Subsidieregeling funderingsonderzoek 2025

Geldend van 24-12-2025 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling funderingsonderzoek 2025

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

gelezen het voorstel van 16 december 2025 (kenmerk M2505-3271);

gelet op de artikel 3, derde lid, 4, 5, 6, 8, 12a, 13 en 17 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;

overwegende, dat het wenselijk is om nadere regels te stellen inzake het verstrekken van een subsidie voor funderingsonderzoek;

besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • -

    bedrijfsruimte: pand of een deel van een pand dat bestemd of in gebruik is voor de uitoefening van een bedrijf of beroep;

  • -

    Funderingsloket: Funderingsloket van de gemeente Rotterdam;

  • -

    onderzoeksrapport: rapport betreffende de fundering van een pand of een groep panden;

  • -

    pand: gebouw bestaande uit één of meerdere woningen of bestaande uit één of meerdere woningen en ondergeschikte bedrijfsruimte;

  • -

    woning: pand of een deel van een pand dat geheel of gedeeltelijk voor permanente bewoning wordt gebruikt of blijkens indeling en voorzieningen voor permanente bewoning bestemd is, waaronder tevens een woonappartement binnen een appartementencomplex wordt verstaan.

Artikel 2 Doel

Deze subsidieregeling heeft als doel het stimuleren van eigenaren om bouwtechnisch onderzoek te laten doen naar de fundering van hun pand of een groep panden dan wel van een pand of een groep panden waarvan hun woning deel uitmaakt.

Artikel 3 Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie door het college voor de in artikel 4 bedoelde activiteiten.

Artikel 4 Activiteiten

  • 1. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor:

    • a.

      het opstellen van een onderzoeksrapport met betrekking tot de fundering van een pand of een groep panden;

    • b.

      het actualiseren van een bestaand onderzoeksrapport met betrekking tot de fundering van een pand of een groep panden.

  • 2. De activiteiten voldoen aan de volgende eisen:

    • a.

      het onderzoek voldoet aan:

      • 1°.

        de Richtlijn Fundering onder gebouwen, versie 22-11-2022 dan wel de versie die geldt op moment van de subsidieaanvraag;

      • 2°.

        het Rotterdams addendum opgenomen in de bijlage behorende bij deze regeling;

    • b.

      het onderzoeksrapport bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

      • 1°.

        een integrale beoordeling van de funderingsconstructie;

      • 2°.

        een weergave van de aangetroffen funderingsconstructie tijdens funderingsinspectie en fotomateriaal hiervan;

      • 3°.

        de verwachte levensduur van de fundering bij gelijkblijvende omstandigheden;

      • 4°.

        een advies over de eventueel te treffen maatregelen betreffende preventie, monitoring en herstel.

Artikel 5 Doelgroep

  • 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan:

    • a.

      de eigenaar of eigenaren van een pand of een groep panden gelegen binnen de grenzen van de gemeente Rotterdam;

    • b.

      de eigenaar of eigenaren van bedrijfsruimtes binnen een pand of een groep panden gelegen binnen de grenzen van de gemeente Rotterdam, indien de bedrijfsruimte ondergeschikt is aan de woonfunctie.

  • 2. Subsidie wordt niet verstrekt aan:

    • a.

      een woningcorporatie, zijnde een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet;

    • b.

      vereniging van eigenaars, als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komen de redelijke kosten van het door het onderzoeksbureau in rekening gebrachte bedrag voor het funderingsonderzoek en het daarbij horende onderzoeksrapport in aanmerking.

Artikel 7 Hoogte van de subsidie

  • 1. De subsidie bedraagt ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000 per deelnemende eigenaar per pand.

  • 2. Indien sprake is van meerdere woningen per pand, bedraagt de subsidie ten hoogste 75% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5.000 per deelnemende eigenaar per woning.

Artikel 8 Verplicht vooroverleg

  • 1. Het Funderingsloket beoordeelt of onderzoek naar de fundering van een pand of een groep panden doelmatig is.

  • 2. In overleg met het Funderingsloket kan besloten worden om het onderzoek te beperken tot één pand of een groep panden.

  • 3. Het Funderingsloket beoordeelt of er bij een offerte sprake is van redelijke kosten.

  • 4. De offerte gaat uit van de informatie als bedoeld in artikel 4, tweede lid.

  • 5. De uitkomsten van het vooroverleg worden per e-mail verstuurd door het Funderingsloket.

Artikel 9 Subsidieplafond

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt een subsidieplafond van € 400.000 per kalenderjaar.

Artikel 10 Wijze van verdeling

  • 1. Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening de datum waarop de aanvraag is aangevuld.

Artikel 11 Aanvraag subsidie

  • 1. De subsidieaanvraag wordt digitaal ingediend via www.rotterdam.nl/subsidies onder gebruikmaking van het daar beschikbaar gestelde aanvraagformulier.

  • 2. De subsidieaanvraag wordt ingediend door een onderzoeksbureau namens de eigenaar of eigenaren.

  • 3. Indien er sprake is van meerdere eigenaren, wordt door het onderzoeksbureau één gezamenlijke subsidieaanvraag ingediend namens de eigenaren.

  • 4. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende documenten overgelegd:

    • a.

      een volledig ingevuld aanvraagformulier;

    • b.

      het onderzoeksrapport;

    • c.

      een actueel uittreksel van het Kadaster waaruit blijkt wie:

      • 1°.

        de eigenaar van het pand is; dan wel

      • 2°.

        de eigenaar is of de eigenaren zijn van een woning en eventueel ondergeschikte bedrijfsruimte in een pand of een groep panden;

    • d.

      een ondertekende machtiging van de eigenaar of eigenaren om het onderzoeksbureau de aanvraag namens hen in te laten dienen;

    • e.

      de uitkomsten van het vooroverleg.

  • 5. Vijf jaar na de datum van oplevering van een door het Funderingsloket goedgekeurd onderzoeksrapport kan voor het betreffende pand of voor de betreffende groep panden een aanvraag tot actualisering van het onderzoeksrapport worden ingediend als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 12 Aanvraagtermijn

Een aanvraag om subsidie wordt ingediend na afronding van het onderzoeksrapport.

Artikel 13 Weigeringsgrond

De subsidieaanvraag wordt geweigerd, indien het Funderingsloket vooraf heeft verklaard dat een activiteit als bedoeld in artikel 4 niet doelmatig is.

Artikel 14 Subsidieverplichtingen

  • 1. Het onderzoeksrapport wordt door de subsidieontvanger ter beschikking gesteld aan het Funderingsloket.

  • 2. De uitkomsten van het onderzoek dan wel het onderzoeksrapport worden in zijn geheel opgenomen in een openbaar toegankelijk systeem.

Artikel 15 Vaststelling

  • 1. Subsidies tot € 25.000 worden direct bij verlening vastgesteld.

  • 2. Voor subsidies vanaf € 25.000 is artikel 14 van de Subsidieverordening Rotterdam 2014 van toepassing.

Artikel 16 Terugvorderen van de subsidie

Het college kan onverschuldigd betaalde subsidie terugvorderen bij het onderzoeksbureau.

Artikel 17 Hardheidsclausule

Het college kan artikel 7 en artikel 8 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van het stimuleren van funderingsonderzoek zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 18 Intrekken oude regeling en overgangsrecht

De Nadere regels subsidie funderingsonderzoek 2015 worden ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op al verleende subsidies en op aanvragen die vóór inwerkingtreding van deze subsidieregeling zijn ingediend.

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 20 Citeertitel

Deze regeling worden aangehaald als: Subsidieregeling funderingsonderzoek 2025.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 16 december 2025

Burgemeester en wethouders van Rotterdam,

De secretaris,

G.J.D. Wigmans

De burgemeester,

C.J. Schouten

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

Bijlage Rotterdams addendum als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2º

Rotterdams addendum - Versie 30 oktober 2025, Rotterdam, Bouw- en Woningtoezicht – Funderingsloket

In deze bijlage is opgenomen welke aanvullende eisen het college stelt aan een op grond van deze regeling gesubsidieerd funderingsonderzoek.

  • -

    In de gevallen waarbij het Rotterdams addendum afwijkt van de Richtlijn Funderingen onder gebouwen, gaat het Rotterdams addendum voor.

  • -

    Het is ook mogelijk dat bij een aanvraag een nieuwere versie van het Rotterdams addendum beschikbaar is. In dat geval gaat de meest recente versie van het Rotterdams addendum voor.

Funderingsonderzoek

In aanvulling op de Richtlijn Funderingen onder gebouwen geldt voor het uitvoeren van de werkzaamheden ten behoeve van het onderzoek en het opstellen van het onderzoeksrapport waarvoor subsidie wordt verkregen het volgende:

  • 1.

    In de inleiding van het rapport wordt aangegeven wat de aanleiding van het onderzoek is en ook het beoogde doel.

  • 2.

    Na de inleiding volgt een tekstuele samenvatting van het onderzoek en de beoordeling ter grootte van ongeveer een half A4. Het rapport eindigt met de samenvattende tabel uit de bijlage van de richtlijn.

  • 3.

    Bij het archiefonderzoek en gevelbeschouwing worden ook de aanwezige belendende panden betrokken. Dit in verband met mogelijk gemeenschappelijke funderingen of bouwmuren en in geval van urgent funderingsherstel optredende technische of privaatrechtelijke eisen.

    Ook wordt de hoogte van de kruipruimte of het souterrain vermeld en de wijze van ondersteuning van de tussenbouwmuur beschreven. Informatie uit eerder onderzoek wordt vergeleken met het huidige onderzoek. Relevante archiefstukken en bevindingen worden in de rapportage opgenomen.

  • 4.

    Bij de inpandige inspectie en buitengevelopname wordt minimaal de helft van de panden geïnspecteerd.

  • 5.

    In de rapportage wordt de absolute zakking van de fundering beschreven. Dit is de zakking die de constructie vanaf het moment van oplevering heeft ondergaan. Hierbij wordt de huidige hoogte van de begane grondvloer gemeten en vermeld. Informatiebronnen voor vloerhoogte zijn aanlegtekeningen, pandkaarten, belendende panden, uitgiftepeilen, peil achtertuin en de directe omgeving. Deze informatie wordt ontleend aan bronnen waaronder het Stadsarchief Rotterdam en GisWeb Rotterdam.

  • 6.

    Hoogtemaatvoering te allen tijde in meter ten opzichte van NAP. Vermelding van gebruikt vast peilmerk en opname meetstaat in het rapport.

  • 7.

    De rapportage bevat een hoofdstuk met advies over eventuele monitoring en te nemen maatregelen of beheersmaatregelen tegen de aangetroffen schadeoorzaken waaronder wateronderlast, wateroverlast, ophoging tuin of aanvulling kruipruimte. Ook mogelijke herstelmaatregelen en de invloed daarvan op belendende panden of wat verder van toepassing is wordt vermeld. Kortom maatwerk. Tevens wordt in dit hoofdstuk voor aanvullende informatie verwezen naar de website www.rotterdam.nl/funderingsloket.

  • 8.

    Hoeveelheid inspectieputten:

    • a.

      bij een bouweenheid van 1 tot 2 panden minimaal 1 put;

    • b.

      bij een bouweenheid van 3 tot 4 panden minimaal 2 putten;

    • c.

      bij een bouweenheid van 5 panden en meer minimaal 3 putten.

  • De onderlinge afstand tussen de inspectieputten is kleiner dan 25 meter.

    Putten bij voorkeur evenwichtig verdelen over de voor- en achterzijde van de panden.

  • Een bouwkundige eenheid is een samenstel van panden die gelijktijdig onder hetzelfde vergunning nummer met dezelfde materialen en onder dezelfde omstandigheden is gebouwd op een fundering.

  • Als een groep panden meerdere bouwkundige eenheden bevat kunnen inspectieputten overlappen of worden gecombineerd.

  • 9.

    Een funderingsonderzoek start altijd met bureau- en archiefonderzoek naar relevante documenten. Voorts worden op locatie de gevels geschouwd en worden scheefstanden gemeten. Hierbij worden ook de deur dorpels ingemeten in meter ten opzichte van NAP. Aansluitend wordt de fundering in detail geïnspecteerd vanuit één of meerdere funderingsinspectieputten. De situatie in de inspectieput wordt uitgetekend en met foto’s vastgelegd.

  • 10.

    In de inspectieputten wordt aan de gevel een werkend peilfilter achtergelaten ten behoeve van monitoring van de grondwaterstand.

  • 11.

    Grondbeschrijving van vrijkomende grond uit inspectieputten of boorgaten bij het plaatsen van het peilfilter worden in de rapportage opgenomen.

    Ook worden de gehanteerde gegevens inzake de bodemkwaliteit en diepteligging pleistoceen in de rapportage opgenomen.

  • 12.

    Monstername houten palen in gebied I-IV:

    • a.

      gebied I; het verplicht nemen van een gestoken monster voor bepaling houtsoort en om de aanwezigheid van schimmel of bacteriën vast te stellen;

    • b.

      gebied II; het verplicht nemen van een gestoken monster voor bepaling houtsoort en de oorzaak van de aantasting;

    • c.

      gebied III; het verplicht nemen van een boorkern voor bepaling houtsoort en oorzaak en ontwikkeling van de aantasting. Ingeval het nemen van de boorkern hier om redenen niet kan worden uitgevoerd, dan ten minste een gestoken monster nemen;

    • d.

      gebied IV; het verplicht nemen van een gestoken monster voor bepaling houtsoort en oorzaak aantasting.

  • 13.

    Monstername langshout: Per put wordt minimaal 1 gestoken monster per langshout verzameld voor bepaling houtsoort en om de aanwezigheid van schimmel en/of bacteriën vast te stellen.

    Ook voor bovenstaande punten geldt – gelijk aan de zaken benoemd in de richtlijn – dat tijdens het onderzoek kan worden afgeweken van het onderzoeksprogramma gezien de aangetroffen situatie.

    In de rapportage van het onderzoek moet dan duidelijk en volledig worden gemotiveerd waarom onderzoeksonderdelen niet zijn uitgevoerd en welke gevolgen dit heeft voor de reikwijdte van de conclusies.

  • 14.

    Het conceptrapport wordt naar de opdrachtgever en het Funderingsloket verzonden voor commentaar en toetsing aan de Richtlijn fundering onder gebouwen en dit addendum.

  • 15.

    Op verzoek van de opdrachtgever wordt het rapport gepresenteerd en toegelicht.

  • 16.

    Aansluitend aan het advies wordt in het rapport verwezen naar maatregelen om hemelwater lokaal vast te houden waaronder het afkoppelen van de regenpijp en tegels vervangen door groen.

Toelichting op de Subsidieregeling funderingsonderzoek 2025

Algemeen

In Rotterdam is in de periode 1900 – 1950 veelvuldig gebouwd op houten paalfunderingen en in afnemende mate tot aan ca. 1980. In het algemeen is dit type fundering kwetsbaar voor aantasting door schimmels (paalrot) en bacteriën (palenpest). Dit type aantasting is vooral afhankelijk van de hoogte en kwaliteit van het grondwater. Ook zijn houten paalfunderingen beperkt bestand tegen de krachten die ontstaan bij het inklinken (verticale belasting) en verschuiven (horizontale belasting) van grondlagen. Hier werd vroeger bij het ontwerp onvoldoende rekening mee gehouden. Ook gewichtstoename door gebruik of (ver)bouw van het gebouw kunnen van negatieve invloed op het draagvermogen van de fundering zijn. Door aantasting van de fundering en blootstelling aan krachten waarop de fundering niet is berekend neemt het draagvermogen over een periode van tientallen jaren af. Gedurende dit destructieve proces is het van nature starre bouwwerk onderhevig aan vervorming door verzakkingen, waardoor ernstige cascoschade ontstaat. Als niet op tijd wordt ingegrepen, kan dit op termijn leiden tot onveilige situaties en - in het ergste geval - een onbruikbaar object.

In totaal zijn in Rotterdam ongeveer 50.000 panden gebouwd op een houten paalfundering. Deze panden bevatten ruim 120.000 woningen en vertegenwoordigen daarmee ook ruim een derde van de totale Rotterdamse woningvoorraad. Op basis van een onderzoek naar funderingstypen en funderingsrisico’s (Polak & Stoker, 2009) door de Gemeente Rotterdam hebben naar schatting 8.000 van deze panden een kwetsbare fundering die binnen 5 – 10 jaar aandacht behoeft. Deze 8.000 panden vertalen zich grofweg naar 10.000 woningen in particulier bezit en 10.000 woningen van woningcorporaties. Deze aantallen zijn weliswaar een momentopname, echter daar er woningen worden hersteld maar er ook weer probleemgevallen bijkomen wordt aangenomen dat deze getallen de komende decennia representatief zullen zijn.

Daarnaast staan in Rotterdam ongeveer 30.000 niet-onderheide woningen, ook bekend als ‘op staal gefundeerd’. Ongeveer de helft van deze woningen zijn in particulier bezit. Deze woningen zijn gebouwd zonder heipalen waardoor zij onderhevig zijn aan de continue bodemdaling en mede hierdoor ook steeds meer last krijgen van de effecten van klimaatverandering. Deze verzakte woningen zonder heipalen zijn kwetsbaar voor wateroverlast door (hevige) neerslag, optrekkend grondwater en rioleringsproblemen waardoor vocht, schimmel en stank vrij spel hebben.

Het Funderingsloket

De gemeente Rotterdam heeft sinds 2008 een Funderingsloket dat naast een loketfunctie het Programma Funderingsaanpak uitvoert. Dit programma bestaat uit het projectmatig informeren, faciliteren en stimuleren van particuliere woningeigenaren in funderingsrisicogebieden. In voorkomende gevallen wordt hierbij ook handhaving ingezet. Daarnaast voert het Funderingsloket toetsingen uit in het kader van het beleid rondom de verkoop van gemeentelijk bezit, corporatiewoningen en wordt geadviseerd bij stedelijke, (buiten)ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen en het beheer en onderhoud van de particuliere bestaande woningvoorraad.

Gezamenlijke aanpak

Een eerste stap die eigenaren kunnen zetten is onderzoek laten doen naar de staat van de fundering van de bouwkundige eenheid waarvan hun panden deel uitmaken. Door als eigenaren van een bouwkundige eenheid de handen ineen te slaan, kunnen de kosten van onderzoek en (indien noodzakelijk) daaropvolgend herstel worden gedrukt. Met deze subsidieregeling kan het college tot 75% tegemoetkomen in de kosten van het onderzoek.

Onderzoeksrapporten ter beschikking van de gemeente

Het onderzoeksrapport moet aan het Funderingsloket worden overhandigd, zodat het college meer inzicht krijgt in waar de problemen spelen en zo nodig kan sturen op herstel. Indien herstel aan de orde is kan hiervoor procesbegeleiding worden aangevraagd bij het Funderingsloket. In gevallen van gevaarzetting zal handhavend worden opgetreden. Dat betekent dat de verantwoordelijke eigenaren, zo nodig met dwangmiddelen, worden verplicht de gevaarzetting weg te nemen.

Publicatie onderzoeken

Het is van belang dat de uit de onderzoeken naar voren gekomen informatie voor eenieder toegankelijk wordt, zodat een transparante woningmarkt wordt bevorderd. Daarom is als voorwaarde in de regeling bepaald dat de resultaten van het onderzoek worden opgenomen in een openbaar voor ieder te raadplegen systeem.

Eenvoudig en vlot proces

De subsidieregeling is opgezet met de bedoeling een zo eenvoudig en vlot mogelijk proces te creëren voor eigenaren en uitvoerders. Dit komt tot uiting door de mogelijkheid om te werken met een onderzoeksbureau die door de eigenaren gemachtigd is om een aanvraag in te dienen. Als een aanvraag tot €25.000 wordt toegekend, wordt dit gevolgd door één subsidiebesluit (verlening en vaststelling subsidie ineen). De subsidie wordt na verzending van het subsidiebesluit ten name van de betrokken eigenaren uitbetaald aan het onderzoeksbureau.

Rol Funderingsloket

Het Funderingsloket is het eerste aanspreekpunt voor eigenaren die informatie willen over de subsidieregeling en de technische aspecten van funderingsonderzoek en -herstel. Bovendien vindt er een subsidieberekening plaats door het Funderingsloket bij het vooroverleg. Op die manier wordt duidelijkheid vooraf gegeven.

Begrippen uitgebeeld

  • -

    Wooneenheden (woningen) vormen samen een pand. Er kan ook sprake zijn van ondergeschikte bedrijfsruimte (niet uitgebeeld).

  • -

    De panden vormen samen een bouweenheid, ook wel een bouwkundige eenheid genoemd. Een bouwkundige eenheid is een samenstel van panden die gelijktijdig onder hetzelfde vergunning nummer met dezelfde materialen en onder dezelfde omstandigheden is gebouwd op een fundering.

  • -

    Bij een onderzoekseenheid gaat het om een pand of een groep panden (bouweenheden) waarvan de eigena(a)r(en) zelfstandig of gezamenlijk funderingsonderzoek wil(len) uitvoeren.

  • -

    Er worden 2 Type eigenaren uitgebeeld: Eigenaar Bewoner (EBW) en Particuliere Verhuurder (PVH)

afbeelding binnen de regeling

Algemene systematiek subsidie

De wettelijke grondslag voor subsidies ligt in de Algemene wet bestuursrecht. Voor Rotterdam is deze verder uitgewerkt in de Subsidieverordening Rotterdam 2014 (SVR 2014) en voor specifieke onderwerpen nader uitgewerkt in diverse subsidieregelingen.

Artikelsgewijs

Artikel 4 Activiteiten

In het tweede lid van dit artikel wordt verwezen naar de Richtlijn Fundering onder gebouwen. De Richtlijn Funderingen Onder Gebouwen biedt een gestandaardiseerde methodiek aan voor het onderzoek en de beoordeling van ondiepe funderingen en houten palen en wordt beheerd door het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek (KCAF).

Artikel 5 Doelgroep

De subsidie is bedoeld voor onderzoek naar de funderingen van woningen. Omdat binnen panden met een woonbestemming ook wel bedrijfsruimten voorkomen, kunnen eigenaren van die ruimten in die gevallen ook aanspraak maken op subsidie. Voorwaarde is dat de hoofdbestemming wonen is. Woningbouwcorporaties kunnen geen aanspraak maken op subsidie. Van hen wordt verwacht dat zij het onderzoek vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid zelf oppakken en hun aandeel in een onderzoek volledig zelf bekostigen.

Artikel 6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komen de redelijke kosten in aanmerking. Kosten zijn redelijk als:

  • -

    ze noodzakelijk zijn voor de subsidiabele activiteit;

  • -

    ze gebaseerd zijn op marktconforme prijzen en tarieven;

  • -

    de specificaties van aan te schaffen goederen of diensten (en daarmee de kosten) niet hoger zijn dan nodig is voor de subsidiabele activiteit.

Het is belangrijk dat wordt onderbouwd dat de kosten, die voor subsidie worden opgevoerd, redelijk zijn.

Artikel 7 Hoogte van de subsidie

In het voorbeeld hieronder wordt aan de hand van meerdere panden inzichtelijk gemaakt hoe het subsidiabele bedrag wordt berekend.

De subsidie bedraagt ten hoogte 75% van de kosten met een maximum van op € 5000,- per eigenaar per zelfstandig pand die daar éénmaal per 5 jaar gebruik van kan maken ten einde de fundering te onderzoeken.

Als een pand bestaat uit meerdere woningen, vindt er ook nog een kostenverdeling plaats naar het aantal eigenaren van de woningen in het pand.

De subsidie wordt alleen verleend aan de deelnemende eigenaren. Niet-deelnemende eigenaren die in de onderzoekseenheid zitten hebben geen recht op subsidie. Woningen van niet-deelnemende eigenaren worden niet vermeld in het onderzoeksrapport.

Voorbeeld

Kosten funderingsonderzoek: € 15.000 (fictief)

Aantal zelfstandige panden: 5

Alle eigenaren nemen deel aan het funderingsonderzoek.

Subsidievoorwaarden

75% van de redelijke kosten tot een bedrag van maximaal € 5.000, per deelnemende eigenaar per pand.

Betekenis afkortingen, varianten eigenaar:

  • -

    EBW: eigenaar-bewoner

  • -

    PVH: particuliere verhuurder

afbeelding binnen de regeling

Stap 1: kostenverdeling per pand en per eigenaar

Stap 2: berekening subsidie en eigenbijdrage

afbeelding binnen de regeling

Artikel 8 Verplicht vooroverleg

Voor de vaststelling of sprake is van een doelmatig funderingsonderzoek is technische kennis en archiefkennis nodig. Deze kennis is aanwezig bij het Funderingsloket. Daarom is bepaald dat de vaststelling van welk pand of welke panden funderingsonderzoek behoeven in overleg met het Funderingsloket geschiedt. In overleg met het Funderingsloket kan ook besloten worden om alleen een deel van een groep panden in aanmerking te laten komen voor gesubsidieerd funderingsonderzoek. Dit geldt ook voor onderzoek van een enkel pand. Onderzoek naar de fundering kan als niet doelmatig worden beoordeeld in gevallen dat bijvoorbeeld (een deel van) een groep panden of een enkel pand binnen tien jaar wordt afgebroken, er al een bruikbaar onderzoeksrapport ligt of er een handhavingstraject loopt.

In artikel 8, tweede lid is aangegeven dat de offerte uitgaat van de informatie als bedoeld in artikel 4, tweede lid. Daarmee wordt bedoeld dat de offerte op de daarin genoemde informatie moet worden gebaseerd.

Artikel 11 Aanvraag subsidie

Omwille van de eenvoud is ervoor gekozen de gehele afhandeling vanaf de aanvraag tot en met de uitbetaling via het onderzoeksbureau te laten lopen. Het onderzoeksbureau zal de betrokken eigenaar of eigenaren moeten vragen om een machtiging. Het is niet mogelijk om een aanvraag in te dienen zonder tussenkomst van een onderzoeksbureau.

Het onderzoeksrapport wordt tegelijk met de subsidieaanvraag overgelegd.

Subsidie wordt per zelfstandig pand éénmaal per vijf jaar verstrekt. Deze termijn is gekoppeld aan de termijn uit de Richtlijn Funderingen onder gebouwen. Dit komt omdat de situatie van de fundering in de loop der tijd kan veranderen, bijvoorbeeld door veranderingen in de grondwaterstand of de belasting van de fundering.

Artikel 14 Subsidieverplichtingen

Zowel het college als inwoners van Rotterdam zijn gebaat bij meer inzicht in de toestand van de fundering van de Rotterdamse panden. Daarom wordt bij gebruikmaking van de subsidie voor funderingsonderzoek een verplichte tegenprestatie opgelegd, namelijk dat het onderzoeksrapport ter beschikking van het Funderingsloket wordt gesteld. De uitkomsten van het onderzoek worden opgenomen in een openbaar toegankelijk systeem, zodat transparantie van de woningmarkt wordt bevorderd. Met name huurders en aspirant-kopers kunnen zich hiermee op de hoogte stellen van de funderingstoestand van een pand. Voordat de uitkomsten van het onderzoek worden opgenomen in het openbaar toegankelijk systeem worden deze geanonimiseerd.

Bijlage Rotterdams addendum

Onderdeel 6

Zie voor peilen: https://www.gis.rotterdam.nl/gisweb2/default.aspx onder NAP Peilmerken Rotterdam

Onderdeel 11

Voor meer informatie over de bodemkwaliteit en pleistoceen zie: DCMR Milieudienst Rijnmond (gisinternet.nl) en Ondergrondgegevens | BROloket.

Onderdeel 16

Diverse maatregelen om hemelwater lokaal vast te houden zijn te vinden op: