom, een handicap of een chronische ziekte kan bijzondere bijstand worden verstrekt.
-
2. Voor de kosten van kledingslijtage ten gevolge van een bewegingshandicap kan bijzondere bijstand worden verstrekt.
-
3. De hoogte van de bijstand is gelijk aan de bedragen zoals genoemd in de NIBUD-Prijzengids.
Artikel 19 Reiskosten in verband met bezoek ziek familielid
-
1. Voor reiskosten in verband met ziekenbezoek aan familieleden kan bijzondere bijstand worden verstrekt. De noodzaak voor het bezoeken van een ziek familielid wordt aanwezig geacht indien:
- a.
de zieke behoort tot het gezin van de aanvrager; en
- b.
het verpleegadres buiten de gemeente is gelegen (maar wel binnen Nederland).
- a.
-
2. Het aantal te vergoeden bezoeken wordt individueel beoordeeld.
-
3. Bij het vaststellen van de hoogte van de bijstand wordt uitgegaan van de kosten van openbaar vervoer (2e klas) of als er gebruik wordt gemaakt van de auto, een kilometervergoeding volgens de kortst gebruikelijke weg. De kilometervergoeding wordt verstrekt op basis van de ‘snelste route’ volgens de ANWB-routeplanner. Er wordt naar boven afgerond op hele kilometers.
-
4. Voor de hoogte van de kilometervoeding wordt aangesloten bij het Ministerie van Financiën.
Artikel 20 Reiskosten in verband met bezoek uit huis geplaatst kind
-
1. Voor reiskosten in verband met bezoek aan een uit huis geplaatst kind kan bijzondere bijstand worden verstrekt. De noodzaak voor het bezoeken en/of brengen van een uit huis geplaatst kind wordt aanwezig geacht indien:
- a.
het kind behoort tot het gezin van de aanvrager; en
- b.
het opvangadres buiten de gemeente ligt (maar wel binnen Nederland).
- a.
-
2. Het aantal te vergoeden bezoeken wordt individueel beoordeeld.
-
3. Bij het vaststellen van de hoogte van de bijstand wordt uitgegaan van de kosten van openbaar vervoer (2e klas) of als er gebruik wordt gemaakt van de auto, een kilometervergoeding van volgens de kortst gebruikelijke weg.
-
4. De kilometervergoeding wordt verstrekt op basis van de ‘snelste route’ volgens de ANWB-routeplanner. Er wordt naar boven afgerond op hele kilometers.
-
5. Voor de hoogte van de kilometervoeding wordt aangesloten bij het Ministerie van Financiën.
Artikel 21 Reiskosten voor bezoek aan gedetineerde
-
1. Voor reiskosten in verband met bezoek aan een gedetineerde kan bijzondere bijstand worden verstrekt. De noodzaak voor het bezoeken van een gedetineerde wordt aanwezig geacht indien:
- a.
de gedetineerde behoort tot het gezin; en
- b.
de penitentiaire inrichting binnen Nederland is gelegen; en
- c.
de bezoekfrequentie maximaal één keer per week per gezinslid bedraagt.
- a.
-
2. Bij het vaststellen van de hoogte van de bijstand wordt uitgegaan van de kosten van openbaar vervoer (2e klas) of als er gebruik wordt gemaakt van de auto, een kilometervergoeding van volgens de kortst gebruikelijke weg.
-
3. De kilometervergoeding wordt verstrekt op basis van de ‘snelste route’ volgens de ANWB-routeplanner. Er wordt naar boven afgerond op hele kilometers.
-
4. Voor de hoogte van de kilometervoeding wordt aangesloten bij het Ministerie van Financiën.
Artikel 22 Lening bij de gemeentelijke kredietbank als voorliggende voorziening
-
1. Voor de kostensoorten, genoemd in artikel 23 van deze beleidsregels, is een lening bij de gemeentelijke kredietbank voorliggend.
-
2. Indien de lening, zoals bedoeld in het eerste lid, niet toereikend is, kan bijzondere bijstand worden verstrekt.
-
3. De hoogte van de bijstand is gelijk aan het verschil tussen de maximale normbedragen voor inrichtingskosten, zoals genoemd in artikel 23 en de lening die door de gemeentelijke kredietbank wordt verstrekt.
-
4. De bijzondere bijstand wordt als leenbijstand verstrekt en wordt binnen 36 maanden afgelost (minus de lening van de gemeentelijke kredietbank). Het restant van de bijstand wordt om niet verstrekt.
-
5. Het eerste lid is niet van toepassing voor jongeren die uitstromen vanuit beschermd wonen.
Artikel 23 Kosten van woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen
-
1. De kosten van woninginrichting of duurzame gebruiksgoederen behoren tot de incidentele algemene kosten van het bestaan. Als er op grond van artikel 35 van de wet bijzondere bijstand kan worden verstrekt, dan wordt daarbij in elk geval het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid in aanmerking genomen.
-
2. Bij het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand gelden de prijzen uit de Prijzengids van het NIBUD als richtprijzen.
-
3. In afwijking van het tweede lid wordt voor een volledige inventaris een lager bedrag verstrekt, namelijk
- a.
50% van het bedrag in de Prijzengids van het NIBUD voor een alleenstaande
- b.
70% van het bedrag in de Prijzengids van het NIBUD voor een alleenstaande ouder of een echtpaar.
- a.
-
4. De bijstand voor woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen wordt in beginsel in de vorm van een lening verstrekt.
-
5. Voor de opknapkosten van de te betrekken woning wordt bijzondere bijstand om niet verstrekt.
Artikel 24 Verhuiskosten
-
1. Verhuiskosten behoren tot de incidentele algemene kosten van het bestaan. Als er op grond van artikel 35 van de wet bijzondere bijstand kan worden verstrekt, dan wordt daarbij in elk geval het tweede en derde lid in aanmerking genomen. Het gaat hierbij om transportkosten die worden gemaakt bij een noodzakelijke verhuizing.
-
2. De noodzaak van een verhuizing wordt in ieder geval aangenomen als
- a.
belanghebbende een woning bewoont met woonkosten die hoger zijn dan de maximale huurgrens en verhuist naar een goedkopere woning; of
- b.
belanghebbende vrijwillig verhuist van een woning met woonkosten hoger zijn dan de toepasselijke aftoppingsgrens naar een woning waarvan de woonkosten niet hoger zijn dan de kwaliteitskortingsgrens;
- c.
er een sociale noodzaak is voor de verhuizing. Dit wordt op individuele basis beoordeeld.
- a.
-
3. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan het bedrag van de factuur.
Artikel 25 Kosten voor eerste maand huur en administratiekosten
-
1. Voor kosten in verband met de eerste verhuurnota kan bijzondere bijstand worden verstrekt.
-
2. Voor de eerste maand huur wordt geen bijzondere bijstand verstrekt.
-
3. Voor de kosten van dubbele huur in een gebroken maand wordt bijzondere bijstand om niet verstrekt.
-
4. Voor administratiekosten en de kosten van een huisvestingsvergunning wordt bijzondere bijstand om niet verstrekt.
-
5. Voor de kosten van de waarborgsom wordt bijzondere bijstand verstrekt in de vorm van een lening.
Artikel 26 Gezinshereniging
-
1. Indien er sprake is van nareis in verband met gezinshereniging kan bijzondere bijstand voor de kosten van woninginrichting worden verstrekt, zoals bedoeld in artikel 23.
-
2. Eerder verstrekte bijstand aan de reeds gevestigde partner wordt afgetrokken van de nieuw te verstrekken bijstand.
Artikel 27 Kosten van zorgpremie, kinderopvang en kosten in verband met kinderen
-
1. Voor de kosten van zorgpremie, kinderopvang en kosten in verband met kinderen kan bijzondere bijstand worden verstrekt als het niet ontvangen van zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag of kindgebonden-budget het gevolg is van een nabetaling van bijstand over een voorgaand kalenderjaar.
-
2. De hoogte van de bijzondere bijstand is gelijk aan het verschil tussen de toeslag waarop belanghebbende anders recht zou hebben gehad en de toeslag die belanghebbende daadwerkelijk heeft ontvangen.
-
3. De bijstand wordt voorlopig toegekend op basis van de voorlopige beschikking van de Belastingdienst. Na afloop van het kalenderjaar wordt de bijstand definitief vastgesteld op basis van de definitieve beschikking.
Artikel 28 Woonkosten voor huurders
-
1. Voor de kale huur dat boven de huurgrens van de Belastingdienst ligt, kan woonkostentoeslag worden verstrekt.
-
2. Aan belanghebbende wordt een verhuisplicht opgelegd wanneer er woonkostentoeslag wordt toegekend. Belanghebbende dient aan te tonen zich in te spannen om een verhuizing naar een goedkopere woning mogelijk te maken.
-
3. Woonkostentoeslag wordt voor maximaal één jaar toegekend.
Artikel 29 Woonkosten voor eigenaren
-
1. Aan belanghebbende wordt een verhuisplicht opgelegd. Belanghebbende dient aan te tonen zich in te spannen om een verhuizing mogelijk te maken.
-
2. De hoogte van de bijzondere bijstand voor woonkosten voor eigenaren wordt berekend aan de hand van het berekeningsformulier woonkostentoeslag voor eigenaren.
-
3. Woonkostentoeslag wordt voor maximaal één jaar toegekend.
Hoofdstuk 3 Maatwerk
Artikel 30 Maatwerk bij de verlening van bijzondere bijstand
-
1. Als er naar het oordeel van het college dringende omstandigheden aanwezig zijn om de alleenstaande of het gezin financiële ondersteuning te bieden, ook als de kosten niet of niet geheel aangemerkt kunnen worden als noodzakelijke kosten van het bestaan zoals bedoeld in artikel 35 van de wet, kan bijzondere bijstand worden verleend als door deze bijzondere bijstand:
- a.
hogere maatschappelijke kosten voor de gemeente in de toekomst worden voorkomen;
- b.
een doorbraak wordt geforceerd in de omstandigheden van de persoon of het gezin of de situatie van de persoon of het gezin significant verbetert en de zelfredzaamheid daardoor wordt vergroot;
- c.
escalatie van de problematiek, waar de persoon of het gezin mee wordt geconfronteerd, wordt opgelost dan wel voorkomen.
- a.
-
2. Als maatwerk in de vorm van bijzondere bijstand nodig is, dient er aan tenminste één van de drie voorwaarden, zoals genoemd in het eerste lid, te worden voldaan.
-
3. De te verstrekken bijzondere bijstand is aanvullend op de middelen waarover belanghebbende de beschikking heeft om in de betreffende kosten te voorzien en richt zich op de goedkoopste adequate voorziening.
-
4. De in het eerste lid bedoelde bijzondere bijstand kan ook betrekking hebben op kosten die gerekend worden tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, waarvoor in beginsel geen bijzondere bijstand wordt verstrekt.
-
5. Situaties waarin maatwerk kan worden ingezet:
- a.
Vaste lasten woning gedetineerde (definiëren noodgeval)
- b.
Medische kosten
- c.
Kosten ten gevolge van inkomstenterugval
- d.
Buitengewone verwervingskosten: kosten die in het individuele geval noodzakelijkerwijs moeten worden gemaakt om de betreffende inkomsten te kunnen verwerven.
- a.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 31 Inwerkingtreding en overgangsbepaling
-
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.
-
2. De Beleidsregels Bijzondere Bijstand Gouda 2023 worden ingetrokken op de datum van inwerkingtreding van het besluit onder lid 1.
-
3. Aanvragen die voor 1 januari 2026 zijn ingediend, handelt het college af volgens de Beleidsregels Bijzondere Bijstand Gouda 2023, tenzij de nieuwe regels gunstiger zijn voor de belanghebbende.
Artikel 32 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Bijzondere Bijstand Gouda 2026.
Ondertekening
Aldus besloten in de vergadering van 16 december 2025
Burgemeester en wethouders van Gouda,
de secretaris,
drs R.C. Bakker
de burgemeester,
mr drs P. Verhoeve
Toelichting
Bijzondere bijstand kan worden verleend voor de bestrijding van noodzakelijke kosten die worden veroorzaakt door bijzondere omstandigheden (artikel 35 lid 1 Participatiewet). Voor de bijzondere bijstand bestaan geen landelijke normen. Het verlenen van bijzondere bijstand is maatwerk. In deze regeling staan kaders die de gemeente Gouda hanteert en veel voorkomende kostensoorten. Ook andere kostensoorten kunnen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand.
De noodzakelijkheid van de betreffende kosten wordt in het individuele geval vastgesteld. Afhankelijk van de persoon en de omstandigheden kunnen dezelfde kosten dus in het ene geval wel en in een ander geval niet noodzakelijk zijn. De hoogte van de bijzondere bijstand hangt af van de hoogte van de bijzondere kosten en de mogelijkheden van belanghebbende om deze zelf te kunnen betalen. Bijzondere bijstand betreft over het algemeen altijd een financiële verstrekking. De verstrekking kan gedaan worden aan de belanghebbende of aan de desbetreffende partij waar kosten zijn gemaakt.
Artikelsgewijs
Artikelen 1 t/m 6 behoeven geen toelichting
Artikel 7 Vaste lasten tijdens verblijf in inrichting
Artikel 35, eerste lid van de wet maakt het mogelijk om bijzondere bijstand te verlenen voor de kosten van het aanhouden van de woning als het college dit in het individuele geval van belanghebbende nodig vindt. Het gaat om kosten zoals huur, energie, water, telefoon, kabel en internetaansluiting. Bij bijzondere bijstand voor energiekosten wordt, na overleg met de energieleverancier, uitgegaan van een verlaagd voorschotbedrag. Daarnaast wordt bekeken of een abonnement tijdelijk kan worden opgezegd. Verder kan een voorziening niet worden vergoed als belanghebbende er tijdens zijn verblijf in de inrichting ook gebruik van kan maken. Dit geldt bijvoorbeeld voor de kosten van een mobiele telefoon of draadloze internetverbinding.
Artikel 8 Uitvaartkosten
De erfgenamen zijn samen verantwoordelijk voor de kosten van de uitvaart. Vaak wordt de aanvraag ingediend door de erfgenaam die het initiatief heeft genomen of die zich het meest betrokken voelt. Voor de gemeente is het dan niet altijd duidelijk of er meerdere erfgenamen zijn. Een verklaring van erfrecht geeft duidelijkheid over wie de erfgenamen zijn en wie dus (mede)verantwoordelijk is voor de kosten.
Bijzondere bijstand is mogelijk voor een eenvoudige uitvaart. We sluiten aan bij de kosten van het NIBUD.
Artikelen 9 t/m 11 behoeven geen toelichting
Artikel 12 Kosten vrijwillig budgetbeheer
Individuele omstandigheden van een inwoner kunnen ertoe leiden dat vrijwillig budgetbeheer grotere maatschappelijke kosten voorkomt. Budgetbeheer wordt daarom ingezet op basis van noodzaak; is zo kort mogelijk en zo lang als nodig. De beoordeling vindt jaarlijks plaats. Budgetbeheer in het kader van schuldhulpverlening of als basishulp van het sociaal team zijn voorliggende voorzieningen.
Artikel 13 Kosten van rechtsbijstand
Als de Raad voor Rechtsbijstand een toevoeging verleent, wordt er in bepaalde zaken een korting op de eigen bijdrage gegeven. Sinds maart 2020 past de Raad voor Rechtsbijstand deze korting automatisch toe, ook als een inwoner niet bij het Juridisch Loket is geweest.
Artikel 14 en 15 behoeven geen toelichting
Artikel 16 Dieetkosten
Een belanghebbende kan hogere voedingskosten hebben ten gevolge van een ziekte of handicap. Deze kosten behoren niet tot het zorgpakket van de wettelijke ziektekostenverzekeringen. Daarom is er geen voorliggende voorziening. De kosten kunnen in het individuele geval als bijzonder noodzakelijke worden aangemerkt, zodat bijstandsverlening mogelijk is op grond van artikel 35 van de wet. We hanteren de dieetkostentabel van dieetvoedingen die is opgesteld door het NIBUD. De belanghebbende kan een dieetverklaring aanvragen bij een arts of diëtist. Daarmee kan een verzoek voor bijzondere bijstand goed worden beoordeeld. De diëtist of arts kan op basis van de gegevens van tabel 6.1 aangeven om welk ziektebeeld en type dieet het gaat. Op de website van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten (nvdietist.nl) staat een kant-en-klaar format dat artsen en diëtisten hiervoor kunnen gebruiken.
Artikel 17 Stookkosten
Belanghebbenden kunnen om medische redenen hogere stookkosten hebben. Het gaat daarbij veelal om verwarmingskosten voor bijvoorbeeld gehandicapten en chronisch zieken.
Artikel 18 Kosten van bewassing en kledingslijtage
De kosten van aanschaf, vervanging en reiniging van kleding, beddengoed en schoeisel behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Een belanghebbende kan echter om medische redenen extra kosten hebben omdat hij kleding en beddengoed vaker moet wassen of vervangen. Te denken valt aan een belanghebbende die incontinent is, overmatig transpireert of medisch noodzakelijke huidproducten gebruikt. Voor de extra waskosten verstrekken we dan bijzondere bijstand. Ook kan een belanghebbende extra kledingslijtage hebben ten gevolge van, bijvoorbeeld, rolstoelgebruik of beugels.
Artikel 19 Reiskosten in verband met bezoek ziek familielid
Het inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm is voldoende om te kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven en om sociale contacten te onderhouden. Ook incidentele kosten van het bezoeken van een ziek familielid moeten uit de bijstandsnorm worden voldaan. Dit artikel is daarom alleen van toepassing als een familielid gedurende langere tijd is opgenomen. Wat we onder ‘langere tijd’ verstaan hangt af van de individuele situatie. Ook kan naarmate de situatie voortduurt, het noodzakelijke aantal bezoeken afnemen.
Artikel 20 Reiskosten voor bezoek aan uit huis geplaatst kind behoeft geen toelichting
Artikel 21 Reiskosten voor bezoek aan gedetineerde
De kosten verbonden om gedetineerde te bezoeken behoren in beginsel niet tot de kosten van vervoer voor de deelname aan het maatschappelijk verkeer en/of tot de kosten van het leven van alledag. Het gaat hier om reiskosten die gemaakt worden met een andere doel. Dit zijn dan (meestal) kosten die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden . Daarom is bijzondere bijstand mogelijk (artikel 35 van de wet). Onderscheid maken tussen de verschillende gezinsleden is niet wenselijk vanuit het belang van het gezinsleven.
Artikel 22 Lening bij de gemeentelijke kredietbank als voorliggende voorziening behoeft geen toelichting
Artikel 23 Kosten van woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen
De kosten van duurzame gebruiksgoederen en inrichtingskosten behoren tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze moeten worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke bijstandsnorm (inclusief eventuele toeslag) door middel van reservering vooraf of het afsluiten van een lening. Bijzondere bijstand op grond van artikel 35 van de wet is mogelijk als aan de volgende criteria wordt voldaan:
- 1.
De kosten doen zich voor;
- 2.
De kosten zijn in het individuele geval noodzakelijk;
- 3.
De kosten vloeien voort uit bijzondere individuele omstandigheden
- 4.
De kosten kunnen niet (geheel) worden voldaan uit de bijstandsuitkering, de índividuele inkomenstoeslag, het vermogen en het eventuele meerinkomen.
Een aanvraag bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen en inrichtingskosten zal dan ook aan deze criteria worden getoetst.
Bij bijzondere individuele omstandigheden (punt 3) kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het onverwacht ontstaan van de kosten of aan het gegeven dat belanghebbende niet of onvoldoende heeft kunnen reserveren. De eerste woninginrichting wordt altijd geacht voorzienbaar te zijn. Verder is het hebben van schulden of daaruit voortvloeiende aflossingsverplichtingen op zich geen bijzondere omstandigheid. Bij de beoordeling van een aanvraag wordt altijd gekeken naar de reden waarom schulden of leningen zijn ontstaan. Wanneer een lening is aangegaan voor niet-noodzakelijke zaken, kan niet worden gesproken van een bijzondere omstandigheid.
Bij afzonderlijke duurzame gebruiksgoederen en inrichtingsgoederen wordt de Prijzengids van het NIBUD gebruikt, waarbij altijd wordt uitgegaan van de goedkoopst mogelijke passende voorziening. Om maatwerk mogelijk te maken worden de NIBUD-prijzen gezien als richtprijzen. De bedragen voor volledige inventarissen zijn aan een maximum gekoppeld. Een redelijke toepassing hiervan brengt met zich mee dat als voor afzonderlijke goederen bijzondere bijstand wordt gevraagd, de genoemde percentages het maximum is.
Voor duurzame gebruiksgoederen geldt dat de bijzondere bijstand in beginsel wordt verstrekt in de vorm van borgtocht of als geldlening (artikel 51, eerste lid van de wet). Slechts in uitzonderlijke situaties kan bijstand om niet worden verstrekt. Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt bijstand om niet verstrekt. Bijvoorbeeld bij een verhuizing uit een woning met een huur die hoger is dan de maximale huurgrens of als belanghebbende korter dan drie jaar in de vorige woning heeft gewoond en er nieuwe spullen gekocht moeten worden omdat ze in de nieuwe woning niet meer bruikbaar zijn.
Voor inrichtingskosten zoals verf en behang wordt de bijstand wel altijd om niet verstrekt. Het gaat dan om de kosten van artikelen die niet mee te nemen zijn. Dit volgt uit artikel 48, eerste lid van de wet.
Als belanghebbende bijzondere bijstand aanvraagt voor duurzame gebruiksgoederen terwijl hij nog aan het aflossen is op een eerdere noodzakelijke lening, kan nieuwe bijzondere bijstand om niet worden verstrekt. Zo wordt een langdurige terugbetaling voorkomen. Wordt de aanvraag ingediend nadat de laatste aflossing heeft plaatsgevonden, dan wordt de nieuwe bijstand wel weer in de vorm van een lening verstrekt.
Artikelen 24 t/m 26 behoeven geen toelichting
Artikel 27 Kosten van zorgpremie, kinderopvang en kosten in verband met kinderen
Dit artikel beschermt inwoners die door een nabetaling van bijstand toeslag verliezen. Een nabetaling komt bijvoorbeeld voor als belanghebbende bijstand ontvangt voor een belastingaanslag over een voorgaand jaar of als een uitkering op grond van de Bbz 2004 wordt omgezet in bijstand om niet. Er is dan sprake van een hoger belastbaar inkomen in het nieuwe kalenderjaar. Soms leidt dat tot een lagere huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en/of kindgebonden budget. In artikel 2b van het Besluit op de huurtoeslag is geregeld dat belanghebbende een beroep kan doen op een hardheidsclausule, waardoor hij geen huurtoeslag misloopt. Voor zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget bestaat een dergelijke hardheidsclausule niet.
Door in deze situaties bijzondere bijstand te verstrekken, worden inwoners financieel niet benadeeld.
Artikel 28 Woonkosten voor huurders
Met ingang van 1 januari 2026 wijzigt de Wet op de huurtoeslag en verdwijnt de huurgrens als toegangsvoorwaarde. Iedereen met een laag inkomen kan vanaf 2026 huurtoeslag aanvragen, ongeacht hoe hoog de huur is. De grens blijft wel bestaan als rekenplafond, de toeslag wordt alleen berekend over de huur tot aan dat bedrag. Door deze wijziging wordt de landelijke huurtoeslag vanaf 2026 formeel een voorliggende voorziening voor iedereen met een huurwoning, ook in de vrije sector. Hiermee is de Wet op de huurtoeslag wel een passende voorliggende voorziening, maar niet toereikend voor huurders met een huur boven de huidige grens. Aan deze huurders kan woonkostentoeslag worden toegekend.
Artikel 29 Woonkosten voor eigenaren behoeft geen toelichting
Artikel 30 Maatwerk
Het college vindt het belangrijk dat alle inwoners van Gouda mee kunnen doen en wil armoede in de stad zo veel mogelijk beperken. Het begrip armoede wordt door de Europese Unie als volgt gedefinieerd:
“Armoede is een situatie waarin sprake is van onvoldoende materiële, culturele en sociale middelen, waardoor mensen zijn uitgesloten van een levensstandaard die in de samenleving waarin men woont als minimaal wordt gezien”. In deze definitie kan men twee vormen van armoede onderscheiden: schaarste in vermogen in financiële en in niet financiële zin. Armoede in financiële zin is het niet kunnen voorzien in de primaire levensbehoefte door een gebrek aan financiële middelen. Daarnaast is er ook sociale armoede (uitsluiting) en andere vormen van niet financiële armoede (denkvermogen, sociaal vermogen, sociaal netwerkvermogen, integratie, enzovoorts).
Armoede is meer dan alleen het ontbreken van voldoende financiële middelen. Armoede is een samengesteld en complex probleem dat vaak samen gaat met factoren als een slechte gezondheid, vermoeidheid, depressie, sociaal isolement, het ontbreken van perspectief en het verlies van regie over het eigen leven. Daardoor beïnvloedt armoede alle levensterreinen van burgers en kan een ernstige belemmering vormen voor zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie .
Maatwerk gaat verder dan individualiseren
Het college hecht er veel waarde aan dat alle inwoners uit Gouda mee kunnen doen. De verlening van bijzondere bijstand is gebaseerd op artikel 35 van de wet.
Individualisering is de hoofdregel bij de verlening van bijzondere bijstand en sluit aan op het door het college beoogde doel om maatwerk te verlenen, waar niet de regels uitgangspunt zijn, maar de nood binnen het gezin en de wijze waarop adequate, individuele én gerichte inkomensondersteuning geboden kan worden.
De eis dat de kosten noodzakelijk moeten zijn en voort moeten komen uit bijzondere omstandigheden beperken de mogelijkheden tot de verlening van bijzondere bijstand, doordat aan het begrip ‘noodzaak’ in de wet en de jurisprudentie een beperkende uitleg wordt gegeven. Daarnaast kunnen ook kosten, die niet uit bijzondere omstandigheden voortvloeien, tot grote financiële problemen leiden waardoor men niet in het maatschappelijk leven kan participeren. Als er zich kosten voordoen, die op basis van noodzaak of bijzondere omstandigheden niet vallen binnen het kader van artikel 35 van de wet, kan de situatie van belanghebbende onoplosbaar zijn en kan er een uitzichtloze situatie ontstaan met mogelijk hoge maatschappelijke kosten in de toekomst. Om ook in die gevallen inwoners financieel te kunnen ondersteunen, wil het college maximaal gebruikmaken van de mogelijkheden om bijzondere bijstand te verlenen. Dit gaat een stap verder dan wat in artikel 35 van de wet wordt bedoeld met ‘noodzaak of bijzondere omstandigheden’. Om het verschil aan te brengen, wordt hier over maatwerk gesproken.
Maatwerk wordt ingezet om bijzondere bijstand te verstrekken in die situaties waarbij de begrippen ‘noodzaak en bijzondere omstandigheden’ ruimer moeten worden uitgelegd. Deze ruimere uitleg wordt in artikel 30 gekoppeld aan de volgende drie uitgangspunten:
- •
Het voorkomen van hogere maatschappelijke kosten voor de gemeente in de toekomst;
- •
Het forceren van een doorbraak in de omstandigheden van persoon en gezin of het significant verbeteren van de situatie van de persoon of het gezin, waardoor de zelfredzaamheid wordt vergroot;
- •
Het voorkomen of oplossen van escalatie van de problematiek waar de persoon of het gezin mee wordt geconfronteerd.
Bij het verstrekken van maatwerk als bijzondere bijstand dient tenminste één van de hierboven genoemde uitgangspunten van toepassing te zijn.
Bij maatwerk wordt niet alleen rekening gehouden met de financiële situatie op dit moment. Als duidelijk is dat er de komende maand of maanden ook andere kosten opkomen, worden ook deze kosten bij de bijstandsverlening betrokken. Zo voorkomen we dat het gezin in onzekerheid blijft en herhaling van zetten nodig zijn. De beoordeling en ondersteuning dient zich dan ook te richten op een binnen een bepaalde periode te bereiken doel, waarin de ondersteuning voorziet.
Met artikel 30 wil het college een integrale afweging kunnen maken om te bepalen wat belanghebbende of diens gezin nodig heeft om maatschappelijk te participeren. Voor het maken van deze integrale afweging en om maatwerk te kunnen leveren kan het college bij haar besluit het advies van professionals betrekken. Door de term ‘maatwerk’ te gebruiken in plaats van ‘individualiseren’ zoals in de wet bedoeld, wil het college aangeven dat de financiële hulpverlening in de bijzondere bijstand verder kan gaan dan de noodzaak en bijzondere omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 35 van de wet. Op deze manier benut het college de ruimte om op basis van het buitenwettelijk begunstigend beleid toch ondersteuning te bieden bij bepaalde kosten.
Vanwege het bijzondere karakter van het ‘maatwerk’, verwacht het college van belanghebbende een maximale inzet en verlangt van belanghebbende dat deze de eigen financiële middelen maximaal inzet.
Voor de bijstandsverlening op grond van artikel 30 gelden daarom beperktere vrijlatingsbepalingen van de middelen. Van belanghebbende wordt, als maatwerk nodig is, verlangd dat deze de eigen beschikbare middelen maximaal inzet, waarop de bijstand aanvullend wordt verstrekt. Dit in tegenstelling tot de reguliere verlening van bijzondere bijstand, waarbij rekening wordt gehouden met het maximaal vrij te laten vermogen.
Afhankelijk van de situatie kan het nodig zijn, dat aan de bijstandsverlening verplichtingen verbonden worden. Het gaat er immers om dat de situatie van belanghebbende en diens gezin verbetert. Om dit doel te bereiken is de inzet van de belanghebbenden van cruciaal belang en dit rechtvaardigt een maximale inzet van betrokkenen.
Artikel 30 Lid 3 ziet erop toe dat er meer gevraagd kan worden van de eigen inzet van belanghebbende.. Als belanghebbende eigen middelen heeft, moet dat eerst zoveel mogelijk gebruikt worden. Voor het deel dat iemand niet zelf kan betalen, biedt de gemeente maatwerk. Daarom gelden andere regels voor vermogensgrens en draagkracht. Lid 3 stelt expliciet dat de vermogensgrenzen en draagkrachtregels van de bijzondere bijstand zoals bepaald in hoofdstuk 1 niet van toepassing zijn maar dat ook op dit vlak maatwerk zal worden geleverd.
Artikel 30 lid 4 verruimt de algemene regels van de bijzondere bijstand die ervan uitgaan dat iedereen de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zelf dient te dragen. Wanneer een van de situaties genoemd in lid 1 zich voordoet dan kan ook voor noodzakelijke kosten een bijdrage worden verleend.
Artikel 31 en 32 behoeven geen toelichting
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl