Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR752326
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR752326/1
Verordening zuiveringsrechten Wetterskip Fryslân 2026
Geldend van 01-01-2026 t/m heden
Intitulé
Verordening zuiveringsrechten Wetterskip Fryslân 2026
Het algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân;
Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 november 2025;
Gelet op:
artikel 1 lid 1 van de Waterschapswet;
artikel 56 van de Waterschapswet;
artikel 115 van de Waterschapswet;
artikel 4 van het Reglement van Wetterskip Fryslân;
Overwegende dat:
de zuivering van separate afvalwaterstromen onder de waterstaatkundige zorg van het waterschapsgebied valt;
de verwerking van separate afvalwaterstromen mede gewenst is voor het behoud of de bescherming van (de waterkwaliteit van) het watersysteem;
het waterschapsbestuur het zuiveren van in het verzorgingsgebied van het waterschap ontstaan afvalwater tot haar taken rekent, ongeacht langs welke weg dit afvalwater wordt aangevoerd op een zuiveringtechnisch werk in beheer of in onderhoud bij het waterschap;
het waterschapsbestuur dat water niet ongecontroleerd afgevoerd wil zien worden, mede vanuit de waterkwaliteit en -veiligheid in haar verzorgingsgebied;
het waterschapsbestuur in het verleden met natuurlijke en niet-natuurlijke personen afspraken heeft gemaakt, al dan niet samen met de gemeente van vestiging van die persoon, over de infrastructurele vorm van de aanvoer van water naar het zuiveringtechnisch werk in beheer of in onderhoud bij het waterschap vanuit een woon- of bedrijfsruimte in het verzorgingsgebied van het waterschap;
het aanvoeren van water niet altijd (tenminste deels) geschiedt via gemeentelijke riolering, maar ook geschiedt via gescheiden infrastructuur in beheer of onderhoud bij het waterschap of op ander wijze zoals per as;
deze aanvoer van water tot en met 2025 met toepassing van de Verordening zuiveringsheffing van het waterschap in de heffing werd betrokken;
het waterschapsbestuur de in het verleden gemaakte afspraken wil respecteren en continueren, tenzij de betrokken natuurlijke of niet-natuurlijke persoon die afspraken juist niet wil continueren en zich op andere toegestane wijze van het water wil ontdoen;
de wetgever aangeeft dat de kosten van het zuiveren van separate afvalwaterstromen per 1 januari; 2026 niet (meer) in de heffing van de zuiveringsheffing kunnen worden bestreden;
het waterschap zijn taken wil uitvoeren in het belang van een goede organisatie van de waterstaatkundige verzorging en met oog voor de dynamiek van de praktijk
het waterschapsbestuur de kosten van het zuiveren van het aangevoerde water van de betrokken natuurlijke of niet-natuurlijke personen met de heffing van een recht als bedoeld in artikel 115 van de Waterschapswet wil kunnen dekken, na een (impliciete) aanvraag daartoe van deze perso(o)n(en);
B e s l u i t:
Vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van zuiveringsrechten Wetterskip Fryslân 2026
Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder:
-
• aanvoeren: het brengen van stoffen op een zuiveringtechnisch werk in beheer of in onderhoud bij het waterschap, anders dan (tenminste deels) via de gemeentelijke riolering;
-
• afvalwater: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen;
-
• bedrijfsruimte: een naar zijn aard en inrichting als afzonderlijk geheel te beschouwen ruimte of terrein, niet zijnde een woonruimte, een zuiveringtechnisch werk of een gemeentelijke riolering;
-
• jaar: kalenderjaar;
-
• gemeentelijke riolering: een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;
-
• maand: kalendermaand;
-
• ruimte: een woonruimte, een bedrijfsruimte, of anderszins een locatie binnen het verzorgingsgebied van het waterschap;
-
• stoffen: afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen;
-
• water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, al dan niet vermengd met hemelwater en/of grondwater;
-
• woonruimte: een ruimte die blijkens zijn inrichting bestemd is om als een afzonderlijk geheel te voorzien in woongelegenheid en waarvan de delen blijkens de inrichting van die ruimte niet bestemd zijn om afzonderlijk in gebruik te worden gegeven;
-
• zuiveringtechnisch werk: een werk voor het zuiveren en/of het transport van afvalwater, niet zijnde een gemeentelijke riolering;
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam ‘zuiveringsrechten’ worden rechten geheven ter zake van het op aanvraag, anders dan (ten minste deels) via de gemeentelijke riolering voor zuivering water naar een zuiveringtechnisch werk in beheer of in onderhoud bij het waterschap, transporteren en/of zuiveren van aangevoerd water.
Artikel 3 Belastingplicht
-
1. Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst c.q. degene die voor het zuiveren van water dat niet (tenminste deels) via de gemeentelijke riolering wordt aangevoerd gebruik maakt van een zuiveringtechnisch werk in beheer of in onderhoud bij het waterschap.
-
2. Als aanvrager wordt (mede) aangemerkt de gebruiker van de ruimte van waaruit water wordt aangevoerd.
-
3. Als gebruiker van de ruimte wordt:
- a.
in geval sprake is van gebruik van een woonruimte, aangemerkt: degene die volgens de Basisregistratie Personen (BRP) ingeschreven staat op het adres van de woonruimte;
- b.
als sprake is van gebruik van een woonruimte door de leden van een huishouden, aangemerkt: degene die door de heffingsambtenaar is aangewezen;
- c.
als sprake is van gebruik door degene aan wie een deel van een bedrijfsruimte in gebruik is gegeven, aangemerkt: degene die dat deel in gebruik heeft gegeven met dien verstande dat degene die het deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;
- d.
als sprake is van het voor volgtijdig gebruik ter beschikking stellen van een woonruimte of bedrijfsruimte, aangemerkt: degene die de ruimte ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat degene die de ruimte ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie de ruimte ter beschikking is gesteld.
- a.
-
4. Als voor de ruimte geen gebruiker valt aan te wijzen, maar wel sprake is van aanvoeren, wordt de zakelijk gerechtigde krachtens eigendom, bezit of beperkt recht tot de ruimte aangemerkt als gebruiker van de ruimte.
Artikel 4 Vrijstellingen
Van de heffing van de zuiveringsrechten is vrijgesteld:
-
a. het aanvoeren door het waterschap;
-
b. het aanvoeren (tenminste deels) via de gemeentelijke riolering.
Artikel 5 Heffingsgrondslag
-
1. De rechten worden geheven per ruimte van waaruit water wordt aangevoerd.
-
2. Als sprake is van een woonruimte, geschiedt de heffing conform de systematiek van woonruimten onder de zuiveringsheffing. Hierbij wordt de vervuilingswaarde van afgevoerde stoffen die vanuit een woonruimte gesteld op drie vervuilingseenheden, tenzij de woonruimte door één persoon wordt gebruikt woonruimte en de vervuilingswaarde daarom één vervuilingseenheid bedraagt.
-
3. Als sprake is van een bedrijfsruimte, worden de rechten geheven naar een vast bedrag per vervuilingseenheid, die overeenkomt met het vastgestelde tarief vanuit de Verordening zuiveringsheffing 2026.
-
4. In afwijking van het eerste lid worden de rechten geheven naar een vast bedrag per vervuilingseenheid als sprake is van aanvoeren anders dan vanuit een woonruimte of een bedrijfsruimte.
-
5. Het aantal vervuilingseenheden wordt bepaald met toepassing van de artikelen 6 tot en met 17 van de Verordening zuiveringsheffing Wetterskip Fryslân 2026 en de daarbij behorende bijlagen. Daar waar in deze artikelen van ‘zuiveringsheffing’ wordt gesproken, moet ‘zuiveringsrecht’ gelezen worden en daar waar wordt verwezen naar artikel 3 van de Verordening zuiveringsheffing Wetterskip Fryslân 2026, moeten artikelen 2 en 3 van deze Verordening zuiveringsrechten gelezen worden.
-
6. Als het aantal vervuilingseenheden niet overeenkomstig het vijfde lid kan worden bepaald, schat de heffingsambtenaar het aantal vervuilingseenheden met toepassing van artikel 17 van de Verordening zuiveringsheffing Wetterskip Fryslân 2026 en de daarbij behorende bijlagen.
-
7. Als stoffen met behulp van een openbaar vuilwaterriool worden afgevoerd, is degene bij wie dat openbaar vuilwaterriool in beheer is, slechts voor die stoffen die de beheerder zelf op het openbaar vuilwaterriool heeft gebracht aan een zuiveringsrechten onderworpen.
Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsevenredigheid
-
1. De rechten zijn verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening en gedurende de duur van de dienstverlening.
-
2. Als ter zake van woonruimten de belastingplicht als bedoeld in het eerste lid aanvangt in de loop van het belastingjaar, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar volle kalendermaanden overblijven na de aanvang van de belastingplicht. Als de belastingplicht aanvangt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand.
-
3. Als ter zake van woonruimten de belastingplicht bedoeld in het eerste lid eindigt in de loop van het belastingjaar, is er aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar volle kalendermaanden overblijven na het einde van de belastingplicht. Als de belastingplicht eindigt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand.
-
4. Als de belastingplicht voor woonruimten is beëindigd na de dagtekening van de aanslag, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de heffingsambtenaar.
-
5. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing als de belastingplichtige het gebruik van de woonruimte beëindigt en direct aansluitend het gebruik krijgt van een woonruimte van waaruit eveneens wordt aangevoerd als bedoeld in artikel 1, onder c.
Artikel 7 Heffingsjaar
Het heffingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8 Tarief
Het recht voor aanvoeren vanuit een woonruimte per woonruimte per jaar sluit aan bij de hoogte en de systematiek van vervuilingseenheden onder de zuiveringsheffing. Het tarief van een recht is gelijk aan de voor dat kalenderjaar geldende tarief van een vervuilingseenheid onder de zuiveringsheffing. Het aantal verschuldigde rechten wordt bepaald naar het aantal vervuilingseenheden dat een dergelijk huishouden of bedrijf of dergelijke verschuldigd zou zijn onder de zuiveringsheffing.
Artikel 9 Wijze van heffing en termijnen van betaling
-
1. De rechten worden geheven bij wege van aanslag.
-
2. De aanslag(en), daaronder begrepen voorlopige aanslagen, moet(en) worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
-
3. Het bedrag van een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
-
4. Er wordt afgeweken van het tweede en derde lid bij een machtiging voor automatische incasso en zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen worden afgeschreven. In dat geval worden de aanslag(en) en de bestuurlijke boete(s) betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende termijnen telkens een maand later.
-
5. In afwijking van het vierde lid kan betaling via automatische incasso alleen als de aanslagen en bestuurlijke boetes op één aanslagbiljet totaal minder bedragen dan € 5.000,00.
-
6. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen in de voorgaande leden.
Artikel 10 Kwijtschelding
Bij de invordering van de zuiveringsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Aanmeldplicht
-
1. Iedereen moet zich melden bij de heffingsambtenaar alvorens voor de eerste maal anders dan (tenminste deels) via gemeentelijke riolering water aan te voeren als bedoeld in artikel 1, onder c.
-
2. De melding in het eerste lid wordt aangemerkt als een aanvraag tot transport en zuivering van aangevoerd water.
-
3. Het Dagelijks Bestuur van het waterschap beslist op deze aanvraag.
Artikel 12 Nadere regels
Het dagelijks bestuur van het Noordelijk Belastingkantoor kan nadere regels geven over de heffing en de invordering van de zuiveringsrechten.
Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. De verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.
-
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
-
3. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening zuiveringsrechten Wetterskip Fryslân 2026'.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur, gehouden op 16 december 2025 te Leeuwarden,
de secretaris,
E. van der Kuil
de dijkgraaf,
L.M.B.C. Kroon
Toelichting
Algemeen
In Nederland zijn waterschappen verantwoordelijk voor de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied. Een van de taken die bij deze verantwoordelijkheid hoort, is de zuivering van afvalwater. Per 1 januari 2026 wordt de wettelijke zuiveringstaak van waterschappen beperkt tot stedelijk afvalwater dat via een openbaar vuilwaterriool wordt afgevoerd. Door de wetswijziging vervalt de mogelijkheid om een zuiveringsheffing op te leggen voor afvalwaterstromen die op andere wijze dan via een openbaar vuilwaterriool op een zuiveringsinstallatie worden aangevoerd, zoals via tankwagens, particuliere rioolstelsels of directe aansluitingen op transportleidingen, gemalen of rwzi’s.
Ondanks de beperking van de wettelijke zuiveringstaak blijft de verwerking van separate afvalwaterstromen binnen de waterstaatkundige zorg van het waterschap vallen. Dit overeenkomstig het Reglement van Wetterskip Fryslân waarin de taak voor het waterschap als volgt is omschreven: “De taak, bedoeld in het eerste lid, omvat: a. de zorg voor de watersystemen, met uitzondering van het vaarwegbeheer waarvoor bij of krachtens wet of bij provinciale verordening een andere beheerder is aangewezen; b. de zorg voor het zuiveren van afvalwater, hieronder mede begrepen het stedelijk afvalwater dat afkomstig is vanuit het beheersgebied van een aangrenzende waterkwaliteitsbeheerder en dat krachtens artikel 3.4, eerste lid van de Waterwet om doelmatigheidsredenen wordt gezuiverd op een zuiveringstechnisch werk dat in beheer is bij het waterschap.” Deze verwerking draagt immers bij aan het behoud en de bescherming van de waterkwaliteit en de veiligheid van het watersysteem in het verzorgingsgebied.
Het waterschapsbestuur rekent het zuiveren van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater tot haar taken, ongeacht de wijze van aanvoer. Dit geldt ook voor afvalwater dat niet via een openbaar vuilwaterriool, maar via alternatieve infrastructuur zoals particuliere leidingen, transportleidingen, gemalen of per as wordt aangevoerd naar een zuiveringtechnisch werk in beheer of onderhoud bij het waterschap.
In het verleden zijn hierover afspraken gemaakt met natuurlijke en niet-natuurlijke personen, al dan niet samen met de betreffende gemeente. Deze afspraken zagen op de vorm en wijze van aanvoer van afvalwater vanuit woon- of bedrijfsruimten binnen het verzorgingsgebied van het waterschap.
Tot en met 2025 werd deze aanvoer betrokken in de zuiveringsheffing op grond van de Verordening zuiveringsheffing. Het waterschapsbestuur wil deze bestaande afspraken respecteren en de betrokken partijen niet (overhaast) ertoe dwingen om het afvalwater op andere toegestane wijze af te voeren. Hiertoe dienen privaatrechtelijke overeenkomsten met de betrokken partijen, waartoe de wetgever ruimte schept met artikel 122d, zesde lid, van de Waterschapswet zoals het per 1 januari 2026 luidt. Naast de door de wetgever geïntroduceerde optie voor privaatrechtelijke overeenkomsten, concludeerde het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale Overheden dat het mogelijk is om een recht te heffen op basis van artikel 115 van de Waterschapswet voor de kosten van ontvangst, transport en zuivering van separate afvalwaterstromen. Met het vaststellen van deze verordening kan Wetterskip Fryslân (met terugwerkende kracht indien nodig) de publiekrechtelijke weg kiezen. De kosten kunnen vanzelfsprekend slechts via één weg worden verhaald bij een partij, dat beschrijft ook artikel 4 van deze verordening.
Artikelsgewijze toelichting
We lichten artikelen toe die verdere toelichting behoeven.
Artikel 1 Definities
Om een aantal begrippen in de verordening te verduidelijken en om de leesbaarheid te bevorderen, bevat artikel 1 diverse definities. Daarbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de definities in de Waterschapswet.
Artikel 2 Belastbaar feit
De opbrengst moet de kosten bestrijden die zijn verbonden aan het zuiveren van stedelijk afvalwater wat niet via een openbaar vuilwaterriool op een zuiveringstechnisch werk van het waterschap wordt gebracht. Het zuiveringsrecht is daarmee primair een bestemmingsheffing. Het belastbare feit is afvoeren, dat wil zeggen het voor de zuivering en transport van afvalwater voor zowel het genot van de door of vanwege het waterschap verstrekte dienst als voor het gebruik van een zuiveringstechnisch werk.
Artikel 3 Belastingplicht
Belastingplichtig zijn degenen die afvoeren, op verschillende manieren. Voor de omschrijving van de heffingsplicht wordt daarbij een koppeling gemaakt met het object van waaruit wordt afgevoerd. Op basis van de feitelijke omstandigheden moet worden beoordeeld wie gebruiker van dat object is.
Artikel 4 Vrijstellingen
Vanuit een evenwichtige en doelmatige toepassing van de heffing van zuiveringsrechten, worden de volgende situaties vrijgesteld. Deze vrijstellingen zijn beleidsmatig en juridisch te rechtvaardigen op grond van taakverdeling, uitvoerbaarheid en fiscale neutraliteit:
a. Het aanvoeren door het waterschap
Het waterschap voert soms zelf afvalwater aan, zoals bij onderhoudswerkzaamheden, calamiteiten of operationele processen. Omdat het waterschap dan handelt binnen zijn eigen taakuitvoering en geen derde partij is, levert het heffen van rechten op eigen handelen een administratief zinloze en circulaire situatie op. Vrijstelling voorkomt onnodige interne verrekening en draagt bij aan een doelmatige uitvoering.
b. Het (ten minste deels) via gemeentelijke riolering aanvoeren
Afvalwater dat via gemeentelijke riolering wordt aangevoerd, valt onder de reguliere zuiveringstaak van het waterschap en wordt al betrokken in de zuiveringsheffing (artikel 122d van de Waterschapswet). Deze vrijstelling is nodig om dubbele heffing te voorkomen en de afbakening tussen zuiveringsheffing en zuiveringsrechten helder te houden. Dit bevordert rechtszekerheid en voorkomt onnodige belastingdruk.
c. Aanvoer op basis van een privaatrechtelijke overeenkomst
Als de verwerking van afvalwater plaatsvindt op basis van een privaatrechtelijke overeenkomst tussen het waterschap en de aanbieder, is sprake van een contractuele relatie waarin de vergoeding al is geregeld. Het heffen van een publiekrechtelijk zuiveringsrecht naast een contractuele vergoeding zou leiden tot dubbele betaling en strijd met het beginsel van fair play. Deze vrijstelling voorkomt deze overlap en waarborgt de scheiding tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke bekostigingsvormen.
Artikel 5 Heffingsgrondslag
Vindt het afvoeren plaats vanuit een woonruimte of een bedrijfsruimte, dan is de gebruiker van die ruimte aan de heffing onderworpen.
Het komt voor dat een woonruimte of een bedrijfsruimte in gebruik wordt gegeven, waarbij een van de voorwaarden luidt dat de belastingen, waaronder de zuiveringsheffing, worden gedragen door degene die de ruimte in gebruik geeft (bijvoorbeeld de verhuurder). Dergelijke overeenkomsten doen niet af aan de heffingsplicht: de gebruiker blijft heffingplichtig. Deze kan op grond van de huurovereenkomst zelf het bedrag van de aanslag terugvorderen bij degene die de ruimte in gebruikt geeft.
De verhuurder is wél heffingplichtig als het gebruik van een woonruimte of een bedrijfsruimte is gericht op korte perioden van wisselende, opeenvolgende gebruikers (zie lid 3, onderdeel c).
Gebruik van een woonruimte kan ook plaatsvinden zonder dat dit bewoning inhoudt. Bovendien is niet vereist dat de betrokkene de ruimte ook daadwerkelijk gebruikt: de feitelijke beschikkingsmacht over de ruimte is afdoende (Hoge Raad 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB8342, BNB 2008/208).
Het vierde lid is opgenomen omdat gebleken is dat (incidenteel) afvoeren vanuit een tankauto niet als afvoeren vanuit een bedrijfsruimte kan worden aangemerkt. Bovendien bleek in de praktijk het achterhalen van de identiteit van de achterliggende vervuiler niet altijd mogelijk te zijn, evenals het vaststellen van individuele vervuilingswaarden als de stoffen van meer dan één ruimte afkomstig zijn. Deze bepaling voorziet daarom bijvoorbeeld in de situatie waarin stoffen vanuit een tankauto via een rioolput op het openbaar vuilwaterriool worden gebracht. In dit voorbeeld kan de vervoerder van de tankauto als degene die feitelijk afvoert in de heffing worden betrokken. Door de gekozen formulering zijn overigens niet alleen de afvoer vanuit tankauto’s aan de heffing onderworpen, maar ook alle andere denkbare wijzen van afvoeren anders dan vanuit een woonruimte of bedrijfsruimte.
Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsevenredigheid
Hoewel de zuiveringsrechten in beginsel een tijdvakheffing zijn, bepaalt dit artikel dat de heffing van woonruimten een tijdstipkarakter heeft. De situatie op 1 januari of bij het begin van de heffingsplicht is bepalend voor de hoogte van de heffing. Als na deze datum het type huishouden wijzigt van een meerpersoonshuishouden naar een eenpersoonshuishouden dan wordt de zuiveringsheffing naar tijdsevenredigheid verminderd zoals bepaald in het derde lid. Andersom niet.
Omdat de heffing van een woonruimte meestal al aan het begin van het heffingsjaar wordt opgelegd, biedt de verordening op basis van artikel 132 van de Waterschapswet een regeling waardoor aanspraak op vermindering en ontheffing kan worden gemaakt. De beslissing op de aanvraag is voor bezwaar vatbaar. Hiermee is rechtsbescherming voor de heffingplichtige voldoende geborgd.
Artikel 7 Heffingsjaar
Het heffingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar, zoals wettelijk voorgeschreven. Een afwijkende regeling in de verordening is daarmee niet mogelijk.
Artikel 8 Tarief
Dit artikel regelt het tarief per vervuilingseenheid, zoals het algemeen bestuur in de begroting vaststelt.
Artikel 9 Wijze van heffing en termijnen van betaling
Dit artikel regelt hoe de te betalen zuiveringsheffing wordt bekendgemaakt aan de belastingplichtige. Artikel 125 van de Waterschapswet regelt dat waterschapsbelastingen kunnen worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze, maar niet bij wege van afdracht op aangifte. Het gaat hier om drie verschillende heffingstechnieken. Het hangt van de aard en de complexiteit van de belasting af, welke van deze drie technieken het meest doelmatig is. In dit artikel is gekozen voor de heffing bij wege van aanslag, ook om in lijn met de zuiveringsheffing te blijven.
Dit artikel regelt wanneer de aanslag als bedoeld in artikel 17 uiterlijk moet worden betaald. De betaaltermijn van de bestuurlijke boete en de navorderingsaanslag is respectievelijk in het tweede en derde lid opgenomen. Het ligt voor de hand de betaaltermijnen voor de aanslag en de bestuurlijke boete aan elkaar gelijk te stellen, omdat die op één aanslagbiljet worden samengevoegd.
Het vierde lid voorziet in afwijkende betaaltermijnen als de heffingplichtige een machtiging voor automatische incasso heeft afgegeven.
Artikel 10 Kwijtschelding
Er wordt geen kwijtschelding verleend. Zuiveringsrechten zijn net als leges een bedrag voor een geleverde dienst (zogeheten ‘retributie’). Voor leges verleent Wetterskip Fryslân geen kwijtschelding. In lijn daarmee is kwijtschelding evenmin mogelijk bij de zuiveringsrechten.
Artikel 11 Aanmeldplicht
Artikel 12 Nadere regels
Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze verordening, de ingangsdatum van de heffing, hoe de in Bijlage 1 genoemde normbladen bekendgemaakt worden en hoe de verordening kan worden aangehaald.
De regels in deze verordening zijn pas bindend als de verordening op de juiste wijze is bekendgemaakt. De bekendmaking van de verordening vindt plaats in het Waterschapsblad dat elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze wordt uitgegeven via Overheid.nl (artikel 2, achtste lid, van de Bekendmakingswet).
De datum van ingang van de heffing kan samenvallen met de datum van inwerkingtreding van de verordening, maar dit hoeft niet. De ingangsdatum van de heffing is essentieel, omdat zo duidelijk wordt op welk moment de nieuwe financiële plichten gelden die aan inwoners en bedrijven worden opgelegd.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl