Marktverordening gemeente Vlissingen 2026

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Marktverordening gemeente Vlissingen 2026

De raad van de gemeente Vlissingen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders;

gelet op:

- artikel 147, eerste lid, en artikel 149 van de Gemeentewet;

Gezien het advies van de marktcommissie Vlissingen van 29 september 2025;

overwegende dat:

- het wenselijk is regels te stellen voor een ordelijk verloop van en de veiligheid op de markt;

besluit :

vast te stellen de Marktverordening gemeente Vlissingen 2026

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op door het college ingestelde reguliere warenmarkten.

Artikel 2. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

- branche: de door het college in de bijlage bij het Marktreglement beschreven waren en producten of artikelgroepen, die op de markt mogen worden aangeboden;

- college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen.

- markt: door het college ingestelde reguliere warenmarkt;

- marktcommissie: de door het college ingestelde commissie, zoals bedoeld in artikel 3;

- marktgeld: het recht, zoals bedoeld in artikel 229, eerste lid, aanhef en onder a, van de Gemeentewet dat geheven wordt voor het gebruik van enig gedeelte van openbare gebouwen, terreinen, pleinen en straten, gedurende de op grond van deze verordening gehouden markten;

- marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college;

- marktreglement: de door het college vastgestelde nadere regels betreffende het bepaalde in deze verordening, zoals bedoeld in artikel 3;

- marktterrein: een door het college bij het instellen van de markt aangewezen en afgebakende ruimte in het openbaar gebied, die gedurende het door het college bepaalde tijdvak is bestemd voor het houden van een markt

- standplaats: ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een vaste- standplaatsvergunning;

- vaste standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een vaste-standplaatsvergunning;

- vaste-standplaatsvergunning: vergunning voor de duur van 15 jaar voor het op de markt bedrijven van handel.

- vergunninghouder: degene aan wie door het college een vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats op de markt.

Artikel 3. Nadere regels

1. Het college kan nadere regels vaststellen betreffende het bepaalde in deze verordening in het marktreglement.

2. In het Marktreglement worden in ieder geval regels opgenomen over:

a. de locatie van de markt

b. het aantal standplaatsen;

c. de minimale en maximale afmetingen van de standplaatsen;

d. de opstelling en indeling van de markt;

e. de aanwijzing van vaste standplaatsen;

f. de dagen, de uren waarop en de periode waarin de markt wordt gehouden;

g. de grenzen van het marktterrein en de vaste standplaatsen, vastgelegd op een kaart;

h. het maximumaantal vaste-standplaatsvergunningen dat per branche, artikelengroep of combinatie daarvan kan worden afgegeven;

i. de branches waarvoor een vaste-standplaatsvergunning kan worden aangevraagd;

j. de instelling, samenstelling en werkwijze van de marktcommissie en haar ambtelijke ondersteuning, alsmede de aspecten die de marktcommissie in haar advies betrekt.

3. In het Marktreglement kunnen voorts regels worden gesteld met betrekking tot het gedrag op het marktterrein, die strekken tot bescherming van het belang van:

a. een veilige, ordelijke, eerlijke, ondernemers- en consumentvriendelijke markt;

b. afvalpreventie en het doelmatig inzamelen en scheiden van afvalstoffen;

c. het waarborgen van de bruikbaarheid en het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte;

d. het voorkomen en beperken van overlast, hinder en schade.

Artikel 4. Vergunningplicht

1. Het is verboden op een markt een standplaats in te nemen zonder vaste-standplaatsvergunning van het college.

2. Het college verleent alleen een vergunning aan een handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten.

Artikel 5. Voorschriften en beperkingen

1. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een vaste-standplaatsvergunning.

2. De vergunninghouder is verplicht de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.  

Artikel 6. Marktmeester

Het college wijst één of meer marktmeesters aan.

Artikel 7. Mandaatverboden

De bevoegdheid tot het verlenen of intrekken van een vaste-standplaatsvergunning wordt niet gemandateerd aan de marktmeester.

Paragraaf 2. Verdeelprocedures beschikbare vaste-standplaatsvergunning

Artikel 8 Verlenging na afroep

1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning vanwege het einde van de vergunningsduur kunnen kan het college de procedure van verlenging na afroep toepassen, als voldoende aannemelijk is dat er naast de betreffende vergunninghouder geen andere gegadigden voor deze vergunning zijn.

2. Bij de verlenging na afroep maakt het college acht weken voor het einde van de duur van de vaste- standplaatsvergunning door een openbare kennisgeving op www.overheid.nl bekend dat deze vergunning beschikbaar komt voor de duur van 15 jaar.

3. Bij deze openbare kennisgeving worden gegadigden uitgenodigd om hun belangstelling voor de vaste-standplaatsvergunning binnen vier weken na de kennisgeving kenbaar te maken op de door het college aangegeven wijze.

4. Als binnen de gestelde termijn alleen de betreffende vergunninghouder belangstelling kenbaar heeft gemaakt en is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, verlengt het college zijn vaste-standplaatsvergunning met de in het tweede lid genoemde duur.

5. Als binnen de gestelde termijn naast de betreffende vergunninghouder ook een of meer andere gegadigden belangstelling kenbaar hebben gemaakt, wordt de vergunning niet verlengd. In dat geval past het college de vastgelegde procedure van artikel 9 toe, met uitzondering van het tweede lid van dit artikel.

6. In het in het vijfde lid bedoelde geval stelt het college de gegadigden ervan in kennis dat de procedure van artikel 9 wordt toegepast en dat zij vóór de door het college genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.

Artikel 9. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via loting

1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning kan het college deze verdelen via loting.

2. Bij de verdeling via loting maakt het college door een openbare kennisgeving in het vakblad en gemeentewebsite bekend dat de vaste-standplaatsvergunning voor de duur van 15 jaar beschikbaar komt, voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.

3. Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van twee weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen.

4. Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, krijgen een lotnummer.

5. De loting vindt plaats door middel van een trekking, waarvoor de aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd en in aanwezigheid van een door het college aangewezen notaris.

6. Het college verleent de vaste-standplaatsvergunningen op basis van de rangschikking die volgt uit de trekking.

Paragraaf 3. Vaste-standplaatsvergunning

Artikel 10. Algemene bepalingen vaste-standplaatsvergunning

1. Het college kan een vaste-standplaatsvergunning verlenen voor de duur van 15 jaar en voor de op de vergunning vermelde standplaats.

2. Het college kan de geldigheidsduur voor reeds verleende vergunningen voor onbepaalde tijd ambtshalve wijzigen naar 20 jaar.

3. Het college kan in bijzondere gevallen tijdelijk een andere standplaats aanwijzen.

4. Een vaste-standplaatsvergunning is niet overdraagbaar.

5. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.

Artikel 11. Overschrijven vaste-standplaatsvergunning

1. Als de vergunninghouder niet langer zelf van de vaste-standplaatsvergunning wil gebruikmaken, overleden is of onder curatele gesteld is, kan het college op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vergunning overdragen op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, of zijn kind.

2. Als de in het eerste lid bedoelde overschrijving niet kan worden gedaan, ket het college de vaste-standplaatsvergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator overschrijven op naam van een medewerker van de vergunninghouder of een mede-eigenaar van diens bedrijf als deze ten minste een jaar in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder of heeft gefunctioneerd als mede-eigenaar.

3. Het college kan behoudens in het geval van bedrijfsbeëindiging of bij bedrijfsoverdracht de vaste standplaatsvergunning overschrijven aan een ander natuurlijk persoon, mits de vergunninghouder gedurende een periode van vijf jaar voorafgaand aan de bedrijfsoverdracht of bedrijfsbeëindiging in het bezit is geweest van een vaste standplaatsvergunning voor de markt.

4. De overschrijving van de vaste-standplaatsvergunning geldt voor de resterende vergunningsduur. Na het einde van de duur van de vergunning komt deze beschikbaar voor verdeling volgens de vastgelegde verdeelprocedure van de artikelen 8 of 9.

5. In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden nadien ingediend.

6. Als de nieuwe vergunninghouder al over een vaste-standplaatsvergunning voor de betrokken markt beschikt, kan het college deze intrekken.

7. Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van het bepaalde in bovenstaande leden.

Artikel 12. Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning

1. Het college trekt de vaste-standplaatsvergunning in:

a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of

b. twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 11 een aanvraag tot overschrijving is ingediend.

2. Het college kan de vaste-standplaatsvergunning intrekken als:

a. de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt;

b. de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden;

c. van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt;

d. de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of

e. de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd.

3. Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kan het college bepalen dat de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde vaste standplaats tijdelijk vervalt.

Artikel 13 Weigeringsgronden

1.Het college weigert de standplaatsvergunning indien:

a. de aanvrager bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt;

b. de aanvraag is ingediend buiten de termijn waarbinnen de vaste-standplaatsvergunning kon worden aangevraagd;

c. voor alle standplaatsen reeds een standplaatsvergunning is verleend;

d. het assortiment van aanvrager niet binnen één branche valt;

e. het maximale aantal standplaatsvergunningen is verleend voor de branche waarvoor de vergunning wordt aangevraagd;

f. verlening van de aangevraagde vergunning naar het oordeel van het college leidt tot een onaanvaardbare aantasting van de in artikel 4, tweede lid, genoemde belangen;

g. de aanvrager minderjarig is en/of niet gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten.

h. de door aanvrager aangevraagde afmetingen van de standplaats de beschikbare ruimte overschrijdt;

i. de rechtspersoon of de onderneming van de aanvrager niet staat ingeschreven in het handelsregister

2. Het college kan de vaste-standplaatsvergunning weigeren, indien de marktcommissie daartoe adviseert.

3. Onverminderd het bepaalde in de vorige leden kan het college in zijn nadere regels bepalen in welke categorieën gevallen het college ter bescherming van de in artikel 4, derde lid, genoemde belangen, een standplaatsvergunning weigert of kan weigeren.

Artikel 14. Persoonlijk innemen vaste standplaats; vervanging

1. De vergunninghouder neemt de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde standplaats persoonlijk in.

2. In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college erin toestemmen dat een vervanger de standplaats inneemt. Een aanvraag om toestemming vermeldt de reden en verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger. Een schriftelijke mededeling moet tijdig voor de betreffende marktdag worden gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de marktmeester gemeld.

Artikel 15. Plaatsverandering na beschikbaar komen vaste standplaats

1. Als een vaste standplaats beschikbaar komt voor het einde van de duur van de vaste-standplaatsvergunning, kan het college deze standplaats voor de resterende vergunningsduur toewijzen aan een houder van een vaste-standplaatsvergunning op de betrokken markt. De toewijzing gebeurt op aanvraag.

2. Als meerdere aanvragen zijn ingediend voor plaatsverandering, wijst het college de vaste standplaats toe via loting, waarvoor de aanvragers worden uitgenodigd.

3. Als de beschikbaar gekomen vaste standplaats bij voorrang is bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen, kan het college deze standplaats alleen toewijzen aan een vergunninghouder die tot die branche behoort of die handelt in die artikelgroep.

Paragraaf 5. Algemene bepalingen voor vergunninghouders

Artikel 16. Toonplicht vergunning of toestemming

Degene die een standplaats inneemt of wil innemen, is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.

Artikel 17. Markttijden in acht nemen

1. Het is verboden meer dan twee uur voor de aanvang en meer dan twee uur na afloop van de markt op welke wijze dan ook ruimte in te (doen) nemen op het marktterrein, of goederen aan of af te (laten) voeren.

2. De vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de markt, behoudens door het college verleende ontheffing.

3. Het college kan aan de ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden ter bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist. De houder van de ontheffing is verplicht de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.  

Artikel 18. Marktterrein schoonhouden

1. De vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat op zijn standplaats vrijkomt tijdens de door hem bedreven handel zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. De vergunninghouder voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af, of laat het afvoeren.

2. De vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon achter te laten.

Paragraaf 6. Handhaving

Artikel 19 Veilig en ordelijk verloop

1. Indien bij aanvang van de markt of gedurende de openingstijden van de markt het veilig en ordelijk verloop van de markt wordt verstoord of dreigt te worden verstoord kan het college besluiten:

a. de vergunninghouder(s) te verplichten noodzakelijke maatregelen te treffen; of

b. de markt anders in te richten of te verplaatsen; of

c. de markt onmiddellijk te beëindigen.

Artikel 20. Toezichthouders

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door het college aangewezen marktmeester en de overige door hen aangewezen toezichthouders.

Artikel 21. Onmiddellijke verwijdering

Het college kan een vergunninghouder of degene die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden.

Artikel 22. Strafbepaling

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Paragraaf 7. Slotbepalingen

Artikel 23. Overgangsrecht

1. Besluiten op grond van de marktverordening Vlissingen 2005 blijven na de inwerkingtreding van deze verordening gelden, totdat burgemeester en wethouders deze ambtshalve hebben gewijzigd of ingetrokken.

2. De op grond van de marktverordening Vlissingen 2005 vastgestelde wacht- en anciënniteitslijsten komen te vervallen.

3. Op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de marktverordening Vlissingen 2005, waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van de marktverordening Vlissingen 2005 beslist.

Artikel 24 Hardheidsclausule

Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de verordening, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de verordening te dienen doelen.

Artikel 25. Intrekking oude regeling

De marktverordening Vlissingen 2005 wordt ingetrokken.

Artikel 26. Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

2. Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente Vlissingen 2026.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2025

De griffier,

mr. F. Vermeulen

De voorzitter,

drs. A.R.B. van den Tillaar